<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Afschaffing van de Fokkensregeling
Beter niet
advies d.d. 2 februari 2010
       Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                       1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Samenvatting                                                                                                     5
Inleiding                                                                                                        7
Conclusies en aanbevelingen                                                                                      9
        1. Beoordeling van het voorstel tot afschaffing van de Fokkensregeling                                  11
                 1.1 Argument 1: geen mogelijkheid voor verlof tot aan de VI-datum                              11
                 1.2 Argument 2: ontwikkelingen in de forensische zorg                                          12
                 1.3 Argument 3: veranderde opvattingen aangaande vergelding                                    14
                 1.4 Ook eerdere plaatsing in een FPC op grond van ernstige gedragsproblemen                    14
                 1.5 Niet plotseling opschorten. Overgangsrecht is nodig                                        15
        2. Beoordeling van wetstechnische wijzigingen                                                           17
                 2.1 Wijziging van artikel 41 Penitentiaire Maatregel                                           17
                 2.2 Wijziging van artikel 42 lid 1 Penitentiaire Maatregel                                     17
                 2.3 Wijziging van de artikelen 53 en 54 Reglement verpleging ter beschikking gestelden         17
Gebruikte bronnen                                                                                               19
          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                          3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting
De staatssecretaris van Justitie heeft de Raad gevraagd te adviseren over het afschaffen van de
Fokkensregeling. Deze regeling maakt het mogelijk dat veroordeelden met een combinatievonnis in beginsel
na één derde van hun vrijheidsstraf voor plaatsing in een forensisch psychiatrisch centrum in aanmerking
komen. De achterliggende reden hiervan is het feit dat een tbs-behandeling meer effect heeft indien hiermee
zo spoedig mogelijk een begin wordt gemaakt.
De Raad is van oordeel dat de Fokkensregeling behouden moet blijven, omdat de regeling bijdraagt aan de
belangrijkste doelstelling van de tbs-maatregel: beveiliging van de maatschappij. De Fokkensregeling draagt
hieraan bij doordat de behandeling van tbs-patiënten in het algemeen meer effect heeft als die behandeling
snel begint. De Raad voorziet dat de behandelduur van veroordeelden met een combinatievonnis verder
zal oplopen als gevolg van de afschaffing van de Fokkensregeling. Bovendien neemt de kans op plaatsing
in de longstay toe naarmate de behandelduur toeneemt. In aanmerking genomen dat de behandelduur
de laatste jaren toch al zeer fors toeneemt, constateert de Raad een aantasting van de rechtspositie van ter
beschikking gestelden. Verder betreurt de Raad dat de regeling wordt afgeschaft juist op het moment dat de
capaciteitstekorten minder ingrijpend zijn, de wachtlijsten afnemen en een ruime toepassing van de regeling
mogelijk wordt.
Volgens de Raad zal het afschaffen van de Fokkensregeling negatief van invloed zijn op het verminderen
van het delictrisico. Het gaat immers om (chronisch) psychiatrische patiënten die voor een geslaagde
vermindering van het delictrisico vooral baat hebben bij een hoog niveau van zorg. Het is echter zeer de vraag
of de psychische zorg in de Penitentiair Psychiatrische Centra (PPC’s) hieraan kan voldoen. Bovendien zal het
plaatsen van (chronisch) psychiatrische patiënten met een hoge prevalentie van persoonlijkheidsstoornissen
en co-morbiditeit, een zware druk op de PPC’s leggen. Dit kan ten koste gaan van de zorg voor andere
gedetineerden. Voorts kan een verstopping van de PPC’s ontstaan omdat veroordeelden met een
combinatievonnis lange tijd plaatsen bezet houden.
De staatssecretaris redeneert dat de behandeling van de ter beschikking gestelden stagneert als gevolg van
de Fokkensregeling. Dit is aan de orde als de behandeling is gestart, maar verlof niet kan worden toegekend
omdat de datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna VI-datum) nog niet is gepasseerd. In
dit kader wijst de Raad op het feit dat ter beschikking gestelden tegenwoordig pas na een relatief lange
behandelduur het eerste verlof krijgen toegekend. Het is daarom de vraag of het uitblijven van verlof tot
aan de VI-datum als gevolg van de Fokkensregeling bij veel ter beschikking gestelden tot stagnatie in de
behandeling zal leiden. Ook wijst de staatssecretaris op een veranderde maatschappelijke opvatting omtrent
vergelding als argument voor het afschaffen van de Fokkensregeling. De laatste jaren is de tbs-maatregel
echter aanzienlijk verzwaard als gevolg van de oplopende behandelduur en de sterk toegenomen kans op
plaatsing op een longstay-afdeling. De Raad meent dat de staatssecretaris hieraan voorbijgaat wanneer zij zich
baseert op de maatschappelijke opvatting.
