<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Tbs uit het gevangeniswezen
Advies 23 december 2009
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                       1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                           2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Samenvatting                                                                                             5
Aanleiding                                                                                               7
Conclusies en aanbevelingen                                                                              9
        1. Kenmerken van tbs-capaciteit in het gevangeniswezen                                          11
           1.1 Beschrijving van de afdelingen in de periode van het bezoek van de Raad                  11
           1.2 Veronderstelde voordelen van tbs-plaatsen in het gevangeniswezen                         13
           1.3 Veronderstelde nadelen van tbs-plaatsen in het gevangeniswezen                           15
        2. Beoordeling en aanbevelingen                                                                 17
           2.1 Alleen als tijdelijke noodcapaciteit                                                     17
           2.2 Vertragende schakel in een niet goed functionerende keten                                17
           2.3 De voordelen zijn niet uniek voor het gevangeniswezen                                    18
           2.4 Motivatie als onderdeel van de behandeling                                               18
           2.5 Schaalgrootte telt! Kleinere afdelingen sluiten                                          19
           2.6 Geen nieuwe patiënten samenplaatsen met vastgelopen patiënten                            19
Bronvermelding                                                                                          21
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                          3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                           4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting
De tbs-capaciteit in het gevangeniswezen is gecreëerd als een noodmaatregel om het hoofd te bieden aan
de capaciteitsproblematiek in de tbs-sector. Onder de aanname dat de tbs-plaatsen in het gevangeniswezen
slechts als tijdelijk noodcapaciteit zouden worden gebruikt, heeft de Raad in 2006 positief geadviseerd over
deze uitbreiding. In 2009 bezocht de Raad vier afdelingen om te zien hoe deze plaatsen na enkele jaren in de
praktijk vorm hebben gekregen.
Sinds 2006 tekent zich een duidelijke ontwikkeling af. De grootste afdelingen hebben een redelijk zelfstandige
positie ten opzichte van de penitentiaire inrichtingen ontwikkeld en bieden een therapeutisch klimaat en
behandelaanbod dat niet veel onder doet voor een forensisch psychiatrisch centrum (fpc). De kleinere
afdelingen beschikken daarentegen niet over volwaardige behandelteams op locatie, waardoor het niveau
van zorg niet telkens toereikend is. Bovendien zijn de kleinere afdelingen voor allerlei faciliteiten en
organisatorische aspecten sterk afhankelijk van de penitentiaire inrichting die hen huisvest. Hierdoor
blijven ook het therapeutisch klimaat en het aanbod van activiteiten achter. De beperkingen van de kleinere
afdelingen gelden in meer of mindere mate voor alle fasen van de tbs-maatregel.
De afdelingen in het gevangeniswezen worden ondermeer ingezet om patiënten bij wie de behandeling
is vastgelopen te motiveren voor de behandeling. De Raad heeft twijfels over deze functie. Het motiveren
van patiënten is een therapeutische vaardigheid, die niet afhankelijk zou moeten zijn van drang door
achteruitgang in accommodatie of vrijheden. Als een patiënt zijn motivatie voor de behandeling verliest, dient
hij door middel van een daarop toegespitste zorginterventie te kiezen voor behandeling.
De belangrijkste conclusie die de Raad trekt is dat het tenuitvoerleggen van tbs in een penitentiaire inrichting
geen meerwaarde heeft. De veronderstelde voordelen kunnen ook, maar waarschijnlijk zelfs beter in fpc’s
worden gerealiseerd. In dit licht worden de voordelen eerder ondanks dan dankzij de penitentiaire inrichting
tot stand gebracht. Daarnaast blijkt dat kleinere eenheden problemen hebben met de doorstroming. Hierdoor
vormen zij een vertragende schakel in een toch al moeizame keten.
Vanwege de uiteenlopende nadelen stelt de Raad voor de kleinere afdelingen, met minder dan 40 plaatsen,
te sluiten zodra dat mogelijk is. De grotere afdelingen kunnen blijven bestaan, mits aan verdere verbetering
en onafhankelijkheid ten opzichte van de penitentiaire inrichtingen wordt gewerkt. Samenwerking met
andere zorgaanbieders kan bij de verdere ontwikkeling van betekenis zijn. Echter, als verdere afbouw van
tbs-capaciteit nodig blijkt, dient toch als eerste de keuze op de grotere afdelingen in het gevangeniswezen te
vallen. Eventuele uitbreiding van de tbs-capaciteit in de toekomst dient alleen nog plaats te vinden in fpc’s of
in ggz-instellingen.
                 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                            5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                           6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Aanleiding
Per 1 januari 2006 zijn zes locaties binnen het gevangeniswezen aangewezen voor verpleging van tbs-
patiënten. De staatssecretaris van Justitie zag zich hiertoe genoodzaakt naar aanleiding van twee uitspraken
van het Europese Hof van de Rechten van de Mens1. In die uitspraken stelde het Hof beperkingen aan de
oplopende wachttijden van tbs-passanten.2  De tbs-plaatsen in het gevangeniswezen zijn in de vorm van
een tender aan vier fpc’s uitbesteed. De tender heeft een looptijd van zeven jaar. Dat betekent dat deze op 31
december 2012 afloopt.
