<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                     Parkstraat 83 Den Haag
Raad voor Strafrech tstoepassing                                                      Correspondentie:
                                                                                      Postbus 30137
    en Jeugdbescherming                                                                2500 CC Den Haag
                                   ~                                                    Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                        Fax algemeen (070) 361 9310
                                                                                         Fax rechtspraak (070) 361 9315
                       Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
                       De heer mr. F. Teeven
                       Postbus 20301
                       2500 EH Den Haag
  Betreft            :  ontwikkelingen herstelrecht
  Contactpersoon     :  mw. drs. D.B. Kempers
  Doorkiesnummer     :  070-361935 1
  E-mail             :  d.b.kempers@minvenj.nl
  Datum              : 22 november 2011
  Ons kenmerk        :  CR35/1075315/2011/DK/TvV
                     Geachte heer Teeven,
                     Met deze brief gaat de Raad in op de ontwikkelingen met
                     betrekking tot herstelrecht. Volgens de oorspronkelijke
                     planning zou de Raad op een later moment een uitgebreid
                     advies uitbrengen over dit onderwerp. Nadat echter in overleg
                     met uw departement bleek dat u een visie van de Raad liefst
                     voor eind november ontvangt in verband met beleidsvorming
                     over dit onderwerp, heeft de Raad besloten om nu in kort
                     bestek te reageren op de lopende ontwikkelingen.
                     Deze beknopte reactie is mede ingegeven door het feit dat de
                     Stichting Restorative Justice Nederland (RJN) in opdracht van
                     uw departement een uitgebreide inventarisatie en adviesnota
                     heeft opgesteld, waarmee reeds veel informatie beschikbaar is.’
                     De Raad heeft deze stukken kunnen inzien en zal op enkele
                     punten reageren.
                     De Raad blijft het thema volgen en zal hierover, als de
                     beleidsontwikkelingen hiertoe aanleiding geven, op een later
                     moment nader adviseren. Ook tussentijds levert de Raad
                     desgewenst graag een bijdrage aan de verdere gedachtevorming
                     op uw departement.
        1 Stichting Restorative Justice Nederland 2011, adviesnota en onderliggende rapporten: 1)
        De toepassing van herstelrecht in Nederland: toekomstvisie en advies; 2) Inventarisatie
        herstelrechtelijke projecten en activiteiten in Nederland vanaf 1980 tot heden; 3) De toepassing
        van herstelrecht in Nederland: bouwstenen voor een toekomstvisie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>              Aandacht voor herstelrecht, een positieve ontwikkeling
               Herstelrecht, gericht op herstel van de aangerichte schade en
               genoegdoening aan het slachtoffer, neemt in het Nederlandse
               strafrechtstelsel tot nog toe een marginale plaats in. Lange tijd
              werd de waarde ervan vooral bepleit vanuit een ideologisch
               perspectief, als een alternatief voor het strafrecht.
               Hierin komt nu verandering, mede onder invloed van de
              toenemende aandacht voor de positie van het slachtoffer in het
               strafproces, ook internationaal. Met name van belang is het
               Kaderbesluit van de Europese Unie dat de lidstaten verplicht
              tot het bevorderen van bemiddeling in strafzaken.2
              De Raad ziet de toegenomen aandacht voor herstelrecht als een
              positieve ontwikkeling binnen het huidige maatschappelijke en
              strafrechtelijk klimaat waarin de roep om zwaardere straffen
              overheerst. Inmiddels zijn er voldoende aanwijzingen dat
              herstelrechtelijke interventies een positief effect kunnen
              hebben op slachtoffer en dader. De rapporten van de RJN
              geven een beeld van de mogelijke voordelen en
              to epassingsmogelijkheden.
              Positief waardeert de Raad ook dat gaandeweg pragmatischer
              wordt gekeken naar toepassingsmogelijkheden in en naast het
              bestaande strafrechtsysteem, en niet meer overwegend vanuit
              ideologisch perspectief.3 De Raad wijst in dit verband op een
              rapport van P. Tak dat eerder dit jaar in opdracht van het OM is
              opgesteld over mediation in strafzaken, met onder meer als
              uitkomst dat bemiddeling is in te passen in het strafrechtelijk
              systeem en dat dit een meerwaarde heeft.4
              De Raad is van mening dat een pragmatische benadering van
              herstelrecht openingen biedt om herstelrechteljke interventies
              te gebruiken in het Nederlandse strafrechtsysteem, in iedere
              situatie waarin dit wenselijk en mogelijk is. Dit kan betrekking
              hebben op alle fasen van het strafrechtelijk traject, vanaf het
              eerste politiecontact tot en met de affiandeling door het OM en
              de rechter.
