<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Langdurig toezicht
Reactie op het conceptwetsvoorstel langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en
vrijheidsbeperking
Advies d.d. 31 mei 2012
                    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                        1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                    2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Samenvatting                                                                                      5
Aanbevelingen                                                                                     7
1. Aanleiding en context van het advies                                                           9
   1.1 Aanleiding advies                                                                          9
   1.2 Context advies                                                                             9
   1.3 Leeswijzer                                                                                10
2. Hoofdlijnen van het conceptwetsvoorstel                                                       11
3. Beoordeling van het conceptwetsvoorstel                                                       13
   3.1 Algemene overwegingen                                                                     13
   3.2 Specifieke overwegingen bij voorgestelde wetswijzigingen                                  16
      3.2.1 Verlenging proeftijden voorwaardelijke invrijheidstelling                            16
      3.2.2 Schrappen maximale duur voorwaardelijke beëindiging van de tbs met dwangverpleging   17
      3.2.3 Introductie nieuwe sanctiemodaliteit: gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende
            maatregel                                                                            18
   4. Conclusies en aanbevelingen                                                                21
      4.1 Conclusies                                                                             21
      4.2 Aanbevelingen                                                                          21
Literatuurlijst                                                                                  23
                        Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                            3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                    4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
(hierna de Raad) gevraagd te adviseren over het conceptwetsvoorstel langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding
en vrijheidsbeperking. Met dit voorstel kunnen tot gevangenisstraf veroordeelde zedendelinquenten
en ter beschikking gestelden na ommekomst van de gevangenisstraf of tbs-maatregel bij terugkeer in
de samenleving langdurig (mogelijk levenslang) onder toezicht worden gesteld, waarbij voorwaarden
worden gesteld aan de resocialisatie. De voorgestelde wijzigingen in het Wetboek van Strafrecht betreffen
aanpassingen van de proeftijden bij de voorwaardelijke invrijheidsstelling (wijziging artikel 15c), het
schrappen van de maximale duur van de voorwaardelijke beëindiging van de tbs met dwangverpleging
(wijziging artikel 38j) en de introductie van een nieuwe gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende
maatregel (artikel 38z nieuw). Deze maatregel kan in beginsel levenslang duren.
De Raad onderschrijft het uitgangspunt in de memorie van toelichting, dat de terugkeer van
zedendelinquenten geleidelijk, zorgvuldig en onder voorwaarden dient plaats te vinden. Hij kan zich daarom
vinden in de voorstellen om de proeftijden van de voorwaardelijke invrijheidstelling te verlengen. Door de
proeftijden te verlengen is toezicht beter binnen de voorwaardelijke invrijheidstelling te organiseren.
De Raad acht de noodzaak van het schrappen van de maximumduur van de voorwaardelijke beëindiging
van de tbs met dwangverpleging vooralsnog niet aangetoond. De effecten van recent genomen maatregelen
zijn nog niet zichtbaar. De Raad wijst verder op WODC-onderzoek waarin wordt gesteld dat de langetermijn-
recidive van recente uitstroomcohorten op een veel lager niveau uitkomt dan de terbeschikkinggestelden
die uitstroomden in jaren ’80 en begin jaren ’90 (maar die wel zijn verdisconteerd bij de in de memorie van
toelichting gepresenteerde cijfers).
Met betrekking tot de voorgestelde gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel concludeert de
Raad dat de maatregel aansluitend op de definitieve beëindiging van een tbs-maatregel niet vereist is, gelet
op de huidige mogelijkheden. De Raad concludeert dat de noodzaak van deze voorgestelde maatregel na een
gevangenisstraf vooralsnog onvoldoende is onderbouwd en prematuur is, gelet op de recente aanpassingen
in de toezichtmogelijkheden op het terrein van het gevangeniswezen waarvan de effecten nog niet zichtbaar
(kunnen) zijn. Over de uitvoeringsconsequenties en de verhouding tot het EVRM bestaan naar het oordeel
van de Raad nog nader te beantwoorden vragen.
                         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                             5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                    6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Aanbevelingen
• De Raad beveelt aan eerst de in 2008 ingevoerde verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van de
  dwangverpleging bij tbs naar negen jaar te evalueren, alvorens het schrappen van de maximumtermijn te
  overwegen.
• De Raad adviseert de ontwikkelingen en resultaten van de recente verruiming van de
  toezichtmogelijkheden binnen het gevangeniswezen af te wachten voordat wordt overwogen een nieuwe,
  vergaande en ingrijpende maatregel na een straf in te voeren.
• De Raad beveelt ten aanzien van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel aan meer
  toelichting te geven op de vraag of de voorgestelde regeling en de toepassing ervan in de praktijk wel
  steeds de toets aan het EVRM zullen kunnen doorstaan.
• De Raad beveelt aan te (blijven) investeren in een optimale invulling van de bestaande
  toezichtmogelijkheden.
• De Raad geeft in overweging om nader te onderzoeken of een verruiming van de mogelijkheid tot
  oplegging van een deels voorwaardelijke straf tot de opties behoort (artikel 14a Sr).
                     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                         7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                    8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>1. Aanleiding en context van het advies
1.1 Aanleiding advies
Per brief van 27 maart 2012 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de Raad voor
Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna de Raad) gevraagd te adviseren over het
conceptwetsvoorstel langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking.1 Met dit voorstel
kunnen tot gevangenisstraf veroordeelde zedendelinquenten en ter beschikking gestelden na ommekomst
van de gevangenisstraf of tbs-maatregel bij terugkeer in de samenleving langdurig (mogelijk levenslang)
onder toezicht worden gesteld, waarbij voorwaarden worden gesteld aan de resocialisatie. Hoewel het
kabinet inmiddels demissionair is, heeft de Raad ambtelijk vernomen dat de voorbereidingen van het
wetsvoorstel onverminderd worden voortgezet. Gelet hierop brengt de Raad advies uit. Eerder heeft de Raad,
vooruitlopend op het conceptwetvoorstel, advies uitgebracht over de monitoring van zedendelinquenten.2 De
daarin opgenomen (algemene) overwegingen zijn naar het oordeel van de Raad nog steeds actueel en zullen,
waar nodig, in dit advies worden aangehaald.
1.2 Context advies
De terugkeer van zedendelinquenten en geweldsdelinquenten, na een gevangenisstraf of tbs-behandeling,
leidt soms tot maatschappelijke onrust en gevoelens van onveiligheid. Binnen de samenleving is de angst voor
recidive door met name zedendelinquenten groot, gelet op de impact van zedendelicten op slachtoffers en
hun omgeving. Herhaling van zedendelicten moet zoveel mogelijk worden voorkomen. Deze ontwikkeling
is ook te zien in andere landen. Engeland, Canada en Duitsland kennen speciale sancties voor gewelds- en
zedendelinquenten ter bescherming van de maatschappij.3 Levenslang toezicht behoort in deze landen tot de
wettelijke opties, maar deze landen kennen niet dezelfde mogelijkheden als Nederland met de tbs-maatregel.