Mocht de staatssecretaris er desondanks voor kiezen de Fokkensregeling af te schaffen, dan dringt de
Raad aan op het opstellen van overgangsbepalingen. Volgens de Raad dient het uitgangspunt te zijn dat
alleen bij nog uit te spreken combinatievonnissen de Fokkensregeling niet meer zal worden toegepast. Ook
dringt de Raad aan op het behoud van de bepaling uit artikel 43 lid 3 sub c van de Penitentiaire Maatregel.
Deze bepaling regelt de mogelijkheid van plaatsing voor de VI-datum in een FPC op grond van ernstige
gedragsproblemen van veroordeelden.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                           5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Inleiding
Per brief van 18 december 2009 heeft de staatssecretaris van Justitie de Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming (RSJ) gevraagd te adviseren over een conceptwijziging van de Penitentiaire Maatregel en
het Reglement verpleging ter beschikking gestelden in verband met het afschaffen van de Fokkensregeling.
Deze regeling maakt het mogelijk dat veroordeelden met een combinatievonnis in beginsel na één derde
van hun vrijheidsstraf voor plaatsing in een forensisch psychiatrisch centrum in aanmerking komen. Met dit
advies reageert de Raad op de voorgestelde wijzigingen.
Voor het afschaffen van de Fokkensregeling voert de staatssecretaris van Justitie verschillende argumenten
aan die tot drie standpunten zijn terug te voeren. Allereerst wijst de staatssecretaris erop dat de
Fokkensregeling niet toelaat dat veroordeelden met een combinatievonnis met verlof mogen voordat
de datum van de voorwaardelijke invrijheidstelling (hierna VI-datum) is gepasseerd. Met name bij een
combinatievonnis en een lange(re) onvoorwaardelijke vrijheidsstraf kan dit de behandeling belemmeren.
Na de plaatsing in een forensisch psychiatrisch centrum (FPC) is verlof soms lange tijd niet mogelijk. Dit is
problematisch, omdat verlof een belangrijk instrument is van de behandeling.
Ten tweede wijst de staatssecretaris op ontwikkelingen die tot nieuwe inzichten over de wenselijkheid van
de Fokkensregeling hebben geleid. Dit betreft hoofdzakelijk de oprichting van de Penitentiair Psychiatrische
Centra (PPC’s), waardoor het aanbod van psychische zorg tijdens detentie beter zou zijn dan voorheen.
Vanwege het bestaan van de PPC’s kunnen veroordeelden met een combinatievonnis al tijdens hun
detentie met een vorm van behandeling beginnen. In datzelfde kader merkt de staatssecretaris op dat de
Fokkensregeling niet in overeenstemming is met de ingevoerde stelselvernieuwing binnen de forensische
zorg. Op grond van de stelselvernieuwing wordt gestreefd naar uniformering van het plaatsingsbeleid aan de
hand van plaatsingscriteria als zorgbehoefte en beveiligingsniveau.
Ten derde signaleert de staatssecretaris een veranderde maatschappelijke opvatting ten aanzien van de
vergeldingsdoelstelling. Er is een kloof ontstaan tussen de maatschappelijke opvatting over straffen en de
executie van combinatievonnissen. De huidige opvatting verlangt dat straffen minimaal tot aan de VI-datum
ten uitvoer worden gelegd. De kloof wordt nog benadrukt door het onevenredige voordeel dat veroordeelden
met een lange vrijheidsstraf en een tbs-maatregel hebben boven veroordeelden met een korte vrijheidsstraf en
een tbs-maatregel. De eerste groep zou maximaal profiteren van de Fokkensregeling. Heroverweging van de
Fokkensregeling is daarom nodig, aldus de staatssecretaris.