2 art. 10 Kaderbesluit van de Raad inzake de status van het slachtoffer in de strafprocedure,
15 maart 2001.
~ Voorbeelden zijn de publicaties van M. Groenhuijsen, Herstelrecht in Nederland: een
slachtofferperspectief Tijdschrift voor Herstelrecht 2010(10)4 en G.P. Hoekendijk & M.M.
Kommer, Strafdoelen en tenuitvoerlegging: perspectief op een nieuwe verenigingstheorie?,
Sancties 2011(4).
~ P.J.P. Tak, Mediation in Strafzaken. Een verkennend rechtsvergelijkend onderzoek naar de
wettelijke regeling en de toepassing van mediation in strafzaken in Duitsland, Oostenrijk en
Frankrijk. Nijmegen, juli 2011.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre> De waarde van herstelrechtelijke interventies
 De waarde van herstelrechtelijke interventies ligt voor de Raad
 in de specifieke kenmerken ervan, zoals de ruimte voor de
 eigen beleving van betrokkenen en de mogelijkheid om
 constructief te zoeken naar een oplossing.
 Deze kenmerken komen het duidelijkst tot uiting bij
 bemiddeling. Dit contact biedt voor zowel slachtoffer als dader
 de mogelijkheid om in eigen bewoordingen uiting te geven aan
 de subjectieve beleving. Er is ruimte voor het uiten van
wraakgevoelens, maar ook voor het aanbieden van excuses.
Deze actieve betrokkenheid van beide partijen is in de eerste
plaats van groot belang voor het slachtoffer in het kader van het
verwerkingsproces. Voor de dader biedt het rechtstreekse
contact met het slachtoffer een gelegenheid om excuses aan te
bieden, wat kan bijdragen aan bewustwording en verandering
van toekomstig gedrag. Positieve ervaringen hiermee zijn
bekend van de Halt-afdoening voor jeugdigen.
Ook het feit dat de partijen gezamenlijk de mogelijkheid
hebben om te zoeken naar een oplossing (een overeenkomst
over herstel van de aangerichte schade, materieel of
immaterieel), kan bijdragen aan de genoegdoening van het
slachtoffer en het leer-effect bij de dader.
Het bestaan van deze voordelen van de toepassing van
herstelrecht, waarvoor inmiddels voldoende aanwijzingen zijn,
vormt voor de Raad aanleiding om het gebruik van
herstelrechtelijke interventies te stimuleren, mits uiteraard
omgeven met de nodige zorgvuldigheid en waarborgen ter
bescherming van zowel het slachtoffer als de verdachte of
dader. In grote lijnen onderschrijft de Raad dan ook de
aanbevelingen uit het rapport van de RJN tot nadere uitwerking
van de wettelijke en beleidsmatige kaders.
Mogelijkheden voor toepassing
De Raad volstaat hier met enkele beknopte opmerkingen over
de verhouding tussen herstelrechteljke interventies en het
strafrechtstelsel. Overwegingen met betrekking tot de
uitwerking, zoals goede waarborgen voor slachtoffer en
verdachte of contra-indicaties voor bemiddeling, vereisen
aparte uitwerking in een eventueel later uit te brengen advies.
Omdat een groot deel van de discussie over herstelrecht
betrekking heeft op bemiddeling, wordt hierop in onderstaande
apart ingegaan, na enkele opmerkingen over het geheel van
herstelrechtelijke interventies.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre> 1) Het geheel van herstelrechteljke interventies.
 Het strafrechtstelsel biedt al vele mogelijkheden voor het
 gebruik van herstelgerichte interventies, zoals ook blijkt uit het
 overzicht van de RJN. De Raad heeft echter de indruk dat het
 gebruik hiervan, zeker bij volwassenen, sterk affiankelijk is van
het initiatief van individuele advocaten, officieren van Justitie,
rechters en de medewerkers van Slachtoffer in beeld (Sib).
De afweging of bijvoorbeeld bemiddeling mogelijk en zinvol is,
heeft geen duidelijke plaats in het strafrechtelijk traject.
Daardoor worden de mogelijkheden niet volledig benut.