De Raad bezocht de tbs-afdelingen in het gevangeniswezen op het moment dat circa de helft van de looptijd
van de tender was verstreken. Naar de mening van de Raad was dit een goed moment om door eigen
waarneming te beoordelen hoe de afdelingen het na ruim drie jaar doen. Na het uitbrengen van een kritisch
advies in 20063 had de Raad zich dit voorgenomen. Daarnaast vormden rapporten van de Inspectie voor de
Sanctietoepassing4 en Regioplan-WODC5 aanleiding voor een vervolgonderzoek. Op grond van het advies
in 2006 onderschreef de Raad niet de conclusies in beide rapporten, die stellen dat tbs-capaciteit in het
gevangeniswezen geen grote beperkingen oplevert voor de verpleging en behandeling van tbs-patiënten.
Verder acht de Raad het moment geschikt om stil te staan bij de toekomst van deze afdelingen. In een periode
waarin de capaciteitsproblematiek minder dringend is dan enkele jaren geleden en de tbs-sector te maken
heeft met teruglopende wachttijden6, is herbezinning op de tbs-capaciteit in het gevangeniswezen nodig.
    1   EHRM 11 mei 2004, 49902/99 (Brand), NJ 2005/57 en EHRM 11 mei 2004, 48865/99 (Morsink).
    2   In de zaken Brand en Morsink bepaalde het EHRM dat de wachttijd na ommekomst van de detentie niet meer dan 6
       maanden mag zijn.
    3   Advies Tbs in het gevangeniswezen, RSJ, 31 januari 2006.
    4   Vervolgonderzoek Tbs in het gevangeniswezen, ISt en IGZ, april 2008
    5   Tbs plaatsen in penitentiarire inrichtingen, Regioplan, januari 2008
    6   Tweede Kamer, vergaderjaar 2009-2010, 29 452, nr. 122.
                  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                                         7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                           8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Conclusies en aanbevelingen
Begin 2006 adviseerde de Raad positief over de ingebruikneming van tbs-capaciteit in het gevangeniswezen,
onder de aanname dat de plaatsen zouden dienen als tijdelijke noodopvang. Sindsdien is de wachttijd voor
opname in de tbs door verschillende oorzaken afgenomen. Dit heeft tot gevolg dat er op termijn wellicht geen
sprake meer is van een noodsituatie, waardoor de grond voor het voortbestaan van de tbs-capaciteit in het
gevangeniswezen wegvalt. Maar ook in het geval de wachtlijsten zouden blijven bestaan, wordt de capaciteit
in het gevangeniswezen op principiële gronden afgewezen.
In 2009 zijn vier locaties bezocht. Daarbij zijn grote verschillen tussen deze locaties geconstateerd. De kleinere
afdelingen beschikken niet over een volwaardig behandelteam op locatie, waardoor het niveau van zorg
niet telkens toereikend is. Bovendien zijn de kleinere afdelingen voor allerlei faciliteiten en organisatorische
aspecten sterk afhankelijk van de penitentiaire inrichting die hen huisvest. Mede hierdoor blijft het
therapeutische klimaat en het aanbod van activiteiten achter. Als gevolg hiervan ontstaan in iedere fase
van de behandeling onnodige beperkingen. De Raad stelt daarom voor de kleinere afdelingen, met minder
dan 40 plaatsen, te sluiten zodra dat mogelijk is. De grotere tbs-afdelingen in het gevangeniswezen kunnen
wel blijven bestaan, mits aan verdere verbetering en onafhankelijkheid ten opzichte van de penitentiaire
inrichtingen wordt gewerkt. Dit neemt niet weg dat ook de grotere afdelingen moeten sluiten, zodra verdere
afbouw van tbs-capaciteit mogelijk is. Als uitbreiding van tbs-capaciteit in de toekomst toch weer nodig is,
dient dit alleen nog plaats te vinden in fpc’s of in ggz-instellingen.
Afwezigheid of verlies van motivatie voor de behandeling is een centraal probleem binnen de tbs. Om dit
probleem aan te pakken dienen speciaal daarop toegesneden (motiverende) interventies beter te worden
ingezet. In dit kader is de enkele overplaatsing naar een minder geoutilleerde afdeling geen wenselijke
interventie.
Aanbevelingen
•    Maak alleen gebruik van afdelingen die een volledige behandeling kunnen aanbieden.
•    Sluit de kleinere afdelingen en zorg dat de grotere afdelingen zich tot zelfstandige klinieken ontwikkelen.
     Sluit ook de grotere afdelingen zodra verdere afbouw van de tbs-capaciteit mogelijk is.
•    Kies in de toekomst alleen nog voor uitbreiding van tbs-capaciteit in fpc’s of ggz-instellingen.
•    Zorg dat patiënten door middel van een daarop toegespitste interventie gemotiveerd blijven voor
     hun behandeling. Voorkom dat ongemotiveerde patiënten op tijdelijke afdelingen worden geplaatst
     uitsluitend om drang uit te oefenen.