Vooruitlopend op de afschaffing van de Fokkensregeling geeft de staatssecretaris geen nieuwe
plaatsingsbeschikking op grond van de Fokkensregeling meer af. De regeling is per direct opgeschort.
Gelijktijdig met de wijziging van de Penitentiaire Maatregel en het Reglement verpleging ter beschikking
gestelden in verband met het afschaffen van de Fokkensregeling worden nog enkele (wet)technische
correcties doorgevoerd.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                           7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Conclusies en aanbevelingen
Conclusies
De Raad is van oordeel dat de Fokkensregeling onverkort en ongeclausuleerd behouden moet blijven. De
regeling is van grote betekenis voor de tbs-maatregel. Hierbij betreurt de Raad het afschaffen van de regeling
op het moment dat de capaciteitstekorten minder ingrijpend zijn, de wachtlijsten drastisch afnemen en
een ruime toepassing van de regeling mogelijk wordt. De argumenten die de staatssecretaris aanvoert voor
afschaffing van de Fokkensregeling vindt de Raad niet zwaarwegend genoeg gelet op de ingrijpende gevolgen
daarvan voor ter beschikking gestelden en de beveiliging van de samenleving.
Mocht de staatssecretaris er desondanks voor kiezen de Fokkensregeling af te schaffen, dan dringt de Raad
aan op het opstellen van overgangsbepalingen. Het uitgangspunt daarbij dient te zijn dat de Fokkensregeling
alleen in het geval van nog uit te spreken combinatievonnissen niet zal worden toegepast.
Ook dringt de Raad aan op het behoud van de bepaling uit artikel 43 lid 3 sub c van de Penitentiaire Maatregel.
Op grond van deze bepaling kan een veroordeelde met een combinatievonnis al voor de VI-datum in een
FPC worden geplaatst, omdat het verblijf in de penitentiaire inrichting leidt tot ernstige gedragsproblemen
bij de veroordeelde. Omdat de Raad veronderstelt dat de PPC’s in veel gevallen niet geschikt zullen zijn
voor plaatsing van personen met ernstige gedragsproblemen, wordt op behoud van de genoemde bepaling
aangedrongen.
Aanbevelingen
•    Kies voor behoud van de Fokkensregeling.
•    Voorzie in een overgangsregeling in het geval toch wordt beslist de Fokkensregeling af te schaffen.
•    Behoud de mogelijkheid tot eerdere plaatsing in een FPC op grond van ernstige gedragsproblemen.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                           9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                               10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>1. Beoordeling van het voorstel tot afschaffing van de
Fokkensregeling
De Raad heeft begrip voor de politieke afwegingen die ten grondslag liggen aan het voorstel tot afschaffing
van de Fokkensregeling. Desondanks adviseert de Raad de Fokkensregeling te behouden. De Fokkensregeling
dient een belangrijk doel: beveiliging van de maatschappij door effectiever te werken aan vermindering
van het delictrisico bij veroordeelden met een combinatievonnis. De regeling draagt hieraan bij doordat de
behandeling van tbs-patiënten in het algemeen meer effect heeft als die behandeling snel begint. Daar komt
nog bij dat combinatievonnissen met een lange vrijheidsstraf bijna altijd worden opgelegd bij zeer ernstige
delicten. Juist bij deze delicten dient het verminderen van het delictrisico, naast vergelding, een belangrijke
doelstelling te zijn. Alleen dan wordt een optimale beveiliging van de maatschappij bereikt.
Beveiliging van de maatschappij is niet alleen een doelstelling van de tbs-maatregel. Ook de gevangenisstraf
is hierop gericht, vooral door inspanningen gericht op voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij en
de effecten van speciale en generale preventie. Een tbs-maatregel heeft echter aanzienlijk meer effect op de
vermindering van het delictrisico dan een gevangenisstraf1. Dit vormt een belangrijke reden voor de Raad om
voor te stellen de voorgelegde wijziging te heroverwegen.
Het afschaffen van de Fokkensregeling zal nadelig van invloed zijn op de effectiviteit van de behandeling van
veroordeelden met een combinatievonnis. Op langere termijn heeft niemand daar baat bij. De maatschappij
draagt de kosten voor de langere behandeling en veroordeelden moeten een onnodig lange behandeling
ondergaan. Ook neemt de kans op plaatsing in de longstay toe naar mate de behandelduur oploopt. Uit
het feit dat de behandelduur de laatste jaren toch al zeer fors toeneemt, blijkt dat de rechtspositie van ter
beschikking gestelden door deze maatregel zeer wordt aangetast. Een niet onbelangrijk neveneffect daarvan is
een toenemende weerstand bij hen die de tbs-maatregel mogelijk krijgen opgelegd.
