<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                  Parkstraat 83 Den Haag
Raad voor Strafrechtstoepassing                                                    Correspondentie:
                                                                                   Postbus 30137
   en Jeugdbescherming                                                              2500 GC Den Haag
                                  \~_~                                               Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                     Fax algemeen (070) 361 9310
                                                                                      Fax rechtspraak (070) 361 9315
                      Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
                       De heer mr. F. Teeven
                      Postbus 20301
                      2500 EH Den Haag
  Betreft              : aanbieding advies
  Contactpersoon       : drs. A.J. van Bommel
  Doorkiesnummer      : 070-3619352
  E-mail              : a.van.bommel@minvenj.nl
  Datum               : 1 november 2012
  Uw kenmerk          : 290333
  Ons kenmerk            RSJ 101/1192/2012/AvB/RD/TvV
  Onderwerp           : Conceptwetsvoorstel wijziging Wet opneming buitenlandse
                         kinderen ter adoptie
                     Geachte heer Teeven,
                     Op uw verzoek reageert de Raad op het conceptwetsvoorstel tot wijziging
                    van de Wet opneming buitenlandse kinderen ter adoptie (Wobka) en van
                    het Burgerlijk Wetboek.
                    Puntsgewijs zijn de belangrijkste opmerkingen van de Raad bij dit
                    wetsvoorstel:
                     1. De Raad kan zich op hoofdlijnen in het vöorstel vindén. Het stellen
                           ~van ~cherp ere grenien  —  waar dat gébeui~t —~ ~ het verminderen van
                           mogelijke uitzonderingssituaties, verplichte bemiddëling door een
                           vergunninghouder en het versterkeû van het töèzicht•koinen de
                           uitvôering van interlandéljke adoptie ten goède;
                    2. de onderbouwing voor het verhogeü van de leèftijdsgréns voor
                           aspirant-adoptiefouders kan het voorstel niet dragen;
                    3. met het verhogen van de leeftijdsgrens voor te adopteren kinderen
                           wordt weliswaar het advies van de Commissie-Kalsbeek gevolgd, maar
                           de onderbouwing hiervan in het wetsvoorstel overtuigt niet en gaat
                           voorbij aan mngeljke nadelen voor het kind. Consequenties van
                           adopteren op latere leeftijd zullen in de praktijk nauwkeurig moeten
                           worden onder7ocht;
                    4. uit de voorgestelde verhoging van de leeftijdsgrens voor aspirant
                           adoptiefouders vloeit voort dat het maximale leeftijdverschil tussen
                           kind en ouders met tien jaar toeneemt. Een dergelijke consequentie
                           vergt een expliciete, eigen rechtvaardiging. Deze ontbreekt echter;
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>  5. de adviesfunctie van de RSJ ten aanzien van bezwaar tegen de
       weigering van beginseltoestemming ware ongewijzigd te laten.
  Hieronder wordt eerst op deze vijf aspecten nader ingegaan. Vervolgens
  worden enkele andere aandachtspunten aangeduid.
  1. Op hoofdlijnen akkoord
  De Raad en zijn rechtsvoorganger het College van Advies voor de Justitiële
  Kinderbescherming adviseerden bij eerdere gelegenheden al veelvuldig en
  uitvoerig over de Wobka. Bij deze refereren wij met name aan de volgende
  adviezen:
  —   Advies van 12 december 2004 over sterke en zwakke adoptie;
  —   Advies van 2005 over de evaluatie van de Wobka;
  —   Advies van 2006 over een voorgaand conceptwetsvoorstel tot wijziging
      van de Wobka.
  Met deze adviezen streefde de Raad naar het op gang brengen van en
  bijdragen aan een fundamentele gedachtewisseling over interlandelijke
  adoptie, de achtergronden en noödzaak daarvan en de voorwaarden voor
 een uitvoeringspraktijk waarin de rechten ènbela~ngen van de betrokken
 kinderen gewaarborgd zijn. Deze brede disçussie heeft inmiddels
 plaatsgevônden, in het bijzonder naar aahleiding van het advies over
 interlandelijke adoptie Alles van waarde is weerloos van de Commissie
 lesbisch ouderschap en interlandelijke adoptie, onder voorzitterschap van
 mr. N.A. Kalsbeek (Kamerstukken II 2007/08, 31 265, nr. 6), de Commissie
 Kalsbeek. De toenmalige minister van Jusiitie kondigde aan vrijwel alle
 aanbevelingen van de Commissie-Kalsbeek te zullen overnemen. Het
 voorstel overziende, constateert de Raad dat dit grotendeels het geval is.