                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                           9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                           10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>1. Kenmerken van tbs-capaciteit in het gevangeniswezen
In juli, augustus en september 2009 bezocht de Raad vier penitentiaire inrichtingen met tbs-plaatsen, namelijk
p.i. De Grittenborgh, p.i. Oosterhoek, p.i. Overmaze en p.i. Vught. Zodoende heeft de Raad het merendeel van
de zes penitentiaire inrichtingen met tbs-plaatsen bezocht. Twee inrichtingen zijn niet bezocht. Daarvoor
zijn verschillende redenen. Het project in p.i. Wolvenplein werd al begin 2009 beëindigd. Het was uitsluitend
bedoeld als noodopvang gedurende bouwwerkzaamheden bij de Dr. Henri van der Hoevenkliniek. Na
afronding van de verbouwing werd het project opgeheven. De andere inrichting die niet is bezocht is de
voormalige justitiële jeugdinrichting De Corridor, waar de Pompestichting een nieuwe longstaykliniek heeft
gebouwd. Door de nieuwbouw is in de praktijk geen sprake meer van het gebruik van de voormalige justitiële
jeugdinrichting. Bovendien is de Pompestichting de enige gebruiker van het terrein. Daardoor is in feite geen
sprake van tbs-plaatsen in het gevangeniswezen, maar veeleer van een zelfstandige tbs-kliniek.
1.1 Beschrijving van de afdelingen in de periode van het bezoek van de Raad
De samenwerking tussen fpc De Rooyse Wissel en p.i. Oosterhoek (Thebe)
 Aantal plaatsen:        20
 Doelgroep:              Alle patiënten, met uitzondering van zeer instabiele patiënten met ontwrichtend
                         gedrag.
 Zorg:                   Opname en diagnose van patiënten met een seksuele en/of persoonlijkheidsstoornis
                         (IQ > 80). Motivatie van patiënten die in een behandelimpasse (dreigen te) komen
                         (IQ>80).
 Behandeling:            Sociotherapie, diagnostiek & risicotaxatie, psychotherapie, psychiatrische behandeling,
                         vaktherapie (drama en psychomotore therapie) en trainingen (tijdbesteding, leren en
                         werken).
De afdeling in p.i. Oosterhoek is onderverdeeld in twee subafdelingen van gelijke omvang. Eén daarvan is
bestemd voor de opname van nieuwe patiënten. De andere afdeling is bedoeld als motivatieafdeling voor
ongemotiveerde patiënten van wie de behandeling in de kliniek is vastgelopen of dreigt vast te lopen. Een deel
van de laatstgenoemde groep wordt voor herselectie aangeboden.
Het grootste knelpunt voor de afdeling is de grote afhankelijkheid van p.i. Oosterhoek en de kwetsbaarheid
van het relatief kleine behandelteam, aldus de gesprekspartners. Verder vormt de soms oplopende
verblijfsduur een risico voor de motivatie van patiënten.
De samenwerking tussen fpc De Rooyse Wissel en p.i. Overmaze (Aswan en Gizeh)
 Aantal plaatsen:       44 (in de toekomst 66)
 Doelgroep:             Patiënten met een persoonlijkheidsstoornis (IQ > 80).
 Zorg:                  Volledige behandeling.
 Behandeling:           Sociotherapie, diagnostiek & risicotaxatie, psychotherapie, psychiatrische behandeling,
                        vaktherapie en trainingen (tijdbesteding, leren en werken).
                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                           11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>In de toekomst zal De Rooyse Wissel op de locatie Overmaze nauw samenwerken met het Penitentiair
Psychiatrisch Centrum. De Rooyse Wissel zal de begeleiding en behandeling voor zowel verpleegden als
gedetineerden verzorgen. DJI is verantwoordelijk voor het pand, de faciliteiten en de beveiliging. Deze
dependance van De Rooyse Wissel heeft een eigen directie.
Naar het oordeel van zowel het personeel als de patiënten is de zeer lange overgangsperiode als gevolg van
een ingrijpende verbouwing het grootste nadeel binnen p.i. Overmaze. Dit lijkt ook mede de oorzaak van een
groot verloop onder het personeel, aldus de medewerkers.
De samenwerking tussen de Pompestichting en p.i. Vught (Linge Vught)
 Aantal plaatsen:       24 behandelplaatsen en 48 longstay-plaatsen
 Doelgroep:             Patiënten met een persoonlijkheidsstoornis (IQ > 80).
 Zorg:                  Opname en diagnose van patiënten met een seksuele stoornis of
                        persoonlijkheidsstoornis & crisis- en terugvalplaatsing. Verpleging van patiënten met
                        een complexe persoonlijkheidsproblematiek en tevens een longstay-indicatie
                        (48 plaatsen).
 Behandeling:           Sociotherapie, diagnostiek & risicotaxatie, psychotherapie, psychiatrische behandeling,
                        vaktherapie (bewegingsagogie), delictanalyse.
Van de 72 plaatsen zijn er 48 bestemd voor longstay-patiënten. Meestal zijn dit patiënten met een complexe
persoonlijkheidsstoornis, die meer structuur en begeleiding nodig hebben. De opnameafdeling wordt gebruik
voor de diagnose en motivatie van nieuwe patiënten met een seksuele stoornis (12 plaatsen), danwel een  
antisociale of narcistische persoonlijkheidsstoornis (12 plaatsen).
De beperkte doorstroming naar de kliniek vormt naar het oordeel van alle betrokkenen het grootste knelpunt
voor de opnameafdeling. De verblijfsduur loopt al snel op tot anderhalf jaar. Dit demotiveert patiënten.