Toezicht wordt in Nederland voornamelijk uitgevoerd door de reclassering4 en is mogelijk in het kader van de
voorwaardelijke straf, het penitentiair programma (al dan niet met elektronisch toezicht), de voorwaardelijke
invrijheidstelling na een gevangenisstraf, de voorwaardelijke beëindiging van de tbs met dwangverpleging
of de tbs met voorwaarden. De afgelopen jaren zijn de toezichttermijnen aanzienlijk verruimd en is er
steeds meer aandacht voor de invulling van het toezicht gekomen (zie paragraaf 3.1). Daarnaast zijn er
diverse andere initiatieven ontwikkeld om de uitvoeringspraktijk te verbeteren en de positie van slachtoffers
te versterken. Convenanten zijn gesloten tussen politie en reclassering om het toezicht op zeden- en
geweldsdelinquenten te verbeteren, waarbij de nadruk ligt op meer informatie-uitwisseling. Burgemeesters
worden door justitie op de hoogte gesteld van de terugkeer van gewelds- en zedendelinquenten, zodat
zij waar nodig kunnen handelen om maatschappelijke onrust te voorkomen.5 In het driehoeksoverleg en
veiligheidshuizen vindt casusoverleg plaats om indien nodig justitieel of anderszins handelend op te treden.
    1   Consultatieversie “Wijziging van het Wetboek van Strafrecht en Wetboek van Strafvordering in verband met het schrappen van de max-
        imale duur van de voorwaardelijke beëindiging van de terbeschikkingstelling met dwangverpleging, het verlengen van de proeftijden
        van de voorwaardelijke invrijheidsstelling en de invoering van een langdurige gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
        voor ter beschikking gestelden en zedendelinquenten”. De consultatieversie is te vinden op www.rijksoverheid.nl.
    2   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, advies ‘Monitoring zedendelinquenten’, 14 juni 2011.
    3   Schönberger en De Kogel 2012.
    4   Bij een basis penitentiair programma wordt het toezicht uitgevoerd door een Penitentiair Trajecten Centrum, een onderdeel van het
        gevangeniswezen (zie verder paragraaf 3.1).
    5   Wijziging Besluit justiële gegevens op 21 juni 2011 (Staatsblad 2011, 314). Het handelen van de burgemeester is overigens niet zozeer
        gebaseerd op formeel wettelijke bevoegdheden, maar op de gezagsrelaties van de burgemeester met betrekking tot de netwerken in
        zijn gemeente. Zie tevens Schreijenberg en Van Tillaart 2010. De Raad zal naar verwachting later dit jaar gevraagd worden te adviseren
        over de bestuurlijke informatievoorziening aan burgemeesters.
                              Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                                        9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Daarnaast is er meer aandacht voor de positie van slachtoffers samenhangend met de Wet versterking positie
slachtoffers in het strafproces.6 De in het buitenland succesvolle methode om met een zogeheten COSA-
cirkel de recidivekans bij zedendelinquenten te verlagen, is in 2009 in Nederland gestart en wordt thans in
vier regionale cirkelprojecten uitgevoerd.7 Hierbij wordt een zedendelinquent ‘omringd’ door vrijwilligers
en deskundigen die getraind zijn in de omgang met de doelgroep en de herkenning van signalen die wijzen
op mogelijke terugval van delictgedrag. Uit onderzoek in Canada en Engeland blijkt dat deze aanpak de
recidivekans bij zedendelinquenten aanzienlijk verlaagt.8
1.3 Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt een korte beschrijving gegeven van de voorgestelde wetswijzigingen en het doel dat
hiermee wordt beoogd. In hoofdstuk 3 komt de reactie op het conceptwetsvoorstel aan de orde: de Raad
geeft hierin zijn visie op hoofdlijnen (3.1) en specifieke overwegingen met betrekking tot de voorgestelde
wijzigingen (3.2). Hoofdstuk 4 bevat de conclusies en aanbevelingen.
    6  Staatsblad 2010, 1.
    7  Höing 2011.
    8  Höing, Caspers en Vogelvang 2009, p. 10 e.v. Zie ook Wilson et al 2007.
                           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                                    10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>2. Hoofdlijnen van het conceptwetsvoorstel
Het conceptwetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid van het verlengen van toezichttermijnen op
zedendelinquenten na detentie en (voormalig) ter beschikking gestelden (ongeacht het indexdelict).
De volgende wijzigingen in het Wetboek van Strafrecht worden voorgesteld9:
•    Het gelijktrekken van de minimumduur van de proeftijd van de bijzondere voorwaarden met de
     minimumduur van de proeftijd van de algemene voorwaarden van de voorwaardelijke invrijheidstelling,
     namelijk minimaal een jaar (wijziging artikel 15c);
•    De mogelijkheid om de proeftijd van de voorwaardelijke invrijheidstelling te verlengen met ten hoogste
     twee jaar (wijziging artikel 15c);
•    Het schrappen van de maximale duur van de voorwaardelijke beëindiging van de tbs met
     dwangverpleging (wijziging artikel 38j);
•    De introductie van een nieuwe sanctiemodaliteit: de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende
     maatregel (artikel 38z nieuw).
     Deze maatregel kan door de rechter, ambtshalve of op vordering van de officier van justitie worden
     opgelegd aan een verdachte die de maatregel tbs met dwangverpleging krijgt opgelegd of aan een
     verdachte die wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf wegens bepaalde, in het wetsvoorstel
     opgenomen zedenmisdrijven.10 De maatregel wordt opgelegd voor de duur van vijf jaar en kan
     telkens worden verlengd met vijf jaar. In beginsel kan de maatregel levenslang duren. De maatregel
     kan ten uitvoer worden gelegd als er geen ander (voorwaardelijk) kader (meer) voorhanden is.11 Voor
     de tenuitvoerlegging van de maatregel na ommekomst van gevangenisstraf of tbs-maatregel is een
     aparte beslissing van de rechter noodzakelijk. De rechter kan besluiten tot tenuitvoerlegging indien er
     ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan,
     of indien dit ter voorkoming van belastend gedrag jegens slachtoffers of getuigen, of ter voorkoming
     van de confrontatie tussen veroordeelde en slachtoffer of getuigen, noodzakelijk wordt geacht. Bij
     de tenuitvoerlegging van de maatregel worden voorwaarden gesteld, het gedrag van de betrokkene
     betreffende; dit kunnen gedragsbeïnvloedende voorwaarden zijn (o.a. verbod op gebruik verdovende
     middelen/alcohol, opneming in een zorginstelling, deelnemen aan gedragsinterventies) en/of
     vrijheidsbeperkende voorwaarden (o.a. contactverbod, gebiedsverbod, reisverbod). De maatregel of de
     voorwaarden kunnen tussentijds worden gewijzigd of opgeheven.12  Bij niet nakomen van de voorwaarden
     kan ‘vervangende hechtenis’ worden opgelegd.13
Uit de memorie van toelichting blijkt, dat met het conceptwetsvoorstel wordt beoogd de veiligheid in
de samenleving te vergroten en maatschappelijke onrust te voorkomen. Op tbs-terrein wordt met het
conceptwetsvoorstel daarnaast een beperking van de instroom en bevordering van de uitstroom beoogd.