 Niettemin plaatst de Raad enkéle kritische kanttekeningen bij het voorstel.
Voordat deze worden besproken, wordt het normatieve uitgangspunt
weergegeven waarop deze kanttekeningen zijn gebaseerd en wordt de
specifieke context voor het wetsvoorstel kort geschetst.
Algemeen uitgangspunt
Uitgangspunten van de Raad blijven de in het Haagse Adoptieverdrag
vastgelegde terughoudendheid bij interlandeljke adoptie en het eveneens
verdragsrechtelijk vastgelegde beginsel dat de belangen van kinderen
voorop staan bij alle maatregelen die hen betreffen. Deze alom
onomstreden uitgangspunten liggen blijkens de memorie van toelichting
tevens ten grondslag aan het nu voorliggende wetsvoorstel en behoeven
daarom in dit advies geen nadere onderbouwing of toelichting. Wel
vormen zij nadrukkelijk de toetssteen voor alle onderdelen van het
wetsvoorstel.
Context: dalende trend
De aantallen interlandelijke adopties zijn de laatste jaren in Nederland
sterk verminderd. Dit blijkt uit cijfers in de uitgave Adoptie, trends en
analyse van het ministerie van Veiligheid en Justitie van maart 2012. Aan
de ‘aanbodkant’ wordt gesignaleerd dat het aantal voor adoptie
aangeboden kinderen geleidelijk afneemt. Aan de ‘vraagkant’, waarover
exacte cijfers bekend zijn, tekent zich een markante daling af. Ten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre> opzichte van 2007, na 1980 en 2006 een van de jaren met de meeste
 adopties sinds 1970, is het aantal aanvragen in 2011 gehalveerd (van 2491
 naar 1216). Het aantal verleende beginseltoestemmingen volgt deze
 ontwikkeling (van 1546 naar 758). Over een langere periode bezien is het
 aantal beginseltoestemmingen in 2011 terug op het niveau van begin
 zeventiger jaren.
 In wetsvoorstel wordt niet gepoogd deze ontwikkeling te verklaren of in
 deze een toekomstvoorspelling te doen. Niettemin zijn de sterk dalende
 aantallen van betekenis als context voor regelgeving en beleid en de
 eventuele reden voor aanpassingen daarin.
 2. Verruiming leeftijdsgrens aspirant-adoptiefouder
 Het wetsvoorstel verhoogt de maximumleeftijd van de adoptiefouder van
 46 naar 50 jaar. Hiermee wordt afgeweken van het advies van de
 Commissie-Kalsbeek, die de maximumleeftijd van 47 aanhield. A fortiori
wordt afgeweken van de aanbevelingen die de Raad op dit punt eerder
 deed. In alle bovengenoemde adviezen pleitte de Raad voor het
handhaven van de bestaande leeftijdsgrens van 46 jaar. Vooral wegens het
 afwijken van het Kalsbeek-rapport zou mogen worden verwacht dat voor
 de verruiming in het wetsvoorstel een reden en onderbouwende
argumentatie zou worden aangevoerd. Dit is echter onvoldoende het
geval. Niet is aangetoond dat het verruimen van leeftijdsgrenzen op dit
punt leidt tot betere voorwaarden voor het opgroeiende kind. Verzuimd is
aandacht te besteden aan wat het in psychologisch en pedagogisch
opzicht voor kinderen, en in het bijzonder kinderen met een
adoptieachtergrond, betekent om te worden opgevoed door ouders van
een hogere leeftijd. In het advies van 2006 heeft de Raad vooral benadrukt
dat adoptiefouders opgewassen moeten zijn tegen problemen in de
opvoeding, ook als het kind in de puberteit komt en de betreffende ouder
inmiddels ruim in de zestig is. Daar komt bij dat de kans dat het kind
opnieuw met een separatie wordt geconfronteerd, toeneemt naarmate de
leeftijd van de adoptiefouder hoger ligt. Aan adoptiefouders moeten
hogere eisen worden gesteld dan aan natuurlijke ouders, wegens de
bijzondere situatie die een adoptie is en zeker als het een kind met een
handicap betreft. De wet moet geadopteerde kinderen deze bescherming
bieden.
