<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
Richting aan vrijwilligersbeleid in het kader
van sanctietoepassing
Advies d.d. 8 juni 2010
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                         1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                            2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Samenvatting                                                                                                    5
Aanleiding en context voor dit advies                                                                           9
Opbouw advies en leeswijzer                                                                                    11
1. Positionering vrijwilligersbeleid in het kader van sanctietoepassing                                        13
      1.1 Vrijwilligerswerk in het algemeen: definitie, omvang en ontwikkelingen                               13
      1.2 Een terugblik op vrijwillige inzet in het kader van sanctietoepassing                                14
      1.3 Ontwikkelingen op het sanctieterrein in relatie tot de inzet van vrijwilligers                       15
      1.4 De meerwaarde van vrijwillige inzet in het kader van sanctietoepassing                               18
      1.5 Voorwaarden voor vrijwilligersbeleid in het kader van sanctietoepassing                              19
2. Reactie op de conceptbeleidsvisie van het Ministerie van Justitie                                           23
      2.1 Inleiding en achtergrond                                                                             23
      2.2 Reactie op de conceptbeleidsvisie                                                                    23
 3. Conclusie en aanbevelingen                                                                                 27
      3.1. Conclusie                                                                                           27
      3.2. Aanbevelingen                                                                                       27
Bijlage
Beschrijving hoofdlijnen conceptbeleidsvisie Ministerie van Justitie                                           29
Bronvermelding                                                                                                 33
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                           3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                            4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting
Het Ministerie van Justitie heeft de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming gevraagd
te adviseren over een conceptbeleidsvisie met betrekking tot het vrijwilligersbeleid in het kader van
sanctietoepassing. Het advies van de Raad wordt samen met dat van andere organisaties betrokken bij het
opstellen van een definitieve beleidsvisie voor het vrijwilligersbeleid. De uiteindelijke beleidsvisie vormt
de grondslag voor regelingen op het gebied van toelating en subsidiëring van vrijwilligersorganisaties en de
uitvoering daarvan.
Het is positief dat de Minister van Justitie met een beleidsvisie op het vrijwilligerswerk in het kader
van sanctietoepassing komt. De Raad is ervan overtuigd dat de inzet van vrijwilligers in het kader van
sanctietoepassing een nuttige en noodzakelijke bijdrage kan leveren aan de resocialisatie en terugkeer van
(ex-)gedetineerden naar de samenleving. Voor personen voor wie de datum van terugkeer in de Nederlandse
samenleving nog ver weg is of uitblijft (bijvoorbeeld bij langgestraften of bij vreemdelingenbewaring) ziet
de Raad de inzet van vrijwilligers voornamelijk in het licht van versterking van een humaan detentieklimaat.
De Raad ondersteunt daarnaast de inzet van vrijwilligers bij de naleving van bijzondere voorwaarden.
Om de inzet en meerwaarde van vrijwilligers te ondersteunen is een doordachte en stimulerende aanpak
nodig, zowel op landelijk beleidsniveau als op het niveau van de uitvoering. Het aanbod (de bereidheid) tot
vrijwilligerswerk moet worden ontwikkeld, gemobiliseerd en vastgehouden. Ook de vraag naar vrijwilligers
moet manifest worden gemaakt en georganiseerd. Hier ziet de Raad een belangrijke taak weggelegd voor het
Ministerie van Justitie op landelijk niveau en, mede gelet op de inwerkingtreding van de Wet maatschappelijke
ondersteuning, voor de gemeenten op lokaal niveau. Het verdient aanbeveling de wilskracht tot en het
draagvlak voor de inzet van vrijwilligers in het kader van sanctietoepassing verder te versterken en de
gerichtheid op resocialisatie en terugkeer in de samenleving daarvan te vergroten. De inzet van vrijwilligers in
het kader van de sanctietoepassing wordt daarmee doelgerichter en minder vrijblijvend.
Ruim 70 procent van de gedetineerden pleegt binnen zeven jaar na ontslag uit de gevangenis opnieuw een
strafbaar feit. Met name in de eerste periode na het ontslag is de kans op recidive het grootst. Om de recidive
terug te dringen heeft het kabinet onder meer beleid ingezet gericht op de nazorg aan ex-gedetineerden bij
terugkeer in de samenleving. Tot dusver concentreert de aanpak zich hierbij op de inzet van professionals.
Als gevolg van het samenwerkingsmodel nazorg bijvoorbeeld zijn verantwoordelijkheden tussen Justitie
en gemeenten opnieuw gedefinieerd en overdrachtmomenten scherp(er) afgebakend. De begeleiding van
justitiabelen door de reclassering is de laatste jaren meer gericht op toezicht en controle en begeleiding door
een reclasseringswerker kan niet meer, zoals voorheen, op verzoek van een justitiabele zelf plaatsvinden maar
alleen op verzoek van OM, rechter of DJI. De behoefte aan begeleiding kan desondanks bestaan.
Tegelijkertijd bieden ontwikkelingen zoals de in gang gezette regionale plaatsing van gedetineerden
in de laatste vier maanden van detentie, de op stapel staande (her-)invoering van het avond- en
weekendprogramma en de recente totstandkoming van een landelijk netwerk van veiligheidshuizen gunstige
aanknopingspunten en kansen voor verbetering van de inzet van vrijwilligers.
De Raad meent dat de inzet van professionals gericht op het terugdringen van recidive, versterking nodig
heeft en dat dit mogelijk is met een goed ondersteund (vraag-)gericht vrijwilligersbeleid. Het hebben van
sociale contacten, het herstellen van de betrekkingen met partners, ouders en anderen zijn belangrijke
voorwaarden om zich weer geaccepteerd te voelen en niet terug te vallen in oud gedrag. Vrijwilligers kunnen
                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                            5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>bij het herstel van deze contacten of bij het aangaan van nieuwe contacten als tegenwicht tegen de oude
een essentiële rol spelen. Juist door de vrijwillige inzet en persoonlijke binding van vrijwilligers, in zekere
zin te beschouwen als vertegenwoordigers van de maatschappij, kunnen nieuwe positieve relaties ontstaan.
Vrijwilligers springen vanuit persoonlijk, menselijk contact in op datgene wat een professional niet of
niet meer kan leveren. De binding van een vrijwilliger met een (ex-) gedetineerde is het aansprekende en
onderscheidende element dat een beroepsmatige relatie per definitie te boven gaat. Vrijwilligers kunnen
hierdoor aanvullend op professionals een grote rol spelen in het kader van het aangaan van nieuwe positieve
relaties en het begeleiden van de terugkeer van (ex-)gedetineerden naar de samenleving. Een goed selectie-
en scholingsbeleid ten aanzien van vrijwilligers is daarbij essentieel. Goede selectie en matching spelen ook
een belangrijke rol bij een eventuele inzet van vrijwilligers door de reclassering in het kader van naleving van
bijzondere voorwaarden.
Aan de volgende voorwaarden moet volgens de Raad zijn voldaan, wil vrijwilligersbeleid in het kader van
sanctietoepassing effectief zijn:
1.   Gerichtheid op continuïteit van binnen naar buiten. Met name in de eerste periode na het ontslag
     zijn veel (ex-)gedetineerden kwetsbaar en is de kans op recidive het grootst. De overgang van
     dagelijks toezicht tot het moment van ontslag naar veel minder of geen toezicht daarna is ingrijpend.
     De inzet van vrijwilligers voor en na ontslag van een gedetineerde kan de “knip” in professionele
     verantwoordelijkheden in persoonlijk en praktisch opzicht versoepelen. Het opbouwen van een relatie
     vergt echter tijd tijdens detentie. Het is daarom belangrijk dat het contact tussen de vrijwilliger en
     gedetineerde zo spoedig mogelijk na de regionale plaatsing wordt gelegd. Bij voorkeur houdt dit contact
     tot enige tijd na ontslag van de gedetineerde aan.
2.   De Minister van Justitie is verantwoordelijk voor het stimuleren en faciliteren van de inzet van vrijwilligers
     in penitentiaire inrichtingen en instellingen. Voor alle DJI- sectoren zou daartoe een transparante
     procedure met een redelijke doorlooptijd moeten gelden voor organisaties om als niet-Justitiegebonden
     organisatie te worden erkend. Bezoektijden binnen de inrichtingen kunnen beter worden afgestemd
     op de mogelijkheden van vrijwilligers met baan of opleiding door het bezoek in de avonduren of in het
     weekend mogelijk te maken.
3.   Helderheid is nodig over de rol en verantwoordelijkheden van vrijwilligers. De kracht van vrijwilligers
     schuilt erin de justitiabele aan te spreken vanuit een binding van mens tot mens. De basis is “vertrouwen”,
     de onderlinge relatie is daarbij doorslaggevend. De verantwoordelijkheid voor toezicht of begeleiding
     ligt daarom bij professionals. Ook goed geïntegreerde ex-justitiabelen moeten overigens voor
     vrijwilligerswerk in aanmerking komen. Zij kunnen als overtuigend en bemoedigend rolmodel fungeren.
4.   Vrijwilligersorganisaties worden voldoende gefaciliteerd bij het uitoefenen van hun taken zodat de
     continuïteit gewaarborgd is. Van vrijwilligersorganisaties kan niet worden gevraagd door middel van
     scholing en intervisie in vrijwilligers te investeren of in samenwerkingsrelaties met professionele
     organisaties als de financiering van hun werk onzeker is.
5.   De meerwaarde van de inzet van vrijwilligers in het kader van sanctietoepassing is aantoonbaar. Een
     experimenterende en lerende werkwijze kan tot best practices en een nieuwe aanpak van bepaalde
     doelgroepen (jeugdigen, allochtonen) leiden.
Op grond van deze voorwaarden, die in dit advies verder zijn uitgewerkt, heeft de Raad de conceptbeleidsvisie
van het Ministerie van Justitie bezien.
                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                            6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Het doel van de beleidsvisie van het Ministerie van Justitie is “dat het vrijwilligerswerk voor (ex-)justitieel
ingeslotenen vanaf 2011 op een inhoudelijk te verantwoorden, objectieve en verantwoorde manier door het
ministerie wordt ondersteund”. De Raad acht de conceptbeleidsvisie daartoe een noodzakelijke maar nog niet
voldoende stap in de goede richting. Positief valt te waarderen dat vrijwilligers na enige jaren van afwezigheid
weer op de beleidsagenda staan en dat een aanzet tot regulering en kaderstelling wordt gemaakt waarbij
tegelijkertijd het besef doorklinkt dat dit een ontwikkeling van langere termijn is. Het feit dat een en ander in
een interactief proces met de vrijwilligersorganisaties tot stand is gekomen is eveneens positief.
De Raad plaatst echter ook kanttekeningen bij de conceptbeleidsvisie.
