<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                        Parkstraat 83 Den Haag
                                                                                                                                        Correspondentie:
                                                                                                                                        Postbus 30137
                                                                                                                                        2500 GC Den Haag
                                                                                                                                        Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                                                                        Fax algemeen (070) 361 93 10
                                                                                                                                        Fax rechtspraak (070) 361 93 15
                  Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
                  De heer mr. F. Teeven
                  Postbus 20301
                  2500 EH Den Haag
         Betreft: aanbieding advies
 Contactpersoon:  mr. K.H. Hinders, mr. D. van der Hoeven
Doorkiesnummer: 070-3619353, 070-3619354
          E-mail: t.hinders@minvenj.nl, d.van.der.hoeven@minvenj.nl
         Datum: 15 mei 2013
   Ons kenmerk: RSJ/101/1562/2013/KHH/CK
     Onderwerp: Advies concept-wijziging van de Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen
                  Geachte heer Teeven,
                  Op uw verzoek van 20 maart jongstleden om u te adviseren over de conceptwijziging van de
                  Regeling model huisregels penitentiaire inrichtingen gaat de Raad hierbij graag in.
                  In uw brief geeft u aan dat de wijzigingen voortvloeien uit het feit dat de bijlage bij de huidige
                  regeling verouderd is en geactualiseerd dient te worden. Dit heeft te maken met wijzigingen in de
                  Penitentiaire beginselenwet (Pbw) en de Penitentiaire maatregel (Pm) alsmede met een veranderde
                  werkwijze die samenhangt met de invoering van het programma Modernisering Gevangeniswezen.
                  Voordat de Raad ingaat op de conceptwijziging merkt hij het volgende op. De Raad acht het een
                  goede zaak dat het model huisregels wordt aangepast. Zoals ook in de toelichting op de huisregels
                  wordt vermeld, is het model de belangrijkste bron voor gedetineerden om zich te informeren over
                  hun rechtspositie en over beperkingen die kunnen worden opgelegd. Het is dan ook van groot
                  belang dat deze informatiebron actueel is. In dit advies beperkt de Raad zich tot commentaar
                  binnen het kader van de nu geldende wet- en regelgeving (Penitentiaire beginselenwet,
                  Penitentiaire maatregel en ministeriële regelingen). Uiteraard is de Raad op de hoogte van
                  ontwikkelingen die binnen het gevangeniswezen op stapel staan. Hij zal daar in deze reactie niet
                  op anticiperen maar verwijst daarvoor naar drie adviezen die de Raad hierover onlangs heeft
                  uitgebracht.1
                  De Raad plaatst bij het conceptmodel de volgende inhoudelijke kanttekeningen. Hij houdt hierbij de
                  volgorde van de artikelen in het model huisregels aan. Een aantal opmerkingen van tekstuele aard
                  zijn opgenomen in de bijlage bij dit advies.
                  Introductie
                  In de introductie is nieuw opgenomen dat tijdens de detentie nadrukkelijk geldt dat de gedetineerde
                  zijn verantwoordelijkheid kan nemen om succesvol te re-integreren. Het is de Raad onduidelijk
                  waarom dit in de introductie van de huisregels wordt vermeld.
                  Ook het doel van deze zinsnede is onduidelijk op deze plaats. Als het doel is gedetineerden te
                  1    Het betreft
                       a. Advies d.d. 15 april 2013 over het Conceptwetsvoorstel Wijziging van de Penitentiaire beginselenwet, de Beginselenwet verpleging terbe-
                       schikkinggestelden en de Beginselenwet justitiële jeugdinrichtingen in verband met het vervoer, het medisch klachtrecht en enkele andere
                       onderwerpen,
                       b. Advies d.d. 2 mei 2013 over het conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet en het Wetboek van Strafrecht in
                       verband met de herijking van de wijze van tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties en de invoering van elektronische detentie en c.
                       Advies d.d. 2 mei 2013 over het Masterplan DJI 2013-2018.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>motiveren, dan zou de passage moeten worden verduidelijkt. De Raad kan zich in dat geval
voorstellen dat een dergelijke passage meer op zijn plaats is bij bijvoorbeeld de bepaling over de
arbeid (3.2 nieuw).