De samenwerking tussen fpc Veldzicht en p.i. De Grittenborgh (Grittenveld)
 Aantal plaatsen:       22
 Doelgroep:             Alle patiënten.
 Zorg:                  Opnameafdeling voor nieuwe patiënten & motivatieafdeling voor patiënten die in
                        hun behandeling zijn vastgelopen. Verder dient de afdeling als transitieafdeling voor
                        patiënten die naar een andere kliniek worden overgeplaatst, bijvoorbeeld bij ruiling of
                        herselectie.
 Behandeling:            Sociotherapie, diagnostiek & risicotaxatie, psychiatrische behandeling en
                         arbeidstraining.
Op afdeling Grittenveld verblijven verschillende categorieën van patiënten. Er zijn nieuwe patiënten die
                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                           12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>worden voorbereid op behandeling in de kliniek. Andere patiënten wachten op een behandelplaats nadat zij
vanuit een andere kliniek voor herselectie zijn aangeboden, al dan niet nadat hun behandeling is vastgelopen.
Zij wachten op afronding van de procedure.
Een gebrek aan een behandelvisie en een heldere omschrijving van de doelgroep worden door medewerkers
van de afdeling als grootste knelpunten genoemd. Bovendien verklaren zowel de medewerkers als de
patiënten dat er slechts in zeer beperkte mate sprake is van behandeling. Verder is de afdeling organisatorisch
sterk afhankelijkheid van p.i. De Grittenborgh. Hierdoor duurt het lang voordat basale voorzieningen rond de
rechtspositie van patiënten zijn geregeld. Verder kan de duur van een herselectie flink oplopen, soms tot meer
dan twee jaar, aldus patiënten.
De samenwerking tussen de Pompestichting en j.j.i. De Corridor
 Aantal plaatsen:      88
 Doelgroep:            Patiënten met een persoonlijkheidsstoornis, in het bijzonder kwetsbare patiënten
                       (bijvoorbeeld psychotici en zedendelinquenten), met een longstay-indicatie.
 Zorg:                 Verpleging is gericht op een humaan verblijf en rehabilitatie van patiënten.
 Behandeling:          Sociotherapie, diagnostiek & risicotaxatie, psychotherapie, psychiatrische behandeling
                       en vaktherapie (bewegingsagogie).
Door nieuwbouw en een volledig doorgevoerde verzelfstandiging is de kliniek op het terrein van de
voormalige justitiële jeugdinrichting De Corridor niet langer afhankelijk van DJI. De kliniek is hierdoor niet te
vergelijken met andere locaties met tbs-capaciteit in het gevangeniswezen. De Raad heeft de kliniek daarom
niet bezocht. De elders gesignaleerde knelpunten doen zich waarschijnlijk niet of maar in beperkte mate voor,
juist omdat de kliniek het terrein en de bedrijfsvoering niet met anderen deelt.
De samenwerking tussen Dr. Henri van der Hoevenkliniek en p.i. Wolvenplein (tot december 2008)
 Aantal plaatsen:      12
 Doelgroep:            Psychotische patiënten.
 Zorg:                 Behandeling van psychiatrisch kwetsbare patiënten met behulp van elementen van de
                       therapeutische gemeenschap.
 Behandeling:          Sociotherapie, diagnostiek & risicotaxatie, psychiatrische behandeling, psychotherapie,
                       arbeidstraining en vaktherapie.
In p.i. Wolvenplein werd tot eind 2008 een kleine groep tbs-patiënten behandeld. De afdeling was bestemd
voor psychotische patiënten die op de afdeling een volledig diagnostisch en behandeltraject doorliepen. De
afdeling diende als noodcapaciteit, in afwachting van de oplevering van nieuwbouw bij de Dr. Henri van der
Hoevenkliniek.
1.2 Veronderstelde voordelen van tbs-plaatsen in het gevangeniswezen
Tijdens de bezoeken aan de vier bovengenoemde afdelingen sprak de Raad met tbs-patiënten, behandelend
personeel en directieleden. Deze gesprekspartners constateerden verschillende voordelen rond de
tenuitvoeringlegging van de tbs-maatregel in een penitentiaire inrichting. In deze paragraaf worden de
voordelen kort weergegeven. De nadelen komen in de volgende paragraaf aan bod.
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                          13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Starten met de behandeling
Het belangrijkste voordeel van de tbs-capaciteit in het gevangeniswezen ligt voor de hand: de extra plaatsen
hebben een snelle uitbreiding van de tbs-capaciteit mogelijk gemaakt. Hier hebben patiënten voordeel van
gehad omdat hun behandeling eerder is begonnen. Hier zijn bijna alle geïnterviewden het over eens.
Motiveren van patiënten
Een voordeel waar sommige gesprekspartners op wezen zou liggen in het motiveren van patiënten.
Plaatsing in het gevangeniswezen kan patiënten aanzetten om weer aan de behandeling mee te werken.
Doordat bepaalde eigenschappen van een behandelafdeling missen en omdat het afdelingsklimaat, de
bewegingsvrijheid en faciliteiten in de regel onder het niveau van een fpc liggen, zou het verblijf op een
afdeling in het gevangeniswezen patiënten er toe kunnen zetten de behandeling weer op te pakken. Dit
zou met name gunstig zijn bij patiënten met een complexe (persoonlijkheids)problematiek. Veel andere
gesprekspartners delen deze visie niet.