In de memorie van toelichting wordt aan deze aspecten geen aandacht
besteed. Teneinde recht te doen aan het belang van het kind acht de Raad
het noodzakelijk dat de leeftijdsverruiming ook uit dit oogpunt, zo
mogelijk aan de hand van wetenschappelijke inzichten, wordt beschouwd.
Voor mogelijke andersoortige nadelen van leeftijdsverruiming     -
waaronder een aanzuigende werking voor oudere gegadigden die
uiteindelijk in de praktijk geen kans maken   —  wordt hier kortheidshalve
verwezen naar het betreffende advies.
Los van mogelijke nadelen en risico’s lijkt er voor het vergroten van de
groep van aspirant-adoptiefouders ook geen aanleiding te bestaan. Deze
zou er kunnen zijn als er een toenemend aantal op adoptie wachtende
kinderen zou moeten worden geholpen. Een dergelijke situatie is niet aan
de orde: er zijn aspirant-adoptiefouders genoeg, terwijl het aanbod van te
adopteren kinderen afneemt.
De onderbouwing van het voorstel is “zoveel mogelijk aan te sluiten bij de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>  natuurlijke situatie in relatie tot de levensverwachting”, opdat de
  gezinssituatie van geadopteerde kinderen zoveel mogelijk aansluit bij die
  van niet-geadopteerde kinderen. Hiertoe vermeldt de memorie van
  toelichting CBS-cijfers over aantallen kinderen die geboren worden uit
  moeders, respectievelijk vaders ouder dan 40 en 45 jaar. Geconcludeerd
 wordt dat het gaat om “een aanzienlijk aantal” van het totaal aantal
  geboren kinderen (180.000). In een schema gezet zien de cijfers er als volgt
  uit:
   Totaal aantal      I~Iôedër
                            ..-.
                                 -  ~Moeder      V~Jer ôiîd~r:
                                                  •-.    L~’  ~
                                                               “Vadeibudër.
      kïnderen     ôuder. dan 40    oûder di~n      d~i4c. ~: ~Çda~n 45
                                        45            ~      ~
          180.000           7893              96        30211          2780
            100%            4,4%          0,05%         16,8%          1,5%
 Dit zijn cijfers van eerstgeborenen. Betreft het een tweede of volgende
 kind dan liggen de aantallen ruim tweemaal zo hoog. De Raad kan de
 conclusie dat een aanzienlijk aantal kinderen wordt geboren als moeder of
 vader ouder is dan 40, niet onderschrijven. Het aantal eerstgeborenen met
 een vader of moeder ouder dan 45 is zelfs verwaarloosbaar te noemen.
 Dat de gezinssituatie van geadopteerde kinderen als gevolg van de
 leeftijdsverruiming meer in overeenstemming komt met die van niet
 geadopteerde kinderen is daarom geen houdbare stelling. Aangezien de
 cijfers slechts één afzonderlijk jaar betreffen, kan hieruit niet worden
 afgeleid of er sprake is van een trend. Het verdient daarom aanbeveling
 hierbij gegevens uit een ruimere periode te betrekken.
Voorts wordt in de memorie van toelichting aangegeven dat de
 gemiddelde levensverwachting in Nederland de laatste tien jaar “iets” is
 gestegen en in 2010 lag op 78 voor mannen en 82 voor vrouwen. Hiermee
 zou het risico voor geadopteerde kinderen dat zij op jonge leeftijd wees
worden, verminderen. De stijging van de gemiddelde levensverwachting is
 echter te marginaal om de voorgestelde leeftijdsverruiming van 46 naar 50
jaar te rechtvaardigen.
Al met al blijft de Raad de voorgestelde leeftijdsverruiming voor aspirant
adoptiefouders afraden.
