<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
Advies d.d. 25 juni 2012
         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                         1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
  Samenvatting                                                                                                5
  1. Aanleiding en context voor dit advies                                                                    9
     1.1. De problematiek rondom het vervoer van ingeslotenen                                                 9
     1.2 Kritische rapporten van de ISt                                                                       9
     1.3 Vraagstelling, afbakening en opzet van het advies                                                   10
     1.4 Methodiek                                                                                           11
  2. Verantwoordelijkheidsverdeling en uitvoering; regelgeving en problematiek                               13
     2.1 De status van de circulaires                                                                        13
     2.2 De (verantwoordelijkheids)verdeling bij de vervoerstaak van justitiabelen                           14
        2.2.1 Rechtsgangvervoer                                                                              14
        2.2.2 Inrichtingsvervoer                                                                             17
        2.2.3 Plaatsings- en overplaatsingsvervoer                                                           20
     2.3 De (verantwoordelijkheids)verdeling bij de vervoerstaak van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen   22
     2.4 De (verantwoordelijkheids)verdeling bij de vervoerstaak van ingesloten vreemdelingen                23
     2.5 De uitvoering van het vervoer                                                                       26
        2.5.1 De uitvoering van het vervoer van justitiabelen                                                26
        2.5.2 De uitvoering van het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen                        30
        2.5.3 De uitvoering van het vervoer van ingesloten vreemdelingen                                     32
     2.6 Het vervoer van goederen                                                                            33
     2.7 Samenvatting en conclusie                                                                           34
  3. Toezichthouders en klachtenprocedures; regelgeving en problematiek                                      37
     3.1 Toezichthouders op het vervoer                                                                      37
        3.1.1 Toezichthouders op nationaal niveau                                                            37
        3.1.2 Toezichthouders op Europees en internationaal niveau                                           39
     3.2 De toezichthouders voor de specifieke vervoersbewegingen                                            40
        3.2.1 Toezichthouders op het vervoer van justitiabelen                                               40
        3.2.2 Toezichthouders op het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen                       40
        3.2.3 Toezichthouders op het vervoer van vreemdelingen                                               41
        3.2.4 De hiaten in het toezicht                                                                      42
     3.3 Klachtenprocedures voor het vervoer                                                                 43
        3.3.1 Klachtenprocedures op nationaal niveau                                                         43
        3.3.2 Klachtenprocedures op Europees en internationaal niveau                                        44
        3.3.3 De tekortkomingen in de klachtenprocedures                                                     45
     3.4 De klachtmogelijkheden ten aanzien van de specifieke vervoersbewegingen                             45
        3.4.1 Klachtmogelijkheden voor justitiabelen                                                         45
        3.4.2 Klachtmogelijkheden voor civielrechtelijk ingesloten jeugdigen                                 47
        3.4.3 Klachtmogelijkheden voor vreemdelingen                                                         47
        3.4.4 De hiaten in de klachtmogelijkheden                                                            48
     3.5 Samenvatting en conclusie                                                                           48
          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                          3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>   4. Aanbevelingen                                                                                            51
      4.1 Wet- en regelgeving                                                                                  51
      4.2 Verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden                                                  52
      4.3 Goederenvervoer                                                                                      55
      4.4 Klacht- en beroepsmogelijkheden                                                                      56
      4.5 Toezicht                                                                                             57
      4.6 Randvoorwaarden voor het vervoer                                                                     58
Bronvermelding                                                                                                 61
Bijlage I Circulaireoverzicht                                                                                  65
Bijlage II Schematisch overzicht verantwoordelijkheid, klachtmogelijkheid en toezicht                          67
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                            4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting
Aanleiding en context van het advies
Dit advies richt zich op het vervoer van een grote groep ingeslotenen, namelijk gedetineerden, tbs-gestelden,
strafrechtelijk ingesloten jeugdigen, civielrechtelijk ingesloten jeugdigen en bestuursrechtelijk ingesloten
vreemdelingen. Deze ingeslotenen moeten regelmatig worden vervoerd, bijvoorbeeld naar de rechtbank,
het ziekenhuis of omdat ze worden overgeplaatst naar een andere inrichting. Het is voor de vervoerders
dagelijks een (logistieke) uitdaging om al deze personen op de juiste tijd op de juiste bestemming te krijgen.
Complicerende factor daarbij is dat bij dit vervoer, afhankelijk van doel en bestemming, diverse instanties
zijn betrokken zoals de inrichting waar de ingeslotene verblijft en de parketpolitie. Daarnaast is de Dienst
Vervoer & Ondersteuning (DV&O) als landelijke dienst van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) belast met
het vervoer van deze ingeslotenen. Hoewel het vervoer in veel gevallen zonder problemen verloopt, gaan
er ook dingen mis en ontbreekt het aan eenduidige wet- en regelgeving. Dit veroorzaakt problemen voor
alle bij het vervoer betrokken partijen. Zo duren de ritten soms (zeer) lang, is het vaak niet duidelijk wie er
verantwoordelijk is en wie beslissingen over beveiligingsmaatregelen mag nemen, ontbreekt het aan toezicht
of is het voor de ingeslotene niet mogelijk om een klacht in te dienen over het vervoer. Het doel van dit
advies is in de eerste plaats het bieden van een overzicht van de bestaande regelgeving op het terrein van het
vervoer van ingeslotenen. Het tweede doel van het advies is het doen van aanbevelingen ter verbetering van
(ondermeer de regelgeving van) het vervoer van ingeslotenen en hun goederen.
Wet- en regelgeving
De Raad stelt vast dat het aantal wettelijke bepalingen ten aanzien van het vervoer van ingeslotenen summier
is en dat nadere uitwerking hiervan ontbreekt danwel dat uitwerking, in tegenstelling tot hetgeen wordt
aanbevolen in de ‘Aanwijzing voor de regelgeving’1, heeft plaatsgevonden in een groot aantal circulaires,
die soms sterk verouderd zijn. Los van de vraag of deze circulaires al dan niet rechtsgeldig zijn, zijn ze
onvoldoende inzichtelijk. Fundamenteel punt daarbij is dat niet helder is wie de verantwoordelijkheid en
de bevoegdheid tot het geven van opdrachten heeft voor de verschillende vervoersbewegingen. In sommige
gevallen is er een bevoegdheid toegekend aan de directeur van de inrichting, het is echter niet helder of deze
zogenaamde bevelsbevoegdheid zich ook uitstrekt tot de tenuitvoerlegging van het vervoer door DV&O en de
parketpolitie of slechts tot de medewerkers die onder het gezag van de directeur vallen. Het is daarnaast niet
altijd duidelijk wie mag beslissen over het toepassen van beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer. Ten
slotte is het soms onduidelijk of de directeur van de inrichting bevoegd is de vervoerde disciplinair te straffen
of ordemaatregelen op te leggen naar aanleiding van incidenten die hebben plaatsgevonden tijdens het
vervoer, in het bijzonder als dit vervoer niet is uitgevoerd door de inrichting maar bijvoorbeeld door DV&O.
Uitvoering van het vervoer
Naast de problematiek aangaande de verantwoordelijkheidsverdeling is er ook een aantal knelpunten aan
het licht gekomen voor wat betreft de uitvoering van het vervoer. Voorafgaand aan het vervoer worden
ingeslotenen geregeld onvoldoende ingelicht over de duur van het vervoer. Met name de transporten van
ingeslotenen naar een rechtbank of gerechtshof in een ander arrondissement duren lang, zo constateert de
Raad. Tijdens het transport beschikt de ingeslotene daarnaast lang niet altijd over eten en drinken. Verder
blijkt dat er in de praktijk niet altijd een voldoende belangenafweging wordt gemaakt bij het toepassen van
    1    Aanwijzing voor de regelgeving, Stcrt. 1992, 230, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 1 april 2011, Stcrt. 2011, 6602. Deze Aanwijzing stelt
        dat normering van gedragingen, handelingen en bevoegdheden dient te geschieden met gebruikmaking van algemeen verbindende
        voorschriften, interne regelingen en beleidsregels. Aangezien de status van andere regulerende instrumenten zoals circulaires niet
        eenduidig en helder is, dient hiervan voor normering zoveel mogelijk te worden afgezien.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                         5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer en spreken de verschillende instructies elkaar tegen.
Anders dan het vervoer van personen is het vervoer van goederen wel helder geregeld. Toch ontstaan er in de
praktijk regelmatig problemen, zoals vermissing of beschadiging van goederen. Daarnaast is de regelgeving
over het vervoer van goederen in het kader van de uitzetting van een vreemdeling onduidelijk.
Toezichthouders en klachtenprocedures
Bij het toezicht op het vervoer van ingeslotenen lijkt het vooral te ontbreken aan het daadwerkelijke toezicht in
de praktijk. Het  toezichtsterrein van bijvoorbeeld de Commissie van Toezicht bij DV&O en de Inspectie voor
de Sanctietoepassing is dusdanig groot, dat het de vraag is of zij voldoende toezicht kunnen houden op het
vervoer om eventuele problemen en misstanden tijdig te signaleren. In een aantal gevallen ontbreekt het aan
toezicht, bijvoorbeeld bij het vervoer door de politie of het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen.
Ingeslotenen hebben niet in alle gevallen toegang tot een onafhankelijke klachtenprocedure en soms staat
er in zijn geheel geen klachtmogelijkheid voor hen open. De klachtenprocedures van de bij het vervoer
betrokken instanties verschillen onderling sterk van elkaar en er is vaak geen beroep mogelijk. Ten aanzien
van het vervoer door DV&O kan de ingeslotene in beginsel niet klagen. Over het door DV&O uitgevoerde
inrichtingsvervoer is soms beklag mogelijk bij de beklagcommissie van de inrichting. Voor tbs-gestelden,
civielrechtelijk- en strafrechtelijk ingesloten jeugdigen en vreemdelingen die verblijven in grensdetentie
bestaan vanwege een beperkt beklagrecht daarnaast nog extra hiaten in de klachtmogelijkheden naar
aanleiding van het vervoer.
Aanbevelingen
De Raad doet een vijftal aanbevelingen voor verbetering van de bestaande wet- en regelgeving en de algehele
uitvoering van het vervoer van ingeslotenen en hun goederen. Deze aanbevelingen betreffen het vervoer van
alle in dit advies besproken groepen ingeslotenen.
Aanbevelingen:
I.   Leg bevoegdheden en verantwoordelijkheden vast in wet- en regelgeving en maak deze inzichtelijk voor
     alle bij het vervoer betrokken partijen.
II.  Zorg ervoor dat er (altijd) een onafhankelijke klachtenprocedure openstaat voor alle ingeslotenen die
     worden vervoerd.
III. Zorg dat er ten aanzien van alle vormen van vervoer onafhankelijk en doelmatig toezicht bestaat.
IV. Zorg dat de uitvoering van het vervoer voldoet aan vooraf vastgestelde randvoorwaarden en dat deze
     aansluit bij de aard van de te vervoeren ingeslotene (‘vervoer op maat’)
V.   Werk op integrale wijze aan de uitvoering van bovenstaande aanbevelingen, zodat wet- en regelgeving op
     een samenhangende en consistente manier voor het gehele vervoersveld tot stand komen.
De Raad dringt er dus op aan een aantal onderwerpen over het vervoer meer expliciet in de wet te regelen.
Dit geldt in het bijzonder voor bepalingen over verantwoordelijkheden en procedures. Daarmee wordt de
kans op discussies over verantwoordelijkheden en beslissingsbevoegdheden (bijvoorbeeld over het toepassen
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                            6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>van beveiligingsmaatregelen) aanmerkelijk kleiner. Nadere regels voor het vervoer van ingeslotenen kunnen
daaropvolgend worden uitgewerkt in een AMvB en/ of ministeriële regeling.
De vijf voornoemde aanbevelingen worden verder uitgewerkt in verschillende subaanbevelingen waarin
onder meer wordt ingegaan op de praktische toepassing. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden
moeten volgens de Raad komen te liggen bij de partijen die een wezenlijke rol spelen bij het vervoer, te
weten de directeur van de inrichting waar de ingeslotene verblijft en degene die het vervoer uitvoert. De
Raad beschrijft in een aantal subaanbevelingen hoe deze verantwoordelijkheidsverdeling eruit kan komen
te zien. Daarnaast doet de Raad verschillende subaanbevelingen om de uitvoering van het vervoer te
verbeteren, volwaardige klacht- en beroepsmogelijkheden vorm te geven en toezicht te realiseren op alle
vervoersbewegingen. Tot slot volgt een aantal randvoorwaarden waar het vervoer van ingeslotenen volgens
de Raad aan moet voldoen. Het vervoer zou waar mogelijk beperkt moeten worden en bij het vervoer dient
‘maatwerk’ plaats te vinden: de specifieke omstandigheden van  bijvoorbeeld  jeugdigen, vreemdelingen en
zieke gedetineerden dienen steeds in het oog te worden gehouden bij  het vervoer.  
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                           7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>1. Aanleiding en context voor dit advies
1.1. De problematiek rondom het vervoer van ingeslotenen
Jaarlijks worden door heel Nederland duizenden personen vervoerd die door de overheid rechtens hun
vrijheid is ontnomen.2 Gedetineerden, tbs-gestelden en strafrechtelijk ingesloten jeugdigen worden vanuit
justitiële inrichtingen vervoerd voor onder meer het bijwonen van gerechtelijke procedures, vanwege de
overplaatsing naar een andere inrichting of vanwege een afspraak in het ziekenhuis. Ook jeugdigen die op
civielrechtelijke basis verblijven in een gesloten jeugdzorginstelling moeten zo nu en dan naar de rechtbank
voor bijvoorbeeld de toetsing van hun ondertoezichtstelling. Ten slotte worden vreemdelingen die gedwongen
verblijven in detentiecentra, regelmatig vervoerd naar onder meer ambassades of naar vliegvelden in het
kader van hun uitzetting. Het is voor de vervoerders dagelijks een (logistieke) uitdaging om al deze personen
op de juiste tijd op de juiste bestemming te krijgen. Complicerende factor daarbij is dat bij dit vervoer,
afhankelijk van doel en bestemming, diverse instanties zijn betrokken zoals de inrichting waar de ingeslotene
verblijft en de parketpolitie.3 Daarnaast is de Dienst Vervoer & Ondersteuning (DV&O) als landelijke dienst
van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) sedert 1998 belast met het vervoer van deze ingeslotenen. Ook het
vervoer van de goederen van ingeslotenen die worden overgeplaatst van de ene inrichting naar de andere of
naar de luchthaven in geval van een uitzetting behoort tot de taken van DV&O. Daarnaast neemt DV&O op
basis van convenanten verscheidene vervoerstaken over van andere instanties. Door DV&O alleen werden in
2011 al bijna 164.000 vervoersaanvragen uitgevoerd.4
Hoewel het vervoer in veel gevallen zonder problemen verloopt, gaat er in de praktijk ook nog wel eens wat
mis, zo blijkt onder meer uit uitspraken van de Nationale ombudsman, jurisprudentie van de Raad voor
Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: de Raad of RSJ) en uit berichtgeving in de media.5
Justitiabelen geven aan soms uren achtereen in een busje door te brengen zonder dat zij de beschikking
hebben over eten en drinken, er wordt geklaagd over onveilig rijgedrag van chauffeurs en regelmatig ontbreekt
bij de te vervoeren ingeslotenen informatie over de duur van het vervoer. Daarnaast bestaat er onduidelijkheid
over de beslissingsbevoegdheid ten aanzien van de toepassing van beveiligingsmaatregelen tijdens het
vervoer, zo blijkt onder meer uit uitspraken van de Nationale ombudsman. Dit veroorzaakt problemen
voor alle bij het vervoer betrokken partijen. Ten slotte staat voor ingeslotenen niet altijd een onafhankelijke
klachtenprocedure open of is het voor hen niet duidelijk bij welke instantie een klacht ingediend kan worden.
Het ontbreken van een onafhankelijke klachtenprocedure kan afbreuk doen aan de rechtspositie van deze
ingesloten personen. Doordat de bestaande klachtenprocedure van een van de belangrijkste vervoerders in de
praktijk niet toegankelijk blijkt te zijn voor ingeslotenen, vallen zij geregeld tussen wal en schip en hebben zij
geen mogelijkheid tot klagen.
1.2 Kritische rapporten van de ISt
De problematiek rondom het vervoer van ingeslotenen is al langere tijd bij de Raad bekend. Meer dan tien jaar
geleden heeft de (voorloper van de) Raad al uitspraken gedaan naar aanleiding van klachten van ingeslotenen
    2    Onder deze groep ingeslotenen verstaat de Raad in dit advies alle door de Nederlandse staat van hun vrijheid beroofde personen, uit-
        gezonderd vrijheidsbeneming op grond van de Wet Bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. Het betreft dus het vervoer
        van gedetineerden, tbs-gestelden, ingesloten minderjarigen (zowel strafrechtelijk als civielrechtelijk) en bestuursrechtelijk ingesloten
        vreemdelingen.
    3    De term parketpolitie als zodanig bestaat niet meer. Nu er binnen de regio’s verschillende termen voor dit specifieke onderdeel van de
        regiopolitie worden gehanteerd, wordt in dit advies voor de duidelijkheid de term parketpolitie aangehouden.
    4    Dit omvat alle regulier beveiligde- en extra beveiligde vervoersbewegingen.
    5    Een voorbeeld is een uitzending van het tv-programma NOVA, dat in okto­ber 2006 aandacht aan dit onderwerp besteedde. Dit leidde
        tot vragen in de Tweede Kamer: Aanhangsel Handelingen II 2006/2007, nr. 683.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                         9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>over het vervoer. De Raad heeft eerder overwogen een advies te wijden aan dit onderwerp. Een in 2006 door
de Inspectie voor de Sanctietoepassing (ISt) uitgevoerd onderzoek naar deze vervoersproblematiek was voor
de Raad echter aanleiding advisering hierover aan te houden.6 Het onderzoek van de ISt richtte zich in het
bijzonder op het vervoer van strafrechtelijk gedetineerde meerderjarigen en strekte zich dus niet uit tot tbs-
gestelden, straf- en civielrechtelijk ingesloten jeugdigen en vreemdelingen. Het betrof daarnaast uitsluitend
het vervoer door uitvoerder DV&O. In zijn rapport deed de ISt onder meer de aanbeveling om duidelijker te
regelen onder wiens verantwoordelijkheid het vervoer van gedetineerden plaatsvindt. Ook deed de ISt de
aanbeveling om een Commissie van Toezicht (CvT) bij DV&O in het leven te roepen.7
In 2010 deed de ISt een vervolgonderzoek, waarin werd geconstateerd dat er een wetswijziging (van de
Penitentiaire beginselenwet) in voor­berei­ding is die de verantwoordelijkheid voor het gedetineerdenvervoer
moet gaan regelen. De ISt merkte daarnaast op dat de inmiddels bij DV&O ingestelde CvT geen
beklagmogelijkheid kent.8 Omdat de problematiek in de praktijk nog steeds speelt en hierbij niet alleen
gedetineerde meerderjarigen zijn betrokken maar ook minderjarigen, tbs-gestelden en vreemdelingen acht de
Raad het in vervolg op het onderzoek van de ISt wenselijk een advies uit te brengen met een breder karakter,
over alle mogelijke vervoerbewegingen van ingeslotenen, zoals in paragraaf 1.1 naar voren gebracht, waarbij
naast DV&O ook andere vervoerders worden meegenomen. Daarnaast gaat dit advies ook in op het vervoer
van de goederen van ingeslotenen.
Naast het voornoemde themaonderzoek bracht de ISt eveneens in 2010 een Inspectiebericht uit over de
tenuitvoerlegging van de vreemdelingenbewaring. In dit Inspectiebericht wordt onder andere aandacht
besteed aan het vervoer van ingesloten vreemdelingen. Het blijkt dat het vervoer van deze groep specifieke
problemen oplevert, die mede verband houden met de onduidelijkheid in bevoegdheden van de directeur
en de feitelijk vervoerder.9 Zo hanteert DV&O een standaardprotocol voor vervoer in het kader van een
ziekenhuisbezoek, of het nu om straf- of bestuursrechtelijk ingeslotenen gaat. Het Inspectiebericht noemt
als schrijnend praktijkvoorbeeld het gebruik van een broekstok en koppelboeien bij een bezoek van een
blinde vrouwelijke vreemdeling aan het ziekenhuis. Het hanteren van dezelfde veiligheidsvoorschriften
bij het vervoeren van een vreemdeling als bij het vervoeren van een strafrechtelijk gedetineerde, acht
de ISt niet proportioneel. De ISt doet de aanbeveling aan DV&O om het veiligheidsprotocol voor deze
vervoersbewegingen te nuanceren, zodat de directeur van de inrichting de mogelijkheid krijgt in bepaalde
gevallen van dit protocol af te wijken.10 Ook hieruit blijkt de noodzaak om te komen tot een duidelijke
verdeling van verantwoordelijkheden tussen de betrokken instanties bij het vervoer, bijvoorbeeld
tussen de inrichting en de feitelijke vervoerder aangaande de bevoegdheid tot het toepassen van (extra)
beveiligingsmaatregelen.
1.3 Vraagstelling, afbakening en opzet van het advies
In dit advies wordt ingegaan op alle vervoersbewegingen van ingeslotenen van en/of naar een inrichting.
Het doel van het advies is in de eerste plaats het bieden van een overzicht van de relevante regelgeving op
het terrein van het vervoer van ingeslotenen (hoofdstuk 2 en 3). Hieruit zal blijken hoe en waar de regels
momenteel zijn vastgelegd voor de verschillende categorieën ingeslotenen en hun goederen. Een dergelijk
overzicht kan inzicht geven in de vraag in hoeverre er sprake is van een overlap binnen de huidige regelgeving
    6    Inspectie voor de Sanctietoepassing 2006.
    7    Inspectie voor de Sanctietoepassing 2006, p. 40.
    8    Inspectie voor de Sanctietoepassing 2010a, p. 13.
    9    Inspectie voor de Sanctietoepassing 2010b, p. 56.
    10   Inspectie voor de Sanctietoepassing 2010c, p. 96. Deze aanbeveling heeft een landelijke strekking, aldus de ISt in het Inspectiebericht
        vreemdelingenbewaring.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                     10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>voor wat betreft de verantwoordelijkheden en klachtenprocedures. Daarnaast kan het eventuele hiaten in
kaart brengen. Een tweede, hier uit volgend, doel van het advies is het doen van aanbevelingen ter verbetering
van  (wet- en regelgeving van) het vervoer van ingeslotenen en hun goederen (hoofdstuk 4). Dit betekent
allereerst dat wordt verkend hoe een heldere verantwoordelijkheidsverdeling er uit kan zien. Het moet
voor alle betrokken partijen inzichtelijk worden wie de verantwoordelijkheid draagt voor een specifieke
vervoersbeweging en daaruit volgend wie beslissingen kan en mag nemen ten aanzien van de uitvoering
van het vervoer. Vervolgens beschrijft de Raad aan welke voorwaarden een volwaardige klachtenprocedure
voor het vervoer naar zijn oordeel zou moeten voldoen. Na de aanbevelingen voor het realiseren van een
dergelijke klachtenprocedure en voor onafhankelijk toezicht op het vervoer, sluit de Raad zijn advies af met
een aantal randvoorwaarden waaraan het vervoer van ingeslotenen zou moeten voldoen en doet hij hiervoor
verschillende aanbevelingen.
1.4 Methodiek
Als achtergrondinformatie voor dit advies is (onder meer) gebruikgemaakt van de jurisprudentie van de
Raad, uitspraken van de Nationale ombudsman en de Kinderombudsman, rapporten van verschillende
toezichthouders, kamervragen en in de juridische vakpers verschenen literatuur.
Daarnaast zijn interviews gehouden met betrokken medewerkers in een aantal inrichtingen, en met
verschillende uitvoerende partijen en personen betrokken bij de wet- en regelgeving op dit terrein. De
lijst van geïnterviewde personen is opgenomen in de bronvermelding. In het advies wordt gesproken van
respondenten.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                           11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                               12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>2. Verantwoordelijkheidsverdeling en uitvoering; regelgeving en
problematiek
De gang van zaken aangaande het vervoer van ingeslotenen is slechts in zeer algemene zin terug te vinden
in de wetgeving. Voor verdere regelgeving zijn de betrokkenen aangewezen op een grote hoeveelheid, veelal
verouderde, circulaires. Daarnaast bestaan er convenanten waarin afspraken over het vervoer tussen partijen
zijn opgenomen.
Aan de hand van de wetgeving en de circulaires wordt in dit hoofdstuk een overzicht gegeven van de huidige
verantwoordelijkheidsverdeling ten aanzien van het vervoer en wordt belicht hoe het vervoer door de
verschillende partijen wordt uitgevoerd. Daarnaast wordt gekeken wat de eventuele problemen en knelpunten
zijn bij deze verantwoordelijkheidsverdeling en bij de uitvoering van de diverse transporten.
Paragraaf 2.1 begint met een algemene opmerking over de circulaires die van toepassing zijn op het vervoer
van ingeslotenen. Paragraaf 2.2 behandelt vervolgens het vervoer van justitiabelen, onderverdeeld naar
strafrechtelijk gedetineerde meerderjarigen (hierna: gedetineerden), tbs-gestelden en strafrechtelijk
gedetineerde minderjarigen (hierna: jeugd). Deze justitiabelen worden grotendeels op gelijke wijze en op
grond van dezelfde regelgeving vervoerd. Waar de regelgeving tussen deze drie groepen van elkaar verschilt,
zal dit worden aangegeven. De vervoersmogelijkheden zijn hierbij onderverdeeld naar rechtsgangvervoer,
inrichtingsvervoer en plaatsing -/ overplaatsingsvervoer. De betekenis van deze begrippen wordt nader
uiteengezet in dit hoofdstuk. Steeds wordt aangegeven wat de wettelijke basis is voor het uitvoeren van
de vervoersbeweging, welke instantie belast is met de uitvoering van het transport, welke instantie een
disciplinaire straf of ordemaatregel mag opleggen aan de ingeslotene naar aanleiding van een incident
tijdens het vervoer en welke problemen er bij de Raad bekend zijn. De daarop volgende twee paragrafen,
2.3 en 2.4, omvatten een afzonderlijke bespreking van het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
en bestuursrechtelijk ingesloten vreemdelingen. Daarbij komen alle soorten vervoersmomenten die van
toepassing zijn op deze groepen aan de orde. Paragraaf 2.5 belicht de daadwerkelijke uitvoering van het
vervoer van de verschillende categorieën ingeslotenen en de daarbij behorende verantwoordelijkheden en
problemen nader. In paragraaf 2.6 wordt kort ingegaan op de verantwoordelijkheden ten aanzien van het
vervoer van de goederen van de ingeslotenen. Paragraaf 2.7 geeft ten slotte een samenvatting en conclusie van
hoofdstuk 2.
2.1 De status van de circulaires
Zoals hiervoor al werd aangegeven is het vervoer van ingeslotenen grotendeels geregeld in circulaires. In
één van deze circulaires is bijvoorbeeld vastgelegd welke instantie er verantwoordelijk is voor het vervoer
van de ingeslotenen naar de rechtbank.11 De term circulaire is in de ‘Aanwijzingen voor het gebruik en
inrichting van circulaires’ gedefinieerd als een schriftelijke mededeling van algemene aard, afkomstig van de
rijksoverheid, die is gericht tot en wordt verzonden aan een aantal bestuursorganen, publiekrechtelijke dan
wel privaatrechtelijke rechtspersonen of een groep natuurlijke personen buiten de overheid.12 Er bestaat geen
helderheid over de status en geldigheidsduur van circulaires. Voornoemde aanwijzing kende een maximale
geldigheidsduur van vier jaar toe aan circulaires. Deze aanwijzing is echter ingetrokken bij de ‘Regeling
vaststelling achtste wijziging Aanwijzingen voor de regelgeving’.13
    11   Waar in dit advies gesproken wordt over rechtbank kan ook gerechtshof worden gelezen.
    12   Bij circulaire van de minister-president van 7 mei 1986, kenmerk 366374, Stcrt. 1986, 118, p. 6.
    13   Stcrt. 2008, 176, p.2.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                      13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Uit laatstgenoemde regeling volgt dat de normering van gedragingen, handelingen en bevoegdheden dient
te geschieden met gebruikmaking van de instrumenten genoemd in de ‘Aanwijzing voor de regelgeving’.14
Instrumenten die in de aanwijzing worden genoemd zijn algemeen verbindende voorschriften, interne
regelingen en beleidsregels. De status van andere regulerende instrumenten zoals circulaires is volgens
de aanwijzing niet eenduidig en helder. Van gebruik van circulaires voor normering dient dan ook zoveel
mogelijk te worden afgezien, aldus de aanwijzing.
Het is niet duidelijk wat het een en andere betekent voor de geldigheid van de circulaires waarin de
regelgeving omtrent het vervoer van ingeslotenen staat. Zeker is wel dat van een aantal circulaires de
vooraf gestelde geldigheidstermijn is verstrekken en de circulaires waaraan vooraf geen geldigheidsduur is
verbonden veelal tien tot vijftien jaar oud zijn (zie bijlage I). Afgezien van de vraag of onder meer regelgeving
voor wat betreft de rechtspositie van ingeslotenen wel mag worden vastgelegd in circulaires is het dus ook de
vraag of deze circulaires nog wel rechtsgeldig zijn. Daarnaast zijn de circulaires onvoldoende toegankelijk.
Nu voor een beschrijving van het gevestigde beleid geen ander instrument voorhanden is, baseert de Raad
zich in dit advies op voornoemde circulaires. Voorgaande belicht naar het oordeel van de Raad wel een
aanzienlijke hiaat in de regelgeving van het vervoer van ingeslotenen.
2.2 De (verantwoordelijkheids)verdeling bij de vervoerstaak van justitiabelen
2.2.1 Rechtsgangvervoer
õõ Omschrijving van het rechtsgangvervoer van justitiabelen
Het rechtsgangvervoer is het vervoer van een justitiabele in het kader van een gerechtelijke procedure.