    9 In verband met deze wijzigingen wordt het Wetboek van Strafvordering eveneens gewijzigd (artikel 366a en 558 Sv).
    10 Artikel 240b (kinderporno), artikel 242 t/m 250f (verkrachting), artikel 246, 247, 288a-c en 250 (aanranding der eerbaarheid/ontucht),
        artikel 248 en 249 (verzwarende omstandigheden) en artikel 273f (mensenhandel) Wetboek van Strafrecht.
    11 Uiterlijk tien weken voor de (definitieve) beëindiging van de terbeschikkingstelling, voor het einde van de proeftijd bij een (deels)
        voorwaardelijke straf of voorwaardelijke invrijheidstelling of (als geen v.i. heeft plaatsgevonden) tien weken voor het einde van de
        gevangenisstraf, kan het openbaar ministerie tenuitvoerlegging vorderen bij de rechter. Bij de vordering dient de officier van justitie een
        recent reclasseringadvies te overleggen. Indien de gedragsbeïnvloeding betrekking heeft op behandeling of opname in een zorginstell-
        ing, wordt tevens een medische verklaring overlegd.
    12 Ambtshalve door de rechter, op verzoek van de veroordeelde of op vordering van het openbaar ministerie.
    13 De Raad merkt hierbij op dat de term ‘vervangend’ strikt genomen niet juist is; de vervangende hechtenis geldt immers niet als vervan-
        ging van de opgelegde maatregel, na afloop van de vervangende hechtenis duurt de maatregel voort.
                             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                                          11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                   12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>3. Beoordeling van het conceptwetsvoorstel
3.1 Algemene overwegingen
De Raad acht een gecontroleerde terugkeer van zeden- en geweldsdelinquenten in de samenleving van
belang. Toezicht op en begeleiding van de dader zijn belangrijk voor een veilige en verantwoorde terugkeer
in de samenleving. Toezicht en begeleiding hangen in dat kader nauw met elkaar samen. Het doel van de
combinatie is enerzijds de bescherming van de maatschappij en de slachtoffers, anderzijds het bevorderen
van re-integratie van de dader. Overigens kan dat laatste ook in het teken van bescherming van de
maatschappij worden gezien. De Raad onderschrijft derhalve het uitgangspunt, zoals vermeld in de memorie
van toelichting, dat de terugkeer van zedendelinquenten geleidelijk, zorgvuldig en onder voorwaarden dient
plaats te vinden.14 Dat het kabinet hier aandacht voor heeft, acht de Raad positief.
Gelet op bovenstaande kan de Raad zich vinden in het voorstel om de proeftijden van de voorwaardelijke
invrijheidstelling te verlengen. De Raad kan zich echter niet vinden in het schrappen van de
maximumtermijn van de voorwaardelijke beëindiging van de tbs met dwangverpleging en de voorgestelde
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel. De Raad is van mening dat de noodzaak van
deze voorgestelde wijzigingen voor langdurig of zelfs levenslang toezicht (vooralsnog) onvoldoende is
onderbouwd en meent dat deze wijzigingen op zijn minst prematuur zijn, gelet op de recente aanpassingen
in de wetgeving op dit terrein. Bovendien maakt de Raad zich zorgen met het oog op de uitvoerbaarheid en
de handhaafbaarheid van de voorstellen en de relatie tot het EVRM. In paragraaf 3.2 worden de specifieke
overwegingen van de Raad met betrekking tot de afzonderlijke wijzigingen besproken. Hieronder zal de Raad
zijn overwegingen in bredere zin geven.
- Relevante ontwikkelingen gevangeniswezen
De overheid heeft de laatste jaren ingezet op een meer persoonsgerichte benadering van delinqenten, met
als doel het voorkomen van recidive. In de laatste fase van een gevangenisstraf kan een gedetineerde in
aanmerking komen voor deelname aan een penitentiair programma, waarbij hij buiten de gevangenismuren
een programma volgt dat gericht is op zijn resocialisatie.
In 2008 is de vervroegde invrijheidstelling vervangen door de voorwaardelijke invrijheidstelling.15 Hierdoor is
de invrijheidstelling van een veroordeelde aan (bijzondere) voorwaarden gebonden. Indien een delinquent
wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van minimaal één jaar kan hij in de regel
na tweederde van de gevangenisstraf voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld. De termijn van toezicht
kan hierbij oplopen tot vele jaren: deze is afhankelijk van de lengte van de resterende straf. De rechter kan
er op voorhand ook voor kiezen dat een deel van de gevangenisstraf niet ten uitvoer wordt gelegd (het
voorwaardelijke deel).16 Bij een voorwaardelijke straf is de mogelijkheid om een proeftijd van drie jaar te
stellen per 1 april 2012 verruimd, met een eenmalige verlengingsmogelijkheid van ten hoogste twee jaar.17
Daarnaast biedt de wet de mogelijkheid om bij de voorwaardelijke straf in bijzondere gevallen een proeftijd
van maximaal tien jaar op te leggen.18 Ook deze termijn kan sinds kort met twee jaar worden verlengd. Het
    14 Memorie van toelichting, p. 1.
    15 Staatsblad 2007, 500.
    16 Artikel 14a Sr. Mogelijk bij veroordeling tot een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar.
    17 Staatsblad 2011, 545.
    18 Artikel 14b lid 2 Sr: indien er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat
       gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meerdere personen. Deze mogelijkheid
       is in 2006 gecreëerd voor gewelds- en zedendelinquenten omdat “het in een klein aantal gevallen wenselijk is om een langere periode
       ‘greep’ te houden op de veroordeelde (Kamerstukken II, vergaderjaar 2003-2004, 28484, nr. 5).