Om deze mogelijkheden meer ingang te doen vinden binnen
het strafrechtelijk systeem, is het raadzaam om de kennis
hiervan binnen de strafrechtsketen te vergroten en de afweging
meer in te bedden in het proces.
2) Herstelbemiddeling of mediation.
De Raad constateert dat veel reserve ten aanzien van
bemiddeling in het strafproces voortkomt uit de angst dat
bemiddeling vooral voordeel oplevert voor de verdachte. Er zijn
echter voldoende mogelijkheden om bemiddeling toe te passen
als zowel slachtoffer als verdachte hiermee instemmen, zonder
dat dit noodzakelijkerwijs het strafrechtelijk traject beïnvloedt.
De uitkomst van de bemiddeling kan door de officier van
Justitie of de rechter in overweging worden genomen, maar een
geslaagde bemiddeling leidt niet automatisch tot
strafvermindering.
Een ander punt betreft de mate waarin herstelbemiddeling
geformaliseerd zou moeten worden. Duidelijk is dat de eigen
aard van het bemiddelingsgesprek vraagt om waarborgen die
afwijken van de juridische waarborgen die het strafproces
kenmerken. Het uitwerken van deze waarborgen is belangrijk.
Dit moet echter niet leiden tot juridisering van het
bemiddelingsproces, waarmee juist de toegevoegde waarde
ervan verloren gaat. Wel vindt de Raad het belangrijk dat het
bemiddelingsproces een duidelijke plaats krijgt in het
strafrechtelijk systeem, zoals zowel door de RJN als door Tak in
het rapport over mediation in strafzaken wordt bepleit.
Als laatste punt wijst de Raad erop dat het niet verstandig lijkt
om specifieke delicten aan te wijzen waarvoor de mogelijkheid
van bemiddeling moet worden onderzocht. Een dergelijke
beperkende benadering acht de Raad onwenselijk.
De mogelijkheden tot bemiddeling zijn niet per se
delictgebonden, maar sterk affiankelijk van de specifieke
situatie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>              Met bovenstaande onderschrijft de Raad in grote lijnen de
              richting die de RJN voorstelt, namelijk intensiever gebruik van
              de bestaande mogelijkheden en een duideljkere inbedding van
              de bemiddeling in het justitiële kader. De beleidsaanbevelingen
              voor de uitwerking hiervan in de verschillende fasen van het
              strafrechtelijk traject acht de Raad dan ook belangrijk.5
              Een kanttekening maakt de Raad echter bij het uitgangspunt
              dat de RJN formuleert in de toekomstvisie, dat herstelrecht een
              mogelijkheid biedt om het strafrecht weer als ultimum
             remedium te gebruilcen.6 De wens om het strafrecht als uiterste
             redmiddel te gebruiken wordt weliswaar onderschreven door
             de Raad, en waar het mogelijk blijkt om middels herstelrecht
             tot een passende afdoening buiten het strafrecht te komen
              (zoals in de Halt-afdoening) verdient dit zeker aanbeveling.
             Maar daarnaast hecht de Raad eraan te benadrukken dat
             herstelrechtelijke interventies binnen het strafrechtelijk traject,
             waarbij de officier van Justitie of de rechter bepaalt in hoerverre
             de uitkomsten worden meegewogen, ook grote waarde kunnen
             hebben voor slachtoffer en dader.
             Een tweede kanttekening maakt de Raad bij een model waarin
             betrokkenen pas toegang krijgen tot de rechter nadat de
             mogelijkheid van mediation is overwogen (de RJN verwijst
             hiermee naar de Argentijnse praktijk). Gezien de waarde die
             bemiddeling in alle fasen van het strafproces kan hebben voor
             slachtoffer en verdachte of dader, zelfs nog na de veroordeling
             in het kader van herstelgerichte detentie of
             terugkeerprogramma’s, lijkt het onwenselijk om een strikte
             keuze tussen beide systemen te introduceren.
             Met deze brief hoopt de Raad een bijdrage te leveren aan de
             beleidsvorming over dit onderwerp op uw departement,
             Hoogac e tend,
            name de Raad voor Strafrechtstoepassing en
            Jeu~ scherming,
                    ~.
             Prof. dr. P.B. Boorsma, algemeen voorzitter
~ RJN 2011, De toepassing van herstelrecht in Nederland, toekomstvisie en advies, par. 3.4.2.
6 RJN 2011, De toepassing van herstelrecht in Nederland: bouwstenen voor een toekomstvisie,
par. 5.1.
                                                                                              5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>