<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                          Parkstraat 83 Den Haag
                                                                                          Correspondentie:
                                                                                          Postbus 30137
                                                                                          2500 GC Den Haag
                                                                                          Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                          Fax algemeen (070) 361 93 10
                                                                                          Fax rechtspraak (070) 361 93 15
                 Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
                 De heer mr. F. Teeven
                 Postbus 20301
                 2500 EH Den Haag
Betreft        : aanbieding advies
Contactpersoon : mr. M.A.C. Herweijer
Doorkiesnummer : 070-3619355
E-mail         : m.a.c.herweijer@minvenj.nl
Datum          : 12 november 2013
Ons kenmerk    : RSJ/101/1878/2013/MH/TvV
Onderwerp      : Advies tbo-maatregel
                 Geachte heer Teeven,
                 Op 2 oktober 2013 ontving de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
                 (RSJ) een adviesaanvraag van u. U vraagt de RSJ om een advies voor 1 december 2013
                 over het voorstel tot wijziging van het Wetboek van Strafrecht, de Wet op het voortgezet
                 onderwijs, de Wet op de expertisecentra en de Wet educatie en beroepsonderwijs in
                 verband met de invoering van de maatregel terbeschikkingstelling aan onderwijs (tbo-
                 maatregel). De Raad laat u graag het volgende weten.
                 Inhoud van het wetsvoorstel
                 Met de tbo-maatregel wordt een maatregel geïntroduceerd waarbij de veroordeelde
                 verplicht is om onderwijs te volgen. Het onderwijs moet passen bij de ontwikkeling van
                 de veroordeelde en bij zijn intellectuele capaciteiten. Jongeren van 12 tot 23 jaar die
                 (herhaaldelijk) een strafbaar feit hebben gepleegd en die geen startkwalificatie hebben,
                 vormen de doelgroep van de tbo-maatregel. De tbo-maatregel moet voor deze doelgroep
                 voorzien in een externe motivatie om weer aan onderwijs deel te nemen.
                 Gedachte achter het voorstel is dat het behalen van een diploma de kans op een goede
                 uitgangspositie op de arbeidsmarkt vergroot en daarmee de kans op recidive verkleint.
                 Het onderwijsaanbod wordt gezocht binnen scholen of tussenvoorzieningen in de
                 samenwerkingsverbanden voortgezet (speciaal) onderwijs en de mbo’s. Scholen hebben
                 een opnameplicht.
                 Standpunt van de RSJ
                 Algemeen
                 De RSJ onderschrijft dat het volgen van onderwijs de kansen van veroordeelde jongeren
                 op de arbeidsmarkt vergroot en daarmee de kans op recidive verkleint. Bovendien gaat
                 er preventieve werking van de tbo-maatregel uit omdat de jongere niet langer op straat
                 of met verkeerde vrienden ‘rondhangt’ en hij dus minder gelegenheid heeft om opnieuw
                 een delict te plegen. Met name de directe uitvoerbaarheid en de opnameplicht voor
                 scholen maken de kans op het succesvol volgen van onderwijs groter en zijn daarmee
                 van toegevoegde waarde.
                 Deze opnameplicht kan ook worden ingevoerd bij de onderwijsverplichting in het kader
                 van de gedragsbeïnvloedende maatregel (gbm) of de onderwijsverplichting die kan
                 worden opgelegd als bijzondere voorwaarde bij de voorwaardelijke veroordeling tot
                 een jeugdsanctie. Een andere mogelijkheid is om de opnameplicht te laten gelden voor
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>18-plussers, bijvoorbeeld na aanmelding van de reclassering. Daarmee is de invoering van deze
aparte maatregel niet nodig geweest; de mogelijkheid tot onderwijsverplichting voor veroordeelde
jongeren bestaat immers al. De RSJ begrijpt echter dat er politieke wil is om te komen tot
invoering van een nieuwe onderwijsmaatregel. Daarom doet hij hieronder een aantal voorstellen tot
aanpassing en aanvulling van de tbo-maatregel.
Diagnostiek
Het onderwijs moet passen bij de ontwikkeling van de veroordeelde en bij zijn intellectuele
capaciteiten. Het verplicht volgen van onderwijs heeft immers alleen kans van slagen, als dat
aansluit bij de intellectuele capaciteiten en ontwikkelmogelijkheden van de jongere aan wie de
maatregel wordt opgelegd. Veel jongeren die met het strafrecht in aanraking komen, hebben
een licht verstandelijke beperking1 en vaak kampen zij met een onderwijsachterstand. Specifieke
diagnostiek is van groot belang om zicht te krijgen op bijvoorbeeld dyslexie, dyscalculie, dysgrafie,
algemene taalachterstanden en motorische problemen. Daarnaast moet diagnostiek uitwijzen of
het problematische onderwijsverleden wordt gekenmerkt door problemen en stoornissen die de
kans van slagen van de tbo-maatregel verkleinen. De RSJ beveelt aan om zorg te dragen voor de
ontwikkeling en het borgen van goede diagnostiek alvorens een tbo-maatregel wordt opgelegd.