In hoofdlijnen gaat het om het volgende:
•      De inhoudelijke en beleidsmatige inbedding van de inzet van vrijwilligers verdient (verdere)
       doordenking. De Raad adviseert de inzet van vrijwilligers bij (ex-)gedetineerden sterker in het licht te
       plaatsen van resocialisatie van (ex‑)gedetineerden, hun terugkeer naar de samenleving alsmede van
       de verbetering van het detentieklimaat. De inzet van een vrijwilliger voor en na ontslag kan de knip
       in professionele verantwoordelijkheden versoepelen en verdient ondersteuning. Het in algemene zin
       beperken van subsidiëring tot de inzet van vrijwilligers voor personen met een justitieel kader en het
       uitsluiten van ondersteuning voor “familieleden niet zijnde partner of kinderen” is volgens de Raad
       vanuit resocialisatiedoeleinden (sociaal kapitaal) te beperkt en niet verstandig.
•      Vanuit het besef van het belang van vrijwilligers voor de resocialisatie en het aangaan van
       positieve sociale relaties voor (ex-)gedetineerden kan de inzet van vrijwilligers in het kader van
       sanctietoepassing sterker worden gestimuleerd. De toegang van vrijwilligers tot de detentie wordt in
       de conceptbeleidsvisie vooral gereguleerd, maar niet gestimuleerd. Zo bepleit de Raad om voor alle
       DJI-sectoren een toelatingsregeling te ontwikkelen danwel deze onder de reikwijdte van de bestaande
       regelingen te laten vallen, maar ook om vrijwilligers in de avonduren en in de weekends toe te
       laten en om bij personen met een justitieel verleden alternatieve voorwaarden te hanteren voor het
       voorgenomen vereiste voor aspirant vrijwilligers van een VOG- verklaring. Mede gelet op de mogelijke
       inzet van vrijwilligers bij de reclassering vraagt de Raad om heroverweging van de stellingname dat
       “professionele organisaties terughoudend dienen te zijn in het aantrekken van vrijwilligers in hun
       organisaties”.  
•      De Raad adviseert de inzet van vrijwilligers meer vraaggericht te maken en daarmee te relateren aan de
       behoefte van de justitiabele (op diens initiatief of dat van een professional). Onderzoek naar de effecten
       van de inzet van vrijwilligers wordt in de conceptbeleidsvisie niet voorzien of gestimuleerd maar
       acht de Raad gewenst gelet op de investeringen die hier gedaan worden (belangeloze inzet, scholing,
       toelating, facilitering).
•      Financieel en organisatorisch wordt de vrijwilligersorganisaties weinig zekerheid geboden.
       Met de aankondiging dat “zoals bij alle rijksuitgaven het niet uitgesloten is dat het budgettaire kader  
       (€ 1,6 miljoen in 2011) de komende kabinetsperiode aan een herijking zal worden onderworpen”,
       wordt slechts in beperkte mate financiële zekerheid geboden. De Raad begrijpt dat met het oog op
       de komende bezuinigingen financiële zekerheid niet te bieden is op dit moment. Het voornemen
       in de conceptbeleidsvisie “wanneer de aanvragen de beschikbare budgettaire ruimte voor het
       vrijwilligerswerk overschrijden, zullen de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen naar rato
       worden toegekend” zorgt echter, mede omdat nadere afwegingen mogelijk aan de orde zijn, voor
       onnodige onzekerheid bij vrijwilligersorganisaties. Ter voorkoming van versnippering van energie
       en financiële middelen adviseert de Raad in een dergelijke situatie prioriteiten te stellen en met
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                           7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>       een beperkt aantal organisaties een duurzame relatie aan te gaan. Het Ministerie van de Justitie kan
       vrijwilligersorganisaties overigens ook in andere dan financiële zin ondersteunen en zekerheid bieden
       door ze in de juiste context en professionele samenwerkingsverbanden te positioneren (zie § 1.3).
Tot slot formuleert de Raad in hoofdstuk 3 algemene aanbevelingen.
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                           8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Aanleiding en context voor dit advies
De Staatssecretaris van Justitie heeft aan de Tweede Kamer toegezegd op interactieve wijze met relevante
betrokkenen, waaronder de vrijwilligersorganisaties die actief zijn op het terrein van Justitie, te komen tot
een gedragen beleidsvisie op vrijwilligerswerk in het kader van sanctietoepassing voor de komende jaren1.
De Raad is gevraagd te adviseren over de conceptbeleidsvisie van het Ministerie van Justitie. De uiteindelijke
beleidsvisie van het Ministerie van Justitie vormt de basis voor regelingen met betrekking tot toelating en
subsidiëring van vrijwilligersorganisaties en de uitvoering daarvan.
Het geheel van vrijwillige verbanden van burgers wordt wel omschreven als het maatschappelijke
middenveld of de “civil society”2. De civil society kan worden gezien als een maatschappelijk domein naast
overheidsinstellingen en “de markt” ofwel het bedrijfsleven. Wanneer activiteiten in deze domeinen gericht
zijn op dezelfde doelstellingen kan synergie optreden. Het vrijwilligerspotentieel kan op verschillende niveaus
worden gesitueerd3:
•    Microniveau: mensen willen zich inzetten (engagement), beschikken over voldoende tijd om zich in te
     zetten (beschikbaarheid) en beschikken over de nodige kennis, vaardigheden en ervaringen om aan de
     slag te kunnen (geschiktheid)
•    Mesoniveau: organisaties hebben wervingskracht, creëren aantrekkelijke en flexibele mogelijkheden en
     zijn succesvol in het behouden van vrijwilligers
•    Macroniveau: in de samenleving bestaat er een sterke wilskracht tot en draagvlak voor vrijwillig
     engagement, er worden beleidsmatige initiatieven genomen om het maatschappelijk draagvlak en de
     beschikbare tijd voor vrijwilligerswerk te vergroten.
Elk niveau is een relevant aangrijpingspunt voor beleid. De Raad concentreert zich in dit advies op
het macro- en mesoniveau om daarmee de gewenste effecten op microniveau, het in voldoende
mate beschikken over geschikte en betrokken vrijwilligers, te bewerkstelligen.
De Raad heeft in een recent advies4 een lans gebroken voor de inzet van vrijwilligers bij de
begeleiding na ontslag van gedetineerden. Op grond van contacten met vrijwilligersorganisaties
signaleerde de Raad in dit advies de volgende knelpunten:
•    De landelijke toelatingsregeling voor niet-Justitiegebonden organisaties functioneert reeds langere tijd
     niet of stroef.
•    De inrichtingen voeren in grote mate eigen beleid bij het samenwerken met vrijwilligersorganisaties en
     het toelaten van bezoekers(groepen). Als gevolg hiervan zijn vrijwilligers in sommige inrichtingen van
     harte welkom, terwijl andere inrichtingen hen met veel restricties of helemaal niet toelaten.
De Raad adviseerde de Minister van Justitie een stimulerend en coördinerend beleid te voeren dat contacten
tussen gedetineerden en burgers op een zinvolle en verantwoorde manier mogelijk maakt.
De Raad acht het positief dat de minister nu met een beleidsvisie op het vrijwilligerswerk in de
sanctietoepassing komt. In dit advies wordt uiteengezet dat het aanbeveling verdient de wilskracht tot en
het draagvlak voor de inzet van vrijwilligers in het kader van sanctietoepassing verder te versterken en de
vraaggerichtheid daarbij te vergroten. Het onderhavige advies richt zich met name op de volgens de Raad
    1   TK 2009- 2010, nr. 92, TK 2009-2010, 24 587, nr. 363.
    2   H.J. van Daal, Vrijwilligersbeleid van Justitie: een quick scan van ervaringen en perspectieven, 2002, p.31.
    3   In navolging van Meijs et al., Paul Dekker en Joep de Hart (red.), Vrijwilligerswerk in meervoud: civil society en vrijwil-
        ligersgerswerk 5, 2009, p.260.
    4   RSJ, Doorpakken; maatschappelijke re-integratie en nazorg voor ex-gedetineerden, 2009.
                 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                                    9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>noodzakelijke vergroting van de mogelijkheden van vrijwilligers om (ex-)justitiabelen te ondersteunen en
(ex-)gedetineerden te begeleiden bij de terugkeer naar de maatschappij.
De Raad betrekt bij dit advies de onlangs gepubliceerde beginselen van goed bejegenen5. In dit kader hecht de
Raad met name aan:
•    Het beginsel van perspectief, resocialisatie en nazorg: het detentieregime is gericht op de terugkeer van de
     ingeslotene in de samenleving. Daarbij is voorzien in een adequaat systeem van nazorg;
•    Het beginsel van een zinvol regime: het regime biedt voldoende ruimte voor activiteiten die zin en
     betekenis hebben voor structuur van het leven in detentie, afwisseling van dagritme, maatschappelijke
     reïntegratie en ontwikkeling en ontplooiïng van de ingeslotene.
Van belang in dit verband is dat detentie maatschappelijke banden doorsnijdt en de ingeslotene daarmee
in sociaal-maatschappelijk opzicht schade toe kan brengen, de zogenoemde detentieschade. Volgens
eerstgenoemd beginsel dient de overheid zich, mede in het licht van terugdringen recidive, actief in te
spannen om deze schade te voorkomen en te herstellen door het bewerkstelligen van maatschappelijke
aansluiting. Volgens het tweede genoemde beginsel draagt een zinvol geheel aan activiteiten bij aan een
geslaagde terugkeer in de samenleving (en daarmee aan vermindering van recidive). Het regime omvat een
programma van activiteiten die zin en betekenis hebben, waarbij in dit verband geestelijke verzorging en
het kunnen onderhouden van contacten met de buitenwereld genoemd kunnen worden. Een zinvol regime
biedt de ingeslotenen ruimte en stimuleert hen tot ontwikkeling van zichzelf. Medewerkers van de inrichting
vertalen dit naar de individuele ingeslotene en stimuleren hem tot deelname aan activiteiten.
Toegespitst op de mogelijkheden van vrijwilligers vormt de ontmoeting met niet-professionele krachten een
unieke mogelijkheid van bejegening met meerwaarde voor de gedetineerde. Het realiseren van de inzet van
vrijwilligers is dan mede te zien als een invulling van goede bejegening van gedetineerden.
Zoals ook eerder opgemerkt zijn bij het uitvoeren van de resocialisatie-opdracht zowel de tenuitvoerleggende
instanties als de samenleving betrokken en acht de Raad resocialisatie een taak van de gehele overheid6.
Tenzij anders aangegeven wordt in dit advies met (ex-)gedetineerden gedoeld op personen die in een
inrichting of instelling van DJI verblijven of verbleven, dat wil zeggen meerder- en minderjarige (ex-)
gedetineerden, (ex-)tbs-verpleegden en personen die in vreemdelingenbewaring in een detentie- of
uitzetcentrum verblijven of verbleven. In het verlengde daarvan wordt in dit advies met vrijwilligersbeleid
gedoeld op beleid gericht op de inzet van vrijwilligers in het kader van sanctietoepassing en terugkeer van
(ex-)gedetineerden in de samenleving. In de beschrijving ligt, aansluitend op de conceptbeleidsvisie van
het Ministerie van Justitie, de focus bij de inzet van vrijwilligers bij volwassen (ex‑)gedetineerden omdat het
verschijnsel vrijwilligerswerk zich voornamelijk in deze sector voordoet. Dat neemt niet weg dat een grotere
inzet van vrijwilligers bij tbs en met name jeugd ook voordelen kan opleveren.