3. Leeftijd van het te adopteren kind
De maximumleeftijd van het te adopteren kind wordt, in navolging van
het rapport-Kalsbeek, met twee jaar verhoogd van vijf naar zeven (“leeftijd
van acht jaar nog niet bereikt”). Een nog hogere leeftijd zou ongewenst
zijn omdat het kind wel een hechte band moet hebben ontwikkeld met
het adoptiegezin voordat het in de puberteit komt, aldus de memorie van
toelichting. Het risico op hechtingsproblemen zou door de
leeftijdsverruiming niet groter worden, aangezien problematiek rond het
hechtingsproces doorgaans speelt op een veel lagere leeftijd. Onderzoek
zou hebben uitgewezen dat adoptie ook bij kinderen van hogere leeftijden
doorgaans slaagt. Wat wordt hierbij verstaan onder een geslaagde adoptie?
De overheid kan daarover niet veel meer waarnemingen doen dan blijkt
uit het aantal geadopteerde kinderen dat vroeger of later bemoeienis krijgt
met jeugdzorg en jeugdbescherming. Met andere woorden, zichtbaar
wordt het kleine aantal zaken waarin het helemaal niet goed is gegaan,
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                 verborgen blijven de situaties waarin het niet helemaal goed is gegaan.
                 Welke moeite het voor het kind zelf en de ouders kost om te komen tot
                 een in persoonlijk en sociaal opzicht bevredigend leven in al zijn facetten,
                 is van buitenaf niet zichtbaar. Aangenomen mag worden dat een ouder
                 kind de culturele overstap als groter zal ervaren. Een in Nederland
                 geboren kind heeft er tegen de tijd dat het acht jaar wordt al vier jaar
                 basisschool op zitten en is in veel opzichten sociaal ingebed. De
                 achterstand die een uit een andere cultuur en veelal volkomen andere
                 sociale setting komend kind moet inlopen, brengt risico mee op blijvende
                 ‘sociale schade’. In Nederland uitgevoerd onderzoek heeft aangetoond dat
                 emotionele en gedragsproblemen onder geadopteerde kinderen vaker
                 voorkomen en dat negatieve ervaringen voor de adoptie hun sporen
                 kunnen nalaten tot op volwassen leeftijd.1 De kans dat het te adopteren
                 kind aan negatieve ervaringen blootstaat, neemt met de leeftijd
                 vanzelfsprekend toe. Ouders kunnen dit risico op het moment van adoptie
                 niet overzien en dat legt een bijzondere verantwoordelijkheid bij wetgever
                 en overheid. Nu er in Nederland, uitzonderingen daargelaten, geen
                 ervaring bestaat met het adopteren van kinderen ouder dan vijf jaar,
                 beschikken we niet over gegevens die het nemen van extra risico op dit
                 punt kunnen rechtvaardigen. Als buitenlandse ervaringen met adoptie op
                 hogere leeftijden aantoonbaar gunstig zouden zijn, zouden gegevens
                 hierover het voorstel een meer overtuigende basis geven.
                In eerdere adviezen heeft de Raad zich tegen het verhogen van deze
                maximumleeftijd uitgesproken. Gelet op de aanbeveling van de
                Commissie-Kalsbeek is deze leeftijdsverruiming te overwegen, al ziet de
                Raad hiervoor nog steeds geen dwingende reden. De Raad behoudt zijn
                twijfels op dit punt en adviseert om, als tot verruiming wordt overgegaan,
                de effecten van deze wijziging voor adoptiekinderen te onderzoeken en te
                monitoren.
                De Raad kan zich wel vinden in de dispensatiemogelijkheid ten aanzien
                van de leeftijdsgrens die het nieuwe artikel 8a geeft bij het gelijktijdig c.q.
                naderhand adopteren van een broer, zus of kinderen die een andere
                relatie onderhouden die bijzondere betekenis voor hen heeft.