                              Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                                       13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>reclasseringstoezicht is versterkt met het reclasseringsprogramma ‘Redesign toezicht’19 en de omschrijving
van de bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke straf en de voorwaardelijke invrijheidstelling is sterk
verbeterd met de per 1 januari 2012 inwerking getreden Wet voorwaardelijke sancties.20 Ten aanzien van de
proeftijd kunnen allerlei bijzondere voorwaarden worden opgelegd: de rechter heeft de keuze uit herstellende,
vrijheidsbeperkende en/of gedragsveranderende voorwaarden. Per 1 april 2012 is tevens de wettelijke
mogelijkheid voor de rechter in werking getreden om naast de straf een vrijheidsbeperkende maatregel op
te leggen voor maximaal twee jaar.21 Hiermee kan de rechter bijvoorbeeld een contact- of gebiedsverbod
opleggen. De huidige (toezicht)mogelijkheden binnen het gevangeniswezen staan in onderstaande tabel
weergegeven.
Tabel 1 Huidige wettelijke (toezicht)mogelijkheden gevangeniswezen
 Voorwaardelijke straf                                               Toezicht (voorwaarden)              Verlenging
 (art. 14a e.v. Sr)
 Bij een gevangenisstraf          Voorwaardelijke of deels           - Proeftijd 2 of 3 jaar (art.       Mogelijkheid tot
 van > 2 jaar (art. 14a lid       voorwaardelijke straf              14b lid 2 Sr)                       eenmalige verlenging
 1 Sr)                            mogelijk                           - Mogelijkheid van                  proeftijd met ten hoogste
                                                                     proeftijd van ten                   2 jaar (art. 14f Sr)
 Bij een gevangenisstraf          Deels voorwaardelijke              hoogste 10 jaar (bij hoog
 tussen de 2 jaar en 4 jaar       straf mogelijk van ten             recidiverisico zeden/
 (art. 14a lid 2 Sr)              hoogste twee jaar                  geweldsdelict art. 14b lid
                                                                     2 Sr)
 Penitentiair programma
 (art. 4, lid 2 Pbw)
 Bij een                          Aan een penitentiair               - Een basis penitentiair
 onvoorwaardelijke                programma kan                      programma duurt
 vrijheidsstraf van ten           worden deelgenomen                 minimaal 4 en maximaal
 minste zes maanden,              gedurende ten hoogste              8 weken en omvat 38 uur
 met een strafrestant bij         een zesde deel van de              per week aan activiteiten
 aanvang deelname van             vrijheidsstraf, direct
 tenminste vier weken             voorafgaand aan de
 tot maximaal een jaar            datum invrijheidsstelling. - Een (lang) penitentiair
 en bij afwezigheid van           (art 4 Pbw lid 2)                  programma duurt
 omstandigheden die               De deelnemer kan onder             minimaal 9 weken tot 1
 zich tegen deelname              elektronisch toezicht              jaar en bevat minimaal
 verzetten. .(art 4 Pbw lid       worden gesteld (art.4              26 uur per week.
 2)                               Pbw lid 1)
    19 Het programma kent drie niveaus van toezicht, met een oplopende intensiteit van controle en begeleidingsinzet.
    20 Staatsblad 2011, 545.
    21 Staatsblad 2011, 546.
                           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                                  14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>  Voorwaardelijke
  invrijheidstelling (art. 15
  e.v. Sr)
  Bij onvoorwaardelijke           v.i. na 1 jaar en 1/3 van       Proeftijd van de             Momenteel geen
  gevangenisstraf van 1-2         resterende strafdeel            algemene voorwaarde is       verlenging proeftijd
  jaar (art. 15 lid 1 Sr)                                         gelijk aan de strafrestant   mogelijk
                                                                  maar duurt minimaal
                                                                  een jaar (art. 15c lid 2 Sr)
                                                                  Proeftijd bijzondere
                                                                  voorwaarden is gelijk
  Bij tijdelijke                  v.i na tweederde van de         aan het restant van
  onvoorwaardelijke               straf                           de straf (thans geen
  gevangenisstraf (art. 15                                        minimumduur art. 15c
  lid 2 Sr)                                                       lid 3 Sr)
  Vrijheidsbeperkende
  maatregel (art. 38u e.v.
  Sr)
  Bij veroordeling voor           Voor de duur van ten            Contact-, gebieds en/of      Geen verlenging mogelijk
  strafbaar feit of bij           hoogste twee jaar               meldplicht voor duur van
  toepassing art. 9a Sr                                           2 jaar
De Raad merkt op dat bij de voorwaardelijke straf een proeftijd van maximaal twaalf jaar mogelijk is (in
bijzondere gevallen tien jaar plus de mogelijkheid tot verlenging van twee jaar), terwijl de proeftijd van de
voorwaardelijke invrijheidstelling thans is gemaximeerd tot het resterende strafdeel (in beginsel eenderde van
de straf ). Hier komt de Raad op terug in paragraaf 3.2.
- Relevante ontwikkelingen terbeschikkingstelling
Tbs met dwangverpleging wordt in veel gevallen naast een gevangenisstraf van aanzienlijke duur opgelegd.
Op de gevangenisstraf volgt de terbeschikkingstelling waarbij de gemiddelde intramurale behandelduur de
afgelopen twintig jaar een stijgende lijn vertoont en inmiddels bijna tien jaar bedraagt.22 Langdurig toezicht
na een intramurale tbs-behandeling is reeds mogelijk en staande praktijk. Indien de behandeling succes
heeft, volgt transmuraal verlof, in beginsel gevolgd door proefverlof en daarna is er nog de mogelijkheid van
de voorwaardelijke beëindiging. In 2008 is de maximumduur van de voorwaardelijke beëindiging van de
dwangverpleging verlengd van drie jaar naar negen jaar.23 Tijdens de voorwaardelijke beëindiging kan de
terbeschikkinggestelde door middel van bijzondere voorwaarden met de huidige wetgeving dus nog negen
jaar intensief worden gevolgd en begeleid. Hervatting van de dwangverpleging kan alsnog volgen indien
de terbeschikkinggestelde zich niet aan de voorwaarden houdt, een strafbaar feit pleegt of bij dreigende
recidive. In 2010 is gestart met de landelijke implementatie van het forensisch psychiatrisch toezicht. Vanaf
de resocialisatiefase tot aan de definitieve beëindiging van de maatregel werken forensisch psychiatrische
     22 Dijk en Brouwers 2011.
     23 Staatsblad 2007, 465.
                            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                               15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>centra24 en de reclasseringsorganisaties geprotocolleerd samen. In het kader van dit advies is het van
belang daarnaast te wijzen op de introductie van het Longstaybeleidskader in 2005, de instelling van het
Adviescollege Verloftoetsing tbs in 2008 en de continue aanscherping van de verlofregels.
