<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                           Parkstraat 83 Den Haag
Raad voor Strafrechtstoepassing                                             Correspondentie:
    en Jeugdbescherming                                                      2500 Gc  Den Haag
                                                                              Telefoon (070) 361 93 00
                                                                              Fax algemeen (070) 361 9310
                                                                               Fax rechtspraak (070) 361 9315
                    Aan de Minister van Veiligheid en Justitie
                    Postbus 20301
                    2500 EH Den 1-laag
  Contactpersoon   : mw. mr. M.A.C. Herweijer
  Doorkiesnummer   : 070-3619355
  E-mail           : m.a.c.herweijer@minjus.nl
  Datum           :l4juni2Oll
  Uw kenmerk      :5693449/11/6
  Ons kenmerk     : CR35/1075242/2011/MH/TvV
  Onderwerp       : conceptwetsvoorstel raadsman en politieverhoor
                  Geachte heer Opstelten,
                  Op 19 april 2011 ontving de Raad uw adviesaanvraag, gedateerd
                  18 april 2011, over het conceptwetsvoorstel raadsman en
                  politieverhoor. Hieronder treft u de reactie van de Raad aan op
                  het conceptwetsvoorstel.
                  De Raad ziet af van advisering over het wetsvoorstel voor zover
                  dat ziet op meerderjarigen, omdat dit het adviesterrein van de
                  Raad overstijgt. Ten aanzien van minderjarigen heeft de Raad
                  een ruimere taak en gaat de Raad graag in op het
                  conceptwetsvo orstel.
                  In het advies ‘Jeugdstrafproces: toekomstbestendig!’ is reeds
                  een aanbeveling opgenomen over de aanwezigheid van een
                  raadsman voor én tijdens het politieverhoor van een
                  minderjarige. De Raad verwijst naar het advies voor de
                  aanbeveling en onderliggende argumentatie. De Raad plaatst
                  daarnaast nog een drietal kanttekeningen bij het
                  conceptwetsvoorstel.
                  De Raad heeft met grote instemming kennis genomen van de
                 voor minderjarigen gekozen lijn inzake consultatiebijstand,
                  zoals verwoord op pagina 69 van de Memorie van Toelichting:
                  aan alle minderjarige verdachten die zijn aangehouden op
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>              verdenking van een misdrijf wordt consultatiebijstand geboden.
              Overwogen wordt nog om 16- en 17-jarigen de mogelijkheid te
              bieden om in lichtere zaken af te kunnen zien van
              consultatiebijstand. De beslissing hierover wordt aangehouden
              totdat de uitkomsten van een Impact Assessment naar het
              conceptwetsvo orstel bekend zijn. Het conceptwetsvoorstel
              beoogt momenteel aldus om aan alle minderjarigen
              consultatiebijstand te bieden, waarvan zij niet kunnen afzien.
              Deze lijn is vastgelegd in het voorgestelde artikel 489 lid 2 en 3
             Wetboek van Strafvordering (Sv), maar blijkt niet expliciet uit
              deze artikelen. De Raad beveelt aan om de in de Memorie van
              Toelichting verwoorde lijn dat alle minderjarigen recht hebben
              op consultatiebijstand en daarvan niet kunnen afzien ook
              expliciet in het voorgestelde artikel 489 Sv op te nemen. De
              praktijk heeft er belang bij dat deze niet onomstreden lijn
              duidelijk in wetgeving wordt neergelegd.
              Uit onderzoek in opdracht van het WODC naar de raadsman bij
             het politieverhoor is namelijk gebleken dat een experiment
             waarbij de raadsman het politieverhoor bijwoonde weliswaar
             zonder hoogoplopende ruzies is verlopen, maar dat wel
             irritaties en fricties zijn ontstaan.’ De oorzaak voor deze
             irritaties en fricties lijkt vooral te liggen in de verschillende
             wijzen waarop de regels over consultatiebijstand en
             verhoorbijstand werden geïnterpreteerd.