Overgangsvoorziening
De gevangenis zou volgens enkele gesprekspartners een geschikte plek zijn om de overgang vanuit detentie
naar behandeling te maken. Een stapsgewijze overgang geeft gelegenheid om de bajescultuur, waar
machogedrag en beveiliging domineren, te ontwennen. Tegelijkertijd kunnen patiënten toegroeien naar
een behandelklimaat. Een klimaat dat zich juist kenmerkt door relatief veel autonomie en een sterke nadruk
op interpretatie en beoordeling van gedrag. In dit kader biedt een opnameafdeling in een penitentiaire
inrichting uitkomst. Doordat niet alle gedragingen meteen worden geïnterpreteerd en tot rapportage
leiden, kunnen patiënten zich vrijer uitdrukken en meer ontspannen handelen, wat de overgang naar de
behandeling uiteindelijk bespoedigt. Een dergelijke overgangsperiode is vooral geschikt voor patiënten met
een gecompliceerde persoonlijkheidsstoornis, menen enkele gesprekspartners. Deze redenering wordt op één
locatie nadrukkelijk genoemd. Elders wordt dit voordeel sterk gerelativeerd of zelfs betwijfeld.
Op één locatie werd naar voren gebracht dat plaatsing op een opnameafdeling de stabilisatie van patiënten
kan bevorderen. Een penitentiaire inrichting biedt meer structuur en regelmaat. Daarnaast zou de invoer van
drugs beter te controleren zijn. Op andere locaties is dit argument in twijfel getrokken.
Start van de behandeling in een afgeschermde omgeving
Enkele gesprekspartners verklaarden dat vooral zedendelinquenten baat hebben bij het bestaan van een
opnameafdeling, waar de behandeling in een afgeschermde omgeving begint. Dit pleit echter vooral voor een
aparte opnameafdeling, maar niet zo zeer voor een afdeling binnen een penitentiaire inrichting, zo laten de
gesprekpartners weten.
Korte lijnen
Organisatorisch gezien bieden de afdelingen in het gevangeniswezen voordelen. Door de kleinere omvang
en de afstand tot de moederkliniek ervaren de medewerkers minder bureaucratie. Daarnaast zijn de
communicatielijnen binnen de afdeling kort, zowel in de richting van het management als in de richting
van de patiënten. Door de combinatie van beide voordelen kunnen de medewerkers sneller en creatiever
handelen. Dit zou gunstig zijn voor de behandeling: signalen van patiënten worden snel opgepakt, waarna
zorg en begeleiding relatief snel aan de situatie kunnen worden aangepast. Bovendien komen de medewerkers
tijdens het bezoek makkelijker in contact met familie en vrienden. Deze contacten zijn onder meer gunstig
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                          14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>voor de behandeling.
Kortom, in vergelijking met de situatie in de moederkliniek is het regelen van zaken binnen de afdeling
doorgaans eenvoudiger. Medewerkers vinden dit een belangrijk bijkomend voordeel. Wel merken zij op dat
het regelen van zaken met DJI veel moeizamer verloopt.
1.3 Veronderstelde nadelen van tbs-plaatsen in het gevangeniswezen
Naast de voordelen komen uit de gesprekken ook allerlei nadelen naar voren. De Raad ziet hierbij als
belangrijkste uitkomst dat de gesprekspartners vrijwel zonder uitzondering zouden kiezen voor sluiting van
de afdelingen, als er voldoende behandelplaatsen in fpc’s beschikbaar zouden zijn7.
Beperkingen voor verpleging en behandeling
Door de relatief kleine omvang van de tbs-afdelingen in het gevangeniswezen is er op een aantal locaties
geen volledig (eigen) behandelteam beschikbaar. De behandelaars komen voor een aantal dagdelen vanuit
de moederkliniek. Hiervoor moeten zij doorgaans een flinke afstand afleggen. Als gevolg hiervan zijn
behandelaars niet altijd op ieder gewenst moment beschikbaar. Dit hindert soms het werk. Meer in het
algemeen zijn de kleinere teams kwetsbaar bij uitval van personeel, want invalkrachten zijn niet zo snel
voorhanden. De gesprekspartners gaven aan hiervan beperkingen in het werk te ondervinden.
Beperkingen in outillage en dagprogramma
Zolang het gebouw en het terrein met de DJI worden gedeeld, blijft de beheersmatige cultuur van het
gevangeniswezen botsen met de eisen die een therapeutisch klimaat stelt aan de omgeving. Dit geldt met
name op de kleinere afdelingen. Het aanbod van algemene activiteiten, zoals sport of recreatie, ligt daar al
snel onder het niveau van dat in de fpc’s. Ook de bewegingsvrijheid en het luchten zijn vaak sterk gelimiteerd.
In het algemeen draagt de sobere gebouwelijke omgeving van de penitentiaire inrichtingen ook niet bij aan
het tot stand brengen van een therapeutisch klimaat. Deze constatering wordt gedeeld door gesprekspartners
bij alle afdelingen. Bij de kleinere afdelingen is dit nog meer het geval, omdat deze afdelingen minder in staat
zijn de (gebouwelijke) omgeving een passend eigen karakter te geven.