    5     RSJ, Goed bejegenen; beginselen voor het omgaan met ingeslotenen, 2010.
    6     RSJ, 2009. Zie noot 4.
                 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                            10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Opbouw advies en leeswijzer
In hoofdstuk 1 beschrijft de Raad zijn visie op het vrijwilligersbeleid in het kader van sanctietoepassing. De
eerste paragrafen gaan in op een begripsbeschrijving van en ontwikkelingen in het vrijwilligerswerk in het
algemeen (§ 1.1) en een korte terugblik op de inzet van vrijwilligers op het sanctieterrein (§ 1.2). Paragraaf 1.3
beschrijft de meest relevante actuele ontwikkelingen op onderdelen van het sanctieterrein in relatie tot de
(gewenste) inzet van vrijwilligers. In paragraaf 1.4 wordt vervolgens ingegaan op de betekenis en potentiële
mogelijkheden van de inzet van vrijwilligers, gekoppeld aan doelstellingen van vrijwilligersbeleid zoals de
Raad dat op dit terrein wenselijk acht. In paragraaf 1.5 formuleert de Raad tot slot de voorwaarden voor het
aanbevolen toekomstig vrijwilligersbeleid. Deze worden in hoofdstuk 2 gehanteerd om de door het Ministerie
van Justitie beleidsmatig beoogde toekomstige situatie te toetsen. Hoofdstuk 3 bevat aanbevelingen in meer
algemene zin.
De lezer die vooral gericht is op de algemene concluderende bevindingen wordt met name verwezen naar de
paragrafen 1.4, 1.5 en hoofdstuk 3. Voor historische en contextuele achtergrondinformatie wordt verwezen
naar paragrafen 1.1, 1.2 en 1.3. De lezer die alleen geïnteresseerd is in de reactie op de conceptbeleidsvisie
wordt verwezen naar hoofdstuk 2.
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                          11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                           12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>1. Positionering vrijwilligersbeleid in het kader van
sanctietoepassing
1.1 Vrijwilligerswerk in het algemeen: definitie, omvang en ontwikkelingen
Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) definieert vrijwilligerswerk als ‘werk dat in enig georganiseerd
verband onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen in de samenleving’7. Aan deze
definitie kleven volgens het SCP bezwaren, onder andere omdat activiteiten die aan de definitie voldoen
door betrokkenen soms niet als vrijwilligerswerk worden ervaren (bijvoorbeeld mantelzorg). Omgekeerd
voldoet wat wel als vrijwilligerswerk wordt ervaren soms niet aan de definitie omdat de activiteiten niet echt
onverplicht zijn en de vergoeding soms meer dan alleen de onkosten betreft. Deze discussie heeft nog niet
geresulteerd in een algemeen aanvaarde nieuwe omschrijving7. Ten behoeve van dit advies sluit de Raad
daarom aan bij genoemde definitie, met dien verstande dat onverplicht en onbetaald volgens de Raad in dit
verband wijst op het ontbreken van een werkgevers- werknemersrelatie en niet zozeer op het uitsluiten van
een financiële vrijwilligersvergoeding. De activiteiten van vrijwilligers in de sanctietoepassing zijn onverplicht,
maar de Raad acht deze activiteiten met het oog op de noodzakelijke continuïteit voor alle partijen niet
vrijblijvend omdat ze plaatsvinden onder specifieke condities en randvoorwaarden (bijvoorbeeld in het kader
van orde en veiligheid in de inrichting of in verband met privacy van betrokkenen).
Sinds de jaren tachtig wordt door het SCP landelijk het vrijwilligerswerk in beeld gebracht. Het
vrijwilligerswerk in het kader van de sanctietoepassing blijkt tot dusverre niet onderzocht. Uit de onderzoeken
blijkt dat Nederland in het algemeen in internationaal opzicht een hoog niveau van deelname aan
vrijwilligerswerk kent8. In een toekomstverkenning tot 2015 zijn volgens het SCP geen grote veranderingen
in het aantal vrijwilligers te verwachten. Wel wordt geconstateerd dat het aanbod (de bereidheid tot
vrijwilligerswerk) moet worden ontwikkeld, gecultiveerd, gemobiliseerd en vastgehouden. De vraag moet
eerst manifest worden gemaakt en georganiseerd. Vrijwilligers verwachten volgens de onderzoekers meer dan
in het verleden het geval was iets terug te krijgen voor hun inzet. Dit kan een opleiding zijn of bijvoorbeeld
een redelijke onkostenvergoeding. Organisaties zullen daarom meer moeten investeren in scholing en
mogelijkheden tot ontplooiïng. Omdat vrijwillige inzet toch ook vaak gestoeld is op een intrinsieke behoefte,
idealisme of altruïsme wordt een puur functionalistische benadering waarin een instrumentele notie van
vrijwilligerswerk domineert niet alleen als te beperkt maar zelfs als bedreigend ervaren. Onder vrijwilligers
bestaat een wijd verbreid gevoel niet echt erkend en gewaardeerd te worden7.
De Raad onderschrijft dat het selectie- en scholingsbeleid van vrijwilligers essentieel is. Niet alleen met
het oog op binding van vrijwilligers maar ook met het oog op kwaliteit en continuïteit zal geïnvesteerd
moeten worden in hun deskundigheidsbevordering, bijvoorbeeld in de vorm van trainingen en periodieke
scholingsbijeenkomsten. Gelet op de investeringen die gedaan moeten worden (scholing, toelating,
facilitering) en om na te gaan of het werken met vrijwilligers bepaalde doelgroepen juist kan stimuleren, acht
de Raad toetsing van de effecten van inzet van vrijwilligers op meso- en macroniveau op zijn plaats zodat best
practices in beeld komen.
    7    Dekker, De Hart & Faulk, Toekomstverkenning vrijwilligerswerk 2015, 2007, p.18.
    8    Afhankelijk van de vraagstelling doet in 2005 33% tot 43% van de ondervraagden op enige manier aan vrijwilligers-
        werk. Allochtonen zijn in het algemeen sterk ondervertegenwoordigd in het vrijwilligerswerk. Kerkelijkheid, en vooral
        kerkgang, blijkt gepaard te gaan met een duidelijk sterkere deelname aan vrijwilligerswerk (Dekker et al. 2007). Zie ook
        uitgangspunt 3 in § 1.5.
                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                                13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>1.2 Een terugblik op vrijwillige inzet in het kader van sanctietoepassing
Vanuit de inzet (hulp en steun) van vrijwilligers is ooit de huidige professionele reclassering
ontstaan. Vanaf de jaren zestig trad in brede maatschappelijke zin professionalisering van de
hulpverlening op. Sindsdien worden vrijwilligers in de sanctietoepassing in wisselende doch
afnemende mate als factor van belang gezien. In het strategisch beleidsplan 1996-1999 Gemotiveerd
kiezen van Reclassering Nederland wordt het belang van een landelijk beleidskader vrijwilligers
nog onderstreept9. Het streven was dat iedere reclasseringsunit over een netwerk van vrijwilligers
beschikt.
Anno 2010 vermelden de sites van de reclasseringsorganisaties dat vrijwilligers helpen ervoor
te zorgen dat (ex-)gedetineerden weer hun draai in de maatschappij vinden, maar voor de
daadwerkelijke inzet van vrijwilligers verwijzen zij door naar organisaties zoals Exodus, Humanitas,
Bonjo en Gevangenzorg Nederland.
De Croes en Vogelvang betogen met een terugblik op meer dan 180 jaar reclasseringswerk
dat de inzet van vrijwilligers is afgenomen onder invloed van de overheid, door het groeiende
vertrouwen in (de noodzaak van) professionele krachten en door een specifiekere invulling van het
reclasseringswerk en bijbehorende eisen aan deskundigheid van de werkers10. Zij constateren dat
samenwerking met vrijwilligers op dit moment vooral op lokaal niveau plaatsvindt en afhankelijk
is van gemotiveerde medewerkers. Uitzonderingen op landelijk niveau vormen het Bureau
buitenland van Reclassering Nederland, dat in ongeveer 50 landen de inzet van vrijwilligers
coördineert om gedetineerden te bezoeken, en het in 2009 gestarte project COSA (voluit “cirkels
voor ondersteuning, samenwerking en aanspreekbaarheid”), waarin Reclassering Nederland met
subsidie van het Ministerie van Justitie bij wijze van proef enkele zedendelinquenten begeleidt met
vrijwilligers onder supervisie van een reclasseringswerker. Op grond van de Reclasseringsregeling
199511,  sociaal-wetenschappelijke en penologische inzichten12 stellen De Croes en Vogelvang dat
de inzet van vrijwilligers gelegitimeerd en vanuit het recht van de reclassant op normalisering en
sociale inclusie zelfs aangemoedigd moet worden. Dit geldt zowel bij een ‘smalle interpretatie’
van de rol van de reclassering (gericht op de controlefunctie) als bij een ‘brede interpretatie’ ervan
(gericht op resocialisatie en sociale inclusie). Vooralsnog is er landelijk geen standpunt ingenomen
over de mogelijkheden van inzet van vrijwilligers10.
Uit de inventarisatie van het Ministerie van Justitie blijkt dat thans circa 2.500 vrijwilligers worden
ingezet namens de grote landelijke vrijwilligersorganisaties (Humanitas, Exodus, Gevangenenzorg
Nederland, Bonjo). Daarnaast zijn er nog lokale vrijwilligersorganisaties actief . De doelstellingen
van de vrijwilligersorganisaties sluiten aan bij de doelstellingen van Justitie: een humane
tenuitvoerlegging van straffen en maatregelen, die moeten leiden tot effectieve reïntegratie in de
samenleving. Het betreft duidelijk herkenbare activiteiten in de inrichtingen met een aanvullend
karakter, die door betrokkenen vaak zeer worden gewaardeerd13. Activiteiten betreffen het bezoeken
    9  Schuyt en Kommer, Niet bij straf alleen; de spanning tussen idealisme en realisme in het reclasseringswerk, 1998, p.
       205.
    10 De Croes en Vogelvang, Vrijwilligerswerk binnen Reclassering Nederland; een (beleids) studie naar de grenzen, moge-
       lijkheden en betekenisvolle verhalen, 2010, p 19-22.
    11 Op grond van de Reclasseringsregeling 1995 artikel 5 bestaat de mogelijkheid dat reclasseringswerkzaamheden worden
       verricht door personen die zich als vrijwilliger aanbieden.
    12 Inzichten rondom mogelijke werkzame principes binnen het reclasseringscontact benadrukken de relevantie van reso-
       cialisatie en een (informeel) sociaal steunnetwerk. Sociale inclusie speelt een belangrijke rol bij desistance, het proces
       van stoppen met criminaliteit. De Croes en Vogelvang 2010, p. 20, p. 36.
    13 Ministerie van Justitie, brief met kenmerk 5653174/10/DSP, Conceptbeleidsvisie Vrijwilligerswerk bij de straftoepassing,
       2010.