Doelgroep
De tbo-maatregel kan worden opgelegd als de ernst van het misdrijf, de veelvuldigheid van
begane misdrijven of voorafgaande veroordelingen wegens misdrijf hiertoe aanleiding geven èn
de maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de verdachte
(voorgesteld artikel 77 wg lid 1 wetboek van Strafrecht (Sr)). De tbo-maatregel richt zich volgens de
memorie van toelichting op jeugdigen en jongvolwassenen die een problematisch onderwijsverleden
hebben en die strafbare feiten hebben begaan, in het bijzonder wanneer een verband kan worden
aangenomen tussen het plegen van strafbare feiten en het niet volgen van onderwijs.2 Dit kan ook
bij een stapeling van meerdere lichtere delicten.
Hoewel de memorie van toelichting first-offenders niet uitsluit, blijkt uit de opleggingscriteria
dat sprake moet zijn van een relatief zware categorie strafbare feiten. De RSJ adviseert
nadrukkelijk het mogelijk te maken de tbo-maatregel ook aan first-offenders op te kunnen
leggen, zodat juist bij deze groep de focus wordt gelegd op het weer naar school gaan. Bij deze
groep valt naar verwachting meer maatschappelijk rendement te halen. Daartoe adviseert de
RSJ de opleggingscriteria als genoemd in artikel 77 wg lid Sr aan te passen. Ook geeft de RSJ in
overweging de officier van justitie zelfstandig de mogelijkheid te geven de tbo-maatregel op te
leggen, eventueel voor een periode van zes maanden. Dit uiteraard na advies van de Raad voor de
Kinderbescherming / reclassering.
Duur van de maatregel
De tbo-maatregel wordt opgelegd voor de duur van een jaar en kan met een jaar worden verlengd
(voorgesteld artikel 77wg lid 2 Sr). De RSJ stelt voor om de duur van de tbo-maatregel af te
stemmen op de tijd die nodig is om aan de onderwijsverplichting te voldoen. Indien de jongere
bijvoorbeeld nog 7 maanden nodig heeft om een startkwalificatie te behalen, is het niet zinvol om
hem een tbo-maatregel voor de duur van een jaar op te leggen. Ook is het weinig zinvol een tbo-
maatregel op te leggen gedurende een langere vakantieperiode. Met het voorgaande bedoelt de RSJ
niet om de maximumduur van de tbo-maatregel op te rekken naar langer dan twee jaar.
Opnameplicht
Voor scholen geldt een opnameplicht van de jongere met een tbo-maatregel. De RSJ juicht deze
opnameplicht toe. Wel vraagt de RSJ zich af of deze opnameplicht zich ook uitstrekt tot de stage,
die bij mbo-opleidingen verplicht is. Daarnaast is voor sommige stages een Verklaring Omtrent
het Gedrag (VoG) verplicht. Het is de vraag of jongeren aan wie een tbo-maatregel is opgelegd de
benodigde VoG zullen krijgen. De RSJ vraagt u ervoor te zorgen dat dit goed geregeld wordt.
Passend onderwijs
Vanaf 1 augustus 2014 moeten scholen een passende onderwijsplek geven aan leerlingen die
extra ondersteuning nodig hebben, het zogenaamde ‘passende onderwijs’. Dat kan in het speciaal
onderwijs of met extra begeleiding op een reguliere school. In de praktijk zal dit betekenen dat
1    Zie voor informatie over jongeren met een licht verstandelijke beperking in de gesloten jeugdzorg en de jji het RSJ-advies ‘Zorg voor ingesloten
     licht verstandelijk beperkte jongeren’, uitgebracht op 6 juni 2011.
2    Memorie van toelichting pagina 9 en 10.
                                                                                                                                               2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>reguliere scholen meer kinderen met gedragsproblemen of een handicap zullen opnemen, met extra
begeleiding. De RSJ vraagt zich af of deze scholen daarbij nog in staat zijn jongeren aan wie een
tbo-maatregel is opgelegd te plaatsen. Is daarvoor voldoende capaciteit? Zijn de scholen daartoe
bereid en zijn ze voor de steeds complexere doelgroep voldoende geëquipeerd? Veel 18-plussers zijn
immers niet gemotiveerd om naar school te gaan en zouden liever werken. Als onduidelijk is of het
onderwijsveld bereid is mee te werken aan de uitvoering van de tbo-maatregel voor deze moeilijke
groep en daartoe ook onvoldoende (financiële) mogelijkheden heeft, heeft de tbo-maatregel weinig
kans van slagen. De RSJ vraagt u ervoor te zorgen dat dit goed geregeld wordt.