Beperkingen in de doorstroming
De doorstroming op de kleinere afdelingen stagneert, verklaren de gesprekspartners bij deze afdelingen. De
kleinere afdelingen richten zich in hoofdzaak op de opname van nieuwe patiënten en/of het aanbieden van
patiënten voor ruiling en herselectie. Hierbij gaat het slechts om een onderdeel van de verpleging dat wordt
gevolgd door plaatsing in een kliniek. De doorstroming naar de klinieken verloopt echter stroef. Hierdoor
loopt de duur van het verblijf op de kleinere afdelingen regelmatig op.
Gesprekspartners bij de grotere afdelingen herkennen dit probleem niet of in mindere mate. Deze afdelingen
functioneren meer als een volwaardig fpc, waar patiënten de volledige behandeling op de afdeling kunnen
doorlopen.
Personeelsbeleid en scholing worden bemoeilijkt
Door de afstand ten opzichte van de moederkliniek zijn er minder professionals beschikbaar, menen
    7    Deze uitspraak is niet op De Corridor van toepassing omdat deze locatie niet door de Raad is bezocht in het kader van de voorberei-
        ding van dit advies.
                  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                                     15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>verschillende medewerkers. Met name de kleinere, maar deels ook de grotere afdelingen, zijn voor bijscholing
van het personeel afhankelijk van de moederkliniek. Het volgen van een opleiding heeft daarom meer reistijd
tot gevolg. Om dezelfde reden wordt het inroepen van invalkrachten bemoeilijkt.
Onvoldoende voorbereiding op uitbreiding
Op alle afdelingen die de Raad bezocht hadden medewerkers startproblemen ondervonden. Zelfs tot drie jaar
naar de ingebruikneming is de rechtspositie van patiënten nog lang niet overal vergelijkbaar met die in een
fpc. Hoewel de Raad niet heeft gehoord van ernstige tekortkomingen in de verpleging en/of behandeling, is de
kwaliteit van de verpleging en behandeling op nieuwe locaties voor verschillende gesprekspartners een punt
van zorg.
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                          16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>2. Beoordeling en aanbevelingen
2.1 Alleen als tijdelijke noodcapaciteit
De Raad is van oordeel dat tbs-capaciteit in het gevangeniswezen alleen zou moeten worden toegepast
als noodmaatregel. Momenteel nemen de wachtlijsten in de tbs-sector niet verder toe en nemen in de
toekomst mogelijk zelfs af. Op afzienbare termijn zal dan de noodzaak vervallen om deze noodvoorziening
te handhaven. Maar zelfs als wachtlijsten zouden blijven bestaan, vormt dit naar het oordeel van de Raad
nog geen reden om de tbs-capaciteit in het gevangeniswezen zonder nadere overweging te behouden. De
Raad is van mening dat er gedurende de looptijd van de tender voldoende tijd is geweest om uitbreiding van
volwaardige tbs-capaciteit te realiseren. Van noodcapaciteit kan daarom, na zeven jaar, geen sprake meer zijn.
Vooralsnog stelt de Raad niet voor om alle tbs-plaatsen in het gevangeniswezen onmiddellijk op te heffen.
Ten opzichte van 2006 ontwikkelen sommige afdelingen zich goed, waarbij is te wijzen op beter uitgewerkte
doelgroepen, beschikbaarheid van beleidsplannen, meer aanbod van behandeling en activiteiten en, tot slot,
beter geoutilleerde afdelingen. De Raad merkt wel op dat deze ontwikkelingen bij een deel van de afdelingen
achterblijven.
Vanaf 2007 koopt het ministerie van Justitie forensische zorg in bij verschillende zorgaanbieders. Onder de
zorgaanbieders bevinden zich fpc’s en ggz-instellingen. Naar de mening van de Raad zijn dit de aangewezen
instellingen voor de behandeling van tbs-patiënten. Om die reden stelt de Raad voor om extra capaciteit,
voorzover die na 2012 nodig is, buiten het gevangeniswezen te realiseren. Dit kan door het bouwen of
uitbreiden van fpc’s of door het aangaan van samenwerkingsverbanden met zorgaanbieders. Als inkoper kan
Justitie hierin zelf sturen.
Al met al dient bij het afnemen van de capaciteitsproblematiek het voortbestaan van de tbs-plaatsen in het
gevangeniswezen kritisch te worden heroverwogen. Dit zou tot de conclusie kunnen leiden dat een deel van
de tbs-capaciteit nog voor het aflopen van de tender kan worden afgebouwd.
 Aanbeveling:
 Kies in de toekomst alleen nog voor uitbreiding van tbs-capaciteit in fpc’s of ggz-instellingen.
2.2 Vertragende schakel in een niet goed functionerende keten
Het is een goede zaak dat de behandeling bij een groot aantal tbs-patiënten eerder heeft kunnen beginnen
dankzij de ingebruikname van afdelingen in het gevangeniswezen. Een kanttekening is echter op zijn plaats.
