<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                Parkstraat 83 Den Haag
Raad voor Strafrech tstoepassing                                                  Correspondentie:
                                                                                  Postbus 30137
    en Jeugdbescherming                                                            2500 GC Den Haag
                                                                                    Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                     Fax algemeen (070) 361 g~ 10
                                                                                     Fax rechtspraak (070) 361 9315
                       Aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
                       Postbus 20301
                       2500 EH Den Haag
  Contactpersoon      : mw. drs. D. Kempers
  Doorkiesnummer        070-3619 351
  E-mail              : d.b.kempers@minius.nl
  Datum               : 14 juni 2011
  Ons kenmerk         : CR35/107204212011/DK/TvV
  Onderwerp           : Monitoring Zedendelinquenten
                      Geachte heer Teeven,
                     Door middel van deze brief wil de Raad een bijdrage leveren
                     aan de gedachtevorming over het toezicht op
                     zedendelinquenten, vooruitlopend op de te verwachten
                     adviesaanvraag over dit onderwerp.
                     Aanvankelijk was de Raad voornemens om over het monitoren
                     van zedendelinquenten te adviseren in 2010/2011, conform het
                     werkprogramma voor 2010. De aanleiding lag in het ontbreken
                     van een sluitende systematiek voor toezicht op en begeleiding
                     van zedendelinquenten na afloop van gevangenisstraf of tbs
                     behandeling. Er liepen weliswaar diverse projecten op het
                     gebied van toezicht en begeleiding’, maar de Raad miste hierin
                     een duidelijke samenhang.
                     Sinds het opstellen van het wèrkprogramma van de Raad (in
                     2009) zijn de beleidsontwikkelingen rond dit onderwerp in een
                     stroomversnelling geraakt, waarmee de aanleiding voor het
                     voorgenomen advies in een ander daglicht is komen te staan.
                     Dit betreft met name de nu lopende onderzoeken in verband
                     met de mogelijkheid van levenslang toezicht voor
                     zedendelinquenten na afloop van de tbs-behandeling2 (en
                     wellicht ook na afloop van gevangenisstraf) en het feit dat de
                     Raad zal worden geconsulteerd bij de voorbereiding van het
         Zoals samengevat in de brief d.d. 8 oktober 2009 van de toenmalig staatssecretaris aan de
       Tweede Kamer (TK 32 123 VI, nr. 9).
       2 Brief d.d. 17 februari 2011 van de staatssecretaris aan de Tweede Kamer.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>             betreffende wetsvoorstel.
             Over deze ontwikkelingen heeft de Raad de afgelopen maanden
             contact gehouden met uw departement, waarbij is afgesproken
             dat de Raad enkele overwegingen van algemene aard door
             middel van deze brief onder uw aandacht zal brengen.
             Overwegingen van algemene aard
             De noodzaak van een samenhangend en omvattend systeem
            voor de monitoring van zedendelinquenten is voor de Raad
             onverminderd actueel. Voor zedendelinquenten die langdurig
             of blijvend delictgevaarlijk zijn (i.c. de groep met midden-/hoog
            recidiverisico) moet het mogelijk zijn om langdurig toezicht op
            te leggen3. Dat met name na gevangenisstraf de bestaande
            proeftijden hiertoe vaak niet toereikend zijn, is een bekend
            probleem. Dit probleem is schrijnend en dient, met het oog op
            zowel de bescherming van de samenleving als een
            verantwoorde resocialisatie na gevangenisstraf of tbs
            behandeling, zo snel mogelijk te worden opgelost. Dat u
            hiervoor veel aandacht hebt, acht de Raad positief.
            Met onderstaande opmerkingen wil de Raad bevorderen dat
            beleidsaanpassingen leiden tot een samenhangend geheel van
            mogelijke interventies waarvan het rechtstateljk gehalte
            zorgvuldig is uitgewerkt, evenals het belang van verantwoorde
            en goed begeleide re-integratie.
            Verlenging van proeftijd ten behoeve van toezicht
            Het antwoord op onvoldoende lange proeftijden kan niet liggen
            in het opleggen van zeer langdurig of zelfs levenslang toezicht
            als generieke maatregel aan alle ex-zedendelinquenten.
            Hiervoor zijn de individuele recidiverisico’s immers te zeer
            verschillend. Aanpassingen in wet- of regelgeving dienen dan
            ook te zijn gericht op het mogelijk maken van langdurig
            toezicht op zedendelinquenten met een midden of hoog
            recidiverisico, en niet op het opleggen hiervan aan alle
            zedendelinquenten.
            Met betrekking tot proeftijden na afloop van gevangenisstraf
            dient bovendien in acht te worden genomen dat een spanning
            bestaat tussen het eindige karakter van gevangenisstraf en de
            wenselijkheid van een langere proeftijd in verband met het
            recidiverisico.
            Voortzetting van toezicht onder civiele titel
            Over het algemeen benadrukt de Raad het belang van
~ Deze overwegingen betreffen niet per definitie uitsluitend zedendelinquenten, maar
kunnen ook van belang zijn voor plegers van zware geweldsdelicten en jeugdigen na afloop
van de PIJ-maatregel (die dan doorgaans boven de 18 jaar zijn).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>             continuïteit van de zorg na afloop van de justitiële titel, evenals
             een goede samenwerking tussen forensische zorg en de ggz.
