<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>  STAATSCOURANT
                                                                                                    Nr. 14766
                                                                                                    15 augustus
                                                                                                           2011
  Officiële uitgave van het Koninkrijk der Nederlanden sinds 1814.
  Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 27 juli 2011
  nr. 5672146/10/DJI, houdende wijziging van de Regeling selectie en
  plaatsing en overplaatsing van gedetineerden in verband met de
  modernisering van het gevangeniswezen
  De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
  Gelet op artikel 14 en artikel 15, zesde lid van de Penitentiaire beginselenwet (Pbw);
  Besluit:
  ARTIKEL I
  De Regeling selectie en plaatsing en overplaatsing van gedetineerden wordt als volgt gewijzigd:
  A
  De artikelen 13, 14, 15, 20 en 34 vervallen.
  B
  In het opschrift van de artikelen 19 en 32 en in de artikelen 19, 32 en 33 wordt ‘Penitentiair Ziekenhuis’
  vervangen door Justitieel Medisch Centrum.
  C
  Aan artikel 25 wordt een lid toegevoegd, luidende:
       8. Gedetineerden met een strafrestant tot vier maanden worden in een gevangenis in het
           arrondissement van vestiging geplaatst, tenzij een belang als bedoeld in artikel 36, vierde lid,
           van de wet zich daar tegen verzet dan wel geen plaats in een gevangenis in het betreffende
           arrondissement beschikbaar is.
  ARTIKEL II
  Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant
  waarin zij wordt geplaatst.
  Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
  De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
  F. Teeven.
1 Staatscourant 2011 nr. 14766     15 augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>  TOELICHTING
  Algemeen
  Bij brieven van 9 december 20081, 19 mei 20092, 3 november 20093 en 4 juni 20114 is de Tweede
  Kamer geïnformeerd over de voortgang van het programma Modernisering Gevangeniswezen
  (MGW). De inhoud van deze brieven is van belang voor de wijziging van de Regeling selectie,
  plaatsing en overplaatsing van gedetineerden (Regeling), aangezien in deze twee brieven de kern van
  MGW en het Masterplan gevangeniswezen is weergegeven. Ten behoeve van de modernisering van
  het gevangeniswezen worden veertig bestaande differentiaties vervangen door zes doelgroepen, die
  zoveel mogelijk arrondissementaal worden geplaatst.
  Kern van MGW is de persoonsgerichte aanpak op basis van de levensloopbenadering. De tijd tijdens
  detentie moet optimaal worden benut om detentieschade te voorkomen en een succesvolle terugkeer
  in de maatschappij voor te bereiden. Dit laatste kan alleen worden gerealiseerd door samenwerking
  met de ketenpartners van de justitiële inrichtingen. Om dit zoveel mogelijk te bewerkstelligen worden
  gedetineerden zoveel mogelijk arrondissementaal geplaatst. Dit geldt met name voor de doelgroepen
  voorlopig gehechten, kortverblijvende gedetineerden en de langverblijvende gedetineerden die in de
  laatste maanden van hun detentie zijn. Waar nodig worden verslavingszorg, psychische zorg en
  gedragstrainingen in de tenuitvoerlegging van de straf geïntegreerd. Het gaat er om dat de continuïteit
  van de zorg tijdens de detentie doorloopt of gestart wordt en ook na de vrijlating niet ophoudt. In die
  zin zal de detentie in de levensloop van een persoon meer als incident moeten functioneren. Alleen
  door optimale samenwerking met de ketenpartners en bundeling van krachten kunnen op de gebieden
  van scholing, onderwijs, werk en inkomen, huisvesting en zorg de gewenste resultaten worden
  geboekt. Door de genoemde arrondissementale plaatsing kunnen de activiteiten in het kader van de
  reïntegratie beter op elkaar worden afgestemd. Bovendien kunnen gedetineerden door arrondisse-
  mentale plaatsing hun sociale netwerken beter behouden. Dit bevordert de resocialisatie in de regio
  van terugkeer. Bovendien kan het professioneel netwerk dat ten behoeve van de gedetineerden wordt
  opgebouwd ook na de detentie worden ingezet ter voorkoming en beperking van recidive. Op deze
  manier zal de detentie zo menswaardig mogelijk zijn en recidive verminderen.
  De samenwerking met de partners is vooral van belang voor het overgrote deel van de huidige
  gedetineerdenpopulatie, de categorie kortverblijvenden. De bestaande erkende gedragsinterventies
  kunnen niet in hun korte detentietijd worden ingezet. Voor de categorie kortverblijvenden zal het
  gevangeniswezen dan ook zorgen dat ketenpartners al tijdens de detentie kunnen starten met
  activiteiten voor de gedetineerden.
