<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                               Parkstraat 83 Den Haag
'Raad voor Strafrechtstoepassing                                                 Correspondentie:
                                                                                 Postbus 30137
     en jeugdbescherming                                                          2500 GC Den Haag
                                                                                   Telefoon (070) 3619300
                                                                                   Faxalgemeen (070) 3619310
                                                                                    Faxrechtspraak (070) 3619315
                    Aan de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
                    Mevrouw drs. M.L.L.E. Velthuijzen van Zanten-Hyllner
                    Postbus 20350
                    2500 EJ Den Haag
   Contactpersoon : mw.mr. K.H. Hinders/mw. mr. M.A.C.Herweijer
   Doorkiesnummer: 070-3619353/3619355
   E - m a i l : t.hinders@minjus.nl
   Datum           : 23 maart 20U
   Uw kenmerk      : JZ/LJ -3044654
   Ons kenmerk    : CR35/1073790/20U/KHH/TvV
   Onderwerp      : wetsvoorstel Vervoer en verblijf in een gerechtsgebouw in de
                     gesloten jeugdzorg
                  Geachte mevrouw Veldhuijzen van Zanten,
                  Op uw verzoek van 7 januari 20U, bij ons binnengekomen op
                  13 januari 20U, om advies over het wetsvoorstel Vervoer en
                  verblijf in een gerechtsgebouw in de gesloten jeugdzorg, reageer
                  ik hierbij gaarne.
                  Achtergronden van dit wetsvoorstel
                  Het wetsvoorstel betreft een wijziging in de Wet op de Jeugdzorg
                  voor jeugdigen met een machtiging gesloten jeugdzorg. Tot nu
                  toe is alleen het toepassen van beperkende maatregelen tijdens
                  het verblijf in de instelling voor gesloten jeugdzorg in de Wet op
                  de Jeugdzorg geregeld. De zorgaanbieder is op grond van artikel
                  24 en 25 van de Wet op de Jeugdzorg verantwoordelijk voor het
                  verlenen van verantwoorde zorg en beperkende maatregelen
                  kunnen alleen worden genomen indien deze zijn opgenomen in
                  het hulpverleningsplan van de jeugdige, tenzij er sprake is van
                  een noodsituatie. Een wettelijke basis voor het opleggen van
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre> beperkingen tijdens vervoer en verblijf ontbreekt momenteel. In
 het onderhavige voorstel wordt de zorgaanbieder eveneens
 verantwoordelijk gesteld voor het opleggen van beperkende
 maatregelen tijdens het vervoer en verblijf in een
 gerechtsgebouwen moeten deze maatregelen vanuit het
 oogpunt van zorg verantwoord zijn. Deze beperkende
 maatregelen kunnen evenals dat in de instelling zelf het geval is,
 slechts worden opgelegd op basis van het hulpverleningsplan.
 De beperkende maatregelen kunnen zijn: het vastpakken en
vasthouden, onderzoek aan kleding en (in het gerechtsgebouw)
tijdelijke plaatsing in een geschikte, afzonderlijke en af te sluiten
ruimte.
Kanttekeningen bij het wetsvoorstel
Beperkende maatregelen als uiterste middel
De Raad ziet de noodzaak van deze regeling in. Een wettelijke
basis ontbreekt momenteel, terwijl toepassing van beperkende
maatregelen in de praktijk soms onvermijdelijk zal zijn. De Raad
onderschrijft de passage in de Toelichting dat in vrijwillig
vervoer door bijvoorbeeld de ouders, de gezinsvoogd of de
zorgaanbieder de voorkeur verdient, als dit op verantwoorde
wijze kan plaatsvinden. De onderhavige aanpassing geeft dus
uitsluitend de mogelijkheid voor beveiligd vervoer indien
vrijwillig vervoer niet op verantwoorde wijze kan plaatsvinden.
De vraag die zich hierbij voordoet is wie bepaalt of vrijwillig
vervoer, door ouders of gezinsvoogd, op verantwoorde wijze kan
plaatsvinden. En wanneer is vervoer wel of niet verantwoord?
De Raad is van mening dat hierop in de Memorie van
Toelichting nader dient te worden ingegaan.