Het betreft overwegend het transport van voorlopig gehechten en afgestraften van en naar de rechtbank
op verzoek van het Openbaar Ministerie, in het kader van de strafzaak. Daarnaast kan de ingeslotene
door de rechtbank worden opgeroepen in het kader van bijvoorbeeld een civiele zaak. Dit vervoer wordt
meestal aangevraagd door de inrichting. Een derde met regelmaat voorkomende mogelijkheid is dat de
ingeslotene op verzoek van de Raad moet worden vervoerd in het kader van een penitentiair beroep, indien
de beroepscommissie van de Raad zitting houdt in een andere inrichting dan waar de ingeslotene verblijft.
Dit vervoer wordt, nadat de benodigde gegevens ten aanzien van eventuele beperkingen en benodigde
beveiligingsmaatregelen zijn opgevraagd bij de afdeling bevolking van de inrichting waar de ingeslotenen
verblijft, aangevraagd door de Raad.
õõ De wettelijke basis voor het rechtsgangvervoer van justitiabelen
Gedetineerden
In artikel 26 Penitentiaire beginselenwet (Pbw) wordt bepaald dat:
--   de directeur van de inrichting de gedetineerde in de gelegenheid dient te stellen, onder door hem te
     stellen voorwaarden, de inrichting te verlaten om een gerechtelijke procedure bij te wonen.
--   de directeur met oog op het verlaten van de inrichting aan daartoe door hem aangewezen ambtenaren of
     medewerkers kan bevelen dat de betrokken persoon naar de daartoe bestemde plaats wordt overgebracht.
--   de minister van Veiligheid en Justitie (hierna: de minister) nadere regels kan stellen over de wijze waarop
     dit rechtsgangvervoer plaatsvindt.
    14   Gebaseerd op het besluit van de minister-president van 18 december 1992, Stcrt. 1992, 230, p. 13, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 1
        april 2011, Stcrt. 2011, 6602.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                     14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Tbs-gestelden
In artikel 50 Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt) wordt bepaald dat:
--   de directeur van de inrichting de tbs-gestelde in de gelegenheid dient te stellen de inrichting te verlaten
     om een gerechtelijke procedure bij te wonen.
--   de minister nadere regels kan stellen over de wijze waarop dit rechtsgangvervoer van tbs-gestelde
     plaatsvindt.
--   In artikel 52 Reglement verpleging ter beschikking gestelden (Rvt) is eveneens bepaald dat:
--   de directeur van de inrichting de Tbs-gestelde in de gelegenheid dient te stellen de inrichting te verlaten
     om een gerechtelijke procedure bij te wonen.
De bevelsbevoegdheid van de directeur ontbreekt hier.
Jeugd
In artikel 28 Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) wordt bepaald dat:
--   de directeur van de inrichting de jeugdige in de gelegenheid dient te stellen, onder door hem te stellen
     voorwaarden, de inrichting te verlaten om een gerechtelijke procedure bij te wonen.
--   de directeur met het oog op het verlaten van de inrichting aan daartoe door hem aangewezen ambtenaren
     of medewerkers kan bevelen dat de jeugdige naar de daartoe bestemde plaats wordt overgebracht.
--   de minister nadere regels kan stellen over de wijze waarop dit rechtsgangvervoer van jeugdigen
     plaatsvindt.
De bevelsbevoegdheid van de directeur ontbreekt hier.
õõ De uitvoerder(s) van het rechtsgangvervoer van justitiabelen
De regels voor de uitvoering van het rechtsgangvervoer zijn vervat in verschillende, door of namens de
minister bekendgemaakte, circulaires, zoals in paragraaf 2.1. aan de orde is gesteld. Naar aanleiding van de in
1995 beschikbaar gestelde gelden aan de minister (destijds de minister van Justitie) voor de verbetering van
de uitvoering van de politietaken ten dienste van Justitie, is door de minister een stuurgroep ‘ontvlechting
politietaken’ ingesteld. Conform het advies van deze stuurgroep is in dit kader de landelijke vervoersdienst
Dienst Vervoer & Ondersteuning (DV&O) opgericht. Volgens de huidige regelgeving is DV&O verantwoordelijk
voor het rechtsgangvervoer voor zover dit de arrondissementsgrenzen overschrijdt en/of extra beveiligd
vervoer betreft.15 De verantwoordelijkheid voor het binnen-arrondissementale rechtsgangvervoer ligt bij
de parketpolitie. Voorgaande blijkt uit de circulaire van 19 december 1997.16 In deze circulaire is daarnaast
opgenomen dat DV&O op basis van convenanten ook transporten kan uitvoeren die niet behoren tot haar
kerntaak, zoals het binnen-arrondissementale rechtsgangvervoer. Indien dit de efficiency van transporttaken
bevordert, wordt zulks zelfs aanbevolen.17
Voor jeugdigen is daarnaast de circulaire van 9 juli 1999 van toepassing.18 In deze circulaire wordt
voorgaande taakverdeling bevestigd. In 2000 is de verdeling van verantwoordelijkheden ten aanzien van
het rechtsgangvervoer van alle justitiabelen herhaald in een brief van de sectordirecteur gevangeniswezen
namens de minister.19 In de praktijk blijkt dat de regiopolitie (waar de parketpolitie deel van uitmaakt) steeds
vaker een beroep op DV&O wenst te doen voor wat betreft het binnen-arrondissementale rechtsgangvervoer.
    15   Met ingang van 1 januari 1998 heeft DV&O deze vervoerstaak overgenomen van de parketpolitie.
    16   Circulaire over de verdeling van vervoerstaken, kenmerk 644013/97/DJI.
    17   De mogelijkheid van het overnemen van een vervoerstaak door DV&O is van toepassing op alle vervoersbewegingen die in dit hoofd-
        stuk behandeld worden en geldt dus ook voor het vervoer van de andere categorieën ingeslotenen.
    18 Circulaire over het vervoer van jeugdige ingeslotenen, kenmerk 761371/99/DJI.
    19 Bij brief van 23 december 2000, kenmerk 5067682/00/DJI.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                     15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Uit het jaarplan van de DJI van 2012 komt naar voren dat in het kader van de vorming van de nationale
politie naar intensievere vormen van samenwerking wordt gezocht tussen de politie en DV&O. Dit houdt
onder andere in dat het verder samenbrengen van het binnen-arrondissementale vervoer en het boven-
arrondissementale vervoer wordt overwogen.20 DV&O zal mogelijk nog meer transporten gaan overnemen en
uitvoeren voor de parketpolitie.
õõ De bevoegdheid tot het opleggen van een disciplinaire straf of ordemaatregel n.a.v. het rechtsgangvervoer
     van justitiabelen
Een ander aspect van de verantwoordelijkheidsverdeling in het kader van het rechtsgangvervoer is de vraag
wie er bevoegd is tot het opleggen van een disciplinaire straf of ordemaatregel aan de ingeslotene, naar
aanleiding van ongeregeldheden ten tijde van het vervoer. Gedragingen van justitiabelen buiten de inrichting
kunnen aanleiding zijn tot het opleggen van een disciplinaire straf of ordemaatregel door de directeur van de
inrichting mits het verblijf buiten de inrichting nog valt onder de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.
In artikel 51 juncto artikel 50 Pbw wordt bepaald dat de directeur bevoegd is een disciplinaire straf op te
leggen wegens feiten die onverenigbaar zijn met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.
In artikel 23 juncto artikel 24 Pbw wordt bepaald dat de directeur onder meer bevoegd is een ordemaatregel
op te leggen indien dit in het belang van de handhaving van de orde of de veiligheid in de inrichting dan
wel van een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming noodzakelijk is of indien dit ter
bescherming van de betrokken gedetineerde noodzakelijk is. Ten aanzien van tbs-gestelden en strafrechtelijk
ingesloten jeugdigen is de bevoegdheid tot het opleggen van een disciplinaire straf vastgelegd in artikel 49
juncto artikel 48 Bvt respectievelijk artikel 55 juncto artikel 54 Bjj. De bevoegdheid tot het opleggen van een
ordemaatregel aan strafrechtelijk ingesloten jeugdigen is vastgelegd in artikel 24 juncto artikel 25 Bjj. Tbs-
gestelden kunnen in hun vrijheid binnen de inrichting worden beperkt op grond van artikel 31 e.v. Bvt.
In de Memorie van Toelichting bij de Pbw staat over het opleggen van een disciplinaire straf: “De voorgestelde
toevoeging dat ook feiten die strijdig zijn met een ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming
strafbaar zijn stelt buiten twijfel dat gedragingen van een gedetineerde buiten de inrichting voor disciplinaire
afdoening in aanmerking komen, mits het verblijf buiten de inrichting nog viel onder de tenuitvoerlegging
van de vrijheidsbeneming.”21 In artikel 50, vierde lid, Pbw en artikel 54, vierde lid, Bjj wordt verder bepaald
dat een straf kan worden opgelegd dan wel ten uitvoer gelegd in een andere inrichting of afdeling dan
waarin het verslag is opgemaakt. In de Memorie van Toelichting bij de Pbw staat over het opleggen van een
ordemaatregel dat dit zowel mogelijk is naar aanleiding van incidenten in de inrichting als daarbuiten.22
Uit de jurisprudentie van de Raad blijkt dat de directeur van de inrichting op grond van voorgaande bevoegd
is een disciplinaire straf of ordemaatregel op te leggen naar aanleiding van het gedrag van een justitiabele ten
tijde van het rechtsgangvervoer en zijn verblijf op de rechtbank.23
Op grond van bovenstaande is het dus de directeur van de inrichting waar de ingeslotene verblijft die
bevoegd is een disciplinaire straf of ordemaatregel op te leggen naar aanleiding van een incident tijdens het
rechtsgangvervoer.
õõ De problematiek ten aanzien van het rechtsgangvervoer van justitiabelen
De Raad constateert dat de huidige verantwoordelijkheidsverdeling in het kader van het rechtsgangvervoer
    20 Jaarplan DJI 2012, p. 14.
    21 Kamerstukken II 1994-95, 24 263, nr. 3, p. 67.
    22 Kamerstukken II 1994-95, 24 263, nr. 3, p. 43.
    23 Zie ter illustratie de volgende uitspraken van de RSJ: 04/0130/GA, 06/2652/GA & 07/2460/GA.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                     16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>steunt op verouderde circulaires en dat deze mogelijk geen rechtskracht meer hebben.24 Dit kan ongewenste
situaties opleveren, bijvoorbeeld wanneer partijen zich beroepen op bepalingen uit deze circulaires. In
paragraaf 2.1 kwam al aan de orde dat voor normering in ieder geval zoveel mogelijk dient te worden afgezien
van het gebruik van circulaires.25
De Raad acht daarnaast onduidelijk welke partij wanneer verantwoordelijk is voor het rechtsgangvervoer
en de bevelsbevoegdheid draagt ten aanzien van dit vervoer. Dit wordt verder versterkt nu het binnen-
arrondissementale rechtsgangvervoer door de parketpolitie steeds vaker wordt overgedragen aan DV&O en
het de vraag is of hiermee ook de eindverantwoordelijkheid voor dit vervoer bij DV&O komt te liggen. Naast
deze uitvoerende partijen is er ten aanzien van het rechtsgangvervoer in de beginselenwetten ook nog een
rol toebedeeld aan de directeur van de inrichting waar de justitiabele verblijft. De Raad constateert dat de
Pbw en de Bjj de inrichtingsdirecteur de bevoegdheid geven aan daartoe door hem aangewezen ambtenaren
of medewerkers te bevelen dat de justitiabele naar de daartoe bestemde plaats wordt overgebracht.26 Het
is niet duidelijk of deze bevelsbevoegdheid van de directeur zich uitstrekt tot DV&O en de parketpolitie of
slechts tot de medewerkers die onder het gezag van de directeur vallen. Ook is het niet duidelijk of deze
bevelsbevoegdheid ook geldt ten aanzien van de wijze waarop het vervoer wordt uitgevoerd of alleen op de
voorbereiding van het vervoer. In de Bvt wordt deze bevoegdheid van de directeur overigens niet expliciet
geregeld.
Voorgaande maakt dat ook niet duidelijk is welke instantie de verantwoordelijkheid draagt indien voor het
rechtsgangvervoer van een justitiabele met lichamelijke klachten de benodigde maatregelen achterwege
blijven. Dit blijkt onder meer uit de jurisprudentie van de RSJ.27
Een meer praktisch probleem is dat de duur van de ritten in het kader van het boven-arrondissementale
rechtsgangvervoer vaak lang zijn, zo blijkt uit de gesprekken met de respondenten. DV&O voert het boven-
arrondissementale rechtsgangvervoer uit en vervoert een groot aantal justitiabelen per dag. Dit heeft
consequenties voor de duur van de ritten nu er voor één transport vaak justitiabelen uit verschillende
inrichtingen door heel Nederland worden opgehaald. Daarnaast verblijven de justitiabelen soms een dag
lang in een niet voor langdurig verblijf bedoelde wachtcel op de rechtbank. Respondenten laten weten dat dit
onnodig spanning en agressie kan veroorzaken aangezien dit veelal kleine en zeer sobere cellen zijn.
2.2.2 Inrichtingsvervoer
õõ Omschrijving van het inrichtingsvervoer van justitiabelen
Tot het inrichtingsvervoer wordt zowel het sociale als het medische vervoer vanuit de inrichting gerekend.
Het verlaten van de inrichting in het kader van het sociale vervoer vindt plaats op humanitaire gronden, zoals
het bijwonen van een bevalling of begrafenis door de justitiabele. Het medisch vervoer is het transport naar
een plaats voor medische behandeling of (voor)onderzoek. Het inrichtingsvervoer wordt altijd geïnitieerd en
aangevraagd door de inrichting.
    24 Zie paragraaf 2.1 en voor een overzicht van deze circulaires bijlage I.
    25 Aanwijzing voor de regelgeving, Stcrt. 1992, 230, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 1 april 2011, Stcrt. 2011, 6602.
    26 In respectievelijk artikel 26, vijfde lid, Pbw en artikel 28, tweede lid, Bjj wordt bepaald dat de directeur de justitiabele in de gelegenheid
        dient te stellen onder door hem te stellen voorwaarden de inrichting te verlaten teneinde een gerechtelijke procedure bij te wonen en
        hij met het oog op het verlaten van de inrichting aan daartoe door hem aangewezen ambtenaren of medewerkers kan bevelen dat de
        justitiabele naar de daartoe bestemde plaats wordt overgebracht.
    27 Zie ter illustratie de volgende uitspraken van de RSJ: 11/0744/TA & 08/2649/TA.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                          17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>õõ De wettelijke basis voor het inrichtingsvervoer van justitiabelen
Gedetineerden
In artikel 26 Pbw wordt bepaald dat:
--   de gedetineerden incidenteel verlof kan worden verleend. Het sociale vervoer van gedetineerden vindt
     plaats op humanitaire gronden bij gelegenheid van dit incidentele verlof.
--   de minister nadere regels stelt in het kader van het incidentele verlof.
--   In artikel 21 e.v. van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting:
--   stelt de minister nadere regels voor het verlaten van de inrichting. Deze zijn echter niet gericht op het
     vervoer.
In artikel 42, vierde lid, Pbw wordt bepaald dat:
--   de directeur zorg draagt voor de overbrenging van de gedetineerde naar een ziekenhuis dan wel andere
     instelling, indien medische behandeling aldaar plaatsvindt.
De bevelsbevoegdheid van de directeur ontbreekt hier.
Tbs-gestelden
In artikel 50 Bvt en artikel 53 Rvt wordt bepaald dat:
--   het verlaten van de inrichting, met machtiging van de minister, in het kader van het sociale vervoer van
     Tbs-gestelden plaatsvindt op humanitaire gronden bij wijze van incidenteel verlof.
--   In artikel 13 van de Verlofregeling TBS:
--   is het incidentele verlof verder uitgewerkt. Deze regels zijn echter niet gericht op het vervoer.
In artikel 41, vierde lid, Bvt wordt bepaald dat:
--   de directeur zorg draagt voor de overbrenging van de gedetineerde naar een ziekenhuis dan wel andere
     instelling, indien medische behandeling aldaar plaatsvindt.
De bevelsbevoegdheid van de directeur ontbreekt hier.
Jeugd
In artikel 30 Bjj wordt bepaald dat:
--   strafrechtelijk ingesloten jeugdigen de inrichting tijdelijk kunnen verlaten op humanitaire gronden bij
     wijze van incidenteel verlof.
--   er bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld met betrekking tot het
     verlaten van de inrichting door de jeugdigen bij wijze van verlof.
In artikel 32 Reglement justitiële jeugdinrichtingen (Rjj):
--   is het incidentele verlof verder uitgewerkt. Deze regels zijn echter niet gericht op het vervoer.
In artikel 47, tweede lid juncto derde lid sub c, Bjj wordt bepaald dat:
--   de directeur zorg draagt voor de overbrenging van de jeugdige naar een ziekenhuis dan wel andere
     instelling, indien medische behandeling aldaar plaatsvindt.
In artikel 12 van de Regeling plaatsing en overplaatsing jeugdigen:
--   wordt voornoemde verantwoordelijkheid van de directeur herhaald.
De bevelsbevoegdheid van de directeur ontbreekt hier.
õõ De uitvoerder(s) van het inrichtingsvervoer van justitiabelen
Uit de circulaire van 4 februari 1998 blijkt dat de uitvoering van het inrichtingsvervoer van zowel
gedetineerden, tbs-gestelden als strafrechtelijk ingesloten jeugdigen in eerste instantie de taak van de
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                            18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>inrichting is.28 Dit laat onverlet dat DV&O het vervoer op basis van convenanten kan overnemen en uitvoeren
in opdracht van de inrichting.29 In die gevallen dat de veiligheidsrisico’s te groot zijn, is de inrichting niet
bevoegd het inrichtingsvervoer uit te voeren.30 Het is aan de inrichtingsdirecteur om te bepalen wanneer
de risico’s te groot zijn. De risico’s zijn in ieder geval te groot indien sprake is van een ingeslotene die is
aangemerkt als (extreem) vlucht- en gemeengevaarlijk.31 In deze gevallen dient sprake te zijn van extra
beveiligd vervoer door DV&O. In de circulaire is bepaald dat de inrichting slechts bevoegd is dit transport
uit te voeren wanneer het om zeer dringende medische redenen niet kan worden uitgesteld en DV&O er
niet binnen de gewenste tijd in kan voorzien. Voor jeugdigen is daarnaast de circulaire van 9 juli 1999 van
toepassing.32 In deze circulaire wordt voorgaande herhaald.
In de brief van 23 december 2000 van de sectordirecteur gevangeniswezen namens de minister wordt
aangehaakt bij voornoemde verantwoordelijkheid van de directeur en wordt deze doorgevoerd voor
gevallen waarin deze bevoegdheid van hem kan worden afgeleid. Op grond van de medische en sociale
verantwoordelijkheid van de directeur ten opzichte van de ingeslotene, kan hij hiertoe bevoegdheden
overdragen of aanwijzingen geven aan ambtenaren en medewerkers belast met het transport. Deze
bevoegdheden en aanwijzingen zijn gebaseerd op de medische en sociale verantwoordelijkheid van de
directeur voor de justitiabele, en ook bij de uitvoering hiervan door een andere instantie blijft de directeur dus
verantwoordelijk.33 Op grond van het voorgaande is de directeur van de inrichting, door middel van de ‘lange
arm constructie’, ook verantwoordelijk voor vervoersbewegingen uitgevoerd door DV&O in opdracht van de
inrichting.
In het kader van het inrichtingsvervoer ontbreekt een bepaling inhoudende een bevelsbevoegdheid zoals
eerder is omschreven bij het rechtsgangvervoer (paragraaf 2.2.1). De inrichtingsdirecteur kan blijkens
de wettelijke bepalingen alleen aanwijzingen geven omtrent de uitvoering van dit vervoer nu hem geen
bevelsbevoegdheid is toegekend.
õõ De bevoegdheid tot het opleggen van een disciplinaire straf of ordemaatregel n.a.v. het inrichtingsvervoer
Eerder is al vastgesteld dat de directeur verantwoordelijk is voor het inrichtingsvervoer en hij deze
verantwoordelijkheid ook draagt indien de bevoegdheid voor uitvoering van hem is afgeleid. De directeur
is op grond van dezelfde bepalingen als besproken zijn bij het rechtsgangvervoer bevoegd tot het opleggen
van een disciplinaire straf of ordemaatregel naar aanleiding van een incident tijdens het inrichtingsvervoer.
Voorgaande blijkt ook uit de jurisprudentie van de Raad.34
õõ De problematiek ten aanzien van het inrichtingsvervoer van justitiabelen
Uit de beginselenwetten kan worden afgeleid dat het medische vervoer de verantwoordelijkheid is van de
inrichtingsdirecteur. De verantwoordelijkheidsverdeling ten aanzien van het sociale vervoer is niet expliciet
geregeld in de beginselenwetten, maar slechts geregeld in een aantal, veelal verouderde, circulaires.35
Het is daarnaast ook niet in de beginselenwetten geregeld bij wie de eindverantwoordelijkheid voor zowel het
medisch- als het sociale inrichtingsvervoer ligt indien de uitvoerende taak door de inrichting is overgedragen
    28 Circulaire over het inrichtingsvervoer, kenmerk 671238/97/DJI.
    29 Circulaire over de verdeling van vervoerstaken, kenmerk 644013/97/DJI.
    30 Circulaire over het inrichtingsvervoer, kenmerk 671238/97/DJI, artikel 3 en 4.
    31 Dit geldt voor alle op de GVM (gedetineerden met een vlucht- en maatschappelijk risico) lijst geplaatste justitiabelen.
    32 Circulaire over het vervoer van jeugdige ingeslotenen, kenmerk 761371/99/DJI.
    33 Bij brief van 23 december 2000, kenmerk 5067682/00/DJI.
    34 Zie ter illustratie de volgende uitspraken van de RSJ: 03/2813/GA & 06/0371/GA.
    35 Zie paragraaf 2.1 en voor een overzicht van deze circulaires bijlage I.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                      19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>aan DV&O. In de brief van 23 december 2000 van de sectordirecteur gevangeniswezen van DJI wordt gesteld
dat de verantwoordelijkheid voor dit vervoer altijd bij de directeur ligt, ook indien het is uitgevoerd door een
andere instantie. De inrichtingsdirecteur is dan door middel van deze zogenaamde  ‘lange arm constructie’
verantwoordelijk voor vervoersbewegingen uitgevoerd door DV&O in opdracht van de inrichting.
De Raad constateert verder dat de directeur van de inrichting slechts aanwijzingen kan geven aan de
vervoerder voor wat betreft het inrichtingsvervoer en dat een bevelsbevoegdheid (zoals hem toekomt in het
kader van het rechtsgangvervoer) ontbreekt.
Uit onder meer de gesprekken met de respondenten en de jurisprudentie van de Raad blijkt dat deze verdeling
van verantwoordelijkheden niet zonder problemen is. De verantwoordelijkheid voor het toepassen van
geweld en/of beveiligingsmaatregelen door DV&O in het kader van het inrichtingsvervoer wordt dan ook
afwisselend bij de uitvoerder DV&O en de inrichting neergelegd.36 Vooral ten aanzien van tbs-gestelden en
jeugdigen bestaat bij de inrichtingen een wens om over de wijze van vervoer mee te beslissen en een meer
individuele benadering toe te passen. Dit is ook gebleken uit de gesprekken met de respondenten. Sommige
respondenten geven echter aan dat DV&O hierover mag beslissen indien zij de uitvoerende partij is. Hier
wordt in paragraaf 2.5 verder op in gegaan.
2.2.3 Plaatsings- en overplaatsingsvervoer
õõ Omschrijving van het plaatsings- en overplaatsingsvervoer van justitiabelen
Het plaatsings- en overplaatsingsvervoer van gedetineerden en strafrechtelijk ingesloten jeugdigen gebeurt
in opdracht van de selectiefunctionaris van DJI. Tbs-gestelden worden geplaatst en overgeplaatst in opdracht
van het Openbaar Ministerie.
õõ De wettelijke basis voor het plaatsings- en overplaatsingsvervoer van justitiabelen
Gedetineerden
In artikel 15 Pbw wordt bepaald dat:
--   de selectiefunctionarissen bevoegd zijn de overbrenging van de gedetineerde te bevelen naar de voor hen
     bestemde inrichting. Zij kunnen de overbrenging doen geschieden door daartoe aangewezen ambtenaren
     of medewerkers.
--   de minister nadere regels stelt omtrent de wijze waarop het vervoer plaatsvindt. In de Regeling selectie,
     plaatsing en overplaatsing worden geen nadere regels gesteld omtrent de overbrenging.
Tbs-gestelden
In artikel 11 Bvt wordt bepaald dat:
--   de plaatsing of overplaatsing van tbs-gestelden geschiedt op last van de minister.
--   bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld kunnen worden omtrent de wijze
     waarop het vervoer plaatsvindt.
In artikel 20, eerste en tweede lid, Rvt wordt bepaald dat:
--   de overbrenging van een tbs-gestelde met het oog op de tenuitvoerlegging van het bevel tot verpleging
     van overheidswege en de overbrenging naar een psychiatrisch ziekenhuis met machtiging van de rechter
     geschieden op last van het OM.
--   indien artikel 14, tweede lid, Bvt is toegepast, indien het hoofd van de inrichting het proefverlof heeft
     beëindigd of in geval van ongeoorloofde afwezigheid, de overbrenging geschiedt krachtens beslissing van
     het hoofd van de inrichting. Deze kan ter uitvoering van zijn beslissing de hulp inroepen van het OM van
    36 Zie ter illustratie de volgende uitspraken van de RSJ: 09/0711/GA, 07/3110/GA, 04/1345/GA & 06/0371/GA.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                     20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>      het arrondissement waarin de tbs-gestelde verblijft. In alle andere gevallen geschiedt de overbrenging bij
      beslissing van de minister.
--    de minister nadere regels kan stellen omtrent de overbrenging. Een bevelsbevoegdheid ontbreekt hier.
Jeugd
In artikel 12 Bjj wordt bepaald dat:
--    de selectiefunctionarissen bevoegd zijn de overbrenging van de jeugdige te bevelen naar de voor hem
      bestemde inrichting. Zij kunnen de overbrenging doen geschieden door daartoe aangewezen ambtenaren
      of medewerkers.
--    bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld omtrent de wijze waarop
      het vervoer plaatsvindt. In de Regeling plaatsing en overplaatsing jeugdigen zijn geen nadere regels
      gesteld omtrent de overbrenging.
õõ De uitvoerder(s) van het plaatsings- en overplaatsingsvervoer van justitiabelen
In de circulaire van 19 december 1997 staat dat het plaatsings- en overplaatsingsvervoer altijd wordt
uitgevoerd door DV&O.37 In de brief uit 2000 van de sectordirecteur gevangeniswezen van DJI namens
de minister wordt voorgaande bevestigd.38 Voor jeugdigen is daarnaast de circulaire van 9 juli 1999 van
toepassing.39 In deze circulaire wordt voorgaande herhaald.
õõ De bevoegdheid tot het opleggen van een disciplinaire straf n.a.v. het plaatsings- en overplaatsing vervoer
Er is geen regelgeving en/of jurisprudentie van de Raad ten aanzien van het opleggen van een disciplinaire
straf aan een justitiabele naar aanleiding van het plaatsings- en overplaatsingsvervoer.
õõ De problematiek ten aanzien van het plaatsings- en overplaatsingsvervoer van justitiabelen
De Raad constateert dat de beginselenwetten een wettelijke basis voor het plaatsings- en
overplaatsingsvervoer geven. De uitwerking hiervan is neergelegd in een aantal verouderde circulaires.40
Bij het plaatsings- en overplaatsingsvervoer speelt daarnaast dezelfde problematiek als bij het
door DV&O uitgevoerde inrichtingsvervoer. Het is niet in de beginselenwetten geregeld bij wie de
eindverantwoordelijkheid voor dit vervoer ligt en wie er bevoegd is tot het nemen van beslissingen over
de te nemen beveiligingsmaatregelen, zo is ook uit de gesprekken met de respondenten gebleken. In de
beginselenwetten is ten aanzien van de plaatsing en overplaatsing van gedetineerden en jeugdigen een
bevelsbevoegdheid opgenomen voor de selectiefunctionaris.41 Evenals bij de bevelsbevoegdheid van de
directeur in het kader van het rechtsgangvervoer is echter ook hier niet duidelijk hoever en tot wie deze
bevelsbevoegdheid zich uitstrekt. In de Bvt is een dergelijke bevelsbevoegdheid niet geregeld. Door de ISt
is al eerder aanbevolen om in het kader van deze vervoersbeweging meer expliciet te regelen onder wiens
verantwoordelijkheid het vervoer plaatsvindt en onder wiens gezag de gedetineerden tijdens het vervoer van
DV&O staan.42
Daarnaast constateert de Raad dat niet duidelijk is geregeld wie er bevoegd is een disciplinaire straf op te
    37 Circulaire over de verdeling van vervoerstaken, kenmerk 644013/97/DJI.
    38 Bij brief van 23 december 2000, kenmerk 5067682/00/DJI.
    39 Circulaire over het vervoer van jeugdige ingeslotenen, kenmerk 761371/99/DJI.
    40 Zie paragraaf 2.1 en voor een overzicht van deze circulaires bijlage I.
    41 In respectievelijk artikel 15 Pbw en artikel 12 Bjj wordt bepaald dat de selectiefunctionaris bevoegd is de overbrenging van de justitia-
         bele te bevelen naar de voor hem bestemde inrichting.
    42 Inspectie voor de Sanctietoepassing 2006, p 40. Dit Inspectierapport behelst alleen het vervoer van gedetineerden en dus niet van tbs-
         gestelden en jeugdigen.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                       21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>leggen naar aanleiding van dit vervoer.
Tot slot wordt door de respondenten gewezen op de onduidelijke situatie die ontstaat indien de detentie ten
einde is en de gedetineerde moet worden overgeplaatst naar een psychiatrisch ziekenhuis in het kader van
een rechterlijke machtiging. Het is onduidelijk wie verantwoordelijk is voor deze vervoersbeweging. In de
praktijk is het veelal de inrichting die dit vervoer uitvoert, terwijl de detentie is beëindigd. Eenzelfde probleem
doet zich voor bij de overplaatsing van een jeugdige na zijn verblijf in een justitiële jeugdinrichting op een
strafrechtelijk titel, naar een instelling voor gesloten jeugdzorg in het kader van een machtiging gesloten
jeugdzorg.
