<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                          Dienst Justitiële Inrichtingen
                                                          Ministerie van Veiligheid en Justitie
   >  Retouradres Postbus 30132 2500 GC Den Haag
                                                                                                  Directie
   Aan de voorzitter van de Raad voor                                                             Bestuursondersteuning
   Strafrechtstoepassing en Jeugdbeschermin                                                       Juridische Zaken
   de heer mr L.A.J.M. de Wit                                                                     Turfmarkt 147
                                                                                                  2511 DP Den Haag
   Postbus 30137                                                                                  Postbus 30132
   2500 GC DEN HAAG                                                                               2500 GC Den Haag
                                                 —.-~    28 MEI 2013                             www.dji.nI
                                                                                                 Contactpersoon
                                                                                                 M.C. Mahieu
                                                 Nummer
                                                                                                 T 088 072 5000
                                                                                                 Ons kenmerk
   Datum           17 mei 2013                                                                   5744390/13/DJI
   Onderwerp Wijziging Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van                         Uw kenmerk
                  gedetineerden (artikel 20b)                                                    RSJ/101/1257/20 12/DK/TvV
                                                                                                 Bijlagen
                                                                                                 Bij beantwoording de datum
  Geachte heer De Wit,                                                                           en ons kenmerk vermelden.
                                                                                                 Wilt u slechts één zaak in uw
                                                                                                 brief behandelen.
  Bij brief van 30 november 2012 heeft uw Raad advies uitgebracht over de
  voorgelegde concept-wijziging van de Regeling selectie, plaatsing en
  overplaatsing van gedetineerden. Hierbij informeer ik u over de vervolgens
  vastgestelde wijziging van artikel 20b van de genoemde regeling. De wijziging is
  op 1 maart 2013 in werking getreden (Stcrt. 27 februari 2013, nr. 5022).
  De Raad kwam in zijn advies tot de conclusie dat het doorvoeren van de wijziging
  ongewenst is. Na het advies in overweging te hebben genomen, is om de
 volgende redenen niet afgezien van de voorgenomen wijziging.
 Het verwachte effect van de wijziging (bladzijde 2 van het advies)
 Zoals is toegelicht bij de regeling, maakt de wijziging deel uit van de maatregelen
 om het vertrek uit Nederland van strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen
 zonder rechtmatig verblijf te bevorderen. Wat betreft de verwachting van de Raad
 dat het profijt van de vroegtijdige overplaatsing naar een inrichting voor
 strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen onvoldoende is aangetoond, moet
 worden opgemerkt dat de ketenpartners in de Taskforce VRIS van deze maatregel
juist een positief effect verwachten. De Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V), die
 de regie voert over het terugkeerproces op de VRIS-locatie, kan eerder beginnen
 met de voorbereidingen ten behoeve van terugkeer. Het gaat hier om
voorbereidingen in de brede zin, waaronder bijvoorbeeld het verzamelen van
documentatie en het motiveren van de vreemdeling voor terugkeer. De opbrengst
van deze maatregel kan evenwel pas na de voorgenomen evaluatie worden
aangetoond.
Voorbereiding op de rechtszaak (bladzijde 3 van het advies)
Er zijn op voorhand geen aanwijzingen dat de gedetineerde door de overplaatsing
naar de bijzondere voorziening wordt belemmerd in de voorbereiding op zijn
strafzaak. Daarbij wordt opgemerkt dat de selectiefunctionaris bij zijn
plaatsingsbeslissingen, overeenkomstig artikel 15, vierde lid, van de Penitentiaire
beginselenwet, de eventuele aanwijzingen van het openbaar ministerie en de
gerechtelijke autoriteiten in aanmerking neemt. Voorts geldt ook voor de
                                                                                                Pagina 1 Van 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>     bezwaren van de Raad in verband met het verloop van de strafrechtsgang, dat de      Directie
     evaluatie moet worden afgewacht.                                                    Bestuursondersteuning
                                                                                         Juridische Zaken
     Onschuldpresumptie (bladzijde 3 van het advies)                                     Datum
     Uit de nieuwe formulering van het eerste lid van artikel 20b volgt dat de regeling  12 april 2013
     slechts van toepassing kan zijn op gedetineerden die op het moment van              Ons kenmerk
     overplaatsing naar een inrichting voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen   5744390/13/Dil
     geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer) hebben.