                 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                                14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>van gedetineerden die geen bezoek ontvangen, deelname aan groepsgesprekken, het uitvoeren van
of assisteren bij creatieve, maatschappelijke of culturele vorming en sport en ontspanning. In het
kader van voorbereiden op terugkeer en nazorg betreft het bijvoorbeeld begeleiding naar instanties
en behandelinstellingen, ouder-en-kind-projecten, speciale moedergroepen, ondersteuning
en begeleiding van familieleden en hulp bij het vinden van werk. Daarnaast maakt de Dienst
Geestelijke Verzorging van DJI gebruik van vrijwilligers die onder andere helpen bij kerkdiensten14.
De Raad constateert op grond van zijn werkbezoeken dat binnen penitentiaire inrichtingen en instellingen
in uiteenlopende mate van dit historisch gegroeide vrijwilligersaanbod gebruik wordt gemaakt en dat vaste
aanspreekpunten voor overleg vaak ontbreken. In beperkte mate is (effect-)onderzoek beschikbaar. Wel
zijn diverse zogeheten Social Return On Investment- analyses beschikbaar waarin onder zekere aannames
een gunstig maatschappelijk rendement wordt becijferd. Daarbij blijkt dat iedere geïnvesteerde euro zich
ruimschoots terugverdient15. Ex-gedetineerden recidiveren gemiddeld bijna 10% minder dan verwacht als ze
begeleid worden door een van de nazorgorganisaties DOOR, Exodus, Moria en Ontmoeting16, waarbij de inzet
van vrijwilligers een relevant onderdeel is van de aanpak.  
1.3 Ontwikkelingen op het sanctieterrein in relatie tot de inzet van vrijwilligers
Om het vrijwilligerswerk in de toekomst goed te positioneren in verband met de gewenste aansluiting op en
samenwerking met professionele organisaties is het goed om stil te staan bij enkele recente ontwikkelingen
op dit terrein. Deze vormen immers mede de relevante omgeving van de vrijwilligersorganisaties. Zonder
volledigheid te willen suggereren in het benoemen of beschrijven ervan wijst de Raad met name op de
volgende ontwikkelingen.
Meer aandacht voor terugkeer van gedetineerden naar de samenleving
Ruim 70 procent van de gedetineerden pleegt binnen zeven jaar na de gevangenisstraf opnieuw een strafbaar
feit. Om de recidive terug te dringen heeft het kabinet onder meer beleid ingezet gericht op de nazorg
aan ex-gedetineerden bij terugkeer in de samenleving. Als gevolg van het in juni 2009 gesloten convenant
tussen de toenmalige Staatssecretaris van Justitie en de VNG “Samenwerkingsmodel Nazorg volwassen (ex-)
gedetineerde burgers” zullen volwassen gedetineerden naar aanleiding daarvan bij ontslag vaker dan in het
verleden beschikken over een vorm van huisvesting, zorg, werk en middelen om in de levensbehoeften te
voorzien. De verantwoordelijkheid hiervoor ligt bij medewerkers maatschappelijke dienstverlening (DJI)
en contactpersonen bij de gemeenten. Het betreft een groeimodel waarin het ambitieniveau voor eind 2010
beleidsmatig is gesteld op 80% van de volwassen gedetineerden die het gevangeniswezen verlaten17,18. Een
    14 Zie noot 8.
    15 Bijvoorbeeld Gevangenenzorg Nederland, 2010; Novius Adviesgroep voor Informatie en organisatie, Effecten en
        besparingen op maatschappelijke kosten Stichting Exodus Amsterdam, 2006; Novius Adviesgroep voor Informatie en
        organisatie, Maatschappelijke effecten Stichting Exodus Utrecht, 2009.
    16 Moerings en Wartna et al., Recidive na Exodus, Door, Moria of Ontmoeting, onderzoek naar recidive onder oud- bewo-
        ners van nazorgorganisaties, 2010.
    17 Voor tbs-gestelden geldt een apart ‘nazorgtraject’, als onderdeel van de tbs-behandeling. Via verloven met uiteindelijk
        transmuraal verlof en proefverlof gaan tbs-gestelden naar buiten, eerst beschermd, daarna via aangeleund wonen naar
        zelfstandig wonen. Parallel worden in de toekomst burgemeesters via het bestuurlijke infovoorzieningsmodel geïnfor-
        meerd over de terugkeer in de gemeenten.
    18 Voorjaar 2010 zijn de bevindingen nog niet gunstig: voor zover informatie beschikbaar is (identiteitsbewijs, inkomen en
        huisvesting) heeft bijna de helft van de ex-gedetineerden direct na detentie ten minste één probleem op één van deze
        gebieden, terwijl direct voor detentie bijna 40% van de gedetineerden op ten minste één van deze drie leefgebieden een
        probleem had. De veranderingen kunnen volgens de onderzoekers (nog) niet worden toegewezen aan inspanningen van
        MMD’ers of gemeentelijke contactpersonen (WODC 2010), p. 11, p. 14.
                 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                                15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>uitzondering wordt echter gemaakt voor de (vele) kortverblijvenden bij wie de detentieduur te kort is om
tijdens detentie de knelpunten op te lossen. Hier wordt volstaan met een “adequate overdracht” vanuit het
gevangeniswezen van informatie aan gemeenten19.
Voor jeugdige delinquenten vormt het in september 2008 gestarte en in april 2009 landelijk dekkend
geworden netwerk- en trajectberaad de relevante overlegstructuur met het oog op nazorg voor alle jeugdige
gedetineerden. Hierbij werken de justitiële jeugdinrichtingen, de Raad voor de Kinderbescherming, de
jeugdreclassering en gemeenten samen. Hierbij wordt onder andere aandacht besteed aan het betrekken van
ouders en de thuissituatie.
Veranderde rol reclassering
Door middel van omvangrijke veranderprocessen op het terrein van advisering aan opdrachtgevers
(rechterlijke macht en DJI), het uitvoeren van interventies en taakstraffen en het houden van toezicht op het
naleven van bijzondere voorwaarden, heeft de reclassering tegenwoordig nadrukkelijker een positie binnen
de strafrechtketen gekregen. Voorheen stond hulp en steunverlening aan gedetineerden voorop en waren
bepaalde reclasseringsmedewerkers binnen de penitentiaire inrichtingen werkzaam om gedetineerden voor
te bereiden op de terugkeer in de samenleving. De Croes en Vogelvang stellen dat er sprake lijkt te zijn van een
verschuiving van landelijk beleid naar het accent op veiligheid en beheersing, waarbij resocialisatie van doel
naar middel (om recidive terug te dringen) is verschoven20.
De relatie met de cliënt en aandacht voor begeleiding zijn nu nog steeds belangrijk voor de reclassering maar
qua invulling anders dan voorheen en staan meer in het teken van controle en toezicht. Een (ex-)gedetineerde
kan, anders dan voorheen, niet verzoeken om begeleiding door de reclassering. Het initiatief daartoe moet
uitgaan van een van de justitiële opdrachtgevers (OM, rechter of DJI).
Groeiende verantwoordelijkheden en rol van gemeenten
Gemeenten zijn als gevolg van genoemde ontwikkelingen meer dan voorheen betrokken bij de nazorg van
(ex-)gedetineerden. De gemeenten worden sinds 2004 verantwoordelijk geacht voor de coördinatie van
nazorg buiten het justitiële kader. Beleidsmatig is het streven om een continue aanpak te bewerkstelligen
tussen Justitie en gemeenten. In de praktijk vergt dit de nodige afstemming. De verschillende maatregelen
passen in het voornemen van het Kabinet om de regierol van gemeenten ten aanzien van de openbare orde en
veiligheid te versterken.
Tegelijkertijd zijn gemeenten als gevolg van de introductie in 2007 van de Wet maatschappelijke
ondersteuning (WMO) verantwoordelijk om kansen te bieden aan burgers (en dus ook ex-gedetineerden)
om weer mee te doen in de maatschappij én hebben zij als taak om beleid te ontwikkelen met het oog op de
vrijwillige inzet van burgers. De gemeente speelt daarmee een belangrijke rol bij het stimuleren van een op de
vraag van burgers afgestemd (professioneel en vrijwillig) aanbod en het ondersteunen van vrijwilligers21.
Landelijk dekkend netwerk veiligheidshuizen
Eind 2009 is een landelijk dekkend netwerk van 45 veiligheidshuizen gerealiseerd. Hierbij werken
ketenpartners samen, dat wil (ten minste) zeggen: gemeente, OM, politie, Raad voor de Kinderbescherming
en (jeugd)reclassering. In casusoverleg wordt een persoonsgerichte aanpak besproken, met name gericht op
jeugdigen, veelplegers en huiselijk geweldplegers.
    19 Bijlage bij TK 2009-2010, 24587, nr. 367.
    20 Zie noot 10.
    21 Zie Kolner en Duijvestein, WMO en vrijwillige inzet: een handreiking voor gemeenten, 2007.
                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                               16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>De Raad constateert dat de veiligheidshuizen een goede infrastructuur en aanknopingspunt bieden voor
samenwerking met vrijwilligers(organisaties), met name bij het initiëren of het monitoren van projecten
waarbij vrijwilligers aan (ex‑)gedetineerden worden gekoppeld. Naar de indruk van de Raad is dat thans
nog niet (systematisch) het geval. Kenmerkend voor en succesfactor bij de Engelse COSA projecten is de
nauwe verwevenheid met de (met veiligheidshuizen te vergelijken) Multi Agency Protecting the Public
Arrangements (MAPPA)22. Omdat de veiligheidshuizen bij volwassenen vooral gericht zijn op de wat recidive
betreft risicovollere doelgroep, zal in de overige gevallen de nazorg vanuit de gemeente moeten worden
georganiseerd.
Regionale plaatsing gedetineerden
Het beleid is erop gericht om preventief gehechten in het arrondissement van vervolging te plaatsen en om
kortverblijvenden en langverblijvenden in de laatste vier maanden van detentie in het arrondissement van
vestiging of het aanpalende arrondissement te plaatsen. Deze plaatsing in doelgroepen is in 2008 gestart
en het streven is dit in 2012 volledig te realiseren23. Hoewel vier maanden in dit verband erg kort is, biedt
dit volgens de Raad wel voldoende gelegenheid voor het opbouwen van contacten van vrijwilligers met
gedetineerden en deze na ontslag voort te zetten. Gelet op de korte tijdspanne is het dan wel van belang om zo
spoedig mogelijk binnen genoemde vier maanden een eerste contact met vrijwilligers te doen plaatsvinden.
Invoering dag- en avondprogramma en weekendactiviteiten
Als onderdeel van het programma Modernisering gevangeniswezen wordt een dagprogramma aangeboden
dat volgens de toenmalige Staatssecretaris van Justitie maximaal wordt gericht op het stimuleren van de eigen
verantwoordelijkheid van de gedetineerden om te werken aan een succesvolle terugkeer in de maatschappij23.
Per 1 september 2010 dienen alle vestigingen een landelijk gelijkgeschakeld dagprogramma te hebben
ingevoerd, alsmede een avondprogramma en weekendactiviteiten24.