2.3 De (verantwoordelijkheids)verdeling bij de vervoerstaak van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
õõ Omschrijving van het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
Jeugdigen die verblijven in een gesloten jeugdzorginstelling kunnen om een aantal redenen worden vervoerd.
Ten eerste vindt vervoer plaats in het kader van de civielrechtelijke rechtsgang. De jeugdige dient bijvoorbeeld
bij de rechtbank te verschijnen voor een toetsing van zijn ondertoezichtstelling. De jeugdige wordt in dat geval
opgeroepen door de rechtbank en het vervoer wordt aangevraagd door de inrichting. Ten tweede moet de
jeugdige soms worden vervoerd om humanitaire of medische redenen. Dit betreft dan inrichtingsvervoer en
dit wordt altijd geïnitieerd door de inrichting. Ten slotte moet de jeugdige soms worden vervoerd in het kader
van een overplaatsing.
õõ De wettelijke basis voor het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
In artikel 29 e.v. van de Wet op de jeugdzorg (Wjz) zijn de wettelijke bepalingen omtrent de gesloten jeugdzorg
vastgelegd.
Momenteel ontbreken er in voornoemde wet bepalingen over het vervoer van jeugdigen in de gesloten
jeugdzorg. Er ligt een voorstel tot aanpassing van de wet met bepalingen over het vervoer van deze
jeugdigen. De Raad heeft hier op 23 maart 2011 over geadviseerd. Op dit hiaat zal in paragraaf 2.5.2 verder
worden ingegaan bij het bespreken van de uitvoering van het vervoer en in het bijzonder de toepassing van
beveiligingsmaatregelen.
õõ De uitvoerder(s) van het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
Het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen is geregeld in de circulaire van 19 december 1997.43 Het
vervoer van deze categorie is nader uitgewerkt in de circulaire van 9 juli 1999.44 Gelet op het doel van het
rechtsgangvervoer van deze categorie ingeslotenen (onder meer de toetsing van de ondertoezichtstelling)
heeft het volgens de circulaires de voorkeur dat degene die belast is met de gezagsuitoefening over de
minderjarige, het vervoer zelf uitvoert. Als zelfstandig reizen niet mogelijk is, komt de verantwoordelijkheid
elders te liggen en is er sprake van beveiligd vervoer. Zoals ook bij de andere groepen ingeslotenen het geval
is, is het binnen-arrondissementale rechtsgangvervoer in dat geval de verantwoordelijkheid van de (parket)
politie en het boven-arrondissementale rechtsgangvervoer de verantwoordelijkheid van DV&O. Indien
deze jeugdigen worden overgeplaatst naar een andere gesloten inrichting, is DV&O volgens de circulaires
verantwoordelijk voor de uitvoering van het vervoer. De aanvraag van dit vervoer geschiedt door de inrichting
waar het transport zal aanvangen. Het inrichtingsvervoer is een taak van de inrichting waar de jeugdige
verblijft en kan volgens de circulaires desgewenst door DV&O worden uitgevoerd. De circulaire van 4 februari
1998 is niet van toepassing op deze categorie ingeslotenen.45
     43  Circulaire over de verdeling van vervoerstaken, kenmerk 644013/97/DJI.
     44  Circulaire over het vervoer van jeugdige ingeslotenen, kenmerk 761371/99/DJI.
     45  Circulaire over het inrichtingsvervoer, kenmerk 671238/97/DJI.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                      22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>õõ De problematiek ten aanzien van het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
In beginsel geschiedt het vervoer van deze jeugdigen op vrijwillige basis, door de ouders of de gezinsvoogd
van de minderjarige. Evenals bij de andere vervoersbewegingen is de regelgeving gebaseerd op verouderde
circulaires. Momenteel wordt gewerkt aan een wettelijke basis voor het vervoer van deze jeugdigen door
middel van een aanpassing van de Wet op de Jeugdzorg. Dat het vervoer van deze jeugdigen dat wordt
uitgevoerd door DV&O niet zonder problemen is blijkt onder meer uit uitspraken van de Nationale
ombudsman en de Kinderombudsman.46
Het vervoer van DV&O is niet altijd in het belang van het kind (artikel 3 van het Internationaal Verdrag van
de Rechten van het Kind), ook is soms het recht op vrijheid (artikel 37 IVRK) in het geding, zo blijkt uit een
uitspraak van de Kinderombudsman. In zijn rapport van 14 februari 2012 (kenmerk KOM0002/2012) gaat de
Kinderombudsman in op de zaak van de 13 jarige Milan. De jongen moet op 17 december 2010 bij de rechtbank
in Haarlem zijn voor de inhoudelijke behandeling voor het verlenen van de machtiging uithuisplaatsing in de
gesloten jeugdzorg. Milan heeft het syndroom van Asperger en verbleef op dat moment in een instelling voor
intensieve jeugdzorg in Almelo. De terugreis na de zitting duurde inclusief het wachten in een politiecel maar
liefst 10 uur. Tijdens de rit zelf (die 5 uur duurde) was er geen mogelijkheid om het busje van DV&O tijdelijk te
verlaten, een raampje te openen en iets te eten of te drinken. De terugreis duurde zo lang vanwege het slechte
weer en omdat DV&O ritten combineert. In dit geval moest Milan wachten op een andere jongen die moest
worden opgehaald in Den Haag en die dezelfde kant op moest als Milan. De Kinderombudsman geeft aan te
begrijpen dat het niet gemakkelijk is om alle kinderen naar de rechtbank en terug naar de instelling te brengen
en dat er geprobeerd wordt dat zo handig mogelijk te doen. De belangen van kinderen mogen echter niet
ondergeschikt raken aan financiële en organisatorische redenen als dat heel oneerlijke gevolgen heeft, zoals
deze bijzonder lange terugreis, aldus de Kinderombudsman.
Evenals bij de andere beschreven groepen is de duur van de transporten van civielrechtelijk ingesloten
jeugdigen en de wachttijd op de rechtbank in een wachtcel soms lang.
2.4 De (verantwoordelijkheids)verdeling bij de vervoerstaak van ingesloten vreemdelingen
õõ Omschrijving van het vervoer van vreemdelingen
Vreemdelingen kunnen om verschillende redenen worden vervoerd. Zo moeten zij soms worden vervoerd
in het kader van de rechtsgang. Dit rechtsgangvervoer op grond van de Vreemdelingenwet vindt plaats in
opdracht van de rechtbank en wordt meestal aangevraagd door de inrichting. Het presentatievervoer47 en
het uitzettingsvervoer worden geïnitieerd en aangevraagd door de Dienst Terugkeer & Vertrek (DT&V).  
Het inrichtingsvervoer vindt plaats in opdracht van de inrichting. Het plaatsings- en overplaatsingsvervoer
geschiedt in opdracht van de selectiefunctionaris.
õõ De wettelijke basis voor het vervoer van vreemdelingen
De wettelijke basis voor detentie van afgewezen asielzoekers en andere vreemdelingen zonder
verblijfsvergunning ter fine van uitzetting is de Vreemdelingenwet 2000 en deze is nader uitgewerkt in het
Vreemdelingenbesluit 2000. Er bestaan twee soorten regimes voor vreemdelingen in vreemdelingendetentie,
welke hieronder worden besproken.
    46 Zie ter illustratie de volgende rapporten: 2007/103, d.d. 20 mei 2007 & KOM0002/2012, d.d. 14 februari 2012.
    47 Dit is het transport van een vreemdeling naar een ambassade of consulaat, dan wel het vervoer naar het Coördinatie Presentatie Am-
        bassade (CPA) voor een gecombineerde presentatie, ten behoeve van het verkrijgen van een reisdocument.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                      23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>a.  Vreemdelingen in vreemdelingenbewaring op grond van het beperkte Pbw regime
    Ten aanzien van het vervoer van vreemdelingen in vreemdelingenbewaring wordt verwezen naar de
    bepalingen zoals deze zijn besproken bij de beschrijving van het vervoer van strafrechtelijk gedetineerden
    in paragraaf 2.2.
    In artikel 5.4 Vreemdelingenbesluit wordt verder bepaald dat:
   --   de vreemdeling niet verder worden beperkt in de uitoefening van grondrechten dan wordt gevorderd
        door het doel van de maatregel en de handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van
        tenuitvoerlegging.
b. Vreemdelingen in grensdetentie op grond van het regime grenslogies
    Ten aanzien van het vervoer van vreemdelingen die in grensdetentie verblijven zijn geen specifieke
    vervoersbepalingen bekend bij de Raad.
    In het Reglement regime grenslogies wordt in artikel 4 bepaald dat:
    --  de vreemdeling bij de tenuitvoerlegging aan geen andere beperkingen wordt onderworpen dan die
        welke volstrekt noodzakelijk zijn om zijn verblijf in het grenslogies te verzekeren alsmede om de
        veiligheid en de orde aldaar te handhaven.
õõ De uitvoerder(s) van het vervoer van vreemdelingen
a.  Vreemdelingen in vreemdelingenbewaring op grond van het beperkte Pbw regime
    Het vervoer van vreemdelingen in vreemdelingenbewaring is uitgewerkt in de circulaire van 19 december
    1997.48 Het vervoer in het kader van de rechtsgang op grond van de vreemdelingenwet is op grond van
    deze circulaire de verantwoordelijkheid van de (parket)politie indien dit de arrondissementsgrenzen
    niet overstijgt. Het boven-arrondissementale rechtsgangvervoer is de verantwoordelijkheid van
    DV&O. Het vervoer ten behoeve van een presentatie van een vreemdeling of de uitzetting van een
    vreemdeling is volgens de circulaire de verantwoordelijkheid van de politie. Indien dit vervoer de
    arrondissementsgrenzen overschrijdt voert DV&O het uit onder de voorwaarde dat deze transporten
    zijn in te passen binnen de werktijden en de reguliere transporttaken van DV&O. Indien ten tijde van het
    uitzettingsvervoer verzet wordt verwacht kan de Koninklijke Marechaussee de vervoerstaak overnemen.
    Het inrichtingsvervoer wordt uitgevoerd door de inrichting of door DV&O in opdracht van de inrichting.49
b. Vreemdelingen in grensdetentie op grond van het regime grenslogies
    Het vervoer van vreemdelingen in grensdetentie is niet nader uitgewerkt in circulaires.
õõ De bevoegdheid tot het opleggen van een disciplinaire straf of ordemaatregel n.a.v. het vervoer van
    vreemdelingen
a.  Vreemdelingen in vreemdelingenbewaring op grond van het beperkte Pbw regime
    Voor zover het hier niet aan de orde komt gelden ten aanzien van vreemdelingen in
    vreemdelingenbewaring dezelfde bepalingen als die zijn besproken bij het vervoer van strafrechtelijk
    gedetineerden in paragraaf 2.2.
    In het kader van de gedwongen uitzetting wordt de vreemdeling op het vliegveld overgedragen aan
    de Koninklijke Marechaussee. De Koninklijke Marechaussee is vanaf dit moment verantwoordelijk
    voor het aanwenden van dwangmiddelen. In art 65, derde lid, Vreemdelingenwet 2000 wordt
   48  Circulaire over de verdeling van vervoerstaken, kenmerk 644013/97/DJI.
   49  Circulaire over het inrichtingsvervoer, kenmerk 671238/97/DJI.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                   24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>    bepaald dat de gezagvoerder van luchtvaartuigen alle medewerking die de ambtenaar belast met de
    grensbewaking redelijkerwijs kan vorderen dient te verlenen aan de uitzetting van een vreemdeling.
    Ongeacht voorgaande bepaling kan de gezagvoerder te allen tijde besluiten een vreemdeling niet te
    willen vervoeren, bijvoorbeeld doordat deze zich ernstig misdraagt aan boord van het vliegtuig. Wat
    betreft het sanctioneren van strafwaardig gedrag ten tijde van de uitzetting geldt het volgende. Uit de
    jurisprudentie van de Raad volgt dat de vreemdelingenbewaring in afwachting van de daadwerkelijke
    uitzetting voortduurt totdat het vliegtuig daadwerkelijk is opgestegen en dat tot die tijd dus nog sprake is
    van tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming.50 Voorgaande maakt dat de directeur van de inrichting
    waarvandaan de vreemdeling is vertrokken en terugkeert, volgens de Raad in beginsel de bevoegdheid
    heeft ongewenst gedrag tijdens de poging tot uitzetting te bestraffen. Als voorwaarde geldt dat voldoende
    duidelijk is dat de gedraging heeft plaatsgevonden. Dit kan bijvoorbeeld worden afgeleid uit de rapportage
    van de Koninklijke Marechaussee. Vaak keren vreemdelingen echter na een mislukte uitzetting niet terug
    in dezelfde inrichting. Er is dan sprake van een overplaatsing. Indien het vliegtuig al is opgestegen en
    de uitzetting later alsnog mislukt (bijvoorbeeld omdat het land van herkomst de vreemdeling weigert
    binnen te laten), moet de vreemdeling opnieuw in vreemdelingenbewaring worden gesteld. Evenals bij de
    plaatsing en overplaatsing van strafrechtelijk gedetineerden is in voorgaande gevallen niet helder geregeld
    wie er bevoegd is een disciplinaire straf of ordemaatregel op te leggen (zie paragraaf 2.2.3).
b. Vreemdelingen in grensdetentie op grond van het regime grenslogies
    In het Reglement regime grenslogies is geen bevoegdheid neergelegd om vreemdelingen een disciplinaire
    straf op te leggen. Op grond van artikel 7 van het Reglement kan de vreemdeling daarnaast alleen in
    afzondering worden geplaatst indien hij hier zelf om verzoekt of indien en voor zolang als dit volstrekt
    noodzakelijk is teneinde zijn verblijf te verzekeren dan wel de veiligheid en orde in het grenslogies te
    handhaven.
õõ De problematiek ten aanzien van het vervoer van vreemdelingen
a.  Vreemdelingen in vreemdelingenbewaring op grond van het beperkte Pbw regime
    De problematiek ten aanzien van vreemdelingen in vreemdelingenbewaring is van eenzelfde orde als is
    besproken bij de categorie justitiabelen. De wettelijke bepalingen zijn slechts uitgewerkt in een aantal
    verouderde circulaires en de verdeling van verantwoordelijkheden is onduidelijk. Daarnaast kan de vraag
    worden gesteld of de directeur van de inrichting geacht wordt te beschikken over voldoende informatie
    over de gedragingen van een vreemdeling die hebben plaatsgevonden tijdens de gepoogde uitzetting, om
    op grond daarvan een disciplinaire straf of ordemaatregel op te leggen. Ten aanzien van vreemdelingen
    in vreemdelingenbewaring geldt op grond van artikel 5.4 Vreemdelingenbesluit dat zij niet verder worden
    beperkt in de uitoefening van grondrechten dan wordt gevorderd door het doel van de maatregel en de
    handhaving van de orde en de veiligheid op de plaats van tenuitvoerlegging. Vreemdelingen dienen dus
    niet op overeenkomstige wijze als strafrechtelijk gedetineerden te worden vervoerd.
b. Vreemdelingen in grensdetentie op grond van het regime grenslogies
    Voor vreemdelingen die verblijven in grensdetentie bestaan geen aanvullende bepalingen voor het
    vervoer. Onduidelijk is of de circulaires op deze groep van toepassing zijn. Het uitgangspunt is in ieder
    geval dat deze groep ingeslotenen slechts in zoverre aan beperkingen mag worden onderworpen als strikt
    noodzakelijk is om het verblijf in het grenslogies te verzekeren alsmede om de veiligheid en de orde aldaar
    te handhaven.
   50 Zie ter illustratie de volgende uitspraken van de RSJ: 06/2317/GA, 11/1655/GA & 11/2825/GA.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                    25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>2.5 De uitvoering van het vervoer
In deze paragraaf wordt de praktische uitvoering van het vervoer van ingeslotenen behandeld. Per categorie
(respectievelijk justitiabelen, civielrechtelijk ingesloten jeugdigen en vreemdelingen) komen de volgende
aandachtspunten aan bod: de voorbereiding op het vervoer, de verzorging voorafgaand en tijdens het vervoer,
en de toepassing van (gepast) geweld en beveiligingsmaatregelen.
2.5.1 De uitvoering van het vervoer van justitiabelen
De voorbereiding op het vervoer van justitiabelen
õõ De regelgeving ten aanzien van de voorbereiding op het vervoer
De inrichting is op grond van de circulaire van 12 oktober 2006 verantwoordelijk voor de controle van te
vervoeren gedetineerden, tbs-gestelden en strafrechtelijk ingesloten jeugdigen op contrabande door middel
van fouillering en het gebruik van een metaaldetectiepoort voorafgaand aan het vervoer.51 Indien daartoe
aanleiding is dient te worden gevisiteerd.52 Indien tijdens het transport uit veiligheidsoverwegingen gebruik
moet worden gemaakt van vrijheidsbeperkende middelen, ziet het personeel van de inrichting er op toe dat
de kleding van de justitiabele de juiste werking van het middel niet in de weg staat. Na de controle blijft de
justitiabele onder toezicht van het personeel of wordt hij zonder anderen geplaatst in een wachtruimte in de
inrichting.
õõ De problematiek ten aanzien van de voorbereiding op het vervoer
In de circulaire van 12 oktober 2006 wordt bepaald dat de inrichting verantwoordelijk is voor het voorbereiden
van de justitiabele op het vervoer.53 Uit de gesprekken met de respondenten blijkt dat de voorbereiding op het
vervoer in de meeste gevallen weinig problemen oplevert. De inrichting draagt de justitiabele ‘schoon’ over
aan de vervoerder. Respondenten geven wel aan dat justitiabelen niet altijd ‘schoon’ worden overgedragen
bij terugkomst in de inrichting. Uit het Inspectierapport van de ISt van 2006 blijkt verder dat gedetineerden
voorafgaand aan het vervoer door DV&O niet of zeer beperkt geïnformeerd worden over de gang van zaken
tijdens het vervoer.54 Bij de informatieverstrekking spelen de vervoerders nagenoeg geen rol. Alleen als
gedetineerden daar om vragen wordt aangegeven hoe de rit globaal zal verlopen.
Eten, drinken & medicatie tijdens het vervoer van justitiabelen
õõ De regelgeving t.a.v. eten, drinken en medicatie tijdens het vervoer
Indien is te voorzien dat de justitiabele een maaltijd moet gebruiken tijdens het transport, dan geeft het
personeel van de inrichting een lunchpakket en drinken mee aan de transportgeleider. Indien de ingeslotene
tijdens het vervoer medicijnen zal moeten gebruiken die zijn voorgeschreven door de inrichtingsarts, deelt
de inrichting dit mee en overhandigt deze de medicijnen aan de transportgeleider.55 In de Vervoersinstructie
DV&O wordt gesteld dat indien is te voorzien dat de ingeslotene gedurende het transport een maaltijd moet
gebruiken, de wagencommandant erop toe ziet dat vanuit de inrichting van vertrek een lunchpakket en
drinken worden meegegeven.56
    51   Circulaire inhoudende de Instructie bestemd voor de inrichtingen aangaande het vervoer van justitieel ingeslotenen, kenmerk
        5443943/06/DJI.
    52   De beginselenwetten kennen de term visitatie niet en spreken over onderzoek aan het lichaam dat mede omvat het uitwendig
        schouwen van de openingen en holten van het lichaam.
    53   Circulaire inhoudende de Instructie bestemd voor de inrichtingen aangaande het vervoer van justitieel ingeslotenen, kenmerk
        5443943/06/DJI.
    54   Inspectie voor de Sanctietoepassing 2006, p. 18. Dit Inspectierapport heeft in beginsel alleen betrekking op gedetineerden.
    55   Instructie bestemd voor inrichtingen 2006, art 2, 8 en 9.
    56   Circulaire inhoudende de Vervoersinstructie DV&O, kenmerk 675240/98/DJI.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                       26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>õõ De problematiek t.a.v. eten, drinken en medicatie tijdens het vervoer
Uit de gesprekken met de respondenten en de jurisprudentie van de RSJ blijkt dat het meegeven van eten,
drinken en medicatie niet altijd zonder problemen verloopt. Het komt voor dat de inrichtingen geen eten en
drinken meegeven aan de vervoerder. Daarnaast blijkt dat DV&O niet altijd toestemt om dit mee te nemen.
Het gevolg is dat de justitiabele in het geval van vervoer naar de rechtbank soms langdurig niet kan beschikken
over eten en drinken nu het niet de verantwoordelijkheid van de rechtbank is om hier in te voorzien. Eten en
drinken wordt tijdens het vervoer door DV&O meestal bewaard door de transportmedewerkers. Dit kan tot
gevolg hebben dat de justitiabele langere tijd niet kan eten of drinken.57
Toepassing geweld en beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer van justitiabelen
Bij de hiernavolgende bespreking van de toepassing van geweld en beveiligingsmaatregelen ten tijde van
het vervoer van justitiabelen wordt een onderverdeling gemaakt naar de verschillende vervoerders (dit in
tegenstelling tot de paragrafen hiervoor waarin een onderverdeling werd gemaakt naar rechtsgangvervoer,
plaatsing- en overplaatsingsvervoer en inrichtingsvervoer). Hier is voor gekozen nu de van toepassing zijnde
bepalingen en regelingen verschillend zijn naargelang de instantie die het vervoer uitvoert (politie, DV&O of
de inrichting).
õõ De regelgeving t.a.v. geweld en beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer door de politie
a.   Bewapeningsregeling politie
     Op het vervoer van justitiabelen door de politie is de Politiewet 1993 en verdere daarop berustende
     bepalingen zoals de Bewapeningsregeling Politie van toepassing. In deze regeling is onder meer bepaald
     dat de bewapening van een ambtenaar van de politie tijdens het uitvoeren van taken ten dienste van
     Justitie bestaat uit een korte wapenstok, pepperspray en een pistool.
b. De Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren
     In artikel 22 van de Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere
     opsporingsambtenaren (hierna: de Ambtsinstructie) wordt onder meer geregeld dat ten behoeve van het
     vervoer handboeien kunnen worden aangelegd indien de feiten of omstandigheden dit redelijkerwijs
     vereisen met het oog op gevaar voor ontvluchting, dan wel met het oog op gevaar voor de veiligheid
     of het leven van de ingeslotene, van de ambtenaar of van derden. Voorgaande feiten mogen blijkens
     het derde lid van voornoemd artikel slechts gelegen zijn in de persoon van de ingeslotene of de aard
     van het strafbare feit op grond waarvan de vrijheidsbeneming heeft plaatsgevonden. Artikel 23 van
     de Ambtsinstructie stelt verder dat de ambtenaar die gebruik heeft gemaakt van de handboeien dit
     schriftelijk en onder vermelding van de reden die tot het gebruik heeft geleid dient te melden aan
     zijn meerdere (diegene die is belast met of bevel heeft over de taakuitoefening). Er moet dus een
     belangenafweging worden gemaakt.
õõ De regelgeving t.a.v. geweld en beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer door DV&O
Op het vervoer van justitiabelen door DV&O zijn verschillende regelingen van toepassing. Medewerkers van
DV&O ontlenen hun bevoegdheid tot het toepassen van geweld en vrijheidsbeperkende middelen sinds
2009 aan het besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar Dienst Vervoer en Ondersteuning (hierna het
    57 Zie ter illustratie de volgende uitspraak van de RSJ: 05/1433/GA
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                     27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Besluit).58 De grondslagen voor deze regeling zijn onder meer de Politiewet 1993 en de hiervoor besproken
Ambtsinstructie.59 De interne Vervoersinstructie van DV&O geeft in hoofdstuk 6 en hoofdstuk 9 een nadere
uitwerking van de toepassing van geweld en vrijheidsbeperkende middelen.60 Deze regelingen worden hierna
nader uitgewerkt.
a.   Het Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar Dienst Vervoer en Ondersteuning
     In artikel 2 van het Besluit wordt onder meer bepaald dat personen die werkzaam zijn bij DV&O in
     de functie van transportbegeleider zijn aangewezen als buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA).
     In artikel 4 van het Besluit wordt bepaald dat de BOA de bevoegdheden kan uitoefenen die in artikel
     8, eerste en derde lid, Politiewet beschreven staan. In artikel 8 Politiewet wordt de ambtenaar de
     bevoegdheid tot het gebruik van geweld verleend, wanneer het daarmee beoogde doel dit, mede gelet
     op de aan het gebruik van het geweld verbonden gevaren, rechtvaardigt en het doel niet op een andere
     wijze kan worden bereikt. In artikel 5 van het Besluit wordt bepaald dat de DV&O medewerker tijdens de
     uitoefening van zijn taak kan zijn uitgerust met handboeien, een korte wapenstok, pepperspray en een
     semi-automatisch pistool.
b. De Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren
     Ten aanzien van de Ambtsinstructie (die op grond van de hiervoor besproken BOA status ook van
     toepassing is op transportbegeleiders van DV&O) wordt verwezen naar de voorafgegane bespreking van
     deze instructie in het kader van het vervoer door de politie.
c.   Interne Vervoersinstructie DV&O
     In de Vervoersinstructie van DV&O wordt bepaald dat geweldstoepassing plaatsvindt conform de
     geweldsinstructies van de inrichtingen. Wat betreft het gebruik van vrijheidsbeperkende middelen geeft
     de Vervoersinstructie van DV&O een nadere invulling. In deze Vervoersinstructie zijn voorschriften
     te vinden over hoe de vervoerders worden geacht te handelen ten tijde van het vervoer, zoals hoe en
     wanneer zij gebruik mogen maken van dwangmiddelen. Beveiligingsmaatregelen worden toegepast
     conform hoofdstuk 9 van de Vervoersinstructie. De wagencommandant kan zelfstandig beslissen over
     het aanleggen van de broekstok, mits het een transport is waarbij de justitiabele het voertuig buiten
     een inrichting zal verlaten. Handboeien kunnen door de transportgeleider worden aangelegd, mits
     dit redelijkerwijs vereist is met het oog op gevaar voor de veiligheid van de transportgeleider, gevaar
     voor ontvluchting, gevaar voor de veiligheid van de gedetineerde, gevaar voor de veiligheid van derden
     of gewelddadig gedrag tegen goederen. Een blinderingsbril kan volgens de Vervoersinstructie na
     toestemming van de coördinator van DV&O worden gebruikt.
Uit onder meer een uitspraak van de Raad van State van 26 juli 2011 ( LJN BR3848, 201104394/1/V3) blijkt
dat onduidelijkheid bestaat over de grondslag waarop de verschillende vervoerders beveiligingsmaatregelen
kunnen en mogen toepassen. De Raad van State oordeelt in deze uitspraak over het gebruik van handboeien
door DV&O en de eisen die daar aan eventueel gesteld worden tijdens het transport van een vreemdeling. Zij
acht de in de ‘Ambtsinstructie voor de politie, de Koninklijke Marechaussee en andere opsporingsambtenaren’
gestelde eisen aan het aanleggen van handboeien niet van toepassing nu het transport is uitgevoerd
door medewerkers van DV&O, en zij niet behoren tot de Koninklijke Marechaussee, de politie of andere
    58   Stcrt. 2009, 27, inclusief wijzigingen op 10 juli 2009 en 10 mei 2010.
    59   Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen, geweldsinstructie TBS en geweldsinstructie justitiële jeugdinrichtingen.
    60   Circulaire inhoudende de Vervoersinstructie DV&O, kenmerk 675240/98/DJI.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                         28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>opsporingsambtenaren. Het aanleggen van handboeien door medewerkers van DV&O gebeurt naar het oordeel
van de Raad van State op grond van artikel 10 van de Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen en de
Geweldsinstructie stelt geen nadere eisen aan het gebruik van handboeien, zo stelt de Raad van State.
De Ambtsinstructie is echter wel degelijk van toepassing aangezien alle transportbegeleiders van DV&O op
grond van het ‘Besluit Buitengewoon Opsporingsambtenaar Dienst Vervoer en Ondersteuning’ buitengewoon
opsporingsambtenaar zijn. De toepassing van handboeien door medewerkers van DV&O moet dan ook voldoen
aan de eisen zoals deze zijn gesteld in de Ambtsinstructie.
õõ De regelgeving t.a.v. geweld en beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer door de inrichting
Op het vervoer van justitiabelen uitgevoerd door de inrichting, zijn de verschillende geweldsinstructies van de
inrichtingen61 gebaseerd op de beginselenwetten van toepassing. De in dat kader tot de uitrusting behorende
en op basis van nadere door de directeur te geven richtlijnen te gebruiken middelen zijn daarbij beperkt tot
een broekstok en handboeien.62 De directeur dient het inrichtingsvervoer binnen de in de circulaire over het
inrichtingsvervoer gegeven condities te regelen en stelt een vervoersinstructie voor zijn medewerkers op.
õõ De problematiek t.a.v. van geweld en beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer
In voorgaande paragrafen is door de Raad geconstateerd dat het niet altijd helder is welke partij tijdens de
verschillende vervoersbewegingen de bevoegdheid heeft om beslissingen te nemen over het al dan niet
toepassen van beveiligingsmaatregelen. Hetzelfde geldt het voor het soort maatregelen dat genomen mag
worden. Er lijkt bovendien geen wettelijke grondslag te bestaan voor het toepassen van een blinderingsbril
als genoemd in de Vervoersinstructie van DV&O. De Vervoersinstructie van DV&O is daarnaast vervat in een
verouderde circulaire van 4 februari 1998. De jurisprudentie van de Raad laat daarnaast zien dat niet altijd
wordt voldaan aan de eis van het maken van een belangenafweging, zowel door de inrichtingen als door
DV&O.63 Deze belangenafweging is onder meer opgenomen in de Ambtsinstructie en de beginselenwetten.
In zijn uitspraak van 6 juni 2011 (10/3500/GA) behandelt de beroepscommissie van de Raad de toepassing
van handboeien tijdens het door de inrichting uitgevoerde vervoer van een zwangere gedetineerde naar het
ziekenhuis. Door de directeur van de inrichting werd aangevoerd dat handboeien op grond van de circulaire
inrichtingsvervoer altijd mogen worden aangelegd bij het inrichtingsvervoer (d.d. 4 februari 1998, kenmerk
671238/97/DJI). De beroepscommissie oordeelt echter anders en geeft daarbij aan dat de bij transport
toegepaste dwangmiddelen van handboeien en een broekstok, in ieder geval niet mogen worden toegepast bij
zwangere vrouwen.