    Minder ruimte voor individualisering, en sociale gevolgen van plaatsing buiten het
    arrondissement (bladzijden 3 en 4 van het advies)
    Het door de Raad gestelde dat er minder ruimte is voor een individuele afweging
    met betrekking tot de plaatsingsbeslissing, heeft geen aanleiding gegeven om van
    de regeling tot vervroegde plaatsing in de bijzondere voorziening af te zien.
    Daarbij is overwogen dat uit het derde lid (nieuw) en het systeem van de wet
    volgt dat van de plaatsing kan worden afgezien indien een plaatsing elders
    vanwege (bijzondere) redenen aangewezen is. Voor de stelling van de Raad dat
    de plaatsing in de bijzondere voorziening meer negatieve gevolgen heeft voor de
    sociale relaties van de gedetineerde, dan plaatsing in het arrondissement van
    vervolging, heb ik op voorhand geen aanwijzingen.
    Met de aanbevelingen die de Raad heeft gedaan, voor het geval dat de wijziging
   zou worden doorgevoerd, is als volgt rekening gehouden:
   -         dat de overplaatsing naar een inrichting voor strafrechtelijk gedetineerde
             vreemdelingen wordt geëffectueerd vanaf het bevel gevangenhouding (of
             gevangenneming), is nu tot uitdrukking gebracht in het eerste lid van de
             bepaling;
  -         in de toelichting bij het derde lid (nieuw) is verduidelijkt dat er
            (bijzondere) redenen kunnen zijn om een vreemdeling elders te plaatsen,
            in plaats van in een inrichting voor strafrechtelijk gedetineerde
            vreemdelingen;
  -         in de toelichting is voor de duidelijkheid toegevoegd dat het bij de
                                 —                       -
            plaatsing alleen gaat om gedetineerden die geen verblijfsrecht (meer)
            hebben en op wie derhalve een vertrekplicht rust.
 Graag verwijs ik u naar de vastgestelde regeling die als bijlage bij deze brief is
 gevoegd.
 Hoogachtend,
 De Staatssecretaris van Veiligheid en JustiU
 namens eze,
 E.M. te          n Boer
~Directeur-Generaal Jeugd en Sanctietoepassing
                                                                                        Pagina 2 van 2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>     Regeling van de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie van 20 februari 2013, nr.
     5742077/12IDJI, houdende wijziging van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing
     van gedetineerden, in verband met de bijzondere opvang voor strafrechtelijk
     gedetineerde vreemdelingen voor de tenuitvoerlegging van voorlopige hechtenis vôér
     berechting in eerste aanleg
     De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
    Gelet op artikel 14, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;
    Besluit:
    Artikel!
    Artikel 20b van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden wordt als
    volgt gewijzigd:
()  1. Het eerste lid komt te luiden als volgt:
    1. In de inrichtingen of afdelingen voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen worden
   vreemdelingen geplaatst die geen rechtmatig verblijf hebben in Nederland in de zin van
   artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 en ten aanzien van wie voorlopige hechtenis
   ingevolge een bevel van gevangenneming of gevangenhouding, een vrijheidsstraf of een
   maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders ten uitvoer wordt gelegd.
   2. Het derde lid vervalt, onder vernurnmering van het vierde lid tot derde lid.
   Artikel II
   Deze regeling treedt inwerking met ingang van 1 maart 2013.
   Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
~D ~ vaii~ïei~gl~~Justitie,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    Toelichting
   In artikel 20b van de Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van gedetineerden is
   geregeld dat vreemdelingen die na de tenuitvoerlegging van een aan hen opgelegde
   vrijheidsstraf of isd-maatregel, geen verblijfsrecht in Nederland (meer) hebben, worden
   geplaatst in speciaal voor deze groep gedetineerden bestemde inrichtingen (de inrichtingen
   voor strafrechteLijk gedetineerde vreemdelingen). In artikel 20b en de toelichting daarop
   (Stcrt. 23 maart 2009, nr 56, laatstelijk gewijzigd op 15 april 2011, Stcrt. 13 april 2011, nr
   6418) is onderscheid gemaakt tussen gedetineerden die in eerste aanleg zijn veroordeeld, en
   gedetineerden die in afwachting zijn van berechting in eerste aanleg. De plaatsing in een
   inrichting voor strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen gold ingevolge het eerste lid enkel
   met betrekking tot gedetineerde vreemdelingen die in eerste aanleg zijn veroordeeld. Voor
   voorlopig gehechte vreemdelingen die nog niet in eerste aanleg zijn berecht bleef gelden,
   behoudens de mogelijkheid die het derde lid bood, dat zij werden geplaatst in het
   arrondissement van vervolging. Door de wijziging van het eerste lid, en het schrappen van het
   derde lid, worden voorlopig gehechte vreemdelingen na het afgeven van een bevel tot
  gevangenneming of gevangenhouding in beginsel geplaatst in een inrichting voor
   strafrechtelijk gedetineerde vreemdelingen. Voor de plaatsing komen alleen gedetineerden in
  aanmerking ten aanzien van wie vaststaat dat zij geen rechtmatig verblijf in Nederland (meer)
  hebben, en op wie derhalve een vertrekplicht rust.
  Deze samenplaatsing van voorlopig gehechte vreemdelingen véér berechting in eerste aanleg
  maakt deel uit van de maatregelen om de terugkeer naar het land van herkomst te
  bevorderen’. De samenplaatsing draagt bij aan het vertrek van illegale vreemdelingen uit
  Nederland, na het verstrijken van de detentieperiode, omdat in een vroeg stadium door de
  Dienst Terugkeer en Vertrek (DT&V) een aanvang gemaakt kan worden met de oriëntatie op
  terugkeer.2
  De plaatsing in deze bijzondere opvang betekent dat deze categorie voorlopig gehechten niet
 wordt geplaatst in een huis van bewaring in het arrondissement waar de vervolging
 plaatsvindt. De ketenpartners in de Taskforce VRIS (‘Vreemdelingen in de strafrechtketen’),
 onder leiding van het openbaar ministerie, hebben afgesproken de plaatsing in de bijzondere
 voorziening pas te effectueren wanneer er een bevel gevangenneming of gevangenhouding is
 gegeven. In de eerste periode van de voorlopige hechtenis is er in verband met het
 strafvorderlijk onderzoek in het algemeen minder ruimte voor terugkeeractiviteiten van de
 DT&V. Eind 2013 zal de Task Force VRIS deze werkwijze laten evalueren.
 Het vierde lid wordt door deze wijziging vemummerd tot het derde lid. Naar aanleiding van
 het advies van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming van 30 november
 2012 (kenmerk: RSJ/101/1257/2012/DKJTvV) merk ik op dat plaatsing in een andere
 inrichting of afdeling kan prevaleren boven de plaatsing in een inrichting als bedoeld in
 artikel 20b, ook al voldoet de gedetineerde aan de hier gestelde plaatsingscriteria. Als
voorbeelden worden in de oorspronkelijke toelichting bij het vierde lid van artikel 20b
genoemd de vrouwelijke gedetineerden, de gedetineerden die niet gemeenschapsgeschikt zijn,
extreem vluchtgevaarlijk zijn, beheersproblemen veroorzaken of zorg nodig blijken te hebben
die alleen elders voorhanden is. Daarnaast kan worden gedacht aan een aanwijzing van het
‘Zie o.m. Kamerstukken 11 2010-2011, 19637, nr. 1436, blz. 1 (briefvan 1 juli 2011) en Kamerstukken II 2011-
2012, 19637, nr. 1566 (briefvan 6juli2012).
2 brief van 6juli 2012, blz. 3.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>  openbaar ministerie, of aan gronden gelegen in de persoon van de betrokkene, zoals ook volgt
  uit de Wet (artikel 15 van de Penitentiaire beginselenwet).
  D    taatssecretar~        eiid en Justitie,
c
c
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>