(Her-)invoering van een avondprogramma en weekendactiviteiten biedt de noodzakelijke extra
mogelijkheden om bezoek van vrijwilligers in de avonduren of het weekend te laten plaatsvinden. Dat is
noodzakelijk omdat personen met een baan of in opleiding (rolmodellen) anders niet in de gelegenheid
worden gesteld om vrijwilliger te worden. De Raad bepleit om bijvoorbeeld in de huisregels van penitentiaire
inrichtingen het bezoek van vrijwilligers op te nemen en het model huisregels penitentiaire inrichtingen in die
zin aan te passen25.
Financiering vrijwilligersorganisaties
Op landelijk niveau was van 1984 tot 2004 de zogeheten 1%-regeling van kracht, waardoor 1% van het
reguliere reclasseringsbudget werd aangewend ten behoeve van de subsidiëring van vrijwilligersorganisaties
die niet aan Justitie gelieerd zijn maar zich niettemin actief inzetten voor (ex-)gedetineerden. Die koppeling
aan de omvang van het voor reclassering beschikbare budget is losgelaten en de omvang van het voor
    22 Höing, Caspers en Vogelvang, Circles NL: aanpassingsstudie naar COSA, 2009, p.23, p. 26.
    23 Bijlage bij TK 2009-2010, 24587, nr. 367.
    24 TK 2009-2010, 25 587, nr. 377.
    25 Volgens de Regeling inzake de toelating van niet-justitiegebonden organisaties tot penitentiaire inrichtingen (Staats-
       courant 1997, nr. 181) kan een gedetineerde op in de huisregels vastgestelde tijden en plaatsen bezoek ontvangen van
       een medewerker of een vrijwilliger van een op grond van deze regeling aangewezen organisatie. Dit bezoek mag niet
       in mindering worden gebracht op het reguliere bezoek en zou om die reden (ook) op andere momenten georganiseerd
       moeten worden. Uit eigen inventarisatie van huisregels van penitentiaire inrichtingen maakt de Raad op dat aan het
       bezoek van vrijwilligers geen afzonderlijke aandacht wordt besteed en dat alleen het wettelijk minimum van minimaal
       één uur (regulier) bezoek per week wordt vermeld. Het model huisregels besteedt evenmin aandacht aan bezoek door
       vrijwilligers.
                 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                               17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>vrijwilligersorganisaties beschikbare budget is thans percentueel lager.
De vrijwilligersorganisaties geven aan in onzekerheid te verkeren over de toekomstig te verwachten
financiën, hoewel ze niet allemaal (volledig) afhankelijk zijn van financiering door het Ministerie
van Justitie26. De Raad acht dit een ongewenste situatie. Een heldere positionering van de
vrijwilligersorganisaties, in aanvulling op en samenwerking met de professionele organisaties is
noodzakelijk voor continuïteit in het aanbod en het leggen van relaties.
1.4 De meerwaarde van vrijwillige inzet in het kader van sanctietoepassing
De Raad acht de toenemende inzet en samenwerking van professionals in verband met het terugdringen van
recidive een positieve ontwikkeling, die versterking nodig heeft en mogelijk is met een goed ondersteund
vraaggericht vrijwilligersbeleid. Dat wil zeggen dat niet alleen (ex-)gedetineerden een beroep op vrijwilligers
kunnen doen, maar ook beroepskrachten zoals medewerkers maatschappelijke dienstverlening (mmd-ers),
contactpersonen nazorg bij gemeenten of vertegenwoordigers van een veiligheidshuis vrijwilligers kunnen
inschakelen.
Onderzoek wijst uit dat een crimineel verleden vaak samengaat met verbroken verbindingen met belangrijke
anderen: school, werk of omringende samenleving. Dit verlies zorgt onder andere voor het wegvallen van
informele sociale controle die uitgaat van deze bindingen. Met name bij persistente daders is het netwerk van
conventionele bindingen met familie of met een breder sociaal verband veelal ontmanteld of is het juist nodig
dit te ontmantelen. Aanknopingspunt voor het ombuigen van criminele carrières ligt in het verbeteren van de
kwaliteit van bindingen met anderen27.
Het hebben van sociale contacten, het herstellen van de betrekkingen met partners, ouders en
belangrijke anderen is een van de belangrijkste voorwaarden om zich weer geaccepteerd te voelen
en niet terug te vallen in oud gedrag. Vrijwilligers kunnen bij het herstel van deze contacten een
essentiële rol spelen. Juist door de vrijwillige inzet en persoonlijke binding van vrijwilligers in
zekere zin te beschouwen als vertegenwoordigers van de maatschappij, ontstaan immers nieuwe
positieve relaties. Vrijwilligers springen vanuit persoonlijk, menselijk contact in op datgene wat een
professional niet of niet meer kan leveren. De binding van een vrijwilliger met een (ex-)gedetineerde
is het aansprekende en onderscheidende element dat een beroepsmatige relatie per definitie te
boven gaat. Vrijwilligers kunnen hierdoor aanvullend op professionals een grote rol spelen in het
kader van het aangaan van nieuwe positieve relaties en het begeleiden van de terugkeer van (ex-)
gedetineerden naar de samenleving. Juist hierin wordt zichtbaar dat de inzet van vrijwilligers een
wezenlijke bijdrage levert aan de invulling van een goede bejegening van gedetineerden.
Met name in de eerste periode na het ontslag is de kans op recidive het grootst28. Continuïteit in de relatie
voor en na ontslag tussen vrijwilliger en degene die met ontslag gaat acht de Raad van essentieel belang in
    26 Vrijwilligerswerk wordt soms mede gefinancierd door gemeenten, kerken, bedrijfsleven (maatschappelijk ondernemen),
        fondsen en loterijen. Deze financiers geven vaak de voorkeur aan het financieren van projecten in plaats van het geven
        van algemene subsidies. De inkomsten verminderen als gevolg van de economische crisis. De vrijwilligersorganisaties
        ervaren een moeizame subsidierelatie met gemeenten die de onzekerheid vergroot. Bron: Ministerie van Justitie, 2010
        (zie noot 13).
    27 Peter Nelissen, Stoppen of doorgaan met criminaliteit? Aanknopingspunten voor het ombuigen van criminele carrières,
        2010.
    28 VNG, Ministerie van Justitie. Samenwerkingsmodel nazorg volwassen ex- gedetineerde burgers. 2009, p.7; Jacobs, Van
        Kalmthout et al., Toepassing van bijzondere voorwaarden bij voorwaardelijke vrijheidsstraf en schorsing van voorlopige
        hechtenis, 2006, p. 6, p. 57.
                 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                              18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>deze kwetsbare periode29. Omdat het opbouwen van de relatie tijdens detentie tijd vergt, is vroegtijdig contact
kunnen leggen noodzakelijk alsook een redelijke fysieke nabijheid van de vrijwilliger na ontslag van de
gedetineerde.
Door een selectieve inzet en matching van vrijwilligers, kan rekening worden gehouden met verschillen
in behoeften in populatie. Jongvolwassen gedetineerden (18 tot 23-jarigen) of allochtonen zouden
bijvoorbeeld bij voorkeur gematched worden met personen uit de eigen leeftijds- of peergroup. Dit concept
zou verder ontwikkeld en in pilots uitgetest kunnen worden. Tegelijkertijd moet ook duidelijk zijn dat niet
voor alle gedetineerden matching met vrijwilligers zinvol of haalbaar is. De Raad meent overigens dat
ex-gedetineerden, als zij maatschappelijk goed zijn geïntegreerd, een functie hebben als rolmodel voor
gedetineerden. Zij moeten dan wel aan bepaalde alternatieve vereisten voldoen30.
De Raad ondersteunt daarnaast het idee om gebruik te maken van de inzet van vrijwilligers bij de naleving
van de bijzondere voorwaarden. Hierbij kan gedacht worden aan de eerder genoemde proef van Reclassering
Nederland met COSA31. Deze aanpak kan echter worden verbreed. De Raad wijst op de aanpak in Zweden
waar intensieve controle zoveel mogelijk gericht is op het eerste gedeelte van de proeftijd en waarbij positieve
ervaringen zijn opgedaan met de inzet van vrijwilligers gedurende de proeftijd. Anders dan professionele
reclasseringsmedewerkers zijn vrijwilligers niet zozeer gericht op controle, maar kunnen zij het accent
leggen op de noodzakelijke hulp- en steunfunctie, eventueel ook buiten de kantooruren32. De Croes en
Vogelvang komen in hun beleidsstudie naar de inzet van vrijwilligers binnen Reclassering Nederland met
behartenswaardige adviezen voor de mogelijke invulling van vrijwilligers in het kader van toezicht of naleven
voorwaarden33.
Voor personen die op eigen verzoek bezoek willen ontvangen of voor wie de datum van terugkeer in de
Nederlandse samenleving nog ver weg is (langgestraften, tbs-gestelden) of helemaal uitblijft (personen die in
vreemdelingenbewaring blijven ter fine uitplaatsing), ziet de Raad de inzet van vrijwilligers ten slotte vooral in
het licht van versterking van een zinvol regime en van een humaan detentieklimaat. Via onderwijsactiviteiten
(bijvoorbeeld alfabetisering of talencursus) kunnen gedetineerden met steun van vrijwilligers de detentietijd
zinvol doorbrengen; de inzet van vrijwilligers tijdens detentie maakt gedetineerden mogelijk toegankelijker
voor bijvoorbeeld TR- trajecten.
1.5 Voorwaarden voor vrijwilligersbeleid in het kader van sanctietoepassing
Op grond van de hiervoor geschetste meerwaarde van vrijwilligers en de recente ontwikkelingen op het
sanctieterrein, en mede gelet op de (eigen) beginselen van resocialisatie en zinvol regime, is de Raad ervan
    29 Een terugkeer in het oude milieu, vaak nog zonder werk of nog bezig met een opleiding maar daarin gemakkelijk te
       demotiveren kenmerkt deze kwetsbare periode van ex-gedetineerden. In de periode na ontslag is tegelijkertijd sprake
       van veel minder frequent toezicht door professionals dan tot het moment van ontslag.
    30 Zoals tenminste drie jaar géén recidive, geen alcohol- of drugsproblemen, een verantwoordelijke maatschappelijke
       positie, baan of bezig met een opleiding.
    31 Hierin begeleiden enkele vrijwilligers onder supervisie van een reclasseringswerker een zedendelinquent. De werkwijze
       is in 1994 in Canada ontwikkeld en vanaf 2002 in Engeland geïntroduceerd. Reclassering Nederland onderzoekt of deze
       werkwijze ook in de Nederlandse samenleving werkt.
    32 Jacobs, Van Kalmthout et al., 2006, p. 7, p.57.
    33 Bij cliënten met (alleen) een ondersteuningsbehoefte adviseren De Croes en Vogelvang een vrijwilliger van een vrijwil-
       ligersorganisatie in te zetten; voor cliënten met (daarnaast) een signaleringsbehoefte (naleven voorwaarden, therapie of
       interventie of in kader van toezicht) adviseren zij een interne afdeling binnen de reclasseringsorganisatie op te zetten.
       Het is daarbij een voorwaarde dat de cliënt zelf de signaleringsbehoefte uit (De Croes en vogelvang 2010,  p. 36-38, p.
       49- 52).