Bij brief van 7 november 2007 heeft de directeur van de DV&O bepaald dat in onbeveiligde ruimtes de
justitiabele te allen tijde bij het in- en uitstappen, moet worden voorzien van vrijheidsbeperkende middelen,
te weten handboeien, koppelboei en/of broekstok. Voorgaande brief is aangehaald in een uitspraak van de
Nationale ombudsman van 2 juli 2010.64 Uit de gesprekken met respondenten is gebleken dat door DV&O
inmiddels wordt gewerkt aan een ‘nee, tenzij…’ beginsel. De ingeslotene wordt in beginsel niet geboeid, tenzij
de situatie hier om vraagt. Deze beslissing moet schriftelijk worden gemotiveerd.65
    61   Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen, geweldsinstructie tbs en geweldsinstructie justitiële jeugdinrichtingen.
    62   Circulaire over het inrichtingsvervoer, kenmerk 671238/97/DJI.
    63   Een belangenafweging wordt blijkens de Ambtsinstructie en de beginselenwetten geëist door de beginselen van proportionaliteit en
        subsidiariteit. Zie ter illustratie de volgende uitspraken van de RSJ:10/3500/GA, 07/3110/GA & 07/0419/GA.
    64 Rapport van 2 juli 2010, kenmerk 2010/177.
    65 DV&O werkt momenteel aan een nieuwe Vervoersinstructie. De verwachting is dat deze motivatieplicht hierin zal worden verwerkt.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                          29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Tot slot roept het voortzetten van de beveiligingmaatregelen door DV&O tijdens een medische (be)handeling
in het ziekenhuis vragen op. In artikel 8.1 van de Vervoersinstructie van DV&O wordt bepaald dat het medisch
onderzoek in het bijzijn van de transportgeleider geschiedt. Alleen wanneer de behandelaar uitdrukkelijk te
kennen heeft gegeven slechts buiten de tegenwoordigheid van de transportgeleider te willen onderzoeken of
behandelen, wordt hier gehoor aan gegeven mits de wagencommandant dit verantwoord acht, zo staat in de
vervoerinstructie.66 Het is de vraag of voorgaande verenigbaar is met het recht op privacy van de ingeslotene
als zijnde patiënt. Het standaard aanwezig zijn bij het medisch onderzoek lijkt in strijd te zijn met artikel 8
EVRM en de geneeskundige behandelovereenkomst.
2.5.2 De uitvoering van het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
De voorbereiding op het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
õõ De regelgeving ten aanzien van de voorbereiding op het vervoer
Er is geen nadere regelgeving voor de voorbereiding van het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen.
Deze groep ingeslotenen wordt alleen beveiligd vervoerd indien zelfstandig reizen niet mogelijk is.67 Dit is
bevestigd in een uitspraak van de rechtbank Rotterdam, aldus de Nationale ombudsman.68
õõ De problematiek t.a.v. het voorbereiden van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen voor vervoer
Een uitspraak van de Kinderombudsman laat zien dat het bij de vervoerder, in dit geval DV&O, voorafgaand
aan het vervoer niet altijd bekend is welke problematiek er speelt bij de jeugdige.69 Dit maakt dat er mogelijk
niet altijd voldoende wordt ingespeeld op de zorgbehoefte van deze groep jeugdigen.
Eten, drinken & medicatie tijdens het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
õõ De regelgeving t.a.v. eten, drinken en medicatie tijdens het vervoer
In de Vervoersinstructie DV&O wordt gesteld dat indien is te voorzien dat de ingeslotene gedurende het
transport een maaltijd moet gebruiken, de wagencommandant erop toe ziet dat vanuit de inrichting van
vertrek een lunchpakket en drinken worden meegegeven.70
õõ De problematiek t.a.v. eten, drinken en medicatie tijdens het vervoer
Er is de Raad geen specifieke problematiek ten aanzien van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen bekend voor
zover het dit onderwerp betreft.
Toepassing geweld en beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer van civielrechtelijk ingesloten
jeugdigen
õõ De regelgeving t.a.v. geweld en beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer
Tot nu toe is alleen het toepassen van beperkende maatregelen tijdens het verblijf in de instelling voor
gesloten jeugdzorg in de Wet op de Jeugdzorg geregeld. Momenteel werkt men aan een wettelijke basis voor
het opleggen van beperkingen tijdens het vervoer.
Volgens het conceptwetsvoorstel tot aanpassing van de Wet op de Jeugdzorg zijn deze maatregelen beperkt
tot het vastpakken van de jeugdige, het vasthouden van de jeugdige en het onderzoeken van de kleding van
    66  Artikel 8.1 Vervoersinstructie DV&O, kenmerk 675240/98/DJI.
    67  Circulaire over het vervoer van jeugdige ingeslotenen, kenmerk 761371/99/DJI.
    68  Rapport van 4 mei 2004, kenmerk 2004/160. De uitspraak van de rechtbank Rotterdam is van 27 januari 2011, LJN: BP5134.
    69  Rapport van 14 februari 2012, kenmerk KOM0002/2012.
    70  Circulaire inhoudende de Vervoersinstructie DV&O, kenmerk 675240/98/DJI.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                    30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>de jeugdige. Deze maatregelen moeten zijn opgenomen in het behandelplan.71 Het wetsvoorstel ligt op het
moment van schrijven van dit advies bij de Raad van State.
õõ De problematiek t.a.v. het geweld en beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer
In de aanpassing van de Wet op de Jeugdzorg (naar aanleiding waarvan de Raad een advies heeft uitgebracht)
wordt de zorgaanbieder verantwoordelijk gesteld voor het opleggen van beperkende maatregelen tijdens
het vervoer. Uit de toelichting op het wetsvoorstel volgt dat vrijwillig vervoer door bijvoorbeeld de ouders of
de gezinsvoogd de voorkeur verdient, mits dit op verantwoorde wijze kan plaatsvinden. Beveiligd vervoer,
bijvoorbeeld door DV&O, dient dus alleen te worden toegepast indien vrijwillig vervoer niet op verantwoorde
wijze kan plaatsvinden. De Raad constateert dat, indien dit vervoer wordt uitgevoerd door DV&O, de
Vervoersinstructie van DV&O ten aanzien van de toe te passen beveiligingsmaatregelen niet onverkort kan
worden toegepast.
õõ De aanvullende eisen t.a.v. het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
De circulaire van 9 juli 1999 omtrent het vervoer van jeugdige ingeslotenen zegt dat er nadrukkelijk afspraken
dienen te worden gemaakt over de wijze van uitvoering van het vervoer van deze jeugdigen. Indien dit bij
de aanvraag wordt aangegeven dient in overleg met de vervoerder te wordt bezien in hoeverre er bij het
vervoeren van een jeugdige ruimte is in het voertuig om een medewerker van de inrichting als begeleider
tijdens het transport mee te nemen.72 Voorgaande geldt overigens ook voor strafrechtelijk ingesloten
jeugdigen. In de Vervoersinstructie DV&O wordt daarnaast gesteld dat alle jeugdigen zoveel mogelijk in een
apart compartiment worden vervoerd.
Voor het vervoer van deze jeugdigen is in de huidige praktijk een convenant opgesteld tussen het ministerie
van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en DV&O.73 Uit dit convenant volgt dat het vervoer van deze categorie
jeugdigen aan bepaalde voorwaarden moet voldoen. Er worden onder meer aanvullende eisen gesteld aan
het niveau van het personeel, er mogen geen gecombineerde ritten met strafrechtelijk ingesloten jeugdigen
plaatsvinden en er moet gebruik worden gemaakt van neutrale busjes. Jongens en meisjes mogen daarnaast
niet samen worden vervoerd.
2.5.3 De uitvoering van het vervoer van ingesloten vreemdelingen
De voorbereiding op het vervoer van ingesloten vreemdelingen
De hier geldende regelgeving en problematiek komt ten aanzien van vreemdelingen in
vreemdelingenbewaring overeen met hetgeen is besproken in paragraaf 2.5.1 over het vervoer van
justitiabelen. Ten aanzien van vreemdelingen in grensdetentie is geen regelgeving bekend wat betreft het
voorbereiden op het vervoer. Aanvullend geldt voor vreemdelingen in het kader van het uitzettingsvervoer dat
naast medicatie ook medische informatie dient te worden verschaft in het belang van de vraag of betrokkene
‘fit to fly’ is.
Eten, drinken & medicatie tijdens het vervoer van ingesloten vreemdelingen
De hier geldende regelgeving en problematiek komen overeen met hetgeen besproken is in paragraaf 2.5.1
over het vervoer van justitiabelen. Ten aanzien van vreemdelingen in grensdetentie is geen regelgeving
bekend wat betreft het meegeven van eten, drinken en medicatie.
     71   Wetsvoorstel Vervoer en verblijf in een gerechtsgebouw in de gesloten jeugdzorg, Stcrt. 2011, 6969.
     72   Circulaire over het vervoer van jeugdige ingeslotenen, kenmerk 761371/99/DJI.
     73   Convenantnummer 15062-04 (januari 2012)
              Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                       31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Toepassing geweld en beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer van ingesloten vreemdelingen
õõ De regelgeving t.a.v. van geweld en beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer
a.  Vreemdelingen in vreemdelingenbewaring op grond van het beperkte Pbw regime
    De mogelijkheid tot het toepassen van geweld en beveiligingsmaatregelen ten aanzien van vreemdelingen
    in vreemdelingenbewaring vindt plaats op overeenkomstige wijze als dat het geval is bij het vervoer
    van justitiabelen als besproken in paragraaf 2.5.1. Een aanvulling is het vervoer door de Koninklijke
    Marechaussee, waarbij ten aanzien van beveiligingsmaatregelen en geweld evenals bij het vervoer door
    de politie de Ambtsinstructie van toepassing is.
    In paragraaf 2.4 kwam al naar voren dat vreemdelingen in vreemdelingenbewaring op grond van artikel
    5.4 Vreemdelingenbesluit niet verder mogen worden beperkt in de uitoefening van grondrechten dan
    wordt gevorderd door het doel van de maatregel en de handhaving van de orde en de veiligheid op de
    plaats van tenuitvoerlegging.
b. Vreemdelingen in grensdetentie op grond van het regime grenslogies
    De mogelijkheid tot het toepassen van geweld en beveiligingsmaatregelen ten aanzien van vreemdelingen
    in grensdetentie is niet nader uitgewerkt. Ook voor deze groep vreemdelingen geldt dat zij op grond
    van artikel 4 Reglement regime grenslogies aan geen andere beperkingen mogen worden onderworpen
    dan die welke volstrekt noodzakelijk zijn om het verblijf in het grenslogies te verzekeren alsmede om de
    veiligheid en de orde aldaar te handhaven.
õõ De problematiek t.a.v. van geweld en beveiligingsmaatregelen tijdens het vervoer
a.  Vreemdelingen in vreemdelingenbewaring op grond van het beperkte Pbw regime
    De mogelijkheid tot het toepassen van beveiligingsmaatregelen in het kader van het vervoer van
    vreemdelingen in vreemdelingenbewaring is hetzelfde als bij het vervoer van justitiabelen. Uit onder
    meer een Inspectiebericht van de ISt blijkt dat het vervoer van deze groep specifieke problemen oplevert.74
    DV&O hanteert, blijkens dit Inspectiebericht, een standaardprotocol voor onder andere het vervoer in
    het kader van een ziekenhuisbezoek, of het nu om strafrechtelijk- of bestuursrechtelijk ingeslotenen
    gaat. Het hanteren van dezelfde veiligheidsvoorschriften bij het vervoeren van een vreemdeling als
    bij het vervoeren van een gedetineerde, acht de ISt niet proportioneel. Opgemerkt dient te worden
    dat DV&O inmiddels bezig is een andere werkwijze door te voeren ten aanzien van de toepassing van
    beveiligingsmaatregelen. Binnen deze werkwijze zullen beveiligingsmaatregelen slechts worden toegepast
    indien dit noodzakelijk is.
    De Raad concludeert uit het voorgaande dat de Vervoersinstructie van DV&O ten aanzien van de toe te
    passen beveiligingsmaatregelen voor deze groep niet onverkort kan worden toegepast gelet op artikel 5.4
    Vreemdelingenbesluit.
b. Vreemdelingen in grensdetentie op grond van het regime grenslogies
    De toepassing van geweld en beveiligingsmaatregel in het kader van het vervoer van vreemdelingen in
    grensdetentie is niet nader uitgewerkt. De problematiek bij deze groep is op grond van artikel 4 Reglement
    regime grenslogies van eenzelfde orde als de hiervoor beschreven problematiek bij het vervoer van
    vreemdelingen in vreemdelingenbewaring.
   74   Inspectie voor de Sanctietoepassing 2010b, p. 56.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                           32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>2.6 Het vervoer van goederen
õõ De regelgeving t.a.v. het vervoer van goederen
Het vervoer van de goederen van ingeslotenen vindt plaats conform artikel 3.11 van de Vervoersinstructie
DV&O. Uit de circulaire van 13 augustus 1993 volgt dat de schade die ontstaat tijdens het transport van
goederen vanaf het moment van aankomst en tekenen voor ontvangst van het transport in de ontvangende
inrichting in beginsel volledig onder verantwoordelijkheid van de ontvangende inrichting valt.75
In de circulaire van 20 december 1996 wordt de regelgeving voor het goederenvervoer nader uitgewerkt.76 In
deze circulaire staat dat het inpakken van de te vervoeren goederen en het invullen van de vrachtbrief valt
onder de verantwoordelijkheid van de verzendende inrichting. DV&O dient vervolgens te tekenen voor het
aantal dozen dat hij in ontvangst neemt, niet voor de inhoud van de dozen. Open of niet dichtgeplakte dozen
dienen te worden geweigerd. Een kopie van de vrachtbrief met de naam en paraaf van de vervoerder blijft
als zijnde bewijs van afgifte achter bij de inrichting. De ontvangende inrichting tekent bij ontvangst van de
goederen met vermelding van naam op de vrachtbrief. Indien bij aflevering blijkt dat de zending niet compleet
is gaat het wel aanwezige deel mee terug met DV&O. Na het achterhalen van het ontbrekende deel wordt de
complete zending afgeleverd bij de ontvangende inrichting.
In de circulaire van 20 december 1996 is opgenomen dat indien blijkt dat de schade of vermissing zonder
twijfel te wijten is aan het handelen van DV&O, de betreffende inrichting dit in onderling overleg met DV&O
zal dienen te regelen.77 Voornoemde circulaires bevatten geen bepalingen voor het vervoer van goederen in
het kader van de uitzetting van een vreemdeling. De Koninklijke Marechaussee zou naar het oordeel van de
Raad in dat geval als ontvangende inrichting kunnen worden gezien.
õõ De problematiek t.a.v. het vervoer van goederen
Ondanks duidelijke regelgeving over het vervoer van goederen worden er toch met enige regelmaat goederen
vermist of beschadigd. Dit blijkt onder andere uit de bij de RSJ binnengekomen beroepszaken.78 Dit wordt
voornamelijk veroorzaakt door het ontbreken van een eenduidige procedure in de verzendende en de
ontvangende inrichting. Zo worden de goederen niet altijd ingepakt in het bijzijn van de ingeslotene. Dit is
onder meer het geval indien een gedetineerde wordt overgeplaatst, direct volgend op zijn verblijf in een straf-
of afzonderingscel.
In zijn uitspraak van 26 maart 2012 (kenmerk 11/3439/GA) behandelt de beroepscommissie van de Raad een
vermissing van goederen van een gedetineerde na zijn overplaatsing.
Vast staat dat de goederen van de gedetineerde vanuit de verzendende inrichting bij DV&O zijn aangeboden
voor vervoer naar de ontvangende inrichting. Naar voren komt echter dat er geen schriftelijk stuk voorhanden
is waaruit blijkt dat in de ontvangende inrichting voor ontvangst is getekend. Gezien voorgaande oordeelt
de beroepscommissie dat de verzendende inrichting daarom kan worden aangesproken op de vermissing
van de goederen. De goederen van de gedetineerde zijn daar buiten zijn afwezigheid ingepakt en er lijkt
geen ontruimingsverslag te zijn opgemaakt. Het ontbreken van een ontruimingsverslag is in strijd met het
bepaalde in de “richtlijnen m.b.t. door gedetineerden in penitentiaire inrichtingen achtergelaten voorwerpen”
(d.d. 3 februari 1988, kenmerk 021/388), aldus de beroepscommissie. Er kan nu niet worden nagegaan welke
goederen er zijn ingepakt en de beroepscommissie acht de verzendende inrichting daarom aansprakelijk voor
de vermissing.
    75 Circulaire inhoudende de Regeling afhandeling schadegevallen, kenmerk 383893/93/DJI.
    76 Circulaire over het vrachtvervoer en nadere regelgeving, kenmerk 58608/96/DJI.
    77 Circulaire over het vrachtvervoer en nadere regelgeving, kenmerk 58608/96/DJI.
    78 Zie ter illustratie de volgende uitspraken van de RSJ: 11/0811/JA, 11/1200/TA, 10/2614/GA, 10/2288/GA, 09/3608/GA & 09/1528/GA.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                     33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Daarnaast duurt het bij een overplaatsing naar een andere inrichting soms lang voordat de ingeslotene zijn
goederen in ontvangst kan nemen. Dit blijkt onder meer uit gesprekken met respondenten.
Voornoemde problematiek speelt ook bij de uitzetting van een vreemdeling. In dat geval zijn de consequenties
bij beschadiging of vermissing van de goederen zelfs nog groter nu de vreemdeling op het punt staat te worden
uitgezet. Dit veroorzaakt mogelijk onnodig (extra) spanning bij de uit te zetten vreemdeling met als eventueel
gevolg het mislukken van de uitzetting.
2.7 Samenvatting en conclusie
In dit hoofdstuk is aan de hand van de wetgeving en de circulaires een overzicht gegeven van de huidige
verantwoordelijkheidsverdeling van het vervoer van ingeslotenen en hun goederen. Het vervoer van
ingeslotenen blijkt niet zonder problemen te zijn en ook bij de bespreking van de uitvoering van de
diverse transporten is een aantal knelpunten aan de orde gekomen. De geconstateerde problematiek
wordt in deze paragraaf kort samengevat. Eerst wordt ingegaan op de problematiek ten aanzien van de
verantwoordelijkheidsverdeling.
Ten eerste stelt de Raad vast dat het aantal wettelijke bepalingen ten aanzien van het vervoer van ingeslotenen
summier is en dat deze, in tegenstelling tot hetgeen in de ‘Aanwijzing voor de regelgeving’79 wordt aanbevolen,
slechts is uitgewerkt in circulaires of dat nadere regelgeving zelfs ontbreekt. De circulaires zijn daarbij veelal
sterk verouderd en het is de vraag of zij nog rechtskracht hebben. Daarnaast zijn zij onvoldoende inzichtelijk.
Ten tweede is het niet helder wie de verantwoordelijkheid en bevelsbevoegdheid draagt voor de
verschillende vervoersbewegingen. In het kader van het rechtsgangvervoer van justitiabelen (met
uitzondering van tbs-gestelden) en vreemdelingen in vreemdelingenbewaring is er in de beginselenwetten
een bevelsbevoegdheid toebedeeld aan de directeur van de inrichting waar de ingeslotene verblijft. De
Raad constateert dat niet duidelijk is of de bevelsbevoegdheid van de directeur zich uitstrekt tot DV&O
en de parketpolitie of slechts tot de medewerkers die onder het gezag van de directeur vallen. Ook is het
niet duidelijk of deze bevelsbevoegdheid geldt voor de wijze waarop het vervoer wordt uitgevoerd. In het
kader van het inrichtingsvervoer is een dergelijke bevelsbevoegdheid niet toebedeeld aan de directeur en
lijkt deze slechts aanwijzingen te kunnen geven. In het kader van het plaatsings- en overplaatsingsvervoer
van justitiabelen (met uitzondering van tbs-gestelden) en vreemdelingen in vreemdelingenbewaring is
er een bevelsbevoegdheid toebedeeld aan de selectiefunctionaris. Ook hier is het de vraag hoever deze
bevoegdheid zich uitstrekt. Voor de verantwoordelijkheid van de uitvoerende partijen is het daarnaast
onduidelijk of bij het overnemen van een vervoerstaak op basis van convenanten, de verantwoordelijkheid
voor die vervoersbeweging bij de uitvoerende partij komt te liggen of dat de partij aan wie de vervoerstaak
in eerste instantie is toebedeeld (deels) verantwoordelijk blijft. Bij het inrichtingsvervoer wordt de
verantwoordelijkheid voor het door DV&O uitgevoerde vervoer soms bij de directeur van de inrichting
neergelegd.
Verder is niet altijd bekend wie de beslissingsbevoegdheid toekomt voor het toepassen van dwangmiddelen
tijdens het vervoer. De inrichting is meestal al langere tijd bekend met de ingeslotene, aan de andere kant
achten ook de vervoerders zich vaak bevoegd tot deze beslissing nu zij het vervoer praktisch gezien vorm
moeten geven. Ten slotte is het soms onduidelijk of de directeur van de inrichting bevoegd is disciplinair te
    79   Aanwijzing voor de regelgeving, Stcrt. 1992, 230, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 1 april 2011, Stcrt. 2011, 6602. Deze Aanwijzing stelt
        dat normering van gedragingen, handelingen en bevoegdheden dient te geschieden met gebruikmaking van algemeen verbindende
        voorschriften, interne regelingen en beleidsregels.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                         34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>straffen of ordemaatregelen op te leggen naar aanleiding van incidenten die hebben plaatsgevonden tijdens
het vervoer, in het bijzonder als dit vervoer niet door de inrichting is uitgevoerd maar door bijvoorbeeld
DV&O. De vraag kan worden gesteld of en wanneer de directeur van de inrichting een disciplinaire straf
of ordemaatregel kan baseren op schriftelijke bescheiden en andere informatie van niet aan de inrichting
verbonden personen.
Naast de problematiek van de verantwoordelijkheidsverdeling is er ook een aantal knelpunten aan het licht
gekomen voor wat betreft de uitvoering van het vervoer. Voorafgaand aan het vervoer worden ingeslotenen
vaak onvoldoende ingelicht over de duur van het vervoer. Met name de transporten in het kader van het
boven-arrondissementale rechtsgangvervoer zijn lang, zo constateert de Raad. Tijdens het transport beschikt
de ingeslotene daarnaast lang niet altijd over eten en drinken. Verder blijkt dat er in de praktijk niet altijd
een voldoende belangenafweging wordt gemaakt omtrent de vraag of er beveiligingsmaatregelen tijdens het
vervoer moeten worden toegepast en spreken de verschillende instructies elkaar tegen. De verschillende
groepen ingeslotenen worden niet in alle gevallen op een op hen toegespitste wijze vervoerd en de Raad
constateert ook dat niet altijd helder is welke maatregelen toegepast mogen worden. Zo kan en mag de
Vervoersinstructie van DV&O ten aanzien van de toe te passen beveiligingsmaatregelen niet onverkort worden
toegepast op civielrechtelijk ingesloten jeugdigen en vreemdelingen. Daarnaast wordt in de Vervoersinstructie
van DV&O bepaald dat het medisch onderzoek van de ingeslotene standaard geschiedt in het bijzijn van de
transportgeleider. Dit is mogelijk in strijd met artikel 8 EVRM en de geneeskundige behandelovereenkomst.
Tot slot stelt de Raad vast dat ondanks het bestaan van heldere regelgeving omtrent het vervoer van goederen
van ingeslotenen, er in de praktijk regelmatig problemen ontstaan zoals het vermist of beschadigd raken van
goederen. Daarnaast is de regelgeving niet duidelijk voor wat het vervoer van goederen betreft in het kader
van de uitzetting van een vreemdeling.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                          35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                               36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>3. Toezichthouders en klachtenprocedures; regelgeving en
problematiek
In dit hoofdstuk bespreekt de Raad het toezicht en de klacht- en beroepsmogelijkheden inzake het vervoer
van ingeslotenen. Juist omdat ingesloten zijn inherent staat aan algehele onvrijheid, en ingeslotenen zich
ook tijdens het vervoer in een afhankelijke positie bevinden ten opzichte van hun vervoerders, is het van
belang om na te gaan of er voldoende toezicht is en of er in alle gevallen een klacht- en beroepsmogelijkheid
openstaat. In paragraaf 3.1 bespreekt de Raad welke toezichthouders er zijn op het terrein van het vervoer. In
paragraaf 3.2 komt de vraag aan de orde in hoeverre dit toezicht alle vervoersbewegingen omvat. Ten slotte
geeft paragraaf 3.3 een overzicht van de klachten- en beroepsprocedures van de verschillende instanties en
wordt in paragraaf 3.4 ingegaan op de mogelijkheid van ingeslotenen om te klagen over zaken die betrekking
hebben op de verschillende soorten vervoer.
3.1 Toezichthouders op het vervoer
De toezichthouders die in deze paragraaf behandeld worden houden op enige wijze toezicht op het vervoer
van ingeslotenen, al dan niet als onderdeel van een bredere toezichtstaak.
3.1.1 Toezichthouders op nationaal niveau
õõ Inspectie voor de Sanctietoepassing
De Inspectie voor de Sanctietoepassing (ISt) ziet toe op de sanctietoepassing, met het oog op zichtbare
verbetering van de effectiviteit en kwaliteit van de sanctietoepassing.80 Het werkterrein omvat alle
werkzaamheden van DJI en de reclassering. Dit betekent dat ook werkzaamheden die strikt genomen niet tot
de sanctietoepassing gerekend kunnen worden, bijvoorbeeld de vreemdelingenbewaring, tot het domein van
de ISt behoren. Uitoefening van de toezichttaken vindt plaats voor zover deze niet door anderen uitgeoefend
worden. Aan de start van de ISt in 2005 lagen drie redenen ten grondslag, namelijk:
1.   Het opvullen van een hiaat
2.   Voorzien in toezicht op de reclassering
     Met het toekennen van de inspectietaak voor de reclassering wordt voor het eerst extern toezicht op alle
     aspecten van het functioneren van de reclassering ingevoerd.
3.   Coördinatie met andere toezichthouders
     Het toezicht was ongecoördineerd en gefragmenteerd. De ISt kan zorg dragen voor coördinatie en
     stroomlijning, waardoor de werkzaamheden van de verschillende toezichthouders tot een gezamenlijke,
     integrale rapportage kunnen leiden.
De ISt is onafhankelijk voor wat betreft de uitvoering van een concreet onderzoek en zij kan dus geen
aanwijzingen ontvangen over haar onderzoeksmethodiek, haar oordeelsvorming en haar rapportage over het
onderzoek. De ISt adviseert de minister ten behoeve van borging van een behoorlijke sanctietoepassing. In het
Toezichtkader ISt zijn de deelgebieden waarop toezicht gehouden wordt nader gespecificeerd.81 De hoofdtaak
van het werk van de ISt bestaat uit het onderzoeken van en rapporteren over individuele instellingen en
afzonderlijke thema’s. In paragraaf 1.2 is reeds een aantal inspectierapporten van de ISt over het vervoer van
gedetineerden aangehaald.
    80 Regeling Inspectie voor de Sanctietoepassing, Stcrt. 2005, 166, p. 9.
    81 Toezichtkader Inspectie voor Sanctietoepassing 2007.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                    37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>õõ Commissies van Toezicht bij de inrichtingen
Penitentiaire inrichtingen, tbs-inrichtingen, justitiële jeugdinrichtingen en grenslogies hebben allemaal
een Commissie van Toezicht (CvT) die wordt benoemd door de minister.82 Deze CvT’s zijn zoveel mogelijk
samengesteld als afspiegeling van de maatschappij en bestaan uit ten minste zes leden. De CvT’s functioneren
onafhankelijk. Iedere CvT bestaat uit ten minste een lid van de rechterlijke macht, een medicus, een advocaat
en een deskundige op het gebied van maatschappelijk werk. Personen wier onafhankelijkheid in het
geding zou kunnen komen door bijvoorbeeld hun functie binnen Justitie, komen niet in aanmerking voor
het lidmaatschap. In de beginselenwetten wordt bepaald dat de commissies toezicht houden op de wijze
van tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming in de inrichting of afdeling. De CvT’s kunnen advies en
inlichtingen geven over voorgaande aan de minister, de directeur van de inrichting en de Raad.
In de Wet op de jeugdzorg is geen wettelijke verplichting opgenomen tot het instellen van een CvT bij de
gesloten jeugdzorginstellingen. Een aantal instellingen heeft echter nog wel een CvT nu zij eerder bestemd
waren voor de plaatsing van strafrechtelijk ingesloten jeugdigen.
õõ Commissie van Toezicht bij DV&O
Bij besluit van 19 juli 2010 is er een CvT ingesteld bij DV&O.83 De CvT heeft blijkens de toelichting bij het
instellingsbesluit een toezichthoudende taak op alle vervoersbewegingen onder de verantwoordelijkheid van
DJI, van alle personen die vallen onder de reikwijdte van de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet
verpleging ter beschikking gestelden en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen. De commissie kan
tijdens haar werkzaamheden kennis over het vervoer opdoen en DJI-breed toezicht houden op de gang van
zaken tijdens het vervoer van justitiabelen, zo blijkt uit de toelichting.
õõ Commissie Integraal Toezicht Terugkeer
De Commissie Integraal Toezicht Terugkeer (CITT) is ingesteld bij besluit van 15 april 2006 en bestaat uit
ten minste drie en ten hoogste vijf leden.84 De taak van de commissie is gedefinieerd als het houden van
toezicht op het totale terugkeerproces van vreemdelingen. Hier wordt onder verstaan: “de handelingen
anders dan rechtshandelingen gericht op de terugkeer van de vreemdeling naar het land van herkomst of
een veilig derde land, in verband met het onrechtmatig verblijf in Nederland, de verwachting van het verlies
van het verblijfsrecht op korte termijn, of de weigering van de toegang tot Nederland en zo mogelijk tot het
moment van overdracht van de vreemdeling aan de autoriteiten van het land van herkomst of een derde land”.