Sinds de inwerkingtreding van de Fokkensregeling in 1997 is hiervan relatief weinig gebruik gemaakt als
gevolg van capaciteitstekorten. De Raad betreurt het daarom dat de regeling wordt afgeschaft juist op het
moment dat de capaciteitstekorten minder nijpend zijn en een ruime toepassing van de regeling mogelijk
wordt. Tot slot vindt de Raad de argumenten voor het afschaffen van de Fokkensregeling niet overtuigend.
Hieronder gaat de Raad in op de argumenten van de staatssecretaris. Verder wordt aandacht gevraagd voor
overgangsbepalingen en de gronden om eerder tot plaatsing in een FPC over te gaan.
1.1 Argument 1: geen mogelijkheid voor verlof tot aan de VI-datum
De staatssecretaris geeft aan dat de Fokkensregeling nadelig kan uitvallen in situaties waar de behandeling
is gestart, maar verlof niet kan worden toegekend omdat de VI-datum nog niet is gepasseerd. Dit kan een
stagnatie in de behandeling tot gevolg hebben, zo redeneert de staatssecretaris.
De Raad vindt dit argument niet overtuigend. De bepaling det eerst verlof kan worden toegekend als de
VI-datum is gepasseerd,is indertijd op aandringen van de minister van Justitie aan de regeling toegevoegd.
De Raad ziet daarom liever dat de staatssecretaris er voor kiest die bepaling te laten vervallen, indien zij
van oordeel is dat toepassing van die bepaling de tbs-maatregel hindert. Verder wijst de Raad op het feit
dat ter beschikking gestelden tegenwoordig pas na een relatief lange behandelduur het eerste verlof krijgen
toegekend. Het valt daarom sterk te betwijfelen of het uitblijven van verlof tot aan de VI-datum bij veel ter
    1 Dit blijkt uit een vergelijking tussen Recidivebericht 1997-2006, Ontwikkelingen in de strafrechtelijke recidive van Nederlandse
    justitiabelen en WODC-recidivestudies, Strafrechtelijke recidive van ex-terbeschikkinggestelden.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                                      11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>beschikking gestelden tot stagnatie in de behandeling zal leiden. Bovendien wordt in de PPC’s ook geen verlof
toegekend.
1.2 Argument 2: ontwikkelingen in de forensische zorg
De staatssecretaris is van mening dat de psychische zorg tijdens detentie is verbeterd. Plaatsing op grond van
de Fokkensregeling is daarom overbodig geworden. De PPC’s spelen hierin een belangrijke rol. Deze centra
zijn in de loop van 2009 opgericht en zijn bedoeld voor crisisopvang en -interventie bij gedetineerden die zich
kenmerken door ernstige psychiatrische problematiek.
De Raad is van oordeel dat ter beschikking gestelden meer baat hebben bij behandeling in een FPC, waar de
zorg is toegespitst op de specifieke zorgbehoefte van de ter beschikking gestelden. Uit de nota van toelichting
bij de voorgelegde conceptwijziging blijkt echter dat de psychische zorg in de PPC’s van een lager niveau
is dan in een FPC. In dit kader heeft de Raad grote zorgen bij de plaatsing in PPC’s als alternatief voor de
behandeling in een FPC.