Uit de meest recente recidivecijfers (de cijfers van de groep terbeschikkinggestelden die is uitgestroomd
tussen 2004 en 2008) blijkt dat de ernstige recidive bij met name zedendelinquenten binnen drie jaar flink
is gedaald ten opzichte van de drie eerdere uitstroomcohorten.25 Het WODC stelde in dit verband eerder
vast dat, afgaand op de gegevens die thans beschikbaar zijn, de langetermijn-recidive van de meer recente
uitstroomcohorten op een veel lager niveau uitkomt dan de terbeschikkinggestelden die uitstroomden in de
jaren ’80 en begin jaren ’90.26 Dit schetst een ander beeld dan de in de memorie van toelichting genoemde
recidivecijfers, waaruit blijkt dat bij uitgestroomde terbeschikkinggestelden het percentage recidivisten over
lange tijd toeneemt.27 De genoemde recidivecijfers beschrijven een werkelijkheid die er thans niet meer is,
gelet op de vele aanpassingen in de tbs-wetgeving en behandelpraktijk. De cijfers betreffen cumulatieve
recidivepercentages van vier uitstroomcohorten over een periode van 18 jaar.28 De kanttekening die in het
WODC-onderzoek wordt gemaakt, is veelzeggend: “Naarmate de observatie toeneemt in jaren, hebben
de percentages betrekking op een kleiner wordende groep uitgestroomde tbs-gestelden omdat de recent
uitgestroomden niet de gehele observatieperiode van 18 jaar kunnen worden gevolgd. De percentages in
de latere jaren kunnen om die reden minder betrouwbaar zijn”.29 De eerdere ontwikkelingen binnen de tbs,
de verscherping van wet- en regelgeving (met name m.b.t. de verlofpraktijk), de longstay, de verbetering
van risicotaxatie-instrumenten en de verruiming van de duur van de voorwaardelijke beëindiging van de
dwangverpleging zijn niet verdisconteerd in de latere observatiejaren. Terbeschikkinggestelden uit de eerdere
cohorten zijn om deze reden niet vergelijkbaar met die uit de recente cohorten.
Samenvattend
Bovengenoemde ontwikkelingen en wetswijzigingen op het terrein van het gevangeniswezen en de
terbeschikkingstelling beogen eenzelfde doel: het beschermen van de maatschappij door recidive te
voorkomen c.q. te verminderen. De effecten van de wijzigingen zijn nog niet zichtbaar vanwege de (veelal)
recente invoeringsdatum en de hiermee samenhangende korte observatieperiode. De Raad acht het daarom
verstandig de ontwikkelingen en resultaten van deze wijzigingen in wetgeving af te wachten voordat wordt
overwogen verdergaande, ingrijpende maatregelen in te voeren. De recente recidivecijfers na een tbs-
behandeling ondersteunen dit.
3.2 Specifieke overwegingen bij voorgestelde wetswijzigingen
3.2.1 Verlenging proeftijden voorwaardelijke invrijheidstelling
In zijn vorig jaar uitgebrachte advies over de monitoring van zedendelinquenten gaf de Raad aan dat het een
bekend probleem is dat na een (meestal korte) gevangenisstraf de bestaande proeftijden soms ontoereikend
zijn. Dat het conceptwetsvoorstel met deze wijziging hieraan tegemoet komt, vindt de Raad positief. In de
meeste gevallen kan worden volstaan met de wettelijk voorgeschreven toezichttermijn.
    24  En de forensisch psychiatrische poliklinieken.
    25  Schönberger en De Kogel 2012; WODC Factsheet 2011-6, Recidive tbs 1974-2008.
    26  WODC Factsheet 2011-6, Recidive tbs 1974-2008, p. 7.
    27  Memorie van toelichting, p. 11-12.
    28  Uitstroomcohorten 1989-1993, 1994-1998, 1999-2003, 2004-2008.
    29  Schönberger en De Kogel 2012, p.53.
                            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                                 16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Het komt echter voor dat de reclassering vóór het einde van de proeftijd constateert dat één of meer
voorwaarden die zijn gesteld, die mede het gedrag van de veroordeelde beogen te beïnvloeden, zijn
overtreden en dat ingeschat wordt dat voor gedragsverandering meer tijd nodig is. Een verzoek aan de
rechter tot verlenging biedt dan uitkomst. Een begeleide terugkeer in de samenleving door middel van
bijzondere voorwaarden kan zodoende, ook bij de korte gevangenisstraf, bijdragen aan de bescherming van
de maatschappij en de re-integratie van de veroordeelde. Hoewel er spanning bestaat tussen het eindige
karakter van de gevangenisstraf en de wenselijkheid van een langere proeftijd in verband met recidiverisico,
acht de Raad de mogelijkheid van verlenging met ten hoogste twee jaar verantwoord; deze termijn sluit aan
bij de recent ingevoerde verlengingsmogelijkheid van de proeftijd van de voorwaardelijke straf.30 Door de
proeftijd te verlengen is toezicht beter binnen de voorwaardelijke invrijheidstelling te organiseren. Gelet op
vorenstaande kan de Raad zich eveneens vinden in de gelijktrekking van de minimumduur van de proeftijd
van de bijzondere voorwaarden met de minimumduur van de proeftijd van de algemene voorwaarden van de
voorwaardelijke invrijheidstelling.
3.2.2 Schrappen maximale duur voorwaardelijke beëindiging van de tbs met dwangverpleging
Uit de memorie van toelichting blijkt dat hiermee wordt beoogd het recidiverisico te verminderen, de
uitstroom te bevorderen en de instroom in de tbs te beperken.31 Pas enkele jaren geleden (in 2008) is de
termijn van de voorwaardelijke beëindiging van de tbs met dwangverpleging verlengd van drie jaar naar
negen jaar, conform de aanbeveling van de commissie Visser.32 Het doel van de verlenging was tweeledig.
Enerzijds werd beoogd het recidiverisico zoveel mogelijk te beperken door middel van langer toezicht.
Anderzijds bleek uit het onderzoek van de parlementaire commissie dat tbs-inrichtingen en het openbaar
ministerie terughoudend waren met het vorderen van de voorwaardelijke beëindiging, gelet op de maximale
termijn van drie jaar.33 De commissie was van mening dat dit een knelpunt vormde bij de uitstroom van
terbeschikkinggestelden en met de verlenging werd aan dit knelpunt tegemoetgekomen.