Dit toezicht laat onverlet het toezicht dat reeds wordt uitgeoefend door de CvT’s voor een detentielocatie
of door de ISt. De commissie doet aanbevelingen aan de betrokken instanties over de werkwijze en de
werkomstandigheden, alsmede de regelgeving, instructies voor het terugkeerproces en het gebruik van
dwangmiddelen. Uit artikel 8 van de Regeling Commissie Integraal Toezicht Terugkeer van 22 juni 200785 blijkt
dat het toezicht zich ook uitstrekt tot de wijze waarop de feitelijke handelingen in het terugkeerproces worden
uitgevoerd.86
Voor het onderzoek naar incidenten blijven de klachtencommissies van de betreffende diensten de geëigende
instantie, zoals de klachtencommissie van de Koninklijke Marechaussee.
    82 Op grond van artikel 7 Pbw, artikel 10 Bvt, artikel 7 Bjj en artikel 10 Reglement regime grenslogies.
    83 Instellingsbesluit Commissie van Toezicht voor DV&O namens de minister, d.d. 19 juli 2010.
    84 Regeling Commissie Integraal Toezicht Terugkeer, Stcrt. 2007, 126.
    85 Stcrt. 2007, 126.
    86 Van Kalmthout 2007.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                         38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>õõ Commissies van Toezicht politiecellen
In 2001 is de wettelijke plicht tot het instellen van CvT’s bij politiecellen vastgelegd in artikel 16a van het
Besluit beheer regionale politiekorpsen.87 De commissies worden ingesteld door de korpsbeheerder van
de regiopolitie en bestaan uit ten minste drie en ten hoogste twaalf onafhankelijke leden. De CvT’s houden
blijkens het Besluit beheer regionale politiekorpsen toezicht op huisvesting, veiligheid, verzorging en
bejegening. Dit doet een commissie door (onaangekondigde) inspecties in politiecellencomplexen te
verrichten. Een commissie heeft tot taak gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan de korpsbeheerder
en inlichtingen te geven over aangelegenheden betreffende politiecellencomplexen. Sommige commissies
houden ook toezicht op het vervoer van arrestanten. Dit is echter niet altijd het geval.88
õõ Inspectie Jeugdzorg
De Inspectie Jeugdzorg houdt onafhankelijk toezicht op de kwaliteit van de jeugdzorg. De inspectie
signaleert risico’s en brengt die onder de aandacht van de instellingen en overheidinstanties. De wettelijke
bepalingen voor wat betreft de toezichthoudende taak van de inspectie zijn vastgelegd in de Wet op de
jeugdzorg.89 De Inspectie Jeugdzorg houdt toezicht op het werk van de bureaus Jeugdzorg, de instellingen
voor jeugdhulpverlening, de Raad voor de kinderbescherming, de justitiële jeugdinrichtingen en de
gesloten jeugdzorginstellingen, de organisaties voor adoptie uit andere landen en de opvang en voogdij van
alleenstaande minderjarige vreemdelingen.
3.1.2 Toezichthouders op Europees en internationaal niveau
Het Comité ter Voorkoming van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (CPT)
is de meer monitorende instantie op internationaal niveau.90 De CPT is een uitvloeisel van de “European
Convention for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment” van de Raad
van Europa, dat in 1989 in werking trad. Uitgangspunt van het CPT is artikel 3 van het Europees Verdrag tot
Bescherming van de Rechten van de Mens waarin wordt gesteld dat “niemand mag worden onderworpen aan
folteringen of aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen”.
Het CPT is een niet-juridisch preventief instrument ter bescherming tegen foltering en andere vormen
van mishandeling van mensen die van hun vrijheid zijn beroofd door de overheid. Het CPT bestaat uit
onafhankelijke en onpartijdige leden afkomstig uit verschillende professionele disciplines, zoals juristen,
artsen en specialisten op het gebied van politieaangelegenheden en het gevangeniswezen.
Het CPT organiseert bezoeken aan plaatsen waar mensen zijn gehuisvest die op enigerlei wijze van hun
vrijheid zijn beroofd door de overheid, om te beoordelen hoe deze mensen worden behandeld. Delegaties van
het CPT hebben onbeperkt toegang tot de instellingen en hebben het recht zich vrijelijk door deze instituten
te bewegen. Na elk bezoek stuurt het CPT een verslag naar de autoriteiten van het desbetreffende land. Dit
verslag bevat de bevindingen van het CPT, evenals aanbevelingen, opmerkingen en verzoeken om informatie.
Het verslag en de reactie daarop vormen onderdeel van een dialoog met de desbetreffende landen. Op basis
van deze rapporten heeft het CPT standaarden ontwikkeld die als minimumnormen en als toetssteen gelden
bij de uitvoering van zijn opdracht.
Op internationaal niveau kan hier nog het sub-Comité inzake de preventie van foltering (SPT) worden
genoemd. Het Aanvullend Protocol bij het Verdrag van de Verenigde Naties tegen foltering en andere wrede,
    87 Bij besluit van 28 maart 1994.
    88 Van Dongen, Kobus & Laarman 2005
    89 Artikel 47 Wjz.
    90 The CPT in brief, www.cpt.coe.int.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                          39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, dat in juni 2006 in werking trad, creëerde dit comité
wiens mandaat het is om plaatsen te bezoeken waar mensen die van hun vrijheid beroofd werden, worden
vastgehouden. In het kader hiervan is de RSJ samen met een aantal andere toezichthouders aangewezen als
Nationaal Preventie Mechanisme.
3.2 De toezichthouders voor de specifieke vervoersbewegingen
In deze paragraaf wordt voor justitiabelen, civielrechtelijk ingesloten jeugdigen en vreemdelingen besproken
welke instanties wanneer toezicht houden op de verschillende vervoersbewegingen. De bevoegdheden van de
toezichthouders kwamen reeds aan de orde in paragraaf 3.1.
3.2.1 Toezichthouders op het vervoer van justitiabelen
õõ Rechtsgangvervoer
De toezichthoudende instanties op het rechtsgangvervoer van justitiabelen door DV&O zijn, blijkens de
toezichtkaders van de diverse instanties, de ISt en de CvT bij DV&O. Op de vervoersbewegingen die worden
uitgevoerd door de politie is geen toezicht op nationaal niveau.91 Op internationaal niveau hebben in beide
gevallen het CPT en het SPT een monitorende taak (zij houden niet zozeer direct toezicht maar stimuleren de
nationale samenwerking).
õõ Inrichtingsvervoer
De toezichthoudende instanties op het inrichtingsvervoer van justitiabelen door DV&O zijn, blijkens de
toezichtkaders van de diverse instanties, de ISt en de CvT bij DV&O. Indien het inrichtingsvervoer wordt
uitgevoerd door de inrichting kan alleen de ISt toezicht houden.92
Op internationaal niveau hebben in beide gevallen het CPT en het SPT een monitorende taak.
õõ Plaatsings- en overplaatsingsvervoer
De toezichthoudende instanties op het plaatsings- en overplaatsingsvervoer van justitiabelen door DV&O
zijn, blijkens de toezichtkaders van de diverse instanties, de ISt en de CvT bij DV&O. Op internationaal niveau
hebben het CPT en het SPT een monitorende taak.
õõ Goederenvervoer
De toezichthoudende instanties op het goederenvervoer van justitiabelen door DV&O zijn, blijkens de
toezichtkaders van de diverse instanties, de ISt en de CvT bij DV&O.
3.2.2 Toezichthouders op het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
õõ Rechtsgangvervoer
De toezichthoudende instantie op het rechtsgangvervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen is, blijkens
de toezichtkaders van de diverse instanties, de Inspectie Jeugdzorg mits dit vervoer wordt uitgevoerd door
de inrichting of de voogd van de jeugdige. Indien het vervoer wordt uitgevoerd door DV&O ontbreekt
het aan toezicht nu de CvT van DV&O slechts toezicht houdt op vervoersbewegingen die vallen onder de
verantwoordelijkheid van DJI. Het huidige artikel 47 WJz wordt met de aanpassing van de Wet op de Jeugdzorg
zodanig gewijzigd dat de vervoerders (bijvoorbeeld DV&O) ook onder dit artikel en derhalve onder het
    91   In de gevallen waarin de CvT’s politiecellen toezicht houden op het vervoer omvat dit slechts het arrestantenvervoer.
    92   In de beginselenwetten wordt bepaald dat de CvT’s bij de inrichtingen slechts toezicht houden op de wijze van tenuitvoerlegging van
        de vrijheidsbeneming binnen de inrichting. Mogelijk houden zij wel indirect toezicht op het vervoer.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                       40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>toezicht van de Inspectie vallen.93 Op internationaal niveau hebben in beide gevallen het CPT en het SPT een
monitorende taak.
õõ Inrichtingsvervoer
De toezichthoudende instantie op het inrichtingsvervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen is, blijkens
de toezichtkaders van de diverse instanties, de Inspectie Jeugdzorg mits dit vervoer wordt uitgevoerd door
de inrichting of de voogd van de jeugdige. Indien het vervoer wordt uitgevoerd door DV&O ontbreekt
het aan toezicht nu de CvT van DV&O slechts toezicht houdt op vervoersbewegingen die vallen onder de
verantwoordelijkheid van DJI. Op internationaal niveau hebben het CPT en het SPT een monitorende taak.
õõ Plaatsings- en overplaatsingsvervoer
De toezichthoudende instantie op het plaatsings- en overplaatsingsvervoer van civielrechtelijk ingesloten
jeugdigen is, blijkens de toezichtkaders van de diverse instanties, de Inspectie Jeugdzorg mits dit vervoer
wordt uitgevoerd door de inrichting of de voogd van de jeugdige. Indien het vervoer wordt uitgevoerd door
DV&O ontbreekt het aan toezicht nu de CvT van DV&O slechts toezicht houdt op vervoersbewegingen die
vallen onder de verantwoordelijkheid van DJI. Op internationaal niveau hebben het CPT en het SPT een
monitorende taak.
õõ Goederenvervoer
De toezichthoudende instantie op het goederenvervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen is, blijkens
de toezichtkaders van de diverse instanties, de Inspectie Jeugdzorg mits dit vervoer wordt uitgevoerd door
de inrichting of de voogd van de jeugdige. Indien het vervoer wordt uitgevoerd door DV&O ontbreekt
het aan toezicht nu de CvT van DV&O slechts toezicht houdt op vervoersbewegingen die vallen onder de
verantwoordelijkheid van DJI.
3.2.3 Toezichthouders op het vervoer van vreemdelingen
õõ Rechtsgangvervoer
De toezichthoudende instanties op het rechtsgangvervoer van vreemdelingen in vreemdelingenbewaring
zijn, blijkens de toezichtkaders van de diverse instanties, de ISt en de CvT bij DV&O mits dit vervoer wordt
uitgevoerd door DV&O. De CvT bij DV&O houdt geen toezicht op het vervoer van vreemdelingen die
verblijven in grensdetentie nu deze vreemdelingen niet vallen onder de verantwoordelijkheid van DJI. Op het
rechtsgangvervoer van alle vreemdelingen door alle vervoerders kan daarnaast toezicht worden gehouden
door de CITT nu dit toezichtkader zich uitstrekt tot het gehele terugkeerproces. Ook op het vervoer uitgevoerd
door de politie is dus in dit geval toezicht mogelijk. Op internationaal niveau hebben het CPT en het SPT een
monitorende taak.
õõ Inrichtingsvervoer
De toezichthoudende instanties op het inrichtingsvervoer van vreemdelingen in vreemdelingenbewaring
door DV&O zijn, blijkens de toezichtkaders van de diverse instanties, de ISt en de CvT bij DV&O. De CvT
bij DV&O houdt geen toezicht op het vervoer van vreemdelingen die verblijven in grensdetentie nu deze
vreemdelingen niet vallen onder de verantwoordelijkheid van DJI. Dit vervoer lijkt niet te vallen onder het
terugkeerproces en dus ook niet onder het toezichtkader van de CITT.
Op internationaal niveau hebben het CPT en het SPT een monitorende taak.
    93   Wetsvoorstel Vervoer en verblijf in een gerechtsgebouw in de gesloten jeugdzorg, Stcrt. 2011, 6969.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                     41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>õõ Plaatsings- en overplaatsingsvervoer
De toezichthoudende instanties op het plaatsings- en overplaatsingsvervoer van vreemdelingen in
vreemdelingen bewaring door DV&O zijn, blijkens de toezichtkaders van de diverse instanties, de ISt
en de CvT bij DV&O. De CvT bij DV&O houdt geen toezicht op het plaatsings- en overplaatsingsvervoer
van vreemdelingen die verblijven in grensdetentie nu deze vreemdelingen niet vallen onder de
verantwoordelijkheid van DJI. Het kan worden betwijfeld of de uitvoering van dit vervoer altijd valt onder het
terugkeerproces en dus of de CITT toezicht houdt op dit vervoer. Op internationaal niveau hebben het CPT en
het SPT een monitorende taak.
õõ Presentatie- en uitzettingsvervoer
De toezichthoudende instanties op het presentatievervoer van vreemdelingen in vreemdelingenbewaring
uitgevoerd door DV&O zijn, blijkens de toezichtkaders van de diverse instanties, de ISt en de CvT bij DV&O.
De CvT bij DV&O houdt geen toezicht op het vervoer van vreemdelingen die verblijven in grensdetentie nu
deze vreemdelingen niet vallen onder de verantwoordelijkheid van DJI. De toezichthoudende instanties
op het uitzettingsvervoer van vreemdelingen in vreemdelingenbewaring zijn, blijkens de toezichtkaders
van de diverse instanties, de ISt en de CvT bij DV&O. De CvT bij DV&O houdt geen toezicht op het
vervoer van vreemdelingen die verblijven in grensdetentie nu deze vreemdelingen niet vallen onder de
verantwoordelijkheid van DJI.Op het presentatie- en het uitzettingsvervoer van vreemdelingen kan tevens
toezicht worden gehouden door de CITT. Zoals blijkt uit het toezichtkader en de regeling van de CITT valt ook
de terugkeer van geweigerde vreemdelingen onder dit toezicht. Bij deze categorie vreemdelingen kan immers
sprake zijn van handelingen gericht op terugkeer, zoals escortering door de Koninklijke Marechaussee en het
daarbij toepassen van dwangmiddelen. Op internationaal niveau hebben het CPT en het SPT  in alle gevallen
een monitorende taak.
õõ Goederenvervoer
De toezichthoudende instanties op het goederenvervoer van vreemdelingen zijn, blijkens de toezichtkaders
van de diverse instanties, de ISt en de CvT bij DV&O. De CITT houdt daarnaast toezicht op het vervoer van de
goederen van vreemdelingen in het kader van een uitzetting.
3.2.4 De hiaten in het toezicht
Uit de toezichtkaders volgt dat in de meeste gevallen toezicht kan worden gehouden op het vervoer uitgevoerd
door DV&O door de CvT bij DV&O en de ISt. Op het vervoer door de politie is in de meeste gevallen geen
toezicht geregeld. De CvT’s bij de inrichtingen kunnen, blijkens de wettelijke bepalingen, enkel toezicht
uitoefenen in de inrichtingen.94 Dit is opvallend nu ingeslotenen door de beklagcommissies bij de inrichtingen
vaak wel worden ontvangen in hun klachten naar aanleiding van het inrichtingsvervoer.
Het hiaat in toezicht is het grootst bij het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen en bij het vervoer
van vreemdelingen die verblijven in grensdetentie. De CvT bij DV&O heeft geen toezicht op het vervoer van
deze groep ingesloten, aangezien zij niet zijn ingesloten onder het beheer van DJI. Daarnaast hebben de
meeste gesloten jeugdzorginstellingen geen CvT, waardoor ook van indirect toezicht geen sprake zal zijn. Met
de wijziging van de Wet op de Jeugdzorg zal ook het vervoer (van DV&O) onder het toezicht van de Inspectie
Jeugdzorg vallen.
    94  Op grond van artikel 7 Pbw, artikel 10 Bvt, artikel 7 Bjj en artikel 10 Reglement regime grenslogies.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                          42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>3.3 Klachtenprocedures voor het vervoer
Deze paragraaf behandelt de klachtenprocedures van instanties die een rol spelen in het vervoer van
ingeslotenen. In paragraaf 3.4 wordt vervolgens per specifieke vervoersbeweging besproken bij welke instantie
de ingeslotene kan klagen.
3.3.1 Klachtenprocedures op nationaal niveau
õõ Klachtenprocedure inrichtingen
Uit iedere CvT bij de inrichtingen wordt een beklagcommissie van drie leden samengesteld met een
rechtsprekende taak. Tegen een uitspraak van de beklagcommissie kunnen partijen, de ingeslotene dan wel
de directeur van de inrichting, beroep instellen bij de RSJ. Uitzondering hierop vormt de groep vreemdelingen
die verblijft in grensdetentie nu het Reglement regime grenslogies niet voorziet in een mogelijkheid tot het
instellen van beroep tegen uitspraken van de beklagcommissie.
In paragraaf 3.1 kwam aan de orde dat in de Wet op de Jeugdzorg geen verplichting is opgenomen tot het
instellen van een CvT bij een gesloten jeugdzorginstelling. Deze instellingen hebben dan ook geen uit een CvT
samengestelde beklagcommissie. Er kan in deze instellingen over een limitatief aantal beslissingen worden
geklaagd bij een onafhankelijke klachtencommissie, bestaande uit ten minste drie leden, op grond van artikel
29w juncto artikel 68 Wjz. Tegen de uitspraak van deze klachtencommissie kunnen partijen, de jeugdige of de
directeur, beroep instellen bij de Raad.
Ook heeft de Nationale ombudsman (dan wel de Kinderombudsman) een taak in de inrichtingen. Alle
ingeslotenen kunnen op grond van het bepaalde in artikel 9:20 juncto artikel 9:18 Algemene wet bestuursrecht
(Awb) de ombudsman schriftelijk verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop een inrichting
zich jegens hen heeft gedragen.
õõ Klachtenprocedure DV&O
Uit de CvT bij DV&O is geen beklagcommissie samengesteld. DV&O heeft wel een interne
klachtenfunctionaris die iedere binnengekomen klacht van burgers over het handelen van DV&O-
medewerkers onderzoekt en vervolgens adviseert over de afhandeling. De klachtenfunctionaris heeft geen
rechtsprekende taak en er bestaat geen formele klachtenregeling. Wanneer de klacht terecht bevonden wordt,
kan de klachtenfunctionaris een schadevergoedingsvoorstel doen bij een leidinggevende van DV&O. De
klachtenregeling is gebaseerd op het ‘model klachtenregeling’ van het ministerie van Veiligheid en Justitie en
is een uitwerking van de Awb.95 De klachtenregeling kent geen beroepsmogelijkheid.
De klachtenregeling is daarnaast onvoldoende toegankelijk en moeilijk te vinden. Uit gesprekken met
respondenten blijkt dat de klachtenprocedure niet openstaat voor burgers die zijn ingesloten. Dit is in
tegenstelling tot het bepaalde in de Awb. De Raad constateert echter dat er in het verleden wel klachten van
ingeslotenen behandeld zijn.96 Daarnaast is onder meer in een reactie op het rapport “The Netherlands: The
Detention of Irregular Migrants and Asylum-Seekers” van Amnesty International door de staatssecretaris van
Justitie gesteld dat de klachtenregeling van DV&O openstaat voor ingesloten vreemdelingen.97
Nadat de klacht door DV&O is behandeld of DV&O heeft geweigerd de klacht te behandelen, kan de
ingeslotene op grond van het bepaalde in artikel 9:20 juncto artikel 9:18 Awb de Nationale ombudsman
    95   Model klachtenregeling van d.d. 1 oktober 2008, kenmerk 5564300/08.
    96   In zijn rapport van 3 mei 2010 (kenmerk 2010/106) verklaart de Nationale ombudsman een klacht van een ingesloten vreemdeling
        tegen DV&O gegrond nu er bij de interne behandeling van zijn klacht bij DV&O niet is voldaan aan het wettelijke vereiste van hoor en
        wederhoor (artikel 9:10 Awb) en de klacht daarmee onzorgvuldig behandeld is. DV&O heeft in dit geval de klacht van een ingeslotene
        dus wel degelijk in behandeling genomen. In een rapport van 2 juli 2010 (kenmerk 2010/177) blijkt eveneens sprake te zijn geweest
        van interne klachtbehandeling door DV&O alvorens de klacht over toepassing van geweld tegen de ingeslotene is behandeld door de
        ombudsman.
    97 5558231/08/DVB/25 september 2008.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                      43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>schriftelijk verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop DV&O zich jegens hem heeft gedragen.
õõ Klachtenprocedure politie
In april 2009 heeft het Landelijk Platform Klachtencoördinatoren een werkgroep ingesteld met de taak een
landelijke uniforme klachtenregeling voor de politie tot stand te brengen.98 In de klachtenregeling, die in
oktober 2009 is gepresenteerd aan de politiekorpsen, is opgenomen dat de minimumeisen uit de Awb een
voldoende voorziening bieden voor behoorlijke klachtafhandeling zodat aanvullende eisen niet nodig zijn. De
verantwoordelijkheid voor een behoorlijke klachtbehandeling ligt bij de korpsbeheerders van de verschillende
regio’s. De klacht wordt behandeld door een commissie die bestaat uit ten minste drie onafhankelijke leden.
Na behandeling van de klacht wordt een advies uitgebracht aan de korpsbeheerder. De commissie heeft dus
geen rechtsprekende functie. De klachtenregeling kent geen beroepsmogelijkheid.
Nadat de klacht is behandeld, kan de ingeslotene op grond van het bepaalde in artikel 9:20 juncto artikel 9:18
Awb de Nationale ombudsman schriftelijk verzoeken een onderzoek in te stellen naar de wijze waarop de
parketpolitie zich jegens hem heeft gedragen. In de praktijk blijkt overigens dat de Nationale ombudsman ook
klachten die direct bij de Ombudsman worden ingediend in behandeling neemt.
õõ Klachtenprocedure Koninklijke Marechaussee
In de Klachtenregeling politietaken Koninklijke Marechaussee zijn regels vastgesteld omtrent klachten
over gedragingen van de Koninklijke Marechaussee.99 De verantwoordelijkheid voor een behoorlijke
klachtbehandeling ligt bij de minister van Defensie (beheerder). De klacht wordt behandeld door een
commissie bestaande uit ten minste drie onafhankelijke leden. Na behandeling van de klacht wordt
een advies uitgebracht aan de beheerder. De commissie heeft dus geen rechtsprekende functie. De
klachtenregeling kent geen beroepsmogelijkheid. Nadat de klacht is behandeld, kan de ingeslotene op grond
van het bepaalde in artikel 9:20 juncto artikel 9:18 Awb de Nationale ombudsman schriftelijk verzoeken een
onderzoek in te stellen naar de wijze waarop de Koninklijke Marechaussee zich jegens hem heeft gedragen.
õõ Klachtenprocedure Bureau Jeugdzorg
Bureau Jeugdzorg heeft als wettelijke taak het geven van uitvoering aan jeugdbeschermingsmaatregelen, dus
ook de in dit advies aan de orde komende gesloten jeugdzorg. Klachten die binnenkomen bij een Bureau
Jeugdzorg worden behandeld door een commissie bestaande uit ten minste drie onafhankelijke leden. Na
behandeling van de klacht wordt een advies uitgebracht. De klachtencommissie heeft geen rechtsprekende
taak. De klachtenregeling kent geen beroepsmogelijkheid. Nadat de klacht is behandeld, kan de ingeslotene
op grond van het bepaalde in artikel 9:20 juncto artikel 9:18 Awb de ombudsman schriftelijk verzoeken een
onderzoek in te stellen naar de wijze waarop het Bureau Jeugdzorg zich jegens hem heeft gedragen.
3.3.2 Klachtenprocedures op Europees en internationaal niveau
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is de instantie op Europees niveau waar ingeslotenen
een klacht kunnen indienen. Een klacht kan worden ingediend mits de indiener zelf het slachtoffer is van een
schending van het EVRM en er in het land waar de schending heeft plaatsgevonden geen rechtsmiddel meer
ter beschikking staat. De uitspraken van het Hof zijn bindend en definitief. Noch de klagende partij noch de
aangeklaagde partij kan in beroep, behalve bij de Grote Kamer van het Hof zelf. Indien een lidstaat in het
ongelijk wordt gesteld, is de lidstaat verplicht alles te doen om te voorkomen dat de geconstateerde schending
in de toekomst nog eens voorkomt.
    98   Klachtenregeling Nederlandse politie ter uitvoering van artikel 61 juncto artikel 62 Politiewet 1993.
    99   Klachtenregeling politietaken Koninklijke Marechaussee/ krijgsmacht 2004 ter uitvoering van artikel 61 juncto artikel 63 Politiewet
        1993.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                       44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>3.3.3 De tekortkomingen in de klachtenprocedures
De klachtenprocedures van bij het vervoer betrokken instanties verschillen onderling sterk van elkaar. De
klachtenprocedures van DV&O, de politie, de Koninklijke Marechaussee en Bureau Jeugdzorg hebben geen
rechtsprekende taak en de klachtencommissie kan dus alleen een advies uitbrengen. Daarnaast staat na
voorgaande klachtenprocedures geen beroep open voor de ingeslotenen.
De klachtenprocedure van DV&O is moeilijk te vinden en dus slecht toegankelijk. Uit een gesprek met DV&O
blijkt overigens dat de klachtenprocedure van DV&O in zijn geheel niet open staat voor ingeslotenen en dat
klachten van deze groep dus niet in behandeling worden genomen. De klachtenregeling staat alleen open
voor ketenpartners, medewerkers en niet ingesloten burgers.
3.4 De klachtmogelijkheden ten aanzien van de specifieke vervoersbewegingen
Deze paragraaf bespreekt voor de verschillende groepen ingeslotenen (respectievelijk justitiabelen,
civielrechtelijk ingesloten jeugdigen en vreemdelingen) waar zij wanneer een klacht kunnen indienen naar
aanleiding van de verschillende vervoersbewegingen. Buiten beschouwing blijven de klachten die gericht
zijn op het door de inrichting niet meegeven van eten, drinken en medicijnen voorafgaand aan het vervoer.
Uit de jurisprudentie van de RSJ volgt dat daarover kan worden geklaagd bij de beklagcommissie behorende
bij de verzendende inrichting.100 Ingeslotenen hebben altijd de mogelijkheid om, na het doorlopen van
de voor hen openstaande klachtenprocedures, een klacht in te dienen bij de Nationale ombudsman of de
Kinderombudsman.
3.4.1 Klachtmogelijkheden voor justitiabelen
õõ Rechtsgangvervoer
Naar aanleiding van het door de parketpolitie uitgevoerde rechtsgangvervoer kunnen justitiabelen een klacht
indienen bij de klachtencommissie van de regiopolitie waarvan de desbetreffende parketpolitie deel uitmaakt.
Justitiabelen kunnen niet klagen naar aanleiding van het door DV&O uitgevoerde rechtsgangvervoer nu de
klachtenregeling van DV&O niet blijkt open te staan voor ingeslotenen.101
õõ Inrichtingsvervoer
Gedetineerden kunnen op grond van artikel 60 Pbw bij de beklagcommissie van de inrichting klagen over
alle hen betreffende door of namens de directeur genomen beslissingen. Naar aanleiding van het door de
inrichting uitgevoerde inrichtingsvervoer kan een gedetineerde dan ook een klacht indienen bij voornoemde
beklagcommissie. De mogelijkheid om te klagen bij de beklagcommissie van de inrichting lijkt soms ook
open te staan voor een door DV&O uitgevoerd transport (zie par. 2.2.2 voor een nadere toelichting over deze
zogenaamde ‘lange arm constructie’). Indien geen klacht kan worden ingediend bij de beklagcommissie van
de inrichting over het door DV&O uitgevoerde inrichtingsvervoer, staat ook geen klachtmogelijkheid open bij
DV&O nu de klachtencommissie aldaar geen klachten behandeld van ingeslotenen. Het ontbreken van een
eenduidige lijn heeft mogelijk ook te maken met het al dan niet ontvangen van klachten over feitelijk
handelen tijdens het vervoer. Feitelijk handelen is in beginsel niet beklagwaardig. Het is de vraag of feitelijk
handelen tijdens het vervoer wel beklagwaardig is nu het tijdens het vervoer voornamelijk gaat om dergelijke
handelingen (bijvoorbeeld toepassing van geweld en beveiligingsmaatregelen). Mogelijk dient bij klachten
over feitelijk handelen tijdens het vervoer aansluiting gezocht te worden bij hetgeen de memorie van
toelichting bij de Pbw zegt over feitelijk handelen tijdens de overbrenging naar een straf- of afzonderingscel:
    100 Zie ter illustratie de volgende uitspraken van de RSJ:11/0893/GA en 05/1433/GA.
    101 Zie ter illustratie de volgende uitspraken van de RSJ: 10/1245/GA en 09/1926/GA.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                      45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>“Veelvuldig komt het voor dat ter uitvoering van een beslissing tot plaatsing van een gedetineerde in een straf-
of afzonderingscel geweld moet worden gebruikt. De beslissing tot plaatsing omvat – al of niet uitdrukkelijk –
dan de uitvoering daarvan met alle gepaste middelen. Nu de wijze van uitvoering onlosmakelijk deel uitmaakt
van de beslissing, staat ook hiertegen beklag open.“102
Voor tbs-gestelden en strafrechtelijk ingesloten jeugdigen geldt een beperkter beklagrecht nu zij slechts bij
de beklagcommissie van de inrichting kunnen klagen over een limitatief aantal door of namens de directeur
genomen beslissingen.103 Tbs-gestelden kunnen daarnaast klagen over het in zijn geheel niet betrachten
van een zorgplicht door de directeur van de inrichting. De wijze waarop de directeur invulling geeft aan
zijn zorgplicht is overigens niet beklagwaardig. Voorgaande roept de vraag op in hoeverre Tbs-gestelden
en strafrechtelijk ingesloten jeugdigen in hun klachten over het inrichtingsvervoer zouden kunnen worden
ontvangen door de beklagcommissie bij de inrichting.104
De uitspraak van de beroepscommissie van de Raad van 4 mei 2012 (kenmerk 11/4345/GA) illustreert dat
vaak niet helder is bij welke instantie een ingeslotene kan klagen naar aanleiding van het vervoer.