Juist bij veroordeelden met een combinatievonnis is de noodzaak van behandeling evident. Het gaat ten slotte
om (chronisch) psychiatrische patiënten2, die voor een succesvolle vermindering van het delictrisico vooral
baat hebben bij een hoog niveau van gespecialiseerde zorg. Onder meer uit werkbezoek3 is gebleken dat de
psychische zorg in de PPC’s hieraan niet zal voldoen4. Hiervoor wijst de Raad verschillende oorzaken aan:
•    op grond van het equivalentiebeginsel, dat stelt dat zorg tijdens detentie gelijk is aan de zorg in de
     vrije maatschappij, zal de psychische zorg in de PPC’s uitgaan van ondersteuning van het verblijf in
     detentie. De psychische zorg in de PPC’s zal gericht zijn op de korte termijn en heeft het karakter van
     symptoombehandeling, zoals crisisinterventie en stabilisatie. De tbs-behandeling is echter gericht op
     de lange termijn en beoogt een heel ander doel: verminderen van het delictrisico. Verder is het de Raad
     bekend dat er onder ter beschikking gestelden veel persoonlijkheidsstoornissen voorkomen. Omdat
     persoonlijkheidsstoornissen in de reguliere psychiatrie doorgaans niet intramuraal worden behandeld, is
     het onduidelijk wat de betekenis van het equivalentiebeginsel is;
•    alleen personeel met een adequate opleiding en een zorggerichte instelling kan goede begeleiding aan
     ter beschikking gestelden bieden. Het is onwaarschijnlijk dat het personeel in de PPC’s, waarvan de Raad
     vermoedt dat een groot deel wordt geworven onder het personeel van penitentiaire inrichtingen, volledig
     voor deze taak wordt geëquipeerd;
•    de beperkte omvang van de PPC’s zal differentiatie van zorg bemoeilijken. De Raad veronderstelt
     dat het bieden van een hoog niveau van zorg, anders dan crisisopvang en stabilisatie, aan
     verschillende categorieën (chronisch) psychiatrische patiënten, waaronder veel patiënten met een
     persoonlijkheidsproblematiek, moeilijk is te realiseren;
•    het starten van de tbs-behandeling in een PPC stelt hoge eisen aan de samenwerking tussen PPC’s
     en FPC’s. Binnen de PPC zal bovendien aan verschillende randvoorwaarden voor het bieden van
     behandeling moeten worden voldaan. In dit kader brengt de Raad de pilots met preklinische interventies
     en preklinische behandeling in herinnering. Deze hebben geen gunstige resultaten opgeleverd.
Als gevolg van het bovenstaande zal de noodzakelijke behandeling in het kader van de tbs-maatregel pas
    2    Bij veel ter beschikking gestelden is sprake van co-morbiditeit van as-1 en as-2 stoornissen, volgens de diagnostiek van DSM-IV. Kort
        gezegd gaat het bij co-morbiditeit om het samengaan van een klinische stoornis, zoals een psychose, met en één of meer persoonlijk-
        heidsstoornissen.
    3    Op 21 september 2009 bezocht een delegatie van de RSJ het PPC te Vught.
    4    Bij de oordeelsvorming over de PPC’s heeft de Raad ook zijn bevindingen over de tbs-capaciteit in het gevangeniswezen betrokken.
        Hoewel op deze afdelingen in principe een volwaardige tbs-behandeling moet worden aangeboden, constateerde de Raad dat de
        kleinere tbs-afdelingen in het gevangeniswezen niet over volwaardige behandelteams op locatie beschikken. Als gevolg hiervan was
        het niveau van zorg niet telkens toereikend. Zie hierover advies Tbs uit het gevangeniswezen van 22 december 2009.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                                       12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>kunnen beginnen na plaatsing in een FPC. Hierdoor staat het afschaffen van de Fokkensregeling uiteindelijk
gelijk aan het uitstellen van behandeling.
Het als regel plaatsen van veroordeelden met een combinatievonnis in een PPC komt de Raad als
onwenselijk voor. Het plaatsen van (chronisch) psychiatrische patiënten, met een hoge prevalentie van
persoonlijkheidsstoornissen en co-morbiditeit, zal een zware druk op de PPC’s leggen. Dit kan ten koste
gaan van de zorg aan zowel veroordeelden met een combinatievonnis als de zorg aan andere gedetineerden.
Bovendien kan het veelvuldig en langdurig plaatsen van tbs-passanten en veroordeelden met een
combinatievonnis verstopping van de PPC’s tot gevolg hebben. De plaatsen worden immers voor een
lange(re) tijd bezet.
Uit de nota van toelichting kan overigens niet worden opgemaakt of er daadwerkelijk sprake zal zijn van het
standaard plaatsen van de hierboven genoemde groepen in de PPC’s. In de nota van toelichting staat slechts
dat beide groepen kunnen worden geplaatst. Op dit punt is verduidelijking gewenst.