                4. Maximaal leeftijdsuerschil tussen ouder en kind
                In het wetsvoorstel vervalt dit maximum, dat nu behoudens bijzondere
                omstandigheden op veertig jaar ligt. De Commissie-Kalsbeek heeft naar
               aanleiding van een eerder voorstel voor verhoging naar vierenveertig jaar
               geadviseerd aan het bestaande maximum vast te houden. In het
               wetsvoorstel wordt, teneinde zoveel mogelijk maatwerk te kunnen leveren,
               alleen een maximumleeftijd voor aspirant-adoptiefouders en het te
               adopteren kind bepaald. Als het maximale leeftijdsverschil vervalt en de
               maximumleeftijd van de aspirant-adoptiefouder naar vijftig jaar gaat,
               wordt het in principe mogelijk dat iemand van bijna vijftig jaar een baby
               adopteert. Dit is een verruiming met tien jaar ten opzichte van de huidige
               situatie. Of dit in zijn algemeenheid een gewenste situa[ie is, dan wel of
               hieruit risico’s voor het kind voortvloeien, vergt nader wetenschappelijk
               onderzoek. In de memorie van toelichting wordt hieraan voorbijgegaan,
               waarmee dit onderdeel van het wetsvoorstel als onvoldoende
 F. Juffer, De ontwikkeling van interlandelijk geadopteerden, iii Adoptie onder vuur, Justitiële
verkenningen 7/08, Den Haag: WODC 2008
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre> beargumenteerd moet worden beschouwd.
 Binnen de gegeven grenzen kan de Raad voor de Kinderbescherming een
 voldoende toets uitvoeren op de geschiktheid van de aspirant
 adoptiefouders, aldus de memorie van toelichting op dit punt. Zonder te
 willen beweren dat de RvdK deze taak niet naar behoren zou kunnen
 uitvoeren, stellen wij vast dat deze taak er bij het vervallen van een
 objectief criterium van betekenis niet eenvoudiger op wordt.
 Wefficht verdient een alternatieve optie overweging, waarbij sterker wordt
 uitgegaan van het kind. Dit kan door alleen een maximumleeftijd voor het
 te adopteren kind te bepalen, in combinatie met een maximaal
 leeftijdsverschil tussen adoptiekind en adoptiefouder. Het vastieggen van
 een maximumleeftijd voor de adoptiefouder is dan overbodig. Aangezien
 hiermee een andere weg zou worden ingeslagen dan in het wetsvoorstel
 wordt gedaan, laat de Raad het bij deze signalering, zonder verdere
 consequenties of voorwaarden uit te werken.
 Ten aanzien van elke voorgestelde verruiming van leeftijdsgrenzen
verdient het aanbeveling om ervaringen met leeftijdsgrenzen in de ons
 omringende landen in de onderbouwing mee te nemen.
 5. Adviestaak Raad
Volgens het wetsvoorstel zal de minister de Raad niet meer om advies
vragen over kennelijk niet ontvankelijke en kennelijk ongegronde
bezwaren. Het verdient aanbeveling dat in de memorie van toelichting
wordt uitgelegd welk soort gevallen de wetgever voor ogen heeft als zijnde
kennelijk ongegrond.
De Raad acht het in zijn algemeenheid niet zuiver als een autoriteit tegen
wie het bezwaar is gericht zelf de kennelijke ongegrondheid daarvan
beoordeelt. Het is daarom beter dat de minister de Raad in alle gevallen
waarin de gegrondheid van het bezwaar in het geding is om advies blijft
vragen. De Raad kan vervolgens zorgen voor een snelle afdoening van     —
naar zijn oordeel kennelijk niet gegronde bezwaren. De Raad onderkent
                     -
dat appellanten geen belang hebben bij een nodeloos lange
bezwaarprocedure, zeker in zaken waarin de minister op grond van
wettelijke criteria niet anders kan dan beginseltoestemming weigeren.
Zoals in het advies van 21 september 2006 al werd aangegeven, vallen die
zaken ook nu al buiten de adviesruimte van de Raad.
Andere aandachtspunten
Een-ouder-adoptie
Ingeval slechts één van beide ouders of partners adopteert, geldt voor
beiden dezelfde leeftijdsgrens. Dit is een goede zaak, aangezien hierdoor
een-ouder-adoptie niet langer de oneigenlijke constructie kan vormen om
adoptie mogelijk te maken terwijl een van beide partners ouder is dan de
maximumleeftijd.
De wet laat de mogelijkheid open dat een gehuwde aspirant
adoptiefouder kan adopteren als ‘alleen-ouder’. Deze constructie lijkt niet
voor de hand te liggen maar de Raad begrijpt dat deze bepaling voorvloeit
uit het verbod op het maken van onderscheid tussen gehuwden en
ongehuwden. Uit dit oogpunt kan hier geen bezwaar tegen worden
gemaakt. Een andere in overweging te nemen benadering die recht doet
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>  aan het gelijkheidsbeginsel, zou zijn om ook van ongehuwd
  samenwonenden te eisen dat zij gezamenlijk adopteren.