Een gedetineerde klaagt in deze zaak over het handelen van DV&O medewerkers. De gedetineerde klaagt dat
er geen voorzorgsmaatregelen zijn genomen om te voorkomen dat hij geboeid het busje in moest stappen
terwijl hij slecht ter been is. Vervolgens is hij bij het instappen ten val gekomen. De gedetineerde heeft hierover
geklaagd bij de beklagcommissie van de inrichting waar hij verblijft. Deze hebben hem niet-ontvankelijk
verklaard in zijn beklag en doorverwezen naar DV&O. DV&O heeft zijn klacht echter niet in behandeling
genomen en de gedetineerde terugverwezen naar de beklagcommissie van de inrichting. De voorzitter van
de beklagcommissie heeft zich daaropvolgend onbevoegd verklaard. De gedetineerde gaat vervolgens tegen
deze uitspraak in beroep bij de RSJ en de beroepscommissie van de RSJ oordeelt dat het handelen van
DV&O in sommige gevallen kan worden aangemerkt als een door de directeur van de inrichting genomen
beslissing. De directeur van de inrichting heeft de opdracht gegeven aan DV&O om de gedetineerde naar het
ziekenhuis te brengen. Eventuele fysieke beperkingen kunnen een contra-indicaties vormen om bepaalde
beveiligingsmaatregelen te treffen. Het is echter niet gebleken dat door of namens de directeur enige bijzondere
zorg of aandacht is besteed aan het vervoer van de gedetineerde van wie de inrichting bekend moest zijn dat
hij slecht ter been was. Voornoemd verzuim van de directeur om een beslissing te nemen wordt ingevolge
artikel 60 Pbw gelijk gesteld met een door of namens de directeur genomen beslissing en de gedetineerde
wordt daarom ontvankelijk verklaard in zijn beklag.
De gedetineerde in de zaak zoals besproken in bovenstaand tekstkader is meerdere keren doorverwezen
naar een andere instantie. Uiteindelijk is de Raad via het verzuim van de directeur om een beslissing te
nemen, hetgeen beklagwaardig is, tot ontvankelijkheid van zijn klacht gekomen. Indien niet via deze weg tot
ontvankelijkheid kan worden gekomen en vervoerende instanties klachten van ingeslotenen blijven
terugverwijzen, zou mogelijk een ‘lange-arm-constructie’  kunnen worden toegepast zolang er geen wettelijke
regeling van klachtrecht voor ingeslotenen in vervoerskwesties is.
õõ Plaatsings- en overplaatsingsvervoer
Justitiabelen kunnen geen klacht indienen naar aanleiding van het door DV&O uitgevoerde plaatsings-
    102 Kamerstukken II 1994-95, 24 263, nr. 3, p. 72 e.v.
    103 Artikel 56 Bvt respectievelijk artikel 65 Bjj.
    104 Zie ter illustratie de volgende uitspraken van de RSJ: 11/0744/TA en 02/0336/TA.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                      46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>en overplaatsingsvervoer nu de klachtenregeling van DV&O niet openstaat voor ingeslotenen.105 Ook de
bezwaarschriftenprocedure van artikel 17 Pbw ten aanzien van een overplaatsing is niet van toepassing op het
vervoer.
õõ Goederenvervoer
Het goederenvervoer vindt plaats naar aanleiding van een plaatsing of overplaatsing. In paragraaf 2.8 is gesteld
dat de schade die ontstaat tijdens het transport van goederen vanaf het moment van aankomst en tekenen
voor ontvangst van het transport in de ontvangende inrichting, voor rekening van de ontvangende inrichting
komt. Tot die tijd kan een klacht worden ingediend bij de beklagcommissie van de verzendende inrichting. Na
het tekenen voor ontvangst van de goederen kan de justitiabele een klacht indienen bij de beklagcommissie
van de ontvangende inrichting.
3.4.2 Klachtmogelijkheden voor civielrechtelijk ingesloten jeugdigen
Civielrechtelijk ingesloten jeugdigen kunnen geen klacht indienen naar aanleiding van al het door DV&O
uitgevoerde vervoer nu de klachtenregeling van DV&O niet openstaat voor ingeslotenen.
Naar aanleiding van al het door de inrichting of de voogd van de jeugdige uitgevoerde vervoer kan de jeugdige
een klacht indienen bij de klachtencommissie van het desbetreffende Bureau Jeugdzorg.
Een klacht indienen bij de klachtencommissie van de gesloten jeugdzorginstelling is (nog) niet mogelijk
nu de beslissingen waartegen de jeugdige kan klagen zich op grond van artikel 29w Wjz beperken tot
maatregelen die de vrijheid van de jeugdige in de inrichting aantasten. In de aanpassing van de Wet op de
Jeugdzorg wordt de directeur van de inrichting verantwoordelijk gesteld voor het opleggen van beperkende
maatregelen tijdens het vervoer.106 Nu de directeur verantwoordelijk is zal daartegen (na wijziging van de wet)
een klacht op grond van artikel 29w WJz kunnen worden ingediend en eventueel beroep op grond van artikel
29y WJz. Daartoe zal dan echter wel artikel 29w WJz dienen te worden aangepast, nu dit artikel alleen ziet op
beperkende maatregelen die binnen de accommodatie zijn opgelegd.
3.4.3 Klachtmogelijkheden voor vreemdelingen
õõ Rechtsgangvervoer
Naar aanleiding van het door de parketpolitie uitgevoerde rechtsgangvervoer kunnen vreemdelingen een
klacht indienen bij de klachtencommissie van de regiopolitie waarvan de desbetreffende parketpolitie
deel uitmaakt. Vreemdelingen kunnen niet klagen naar aanleiding van het door DV&O uitgevoerde
rechtsgangvervoer nu de klachtenregeling van DV&O niet openstaat voor ingeslotenen.
õõ Inrichtingsvervoer
Vreemdelingen die verblijven in vreemdelingenbewaring kunnen naar aanleiding van het door de inrichting
uitgevoerde inrichtingsvervoer een klacht indienen bij de beklagcommissie behorende bij de verzendende
inrichting. Deze mogelijkheid lijkt in bepaalde gevallen ook open te staan voor het door DV&O uitgevoerde
inrichtingsvervoer (zie par. 2.2.2 voor een nadere toelichting over deze ‘lange arm constructie’). In paragraaf
3.4.1 is echter al gebleken dat hier onduidelijkheid over bestaat.
Vreemdelingen die verblijven in grensdetentie hebben een beperkter beklagrecht. Het Reglement regime
grenslogies kent een eigen klachtenregeling. Op basis van deze klachtenregeling kan slechts worden geklaagd
over plaatsing in afzondering, weigering van bezoek, ontneming van bepaalde voorwerpen en iedere andere
    105 Zie ter illustratie de volgende uitspraken van de RSJ: 10/1245/GA en 09/1926/GA.
    106 Wetsvoorstel Vervoer en verblijf in een gerechtsgebouw in de gesloten jeugdzorg, Stcrt. 2011, 6969.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                      47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>door of namens de directeur opgelegde maatregel waarbij wordt afgeweken van wettelijke voorschriften en
voor zover deze verband houden met het verblijf in het grenslogies. Er lijkt voor vreemdelingen die verblijven
in grensdetentie dus geen klachtmogelijkheid open te staan over het inrichtingsvervoer.
õõ Presentatie- en uitzettingsvervoer
Vreemdelingen kunnen niet klagen over het door DV&O uitgevoerde presentatie- en uitzettingsvervoer nu de
klachtenregeling van DV&O niet openstaat voor ingeslotenen.
Indien het uitzettingsvervoer wordt uitgevoerd door de Koninklijke Marechaussee kan de vreemdeling een
klacht indienen bij de klachtencommissie behorende bij deze instantie.
õõ Goederenvervoer
Naar aanleiding van het goederenvervoer dat plaatsvindt in het kader van een overplaatsing kan de
in vreemdelingenbewaring verblijvende vreemdeling een klacht indienen bij de beklagcommissie
van de verzendende dan wel de ontvangende inrichting (zie paragraaf 3.4.1). Naar aanleiding van
het goederenvervoer in het kader van een uitzetting kan de vreemdeling een klacht indienen bij de
klachtencommissie van de uitvoerende instantie. Indien het vervoer is uitgevoerd door DV&O staat deze
mogelijkheid niet open nu DV&O geen klachten van ingeslotenen zegt te behandelen. Voor vreemdelingen
die verblijven in grensdetentie geldt deze beklagmogelijkheid niet, aangezien zij op grond van het Reglement
regime grenslogies een beperkter beklagrecht hebben.
3.4.4 De hiaten in de klachtmogelijkheden
In beginsel geldt voor alle ingeslotenen dat zij niet kunnen klagen over de door DV&O uitgevoerde
transporten. Uit de gesprekken met respondenten blijkt dat de klachtenprocedure van DV&O niet openstaat
voor burgers die zijn ingesloten. Dit is in strijd met de Awb. Er is geen beklagcommissie samengesteld uit de
CvT bij DV&O. Slechts in geval van het door DV&O uitgevoerde inrichtingsvervoer, is er soms beklag mogelijk
bij de beklagcommissie van de inrichting.
Voor Tbs-gestelden, civielrechtelijk- en strafrechtelijk ingesloten jeugdigen en vreemdelingen die verblijven
in grensdetentie bestaan daarnaast nog extra hiaten in de klachtmogelijkheden. Het beklagrecht bij de
beklagcommissies behorende bij deze inrichtingen is beperkt van aard, met als gevolg dat deze ingeslotenen
vaak niet zullen worden ontvangen in hun klachten over het inrichtingsvervoer, hetgeen ook blijkt uit de
jurisprudentie. Gedetineerden en vreemdelingen die verblijven in vreemdelingenbewaring kunnen op grond
van de Pbw wel klagen over het inrichtingsvervoer.
3.5 Samenvatting en conclusie
Juist omdat ingesloten zijn gelijk staat aan algehele onvrijheid, en de ingeslotene zich ook tijdens het vervoer
in een afhankelijke positie bevindt ten opzichte van zijn vervoerders, is het van belang dat er voldoende
toezicht is op het vervoer en dat in alle gevallen een klachtmogelijkheid open staat voor de ingeslotenen.
Wat betreft het vervoer van ingeslotenen lijkt het vooral te ontbreken aan daadwerkelijk toezicht op de
praktijk. De CvT’s bij de inrichtingen houden geen toezicht op het vervoer, maar slechts in de inrichtingen.
Opvallend is dat beklagcommissies behorende bij de inrichtingen klachten naar aanleiding van het
(inrichtings)vervoer vaak wel in behandeling nemen.
De CvT bij DV&O is de instantie die toezicht houdt op alle vervoersbewegingen die vallen onder de
verantwoordelijkheid van DJI. Het vervoer van de civielrechtelijk ingesloten jeugdigen valt hier niet onder.
Daarnaast geldt voor zowel de CvT bij DV&O als de ISt dat het terrein waarop zij toezicht houden zo groot
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                          48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>is dat het de vraag is of zij voldoende toezicht kunnen houden op het vervoer om eventuele problemen en
misstanden tijdig te signaleren.
Het toezicht op het vervoer van vreemdelingen behoort in de meeste gevallen toe aan de CITT. De taak van
de commissie is gedefinieerd als het houden van toezicht op het totale terugkeerproces van vreemdelingen
en dus ook op het rechtsgangvervoer, het presentatievervoer en het uitzettingsvervoer. Uit het toezichtkader
volgt daarnaast dat ook de terugkeer van geweigerde vreemdelingen onder dit toezicht valt. Het is niet helder
of ook het inrichtingsvervoer en het plaatsings- en overplaatsingsvervoer van vreemdelingen onder het
terugkeerproces en dus het toezicht van de CITT vallen.
Ingeslotenen hebben niet in alle gevallen toegang tot een rechtsprekende en onafhankelijke
klachtenprocedure en soms is er in zijn geheel geen klachtmogelijkheid. De klachtenprocedures van de bij
het vervoer betrokken instanties verschillen sterk van elkaar. De klachtencommissies bij DV&O, de politie,
de Koninklijke Marechaussee en Bureau Jeugdzorg hebben geen rechtsprekende taak, zij kunnen slechts
adviezen uitbrengen. Dit betekent dat er geen beroep openstaat voor de ingeslotenen.
In beginsel geldt daarnaast voor alle ingeslotenen dat zij niet kunnen klagen over de door DV&O
uitgevoerde transporten.107 Alleen als DV&O het inrichtingsvervoer uitvoert, is er soms beklag mogelijk bij de
beklagcommissie bij de inrichting.
Voor tbs-gestelden, civielrechtelijk- en strafrechtelijk ingesloten jeugdigen en vreemdelingen die verblijven in
grensdetentie bestaan wegens een beperkt beklagrecht daarnaast nog extra hiaten in de klachtmogelijkheden
naar aanleiding van het vervoer.
    107 De in 2010 bij DV&O ingestelde CvT richt zich vooralsnog uitsluitend op het houden van toezicht nu er nog geen wettelijke basis is
        voor het behandelen van klachten.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                     49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                               50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>4. Aanbevelingen
Ingeslotenen bevinden zich in een afhankelijke en dus kwetsbare positie. Een goede rechtsbescherming
dient dan ook gewaarborgd te zijn. Deze rechtsbescherming is verankerd in de op ingeslotenen van
toepassing zijnde wetgeving.108 Er is echter weinig specifieke wet- en regelgeving te vinden over het vervoer
van ingeslotenen, terwijl deze groep zich juist ook tijdens het vervoer in een afhankelijke positie bevindt en
haar rechtspositie dus gewaarborgd dient te zijn. Regelgeving ten aanzien van de verantwoordelijkheden
en bevoegdheden in het kader van dit vervoer, de mogelijkheid tot beklag, beroep en toezicht, maar ook de
randvoorwaarden voor het vervoer van de verschillende groepen ingeslotenen is vaak niet helder. Dit maakt
het vervoer voor alle betrokkenen en met name voor ingeslotenen ondoorzichtig en deze ondoorzichtigheid
leidt in de praktijk tot ongewenste situaties.
De Raad doet hierbij aanbevelingen voor verbetering van de wet- en regelgeving en de algehele uitvoering
van het vervoer van ingeslotenen en hun goederen. Deze aanbevelingen zijn gericht op het vervoer van alle
in dit advies besproken groepen ingeslotenen. Een aantal aanbevelingen is eerder ook door de ISt gedaan in
haar inspectierapport Themaonderzoek gedetineerdenvervoer uit 2006.109 De aanbevelingen betreffen de in dit
advies naar voren gekomen knelpunten. Onderbouwing vindt plaats vanuit de van toepassing zijnde wettelijke
bepalingen, de normen afkomstig van het CPT110, de European Prison Rules en de beginselen van goede
bejegening zoals deze zijn geformuleerd door de Raad111. Deze kaders van regelgeving en beginselen hebben
gemeenschappelijk dat zij beogen de periode van insluiting fatsoenlijk en naar algemeen geldende normen te
doen plaatsvinden. Voor het vervoer van ingeslotenen moet dat naar het oordeel van de Raad niet anders zijn.
4.1 Wet- en regelgeving
Het rechtsburgerschap van ingeslotenen veronderstelt een aantal juridische uitgangspunten die het
fundament vormen voor hun rechtspositie. Het algemene uitgangspunt moet zijn dat de overheid zich ten
aanzien van de door haar gemaakte inbreuken op de vrijheid van burgers expliciet en concreet dient te
legitimeren en dat zij zich dus in beginsel niet bij voorbaat gelegitimeerd mag achten.112 Voor wat betreft het
vervoer van ingeslotenen is de bevoegdheidsgrondslag neergelegd in de wet. In de wet zijn bevoegdheden en
verantwoordelijkheden niet nader uitgewerkt. Wel is opgenomen dat er ten aanzien van de overbrenging van
ingeslotenen nadere regels kunnen worden gesteld. De Raad constateert in dit advies dat deze nadere regels
in veel gevallen wel gesteld zijn, maar zijn opgenomen in verouderde circulaires die bovendien mogelijk
geen rechtskracht meer hebben. Uit de ‘Aanwijzing voor de regelgeving’ volgt dat voor het vastleggen van
regelgeving terughoudend gebruik dient te worden gemaakt van circulaires.113 Circulaires worden op grond
van deze aanwijzing slechts gebruikt voor het verstrekken van informatie. In een aantal gevallen zijn er
überhaupt geen nadere regels gesteld en ontbreekt het dus aan regelgeving.
De Raad meent dat regelgeving omtrent het vervoer van ingeslotenen dient te worden vervat in een Algemene
Maatregel van Bestuur (AMvB) en/ of een ministeriële regeling. Een AMvB en/ of een ministeriële regeling
bieden een betere waarborg voor toegankelijkheid en openbaarheid van de regelgeving.
    108 Dit zijn de Penitentiaire beginselenwet, Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden, Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen,
        Wet op de jeugdzorg en de Vreemdelingenwet.
    109 Inspectie voor de Sanctietoepassing 2006.
    110 Het Comité ter Voorkoming van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing is het orgaan dat optreedt op
        grond van het Europees Verdrag tegen foltering en onmenselijke behandeling en vernedering, waar Nederland partij bij is.
    111 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Goed bejegenen, Beginselen voor het omgaan met ingeslotenen, Den Haag,
        2010. De beginselen kunnen analoog worden toegepast op het vervoer van vreemdelingen en jeugdigen in gesloten jeugdzorg. De
        Raad verwijst hier volledigheidshalve ook naar de behoorlijkheidscriteria zoals deze zijn opgesteld door de Nationale ombudsman.
    112 Kelk 2008.
    113 Stcrt. 1992, 230, laatstelijk gewijzigd bij besluit van 1 april 2011, Stcrt. 2011, 6602.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                            51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>De eis van legitimiteit is ook te vinden in het door de Raad geformuleerde beginsel van legitieme of wettelijke
tenuitvoerlegging.114 Volgens dit beginsel is een adequate wettelijke regeling als grondslag nodig voor het
inrichten en tenuitvoerleggen van vrijheidsbeneming en beperking. Een adequate regeling garandeert het
bestaan van algemene regelgeving in plaats van (een veelheid aan) incidentele beslissingen. Daarnaast
zorgt ze ervoor dat ingeslotenen weten welke regels er gelden en dat er verantwoording wordt afgelegd voor
genomen beslissingen jegens de individuele ingeslotene. Ingeslotenen dienen zowel te weten hoe de regels
luiden, als waarom deze in hun situatie worden toegepast.
De Raad dringt er dan ook op aan een aantal onderwerpen over het vervoer meer expliciet in de wet te
regelen. Dit geldt in het bijzonder voor verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Daarmee wordt onder
meer de kans op discussies over verantwoordelijkheden en beslissingsbevoegdheden (bijvoorbeeld over het
toepassen van beveiligingsmaatregelen) aanmerkelijk kleiner. Nadere regels over het vervoer van ingeslotenen
kunnen vervolgens worden uitgewerkt in een AMvB en/ of ministeriële regeling.
Aanbevelingen:
I.    Leg bevoegdheden en verantwoordelijkheden vast in wet- en regelgeving en maak deze inzichtelijk voor
      alle bij het vervoer betrokken partijen.
II.   Zorg ervoor dat er (altijd) een onafhankelijke klachtenprocedure openstaat voor alle ingeslotenen die
      worden vervoerd.
III. Zorg dat er ten aanzien van alle vormen van vervoer onafhankelijk en doelmatig toezicht bestaat.
IV. Zorg dat de uitvoering van het vervoer voldoet aan vooraf vastgestelde randvoorwaarden en dat deze
      aansluit bij de aard van de te vervoeren ingeslotene (‘vervoer op maat’).
V.    Werk op integrale wijze aan de uitvoering van bovenstaande aanbevelingen, zodat wet- en regelgeving op
      een samenhangende en consistente manier voor het gehele vervoersveld tot stand komen.
In de volgende paragrafen worden deze vijf aanbevelingen verder uitgewerkt in subaanbevelingen en wordt
onder meer ingegaan op de praktische toepassing.
4.2 Verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden
De Raad constateert in dit advies dat het niet altijd duidelijk is bij welke partij de verantwoordelijkheid voor
een vervoersbeweging ligt. Verantwoordelijkheden worden afwisselend neergelegd bij de opdrachtgevende,
de aanvragende, dan wel de uitvoerende partij. Nog onduidelijker wordt het als een uitvoerende instantie
een vervoersopdracht, vaak op basis van een convenant, doorspeelt aan een andere uitvoerende instantie. In
een aantal situaties is niet helder welke instantie het vervoer dient uit te voeren. Dit is onder meer het geval
wanneer een gedetineerde op de dag van zijn ontslag met een rechterlijke machtiging (voor gedwongen
opname) overgebracht moet worden naar een psychiatrisch ziekenhuis. Het is daarnaast vaak onduidelijk
wie bevoegd is te beslissen over het toepassen van beveiligingsmaatregelen voorafgaand en tijdens het
vervoer. Ook bestaat onduidelijkheid over de vraag welke beveiligingsmaatregelen toegepast mogen worden
en vindt er niet altijd een belangenafweging plaats. Tot slot constateert de Raad dat het in sommige situaties
     114 Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming 2010, p. 17.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                  52
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>onduidelijk is wie er bevoegd is tot het opleggen van een disciplinaire straf of ordemaatregel naar aanleiding
van ongeregeldheden tijdens het vervoer.
Deze problematiek ontstaat onder meer door het ontbreken van een adequate (wettelijke) regeling als basis
voor het toepassen van bevoegdheden bij het vervoer van ingeslotenen. Dit maakt dat het daarnaast diffuus is
in hoeverre het vervoer plaatsvindt met toepassing van de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit,
zodat willekeur wordt vermeden.115 De Raad zal hierna een aantal subaanbevelingen doen ter verduidelijking
van de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
Algemene verantwoordelijkheidsverdeling
De Raad beveelt aan om de verantwoordelijkheden ten aanzien van het vervoer op te splitsen. De
opdrachtgevende partijen, zoals het Openbaar Ministerie of de RSJ, dienen naar het oordeel van de Raad in
dit kader geen verantwoordelijkheid toebedeeld te krijgen omdat deze partijen slechts in zeer beperkte mate
zijn betrokken bij het vervoer. De verantwoordelijkheden moeten volgens de Raad daarom komen te liggen
bij de partijen die een wezenlijke rol spelen bij het vervoer, te weten de directeur van de inrichting waar de
ingeslotene verblijft en de degene die het vervoer uitvoert.116 De verdeling van deze verantwoordelijkheden en
bevoegdheden zal hierna verder worden uitgewerkt.
Aanvraag van het vervoer en toepassen van beveiligingsmaatregelen
De Raad beveelt ten eerste aan voor alle vervoersbewegingen expliciet te regelen wie deze dient uit te voeren,
nu hierover in een aantal situaties onduidelijkheid bestaat.
Voor alle vervoersbewegingen van ingeslotenen ligt naar het oordeel van de Raad een verantwoordelijkheid
bij de directeur van de zendende inrichting. Hij dient het vervoer aan te vragen en hierbij eventuele
bijzonderheden die betrekking hebben op dit vervoer van de ingeslotene te vermelden.117 De Raad beveelt
daarom aan deze verantwoordelijkheid expliciet neer te leggen bij de inrichtingsdirecteur.
Daarnaast beveelt de Raad aan om in het kader van alle vervoersbewegingen de bevoegdheid tot het nemen
van beslissingen over het soort beveiligingsmaatregelen aan de inrichtingsdirecteur toe te kennen. De
directeur van de inrichting kent de ingeslotene en weet daarom welke beveiligingsmaatregelen er tijdens het
vervoer nodig zijn. Hij is dan ook de aangewezen persoon om hierover te beslissen. Hij moet hierbij altijd
een belangenafweging maken en de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit toepassen. Hier dient
het uitgangspunt ‘nee, tenzij...’ te gelden. Bij de aanwending van vrijheidsbeperkende middelen staat het
noodzakelijkheidsvereiste altijd voorop. Er worden tijdens het vervoer dus slechts beveiligingsmaatregelen
toegepast voor zover deze nodig zijn.118 Daarnaast moeten in het bijzonder de wettelijke bepalingen in
acht worden genomen waarin voor specifieke groepen ingeslotenen beperkingen worden gesteld aan de
toepassing van beveiligingsmaatregelen, zoals in het bijzonder bij civielrechtelijk ingesloten jeugdigen en
vreemdelingen.
De directeur moet niet verantwoordelijk worden gehouden voor de wijze waarop de vervoerders de
beveiligingsmaatregelen toepassen. De Raad is van oordeel dat de vervoerders zelf verantwoordelijk moeten
zijn voor het inspelen op de bij de aanvraag door de inrichtingsdirecteur vermelde bijzonderheden,
    115 Zie ook het beginsel van legitieme of wettelijke tenuitvoerlegging en het beginsel van minimale beperkingen: Raad voor Strafrechtsto-
        epassing en Jeugdbescherming 2010, p. 17 & 25.
    116 Bij vervoer vanaf een politiebureau naar een inrichting kan de Pbw naar het inzien van de Raad analoog worden toegepast en het
        desbetreffende politiebureau dus als ‘verzendende’ inrichting worden beschouwd.
    117 Hier valt ook te denken aan informatie over de ingeslotene die van belang is voor de ontvangende inrichting, bijvoorbeeld bij het ver-
        voer van een bolletjesslikker.
    118 Deze redenering volgt ook uit de rechtspraak van het EHRM, zie hiervoor onder meer de zaak: EHRM 14 november 2002, Mouisel
        tegen Frankrijk (klachtnummer 67263/01), par. 47.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                       53
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>de wijze van toepassing van de door de directeur aangewezen beveiligingsmaatregelen en de
beveiligingsmaatregelen die de vervoerder onderweg zelf besluit te nemen, bijvoorbeeld naar aanleiding van
ongeregeldheden.
Het in alle gevallen aanwezig zijn van vervoerders bij het medisch onderzoek lijkt in strijd te zijn met artikel
8 EVRM en de geneeskundige behandelovereenkomst. Er moet dan ook nader worden geregeld in welke
situaties deze beginselen ter zijde geschoven mogen worden.
Subaanbevelingen:
1.   Leg voor alle vervoersbewegingen vast welke instantie deze dient uit te voeren.
2.   Leg de verantwoordelijkheid voor het aanvragen van het feitelijke vervoer bij de directeur van de
     (betreffende) inrichting.
3.   Regel dat bij het aanvragen van het vervoer eventuele bijzonderheden zoals lichamelijke en psychische
     klachten en/of medicijngebruik door de inrichting worden doorgegeven aan de vervoerder.
4.   Regel dat de vervoerder verantwoordelijk is voor het inspelen op de door de directeur van de inrichting
     doorgegeven bijzonderheden.
5.   Leg de beslissingsbevoegdheid en verantwoordelijkheid voor het toepassen van beveiligingsmaatregelen
     bij de directeur van de (zendende) inrichting.
6.   Leg vast dat de vervoerder zelf verantwoordelijk is voor beslissingen die hij neemt ten tijde van het vervoer.
7.   Regel dat ten aanzien van alle beslissingen betreffende het toepassen van beveiligingsmaatregelen,
     dus zowel voorafgaand als tijdens het vervoer, een belangenafweging plaatsvindt en de beslissing
     tot het toepassen van beveiligingsmaatregelen schriftelijk wordt gemotiveerd (bijvoorbeeld aan de
     hand van een checklist). Het uitgangspunt dient te zijn ‘geen beveiligingmaatregelen, tenzij…’. Indien
     wel beveiligingsmaatregelen worden toegepast, dient de toepassing hiervan niet zwaarder dan strikt
     noodzakelijk te zijn.
8.   Het uitgangspunt bij het medisch onderzoek dient te zijn dat het plaatsvindt in afwezigheid van de
     vervoerders. Regel daarom in welke situaties hierop een uitzondering kan worden gemaakt. Hetzelfde
     geldt voor het gebruik van handboeien bij het medisch onderzoek. Indien beveiligingsmaatregelen worden
     toegepast, dienen deze niet zwaarder dan strikt noodzakelijk te zijn.
Eten, drinken en medicijnen
De directeur van de zendende inrichting moet naar het oordeel van de Raad altijd verantwoordelijk worden
gehouden voor het voorafgaand aan het vervoer meegeven van eten, drinken en medicijnen. De vervoerder
dient deze spullen aan te nemen en er verder zorg voor te dragen. De ingeslotene dient op de gebruikelijke
tijden een maaltijd te kunnen nuttigen. Indien gewenst dient de ingeslotene daarnaast ook tijdens het vervoer
te kunnen beschikken over drinken.
Subaanbevelingen:
9.   Leg vast dat de directeur van de inrichting verantwoordelijk is voor het aan de vervoerder meegeven van
     drinken, eten en medicijnen.
10. Regel dat alle vervoerders geacht worden voornoemde zaken mee te nemen en er verder zorg voor te
     dragen.
11. Regel dat de ingeslotene op de gebruikelijke tijden een maaltijd kan nuttigen.
12. Regel dat de ingeslotene kan beschikken over drinken tijdens het vervoer.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                          54
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Opleggen van een disciplinaire straf of ordemaatregel
Tijdens het vervoer kunnen zich feiten voordoen die onverenigbaar zijn met de tenuitvoerlegging van de
vrijheidsbeneming. De Raad beveelt aan om de bevoegdheid tot het opleggen van een disciplinaire straf of
ordemaatregel naar aanleiding van dergelijke feiten (aan ingeslotenen ten aanzien van wie de Pbw, Bvt of de
Bjj geldt) toe te kennen aan de directeur van de inrichting waar de ingeslotene verblijft. Een uitzondering op
deze regel is het opleggen van een disciplinaire straf of ordemaatregel naar aanleiding van het plaatsings- en
overplaatsingsvervoer. In dat geval ligt het voor de hand de bevoegdheid tot het opleggen van een disciplinaire
straf of ordemaatregel bij de ontvangende inrichting te leggen.