2.2.1 Meerpersoonscelplaatsing
De (voormalige) Inspectie voor de Sanctietoepassing heeft in haar rapport van april 20112 over
meerpersoonscelgebruik nadrukkelijk aanbevolen om te stimuleren dat gedetineerden en ingesloten
vreemdelingen zelf een celgenoot zoeken en om dit vast te leggen in de huis- of afdelingsregels. Het
is goed te constateren dat in 2.2.1 (nieuw) wordt opgenomen dat een gedetineerde een voorkeur
kan uitspreken voor een celgenoot. De aanbeveling van de Inspectie dat te allen tijde dient te
worden voorkomen dat niet-rokers onvrijwillig op een cel worden geplaatst met een celgenoot die
rookt, is niet opgenomen. De Raad dringt erop aan dit alsnog te doen.
3.2 Arbeid
In de tweede alinea van 3.2 (nieuw) staat vermeld dat de gedetineerde in de gelegenheid wordt
gesteld om deel te nemen aan de in de inrichting beschikbare arbeid. De Raad vraagt zich af
waarom hier niet is gekozen voor de terminologie uit de Pbw, waarin arbeid in artikel 47 een
recht wordt genoemd. De Raad is op de hoogte van de voorgestelde wijziging van dit artikel in
het conceptwetsvoorstel elektronische detentie, maar zolang deze bepaling niet is gewijzigd dient
te worden uitgegaan van de huidige bepaling. De Raad heeft apart over het conceptwetsvoorstel
elektronische detentie geadviseerd en hij verwijst daarom naar zijn advies van 2 mei 2013.3
3.4 Onderwijs en vorming
De Raad beveelt aan onder punt 3.4 (nieuw) op te nemen dat een gedetineerde in aanmerking kan
komen voor een tegemoetkoming in de kosten van het volgen van onderwijs en het deelnemen
aan andere educatieve activiteiten.4 De Raad heeft begrepen dat een ministeriële regeling in
voorbereiding is waarin nadere voorwaarden worden vastgelegd en hij dringt aan op een spoedige
totstandkoming hiervan.
3.5 Recreatie
In 3.5 (oud) is bepaald dat de gedetineerde het recht heeft op deelname aan recreatie gedurende
zes uren per week, verspreid over minimaal twee blokken van ten minste twee uur. Het laatste
gedeelte van deze zin is komen te vervallen in 3.5 (nieuw). In theorie kunnen de recreatie-uren in
het voorstel in één blok van zes uur worden aangeboden. De Raad acht dit een onwenselijke situatie
en adviseert daarom ‘verspreid over de week’ toe te voegen.
3.7 Winkel
In het huidige model huisregels (laatst gewijzigd in 2006) staat in 3.7 de dwingende aanwijzing dat
gedetineerden tot 90 euro aan gebruiksartikelen per week kunnen aankopen. In artikel 3.7 (nieuw)
is dit bedrag gehandhaafd. De Raad kan zich voorstellen dat dit bedrag wordt aangepast aan de
inflatie.
Daarnaast bevat 3.7 (nieuw) de dwingende aanwijzing in de huisregels op te nemen dat het bedrag
dat een gedetineerde kan uitgeven voor de aankoop van gebruiksartikelen afhankelijk is van de
arbeidsbeloning die de gedetineerde ontvangt. Deze aanwijzing strookt niet met de daarboven
vermelde aanwijzing over aankoop van gebruiksartikelen tot maximaal 90 euro in een week….enz,
en roept derhalve vragen op. De Raad veronderstelt dat het niet de bedoeling is dat gedetineerden
die niet (mogen of kunnen) werken wekelijks een lager bedrag zouden mogen besteden dan het
hiervoor genoemde bedrag van 90 euro voor de aankoop van gebruiksartikelen. De toevoeging
‘afhankelijk van de arbeidsbeloning’ kan echter tot gevolg hebben dat het door de gedetineerde
te besteden bedrag veel lager wordt, bijvoorbeeld in gevallen waarin er geen arbeidsloon wordt
verkregen wanneer voor deze categorie gedetineerden/afdeling/inrichting geen arbeid wordt
aangeboden. De Raad beveelt aan deze toevoeging te schrappen.
3.8 Bezoek
In 3.8 (oud) is opgenomen dat de weigering van bezoek ten hoogste voor drie maanden kan
gelden, waarbij de directeur de toelating na deze periode (telkens) opnieuw kan weigeren. In
3.8 (nieuw) is opgenomen dat bezoek kan worden geweigerd voor een periode van ten hoogste
12 maanden, waarna de weigering daarna opnieuw kan worden opgelegd voor een periode van
2    Inspectie voor de Sanctietoepassing, Inspectierapport d.d. april 2011 in het kader van themaonderzoek: Meerpersoonscelgebruik.
