<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                 Parkstraat 83 Den Haag
Raad voor Strafrech tstoepassîng                                                  Correspondentie:
                                                                                  Postbus 30137
   en Jeugdbescherming                                                             2500 GC Den Haag
                                                                                    Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                    Fax algemeen (070) 361 9310
                                                                                     Fax rechtspraak (070) 361 93 15
                     Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
                     De heer mr. F. Teeven
                     Postbus 20301
                     2500 EH Den Haag
 Betreft           : Aanbieding advies wetsvoorstel wijziging Boek 1 Burgerlijk Wetboek
 Contactpersoon    : mr. M.A.C. Herweijer
 Doorkiesnummer    : 070-3619355
 E-mail           :  m.a.c.herweijer@minvenj.nl
 Datum            :  10 november 2011
 Uw kenmerk       :  5710133/11/6
 Ons kenmerk      :  CR35/1077083/2011/MH/TvV
 Onderwerp           Wetsvoorstel wijziging Boek 1 Burgerlijk Wetboek
                  Geachte heer Teeven,
                  Naar aanleiding van uw adviesaanvraag d.d. 21 september 2011
                  over het conceptwetsvoorstel tot aanpassing van Boek 1 van het
                  Burgerlijk Wetboek en van het Wetboek van Burgerlijke
                  Rechtsvordering mede in verband met de evaluatie van de Wet
                  openstelling huwelijk en de Wet geregistreerd partnerschap
                  (hierna wetsvoorstel wijziging Boek 1) laat de Raad voor
                  Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: Raad) u
                  graag het volgende weten.
                 Achtergrond wetsvoorstel
                 Uit de memorie van toelichting blijkt het volgende. Op 1
                 januari 1998 is het geregistreerd partnerschap wettelijk
                 geregeld. Toen op 1 april 2004 het huwelijk werd opengesteld
                 voor paren van gelijk geslacht was het de vraag of er nog
                 behoefte bestond aan het geregistreerd partnerschap. Hierop
                 zijn de Wet openstelling huwelijk en de Wet geregistreerd
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>              partnerschap geëvalueerd.’ Uit deze evaluatie blijkt dat het
              geregistreerd partnerschap een instituut is dat een meer
              zakelijke betekenis voor paren heeft, die dan ook afwijkt van
              het huwelijk met zijn van oudsher symbolische betekenis en
             traditie. Voor de mensen die hun relatie zakelijk willen
             bevestigen, biedt het geregistreerd partnerschap een alternatief.
             Het instituut voorziet daarom in een behoefte. Het kabinet
             meent, gelet op deze evaluatie, dat het geregistreerd
             partnerschap op een aantal punten verder gelijk moet worden
             gesteld met het huwelijk. Daarom stelt het kabinet een aantal
             wijzigingen voor. Daarnaast wordt met dit wetsvoorstel
             uitvoering gegeven aan het Europees Verdrag inzake de adoptie
             van kinderen. Tot slot wordt een aantal andere inhoudelijke
             wijzigingen op het terrein van het personen- en famiierecht
             voorgesteld en worden enkele redactionele onjuistheden
             hersteld.
             De Raad zal hieronder een enkele opmerking maken en
             vervolgens twee kanttekeningen plaatsen.
            Algemene opmerkingen
             De Raad kan zich vinden in de keuze van dit kabinet om het
             geregistreerd partnerschap meer gelijk te stellen met het
            huwelijk. De Raad kan zich tevens vinden in het verlengen van
             de bewaartermijn voor adoptiedossiers en het herstel van
             enkele redactionele onjuistheden. De Raad heeft een tweetal
            kanttekeningen bij de voorgestelde wijzigingen op het gebied
            van het personen- en familierecht.
