<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                              Parkstraat 83 Den Haag
RcIQ d voor Strafrech tstoepassing                                             Correspondentie:
                                                                               Postbus 301’7
     enJeugdbescherming                                                         2500 cc Den Haag
                                                                                 Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                  Fax algemeen (070) 361 9310
                                                                                  Fax rechtspraak (070) 361 93 15
                        Aan de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
                         De heer rnr. F. Teeven
                         Postbus 20301
                        2500 EH Den Haag
    Contactpersoon       mw. mr. D. van der Hoeven/dhr. drs. A. van Bommel
    Doorkiesnummer     : 070-3619354
    E-mail               d.van. der.hoeven@minvenj.nl
    Datum             : 28 september 2012
    Uw kenmerk           262785
    Ons kenmerk       : RSJ/101/2012/1115/DvdH/TvV
    Onderwerp         : Reactie conceptbeleidskader Libidoremmende middelen in de tbs
                      Geachte heer Teeven,
                     Bij brief van 26 juli 2012 heeft u de Raad voor Strafrechtstoepassing en
                     Jeugdbescherming gevraagd te adviseren over het conceptbeleidskader
                     ‘Libidoremmende middelen in de tbs’.
                     Het beleidskader introduceert procedurele waarborgen om een
                     ‘minimale’ gelijkwaardigheid in de positie van zedendelinquenten in de
                     tbs te garanderen. De forensisch psychiatrische centra worden met het
                     beleidskader verplicht om in een verlofaanvraag of een aanvraag voor
                     een longstaystatus expliciet de overwegingen over het al dan niet
                     gebruiken van libidoremmende middelen weer te geven. Hiermee
                     wordt beoogd het belang van libidoremmende middelen voor de
                     voortgang van de tbs-behandeling (en de risico’s daarvan) meer
                     structureel te laten meewegen in de behandeling. Deze overwegingen
                    zullen worden beoordeeld door respectievelijk het Adviescollege
                    Verloftoetsing tbs (AVT) en de Landelijke Adviescommissie Plaatsing
                    longstay forensische zorg (LAP).
                    Reactie Raad
                    De Raad adviseerde in 2010 om de toepassing van libidoremmende
                    middelen te reguleren door middel van een landelijk beleidskader, om
                    te voorkomen dat verschillende opvattingen over het gebruik van deze
                    middelen leiden tot ongelijkheid in rechtspositie en behandeling van
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>   zedendelinquenten in de tbs.’ De Raad is verheugd dat met het
   voorliggend beleidskader uitvoering wordt gegeven aan dit advies.
   De Raad onderschrijft de in het beleidskader opgenomen
   uitgangspunten die de deskundigen van het AVT en de LAP in hun
   beoordeling dienen te betrekken, namelijk veiligheid,
   gelijkwaardigheid, vrijwiiligheid (‘informed consent’) en professionele
   verantwoordelijkheid. De Raad waardeert in het bijzonder dat het
   beleidskader de professionele autonomie van de behandelaars
   respecteert en het gebruik van libidoremmende middelen overlaat aan
   de behandelinhoudeljke professie van de sector.
  De Raad kan zich daarom vinden in de beleidsvoornemens, en
  adviseert daarnaast het beleidskader op een aantal punten aan te
  vullen c.q. uit te breiden, in de lijn van zijn aanbevelingen uit 2010.
  Randvoorwaarden op inrichtingsniveau
  De Raad acht het noodzakelijk dat op inrichtingsniueau
  randvoorwaarden worden gecreëerd waardoor behandelaars optimaal
  en volgens de ‘state of the art’ de afweging kunnen maken al dan niet
  libidoremmende middelen voor te schrijven. De Raad beveelt aan in
  het beleidskader op te nemen dat inrichtingen met betrekking tot dit
  onderwerp structureel aandacht hebben voor bij- en nascholing
  (permanente educatie) en intercollegiale toetsing en samenwerking.
  Hiermee wordt bereikt dat alle klinieken beschikken over voldoende
  kennis en expertise met betrekking tot indicatie, werking en
  bijwerkingen van libidoremmende middelen.
 Multidisciplinaire richtlijn
 In het beleidskader staat vermeld dat de mogelijkheid voor de
 ontwikkeling van een geactualiseerde multidisciplinaire richtlijn (voor
 de toepassing van libidoremmende medicatie) met het veld wordt
 onderzocht en het ministerie van VenJ het opstellen hiervan stimuleert.
 De Raad staat hier positief tegenover en adviseert het ministerie meer
 concreet aan te geven hoe deze stimulerende rol vorm wordt gegeven.
 Aangenomen mag worden dat de inhoud van de richtlijn aan de
 beroepsgroep wordt overgelaten.
 De richtlijn zal voor het gehele zorgveld en dus niet alleen voor de
 forensische zorg van belang zijn. De Raad beveelt aan in de richtlijn
 expliciet aandacht te besteden aan de eigenheid van de forensische
 psychiatrie en met name het gedwongen kader waarin deze opereert.
1 Raad voor Stra/’rechlstoepassin.g en Jeugdbescher~nin.g, Het gebruik van libidoreminencie middelen
in de tbs. Bouwstenen voor een landelijk beleidskader. Advies d.d. 21 april 2010.
                                                                                                    2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Evaluatie
De Raad adviseert het beleidskader op termijn (bijvoorbeeld drie jaar
na inwerkingtreding) te evalueren en dit voornemen in de tekst op te
nemen. In dit kader is het van belang om vanaf de inwerkingtreding
van het beleidskader gegevens te verzamelen, zowel op
inrichtingsniveau (m.b.t. de randvoorwaarden) als op patiëntniveau.
Onderzoek naar de werking van libidoremmende middelen
Tot slot wijst de Raad op het belang van evidence-based,
wetenschappelijk onderzoek naar de -al dan niet bedoelde- effecten
van (langdurig) gebruik van libidoremmende middelen. In dit verband
is het zinvol dat het ministerie van VenJ onderzoeksopdrachten
verleent waarbij tevens wordt gekeken naar (lopend) onderzoek in het
buitenland.
Ik hoop u met deze aanbeveli g~n voldoende van dienst te zijn.
Hooga~tend,
name4~ de Raad voor trafrechtstoepassing en
Jeugd éscherming,
mr. L. .J.M. de Wit, algemeen voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>