  Onder het begrip arrondissement van vestiging dient te worden verstaan het arrondissement waar de
  gedetineerde na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf terugkeert om woonplaats te kiezen. In de
  onderstaande tekst worden dit begrip en het begrip arrondissement van terugkeer door elkaar
  gebruikt. Deze begrippen hebben dezelfde betekenis.
  Het advies van de RSJ niet te spreken van arrondissementale plaatsing maar van regionale plaatsing
  neem ik niet over omdat de behoefteraming is afgestemd op de huidige arrondissementen. Bij
  arrondissementale plaatsing wordt de werkwijze gevolgd om bij capaciteitstekort in het betreffende
  arrondissement, zoveel mogelijk uit te wijken naar het aanpalende arrondissement. Wanneer
  gesproken wordt van regionale plaatsing zou dit een definiëring van het begrip ‘regio’ vereisen en een
  aanpassing van de capacitaire toedeling naar regio. Omdat de gerechtelijke kaart in de nabije
  toekomst zal worden aangepast zal op dat moment worden onderzocht in hoeverre het mogelijk is om
  regionale plaatsing los te koppelen van de arrondissementen.
  De RSJ heeft verzocht om nader in te gaan op de verhouding tussen differentiatie, beveiligingsniveau
  en regime teneinde duidelijkheid te scheppen. In het stelsel van de regeling wordt met de term
  differentiatie de specifieke doelgroep aangeduid van voorlopig gehechten, kortverblijvenden,
  langverblijvenden, vrouwen, strafrechtelijke vreemdelingen en bijzondere opvang. De wet bevat de
  verplichting om aan elk van deze differentiaties vervolgens een mate van beveiliging en een mate van
  gemeenschap toe te kennen. Dit zijn de beveiligingsniveaus als genoemd in artikel 13 van de wet en
  de mate van gemeenschap als bepaald in de artikelen 19 tot en met 22 van de wet. De tenuitvoerleg-
  ging vindt ingevolge de artikelen 9, 10 en 10a van de wet plaats in een huis van bewaring, een
  gevangenis of een inrichting van stelselmatige daders. Op zichzelf genomen kan de bestemming van
  1
     Kamerstukken II 2008–2009 24 587, nr 310.
  2
     Kamerstukken II 2008–2009 24 587, nr 341.
  3
     Kamerstukken II 2009–2010 24 587, nr 367.
  4
     Kamerstukken II 2010–2011 29 270, nr 52.
2 Staatscourant 2011 nr. 14766     15 augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>  de inrichting, de mate van beveiliging, en het toegepast regime ook geduid worden als een (sub)diffe-
  rentiatie. Echter in het licht van de onderhavige wijziging van de regeling ligt het zwaartepunt van de
  differentiatie bij de onderverdeling in de bovengenoemde doelgroepen.
  De voorgestane beperking van het aantal bestaande differentiaties tot de zes genoemde differentiaties
  komt de gewenste persoonsgerichte aanpak ten goede.
  De indeling in zes doelgroepen zal tot slot ten goede komen aan de benodigde flexibiliteit van het
  capaciteitsmanagement. Dit capaciteitsmanagement zal zijn gericht op de vraag van de ketenpartners.
  Ik beraad mijn over de aanbeveling van de RSJ om de inrichtingen voor JOVO’s in stand te laten met
  het oog op de voorgenomen plannen om in het strafrecht een speciale categorie jongvolwassenen
  aan te wijzen van 15 tot 24 jaar.
  De aanbeveling van de RSJ om het woord ‘nog’ aan de regeling toe te voegen, neem ik niet over. Per
  arrondissement worden de genoemde zes doelgroepen toegewezen aan de beschikbare capaciteit en
  naar rato van de behoefte aan capaciteit voor die doelgroep. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan
  achtereenvolgens voorlopig gehechten, kortverblijvenden, langverblijvenden in de laatste vier
  maanden van hun detentie en gedetineerden die een langer strafrestant dan vier maanden hebben.
  Wanneer er voor een bepaalde doelgroep geen capaciteit is in de inrichting in het arrondissement van
  vestiging, is het niet mogelijk om de gedetineerde daar te plaatsen. Plaatsing zal plaatsvinden in een
  aanpalend arrondissement of boven-arrondissementaal wanneer er ook in aanpalende arrondisse-
  menten onvoldoende capaciteit beschikbaar is.