            Enkel nog centrale ontsluiting gezagsregister
            Voorgesteld wordt om artikel 244 van Boek 1 van het Burgerlijk
            wetboek (Bw) aan te passen om het zogenaamde gezagsregister
            centraal te ontsluiten en meer centraal te gaan houden. Reden
            hiervoor is dat het gezagsregister op die wijze gemakkelijker
            raadpieegbaar is voor zowel gerechten, andere instanties als de
            burger. Het voorgestelde artikel 244 Boek 1 Bw maakt het
            mogelijk het gezagsregister bij zowel de rechtbanken als op een
            andere bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen plaats
            of plaatsen te houden. Eenvoudige toegang tot het
            gezagsregister acht de Raad positief en de Raad is voorstander
            van centrale ontsluiting van deze gegevens. De Raad vraagt zich
1 K. Boele-Woelki, 1. Curry-Surnner, M. Jansen & W. Schrarna, Huwelijk of geregistreerd
partnerschap? Een evaluatie van de Wet openstelling huwelijk en de Wet geregistreerd
partnerschap in opdracht van het Ministerie van Justitie, 2006.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  af of het zinvol is om de mogelijkheid het gezagsregister bij de
  rechtbanken te houden, te handhaven. Hierdoor kunnen
  verschillen in de diverse registers ontstaan over hetzelfde
  rechtsfeit omtrent één mindeijarige. De Raad beveelt aan het
 voorgestelde artikel 244 van Boek 1 Bw aan te passen zodat het
  gezagsregister slechts nog kan worden gehouden op één
  centrale plaats. Indien het echter de bedoeling van het kabinet
 is de centrale ontsluiting gefaseerd in te voeren, verdient het
 aanbeveling dit in de toelichting te verduidelijken en daarbij te
 noemen op welke termijn de gegevens centraal worden
 ontsloten.
 Terzijde merkt de Raad ten aanzien van het gezag nog het
 volgende op. Naar huidig recht is het zo dat kinderen enkel in
 het gezagsregister worden opgenomen indien daarvan
 aantekening is gemaakt in het gezagsregister. Als een kind
 binnen het huwelijk wordt geboren, hebben de beide ouders
 van rechtswege het ouderlijk gezag over dat kind. Hiervan
 wordt dan geen aantekening gemaakt in het gezagsregister. In
 de praktijk is de Raad gebleken dat dit nog wel eens tot
 onduidelijkheid kan leiden en het verdient daarom aanbeveling
 dit te verduidelijken, bijvoorbeeld door in het centraal te
 houden gezagsregister van alle kinderen de gezagsouder(s) of
 voogd op te nemen. Hierbij kan bijvoorbeeld worden
 aangesloten bij de gegevens in de gemeentelijke
 basisadministratie.
 Geschilienregeling bij aanwijzing voogd na overlijden
Ten aanzien van artikel 292 van Boek 1 Bw wordt voorgesteld
 om ouders een alternatief te bieden voor de testamentaire
voogdij. Een ouder kan in de voorgestelde procedure met
behulp van een door hem in te vullen formulier één of twee
personen als voogd aanwijzen die na zijn overlijden het gezag
over zijn minderjarige kind verkrijgen door aanvaarding van de
voogdij. De aantekening hiervan wordt opgenomen in het
gezagsregister. Ook wordt in het voorgestelde artikel 292 lid 4
van Boek 1 Bw voorzien in een conflictregel voor het geval dat
een ouder zowel bij testament als door middel van aantekening
in het gezagsregister heeft voorzien in het aanwijzen van een
voogd. In dat geval heeft de aanwijzing die het meest recent
heeft plaatsgevonden gevolg.
Het voorgestelde artikel voorziet echter niet in de
omstandigheid dat twee gezagdragende ouders van mening
verschillen over de aan te wijzen voogd na overlijden en allebei
een formulier invullen waarin zij ieder kiezen voor
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre> verschillende voogden. Toestemming van de andere ouder met
 gezag voor het maken van een aantekening is op grond van de
 bepaling, zoals deze nu is geformuleerd, immers niet nodig.
 Indien beide ouders twee verschillende voogden hebben
 aangewezen, ontstaat er een probleem bij overlijden van beide
 ouders. In het gezagsregister staan dan verschillende voogden
 aangewezen. De Raad beveelt aan om artikel 292 boek 1 Bw aan
te vullen met een geschillenregeling voor het geval ouders ieder
een formulier invullen met van elkaar afwijkende meningen
over de aan te wijzen voogd(en). Hierbij denkt de Raad aan
verwijzing naar artikel 253a van Boek 1 Bw (geschillenregeling)
of het creëren van een andere mogelijkheid zodat een geschil
over de voogd na overlijden ter toetsing kan worden voorgelegd
aan de rechter.
Erop vertrouwend u hiermee van dienst te zijn geweest,
Hoogachtend,
namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdb~cherming,
Prof.dr. P.B. Boorsma, algemeen voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>