<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                Aan de Minister van Justitie
                de heer dr. E.M.H. Hirsch Ballin
                Postbus 20301
                2500 EH Den Haag
Betreft        : advies
Contactpersoon : drs. A.J. van Bommel
Doorkiesnummer : 070-3619352
E-mail         : a.j.van.bommel@minjus.nl
Datum          : 5 maart 2010
Uw kenmerk     : 5633083/09/6
Ons kenmerk    : CR 35/1068577/2010/AvB/WRC
Onderwerp      : aanpassing Besluit aanwijzing Halt-feiten
               Geachte heer Hirsch Ballin,
               Op uw verzoek van 6 januari 2010 adviseert de Raad u bij deze gaarne over het
               conceptbesluit tot aanpassing van het besluit aanwijzing Halt-feiten.
               Het voorstel behelst het opnemen van enkele nieuwe delicten in de lijst van
               Halt-waardige delicten. Deze delicten worden voor het merendeel ook nu al
               met een Halt-afdoening gesanctioneerd, zodat hier sprake is van codificering
               van de bestaande situatie. Daarnaast worden enkele delicten uit de lijst
               geschrapt, hetzij omdat het betreffende delict te zwaar wordt geoordeeld voor
               een Halt-afdoening, hetzij omdat verwijzing voor dit delict vrijwel nooit
               plaatsvindt.
               Voor een goed begrip van deze problematiek blikken we eerst terug op een
               advies van de Raad uit 2008, waarbij werd aangesloten op het de 2006
               verschenen WODC-effectevaluatie van de Halt-aanpak en de gezamenlijke
               reactie van de ministers van Justitie en van Jeugd en Gezin op dit advies.
               Daarna wordt ingegaan op het voorliggende conceptbesluit.
               Raadsadvies 2008: herstelfunctie Halt centraal
               In het advies ‘Jeugdige delinquenten: minder opsluiten, gerichter begeleiden’
               van 16 oktober 2008 deed de Raad onder meer de aanbeveling om de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>doelstelling van Halt terug te brengen tot wat deze oorspronkelijk was,
namelijk het bijdragen aan herstel van door een (licht) delict veroorzaakte
schade. Kort samengevat redeneerde de Raad hierbij als volgt:
- veel door jongeren gepleegde lichte delicten zijn leeftijdgebonden. Het ‘delictgedrag’,
     voorzover daar al sprake van is, verdwijnt met de jaren (de zgn. adolescence-limited
     group). Voorzover het jongeren betreft die niet kampen met psychosociale of
     medische problematiek kan Halt bijdragen aan (eerder) stoppen met het delictgedrag,
     al is niet aan te tonen in welke gevallen en in hoeverre Halt in dit opzicht
     meerwaarde heeft boven een (reguliere) politie-interventie;
- waar het jongeren betreft die, al dan niet op basis van persoonlijke problematiek, tot
     zwaardere delicten komen en daarin volharden (de zgn. life course persistent-group),
     is verwijzing naar jeugdhulpverlening aangewezen en zou een Halt-afdoening
     (daarnaast) niet functioneel zijn.
De Raad waardeert de herstelfunctie van Halt en kent in dat kader ook een belangrijke
functie toe aan het laten aanbieden van excuses aan het slachtoffer.
Doorontwikkeling Halt
De ministers van Justitie en van Jeugd en Gezin reageerden op het advies van de Raad bij
brief van 5 maart 2009. De bewindslieden deelden mee inmiddels (het eerste deel van)
een voorstel te hebben ontvangen voor doorontwikkeling van Halt, op basis waarvan de
minister van Justitie een definitieve lijst van Halt-waardige feiten zou opstellen. Voorts
hadden gesprekken plaatsgevonden met ketenpartners, wetenschappers en leden van de
Tweede Kamer. Deze raadpleging had laten zien dat er een breed draagvlak bestaat voor
het voortbestaan van Halt in een ‘doorontwikkelde’ vorm. In welke richting deze
doorontwikkeling gaat, werd in de reactie van de bewindslieden niet aangegeven of
toegelicht. In de nota van toelichting bij het onderhavige voorstel tot wijziging wordt
aangegeven dat bezien is, hoe de Halt-afdoening zodanig kan worden aangepast opdat
deze beter bij de jongere en het gepleegde delict past. De nota van toelichting vermeldt
echter niet de inhoud van deze aanpassing of een vindplaats hiervoor. Het voorstel is
beperkt tot het aanpassen van de lijst van Halt-waardige delicten. Nu het erop lijkt dat
het voorstel tevens de wettelijke uitwerking van de ‘doorontwikkeling’ vormt, maakt het
(althans in de nota van toelichting) ontbreken van een onderliggende beleidsvisie op Halt
het lastig om het voorstel op zijn merites in dit opzicht te beoordelen. De Raad zal het
voorstel daarom bezien in relatie tot de alom erkende waarde van Halt als middel tot
herstel van schade.