Subaanbevelingen:
13. Leg vast dat de directeur van de inrichting waar de tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming plaatsvindt
     bevoegd is een disciplinaire straf op te leggen naar aanleiding van feiten die hebben plaatsgevonden
     tijdens het vervoer die onverenigbaar zijn met de ongestoorde tenuitvoerlegging van de vrijheidsbeneming
     (aan ingeslotenen voor wie de Pbw, Bvt of de Bjj geldt).
4.3 Goederenvervoer
Voor het vervoer van goederen van ingeslotenen in het kader van een overplaatsing naar een andere inrichting
is de directeur van de zendende inrichting verantwoordelijk is tot het moment dat door de ontvangende
inrichting voor ontvangst is getekend.
De Raad constateert dat, ondanks het bestaan van duidelijke regelgeving over verantwoordelijkheden, er met
regelmaat goederen vermist worden of beschadigd raken. Door het ontbreken van een eenduidige procedure
in de verzendende en/ of ontvangende inrichtingen zijn de consequenties hiervan niet altijd goed te
beoordelen of te herleiden. De Raad doet daarom enkele aanbevelingen om onder meer de registratie rondom
het goederenvervoer te verbeteren.
De Raad beveelt aan om de goederen in te pakken in het bijzijn van de ingeslotene en alle goederen te
vermelden op een inpaklijst die wordt getekend door zowel de ingeslotene als een medewerker van de
inrichting. Indien deze werkwijze niet mogelijk is (bijvoorbeeld omdat de ingeslotene direct vanuit de
straf- of afzonderingscel wordt overgeplaatst) dient voor voldoende waarborg de inpaklijst door ten minste
twee medewerkers te worden getekend. De doos met goederen dient vervolgens te worden verzegeld. De
ingeslotene moet bij aankomst van de goederen in de ontvangende inrichting de gelegenheid krijgen de
goederen te controleren voor hij tekent voor ontvangst. In het kader van een uitzetting moet de Koninklijke
Marechaussee naar het oordeel van de Raad als ‘ontvangende partij’ worden beschouwd. De Raad beveelt
daarnaast aan de goederen te vervoeren in daarvoor bestemde plastic bakken om teneinde beschadiging te
voorkomen.
Ten behoeve van een meer efficiënte registratie en controle adviseert de Raad gebruik te maken van een
digitaal ‘tracking & tracingsysteem’, opdat altijd bekend is waar de goederen zich bevinden. Daarnaast is het
van belang dat de inrichting waarheen de ingeslotene is overgeplaatst zo spoedig mogelijk een melding maakt
bij DV&O als de ingeslotene vóór hij zijn goederen heeft ontvangen alweer wordt overgeplaatst naar een
andere inrichting. De Raad is van oordeel dat het vervoer van de goederen maximaal een week in beslag zou
moeten nemen, aangezien de ingeslotene er gedurende die tijd niet over kan beschikken.
Subaanbevelingen:
14. De goederen dienen in de verzendende inrichting te worden ingepakt in het bijzijn van de ingeslotene. De
     goederen moeten worden vermeld op een inpaklijst die wordt getekend door zowel de ingeslotene als een
     medewerker van de inrichting.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                           55
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>15. De doos dient te worden verzegeld.
16. De ingeslotene dient bij aankomst van de goederen in de ontvangende inrichting of bij de Koninklijke
     Marechaussee de gelegenheid te krijgen de goederen te controleren voor hij tekent voor ontvangst.
17. Ter voorkoming van beschadiging van de goederen beveelt de Raad aan de goederen te vervoeren in
     plastic bakken in plaats van in kartonnen dozen.
18. Voer een digitaal tracking & tracingsysteem in, zodat altijd bekend is waar de goederen zich bevinden.
19. Regel dat de inrichting waarheen de ingeslotene is overgeplaatst zo spoedig mogelijk aan de uitvoerende
     instantie doorgeeft dat de ingeslotene vóór hij zijn goederen heeft ontvangen opnieuw is overgeplaatst naar
     een andere inrichting.
20. Zorg ervoor dat het vervoer van de goederen maximaal één week in beslag neemt.
4.4 Klacht- en beroepsmogelijkheden
De Raad constateert dat er voor klachten over het vervoer niet altijd een volwaardige klachtenprocedure
openstaat voor ingeslotenen of dat er überhaupt geen klachtenregeling is. Ingeslotenen dienen echter ook
bij vervoersaangelegenheden de gelegenheid te hebben om rechtens op te komen tegen hen betreffende
individueel genomen beslissingen.119
Voorwaarden voor een volwaardige klachtenprocedure
De Raad beveelt aan zorg te dragen voor een volwaardige klachtenprocedure voor alle ingeslotenen naar
aanleiding van het vervoer. De klachtenprocedure dient naar het oordeel van de Raad aan hogere eisen te
voldoen dan een standaard klachtenprocedure voor de vrije burger, nu ingesloten zijn gelijk staat aan algehele
onvrijheid. Een volwaardige klachtenprocedure moet volgens de Raad aan een aantal eisen voldoen. Zo
moet de klachtencommissie zijn samengesteld uit leden die onafhankelijk functioneren van de betreffende
instantie. Deze onafhankelijke klachtencommissie moet niet slechts een advies over de klachtafhandeling
kunnen uitbrengen, maar een rechtsprekende functie hebben. Volwaardig klachtrecht houdt daarnaast in
dat er een beroepsmogelijkheid is bij een onafhankelijke instantie die ook weer een bindende uitspraak
doet. De Raad beveelt aan om één instantie aan te wijzen voor het behandelen van alle beroepszaken ten
aanzien van het in dit advies besproken vervoer. Dit biedt een betere waarborg voor de rechtszekerheid en de
ontwikkeling van eenduidige jurisprudentie. Een groot gedeelte valt nu al onder de competentie van de RSJ.
Het ligt daarom voor de hand om alle beroepszaken naar aanleiding van het vervoer onder de competentie
van de RSJ te brengen. Tot slot moet het voor een ingeslotene duidelijk zijn op welke wijze hij waar kan klagen
en hoe hij beroep kan instellen. De klachtenregeling moet dus openbaar en voldoende toegankelijk zijn voor
ingeslotenen.
Subaanbevelingen:
21. Leg vast dat alle instanties die een verantwoordelijkheid dragen voor het vervoer van ingeslotenen een
     volwaardige klachtenprocedure opstellen voor deze ingeslotenen.
22. Regel waaraan een dergelijke klachtenprocedure zou moeten voldoen. Een klachtenprocedure dient in
     ieder geval aan de volgende eisen te voldoen:
     a.   De leden van de commissie staan onafhankelijk tot de instantie;
     b.   de klachtencommissie dient recht te kunnen spreken;
     c.   er staat een beroepsmogelijkheid open;
     d.   de klachtregeling is openbaar en kenbaar voor de ingeslotenen.
    119 Zie het beginsel van rechtsburgerschap: Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming 2010, p. 27.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                    56
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>De reikwijdte van het beklagrecht
De onderwerpen waarover ingeslotenen in de inrichtingen kunnen klagen zijn volgens de huidige wet- en
regelgeving afhankelijk van de titel waarop zij zijn ingesloten en de categorie waartoe zij behoren. Voor
gedetineerden en vreemdelingen die verblijven in vreemdelingenbewaring geldt op grond van de Pbw het
meest ruime beklagrecht. Voor tbs-gestelden, strafrechtelijk ingesloten jeugdigen, civielrechtelijk ingesloten
jeugdigen en vreemdelingen die verblijven in grensdetentie geldt op grond van de (respectievelijk) Bvt, Bjj,
Wjz en het Reglement regime grensdetentie een beperkter klachtrecht. Wat hier ook van zij, de Raad beveelt
aan om het in ieder geval mogelijk te maken dat alle ingeslotenen kunnen klagen naar aanleiding van het
vervoer. Nu klachten over het vervoer in veel gevallen betrekking zullen hebben op uitvoeringsbeslissingen, is
de Raad van oordeel dat ook deze uitvoeringsbeslissingen beklagwaardig dienen te zijn.
Subaanbevelingen:
23. Regel dat de ingeslotene over het vervoer kan klagen ten aanzien van een hem betreffende individueel
     (door een bij het vervoer betrokken instantie) genomen (uitvoerings)beslissing.
4.5 Toezicht
De Raad constateert dat het toezicht zich niet uitstrekt over alle vervoersbewegingen van ingeslotenen. Uit
de toezichtkaders van de instanties die toezicht houden op de tenuitvoerlegging in het algemeen volgt dat er
in de meeste gevallen toezicht kan worden gehouden door de CvT bij DV&O en door de ISt. De Raad vraagt
zich echter af in hoeverre toezicht op al die verschillende vervoersbewegingen in de praktijk realiseerbaar
is. De CvT bij DV&O blijkt verder slechts toezicht te houden op de vervoersbewegingen die vallen onder
de verantwoordelijkheid van DJI. Dit sluit toezicht op het vervoer door de politie en al het vervoer van
civielrechtelijk ingesloten jeugdigen en vreemdelingen die verblijven in grensdetentie uit. Op het vervoer door
de politie wordt vaak geen toezicht gehouden. De CvT’s bij de politiecellen houden in een aantal gevallen wel
toezicht op vervoer, maar dit toezicht richt zich alleen op het zogenaamde arrestantenvervoer. Op het vervoer
van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen kan met het wijzigen van de Wet op de Jeugdzorg in de toekomst ook
toezicht worden gehouden door de Inspectie Jeugdzorg.120 Op het vervoer van vreemdelingen lijkt bijna altijd
toezicht te kunnen worden gehouden door de Commissie Integraal Toezicht Terugkeer nu het toezichtkader
zich uitstrekt tot het gehele terugkeerproces. Het is echter onduidelijk of dit toezicht zich ook uitstrekt tot het
inrichtingsvervoer en het plaatsings- en overplaatsingsvervoer.
De Raad beveelt aan om de toezichtkaders van de verschillende toezichthoudende instanties uit te breiden tot
alle vervoersbewegingen. Dit betekent in het bijzonder een uitbreiding van het toezicht door de CvT bij DV&O.
Deze CvT dient naar het oordeel van de Raad toezicht te houden op alle vervoersbewegingen die worden
uitgevoerd door DV&O. Daarnaast beveelt de Raad aan om het toezicht van de CvT’s bij de inrichtingen
expliciet uit te breiden naar het door de inrichting uitgevoerde vervoer nu in de huidige bepalingen in de
beginselenwetten wordt gesteld dat de CvT’s bij de inrichtingen slechts toezicht houden op de wijze van
tenuitvoerlegging in de inrichting.
Subaanbevelingen:
24. Breid het toezichtkader van de CvT bij DV&O zodanig uit dat deze CvT toezicht houdt op alle door DV&O uit
     te voeren vervoersbewegingen.
25. Breid het toezichtkader van de CvT’s bij de inrichtingen zodanig uit dat deze CvT’s ook toezicht houden op
     het door de inrichting uitgevoerde vervoer.
    120 Wetsvoorstel Vervoer en verblijf in een gerechtsgebouw in de gesloten jeugdzorg, Stcrt. 2011, 6969.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                    57
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>26. Breid het toezichtkader van de Inspectie Jeugdzorg zodanig uit dat zij toezicht kan houden op al het vervoer
     van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen.
27. Regel dat er een toezichthoudende instantie komt voor vervoer van ingeslotenen dat wordt uitgevoerd door
     de politie.
28. Zorg dat helder is in hoeverre het toezicht door de CITT zich uitstrekt tot alle vervoersbewegingen van
     vreemdelingen.
4.6 Randvoorwaarden voor het vervoer
Naast de hiervoor besproken punten is er een aantal randvoorwaarden waaraan het vervoer van alle
ingeslotenen naar het oordeel van de Raad zou moeten voldoen. Een aantal belangrijke randvoorwaarden
wordt hierna besproken.
Beperk het vervoer
De Raad is van oordeel dat het vervoer van ingeslotenen waar mogelijk beperkt dient te worden. Het vervoer
kan, voor kwetsbare ingeslotenen in het bijzonder, extra spanning met zich mee brengen. Daarnaast wordt
de dagroutine van ingeslotenen door het vervoer vaak langdurig onderbroken en is er soms geen ruimte voor
een luchtmoment. Tot slot duren de ritten vaak lang doordat er ingeslotenen uit verschillende inrichtingen
moeten worden opgehaald en arriveren ingeslotenen regelmatig te vroeg of juist te laat op de rechtbank. De
Raad beveelt aan landelijk de mogelijkheden te verkennen om het vervoer van ingeslotenen te beperken en/
of de duur te verkorten. In dit kader wordt al wel naar oplossingen gezocht. Zo maakt DV&O, onder de naam
Pilot Vervoersknelpunten Noord, bij de rechtbanken Groningen, Leeuwarden en Assen sinds september 2011
gebruik van een transferium. Hier kunnen gedetineerden voor en na hun rechtszitting verblijven in daarvoor
geschikte ruimte.
Voor wat betreft het vervoer van civielrechtelijk ingesloten jeugdigen worden momenteel ook stappen
gemaakt. Op 1 januari 2011 is op initiatief van de kinderrechters van de rechtbank Alkmaar een pilot gestart
waarbij rechtszittingen ten aanzien van jeugdigen die verblijven in gesloten jeugdzorg op locatie worden
gehouden. Het vervoer van deze jeugdigen kan nu achterwege blijven en de ervaringen met de pilot zijn
positief.121 Een uitbreiding ligt dan ook wellicht voor de hand. Zoals eerder gesteld dienen civielrechtelijk
ingesloten jeugdigen in beginsel door de voogd of de inrichting te worden vervoerd.
Een andere mogelijkheid om het vervoer te beperken is het toepassen van telehoren. Telehoren maakt
het mogelijk vanuit de zittingszaal van de rechtbank een ingeslotene te horen via een directe beeld- en
geluidsverbinding. Dit wordt onder meer toegepast in het detentiecentrum Rotterdam.
Subaanbeveling:
29. Verken landelijk de mogelijkheden om het vervoer van ingeslotenen te beperken en/of de duur te verkorten.
Vervoer op maat
Het vervoer van ingeslotenen dient zo veel als mogelijk op maat gesneden te zijn. In de eerste plaats dient
het vervoer te zijn toegespitst op de categorie waartoe de ingeslotene behoort. Het is aan de aanvrager om
aan de uitvoerder van het vervoer de benodigde informatie te verschaffen. Zo vraagt bijvoorbeeld het vervoer
van vreemdelingen andere vaardigheden van het uitvoerend personeel dan het vervoer van strafrechtelijk
gedetineerden en zullen er tijdens het vervoer van jeugdigen naar verwachting andere maatregelen moeten
worden toegepast dan tijdens het vervoer van tbs-gestelden. Vervoerders dienen zich dit nadrukkelijk te
    121 Kaljee, Sikkes & Warmerdam  2012, p. 41.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                            58
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>realiseren en zorgvuldig in te spelen op voornoemde verschillen, bijvoorbeeld door extra opleidingseisen aan
het uitvoerend personeel te stellen. Daarnaast zou ook gekeken kunnen worden of het in bijzondere gevallen
bij het vervoer van jeugdigen mogelijk is om een groepsleider mee te laten reizen en bij het vervoer van tbs-
gestelden bijvoorbeeld een sociotherapeut. Dit is op grond van de wet en regelgeving nu al mogelijk, het is
alleen de vraag in welke mate hier in de praktijk gebruik van wordt gemaakt.
In de tweede plaats dient er rekening te worden gehouden met individuele omstandigheden. Zo dient de
vervoerder in overleg met de aanvrager van het vervoer onder meer rekening te houden met lichamelijke
beperkingen of klachten van de ingeslotene. De Raad refereert in dit kader aan het beginsel van
individualisering.122
Beveiliging
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) is van oordeel dat er sprake is van een schending van
artikel 3 van het EVRM als de beveiligingsmaatregelen die in het kader van het vervoer worden genomen niet
noodzakelijk zijn op grond van het gedrag van de ingeslotene of andere gevaarlijke omstandigheden en deze
meer vernederend zijn dan hetgeen inherent is aan de vrijheidsbeneming.123
Het uitgangspunt voor wat de toepassing van beveiligingsmaatregelen betreft, dient naar het oordeel van
de Raad te zijn: ‘geen beveiligingsmaatregelen, tenzij…’. De Raad verwijst hierbij ook naar het beginsel van
minimale beperkingen.124 Uit een gesprek met DV&O blijkt dat ook daar dit uitgangspunt inmiddels leidend is.
De Raad verwijst voor zijn aanbevelingen over dit punt naar pagina 54 van dit advies.
Eten, drinken en medicijnen
De Raad is van oordeel dat ingeslotenen tijdens het vervoer moeten kunnen beschikken over drinken. De
Raad verwijst voor zijn aanbevelingen over dit punt naar pagina 54 van dit advies.
Gescheiden vervoer van jeugd en volwassenen en van mannen en vrouwen
De Raad is van oordeel dat jeugdigen en volwassenen bij voorkeur in aparte voertuigen dienen te worden
vervoerd en verwijst hiervoor ook naar het EVRM. Op grond van het Verdrag Inzake de Rechten van het Kind
heeft ieder kind dat van zijn of haar vrijheid is beroofd er recht op te worden gescheiden van volwassenen
tenzij het in het belang van het kind wordt geacht dit niet te doen. Artikel 37 lid c van het Verdrag schrijft
uitdrukkelijk voor dat jeugdigen en volwassenen van elkaar moeten worden gescheiden. Hierop kan alleen
een uitzondering worden gemaakt wanneer het samenbrengen van de jeugdige met de volwassene in het
belang van de jeugdige is.
De Havana Rules125 bieden daarnaast een extra kader voor het vervoer van jeugdigen. Hierin wordt onder
meer gesteld dat het vervoer van jeugdigen moet plaatsvinden onder omstandigheden die de jeugdige niet
blootstelt aan ontberingen en vernedering. Daarnaast wordt in de Havana Rules gesteld dat jeugdigen niet
naar willekeur van de ene faciliteit naar de andere mogen worden vervoerd.126
Naast het gescheiden vervoeren van jeugdigen en volwassenen is de Raad van oordeel dat ook mannen en
vrouwen bij voorkeur in aparte voertuigen dienen te worden vervoerd.
    122  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming 2010, p. 23.
    123 Erdal & Bakirci 2006, p. 130.
    124  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming 2010, p. 25.
    125  United Nations Rules for the Protection of Juvenile Deprived of their Liberty (Havana Rules), General Assembly resolution 45/113 (14
        December 1990), rule 26.
    126 Havana Rules, rule 26.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                                      59
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                               60
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>Bronvermelding
Dienst Justitiële Inrichtingen 2012
Dienst Justitiële Inrichtingen, Jaarplan 2012, Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie, november 2012.
Van Dongen, Kobus & Laarman 2005
E.P.M.E. van Dongen, L.P.C. Kobus & S.V. Laarman, Commissies van toezicht politiecellen: last of lust?, Het
tijdschrift voor de politie 2005-11, p. 14-17.
Erdal & Bakirci 2006
U. Erdal & H. Bakirci, Article 3 of the European Convention on Human Rights, A Practitioner’s Handbook, World
Organization Against Torture 2006, p. 130.
Inspectie voor de Sanctietoepassing 2006
Inspectie voor de Sanctietoepassing, Inspectierapport Themaonderzoek gedetineerdenvervoer,
Den Haag: Ministerie van Justitie, december 2006.
Inspectie voor de Sanctietoepassing 2007
Inspectie voor de Sanctietoepassing, Toezichtkader Inspectie voor de Sanctietoepassing,
Den Haag: Ministerie van Justitie, november 2007.
Inspectie voor de Sanctietoepassing 2010a
Inspectie voor de Sanctietoepassing, Inspectiebericht gedetineerdenvervoer,
Den Haag: Ministerie van Justitie, juni 2010.
Inspectie voor de Sanctietoepassing 2010b
Inspectie voor de Sanctietoepassing, Inspectiebericht vreemdelingenbewaring, Den Haag: Ministerie van
Justitie, september 2010.
Inspectie voor de Sanctietoepassing 2010c
Inspectie voor de Sanctietoepassing, Inspectierapport detentiecentrum Zeist, Den Haag: Ministerie van Justitie,
april 2010.
Kaljee, Sikkes & Warmerdam 2012
J. Kaljee, D. Sikkes & R. Warmerdam, Zittingen op locatie in de gesloten jeugdzorg, Evaluatierapport, Vrije
Universiteit Amsterdam 2012.
Van Kalmthout 2007
A.M. van Kalmthout, Extern toezicht en klachtrecht in de uitzetketen en bij vreemdelingenbewaring,
Migrantenrecht 2007, p. 352-359.
Kelk 2008
C. Kelk, Nederlands detentierecht, Deventer: Kluwer 2008.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                           61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming 2010
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Goed bejegenen, Beginselen voor het omgaan met
ingeslotenen, Den Haag 2010.
Richtlijnen en regelgeving
United Nations Rules for the Protection of Juveniles Deprived of their Liberty (Havana Rules), General
Assembly resolution 45/113 (14 December 1990), rule 26.
Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK); New York, 20 november 1989.
Kamerstukken
Kamerstukken II 1994-95, 24 263, nr. 3, p. 67.
Aanhangsel Handelingen II 2006/2007, nr. 683.
Circulaires
Aanwijzing voor het gebruik en inrichting van circulaires, bij besluit van de minister-president van 7 mei 1986,
kenmerk 366374, , Stcrt. 1986, 118, p. 6.
Aanwijzing voor de regelgeving, circulaire van de minister-president, Stcrt. 1992, 230.
Regeling vaststelling achtste wijziging Aanwijzing voor de regelgeving, Stcrt. 2008, 176.
Circulaires betreffende regelgeving omtrent het vervoer van ingeslotenen:
13 augustus 1993, kenmerk 383893/93/DJI
20 december 1996, kenmerk 586080/96/DJI
19 december 1997, kenmerk 644013/97/DJI
7 februari 1998, kenmerk 675240/98/DJI
9 juli 1999, kenmerk 761371/99/DJI
24 mei 2000, kenmerk 5028195/00/DJI
23 december 2000, kenmerk 5067682/00/DJI
12 oktober 2006, kenmerk 5443943/06/DJI
31 augustus 2009, kenmerk 5614095/09/DJI
Respondenten
Dienst Vervoer & Ondersteuning te Assen
J.G. Penninga, plv directeur
M. van den Bosch, juridisch adviseur
H. Homan, juridisch adviseur
Regionaal Arrestantenzorg Parkettaken en Transport te Utrecht
E.R van Aalderen, teamchef/ wndn hoofd RAPT
A. Wollaars, groepschef RAPT
Dienst Justitiële Inrichtingen, Dienst Bestuursondersteuning, afdeling Juridische Zaken, te Den Haag
R.W.M. van der Zon, hoofd juridische zaken
J.A.M. de Jong, coördinator/ plv. hoofd juridische zaken
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                          62
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>Dienst Justitiële Inrichtingen, afdeling Analyse, Strategie & Kennis, te Den Haag
F. Franken
Ministerie van Veiligheid en Justitie, directie Wetgeving, te Den Haag
J. Struyker Boudier
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Directie Jeugd
K. Zandvliet, beleidsmedewerker
FPC de Oostvaarderskliniek te Almere
H.J. van der Lugt, directeur
E. Hewitt, medische dienst
J. van der Molen, teamleider MGB
D. van den Bosch, medewerker patiëntenadministratie
Penitentiaire inrichting Almere te Almere
M. de Lugt, plv vestigingsdirecteur
R. Pitters, hoofd Veiligheid
F. Meiling, badmeester
Justitiële jeugdinrichting Rentray te Lelystad
B. Haasbroek, directeur
V. Regterink, unitmanager beveiliging
A. Borawitz, beveiligingsmedewerker
Penitentiaire inrichting Lelystad te Lelystad
G. Stam, wnd. plv. vestigingsdirecteur
M. Honcoop, hoofd veiligheid
R.J. Juckers, senior badmeester
De Koppeling Gesloten Jeugdzorg te Amsterdam
M. van der Velden, beleidsmedewerker
Justitiële jeugdinrichting De Hunnerberg te Nijmegen
J. Nagtegaal, hoofd opvoeding en behandeling
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                           63
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 64 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                               64
</pre>

====================================================================== Einde pagina 64 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 65 ======================================================================

<pre>Bijlage I Circulaireoverzicht
Circulaires die het geldende beleid omvatten inzake het vervoer van justitieel ingeslotenen
Datum       Nr.                  Onderwerp                                   Bijzonderheden
13-aug-93 383893/93/DJI          Regeling afhandeling schadegevallen         Vergoeding van schade in geval van
                                 (einddatum verstreken)                      vermissing/ vernieling goederen
20-dec-96 586080/96/DJI          Vrachtvervoer en nadere regelgeving         Verantwoordelijkheid verzendende
                                                                             inrichting/ ontvangende inrichting/
                                                                             vordering inrichting bij DV&O
19-dec-97 644013/97/DJI          Regeling transport gedetineerden            Vervoerstaak van de (parket)politie
                                                                             en DV&O
4-feb-98    675240/98/DJI        Vervoersinstructie Dienst Vervoer en        Zie verlenging 26 maart 2002, nr.
                                 Ondersteuning (DV&O)                        5157041 en  vervolgens 27 juli 2006,
                                                                             nr. 5399388/06/DJI.
            675239/98/DJI        Bijbehorende vervoersrichtlijnen voor       Zie verlenging 9 mei 2003, nr.
                                 de inrichtingen (vervallen)                 5217285/03/DJI. Nu vervallen, zie
                                                                             5443943/06/DJI.
4-feb-98    671238/98/DJI        Regeling inrichtingsvervoer                 Definitie inrichtingsvervoer en wijze
                                 (einddatum verstreken)                      van uitvoering
22-mrt-99 749685/99/DJI          Wijziging artikel 5.1. Vervoersinstructie Gebruik van optische signalen en
                                 DV&O                                        geluidssignalen
9-jul-99    761371/99/DJI        Vervoer jeugdige ingeslotenen               Bijzondere regelgeving voor
                                                                             jeugdigen, zowel straf- als
                                                                             civielrechtelijk ingeslotenen
30-sep-99 791280/00/DJI          Ingebruikname logeercellen                  Gebruik logeercellen bij langdurig
                                                                             vervoer
24-mei-     5028195/00/DJI Schades persoonlijke eigendommen                  Nadere uitwerking circulaires
00                               gedetineerden                               383893/93/DJI en 586080/96/DJI
23-dec-00 5067682/00/DJI Brief van de Minister van Justitie                  Verantwoordelijkheden
                                                                             rechtsgangvervoer/
                                                                             inrichtingsvervoer
27-jun-05 5335925/05/DJI Richtlijnen mbt belijders van de joodse Zie punt 3.1 van de richtlijnen
                                 godsdienst in justitiële inrichtingen
12-okt-06   5443943/06/DJI Instructie bestemd voor de                        Deze heeft vervangen de circulaires
                                 inrichtingen aangaande het vervoer          van 4 februari 1998, nr.  671238/97/
                                 van justitieel ingeslotenen (einddatum DJI en van 15 april 2004, nr.
                                 verstreken)                                 5226951/03/DJI.
31-aug-09 5614095/09/DJI Werkinstructie van de DV&O                          Inhoudende de taakuitbreiding van
                                                                             DV&O
         Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                                          65
</pre>

====================================================================== Einde pagina 65 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 66 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
                                               66
</pre>

====================================================================== Einde pagina 66 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 67 ======================================================================

<pre>                                                                                                          Bijlage II Schematisch overzicht verantwoordelijkheid,
                                                                                                          klachtmogelijkheid en toezicht
                                                                                                          *: zie uitleg op pagina 72 van dit document
                                                                                                          Overzicht verantwoordelijkheden en bevoegdheden             (*zie uitleg aan het einde van het document)
                                                                                                                       Type vervoer             Opdrachtgever         Uitvoerder(s)       Verantwoordelijkheid>                  Wet- en regelgeving                      Klachtpunt>                      Wet- en regelgeving                  Toezichthouder>               Wet- en regelgeving                            Aanvulling
                                                                                                                                                                                                                                                                    Tot slot altijd Nationale                                                                                                                    Basis: art. 26 Pbw/ art. 50 Bvt & 52
                                                                                                          GEDETINEERDEN EN TBS-GESTELDEN: RECHTSGANGVERVOER                                                                                                         Ombudsman                   Wet Nationale Ombudsman                                                                                          Rvt
                                                                                                          Binnenarrondissementaal t.a.v.:
                                                                                                                                                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 23                                  art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling
                                                                                                          Strafzaken                         OvJ                    parketpolitie*    korpsbeheerder regiopolitie**   december 2000, nr. 5067682/00/DJI             klachtencie's politiekorps politiekorps
                                                                                                                                                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                                      Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,   Overname van vervoerstaak door
                                                                                                                                                                                                                      februari 1998, nr. 675240/98/DJI,    31                                                                                                     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /      DV&O op basis van convenanten
                                                                                                                                             OvJ> parketpolitie*>   DV&O                                              augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt          pag. 9                                         of anderszins
                                                                                                                                                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 23                                  art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling
                                                                                                          Civiele zaken                      Rechtbank              parketpolitie*    korpsbeheerder regiopolitie**   december 2000, nr. 5067682/00/DJI             klachtencie's politiekorps politiekorps
                                                                                                                                                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,                                                                                                        Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,   Overname van vervoerstaak door
                                                                                                                                             Rechtbank>                                                               4 februari 1998, nr. 675240/98/DJI,                                                                                                         Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /      DV&O op basis van convenanten
                                                                                                                                             parketpolitie*>        DV&O                                              31 augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI                                                                                 CvT DV&O/ ISt          pag. 9                                         of anderszins
67
                                                                                                                                                                                                                                                                                               art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling
                                                                                                          Penitentiair beroep                RSJ                    parketpolitie*    korpsbeheerder regiopolitie**   19 december 1997, nr. 644013/97/DJI           klachtencie's politiekorps politiekorps
                                                                                                                                                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,   4                                                                                                    Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,   Overname van vervoerstaak door
                                                                                                                                                                                                                      februari 1998, nr. 675240/98/DJI,    31                                                                                                     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /      DV&O op basis van convenanten
                                                                                                                                             RSJ> parketpolitie>    DV&O                                              augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt          pag. 9                                         of anderszins
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                 In het geval van grote
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,   beheersrisico’s,wordt het vervoer
                                                                                                                                                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,   4                                                                                                    Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /      altijd uitgevoerd door DV&O met
                                                                                                          Extra beveiligde transporten***    (als hierboven)        DV&O              DV&O> MvV&J                     februari 1998, nr. 675240/98/DJI                                                                                     CvT DV&O/ ISt          pag. 9                                         extra beveiligd vervoer.