Onduidelijk is de passage in de nota van toelichting waarin wordt aangegeven dat tbs-passanten voor
een jaar in een PPC kunnen worden geplaatst. Wordt hiermee bedoeld de maximale toegestane termijn
voor het passantenverblijf, die de Hoge Raad heeft gesteld op vier maanden5, te verlengen tot een jaar? In
dat geval spreekt de Raad zich daar nadrukkelijk tegen uit. Gelet op het bovenstaande worden de PPC’s
immers niet geschikt geacht voor een langdurig verblijf van tbs-passanten. Als het niet de bedoeling is de
toegestane termijn voor het passantenverblijf te laten oplopen, komt het de Raad desondanks als ongewenst
voor de termijn van het verblijf in de PPC’s bij voorbaat te begrenzen. Hierdoor bestaat het risico dat tbs-
passanten plotseling naar een reguliere penitentiaire inrichting worden overgeplaatst, ongeacht hun actuele
zorgbehoeften. Lopende psychische zorg kan hierdoor abrupt worden afgebroken.
De vijf beoogde PPC’s hebben in 2009 een voorzichtig begin gemaakt. De Raad is daarom van oordeel dat
de Fokkensregeling niet kan worden afgeschaft zonder het functioneren van de PPC’s daarin te betrekken.
Hoewel duidelijk is dat het niveau van zorg onder dat van een FPC zal liggen, is momenteel nog niet duidelijk
welk niveau van zorg precies kan worden aangeboden. De kans is echter groot dat het niveau van zorg in een
PPC ontoereikend zal blijken voor langdurige plaatsing van veroordeelden met een combinatievonnis.
Verder geeft de staatssecretaris aan dat de Fokkensregeling niet past bij de huidige systematiek in de
forensische zorg, omdat de systematiek uitgaat van plaatsing op grond van zorgbehoefte en het noodzakelijke
beveiligingsniveau. De Raad begrijpt dit argument niet. De Fokkensregeling gaat namelijk niet zozeer over
het niveau van zorg en beveiliging, maar regelt vooral het moment van plaatsing in een FPC. Daarnaast
is de plaatsing in een FPC het gevolg van een uitspraak van de strafrechter, die zich daarbij baseert op
multidisciplinair onderzoek. Plaatsing in een PPC is daarentegen gebaseerd op een andere zorgbehoefte: een
ongestoorde tenuitvoerlegging van detentie.
De vrijheidsstraf en de tbs-maatregel zijn verschillend van karakter. Dit leidt tot spanning in de
tenuitvoerlegging wanneer een tbs-maatregel volgt na een vrijheidsstraf. Hoewel deze spanning niet geheel
kan worden weggenomen, neemt de spanning naar verhouding toe naarmate later met de behandeling
wordt begonnen. De Fokkensregeling biedt daarom de grondslag om snel met de behandeling te beginnen,
onder het voorbehoud dat er geen contra-indicaties zijn. Overwegingen omtrent plaatsing op grond van
zorgbehoefte en beveiliging, zoals genoemd door de staatssecretaris, staan hier naar mening van de Raad los
van.
    5   Hoge Raad, 21 december 2007, C06/194/HR, LJN BB5074
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                            13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Ook bij de keuze voor een latere start van de behandeling dienen immers dezelfde overwegingen omtrent
zorgbehoefte en beveiliging plaats te vinden.
1.3 Argument 3: veranderde opvattingen aangaande vergelding
De staatssecretaris geeft aan dat de publieke opinie ten aanzien van vergelding en de tenuitvoerlegging
van straffen is veranderd. De roep om repressie is toegenomen en dat zou een heroverweging van de
Fokkensregeling nodig maken.
De Raad heeft begrip voor de verandering in de maatschappelijke opvatting. Bij de combinatievonnissen is
echter een kanttekening op zijn plaats. Sinds de invoering van de Fokkensregeling is de behandelduur zeer
fors opgelopen. Het voordeel van langgestraften boven kortgestraften met een combinatievonnis vervaagt
hierdoor. Daarnaast is ook de maximale duur van de voorwaardelijke beëindiging van de tbs-maatregel
verlengt van drie tot negen jaar en is het aantal plaatsingen op longstay-afdelingen toegenomen. Daardoor
is het tegenwoordig eerder regel dan uitzondering dat een langdurige behandeling volgt na de straf. Als
gevolg hiervan is niet zozeer de gevangenisstraf als wel de tenuitvoerlegging van de tbs-maatregel de laatste
jaren verzwaard. De Raad meent dat de staatssecretaris hieraan voorbijgaat. Dit wordt wellicht het beste
geïllustreerd door het feit dat de tbs-maatregel onder verdachten zeer impopulair is. Velen van hen weigeren
nog mee te werken aan het klinisch gedragskundig onderzoek in het Pieter Baan Centrum6. Zodoende geven
zij blijk van een meer hedendaagse opvatting over de tbs-maatregel.