De snellere start van de behandeling is alleen gunstig voor zover de behandeling op de afdeling kan worden
afgerond of tijdig een vervolg krijgt in een kliniek. Dit blijkt niet altijd het geval te zijn. De doorstroming
binnen de klinieken is sinds de ingebruikname van de afdelingen in het gevangeniswezen niet of nauwelijks
verbeterd. Patiënten op een opnameafdeling moeten daardoor alsnog wachten op een behandelplaats in de
moederkliniek. De behandeltijd op de opnameafdeling loopt hierdoor regelmatig op, in sommige gevallen tot
meer dan twee jaar. Dit staat in schril contrast tot de beoogde duur van de opnamefase, namelijk een half jaar
tot een jaar.
Bij sommige patiënten krijgt het verblijf in het gevangeniswezen het karakter van een ‘wachtkamer’ binnen de
tbs-maatregel. Het behandelaanbod blijft achter, terwijl de behandeling formeel gezien doorloopt. Als daarbij
nog wordt bedacht dat het einde van de zesjaarstermijn en uiteindelijk ook een longstayplaatsing dichterbij
                 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                            17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>komen, wordt een ernstig probleem zichtbaar. In verband hiermee is de Raad er voorstander van uitsluitend
gebruik te maken van tbs-plaatsen in het gevangeniswezen met een volledig behandelaanbod.
 Aanbeveling:
 Maak alleen gebruik van afdelingen die een volledige behandeling kunnen aanbieden.
2.3 De voordelen zijn niet uniek voor het gevangeniswezen
De Raad onderkent enkele van de door de gesprekspartners genoemde voordelen, maar plaatst vraagtekens
bij de noodzaak om deze voordelen binnen het gevangeniswezen te zoeken. Bijna alle voordelen kunnen
ook worden behaald met apart daarvoor op te richten afdelingen bij fpc’s of ggz-instellingen. In vergelijking
daarmee kennen de afdelingen in het gevangeniswezen beperkingen die afdelingen op het terrein van een fpc
of ggz-instelling niet of in mindere mate zouden hebben.
Ook een ander door respondenten aangegeven voordeel vraagt om relativering. De afstand tot de kliniek,
zowel de fysieke als de ‘gevoelde’ afstand, bemoeilijkt de overgang van de opnamefase naar de fase van de
behandeling. In dit licht is een afgesplitste opnameafdeling nabij een fpc waarschijnlijk te verkiezen boven
een tbs-afdeling in een penitentiaire inrichting, die zich vaak op grotere afstand van de fpc bevindt.
Waar het de stabilisatie van patiënten betreft, dient te worden bedacht dat bij het merendeel van de tbs-
gestelden de behandeling pas begint na een voorlopige hechtenis en eventueel het uitzitten van een straf8.
Stabilisatie heeft dus doorgaans al elders plaatsgevonden.
2.4 Motivatie als onderdeel van de behandeling
Op enkele tbs-afdelingen in het gevangeniswezen verblijven patiënten van wie de behandeling is vastgelopen.
Deze patiënten worden daar tijdelijk geplaatst als vorm van ‘time-out’, waarna zij mogelijk de behandeling
weer willen voortzetten. Verder worden er patiënten geplaatst van wie de behandeling is mislukt. Deze
patiënten verblijven daar in afwachting van een herselectie.
De Raad vindt het niet wenselijk dat de tijdelijke afdelingen hiervoor worden gebruikt. Als de behandeling
niet wil lukken, om welke reden dan ook, dient de patiënt door middel van een daarop toegespitste
interventie weer te worden gemotiveerd. Het motiveren van patiënten is een therapeutische aangelegenheid.
Plaatsing van ongemotiveerde patiënten op een ‘minder aangename’ afdeling verdraagt zich niet met dit
uitgangspunt. Ook als herselectie en ruiling aan de orde zijn, dienen patiënten niet te worden weggezet in het
gevangeniswezen. Hierdoor ontstaat het risico dat patiënten onnodig lang in een omgeving met minimale
zorg en behandeling moeten wachten.
 Aanbeveling:
 Zorg dat patiënten door middel van een daarop toegespitste interventie gemotiveerd blijven voor hun
 behandeling. Voorkom dat ongemotiveerde patiënten op tijdelijke afdelingen worden geplaatst uitsluitend
 om drang uit te oefenen.
    8   In 2005 en 2006 is aan 383 personen een tbs-maatregel opgelegd. Hiervan heeft 87% ook een detentie opgelegd gekregen. De opge-
       legde straf bedraagt in veel gevallen (64%) een periode van maximaal twee jaar. Een relatief klein deel (11%) van de tbs-gestelden met
       een combinatievonnis krijgt een lange gevangenisstraf opgelegd: meer dan 6 jaar. Voor het resterende deel (25%) geldt een opgelegde
       gevangenisstraf van twee tot zes jaar (WODC, 2008).
                  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                                    18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>2.5 Schaalgrootte telt! Kleinere afdelingen sluiten
Er bestaan grote verschillen tussen de afdelingen die de Raad bezocht. Eén daarvan betreft het aanbod van
behandeling. Dit loopt uiteen van bijna geen zorg tot een volledige, tbs-waardige behandeling. Daarnaast
verschillen de afdelingen sterk in klimaat en uitstraling. Hierdoor lijken een paar afdelingen nauwelijks te
verschillen van een penitentiaire inrichting, terwijl andere afdelingen nauwelijks onderdoen voor een fpc.