                 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                                 19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>overtuigd dat de inzet van vrijwilligers in het kader van sanctietoepassing een nuttige en belangrijke bijdrage
kan leveren aan de terugkeer van (ex-)gedetineerden naar de samenleving alsmede aan de goede bejegening
van gedetineerden en het verstevigen van een humaan detentieklimaat. De inzet van vrijwilligers verdient
vanuit beide invalshoeken een stimulerende en doordachte aanpak op centraal en uitvoerend niveau.
Aan de volgende voorwaarden moet volgens de Raad zijn voldaan, wil vrijwilligersbeleid in het kader van
sanctietoepassing effectief zijn:
1.  Gerichtheid op continuïteit van binnen naar buiten
    Na het ontslag verandert de betrokkenheid en de verantwoordelijkheidsverdeling van professionals. Met
    nadruk merkt de Raad op dat dit bij vrijwilligers anders kan liggen. Met het oog op resocialisatie en het
    ondersteunen van (ex-)gedetineerden bij de terugkeer in de samenleving heeft continuïteit in contacten
    tussen een vrijwilliger en degene die met verlof gaat, grote toegevoegde waarde. De inzet van vrijwilligers
    voor en na ontslag van een gedetineerde kan deze “knip” in professionele verantwoordelijkheden in
    praktisch en persoonlijk opzicht verzachten tijdens een vanuit recidive-oogpunt kwetsbare periode, en
    daarmee van doorslaggevende betekenis zijn. Om de noodzakelijke binding mogelijk te maken is het dan
    wel van belang dat tijdens detentie zo spoedig mogelijk na definitieve plaatsing van de ingeslotene in de
    (regionale) inrichting contact kan worden gelegd met de vrijwilliger. Bij voorkeur houdt dit contact daarna
    tot enige tijd na ontslag van de gedetineerde aan.
2.  De Minister van Justitie is verantwoordelijk voor het stimuleren en faciliteren van de inzet van vrijwilligers
    in penitentiaire inrichtingen en instellingen
    De inzet van vrijwilligers tijdens detentie is niet alleen van belang voor zover die gericht is op de
    ondersteuning van de terugkeer van een gedetineerde naar de samenleving. Voor ingeslotenen die
    op eigen verzoek bezoek willen ontvangen of voor wie de datum van terugkeer in de samenleving
    nog ver weg is of uitblijft (zoals in de uitzetcentra voor vreemdelingen), ziet de Raad de inzet van
    vrijwilligers in het licht van versterking van een zinvol regime en humaan detentieklimaat. De inzet
    van vrijwilligers verdient om beide redenen stimulering en goede ondersteuning. Voor alle DJI-
    sectoren (gevangeniswezen, jeugd, tbs) zou een transparante procedure met een redelijke doorlooptijd
    moeten gelden om organisaties die vrijwilligers in het kader van sanctietoepassing willen inzetten
    als niet Justitiegebonden organisatie (NJO) te erkennen. In die toelatingsregeling kunnen selectie- en
    deskundigheidseisen aan vrijwilligers worden gesteld of aangescherpt. Met vrijwilligersorganisaties
    die aan de gestelde eisen voldoen, kunnen landelijk en lokaal goede samenwerkingsrelaties worden
    opgebouwd. Het Ministerie van Justitie kan het draagvlak voor de inzet van vrijwilligers vergroten en
    stimuleren door vrijwilligersorganisaties beleidsmatig te positioneren in relatie tot professionele justitiële
    organisaties, zoals DJI en reclassering en samenwerkingsverbanden in het kader van nazorg (gemeenten,
    veiligheidshuizen). Directeuren van penitentiaire inrichtingen kunnen de inzet van vrijwilligers
    stimuleren door bezoektijden meer af te stemmen op de mogelijkheden van vrijwilligers, bijvoorbeeld
    doordat bezoek niet alleen overdag maar ook ’s avonds of in het weekend kan plaatsvinden. Dit is van
    belang om mensen met baan of opleiding (rolmodellen) ook als vrijwilliger te binden.
3.  Helderheid over de rol en verantwoordelijkheden van vrijwilligers
    Een heldere afbakening van de taken en verantwoordelijkheden tussen professionals en vrijwilligers is
    een voorwaarde voor iedere succesvolle samenwerking. De Raad stelt voorop dat de verantwoordelijkheid
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                          20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>    voor toezicht of begeleiding van een (ex-)gedetineerde te allen tijde bij professionals ligt. Vrijwilligers zijn
    geen pseudo professionals en moeten dat ook niet worden. De inzet van vrijwilligers is complementair
    aan en komen niet in de plaats van die van professionals. Vrijwilligers moeten professionals niet
    (willen) vervangen maar vanuit binding van mens tot mens een (ex-)gedetineerde aanspreken. De
    basis is “vertrouwen”, de relatie is doorslaggevend. Vormen van evangelisatie of zendingswerk met
    religieuze achtergrond zijn niet de bedoeling. Wanneer motivatie of inspiratie voor het werken met
    (ex-)gedetineerden voortkomt uit bijvoorbeeld een religieuze achtergrond dient een vrijwilliger zich te
    onthouden van pogingen om de eigen levensbeschouwelijke overtuiging over te brengen naar derden.
    Goed geïntegreerde ex-gedetineerden kunnen overtuigende en bemoedigende rolmodellen zijn.
    Wanneer een VOG-verklaring vanwege het justitiële verleden niet tot de mogelijkheden behoort, kunnen
    vervangende vereisten worden gehanteerd34.
4.  Vrijwilligersorganisaties worden voldoende gefaciliteerd bij het uitoefenen van hun taken zodat de
    continuïteit gewaarborgd is
    Van vrijwilligersorganisaties kan niet worden gevraagd door middel van scholing en intervisie in hun
    vrijwilligers of in samenwerkingsrelaties te investeren als de financiering van hun werk onzeker is. Een
    belangrijke voorwaarde is daarom dat de financiering (bij voorkeur meerjarig) voldoende zekerheid
    biedt. Enkele rendementsstudies laten zien dat iedere geïnvesteerde euro daarbij ruimschoots wordt
    terugverdiend35. Een andere bron van onzekerheid, zoals het periodiek opnieuw aanvragen van erkenning
    als niet Justitiegebonden organisatie, dient transparant en qua frequentie en tijdsbeslag beperkt te
    zijn. Een goede uitoefening van taken vereist bovendien wederzijdse informatie-uitwisseling en goede
    afspraken met (vaste) contactpersonen van professionele organisaties waarmee zij samenwerken.
5.  De meerwaarde van de inzet van vrijwilligers in het kader van sanctietoepassing is aantoonbaar
    Omdat de inzet van vrijwilligers in de vrije tijd plaatsvindt en relatief weinig kost moeten
    verantwoordingsprocedures bij voorkeur tot een minimum beperkt blijven. Dat neemt echter niet weg
    dat (ook) van vrijwilligersorganisaties gevraagd mag worden de meerwaarde van de inzet van vrijwilligers
    aan te tonen, bijvoorbeeld om best practices vast te stellen. Ook kan worden nagegaan of gerichte inzet
    en matching van vrijwilligers aan specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld jeugdigen of allochtonen)
    toegevoegde waarde biedt. Een experimenterende en lerende werkwijze kan tot een succesvolle aanpak
    van tot dusverre lastig te benaderen doelgroepen leiden.
   34 Zie noot 30.
   35 Zie noot 15.
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                          21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                           22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>2. Reactie op de conceptbeleidsvisie van het Ministerie van Justitie
2.1 Inleiding en achtergrond
In bijlage 1 zijn de hoofdlijnen van de conceptbeleidsvisie van het Ministerie van Justitie samengevat. De
Raad baseert de in dit hoofdstuk opgenomen reactie met betrekking tot de conceptbeleidsvisie op de in het
vorige hoofdstuk omschreven positionering van het vrijwilligerswerk in het algemeen en de in paragraaf 1.5
geformuleerde voorwaarden in het bijzonder.
2.2 Reactie op de conceptbeleidsvisie
Het doel van de beleidsvisie van het Ministerie van Justitie is “dat het vrijwilligerswerk voor (ex-)justitieel
ingeslotenen vanaf 2011 op een inhoudelijk te verantwoorden, objectieve en verantwoorde manier door
het ministerie wordt ondersteund”. De Raad acht de conceptbeleidsvisie daartoe een noodzakelijke maar
nog niet voldoende stap in de goede richting. Positief valt te waarderen dat vrijwilligers na enige jaren van
afwezigheid weer op de beleidsagenda staan en dat een aanzet tot regulering en kaderstelling wordt gemaakt
waarbij tegelijkertijd het besef doorklinkt dat dit een ontwikkeling van langere termijn is. Het feit dat een en
ander in een interactief proces met de vrijwilligersorganisaties tot stand is gekomen valt eveneens positief te
waarderen.
De Raad plaatst echter ook een aantal kanttekeningen bij de conceptbeleidsvisie:  
1.   De inhoudelijke en beleidsmatige inbedding van de inzet van vrijwilligers in het kader van
     sanctietoepassing verdient verdere doordenking. Vanuit het perspectief van de Raad zou de inzet
     van vrijwilligers bij (ex‑)gedetineerden meer dan in de conceptbeleidsvisie gebeurt in het licht van
     resocialisatie, terugkeer naar de samenleving en verbetering van het detentieklimaat dienen te staan
     en consequenties te hebben. Deze of andere inhoudelijke doelstellingen worden echter niet genoemd
     in de desbetreffende paragraaf van de conceptbeleidsvisie. De notie om in verband met continuïteit
     van binnen naar buiten tijdig contact te leggen en te stimuleren tussen vrijwilliger en gedetineerde
     met het oog op diens terugkeer in de samenleving ontbreekt, mogelijk mede als gevolg daarvan. In de
     conceptbeleidsvisie wordt de verantwoordelijkheid voor het vrijwilligerswerk van de Minister van Justitie
     zonder verdere inhoudelijke toelichting te strikt beperkt tot de looptijd van de strafrechtelijke titel of een
     door de rechter of officier opgelegde voorwaarde (kort samen te vatten als vallend binnen een justitieel
     kader). In het geval van de relatief goedkope inzet van vrijwilligers is volgens de Raad een (iets) ruimere
     termijn met het oog op het behouden en uitbreiden van het sociaal kapitaal van de ex-gedetineerde op
     zijn minst te overwegen. De knip in de professionele verantwoordelijkheidsverdeling tussen Justitie en
     gemeente, samenvallend met binnen of buiten justitieel kader, wordt volgens de Raad anders onnodig
     versterkt en verdiept. De inzet van een vrijwilliger voor en na ontslag van de gedetineerde kan deze knip
     in professionele verantwoordelijkheden in praktisch en persoonlijk opzicht verzachten, hetgeen juist in
     de kwetsbare periode na ontslag vanuit recidive-oogpunt van doorslaggevende betekenis kan zijn. Ook
     het in algemene zin via subsidievoorwaarden uitsluiten van subsidiëring van bijvoorbeeld vrijwilligers die
     “familieleden niet zijnde partner of kinderen” ondersteunen is vanuit resocialisatiedoeleinden volgens
     de Raad niet verstandig. Zoals in paragraaf 1.4 is betoogd kan het soms nodig zijn om de relaties met de
     directe familie te ontmantelen en andere positieve relaties (sociaal kapitaal) te versterken. Dat kan bij
     partners of kinderen maar ook bij ouders, broers, zussen, of anderen het geval zijn. Het is niet duidelijk
     waarom de inzet van vrijwilligers in het ene geval wel en in het andere geval niet subsidiabel zou zijn,
     zoals nu wordt voorgesteld in de conceptbeleidsvisie.