  Artikelsgewijs
  De Regeling kent in zijn huidige vorm vele differentiaties van gedetineerden.
  De veertig differentiaties waaronder gedetineerden die onder het huidige systeem kunnen worden
  geplaatst worden teruggebracht tot zes differentiaties. De modernisering van het gevangeniswezen
  gaat uit van zes doelgroepen van gedetineerden:
  Voorlopig gehechten. Dit betreft onveroordeelde gedetineerden tot aan de datum van veroordeling in
  eerste aanleg. Ten behoeve van de ongestoorde rechtsgang worden deze gedetineerden in huizen van
  bewaring geplaatst, bij voorkeur gelegen in of toegewezen aan het arrondissement van vervolging. Dit
  is geregeld in artikel 24, eerste lid, van de Regeling.
  Kortverblijvenden. Dit zijn veroordeelde gedetineerden met een straf of strafrestant tot vier maanden
  vanaf de datum van veroordeling in eerste aanleg. Indien hoger beroep is ingediend of eerst later
  cassatie is aangewend tegen de veroordeling in hoger beroep zijn deze gedetineerden nog in
  strafrechtelijke zin voorlopig gehecht.5 Kortverblijvenden worden bij voorkeur geplaatst in het
  arrondissement van vestiging. De kortverblijvende kan eventueel ook in een aanpalend arrondisse-
  ment worden geplaatst. Een dergelijke plaatsing in het arrondissement van vestiging bevordert
  aansluiting bij maatschappelijke ontwikkelingen. De goede overgang van de detentie naar de
  samenleving zal naar verwachting de recidive beperken.
  Langverblijvenden. Dit zijn veroordeelde gedetineerden met een straf of strafrestant van vier maanden
  of meer vanaf de datum van veroordeling in eerste aanleg. Ook deze gedetineerden kunnen nog in
  strafrechtelijke zin voorlopig zijn gehecht in geval van hoger beroep of cassatie. Indien arrondissemen-
  taal geen detentiecapaciteit beschikbaar is zullen deze gedetineerden bovenarrondissementaal
  worden geplaatst tot aan de laatste vier maanden van hun detentie. Zij worden in ieder geval de
  laatste vier maanden van de detentie, waar mogelijk, geplaatst in gevangenissen binnen het arrondis-
  sement van terugkeer. Indien de gedetineerde geschikt wordt geacht voor een Penitentiair Programma
  neemt hij aan een dergelijk programma deel. De RSJ meent dat juist met het oog op de resocialisatie-
  belangen van langgestraften het van belang is dat zij al eerder dan de laatste vier maanden in het
  arrondissement van vestiging worden geplaatst. Dat deze doelgroep niet eerder dan de laatste vier
  maanden wordt geplaatst in het arrondissement van terugkeer of het arrondissement van vestiging na
  detentie, betekent in de eerste plaats niet dat niet al eerder aan re-integratie en resocialisatie wordt
  gewerkt. Ten tweede geldt dat voor de duur van vier maanden is gekozen vanwege de balans tussen
  beschikbare capaciteit in het arrondissement van vestiging enerzijds en het hebben van voldoende tijd
  voor re-integratieactiviteiten door ketenpartners anderzijds. Eerdere terugkeer naar het arrondisse-
  5
     Zie ook Wet tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet in verband met de tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis na
     veroordeling in eerste aanleg, Staatsblad 2005, 280.
3 Staatscourant 2011 nr. 14766        15 augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>  ment van vestiging brengt met zich mee dat de inrichtingen in bepaalde (bijvoorbeeld dichtbevolkte)
  regio’s een tekort aan cellen kunnen krijgen, terwijl inrichtingen in andere (bijvoorbeeld minder
  dichtbevolkte) regio’s met leegstand te maken kunnen krijgen. De termijn van vier maanden is
  gekozen met het oog op de best bereikbare balans tussen het belang van een optimale capaciteitsbe-
  nutting enerzijds en het belang van regionalisering anderzijds.