De Raad gaf in paragraaf 3.1 aan dat de effecten van de wijziging nog niet zichtbaar zijn gelet op de recente
wijzigingsdatum. Op dit moment is nog onbekend a) wat deze verlenging van de termijn voor gevolgen
heeft voor de recidive of voor de in- en uitstroom en b) hoe frequent de maximale termijn van negen
jaar daadwerkelijk wordt ‘volgemaakt’. De Raad ziet dan ook geen aanleiding voor de veronderstelling
dat het schrappen van de maximumtermijn wenselijk of noodzakelijk is. De recidivecijfers uit de laatste
uitstroomcohort tonen aan dat de recidivecijfers na een tbs-behandeling zich in positieve zin ontwikkelen
en het WODC noemt de prognose voor de langetermijn-recidive gunstig (zie paragraaf 3.1). Het is de
Raad bovendien niet bekend dat de tbs-klinieken op dit moment terughoudend zijn met het vorderen van
voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging gelet op de maximumduur van negen jaar. Eveneens
is onduidelijk of rechters zich beperkt voelen door de maximumduur. Uit recente cijfers blijkt juist dat het
aantal gestarte voorwaardelijke beëindigingen in 2010 verdubbeld is ten opzichte van 2008.34 De Raad acht het
schrappen van de maximumtermijn (vooralsnog) niet opportuun en acht het raadzaam t.z.t. eerst de in 2008
doorgevoerde verlenging naar negen jaar te evalueren. Hij wijst in dit verband ook op de aankondiging van het
kabinet in 2011, die dit voorjaar werd herhaald, om de komende jaren de sector de gelegenheid te
    30 Artikel 14f Sr.
    31 In de memorie van toelichting worden aangegeven dat de veronderstelling gerechtvaardigd is dat bij tbs-klinieken een grotere bereid-
        heid zal ontstaan tot het bevorderen van de voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging (p. 13).
    32 Kamerstukken II,  vergaderjaar 2005-2006, 30250, nr. 5. Parlementair onderzoek tbs.
    33 Kamerstukken II, vergaderjaar 2005-2006, 30250, nr. 5, p. 47.
    34 DJI 2011, p. 29.
                             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                                     17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>bieden alle door de commissie Visser voorgestelde verbeteringen in volle omvang door te voeren en zo min
mogelijk aan het beleid te wijzigen.35
Het is de Raad voorts onbekend wat de uitvoeringsconsequenties van de voorgestelde wijziging zijn. De
impactanalyse van Significant heeft enkel betrekking op zedendelinquenten.36 Met het conceptwetsvoorstel
komt de maximumtermijn van de voorwaardelijke beëindiging voor alle terbeschikkinggestelden te vervallen
(en niet enkel voor zedendelinquenten).
3.2.3 Introductie nieuwe sanctiemodaliteit: gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel
Het conceptwetsvoorstel zet met de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel in op de
mogelijkheid van langdurig of levenslang toezicht op terbeschikkinggestelden aansluitend op de definitieve
beëindiging van de tbs-maatregel en op zedendelinquenten aansluitend op het einde van de straf. De Raad
gaat hieronder in op beide mogelijkheden.
De Raad acht de voorgestelde maatregel aansluitend op de definitieve beëindiging van de tbs-maatregel niet
vereist gelet op de huidige mogelijkheden (zie paragraaf 3.1). Een tbs-maatregel is in beginsel mogelijk
voor onbepaalde duur. Langdurig toezicht bij deze maatregel is reeds staande praktijk in het kader van de
voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging. Dit toezicht strekt zich, behalve tot het voorkomen
van recidive, ook uit tot het voorkomen van belastend gedrag en/of op een ongewenste confrontatie met
slachtoffers en/of getuigen. De groep die na een zorgvuldige en langdurige tbs-behandeling uiteindelijk
terugkomt in de maatschappij kent een laag recidiverisico, de rechter zal anders niet besluiten tot
voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging, laat staan definitieve beëindiging van de maatregel.
Terbeschikkinggestelden die ondanks behandeling delictgevaarlijk blijven worden immers op een longstay- of
longcare-afdeling geplaatst. De Raad ziet niet in dat langdurig toezicht na een definitieve beëindiging van de
tbs dan nog kan worden gelegitimeerd ter bescherming van de maatschappij. Indien het recidiverisico laag is,
maar zorg nog geïndiceerd, dan is strafrechtelijk toezicht niet meer aan de orde en is doorgeleiding naar de
reguliere geestelijke gezondheidszorg aangewezen.
De Raad is van mening dat de noodzaak van de voorgestelde maatregel aansluitend op het einde van de
straf (vooralsnog) onvoldoende onderbouwd en prematuur is, gelet op de recente aanpassingen in de
toezichtmogelijkheden op het terrein van het gevangeniswezen waarvan de effecten nog niet zichtbaar
zijn (zie paragraaf 3.1). De Raad acht het verstandig de effecten van de in gang gezette mogelijkheden af te
wachten voordat wordt overwogen een nieuwe, ingrijpende maatregel als onderhavige in te voeren.
In het kader van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is toezicht mogelijk tijdens de voorwaardelijke
invrijheidstelling (in beginsel gedurende eenderde van de straf ). Met de in het conceptwetsvoorstel
voorgestelde mogelijkheid tot verlenging van de proeftijd kan deze proeftijd met twee jaar worden verlengd,
waardoor het toezicht binnen de voorwaardelijke invrijheidstelling beter kan worden georganiseerd. Bij
de voorwaardelijke straf is er thans de mogelijkheid van een proeftijd tot maximaal twaalf jaar. Omdat dit
voorbehouden is aan de voorwaardelijke straf, die enkel kan worden opgelegd bij gevangenisstraffen tot
ten hoogste vier jaar, valt te overwegen deze grens te verruimen zodat deze ook bij de oplegging van een
gevangenisstraf langer dan vier jaar kan worden opgelegd.
    35 Zie Kamerstukken II, vergaderjaar 2010-2011, 29452, nr. 138, p. 8 en Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 29 452, nr. 146, p. 1.
    36 Drost, Goedvolk en Jongebreur 2011.
                           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                                     18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Het valt de Raad voorts op dat in de concept-memorie van toelichting weinig aandacht wordt besteed aan de
vraag of de voorgestelde regeling en de toepassing ervan in de praktijk wel steeds de toets aan het EVRM zal
kunnen doorstaan. De Raad noemt drie, ook in recente jurisprudentie van het EHRM naar voren komende
vraagpunten:
•   Is de maatregel proportioneel? Vormt de tenuitvoerlegging van de maatregel, indien dit enkel ter
    voorkoming van een confrontatie met slachtoffers of getuigen of ter voorkoming van belastend gedrag
    (dat een ander doel dient dan de bescherming van de maatschappij) is, niet een beletsel voor de
    onbeperkte duur en doorstaat deze de proportionaliteitstoets? 37 Doorstaat langdurig of levenslang
    toezicht na een straf of maatregel, dat alleen gericht is op vrijheidsbeperking (indien geen sprake is van
    gedragsbeïnvloeding), de toets van het EHRM? Een combinatie van toezicht en zorg vanwege een stoornis
    wordt eerder door het EHRM geaccepteerd dan alleen maar controle c.q. toezicht op gedrag.