                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                           23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>2.  Vanuit het besef van het belang van vrijwilligers voor de resocialisatie en het aangaan van positieve sociale
    relaties voor (ex-)gedetineerden kan de inzet ervan in het kader van sanctietoepassing sterker worden
    gestimuleerd dan in de conceptbeleidsvisie naar voren komt. De constatering in de conceptbeleidsvisie
    dat (anders dan bij het gevangeniswezen en de detentie- en uitzetcentra voor vreemdelingen)
    voor de forensisch psychiatrische centra en klinieken en voor de justitiële jeugdinrichtingen geen
    toelatingsregelingen gelden wordt niet gevolgd door (enig) voornemen om voor deze sectoren alsnog
    een dergelijke toelatingsregeling te ontwikkelen of onder reikwijdte van de bestaande regelingen te laten
    vallen. Voor de Raad is niet duidelijk of en waarom de inzet van vrijwilligers niet ook in deze sectoren
    beleidsmatig gestimuleerd en gereguleerd zou worden. Zonder inhoudelijke toelichting wordt in de
    conceptbeleidsvisie voorts opgemerkt dat “professionele organisaties terughoudend dienen te zijn in het
    aantrekken van vrijwilligers in hun organisaties”. De Raad vraagt om heroverweging van deze stellingname
    en verwijst voor een meer genuanceerde benadering naar de recent opgestelde en eerder in dit advies
    aangehaalde beleidsstudie naar de mogelijke inzet van vrijwilligers binnen de reclassering. Hierbij wordt
    voor de inzet van vrijwilligers met een signaleringsfunctie (van mogelijke terugval van een justitiabele)
    geadviseerd om een afdeling binnen de reclassering op te zetten36.
    In de conceptbeleidsvisie krijgt een directielid van een penitentiaire inrichting of instelling het
    vrijwilligerswerk in portefeuille. De Raad acht dit een goede ontwikkeling. Echter de gevolgtrekking in
    de conceptbeleidsvisie dat in verband met de finale zeggenschap van de directeur “kaderstelling vanuit
    concernniveau minimaal zal zijn” deelt de Raad niet. Met te weinig centrale kaderstelling (ambities)
    zullen naar verwachting van de Raad de huidige verschillen in voorwaarden waaronder vrijwilligerswerk
    wordt uitgevoerd en de grote verschillen in het gebruik daarvan niet verdwijnen. Ruimte voor lokale
    invulling en diversiteit blijft overigens wel geboden.
    Door het eisen van een VOG-verklaring kunnen personen met een justitieel verleden worden uitgesloten
    als vrijwilliger, terwijl zij overtuigende en bemoedigende rolmodellen kunnen zijn en in dergelijke
    gevallen alternatieve voorwaarden voor betrouwbaarheid van de persoon in kwestie kunnen worden
    gehanteerd. Tot slot wijst de Raad in het kader van stimuleren van de inzet van vrijwilligers nog op de
    wenselijkheid dat vrijwilligers ook in de avonduren of in het weekend worden toegelaten. Dit is van
    belang om mensen met baan of opleiding (rolmodellen) ook als vrijwilliger te binden.
3.  De Raad adviseert de inzet van vrijwilligers meer vraaggericht te maken, en daarmee te relateren aan de
    behoefte van de ingeslotene (op diens initiatief of dat van een professional).
    Door bij selectie en matching van vrijwilligers met een (ex-)justiabele te letten op de behoeften bij
    bepaalde doelgroepen kan worden nagegaan of een gerichte inzet en matching van vrijwilligers
    (bijvoorbeeld bij jeugdigen of allochtonen) toegevoegde waarde biedt.
    Een experimenterende en lerende werkwijze kan tot een succesvolle aanpak van een tot dusverre lastig
    te benaderen doelgroep leiden. Onderzoek naar de effecten van de inzet van vrijwilligers op bijvoorbeeld
    recidive wordt in de conceptbeleidsvisie niet voorzien of gestimuleerd doch acht de Raad gewenst, mede
    gelet op de investeringen die hier gedaan worden (belangeloze inzet, scholing, toelating, facilitering).
4.  Financieel en organisatorisch wordt de vrijwilligersorganisaties weinig zekerheid geboden.
    Met de aankondiging in de conceptbeleidsvisie dat “zoals bij alle rijksuitgaven het niet uitgesloten is
    dat het budgettaire kader (€ 1,6 miljoen in 2011) de komende kabinetsperiode aan een herijking zal
    worden onderworpen”, wordt slechts in beperkte mate financiële zekerheid geboden. De Raad begrijpt
   36   Zie ook noot 33.
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                          24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>dat dit met het oog op de komende bezuinigingen een realistische formulering is. Mede in het licht van
deze mogelijke nadere afwegingen zorgt het voornemen om “wanneer de aanvragen de beschikbare
budgettaire ruimte voor het vrijwilligerswerk overschrijden, zullen de aanvragen die aan de voorwaarden
voldoen naar rato worden toegekend” echter voor onnodige onzekerheid onder vrijwilligersorganisaties.
Ter voorkoming van versnippering van energie en financiële middelen adviseert de Raad in een dergelijke
situatie prioriteiten te stellen en met een beperkt aantal organisaties een duurzame relatie aan te gaan.
Het Ministerie van de Justitie kan vrijwilligersorganisaties overigens ook in andere dan financiële
zin ondersteunen en zekerheid bieden door ze in de juiste context en samenwerkingsverbanden te
positioneren.
          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                     25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                           26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>3. Conclusie en aanbevelingen
3.1. Conclusie
Op grond van de meerwaarde van vrijwilligers, de beschreven ontwikkelingen op het sanctieterrein, en
gelet op de (eigen) beginselen van resocialisatie en zinvol regime, is de Raad ervan overtuigd dat de inzet
van vrijwilligers in het kader van sanctietoepassing een nuttige en belangrijke bijdrage kan leveren aan
de terugkeer van (ex-)gedetineerden naar de samenleving alsmede aan het verstevigen van een humaan
detentieklimaat. De inzet van vrijwilligers verdient vanuit beide invalshoeken een stimulerende en doordachte
aanpak op centraal en uitvoerend niveau. Door vraaggericht te werken kunnen vrijwilligers aansluiten bij de
persoonlijke begeleidingsbehoefte van justitiabelen. Dit draagt bij aan het persoonlijke, menselijke contact
dat kenmerkend is voor het werk van vrijwilligers.
3.2. Aanbevelingen
Aan de Minister van Justitie
•    Versterk binnen en buiten Justitie het draagvlak voor een vraaggerichte inzet van vrijwilligers in het kader
     van sanctietoepassing;
•    Pas de toelatingsregeling voor niet-Justitiegebonden organisaties aan door een reactietermijn op te
     nemen en de reikwijdte te verbreden (alle DJI-sectoren) en het nut en de noodzaak te verduidelijken: de
     toegang is geen noodzakelijk kwaad maar een gewenste ontwikkeling. Verduidelijk aan alle betrokken
     organisaties de aan toelating verbonden rechten en plichten;
•    Draag er zorg voor dat in de overdracht van informatie aan gemeenten in het kader van nazorg de
     (gewenste) inzet van vrijwilligers wordt meegenomen;
•    Stel kaders vast voor selectie- en scholingsbeleid van vrijwilligers en beleg de verantwoordelijkheid
     hiervoor op landelijk niveau.
Aan DJI
•    Versterk intern het draagvlak voor de inzet van vrijwilligers in het kader van sanctietoepassing;
•    Maak de inrichtingsdirecteur verantwoordelijk voor het stimuleren van de inzet van vrijwilligers tot
     gedetineerden;
•    Benoem vaste contactpersonen voor informatie-uitwisseling en afspraken met vaste contactpersonen van
     vrijwilligersorganisaties;
•    Besteed in het uitvoeringsbeleid (bijvoorbeeld model huisregels) aandacht aan nut en noodzaak van de
     toegang van vrijwilligers en de hieraan verbonden rechten en plichten (bezoek vrijwilliger wordt niet in
     mindering gebracht op en vindt daarom bij voorkeur plaats op ander moment dan regulier bezoek);
•    Organiseer de bezoektijden zo dat personen die werken of opleiding volgen ook in de gelegenheid zijn om
     vrijwilliger te worden (dus ook in avonduren of in het weekend).
Aan gemeenten
•    Besteed in het vrijwilligersbeleid aandacht aan de inzet van vrijwilligers bij (ex-)gedetineerden en leg een
     relatie met het gemeentelijk nazorgbeleid voor ex-gedetineerden;
•    Benoem vaste contactpersonen (bijvoorbeeld gemeentelijke contactpersonen nazorg) voor overleg met
     vaste contactpersonen van vrijwilligersorganisaties.
                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                           27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Aan vrijwilligersorganisaties
•   Benoem vaste contactpersonen voor overleg met vaste contactpersonen professionele organisaties (DJI,
    gemeentelijk contactpunt nazorg)
•   Ontwikkel (gezamenlijk) deskundigheid van vrijwilligers in samenwerking met professionele
    samenwerkingspartners
•   Maak op casusniveau voor alle betrokkenen helder met welk doel (begeleiden terugkeer samenleving of
    bijdragen aan humaan detentieklimaat) vrijwilligers worden ingezet.
Algemeen
•   Onderzoek omvang, nut en randvoorwaarden voor vraaggerichte inzet van vrijwilligers in het kader van
    sanctietoepassing;
•   Richt pilots in gericht op specifieke groepen delinquenten en evalueer deze.
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                          28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Bijlage
Beschrijving hoofdlijnen conceptbeleidsvisie Ministerie van Justitie
In deze bijlage wordt het beleidskader in de conceptbeleidsvisie van het Ministerie van Justitie beschreven
zoals die op 6 mei 2010 voor consultatie aan de Raad is voorgelegd37.
De reactie van de Raad op dit conceptbeleidskader is in hoofdstuk 2 van dit advies opgenomen.
Inleiding
Geconstateerd wordt dat het binnen Justitie tot nu toe ontbrak aan een samenhangende visie op het
vrijwilligerswerk. Het doel van de beleidsvisie is dat het vrijwilligerswerk voor (ex-)justitieel ingeslotenen
vanaf 2011 op een inhoudelijk te verantwoorden, objectieve en transparante manier door het ministerie wordt
ondersteund. De invoering van de beleidsvisie moet er toe leiden dat het vrijwilligerswerk een bestendige en
hem toekomende plaats in de sanctietoepassing krijgt. De reikwijdte wordt bepaald door vrijwillligerswerk
voor in het buitenland gedetineerde Nederlanders en het vrijwilligerswerk in het kader van voorlichting op
scholen buiten beschouwing te laten.