  Hoewel de voorkeur er naar uitgaat gedetineerden gedurende de laatste vier maanden van de detentie
  te plaatsen in het arrondissement van terugkeer kunnen zich belangen voordoen die zich tegen die
  plaatsing verzetten. Voor zover belangen van handhaving van orde en veiligheid in de inrichting,
  bescherming van openbare orde of nationale veiligheid, voorkoming of opsporing van strafbare feiten
  dan wel bescherming van slachtoffers of van anderszins betrokkenen bij misdrijven, zwaarder wegen
  zal van het voorkeursbeginsel worden afgeweken. Naar aanleiding van het verzoek van de RSJ om
  duidelijkheid te verschaffen over deze uitzonderingsgronden deel ik het volgende mede. Wanneer
  sprake is van strijd met één der belangen als bedoeld in artikel 36, vierde lid, van de wet, wordt niet
  overgegaan tot arrondissementale plaatsing. Bijvoorbeeld wanneer het belang van de bescherming
  van de openbare orde en nationale veiligheid zich hiertegen verzet. Dit is het geval bij de keuze tussen
  afronding van een interventie die gericht is op recidivereductie versus overplaatsing naar het
  arrondissement van vestiging. Dan zal het de voorkeur hebben om de interventie af te maken en
  daarna overplaatsing te realiseren.
  Vrouwen. Dit zijn onveroordeelde en veroordeelde vrouwelijke gedetineerden. Zij worden geplaatst in
  één van de inrichtingen met de bestemming vrouwen, met uitzondering van vrouwelijke gedetineer-
  den die bijzondere zorg nodig hebben of van wie is vastgesteld dat zij een bijzonder vlucht-, beheers-
  of maatschappelijk risico vormen. In deze uitzonderingsgevallen worden zij geplaatst in een voorzie-
  ning voor bijzondere opvang.
  Door de RSJ is geadviseerd om arrondisementale plaatsing van vrouwen mogelijk te maken bijvoor-
  beeld door het creëren van kleine afdelingen of groepen voor vrouwen bij bestaande inrichtingen per
  arrondissement/regio.
  Ik kies er voor deze wijze van arrondissementaal plaatsen van vrouwen niet over te nemen. Door
  vrouwen in detentie op de door de RSJ voorgestelde manier arrondissementaal te plaatsen – in
  afdelingen in penitentiaire inrichtingen voor mannen – wordt afbreuk gedaan aan de kennis en
  expertise die bestaat in de huidige penitentiaire inrichtingen voor vrouwen. Deze opgebouwde kennis
  en expertise alsmede professionele netwerken worden bij een arrondisementale plaatsing als
  voorgesteld door de RSJ te veel versnipperd. Daarbij is deze manier van vrouwen plaatsen ook lastig
  uitvoerbaar met het oog op een optimale capactiteitsbenutting. Er ontstaat leegstand doordat de
  afdelingen voor vrouwen niet altijd optimaal gevuld zullen zijn terwijl er wel behoefte zou zijn aan
  capaciteit om mannen te plaatsen. De arrondissementale plaatsing zal wel zo veel als mogelijk worden
  gerealiseerd binnen de huidige spreiding van penitentiaire inrichtingen voor vrouwen.
  Strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen. Na veroordeling in eerste aanleg worden vreemdelingen
  op grond van een strafrechtelijke titel geplaatst in één van de daartoe aangewezen penitentiaire
  inrichtingen. Kortverblijvende vreemdelingen worden in een inrichting voor kortverblijvenden
  geplaatst, langverblijvende vreemdelingen in een inrichting voor langverblijvenden.
  De RSJ heeft aangegeven dat de bovenstaande formulering zodanig kan worden opgevat dat alle
  gedetineerden met een niet-Nederlandse nationaliteit worden uitgesloten van de regionaliseringsge-
  dachte. De formulering die is gebruikt sluit aan bij de formulering zoals die is gebruikt in artikel 20b
  van de regeling. Dat betekent dat de strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen zijn uitgesloten van de
  arrondissementale plaatsing voor zover zij na de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf geen
  rechtmatig verblijf in Nederland hebben in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.
  Bijzondere opvang. De tot deze doelgroep behorende gedetineerden betreffen personen met een
  bijzondere zorg- of beheersbehoefte. Een bijzondere zorgbehoefte betreft psychiatrische zorg. Deze
  zorg wordt verleend in een aantal locaties (Penitentiair Psychiatrische Centra) waar gedetineerden
  worden geplaatst die forensische zorg nodig hebben. Deze vorm van bijzondere opvang is geregeld in
  artikel 20c van de regeling. Gelet op het bestaan van deze bijzondere opvang zijn de vormen van
  bijzondere opvang zoals genoemd in de artikelen 13, 14, 15, 16, 18, 20 en 34 zonder functie. Daarom
  worden zij geschrapt uit de regeling.
  Arrondissementale plaatsing voor vrouwen, strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen en bijzondere
  groepen is gelet op de beperkte omvang van deze categorieën gedetineerden niet mogelijk.
  De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
  F. Teeven.
4 Staatscourant 2011 nr. 14766 15 augustus 2011
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>