            Met betrekking tot de mogelijkheid van voortzetting van het
            toezicht op zedendelinquenten na afloop van de strafrechtelijke
            titel acht de Raad het echter onwenselijk om hiervoor aan te
            sluiten bij de Wet BOPZ4. Deze wet is niet bedoeld als
            civielrechteljk instrument voor het voorkomen van recidive,
            maar heeft betrekking op de stoornis en het eventuele gevaar
            dat betrokkene (op basis van de geconstateerde stoornis) vormt
            voor zichzelf of de samenleving. Dit geldt evenzeer voor de wet
            verplichte geestelijke gezondheidszorg die de Wet BOPZ zal
            vervangen. Begeleiding van en toezicht op zedendelinquenten
            vereisen andere wettelijke kaders, evenals andere
            deskundigheden. De benodigde deskundigheid en ervaring zijn,
            zo blijkt in de praktijk, binnen de reguliere GGZ onvoldoende
            aanwezig. Als naar begeleiding in het kader van
            toezichtmaatregelen wordt gezocht, blijkt de forensische GGZ
            hiervoor beter toegerust.
            Balans tussen controle en verantwoorde terugkeer
            Binnen het geheel van mogelijke interventies ter bescherming
           van de samenleving is het aspect van maatschappelijke inclusie,
            ofwel de mogelijkheden voor een verantwoorde terugkeer van
            de zedendelinquent in de samenleving, van groot belang. Zoals
           uit literatuur en praktijk bekend is, leidt het gevoel van
           uitsluiting (veroorzaakt door maatschappelijke onrust of het
           verbod terug te keren in de woonplaats) eerder tot verhoging
           van het recidiverisico. Een reële kans op re-integratie, met
           goede begeleiding en controle, is dus evenzeer in het belang
           van de samenleving als van de zedendelinquent.
           Verwachtingen ten aanzien van risicoreductie
           Bij alle maatregelen van monitoring dient duidelijk te zijn dat
           het gaat om minimaliseren van het risico, niet om het
           elimineren ervan. Zolang zedendelinquenten (en delinquenten
           in het algemeen) terugkeren in de samenleving, kan geen
           garantie worden geboden dat recidive uitblijft. Toezicht en
           begeleiding kunnen dit risico substantieel verlagen, maar nooit
           uitsluiten. Belangrijk is dat de verwachtingen in dit opzicht
           realistisch zijn en als zodanig worden uitgelegd aan de
           samenleving. Dit om te voorkomen dat een mogelijk incident
           automatisch wordt opgevat als bewijs van onvoldoende
           toezicht en controle, met als gevolg dat opnieuw strengere
           maatregelen worden geëist.
~ Deze mogelijkheid wordt genoemd in de brief van de toenmalig staatssecretaris aan de
Tweede Kamer d.d. 8 oktober 2009 (TK 32 123 VI, nr. 9).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>               Op de lange duur is de samenleving niet gebaat bij dergelijke
               incidentenp olitiek.
               Overwegingen met betrekking tot de uitvoering
               Deze brief is niet de plaats om in detail in te gaan op de
               lopende pilots en projecten met betrekking tot toezicht,
               informatievoorziening en begeleiding. Hier wordt volstaan met
               enkele opmerkingen over de risicotaxatie en begeleiding.
              Een sluitend systeem van monitoring stelt hoge eisen aan de
              risicotaxatie, met name aan de betrouwbaarheid en de validiteit
              van de instrumenten en de frequentie van de meting. Om het
              strafrechtelijk traject optimaal te kunnen afstemmen op het
              individuele risico, dient een risicotaxatie beschikbaar te zijn op
              cruciale momenten, om te beginnen bij de rechtszitting. Deze
              dient in ieder geval voorafgaand aan ontslag te worden
              herhaald.
              Voor de invulling van het toezicht door reclassering dienen de
              uitvoeringsconsequenties goed te worden bezien. Vooral van
              belang is een flexibele invulling van het toezicht. Het
              recidiverisico kan immers door de jaren heen sterk fluctueren
              (op basis van dynamische risicofactoren) en de intensiteit van
              het toezicht moet hierop snel kunnen worden aangepast.
             Verder dient goed te worden bezien of de reclassering
              kwantitatief en kwalitatief is toegerust voor de gecompliceerde
              taak van zeer langdurig toezicht, waarbij tevens politie en
              eventueel vrijwilligers betrokken zijn. Met het oog op dit laatste
             verdient het aanbeveling om de ervaringen die zijn opgedaan
             met de COSA-pilots5 en in Engeland/Wales met de Mappa’s6 bij
              de uitwerking te betrekken.
             Hoogachtend,
             namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en
             Jeugdbescherming,
             Prof.dr. P.B. Boorsma, algemeen voorzitter
~ Cirkel voor Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid.
6 Multi-Agency Public Protection Arrangements.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>