Doelstellingen
In de conceptbeleidsvisie van het Ministerie van Justitie wordt de Minister van Justitie verantwoordelijk geacht
voor het vrijwilligerswerk tijdens de looptijd van de strafrechtelijke titel in de vorm van een straf of maatregel
of een door de rechter of de officier van Justitie opgelegde voorwaarde. Het vrijwilligerswerk is anders dan het
werk van professionele krachten van DJI en reclassering doordat ze geen deel uitmaken van het justitiële
systeem en onbevangen contacten kunnen aangaan. Vrijwilligers kunnen het belang van ingeslotenen voorop
zetten, in tegenstelling tot professionals die het belang van ingeslotenen in het kader van de sanctietoepassing
moeten inperken. Professionele organisaties moeten terughoudend zijn in het aantrekken van vrijwilligers in
hun organisatie. Wel kunnen organisaties als DJI en reclassering samenwerken met vrijwilligersorganisaties
om de belangen van (ex-)ingeslotenen zo optimaal mogelijk te behartigen.
Te subsidiëren activiteiten
Om voor ondersteuning door Justitie in aanmerking te komen moet het vrijwilligerswerk bijdragen aan
een humaan detentieklimaat en/of de reïntegratie van de justitiabele in de samenleving en gericht zijn op
personen met een justitieel kader. Een groot aantal activiteiten blijft onder voorwaarden voor subsidiëring
in aanmerking komen (zoals het afleggen van bezoeken, het ondersteunen van diensten en vieringen,
groepsbijeenkomsten, deelnemen aan geestelijk verzorging, verzorgen van cursussen of praktische zaken).
Echter het begeleiden en ondersteunen van justitieel ingeslotenen na hun terugkeer in de samenleving; het
ondersteunen van familieleden niet zijnde partner of kinderen van ingeslotenen; en het organiseren van
contacten tussen gedetineerden en niet-gedetineerden via relatiebemiddeling worden expliciet genoemd als
voorbeelden om niet langer voor subsidie in aanmerking te komen.
Het vrijwilligerswerk zou in aard en omvang moeten uitbreiden naar geografische witte vlekken, meer
mogelijkheden tot groepsbezoeken met name bij detentie- en uitzendcentra, meer flexibiliteit bij de toelating
tot vrijwilligers, de ingeslotene zou moeten bepalen of hij of zij van het vrijwilligersaanbod gebruik wil maken
en er zouden meer allochtone organisaties moeten komen. In 2011 bedraagt de totale subsidie € 1,6 miljoen.
Tevens wordt aangekondigd dat het budgettaire kader de komende kabinetsperiode mogelijk zal moeten
    37 Adviesaanvraag Ministerie van Justitie d.d. 6 mei 2010 (brief met kenmerk 5653174/10/DSP). Conceptbeleidsvisie Vrij-
        willigerswerk bij de sanctietoepassing.
                 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                               29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>worden herijkt. Wanneer de aanvragen de beschikbare ruimte voor het vrijwilligerswerk overschrijden zullen
de aanvragen die aan de voorwaarden voldoen naar rato worden toegekend.
Subsidievoorwaarden voor vrijwilligersorganisaties en aanbevelingen voor DJI
De tabel geeft weer welke subsidievoorwaarden (richting vrijwilligersorganisaties) en aanbevelingen (richting
DJI) in de conceptbeleidsvisie zijn voorzien.
 Onderwerp          Subsidievoorwaarden                             Aanbevelingen
                    (m.b.t. vrijwilligersorganisaties)              (m.b.t. DJI)
 Selectie,          •    Vrijwilligersorganisaties leggen eisen aan •   (evt.) screening op veiligheidsrisico’s is
 screening               vrijwilligers vast in competentieprofiel       verantwoordelijkheid inrichting of instellling
 en matching        •    Selectie vrijwilligers vindt plaats aan de •   screeningsvoorwaarden worden aan
                         hand van competentieprofiel                    vrijwilligersorganisatie kenbaar gemaakt
                    •    Kandidaat-vrijwilligers moeten VOG         •   per doelgroep overleggen
                         overleggen                                     vrijwilligersorganisatie en instelling/
                                                                        inrichting over matching vrijwilliger
 Formalisering      Vrijwilligersorganisaties sluiten contract met
                    iedere vrijwilliger waarin wordt bepaald:
                    •    verplichtingen vrijwilliger bij uitvoering
                         activiteiten
                    •    geheimhouding
                    •    aansprakelijkheidsverzekering
                    •    onkostenvergoeding
                    •    deelname deskundigheidsbevordering
 Toelating en                                                       •   In NJO-regeling en toelatingsregeling voor
 Faciliteiten                                                           Detentie- en Uitzetcentra wordt verwijzing
                                                                        opgenomen naar hier opgenomen
                                                                        subsidievoorwaarden
                                                                    •   Vrijwilligerswerk krijgt vaste plaats in het
                                                                        nieuwe dagprogramma
                                                                    •   Evt. weigering van vrijwilliger wordt door
                                                                        directeur inrichting of instelling gemotiveerd
 Deskundigheids-    Vrijwilligersorganisatie draagt zorg            •   Vanuit inrichting en instelling wordt bijdrage
 bevordering en     voor periodieke, gestructureerde                    geleverd aan deskundigheidsbevordering
 kwaliteit          deskundigheidsbevordering                           m.b.t. kennis en inzicht in sanctietoepassing
 Begeleiding,       Iedere vrijwilligersorganisatie stelt           •   Binnen leiding inrichting of instelling is
 toezicht en        coördinator aan ter begeleiding vrijwilligers       portefeuillehouder vrijwilligerswerk
 afstemming         en als aanspreekpunt voor inrichting of         •   DJI stelt landelijk contactpersoon aan
                    instelling                                      •   Over afstemming tussen werk
                                                                        beroepskrachten en vrijwillligers worden
                                                                        afspraken gemaakt
              Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                              30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>  Informatie-                                                         •   Bij voldoende draagvlak worden regionale
  voorziening en                                                          overleggen opgezet tussen inrichtingen en
  communicatie                                                            vrijwilligersorganisaties
                                                                      •   Inrichtingen en vrijwilligersorganisaties
                                                                          maken afspraken over periodiek overleg en
                                                                          schriftelijke infovoorziening
                                                                      •   Een systematische vorm van interne en
                                                                          externe informatievoorziening wordt opgezet
                                                                          over aard en omvang vrijwilligerswerk
                                                                      •   Jaarlijkse dialoogbijeenkomst die door
                                                                          Justitie/DJI en vrijwilligersorganisaties
                                                                          gezamenlijk wordt voorbereid
In het ontwikkelperspectief dat voor de toekomst wordt geschetst overbrugt het vrijwilligerswerk volgens
de conceptbeleidsvisie de kloof tussen detentie en vrije samenleving, neemt de aandacht voor rendement
bij vrijwilligersorganisaties toe, wordt in doelgerichte programma’s gewerkt en de kwaliteit van vrijwilligers
verder opgevoerd en gewaarborgd. Voor financiering richten vrijwilligersorganisaties zich meer op andere
partijen dan justitie, die op basis van ingediende plannen bereid zouden zijn om ook inhoudelijk mee
te helpen om doelstellingen te realiseren. De vrijwilligersorganisaties zullen meer investeren in goede
samenwerkingsrelaties met justitiële en maatschappelijke organisaties.
Ten opzichte van de inrichtingen heeft het Ministerie van Justitie in beperkte mate een regulerende, maar
vooral een coördinerende en stimulerende rol. De finale zeggenschap over vrijwilligerswerk ligt volgens de
conceptbeleidsvisie van het Ministerie van Justitie bij de directeur van de inrichting of instelling. Dat betekent
dat centrale kaderstelling ten aanzien van vrijwilligerswerk minimaal zal zijn. Ten opzichte van andere
overheden heeft het Ministerie van Justitie een afstemmende rol, bijvoorbeeld richting gemeenten in verband
met de “toekomstige knip in subsidieverlening voor nazorg”.
Hoofdstuk 2 bevat de reactie van de Raad op de hiervoor samengevatte conceptbeleidsvisie.
                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                           31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                           32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Bronvermelding
Carla Kolner & Paul Duijvestein, WMO en vrijwillige inzet: een handreiking voor gemeenten, Amsterdam, DSP-
groep, 2007
De Croes en Vogelvang. Vrijwilligers binnen Reclassering Nederland. Een beleidsstudie naar de grenzen,
mogelijkheden en betekenisvolle verhalen, Avans hogeschool, Expertisecentrum veiligheid, april 2010
Gevangenenzorg Nederland, Gevangen + werk = 64% rendement, Noaber foundation, Rosmersholm
Professional Services, SROI ‘De Aansluiting’, 2010
G. Weijters en P.A. More, De monitor nazorg ex-gedetineerden: ontwikkeling en eerste resultaten, Den Haag,
WODC, 2010
Kees Schuyt en Max Kommer (red.). Niet bij straf alleen; de spanning tussen idealisme en realisme in het
reclasseringswerk, Amsterdam Universtity press, 1998
Mechtild Höing, Jeanne Caspers & Bas Vogelvang, Circles NL: aanpassingsstudie naar COSA, cirkels voor
Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid in Nederland, ’s-Hertogenbosch, Programmabureau
Circles NL, 2009
Ministerie van Justitie, brief met kenmerk 5653174/10/DSP, Conceptbeleidsvisie Vrijwilligerswerk bij de
straftoepassing, 2010
M.J.G. Jacobs, M.J.G., A.M. van Kalmthout en M.Y.W. von Bergh, Toepassing van bijzondere voorwaarden bij
voorwaardelijke vrijheidsstraf en schorsing van de voorlopige hechtenis bij volwassenen, Tilburg, IVA, 2006
Novius Adviesgroep voor Informatie en organisatie, Effecten en besparingen op maatschappelijke kosten
Stichting Exodus Amsterdam, augustus 2006
Paul Dekker, Joep de Hart & Laila Faulk, Toekomstverkenning vrijwilligerswerk 2015, Den Haag: SCP, 2007
Paul Dekker en Joep de Hart (red.), Vrijwilligerswerk in meervoud : civil society en vrijwilligerswerk 5, Den
Haag: SCP, 2009
Peter Nelissen, Stoppen of doorgaan met criminaliteit? Aanknopingspunten voor het ombuigen van criminele
carrièrs, Exodus- lezing, 15 april  2010
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Doorpakken; Maatschappelijke re-integratie en nazorg
voor ex-gedetineerden, Den Haag, 2010
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Goed bejegenen: beginselen voor het omgaan met
ingeslotenen, Den Haag, 2010
              Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                         33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Van Wingerden, Alberda, Moerings, Wartna en Van Wilsem. Recidive na Exodus, Door, Moria of Ontmoeting;
onderzoek naar recidive onder oud- bewoners van nazorgorganisaties, 2010
VNG, Ministerie van Justitie, Samenwerkingsmodel Nazorg volwassen (ex-) gedetineerde burgers gemeenten-
justitie, Den Haag, VNG, juni 2009
               Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend!
                                                          34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>