Op dit punt benadrukt de Raad dat zowel de doelstelling als de legitimatie van de tbs-maatregel volgen uit de
beveiliging van de maatschappij door  middel van de vermindering van delictgevaar. Indien de tbs-maatregel
is opgelegd, al dan niet in combinatie met een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, dient deze doelstelling
centraal te staan. Als de straf niet met dit doel is te verenigen, dient de straf zo veel mogelijk ondergeschikt te
zijn aan de maatregel. Uiteindelijk is dit in het belang van alle betrokkenen.
Verder wijst de staatssecretaris op een onevenredig voordeel dat langgestraften met een combinatievonnis
hebben boven kortgestraften. De Raad acht deze rechtsongelijkheid, voor zover deze al bestaat, niet
problematisch. De ongelijkheid wordt ingegeven door de systematiek van het strafrecht. Het zit besloten in
de voorwaardelijke invrijheidsstelling, die overigens breed wordt gedragen. De ongelijkheid is dus niet uniek
voor de Fokkensregeling. Ook mag worden aangenomen dat de strafrechter hiermee rekening houdt bij het
bepalen van de strafmaat.
1.4 Ook eerdere plaatsing in een FPC op grond van ernstige gedragsproblemen
Voor zover de staatssecretaris vasthoudt aan de voorgestelde wijzigingen, vraagt de Raad aandacht voor het
volgende. De Penitentiaire Maatregel bepaalt dat veroordeelden met een combinatievonnis om verschillende
redenen eerder in een FPC kunnen worden geplaatst. Eén daarvan is het feit dat het verblijf in de penitentiaire
inrichting leidt tot ernstige gedragsproblemen van de veroordeelde (artikel 43 lid  3 sub a). In de voorgestelde
regeling komt deze grond te vervallen. Omdat de Raad veronderstelt dat de PPC’s niet in alle gevallen geschikt
zijn voor plaatsing van personen met ernstige gedragsproblemen, wordt op behoud van de genoemde
bepaling aangedrongen. Dit geldt temeer als wordt vastgehouden aan de begrenzing van het verblijf in een
PPC tot maximaal een jaar. Plaatsing in een FPC, in het geval van ernstige gedragsproblemen, als vorm van
crisisopname en vooruitlopend op structurele behandeling van het delictrisico, zal ook in toekomst soms
nodig zijn, zo verwacht de Raad.
    6    Het percentage weigeraars is inmiddels gestegen tot 50.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                                 14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>1.5 Niet plotseling opschorten. Overgangsrecht is nodig
Indien de staatssecretaris ervoor kiest de Fokkensregeling toch af te schaffen, wijst de Raad op het belang
van overgangsrecht. Rechters hebben de Fokkensregeling bij de straftoemeting laten meewegen. In sommige
zaken zullen zij daarom een hogere straf hebben opgelegd, omdat zij hebben geanticipeerd op plaatsing in
een kliniek na het passeren van één derde van de onvoorwaardelijke vrijheidsstraf. Veroordeelden met een
combinatievonnis die momenteel hun straf ondergaan, kunnen hierdoor te maken krijgen met een plotselinge
strafverzwaring die niet door de rechter is beoogd. Bovendien ontstaat er rechtsongelijkheid, omdat deze
groep wordt benadeeld ten opzichte van veroordeelden die nog wel van de Fokkensregeling hebben kunnen
gebruik maken.
De Raad vindt het plotseling opschorten van de Fokkensregeling niet gepast. Hoewel de staatssecretaris
formeel hiertoe bevoegd is, ontstaat een situatie waarin het oordeel van de rechter wordt doorkruist door
een onvoorziene wijziging van beleid7. De Raad kan zich voorstellen dat de rechterlijke macht hierdoor
onaangenaam is getroffen. Het lijkt fraaier de bestaande regeling te handhaven totdat de voorgestelde
wijziging definitief is doorgevoerd. Betrokkenen zouden er op moeten kunnen vertrouwen dat staand beleid
niet plotseling wordt afgeschaft.