Geen standaardtoepassing van beperkende maatregelen
Beperkende maatregelen tijdens vervoer en tijdens het verblijf in
een gerechtsgebouw vallen in deze regeling onder de
verantwoordelijkheid van de zorgaanbieder en moeten zijn
opgenomen in het hulpverleningsplan van de jeugdige, dat is
toegesneden op zijn/haar individuele problematiek. De Raad
wijst op het gevaar dat dit soort beperkingen standaard in het
hulpverleningsplan worden opgenomen en dat zij hierdoor ook
standaard worden toegepast. In de Memorie van Toelichting
zou nader dienen te worden ingegaan op de vraag hoe dit kan
worden voorkomen.
                                                                      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre> Discrepantie tussen de zorgplicht van de zorgaanbieder en de
 vervoerder/uitvoerder van de beperkende maatregelen
 De Raad meent dat deze regeling in de praktijk een spanning
 oproept tussen de zorgaanbieder als zorgverantwoordelijke en
 de feitelijke uitvoerder/vervoerder. Een vraag is bijvoorbeeld
 hoe de uitvoerder/vervoerder op de hoogte is van de
 beperkingen die mogen worden opgelegd en de voorwaarden
waaronder. Is de vervoerder/uitvoerder steeds op de hoogte van
 de inhoud van het hulpverleningsplan en hoe verloopt de
 communicatie hierover tussen de zorgaanbieder en de feitelijke
uitvoerder? De Raad ziet hierover graag een nadere uitleg in de
Toelichting. De Raad gaat op dit punt, met name op de
vereisten die dienen te worden gesteld aan de vervoerder, nog
nader in bij zijn commentaar op de specifieke wetsartikelen.
Beperkende maatregelen en het ontbreken van een
hulpverleningsplan
In sommige gevallen bestaat er tijdens het vervoer nog geen
hulpverleningsplan, bijvoorbeeld bij vervoer vanaf een
politiebureau of vanaf huis. In de toelichting op het wetsvoorstel
staat dat als er een hulpverleningsplan bestaat, de mogelijkheid
van beperkingen daarin moet worden opgenomen. Dit roept de
vraag op wat er moet gebeuren in die situaties waarin er geen
hulpverleningsplan is, maar (een) beperkende maatrege1(en) wel
nodig is/zijn. De Raad ziet dit graag nader toegelicht.
Maatregelen in een noodsituatie
Het is voorstelbaar dat zich tijdens het vervoer een noodsituatie
voordoet, waarbij de toepassing van beperkende maatregelen
nodig is. De Raad is van mening dat in de wettekst en in de
toelichting op het wetsvoorstel dient te worden opgenomen op
welke basis en onder welke criteria er beperkende maatregelen
in een noodsituatie tijdens vervoer en verblijf in een
gerechtsgebouw kunnen worden toegepast.
Klacht- en beroepsmogelijkheid tegen beperkende maatregelen
De Raad is van mening dat de jongere de mogelijkheid moet
hebben om een klacht in te dienen tegen het opleggen van de
beperkingen door de vervoerder. Nu de directeur
verantwoordelijk, is zal een klacht tegen hem op grond van
artikel29w Wet op de Jeugdzorg kunnen worden ingediend en
eventueel beroep op grond van artikel 29y. Daartoe zal dan
echter wel artikel29w van de Wet op de Jeugdzorg dienen te
                                                                   3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre> worden aangepast, nu dit artikel alleen ziet op beperkende
 maatregelen die binnen de instelling zijn opgelegd.
 De Raad gaat er vanuit dat ook het vervoer van een jongere in
 het kader van de beroepsprocedure bij de beroepscommissie
van de Raad, van de accommodatie naar de standaard-locatie
 (momenteel j.j.i. Eikenstein), dan wel een andere plek waar de
beroepscommissie zitting houdt, onder deze regeling valt.