  Vervallen IBO-procedure
 Zoals ook in voorgaande adviezen al is aangegeven, stemt de Raad in met
 het vervallen van de IBO-procedure. Deze is jarenlang een lastig te
 hanteren instrument gebleken. Beoordeling van geschiktheid, o.a. de
 leeftijdsbeoordeling in uitzonderingssituaties (‘special needs-kinderen’ en
 medegeadopteerde broertjes/zusjes) wordt nu aan de RvdK overgelaten.
 In dit verband moet nogmaals worden gewezen op de taakverzwaring die
 voor de RvdK voorvloeit uit het vervallen van een objectief criterium. De
 RvdK zal hiervoor vanzelfsprekend moeten worden toegerust.
 Algemeen gesproken maakt het vervallen van objectieve toetsingscriteria
 de toetsing meer persoonsgericht en tegelijk minder voorspelbaar. Het is
 goed om voor- en nadelen hiervan in overweging te nemen. De
 rechtszekerheid van betrokken aanvragers wordt minder en een
 afnemende acceptatie bij weigering van beginseltoestemming kan leiden
 tot meer bezwaarprocedures.
 Sterke/zwakke adoptie
 De Commissie-Kalsbeek heeft een voorkeur uitgesproken voor de in
Nederland gangbare ‘sterke adoptie’, die resulteert in het verbreken van
juridische banden met de ouders die het kind afstaan. Het kind verliest
hierbij ook zijn oorspronkelijke naam. De Commissie-Kalsbeek deed
onder meer de aanbeveling om bemiddelende instanties ervoor te laten
zorgen dat de afstaande ouders altijd toestemming verlenen om, waar dat
aan de orde is, een zwakke adoptie om te zetten in een sterke. In het
wetsvoorstel wordt aan de sterke dan wel zwakke adoptie geen aandacht
besteed. In het advies van 2004 heeft de Raad enkele overwegingen naar
voren gebracht ten gunste van de zwakke adoptie. Kortheidshalve wordt
daarnaar verwezen. Nu geadopteerde kinderen steeds vaker hechten aan
het leren kennen van hun oorsprong, contacten willen leggen met hun
biologische ouders, en uiteindelijk weer hun oorspronkelijke naam willen
aannemen, wordt vaker duidelijk dat dit na sterke adoptie lastiger of
praktisch onmogelijk is. In deze gevallen blijkt identiteitsvorming een
specifiek belang van het kind, dat ten tijde van de adoptie nog niet
speelde. Tegelijkertijd kan het (bij zwakke adoptie) handhaven van een
band met de oorspronkelijke ouders negatief uitpakken voor geadopteerde
kinderen die, als ze volwassen worden, verplichtingen jegens die ouders
krijgen of voelen. Het is zaak, al dan niet binnen het bestek van de Wobka,
oog te hebben voor deze voor- en nadelen van beide juridische
adoptievarianten. Een oplossing ligt mogelijk in een constructie van sterke
adoptie waarbij de geadopteerde vanaf een bepaalde leeftijd in de
gelegenheid is om zijn herkomst te traceren. Voorwaarde daarvoor is dat
de betreffende documenten op dat moment beschikbaar zijn. Nederland
kan zich er in internationaal verband voor beijveren dat relevante
gegevens beschikbaar blijven.
Robka
Bij de voorgaande wijziging van de Wobka is de Robka, de Richtlijn
opneming van buitenlandse kinderen ter adoptie, ongewijzigd gebleven.
De Raad gaat ervan uit dat de Robka bij de nu beoogde wijziging wel
wordt aangepast, temeer daar deze regeling op punten nu al verouderd is.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Hierbij ware speciaal aandacht te geven aan punten die nu in de Robka
worden geregeld, terwijl het opnemen daarvan in de Wobka uit oogpunt
van wetgeving zuiverder zou zijn.
Met vriendelijke groet,
namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
mr. L.A.J.M. de Wit, algemeen voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>