             Ten tweede merkt de Raad het volgende op. In het voorgestelde
             artikel 490 lid 1 Sv staat opgenomen dat de raadsman, op
             verzoek van de verdachte, rechtsbijstand kan verlenen tijdens
             het verhoor en dat de raadsman tot het verhoor wordt
             toegelaten, tenzij het belang van het onderzoek dit verbiedt.
             Deze bepaling komt overeen met de bepaling voor
             meerderjarige verdachten, zoals neergelegd in artikel 28b Sv
             (pagina 25 e.v. Memorie van Toelichting). In artikel 489 Sv staat
             echter niet vermeld dat de officier van justitie in kennis wordt
             gesteld van de omstandigheid op grond waarvan toelating van
             de raadsman tot het politieverhoor wordt geweigerd, zoals dat
             wel staat vermeld voor meerderjarige verdachten in artikel 28b
             lid 2 Sv. Evenmin staat vermeld op welke wijze de
             rechtmatigheid van het verhoor van een minderjarige verdachte
             kan worden gecontroleerd, indien toelating van de raadsman
             tot het verhoor wordt geweigerd zoals dat wel staat vermeld
1 L. Stevens & W.J. Verhoeven, Raadsman bij politieverhoor: Invloed van voorafgaande
consultatie en aanwezigheid van raadslieden op organisatie en wijze van verhoren en
proceshouding van verdachten, Den Haag: Boom Juridische uitgevers, 2010.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>voor meerderjarige verdachten in artikel 28b lid 3 Sv. Hoewel
op grond van artikel 488 lid 1 Sv het voorgestelde artikel 28b
leden 2 en 3 Sv ook van toepassing wordt op minderjarigen,
verdient het ten behoeve van de duidelijkheid naar de mening
van de Raad aanbeveling aan artikel 489 Sv twee leden toe te
voegen. In deze twee leden dient analoog aan artikel 28b Sv
expliciet te worden opgenomen dat de officier van justitie er
van in kennis dient te worden gesteld als de raadsman de
toegang tot het verhoor wordt geweigerd en dat het verhoor in
die gevallen audiovisueel wordt opgenomen. Daarnaast gaat de
Raad uit er van uit dat van de mogelijkheid om de advocaat de
toegang tot het politieverhoor te weigeren, terughoudend wordt
omgegaan, zeker in het geval van minderjarigen. De Raad zou
dit graag in de memorie van toelichting geëxpliciteerd zien.
Tot slot vraagt de Raad zich af op welke wensen uit de praktijk
de verhoging van de grens voor rechtsbijstand bij de TOM
zittingen is gebaseerd, zoals voorgesteld in artikel 490 lid 3 Sv
(pagina 71 Memorie van Toelichting). Er wordt voorgesteld de
grens voor rechtsbijstand bij de TOM-zittingen te verhogen. De
Raad pleit er voor dat de minderjarige zich bij een TOM-zitting
altijd door een raadsman kan laten bijstaan. De gevolgen van
een strafbeschikking van het OM, ook van een strafbeschikking
die minder dan 32 uur taakstraf inhoudt, kunnen aanzienlijk
zijn voor bijvoorbeeld het verkrijgen van een Verklaring
omtrent het Gedrag. In het licht van artikel 6 EVRM heeft ook
de minderjarige die een dergelijk transactievoorstel krijgt recht
op rechtsbijstand. De Raad merkt daarbij op dat rechtshulp
door een gespecialiseerde jeugdadvocaat kan betekenen dat de
minderjarige en zijn ouders een OM-transactievoorstel
aanvaarden, terwijl dat zonder deze rechtsbijstand wellicht niet
het geval zou zijn geweest. Op deze wijze wordt een gang naar
de kinderrechter voorkomen. Gelet hierop beveelt de Raad aan
artikel 490 lid 3 Sv te wijzigen in die zin dat bijstand door een
raadsman bij een TOM-zitting altijd mogelijk is.
Hoogachtend,
namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeu: ~ iescherming,
Prof.dr. P.B. Boorsma, algemeen voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>