<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                    Parkstraat 83 Den Haag
                                                                                    Correspondentie:
                                                                                    Postbus 30137
                                                                                    2500 GC Den Haag
                                                                                    Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                    Fax algemeen (070) 361 93 10
                                                                                    Fax rechtspraak (070) 361 93 15
Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
De heer mr. F. Teeven
Postbus 20301
2500 EH Den Haag
Betreft            :  aanbieding advies
Contactpersoon     :  drs. M. Kruissink
Doorkiesnummer     :  070-3619322
E-mail             :  m.kruissink@minvenj.nl
Datum              :  29 november 2012
Uw kenmerk         :  323945
Ons kenmerk        :  RSJ/101/1258/2012/MK/TvV
Onderwerp          :  Tweede nota van wijziging Wetsvoorstel forensische zorg
                      Geachte heer Teeven,
                      Hierbij bericht ik u dat de RSJ geen advies zal uitbrengen over de tweede nota
                      van wijziging bij het wetsvoorstel forensische zorg dat momenteel bij de Twee-
                      de Kamer aanhangig is. De gegeven termijn voor het uitbrengen van advies is
                      dermate kort dat de RSJ geen kans ziet zijn adviserende taak op zorgvuldige
                      wijze uit te voeren. Graag licht de RSJ de redenen hiervan kort toe.
                      Op 20 november 2012 ontving de RSJ uw adviesaanvraag inzake de bedoelde
                      nota van wijziging. In verband met het voornemen om de Wet forensische
                      zorg per 1 januari 2013 in werking te doen treden, stelde u de RSJ een kortere
                      termijn dan gebruikelijk, namelijk één week in plaats van acht weken. Al snel
                      werd duidelijk dat de Tweede Kamer reeds op 21 november, dus nog vóór het
                      verstrijken van de gestelde adviestermijn, over dit wetsvoorstel zou debat-
                      teren. Vervolgens heb ik hierover telefonisch met u gesproken. Wij spraken af
                      dat de RSJ drie weken de tijd zou krijgen om advies uit te brengen. Het advies
                      zou dan nog op tijd zijn om meegenomen te kunnen worden in de geplande
                      Kamerbehandeling in tweede termijn en de stemming over het wetsvoor-
                      stel. Naar aanleiding van procedurele afspraken die tijdens het debat van 21
                      november jl. met de Tweede Kamer zijn gemaakt, is ambtelijk contact met uw
                      departement opgenomen over de adviestermijn. Hieruit bleek dat het departe-
                      ment het RSJ-advies reeds op 30 november a.s. zou moeten ontvangen, een
                      adviestermijn van anderhalve week.
                      Op een dergelijke korte termijn is het voor de RSJ niet haalbaar zich voldoen-
                      de in het voorstel te verdiepen om tot een degelijk en afgewogen advies te ko-
                      men. De RSJ betreurt de wijze waarop de voorbereiding van de besluitvorming
                      rondom een zo ingrijpend voorstel nu plaatsvindt. Niettemin wil de RSJ vanuit
                      zijn verantwoordelijkheid het volgende opmerken.
                      De RSJ brengt nogmaals zijn advies van 1 februari 2012 over dit onderwerp
                      onder uw aandacht. In dat advies betoont de RSJ zich, omkleed met argumen-
                      ten, geen voorstander van het doorbreken van het medisch beroepsgeheim.
                      Lezing van het nieuwe voorstel en beoordeling van de daarin aangebrachte
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>aanvullingen leidt vooralsnog niet tot een gewijzigd standpunt. Tevens constateert de RSJ dat in het
nieuwe voorstel niet wordt onderbouwd waarom de wetgever veronderstelt dat raadpleging van de
bedoelde medische gegevens tot een oplossing van de problematiek van de weigerende verdachten
zal leiden.
Voor het geval u het voorstel toch wilt handhaven, wijst de RSJ op het advies van de Raad van
State (RvS) over dit onderwerp. De RvS heeft geadviseerd het voorstel over het doorbreken van
het beroepsgeheim teneinde medische gegevens van ‘weigerende observandi’ te verkrijgen zonder
hun toestemming, in een afzonderlijk wetsvoorstel op te nemen. Dat voorstel kan separaat aan de
geëigende adviesorganen voor advies voorgelegd worden. Deze werkwijze komt zowel de te be-
trachten zorgvuldigheid als een spoedige totstandkoming van de Wet forensische zorg ten goede,
aldus de RvS. De RSJ onderschrijft dit standpunt. Bovendien is het wetsvoorstel forensische zorg
een kaderwet die de hoofdlijnen van de organisatie van forensische zorg regelt. De problematiek
van de verkrijging van medische gegevens over weigerende observandi en het hierover opgenomen
voorstel, is een ‘wezensvreemd onderdeel van de Wet forensische zorg’, zoals de RvS het verwoordt.
De RSJ deelt deze mening en sluit daarbij aan. Het onderdeel over de verkrijging van medische ge-
gevens van weigerende observandi is geen noodzakelijk onderdeel van het wetsvoorstel forensische
zorg. Dit onderdeel kan zonder meer uit het huidige voorstel gehaald worden en in een afzonderlijk
wetsvoorstel opgenomen. De inwerkingtreding van de Wet forensische zorg per 1 januari 2013 kan
dan onbelemmerd doorgang vinden.
Hoogachtend,
namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
mr. L.A.J.M. de Wit, algemeen voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>