•   Is de maatregel, gelet op het feit dat invulling ervan veelal pas na lange tijd zal plaatsvinden, voldoende
    voorzienbaar in de zin van artikel 5 EVRM en artikel 7 EVRM? 38
•   Is de opleggingsconstructie (de rechter legt de maatregel op, maar beslist na een veelal lange periode nog
    eens over de tenuitvoerlegging) in overeenstemming met artikel 5 EVRM?
Ten overvloede meent de Raad dat een goede impactanalyse van de voorgestelde maatregel pas mogelijk is
na een zorgvuldige invulling van het toezichtprogramma. Dat nu reeds in de memorie van toelichting wordt
aangegeven dat een beperkte uitbreiding van de capaciteit nodig is, acht de Raad voorbarig en in onvoldoende
mate op feiten gebaseerd. Het deelonderzoek naar effectieve toezichtprogramma’s is immers nog niet
afgerond. Het is de Raad bovendien onduidelijk of de wettelijke mogelijkheden in het buitenland (Engeland/
Wales, Duitsland en Canada) tot betere resultaten leiden dan de huidige mogelijkheden in Nederland,
welke leiden tot de recent door het WODC gepresenteerde recidivecijfers na een tbs-behandeling. Het nog
ontbrekende deelonderzoek moet daar meer duidelijkheid over bieden. Voor zover de Raad bekend, zijn daar
nu nog geen aanwijzigen voor.39
   37 Artikel 8 EVRM, inzake het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, en artikel 2 van het vierde protocol bij het EVRM,
       inzake de vrijheid van verplaatsing, stellen eisen die inhouden dat een sanctie die de persoonlijke levenssfeer of de bewegingsvrijheid
       beperkt, alleen is toegestaan indien noodzakelijk voor de onder deze artikelen genoemde doelcriteria van onder andere het voorkomen
       van strafbare feiten, en stellen eisen aan de afbakening van de sanctie in de wet.
   38 De essentiële eis, dat voor burgers voorzienbaar dient te zijn welke consequenties de wetgeving verbindt aan hun handelen. NB: Naar
       vaste rechtspraak wordt aan het begrip straf in artikel 7 EVRM een autonome, los van de systematische indeling in het nationale recht
       staande, betekenis toegekend (Jendrowiak vs Duitsland, EHRM 14 april 2011, nr. 30060/04). Zwaardere modaliteiten van vrijheidsbe-
       perking kunnen onder de term ‘vrijheidsbeneming’ van artikel 5 EVRM vallen (Bleichrodt, Mevis en Volker 2011). Hierbij dient te worden
       gekeken naar het type maatregel, de duur, de effecten en hoe de maatregel wordt geëffectueerd. Daarbij zijn ondermeer de mate van
       fysieke beperking van de bewegingsvrijheid, de mate van toezicht en het al dan niet kunnen behouden van sociale contacten relevant
       (zie bijvoorbeeld EHRM 6 november 1980, nr. 7367/76 Guzzardi vs Italie; EHRM 5 oktober 2004, nr. 45508/99 H.L vs Verenigd Konink-
       rijk).
   39 Zie G. Groß, Deliktbezogene Rezidivraten von Straftätern im internationalen Vergleich, München 2004, p. 139 en p. 154; R. Karl Hanson
       et al, A Meta-Analysis of the Effectiveness of Treatment for Sexual Offenders: Risk, Need, and Responsivity 2009-01, Public Safety
       Canada, p. i.; Vol. 14 No. 2 March 2009 What works for sexual offenders? Programma’s die voldoen aan de What works-principes
       van risico, noodzaak en responsiviteit zijn het meest effectief, zowel ter voorkoming van specifieke sexuele recidive als van algemene
       recidive.
                              Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                                        19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                   20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>4. Conclusies en aanbevelingen
4.1 Conclusies
De Raad onderschrijft het uitgangspunt, zoals vermeld in de memorie van toelichting, dat de terugkeer van
zedendelinquenten geleidelijk, zorgvuldig en onder voorwaarden dient plaats te vinden. De Raad kan zich
daarom vinden in het voorstel om de proeftijden van de voorwaardelijke invrijheidstelling te verlengen. Het is
een bekend probleem dat na een (meestal korte) gevangenisstraf de bestaande proeftijden soms ontoereikend
zijn. Dat het conceptwetvoorstel hieraan tegemoet komt, vindt de Raad positief.
De Raad acht de noodzaak van het schrappen van de maximumduur van de voorwaardelijke beëindiging
van de tbs met dwangverpleging (vooralsnog) niet aangetoond, omdat de effecten van de in 2008 ingevoerde
verlenging naar negen jaar en van een groot aantal verder genomen maatregelen nog niet zichtbaar zijn.
Door het kabinet is bovendien aangekondigd de komende jaren de sector de gelegenheid te bieden alle door
de commissie Visser voorgestelde verbeteringen in volle omvang door te voeren en zo min mogelijk aan het
beleid te wijzigen (zie paragraaf 3.2.2).
Met betrekking tot de voorgestelde gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel concludeert de
Raad dat de maatregel aansluitend op de definitieve beëindiging van een tbs-maatregel niet is vereist, gelet op
de huidige mogelijkheden. De Raad meent dat langdurig toezicht na een definitieve beëindiging van de tbs
niet kan worden gelegitimeerd ter bescherming van de maatschappij: de rechter zal anders niet besluiten tot
beëindiging van de tbs met dwangverpleging.
De Raad concludeert dat de noodzaak van deze voorgestelde maatregel na een gevangenisstraf (vooralsnog)
onvoldoende onderbouwd en prematuur is, gelet op de recente aanpassingen in de toezichtmogelijkheden
op het terrein van het gevangeniswezen, waarvan de effecten nog niet zichtbaar zijn. Bovendien kan tegemoet
worden gekomen aan langer toezicht in het kader van de voorwaardelijke invrijheidstelling met de in het
conceptwetsvoorstel voorgestelde mogelijkheid tot verlenging van de proeftijd. Over de verhouding tot het
EVRM bestaan naar het oordeel van de Raad nog nader te beantwoorden vragen.