In het voortgezet onderwijs is het aantal leerlingen op 1 oktober van het voorgaande jaar bepalend
voor de bekostiging vanaf 1 januari het daarop volgende jaar (bekostiging op kalenderjaarbasis).
De RSJ vraagt zich af scholen bereid zijn een jongere met een tbo-maatregel op te nemen, als deze
jongere na 1 oktober van dat jaar is aangemeld. De school krijgt voor die leerling dan immers niet
betaald. Voor de financiering van jongeren met een tbo-maatregel kan wellicht aansluiting worden
gezocht bij de wijze van financieren van scholen die onderwijs voor de jji’s verzorgen.
Reële kans
Als sprake is van plaatsing van een jongere op een mbo, formuleren de (jeugd)reclassering en de
betrokken mbo-instelling voorafgaand aan het opleggen van de tbo-maatregel een plan van aanpak.
De mbo-instelling moet ‘reële kansen’ zien om de jongere een zinvol opleidingstraject aan te
bieden.3 De RSJ vraagt zich af of het gaat om een reële kans voor de betreffende jongere of om een
reële kans bij de onderwijsinstelling op dat moment. Als de onderwijsinstelling al drie jongeren met
een tbo-maatregel binnen heeft, is er dan voor de vierde jongere met een tbo-maatregel geen reële
kans meer om een zinvol opleidingstraject aan te bieden? De RSJ vraagt u ervoor te zorgen dat dit
goed geregeld wordt.
Time-out maatregel
De RSJ beveelt aan om, net als bij de gbm, bij de tbo-maatregel in een time-out mogelijkheid te
voorzien voor de duur van maximaal 30 dagen en gedurende de looptijd van de maatregel maximaal
twee keer op te leggen. Indien de jongere zich niet aan zijn onderwijsverplichtingen houdt, kan hij
op grond van deze time-out voor kortere tijd in een jji worden geplaatst. De time-out mogelijkheid
vormt zo een extra stok achter de deur om onderwijs te (blijven) volgen.
Samenloop met andere maatregelen
De tbo-maatregel kan worden gecombineerd met andere jeugdsancties. De memorie van toelichting
noemt als meest voor de hand liggende combinaties de taakstraf, geldboete en jeugddetentie, al
dan niet aangevuld met vrijheidsbeperkende maatregelen zoals contact- en gebiedsverboden.4 De
RSJ denkt ook aan de combinatie met de gbm. Een jongere zou dan worden veroordeeld tot het
verplicht volgen van onderwijs in het kader van de tbo-maatregel en bijvoorbeeld ook tot zinvolle
vrijetijdsbesteding in het kader van de gbm. Als de jongere de voorwaarden van beide maatregelen
overtreedt, zal de officier van justitie de tenuitvoerlegging van vervangende jeugddetentie bevelen.
Omdat beide maatregelen de mogelijkheid kennen vervangende jeugddetentie op te leggen, kan
dan een dubbeling optreden: de jongere krijgt voor zowel het niet-uitvoeren van de tbo-maatregel
als voor het niet-uitvoeren van de gbm vervangende jeugddetentie. Dit acht de RSJ onwenselijk
en hij beveelt aan wanneer de tbo-maatregel wordt gecombineerd met een andere sanctie waarbij
vervangende jeugddetentie kan worden opgelegd, het slechts mogelijk te maken om eenmaal
vervangende jeugddetentie op te leggen.
Terminologie
De RSJ vindt de naam ‘terbeschikkingstelling aan onderwijs’ ongelukkig omdat deze sterke
associaties oproept met de maatregel van terbeschikkingstelling (tbs). De RSJ stelt voor om te
kiezen voor een neutralere term zoals de ‘stimulerende onderwijsmaatregel’, ‘onderwijsmaatregel’ of
‘scholingsmaatregel’.
Financiering
In de memorie van toelichting staat vermeld dat aan de uitvoering van de maatregel geen extra
kosten zijn verbonden.5 De RSJ vraagt zich af of dat juist is, mede gelet op de opmerkingen die
hiervoor zijn gemaakt over de teldatum en plaatsing in het passend onderwijs.
3    Memorie van toelichting pagina 16.
4    Memorie van toelichting pagina 10.
5    Memorie van toelichting pagina 19
                                                                                                 3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Opmerking van redactionele aard
In de toelichting op voorgesteld artikel 77wi Sr (op pagina 22 van de memorie van toelichting) staat
dat artikel 77wb, 77wc en 77wh Sr van overeenkomstige toepassing zijn verklaard. In voorgesteld
artikel 77wi Sr is in lid 4 echter alleen artikel 77wh van overeenkomstige toepassing verklaard. Het
voorgestelde artikel en de memorie van toelichting moeten op dit punt in overeenstemming met
elkaar worden gebracht.
Ik hoop dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd.
Hoogachtend,
namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
mr. L.A.J.M. de Wit, algemeen voorzitter
                                                                                                 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>