                                                                                                          Boven arrondissementaal t.a.v.:
                                                                                                                                                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,    4                                                                                                   Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                      februari 1998, nr. 675240/98/DJI,    23                                                                                                     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Strafzaken                         OvJ                    DV&O              DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt          pag. 9
                                                                                                                                                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,    4                                                                                                   Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                      februari 1998, nr. 675240/98/DJI,    23                                                                                                     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Civiele zaken                      Rechtbank              DV&O              DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt          pag. 9
                                                                                                                                                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,      4                                                                                                 Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                      februari 1998, nr. 675240/98/DJI,     23                                                                                                    Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Penitentiair beroep                RSJ                    DV&O              DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt          pag. 9
                                                                                                                                                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                                      Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                      februari 1998, nr. 675240/98/DJI, 23                                                                                                        Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Extra beveiligde transporten***    (als hierboven)        DV&O              DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt          pag. 9
                                                                                                                                                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,   4
                                                                                                                                                                                                                      februari 1998, nr. 675240/98/DJI,    30                                                                                                     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                      september 1999, nr. 791280/99/DJI, 23                                                                                                       Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Plaatsing in een logeercel         DV&O                   DV&O              DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt          pag. 9
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 67 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 68 ======================================================================

<pre>                                                                                                                      Type vervoer                   Opdrachtgever             Uitvoerder(s)      Verantwoordelijkheid>                    Wet- en regelgeving                     Klachtpunt>                       Wet- en regelgeving                  Toezichthouder>               Wet- en regelgeving                              Aanvulling
                                                                                                                                                                                                                                                                             Tot slot altijd Nationale
                                                                                                          GEDETINEERDEN EN TBS-GESTELDEN: PLAATSING/ OVERPLAATSING                                                                                                           Ombudsman                   Wet Nationale Ombudsman                                                                                           Art. 15 Pbw/ Art. 11 Bvt
                                                                                                                                                  SF (Pbw)/         MvV&J                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 23                                  art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling                                                                          Vervoer van arrestanten valt nog
                                                                                                          Plaatsing binnenarrondisementaal        (Bvt)                     politie            korpsbeheerder regiopolitie**   december 2000, nr. 5067682/00/DJI             klachtencie's politiekorps politiekorps                                                                                                       niet altijd onder toezicht
                                                                                                                                                                                                                               19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                                       Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,   Overname van vervoerstaak door
                                                                                                                                                  SF (Pbw)/         MvV&J                                                      februari 1998, nr. 675240/98/DJI,     31                                                                                                     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /      DV&O op basis van convenanten
                                                                                                                                                  (Bvt)>politie             DV&O                                               augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt           pag. 9                                         of anderszins
                                                                                                                                                                                                                               19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,     4                                                                                                   Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                  SF (Pbw)/         MvV&J                                                      februari 1998, nr. 675240/98/DJI,    23                                                                                                      Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Plaatsing bovenarrondissementaal        (Bvt)                     DV&O               DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt           pag. 9
                                                                                                                                                                                                                               19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,    4                                                                                                    Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                  SF (Pbw)/         MvV&J                                                      februari 1998, nr. 675240/98/DJI,    23                                                                                                      Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Overplaatsing                           (Bvt)                     DV&O               DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt           pag. 9
                                                                                                          Einde detentie, RM ps. ziekh.                                                                                                                                                                                                                                                                                    Onduidelijk, nu vaak door inr.
                                                                                                                                                                                                                               19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                                       Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                               februari 1998, nr. 675240/98/DJI,  23                                                                                                        Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Extra beveiligde transporten***         (als hierboven)           DV&O               DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt           pag. 9
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           Art. 26 en 42 Pbw & art 21
                                                                                                                                                                                                                                                                             Tot slot altijd Nationale                                                                                                                     Regeling tijdelijk verlaten i./ Art. 50
                                                                                                          GEDETINEERDEN EN TBS-GESTELDEN: INRICHTINGSVERVOER                                                                                                                 Ombudsman                   Wet Nationale Ombudsman                                                                                           Bvt & 53 Rvt
                                                                                                          Sociale redenen                         Inrichting                Inrichting         Inrichting                      4 februari 1998, nr. 675240/98/DJI            Beklagcie CvT inr.          art. 60 Pbw/ art. 56 lid 1 sub e Bvt       ISt                     Regeling ISt, Staatscourant                    In kader van de Bvt alleen
                                                                                                                                                  Inrichting                DV&O               Inrichting                      4 februari 1998, nr. 671238/98/DJI            Beklagcie CvT inr.          art. 60 Pbw/ art. 56 lid 1 sub e Bvt       ISt                     Regeling ISt, Staatscourant                    beklag mogelijk als zorgplicht
                                                                                                          Medische redenen                        Inrichting                Inrichting         Inrichting                      23 december 2000, nr. 5067682/00/DJI          Beklagcie CvT inr.          art. 60 Pbw/ art. 56 lid 1 sub e Bvt       ISt                     Regeling ISt, Staatscourant                    niet betracht is, geen beklag
                                                                                                                                                  Inrichting                DV&O               Inrichting                      De geweldsinstructie GW of TBS                Beklagcie CvT inr.          art. 60 Pbw/ art. 56 lid 1 sub e Bvt       CvT DV&O/ISt            Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010                  over wijze van betrachten
                                                                                                                                                                                                                               19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,      4
                                                                                                          Extra beveiligde transporten***         Inrichting                DV&O               DV&O> MvV&J                     februari 1998, nr. 675240/98/DJI                                                                                     CvT DV&O/ISt            Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010
                                                                                                          Extra beveiligde transporten in geval                                                                                4 februari 1998, nr. 671238/98/DJI      (p.                                                                                                  Regeling ISt, Staatscourant 29 augustus
                                                                                                          van medische spoed                      Inrichting                Inrichting         Inrichting                      6)                                            Beklagcie CvT inr.          art. 60 Pbw/ art. 56 lid 1 sub e Bvt       ISt                     2005, nr. 166/ pag. 9
68
                                                                                                                                                                                                                                                                             Tot slot altijd Nationale
                                                                                                          GEDETINEERDEN EN TBS-GESTELDEN: GOEDERENVERVOER                                                                                                                    Ombudsman                   Wet Nationale Ombudsman
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                           Indien schade te wijten is aan
                                                                                                                                                                                               Verzendende inrichting in       20 december 1996, nr. 586080/96/DJI, 13       Beklagcie CvT                                                                                  Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,   DV&O zal de (des)betreffende
                                                                                                                                                                                               beginsel, ontvangende           augustus 1993, nr. 383893/93/DJI, 24 mei      verzendende, danwel                                                                            Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /      inrichting dit in onderling overleg
                                                                                                          Goederenvervoer algemeen                Inrichting                DV&O               inrichting na tekenen           2000, nr. 5028195/00/DJI                      ontvangende inrichting      art. 60 Pbw/ art. 56 lid 1 sub e Bvt       CvT DV&O/ ISt           pag. 9                                         met DV&O dienen te regelen.
                                                                                                                                                                                                                                                                             Tot slot altijd Nationale
                                                                                                                                                                                                                                                                             Ombudsman/
                                                                                                          JEUGD                                                                                                                                                              Kinderombudsman             Wet Nationale Ombudsman
                                                                                                          Rechtsgangvervoer Binnenarrondissementaal.:                                                                                                                                                                                                                                                                      art. 28 Bjj
                                                                                                          Jeugd strafrechtelijk
                                                                                                          (civiele zaken en penitentiair beroep                                                                                19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 9
                                                                                                          hetzelfde als bij gedetineerden/ tbs-                                                                                juli 1999, nr. 761371/99/DJI,        23                                  art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling
                                                                                                          gestelden)                            OvJ                         parketpolitie*     korpsbeheerder regiopolitie**   december 2000, nr. 5067682/00/DJI             klachtencie's politiekorps politiekorps
                                                                                                                                                                                                                               19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4
                                                                                                                                                                                                                               februari 1998, nr. 675240/98/DJI,    9 juli
                                                                                                                                                                                                                               1999, nr. 761371/99/DJI,          23                                                                                                         Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,   Overname van vervoerstaak door
                                                                                                                                                                                                                               december 2000, nr. 5067682/00/DJI 31                                                                                                         Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /      DV&O op basis van convenanten
                                                                                                                                                  OvJ> parketpolitie*>      DV&O                                               augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI                                                                                    CvT DV&O/ ISt           pag. 9                                         of anderszins
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 68 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 69 ======================================================================

<pre>                                                                                                                       Type vervoer                  Opdrachtgever     Uitvoerder(s)      Verantwoordelijkheid>                    Wet- en regelgeving                         Klachtpunt>                     Wet- en regelgeving             Toezichthouder>               Wet- en regelgeving                                  Aanvulling
                                                                                                                                                                                                                                                                        Tot slot altijd Nationale
                                                                                                                                                                                                                                                                        Ombudsman/
                                                                                                          JEUGD                                                                                                                                                         Kinderombudsman             Wet Nationale Ombudsman
                                                                                                          Rechtsgangvervoer Binnenarrondissementaal.:                                                                                                                                                                                                                                                               art. 28 Bjj
                                                                                                                                                                                                                       19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,    9                              art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling
                                                                                                          Gesloten jeugdzorg                    Rechtbank            parketpolitie*    korpsbeheerder regiopolitie**   juli 1999, nr. 761371/99/DJI,               klachtencie's politiekorps politiekorps
                                                                                                                                                                                                                       19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,    4
                                                                                                                                                                                                                       februari 1998, nr. 675240/98/DJI,    9 juli
                                                                                                                                                Rechtbank>                                                             1999, nr. 761371/99/DJI,          31
                                                                                                                                                parketpolitie*>      DV&O                                              augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  Op basis van de circulaires wordt
                                                                                                                                                                                                                       19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,     9       klachtencie's Bureau                                                                     Artikel 1 jo 42 Bjj en artikel 1 jo 47 Wet op de de voorkeur gegeven aan vervoer
                                                                                                                                                                     Voogd             Bureau Jeugdzorg                juli 1999, nr. 761371/99/DJI,                    Jeugdzorg                   Klachtenregeling Bureau Jeugdzorg     Inspectie jeugdzorg    Jeugdzorg                                        door de voogd
                                                                                                          Rechtsgangvervoer Boven arrondissementaal.:                                                                                                                                                                                                                                                               art. 28 Bjj
                                                                                                          Jeugd strafrechtelijk                                                                                        19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,         4
                                                                                                          (civiele zaken en penitentiair beroep                                                                        februari 1998, nr. 675240/98/DJI,       9 juli                                                                                            Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                          hetzelfde als bij gedetineerden/ tbs-                                                                        1999, nr. 761371/99/DJI,             23                                                                                                   Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          gestelden)                            OvJ                  DV&O              DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                  CvT DV&O/ ISt          pag. 9
                                                                                                                                                                                                                       19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4
                                                                                                                                                                                                                       februari 1998, nr. 675240/98/DJI,     9 juli
                                                                                                          Gesloten jeugdzorg                    Rechtbank            DV&O              DV&O> MvV&J                     1999, nr. 761371/99/DJI
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                  Op basis van de circulaires wordt
                                                                                                                                                                                                                       19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,     9 juli klachtencie's Bureau                                                                      Artikel 1 jo 42 Bjj en artikel 1 jo 47 Wet op de de voorkeur gegeven aan vervoer
                                                                                                                                                                     Voogd             Bureau Jeugdzorg                1999, nr. 761371/99/DJI,                        Jeugdzorg                    Klachtenregeling Bureau Jeugdzorg     Inspectie jeugdzorg    Jeugdzorg                                        door de voogd
                                                                                                          Plaatsing/ overplaatsing                                                                                                                                                                                                                                                                                  art. 11 Bjj
69                                                                                                                                                                                                                     19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4
                                                                                                                                                                                                                       februari 1998, nr. 675240/98/DJI,     9 juli                                                                                              Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                       1999, nr. 761371/99/DJI,          23                                                                                                      Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Plaatsing jeugd strafrechtelijk       SF                   DV&O              DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                  CvT DV&O/ ISt          pag. 9
                                                                                                                                                                                                                       19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,      4
                                                                                                                                                                                                                       februari 1998, nr. 675240/98/DJI,    9 juli                                                                                               Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                       1999, nr. 761371/99/DJI,          23                                                                                                      Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Overplaatsing jeugd strafrechtelijk   SF                   DV&O              DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                  CvT DV&O/ ISt          pag. 9
                                                                                                                                                                                                                                                                   klachtencie's Bureau                                                                          Artikel 1 jo 42 Bjj en artikel 1 jo 47 Wet op de
                                                                                                          Plaatsing gesloten jeugdzorg          DIB/ IJZ             Gezinsvoogd       Bureau Jeugdzorg                9 juli 1999, nr. 761371/99/DJI              Jeugdzorg                        Klachtenregeling Bureau Jeugdzorg     Inspectie jeugdzorg    Jeugdzorg
                                                                                                                                                                                                                       4 februari 1998, nr. 675240/98/DJI,     9
                                                                                                                                                DIB/ IJZ             DV&O              DV&O> MvV&J                     juli 1999, nr. 761371/99/DJI
                                                                                                                                                                                                                       19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4
                                                                                                                                                                                                                       februari 1998, nr. 675240/98/DJI,    9 juli
                                                                                                          Overplaatsing gesloten jeugdzorg      SF                  DV&O               DV&O> MvV&J                     1999, nr. 761371/99/DJI
                                                                                                          Einde detentie, plaatsing gesloten    (aanvraag moet door                                                                                                                                                                                                                                                 Covenant tussen VWS en DV&O,
                                                                                                          jeugdzorg                             inrichting)         DV&O               DV&O> MvV&J                     4 februari 1998, nr. 675240/98/DJI                                                                                                                                                           géén circulaire bekend bij JJI
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 69 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 70 ======================================================================

<pre>                                                                                                                       Type vervoer              Opdrachtgever      Uitvoerder(s)      Verantwoordelijkheid>                    Wet- en regelgeving                           Klachtpunt>                        Wet- en regelgeving                 Toezichthouder>                     Wet- en regelgeving
                                                                                                                                                                                                                                                                       Tot slot altijd Nationale
                                                                                                                                                                                                                                                                       Ombudsman/
                                                                                                          JEUGD                                                                                                                                                        Kinderombudsman             Wet Nationale Ombudsman
                                                                                                          Inrichtingsvervoer
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                                                  Regeling ISt, Staatscourant 29 augustus
                                                                                                          Jeugd strafrechtelijk               Inrichting         Inrichting         Inrichting                      februari 1998, nr. 671238/98/DJI,                  Beklagcie CvT inr.          art. 65 Bjj                                 ISt                          2005, nr. 166 / pag. 9
                                                                                                                                                                                                                    4 februari 1998, nr. 675240/98/DJI, 9 juli                                                                                                              Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                    1999, nr. 761371/99/DJI,                                                                                                                                Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                                                              Inrichting         DV&O               Inrichting                      Geweldsinstructie JJI                              Beklagcie CvT inr.          art. 65 Bjj                                 CvT DV&O/ ISt                pag. 9
                                                                                                                                                                                                                                                                       Beklagcie CvT inr./
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,       4       klachtencie's Bureau        art. 68 WJz/             Klachtenregeling                                Artikel 1 jo 42 Bjj en artikel 1 jo 47 Wet op de
                                                                                                          Gesloten jeugdzorg                  Inrichting         Inrichting         Inrichting                      februari 1998, nr. 671238/98/DJI,                  Jeugdzorg                   Bureau Jeugdzorg                            Inspectie jeugdzorg          Jeugdzorg
                                                                                                                                                                                                                                                                       Beklagcie CvT inr./
                                                                                                                                                                                                                    4 februari 1998, nr. 675240/98/DJI,                klachtencie's Bureau        art. 68 WJz/             Klachtenregeling                                Artikel 1 jo 42 Bjj en artikel 1 jo 47 Wet op de
                                                                                                                                              Inrichting         DV&O               Inrichting                      9 juli 1999, nr. 761371/99/DJI                 -   Jeugdzorg                   Bureau Jeugdzorg                            Inspectie jeugdzorg          Jeugdzorg
                                                                                                          Goederenvervoer
                                                                                                                                                                                    Verzendende inrichting in       20 december 1996, nr. 586080/96/DJI, 13            Beklagcie CvT                                                                                        Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                    beginsel, ontvangende           augustus 1993, nr. 383893/93/DJI, 24 mei           verzendende, danwel                                                                                  Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Jeugd strafrechtelijk               Inrichting         DV&O               inrichting na tekenen           2000, nr. 5028195/00/DJI                           ontvangende inrichting      art. 65 Bjj                                 CvT DV&O/ ISt                pag. 9
                                                                                                                                                                                    Verzendende inrichting in       20 december 1996, nr. 586080/96/DJI, 13            Beklagcie CvT
                                                                                                                                                                                    beginsel, ontvangende           augustus 1993, nr. 383893/93/DJI, 24 mei           verzendende, danwel
                                                                                                          Gesloten jeugdzorg                  Inrichting         DV&O               inrichting na tekenen           2000, nr. 5028195/00/DJI                           ontvangende inrichting      art 68 WJz.
                                                                                                                                                                                                                    Het vervoer van vreemdelingen in
                                                                                                                                                                                                                    grensdetentie is niet nader uitgewerkt in de       Tot slot altijd Nationale                                               Altijd Commissie Integraal
                                                                                                          VREEMDELINGEN                                                                                             circulaires.                                       Ombudsman                   Wet Nationale Ombudsman                     Toezicht Terugkeer           Regeling CITT d.d. 22 juni 2007
                                                                                                          Binnenarrondissementaal t.a.v.:
                                                                                                          Rechtsgangvervoer op grond van de                                                                         19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,      23                                  art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling
70                                                                                                        vreemdelingenwet                    rechtbank          parketpolitie*     korpsbeheerder regiopolitie**   december 2000, nr. 5067682/00/DJI                  klachtencie's politiekorps politiekorps
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                     CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                              rechtbank>                                                            februari 1998, nr. 675240/98/DJI,   31                                                                                     vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                                                              parketpolitie*>    DV&O                                               augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI                                                                                          grensdetentie                pag. 9
                                                                                                                                                                                                                                                                                                  art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling
                                                                                                          Presentatievervoer                  DT&V               politie            korpsbeheerder regiopolitie**   19 december 1997, nr. 644013/97/DJI                klachtencie's politiekorps politiekorps
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                     CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                    februari 1998, nr. 675240/98/DJI,   31                                                                                     vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                                                              DT&V> politie      DV&O                                               augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI                                                                                          grensdetentie                pag. 9
                                                                                                                                                                                                                                                                                                  art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling
                                                                                                          Uitzettingsvervoer                  DT&V               politie            korpsbeheerder regiopolitie**   19 december 1997, nr. 644013/97/DJI                klachtencie's politiekorps politiekorps
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,        4                                                                              CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                    februari 1998, nr. 675240/98/DJI,         31                                                                               vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                                                              DT&V> politie>     DV&O                                               augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI                                                                                          grensdetentie                pag. 9
                                                                                                                                                                                                                                                                       klachtencie's politietaken
                                                                                                                                              DT&V               Kmar               Kmar> Ministerie van Defensie Vreemdelingenwet 2000                                Kmar                       Klachtenregeling politietaken Kmar 2004
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                     CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                    februari 1998, nr. 675240/98/DJI,   23                                                                                     vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Extra beveiligde transporten***     (als hierboven)    DV&O               DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                          grensdetentie                pag. 9
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 70 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 71 ======================================================================

<pre>                                                                                                                       Type vervoer              Opdrachtgever      Uitvoerder(s)      Verantwoordelijkheid>                    Wet- en regelgeving                           Klachtpunt>                        Wet- en regelgeving                 Toezichthouder>                     Wet- en regelgeving
                                                                                                                                                                                                                                                                       Tot slot altijd Nationale
                                                                                                                                                                                                                                                                       Ombudsman/
                                                                                                          JEUGD                                                                                                                                                        Kinderombudsman             Wet Nationale Ombudsman
                                                                                                          Inrichtingsvervoer
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                                                  Regeling ISt, Staatscourant 29 augustus
                                                                                                          Jeugd strafrechtelijk               Inrichting         Inrichting         Inrichting                      februari 1998, nr. 671238/98/DJI,                  Beklagcie CvT inr.          art. 65 Bjj                                 ISt                          2005, nr. 166 / pag. 9
                                                                                                                                                                                                                    4 februari 1998, nr. 675240/98/DJI, 9 juli                                                                                                              Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                    1999, nr. 761371/99/DJI,                                                                                                                                Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                                                              Inrichting         DV&O               Inrichting                      Geweldsinstructie JJI                              Beklagcie CvT inr.          art. 65 Bjj                                 CvT DV&O/ ISt                pag. 9
                                                                                                                                                                                                                                                                       Beklagcie CvT inr./
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,       4       klachtencie's Bureau        art. 68 WJz/             Klachtenregeling                                Artikel 1 jo 42 Bjj en artikel 1 jo 47 Wet op de
                                                                                                          Gesloten jeugdzorg                  Inrichting         Inrichting         Inrichting                      februari 1998, nr. 671238/98/DJI,                  Jeugdzorg                   Bureau Jeugdzorg                            Inspectie jeugdzorg          Jeugdzorg
                                                                                                                                                                                                                                                                       Beklagcie CvT inr./
                                                                                                                                                                                                                    4 februari 1998, nr. 675240/98/DJI,                klachtencie's Bureau        art. 68 WJz/             Klachtenregeling                                Artikel 1 jo 42 Bjj en artikel 1 jo 47 Wet op de
                                                                                                                                              Inrichting         DV&O               Inrichting                      9 juli 1999, nr. 761371/99/DJI                 -   Jeugdzorg                   Bureau Jeugdzorg                            Inspectie jeugdzorg          Jeugdzorg
                                                                                                          Goederenvervoer
                                                                                                                                                                                    Verzendende inrichting in       20 december 1996, nr. 586080/96/DJI, 13            Beklagcie CvT                                                                                        Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                    beginsel, ontvangende           augustus 1993, nr. 383893/93/DJI, 24 mei           verzendende, danwel                                                                                  Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Jeugd strafrechtelijk               Inrichting         DV&O               inrichting na tekenen           2000, nr. 5028195/00/DJI                           ontvangende inrichting      art. 65 Bjj                                 CvT DV&O/ ISt                pag. 9
                                                                                                                                                                                    Verzendende inrichting in       20 december 1996, nr. 586080/96/DJI, 13            Beklagcie CvT
                                                                                                                                                                                    beginsel, ontvangende           augustus 1993, nr. 383893/93/DJI, 24 mei           verzendende, danwel
                                                                                                          Gesloten jeugdzorg                  Inrichting         DV&O               inrichting na tekenen           2000, nr. 5028195/00/DJI                           ontvangende inrichting      art 68 WJz.
                                                                                                                                                                                                                    Het vervoer van vreemdelingen in
                                                                                                                                                                                                                    grensdetentie is niet nader uitgewerkt in de       Tot slot altijd Nationale                                               Altijd Commissie Integraal
                                                                                                          VREEMDELINGEN                                                                                             circulaires.                                       Ombudsman                   Wet Nationale Ombudsman                     Toezicht Terugkeer           Regeling CITT d.d. 22 juni 2007
                                                                                                          Binnenarrondissementaal t.a.v.:
                                                                                                          Rechtsgangvervoer op grond van de                                                                         19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,      23                                  art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling
71                                                                                                        vreemdelingenwet                    rechtbank          parketpolitie*     korpsbeheerder regiopolitie**   december 2000, nr. 5067682/00/DJI                  klachtencie's politiekorps politiekorps
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                     CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                              rechtbank>                                                            februari 1998, nr. 675240/98/DJI,   31                                                                                     vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                                                              parketpolitie*>    DV&O                                               augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI                                                                                          grensdetentie                pag. 9
                                                                                                                                                                                                                                                                                                  art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling
                                                                                                          Presentatievervoer                  DT&V               politie            korpsbeheerder regiopolitie**   19 december 1997, nr. 644013/97/DJI                klachtencie's politiekorps politiekorps
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                     CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                    februari 1998, nr. 675240/98/DJI,   31                                                                                     vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                                                              DT&V> politie      DV&O                                               augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI                                                                                          grensdetentie                pag. 9
                                                                                                                                                                                                                                                                                                  art. 61 Politiewet 1993, Klachtenregeling
                                                                                                          Uitzettingsvervoer                  DT&V               politie            korpsbeheerder regiopolitie**   19 december 1997, nr. 644013/97/DJI                klachtencie's politiekorps politiekorps
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,        4                                                                              CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                    februari 1998, nr. 675240/98/DJI,         31                                                                               vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                                                              DT&V> politie>     DV&O                                               augustus 2009, nr. 5614095/09/DJI                                                                                          grensdetentie                pag. 9
                                                                                                                                                                                                                                                                       klachtencie's politietaken
                                                                                                                                              DT&V               Kmar               Kmar> Ministerie van Defensie Vreemdelingenwet 2000                                Kmar                       Klachtenregeling politietaken Kmar 2004
                                                                                                                                                                                                                    19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                                     CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                    februari 1998, nr. 675240/98/DJI,   23                                                                                     vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Extra beveiligde transporten***     (als hierboven)    DV&O               DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                          grensdetentie                pag. 9
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 71 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 72 ======================================================================

<pre>                                                                                                                       Type vervoer                    Opdrachtgever           Uitvoerder(s)        Verantwoordelijkheid>                     Wet- en regelgeving                      Klachtpunt>                    Wet- en regelgeving                  Toezichthouder>                    Wet- en regelgeving                            Aanvulling
                                                                                                                                                                                                                                 Het vervoer van vreemdelingen in
                                                                                                                                                                                                                                 grensdetentie is niet nader uitgewerkt in de   Tot slot altijd Nationale                                            Altijd Commissie Integraal                                                  art. 59 Vreemdelingenwet 2000/
                                                                                                          VREEMDELINGEN                                                                                                          circulaires.                                   Ombudsman                   Wet Nationale Ombudsman                  Toezicht Terugkeer           Regeling CITT d.d. 22 juni 2007/               art. 26 Pbw
                                                                                                          Boven arrondissementaal t.a.v.:
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                          Rechtsgangvervoer op grond van de                                                                                      19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,      4                                                                         vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          vreemdelingenwet                          rechtbank               DV&O                 DV&O> MvV&J                     februari 1998, nr. 675240/98/DJI                                                                                    grensdetentie                pag. 9
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,   DV&O heeft slechts een
                                                                                                                                                                                                                                 19 december 1997, nr. 644013/97/DJI,       4                                                                        vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /      inspanningsverplichting voor dit
                                                                                                          Presentatievervoer                        DT&V                    DV&O                                                 februari 1998, nr. 675240/98/DJI                                                                                    grensdetentie                pag. 9                                         vervoer
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,   DV&O heeft slechts een
                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                                     vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /      inspanningsverplichting voor dit
                                                                                                          Uitzettingsvervoer                        DT&V                    DV&O                                                 19 december 1997, nr. 644013/97/DJI                                                                                 grensdetentie                pag. 9                                         vervoer
                                                                                                                                                                                                                                                                                klachtencie's politietaken
                                                                                                                                                    DT&V                    Kmar                 Kmar> Ministerie van Defensie Vreemdelingenwet 2000                            Kmar                       Klachtenregeling politietaken Kmar 2004                                                                               Indien verzet wordt verwacht
                                                                                                                                                                                                                                 19 december 1997, nr. 644013/97/DJI, 4                                                                              CvT DV&O en ISt, niet op     Besluit MvJ d.d. 19 juli 2010/ Regeling ISt,
                                                                                                                                                                                                                                 februari 1998, nr. 675240/98/DJI,   23                                                                              vervoer vreemdelingen in     Staatscourant 29 augustus 2005, nr. 166 /
                                                                                                          Extra beveiligde transporten***           (als hierboven)         DV&O                 DV&O> MvV&J                     december 2000, nr. 5067682/00/DJI                                                                                   grensdetentie                pag. 9
                                                                                                          *Wanneer gesproken wordt over parketpolitie wordt bedoeld de parketpolitie als specialisatie binnen de regiopolitie en dus niet een eventuele parketpolitie behorende bij een gerecht (bv. Amsterdam) en dus vallende onder Justitie.
                                                                                                          **De verantwoordelijkheid voor de regiopolitie ligt bij de korpsbeheerder, de eindverantwoordelijkheid valt zowel onder het MvJ&V als onder het MvBZK.
                                                                                                          ***De extra beveiligde transporten worden altijd uitgevoerd door DV&O en vallen dan ook onder de verantwoordelijkheid van DV&O (19 december 1997, nr. 644016/97/DJI). Alleen in geval van medische spoed kan de inrichting genoodzaakt zijn dit vervoer zelf uit te voeren.
                                                                                                                                                    : dit wijst op een vervoersbeweging waarbjj het onduidelijk is welke instantie de verantwoordelijkheid draagt of een vervoersbeweging waar geen toezicht op is en/ of geen klachtenprocedure openstaat voor de ingeslotene.
72
                                                                                                                                                    : dit wijst op een klachtpunt dat slechts een adviesfunctie kent (geen rechtsprekende functie) en waarna geen beroep mogelijk is
                                                                                                          Ten aanzien van het meegeven van eten, drinken en medicatie kan in het kader van alle vervoersbewegingen vanuit de inrichting worden geklaagd bij de CvT van de desbetreffende inrichting nu deze
                                                                                                          verzorging ten aanzien van het vervoer altijd een beslissing van de directeur betreft (circulaire 12 oktober 2006, nr. 5443943/06/DJI).
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Het vervoer van ingeslotenen en hun goederen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 72 =================================================================

<br><br>