Toe te voegen en te schrappen delicten
Niet alle delicten die volgens het voorstel worden toegevoegd aan de lijst van ‘Halt-feiten’
zijn delicten die op zichzelf genomen schade veroorzaken.
De overtreding van artikel 142 Sr, het onnodig bellen van alarmnummers, veroorzaakt
schade waar hulpverleningsdiensten ten onrechte in actie komen. Hiermee kan dit delict
terecht als Halt-waardig worden aangemerkt.
Dit laatste geldt echter niet voor openbare dronkenschap (artikel 453 Sr). Het onder
invloed verkeren in de openbare ruimte levert op zichzelf geen schade op. De Raad acht
het toevoegen van dit delict aan de lijst daarom niet aangewezen. Het is tevens onnodig
omdat voorzover openbare dronkenschap wél gepaard gaat met gedrag dat schade
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>veroorzaakt, dit als afzonderlijk delict Halt-waardig kan zijn.
Nieuw is ook het onder artikel 1 brengen van strafbare feiten genoemd in gemeentelijke
verordeningen. De hier genoemde soorten delicten: lichte vormen van brandstichting,
baldadig of overlastgevend gedrag en gebruik van alcohol of verdovende middelen, komen
naar het inzicht van de Raad terecht in de plaats van het voor Halt te zware delict
brandstichting ex artikel 157 Sr. Maar ook bij deze delicten zal schadeherstel in de Halt-
afdoening centraal moeten blijven staan.
In de toelichting op het voorstel wordt aangegeven dat de introductie van dit onderdeel k
mede te zien is tegen de achtergrond van de in 2009 ontwikkelde Halt-afdoening
‘Alcohol’. De Raad is niet bekend met de inhoud van dit programma; deze is niet op de
website van Halt Nederland te vinden. Het WODC rondt medio dit jaar een evaluatie van
dit programma af. Hiermee kan meer licht worden geworpen op de mogelijkheden die
Halt in dit kader te bieden heeft. Voordat hierover conclusies zijn getrokken is het
verstandiger om dit programma niet in de nota van toelichting te noemen.
Ten slotte wordt schoolverzuim en te laat op school komen onder het bereik van artikel 1
gebracht. Dit zijn geen nieuwe Halt-delicten. Al geruime tijd worden jongeren voor dit
gedrag naar Halt verwezen. De Halt-interventie werd gebaseerd op het verzamelartikel 2.
In het advies Jeugdige delinquenten pleitte de Raad expliciet voor het buiten de lijst
houden van spijbelgedrag. Lichte vormen hiervan moeten binnen de sfeer van het
onderwijs kunnen worden opgevangen en herhaald spijbelen vormt veelal een signaal van
onderliggende zwaardere psychosociale problematiek. In geen van beide gevallen heeft
een verwijzing naar Halt toegevoegde waarde. Voor de zwaardere problematiek bestaan
andere, ook justitiële, instrumenten en is een Halt-afdoening absoluut niet aangewezen.
De Raad brengt dit argument, naast het feit dat spijbelgedrag geen schade veroorzaakt,
hierbij nog eens met nadruk naar voren. In de reactie van de bewindslieden op het
eerdere advies van de Raad werd de reden waarom spijbelen als Halt-waardig delict zou
blijven worden aangemerkt niet toegelicht. Het feit dat deze overtredingen al langer naar
Halt worden verwezen, zodat hiermee al ervaring is opgedaan, zal hiervoor misschien
argumenten kunnen opleveren. Vooralsnog is de Raad van oordeel dat deze overtredingen
zo ver liggen van de oorspronkelijke Halt-delicten, dat het onder Halt brengen bepaald
niet voor de hand ligt.
Hoogachtend,
namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
Mr. drs. F.A.M. Bakker, plv. algemeen voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>