Artikelsgewijs commentaar
Beperkingen tijdens het verblijf in een gerechtsgebouw,
artikel 29fa
Beperkende maatregelen tijdens het verblijfin een
gerechtsgebouw kunnen worden getroffen op grond van het
hulpverleningsplan. Dit zijn de onder het voorgestelde artikel
29fa lid 2 genoemde: vastpakken en vasthouden, onderzoek aan
kleding en tijdelijke plaatsing in een geschikte, afzonderlijke en
af te sluiten ruimte. De Raad wijst er op dat ook de mogelijkheid
tot onderzoek aan kleding, artikel 29fa lid 2b, in het
hulpverleningsplan moet zijn opgenomen, en dat de
zorgverlener bij elk nieuw bezoek aan het gerechtsgebouw zal
moeten afwegen of onderzoek aan kleding nodig is. In het
algemeen betekent de mogelijkheid tot het toepassen van de
maatregelen die onder artikel 29fa lid 2 zijn genoemd, dat deze
van te voren bekend moeten zijn bij degene die de jeugdige
conform artikel 29fa lid 3 begeleidt. Deze uitvoerder van de
maatrege1(en) dient de jeugdige op een dusdanige manier te
bejegenen, dat hij op vrijwillige basis meewerkt, en pas als is
gebleken dat dit niet lukt, zal hij moeten overgaan tot het
toepassen van de in het hulpverleningsplan opgenomen
beperkende maatregelen. Een en ander vereist specifiek
opgeleide vervoerders (zie ook hierna).
De Raad onderstreept het in de Memorie van Toelichting
vermelde belang van afstemming van de ruimte(s) in het
gerechtsgebouw op het verblijf van deze categorie jeugdigen.
Beperkingen tijdens vervoer, artikel 29ta
Dit artikel regelt de mogelijkheid van beperkende maatregelen
tijdens het vervoer van de jeugdige. Artikel 29ta lid 3 bepaalt dat
het vervoer uitsluitend ten uitvoer wordt gelegd door een door
Onze Ministers daartoe aangewezen vervoerder dan wel de
zorgaanbieder zelf. Volgens artikel 29ta lid 3 zullen bij
ministeriële regeling eisen worden gesteld aan deze vervoerder
en het vervoermiddeL De Raad is gaarne bereid om mee te
                                                                    4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  •
•
     denken over de aan dit soort vervoer(der) te stellen vereisten en
     hij wil graag betrokken worden bij de opstelling van deze
     ministeriële regeling.
     De Raad is van mening dat het vervoer van jeugdigen met een
     gesloten machtiging gescheiden dient plaats te vinden van het
    vervoer van jeugdigen met een strafrechtelijke titel. Het vervoer
    van jeugdigen met een justitiële titel dat plaatsvindt door
     (personeel van) de Dienst Vervoer en Ondersteuning van het
     Ministerie van Veiligheid en Justitie kenmerkt zich logischerwijs
     door een groot accent op controle en veiligheid. Dit past niet bij
    het vervoer van jeugdigen met een machtiging gesloten
    jeugdzorg, bij wie het behandeldoei centraal staat.
    Artikel29u
    In dit artikel wordt geregeld dat de zorgaanbieder er zorg voor
    draagt dat de toepassing van beperkende maatregelen tijdens
     vervoer (artikel 29ta) zo spoedig mogelijk in het dossier van de
    betreffende jeugdige wordt vastgelegd, onder vermelding van de
    omstandigheden die daartoe aanleiding geven. De Raad
    onderstreept het belang hiervan en beveelt aan deze bepaling
    ook van toepassing te verklaren op de situaties waarin de
    jeugdige tijdens het verblijf in een gerechtsgebouw beperkende
    maatregelen opgelegd krijgt, artikel 29fa.
    Artikel 47
    Artikel 47 regelt het toezicht van de Inspectie Jeugdzorg op
    ondermeer de naleving van de Wet op de Jeugdzorg. Het
    huidige artikel 47 wordt aldus gewijzigd dat de vervoerders als
    bedoeld in artikel 29ta, derde lid, ook onder dit artikel en
    derhalve onder het toezicht van de Inspectie vallen.
    In aanvulling op deze wijziging beveelt de Raad aan dat de
    zorgaanbieder van de toepassing van beperkende maatregelen
    regelmatig verslag uitbrengt aan de Inspectie Jeugdzorg.
    Hoogachtend,
    namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en
    Jeug       cherming,
    Prof.dr. P.B. Boorsma, algemeen voorzitter
                                                                        5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>