Een laatste belangrijk verschil is zichtbaar bij het aanbod van activiteiten en het dagprogramma. Dit aanbod
voldoet aan de minimumeisen van de Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt), zoals de
Inspectie voor de Sanctietoepassing en de Inspectie Gezondheidszorg al hebben vastgesteld.9 Echter, op
sommige locaties komt het aanbod maar net boven het minimum uit, waardoor naar het oordeel van de Raad
soms nauwelijks sprake is van een behandelklimaat. Bovendien kan door de grote verschillen, zowel tussen
de afdelingen in het gevangeniswezen als met de moederkliniek, de rechtsgelijkheid van tbs-patiënten in het
geding komen.
De verschillen tussen de afdelingen lijken samen te hangen met de omvang van de afdelingen. Juist de
kleinere afdelingen presteren op alle vlakken minder of zelfs onder het niveau van een zorggerichte afdeling.
Kleinere afdelingen beschikken niet over een eigen volwaardig behandelteam. Bovendien zijn de kleinere
afdelingen voor allerlei faciliteiten en organisatorische aspecten sterk afhankelijk van de penitentiaire
inrichting die hen huisvest. Hierdoor laten aanpassingen lang op zich wachten en is de beheersmatige cultuur
van de inrichting maar moeilijk te doorbreken
Een patiëntenpopulatie van een bepaalde omvang is nodig om een goed niveau van zorg en een acceptabel
behandelklimaat tot stand te brengen. Afgaande op de genoemde verschillen tussen de afdelingen ligt de
ondergrens naar mening van de Raad bij circa 40 patiënten. De Raad stelt daarom voor om afdelingen met
minder patiënten te sluiten, zodra dat mogelijk is. De grotere tbs-afdelingen kunnen blijven bestaan, mits aan
verdere verbetering en onafhankelijkheid ten opzichte van de penitentiaire inrichtingen wordt gewerkt. Dit
neemt niet weg dat ook de grotere afdelingen als eerste moeten sluiten als verdere afbouw van tbs-capaciteit
mogelijk is. Zo lang er nog tbs-plaatsen in het gevangeniswezen bestaan, mag eventuele afbouw van tbs-
capaciteit in ieder geval nooit ten koste gaan van behandelplaatsen in volledig toegeruste klinieken.
Bij sluiting van afdelingen dient te worden voorkomen dat er een periode ontstaat waarin het niveau van
zorg en behandeling onder een absoluut minimum zakt, bijvoorbeeld door het vertrek van behandelaars
en sociotherapeuten. Het lijkt de Raad daarom verstandig een afdeling in het geheel te sluiten kort nadat
de beslissing daartoe is genomen. Een lange periode van onzekerheid voorafgaand aan de beslissing moet
eveneens worden vermeden.
 Aanbeveling:
 Sluit de kleinere afdelingen en zorg dat de grotere afdelingen zich tot zelfstandige klinieken ontwikkelen.
 Sluit ook de grotere afdelingen zodra verdere afbouw van de tbs-capaciteit mogelijk is.
2.6 Geen nieuwe patiënten samenplaatsen met vastgelopen patiënten
Het verlof, een onmisbaar onderdeel voor de behandeling, is door de beperkingen van de penitentiaire
inrichtingen op de meeste tbs-afdelingen in het gevangeniswezen moeilijk uitvoerbaar. Dientengevolge
worden op een aantal afdelingen alleen patiënten zonder verlofmachtiging geplaatst. Op een enkele locatie
    9   Tbs in het gevangeniswezen, themaonderzoek, ISt, Den Haag, oktober 2006.
                  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                                  19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>heeft dit tot gevolg dat nieuwe patiënten worden samengeplaatst met patiënten die in hun behandeling
zijn vastgelopen. Het is echter de vraag of dit zinvol is. Het bij elkaar plaatsen van nieuwe patiënten en
ongemotiveerde patiënten kan een negatieve invloed op de nieuwe patiënten hebben, omdat zij dan al bij de
start van hun behandeling met de mislukkingen en weerstand van andere patiënten worden geconfronteerd.
                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                           20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Bronvermelding
• L. Desain, Uitbreiding TBS-capaciteit in het gevangeniswezen, Sancties, aflevering 1-2009, p. 48-60
• Inspectie voor de Sanctietoepassing en Inspectie voor de gezondheidszorg, Themaonderzoek TBS in het
  gevangeniswezen, Den Haag: oktober 2006
• Inspectie voor de Sanctietoepassing en Inspectie voor de gezondheidszorg, Vervolgonderzoek TBS in het
  gevangeniswezen, Den Haag: april 2008
• E.J.P. Desain, M. Brink en C.C. Koning, Tbs plaatsen in penitentiaire inrichtingen, Regioplan
  beleidsonderzoek, Amsterdam: januari 2008
• Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Tbs in het gevangeniswezen, Den Haag: januari
  2006
• A.P. van Wijk, e.a., Uitstel van behandeling, een verkennend onderzoek naar TBS-gestelden met en zonder
  een combinatievonnis en de mogelijke effecten van detentie, Advies- en onderzoeksgroep Beke, Arnhem:
  2008.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                                        21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Tbs uit het gevangeniswezen
                                           22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>