4.2 Aanbevelingen
M.b.t. de verlenging van de proeftijden bij de voorwaardelijke invrijheidstelling
•    De Raad kan zich vinden in de mogelijkheid om de proeftijd te verlengen bij de voorwaardelijke
     invrijheidstelling, evenals in de mogelijkheid tot gelijktrekking van de minimumduur van de
     bijzondere voorwaarden met de minimumduur van de algemene voorwaarden bij de voorwaardelijke
     invrijheidstelling.
M.b.t. het schrappen van de maximumtermijn van de voorwaardelijke beëindiging van de tbs met
dwangverpleging
•    De Raad beveelt aan eerst de in 2008 ingevoerde verlenging van de voorwaardelijke beëindiging van
     de dwangverpleging naar negen jaar te evalueren, alvorens het schrappen van de maximumtermijn te
     overwegen.
M.b.t. de voorgestelde gedragsbeïnvloedende en vrijheidbeperkende maatregel
•    De Raad adviseert de ontwikkelingen en resultaten van de recente verruiming van de toezicht-
     mogelijkheden binnen het gevangeniswezen af te wachten voordat wordt overwogen een nieuwe,
     vergaande en ingrijpende maatregel na een straf in te voeren.
                         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                            21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>•    De Raad beveelt aan meer toelichting te geven op de vraag of de voorgestelde regeling en de toepassing
     ervan in de praktijk wel steeds de toets aan het EVRM zullen kunnen doorstaan.
•    De Raad beveelt aan te (blijven) investeren in een optimale invulling van de bestaande
     toezichtmogelijkheden. De Raad benadrukt dat toezicht een combinatie dient te zijn van controle en
     begeleiding en zorg. Om een coherent geheel van zorg en controle te bewerkstelligen, wijst de Raad
     op de Engelse Mappa-benadering: deze aanpak is gebaseerd op de ‘what works’ benadering, waarbij
     de monitoring wordt afgestemd op de ‘risks and needs’.40 De veiligheidshuizen en de eerder genoemde
     COSA’s kunnen hierin een belangrijke rol spelen.
Tot slot geeft de Raad in overweging om nader te onderzoeken of een verruiming van de mogelijkheid tot
oplegging van een deels voorwaardelijke straf tot de opties behoort (artikel 14a Sr). Bij de voorwaardelijke straf
is er thans de mogelijkheid van een proeftijd tot maximaal twaalf jaar. Omdat deze voorbehouden is aan de
voorwaardelijke straf (die enkel kan worden opgelegd bij gevangenisstraffen tot ten hoogste vier jaar), valt te
overwegen deze grens te verruimen zodat deze ook bij de oplegging van een gevangenisstraf langer dan vier
jaar kan worden opgelegd.
    40 Multi-agency Public Protection Arrangements: een vorm van verplicht reclasseringstoezicht bij straffen vanaf 12 maanden, specifiek
        gericht op voorwaardelijk vrijgekomen zeden- en geweldsdelinquenten. In regionale panels zijn drie justitiële ketenpartners verplicht
        samen te werken: de politie, de reclassering en het gevangeniswezen. Ook andere ketenpartners kunnen aansluiten. Kerntaken zijn
        monitoring (toezicht) en informatie-uitwisseling met als voornaamste doel permanente risicotaxatie en risicomanagement. De reclas-
        sering vervult de regierol.
                             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                                      22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Literatuurlijst
Bleichrodt, Mevis en Volker 2011
F.W. Bleichrodt, P.A.M. Mevis, B.W.A. Mevis, Vergroting en slagvaardigheid van het strafrecht; een
rechtsvergelijkend perspectief, Erasmus Universiteit Rotterdam 2011
Dijk en Brouwers 2011
Dijk, E.M.H. en M. Brouwers, Daling opleggingen tbs met dwangverpleging ontwikkelingen en achtergronden,
WODC Memorandum 2011-01
DJI 2011
Dienst Justitiële Inrichtingen, Forensische zorg in getal 2006-2010, uitgave 2011
Drost, Goedvolk en Jongebreur 2011
V. Drost, M. Goedvolk en W. Jongebreur, Ex ante uitvoeringsanalyse levenslang toezicht, Onderzoeksbureau
Significant, definitief concept d.d. 15 juli 2011
Höing 2011
M. Höing., Factsheet COSA, ’s Hertogenbosch: Programmabureau Circles NL. oktober 2011
Höing, Caspers  en Vogelvang 2009
M. Höing, J. Caspers en B. vogelvang, Circles NL- Aanpassingsstudie naar COSA, Cirkels voor Ondersteuning,
Samenwerking en Aanspreekbaarheid in Nederland, ’s Hertogenbosch, Programmabureau Cirles NL, 2009
RSJ 2011
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Monitoring zedendelinquenten, advies 14 juni 2011
Schönberger en De Kogel 2011
H.J.M. Schönberger en C.H. de Kogel, Wettelijke kaders voor langdurig of levenslang toezicht bij delinquenten
in Engeland/Wales, Canada en Duitsland, WODC, Memorandum 2011-5
Schönberger en De Kogel 2012
H.J.M. Schönberger en C.H. de Kogel (m.m.v. I.M. Bregman), Kenmerken en recidivecijfers van ex-
terbeschikkinggestelden met een zedendelict, WODC, Memorandum 2012-1
Schreijenberg en Van den Tillaart 2010
A. Schreijenberg en J. van den Tillaart, Burgemeesters beter voorbereid. In: Proces 2010 (89) 6, p. 384-391
                         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                            23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>Wijk, Bullens en Eshof, 2007
A.Ph. van Wijk, R.A.R. Bullens en P. van den Eshof (red.), Facetten van zedencriminaliteit, ’s Gravenhage, Reed
Business Information, 2007
Wilson et al. (2007)
R. Wilson, A. Whinnie, J. Picheca, M. Prinzo, F. Cortoni, Circles of Support and Accountability: Engaging
Community volunteers in the management of high-risk sexual offenders. In The Howard Journal, Volume 46 no.
1, February 2007
WODC Factsheet 2011-6, Recidive TBS 1974-2008, Ontwikkelingen in de strafrechtelijke recidive van ex-
terbeschikkinggestelden
WODC Factsheet 2011-5 Recidivebericht 2002-2008, Ontwikkelingen in de strafrechtelijke recidive van
Nederlandse justitiabelen
Kamerstukken II, vergaderjaar 2005-2006, nr. 5, Parlementair onderzoek tbs
Kamerstukken II, vergaderjaar 2010-2011, 29452, nr. 138
Kamerstukken II, vergaderjaar 2011-2012, 29 452, nr. 146
Staatsblad 2007, 465
Staatsblad 2007, 500
Staatsblad 2010, 270
Staatsblad 2011, 545
                       Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Langdurig toezicht
                                                          24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>