In het geval de staatssecretaris er voor kiest de Fokkensregeling af te schaffen, dringt de Raad aan op
het opstellen van overgangsbepalingen. Met behulp van deze bepalingen dient onzekerheid bij alle
betrokkenen te worden weggenomen. Het uitgangspunt dient alsdan te zijn dat alleen in het geval van nieuwe
combinatievonnissen de Fokkensregeling niet meer zal worden toegepast.
    7   Op grond van het huidige artikel 43 van de Penitentiaire Maatregel kan de strafrechter adviseren om af te wijken van het moment
       waarop de verpleging van rechtswege begint. De rechter heeft daarom nog een mogelijkheid om te bewerkstelligen dat de verpleging
       na een derde van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf begint. De praktijk laat echter zien dat een advies van de rechter op grond
       van artikel 43 Penitentiaire Maatregel zelden in een strafvonnis wordt opgenomen.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                                      15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                               16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>2. Beoordeling van wetstechnische wijzigingen
2.1 Wijziging van artikel 41 Penitentiaire Maatregel
Artikel 41 van de Penitentiaire Maatregel regelt de terugplaatsing van een tot gevangenisstraf veroordeelde
vanuit een FPC naar een penitentiaire inrichting. Het artikel bepaalt dat het hoofd van het FPC waar de
veroordeelde is geplaatst hierover een positief advies dient af te geven. Daarna neemt de minister van Justitie
een beslissing over de terugplaatsing. Omdat het huidige artikel niet duidelijk aangeeft dat de hoofden
van inrichtingen adviseren en de minister uiteindelijk beslist, wordt een verduidelijking van het artikel
voorgesteld. De Raad stemt hiermee in. De voorgestelde wijziging geeft duidelijkheid aan alle betrokkenen.
2.2 Wijziging van artikel 42 lid 1 Penitentiaire Maatregel
Uit het voorgaande hoofdstuk blijkt dat de Raad aandringt op het behoud van de Fokkensregeling. In verband
hiermee wordt op dit punt nog specifiek gewezen op de voorgestelde wijziging van artikel 42 lid 1 van de
Penitentiaire Maatregel. Deze wijziging gaat in tegen de aanbeveling van de Raad. De Raad ziet graag dat de
huidige tekst van het artikel gehandhaafd blijft.
2.3 Wijziging van de artikelen 53 en 54 Reglement verpleging ter beschikking gestelden
In het Reglement verpleging ter beschikking gestelden wordt een expliciete grondslag opgenomen voor het
stellen van nadere regels door de minister van Justitie aangaande het verlaten van de inrichting bij wijze van
verlof en proefverlof. Het gaat om het creëren van een wettelijke basis voor het verloftoetsingskader.
De Raad onderschrijft het belang van een wettelijke regeling voor het verloftoetsingskader. Het biedt een
legitimatie van het verloftoetsingskader en meer garantie voor het (voort)bestaan hiervan.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                          17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                               18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Gebruikte bronnen
• Advies Ministeriële regeling plaatsing veroordeelden gevangenisstraf en TBS, Centrale Raad voor
  Strafrechtstoepassing, 24 juni 1997.
• Advies Tbs uit het gevangeniswezen, Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, 22 december
  2009.
• B.S.J. Wartna, e.a., Recidivebericht 1997-2006, Ontwikkelingen in de strafrechtelijke recidive van
  Nederlandse justitiabelen, WODC, factsheet 2009-5
• B.S.J. Wartna, S. el Harbachi & A.A.M. Essers, Strafrechtelijke recidive bij ex-terbeschikkinggestelden,
  WODC, factsheet 2006-8 en factsheet 2006-8a.
• Regeling plaatsing veroordeelden gevangenisstraf en TBS, Staatscourant 1997, nr. 185, pagina 10.
• Tweede Kamer, vergaderjaar 2009-2010, 29 452, nr. 123.
• Tweede Kamer, vergaderjaar 2009-2010, 29 452, nr. 124.
         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                                        19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies afschaffing Fokkensregeleing Beter niet
                                               20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>