<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Parkstraat 83 Den Haag
Raad voor Strafrechtstoepassing ) Correspondentie:

N A Postbus 30137
en Jeugdbescherming fj 2500 Gc Den Haag

Telefoon (070) 361 93 00
Fax algemeen (070) 361 9310
Fax rechtspraak (070) 361 93 15

Aan de minister van Justitie

de heer dr. E.M.H. Hirsch Ballin
Postbus 20301

2500 EH Den Haag

Contactpersoon :mw mr. M.L.H. Gelauff
Doorkiesnummer : 070-3619350

E-mail : m.gelauff@minjus.nl

Datum : 19 maart 2010

Ons kenmerk : CR35/1068225/2010/MG/TvV
Onderwerp : wetsvoorstel lesbisch ouderschap

Geachte heer Hirsch Ballin,

Bij brief van 12 december 2009 vroeg u de Raad voor
Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: de Raad) om te
adviseren over het wetsvoorstel lesbisch ouderschap. Naar aanleiding
daarvan laat ik u het volgende weten.

De Raad heeft zoals gebruikelijk een adviescommissie ingesteld om het
advies voor te bereiden. Het wetsvoorstel is uitvoerig besproken en
bezien door deze commissie. Er is in alle geledingen van de Raad
uitgebreid gediscussieerd over het wetsvoorstel en vervolgens is
geconcludeerd dat het thans niet mogelijk is een advies uit te brengen.
Graag licht de Raad dat hieronder toe.

Het wetsvoorstel sluit aan bij ontwikkelingen in de samenleving; sinds
jaren is er steeds meer diversiteit aan relatievormen te zien. Gevolg is
dat kinderen niet alleen meer geboren worden staande het huwelijk van
een man en een vrouw. Vanuit de Tweede Kamer is daarom ook
verschillende keren aangedrongen om wetgeving tot stand te brengen’.
Het wetsvoorstel is gebaseerd op het rapport “Lesbisch ouderschap”
van de Commissie lesbisch ouderschap en interlandelijke adoptie
(Commissie Kalsbeek), die adviseerde om voor de duomoeder in elk
geval de mogelijkheid van erkenning open te stellen. Over de vraag of
het juridisch ouderschap van rechtswege moet ontstaan indien een
lesbisch paar de relatie door een huwelijk of geregistreerd partnerschap
heeft geformaliseerd, heeft de commissie zich destijds bewust niet

! Kamerstukken II 1999-2000, 26 672, 26 673, nr. 9 en 2006-2007, 30 800 VI, nr. 60 en 2009-
2010, 32 123 VI, nr. 57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>uitgelaten gezien de diverse controversiële aspecten van een dergelijke
regeling.

Hoewel dit niet in de memorie van toelichting vermeld wordt, is bij het
opstellen van het wetsvoorstel —zo begrijpt de Raad uit de brief van de
staatssecretaris van Justitie van 19 mei 2009 aan de Tweede Kamer- ook
rekening gehouden met het advies van mevrouw prof. mr. C.J. Forder
“Erkenning door de vrouwelijke partner van de moeder”. In dit advies
wordt ingegaan op de vraag in welke mate de biologische vader het
recht heeft het kind te erkennen, hoe prenatale erkenning in deze
context werkt en welk recht het kind van duo-moeders heeft op
afstammingsinformatie in het licht van het Europees Verdrag voor de
Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) en het
Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK).

De Raad onderschrijft dat het ook voor kinderen die niet geboren
worden staande het huwelijk van een man en een vrouw, van belang is
dat hun juridische en sociale positie goed geregeld wordt. De Raad heeft
het genoemde rapport en advies dan ook met belangstelling gelezen,
maar is van mening dat het wenselijk is dat, alvorens tot wetgeving te
komen, eerst breder onderzoek wordt gedaan naar deze belangrijke
thematiek zowel op juridisch als psycho-sociaal gebied. Zo zou niet
alleen de situatie waarin sprake is van de geboorte van een kind binnen
de relatie van twee vrouwen, maar ook andersoortige relaties
waarbinnen kinderen opgroeien in ogenschouw genomen moeten
worden.

Thans ontbreekt het aan dergelijk breed onderzoek en ook aan een
brede visie over hoe hiermee in een juridisch kader om te gaan.
Bovendien is geen onderzoek gedaan naar de wensen en behoeften van
alle betrokkenen in deze en met name niet naar de wensen en belangen
van het kind. De in het IVRK verankerde rechten en belangen van het
kind zouden naar het oordeel van de Raad hierbij leidend moeten zijn.
De Raad is daarom van mening dat het nu te vroeg is om, al dan niet
onder politieke druk, vergaande wetgeving tot stand te brengen die het
huidige afstammingsrecht geheel doorkruist en waarvan nog niet kan
worden overzien welke de consequenties daarvan zijn. De Raad acht het
goed mogelijk dat andere opties, zoals het introduceren van een nieuwe
rechtsfiguur, het uitbreiden van de regeling van het krijgen van gezag
van rechtswege of het aanpassen van het adoptierecht, eerder in de
rede blijken te liggen. De Raad is graag bereid een bijdrage te leveren
aan een dergelijk onderzoek en op basis daarvan te adviseren.

Hoogachtend,
namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming,

Prof. dr. P.B. Boorsma, algemeen voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>