3    Advies d.d. 2 mei 2013 over het conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Penitentiaire beginselenwet en het Wetboek van Strafrecht in verband
     met de herijking van de wijze van tenuitvoerlegging van vrijheidsbenemende sancties en de invoering van elektronische detentie
4    In deze ministeriële regeling wordt nadere uitwerking gegeven aan artikel 48 lid 4 Pbw.
                                                                                                                                                  2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>12 maanden. Deze wijziging is conform artikel 38 lid 3 Pbw. De Raad wijst erop dat weigering
van bezoek voor de maximum termijn van 12 maanden slechts mogelijk is in de in artikel 6 van
de Regeling toelating en weigering bezoek en beperking telefooncontacten opgenomen gevallen,
namelijk bij een gedetineerde die wordt verdacht van een terroristisch misdrijf, een gedetineerde
die al dan niet onherroepelijk is veroordeeld voor het begaan van een terroristisch misdrijf dan
wel een gedetineerde waarbij de bescherming van slachtoffers van of anderszins betrokkenen bij
misdrijven een weigering voor een zo lang mogelijke termijn vergt. Zoals ook in het commentaar bij
artikel 38 Pbw wordt vermeld5 zal in de meeste gevallen het toepassen van de maximale termijn niet
nodig zijn en kan worden volstaan met de bestaande termijn van drie maanden. De Raad beveelt
aan dit in de tekst te verduidelijken door op te nemen dat het weigeren van bezoek voor de termijn
van maximaal 12 maanden slechts mogelijk is in uitzonderingssituaties, zoals genoemd in artikel 6
van de Regeling toelating en weigering bezoek en beperking telefooncontacten.
3.8.3 Consulair bezoek
In 3.8.3 (nieuw) staat vermeld dat een gedetineerde vreemdeling recht heeft op consulaire bijstand.
Dit is, gelet op artikel 36 van het Verdrag van Wenen6, onjuist. De Raad verwijst hierbij ook naar het
Inspectierapport van de Inspectie Veiligheid en Justitie (IVenJ) ‘Slechts op bezoek’.7 Ook de IVenJ
merkt op dat in het model huisregels foutief staat vermeld dat buitenlandse gedetineerden recht
hebben op consulaire bijstand terwijl ze alleen recht hebben op het maken van contact met hun
diplomatieke vertegenwoordiging. De IVenJ beveelt DJI aan om de zinsnede over consulaire bijstand
aan te passen. Om misverstanden te voorkomen en om de vreemdeling juist te informeren beveelt
de Raad aan deze passage te wijzigen conform de door de IV&J aanbevolen passage.
3.9.1 Telefoneren met persoonlijke relaties
In 3.9.1 (nieuw) staat dat de door of met de gedetineerde gevoerde telefoongesprekken met
persoonlijke relaties kunnen worden opgenomen, dat de opnamen van deze telefoongesprekken
ten hoogste acht maanden kunnen worden bewaard en na het verstrijken van deze periode worden
gewist. De Raad wijst erop dat het opnemen van telefoongesprekken alleen is toegestaan in het
kader van het houden van toezicht (artikel 39 lid 2 Pbw), indien dit noodzakelijk is om de identiteit
van de persoon met wie de gedetineerde een gesprek voert vast te stellen dan wel met het oog op
een belang als bedoeld in artikel 36 lid 4 Pbw. Deze belangen zijn opgenomen in 3.9.1 (nieuw).
De Raad beveelt aan de passage “de door u of met u gevoerde telefoongesprekken met uw
persoonlijke relaties kunnen worden opgenomen… enz. “ als volgt te wijzigen in “de door u of met
u gevoerde telefoongesprekken met uw persoonlijke relaties kunnen in het kader van het houden
van toezicht worden opgenomen.8 De Raad stelt voor hier ook op te nemen dat de gedetineerde
schriftelijk mededeling wordt gedaan van de aard en reden van het toezicht, conform artikel 58 Pbw
en artikel 23a Pm.
In 3.9.1 (nieuw) wordt gesproken over afluisteren van gemaakte opnamen (in het kader van
toezicht). In artikel 39 Pbw worden echter twee mogelijkheden van toezicht genoemd: het
beluisteren van een telefoongesprek en het uitluisteren van een opgenomen telefoongesprek. De
Raad adviseert deze terminologie over te nemen.
De directeur kan telefoongesprekken weigeren. In 3.9.1 (nieuw) is opgenomen dat deze weigering
tot het voeren van (een) telefoongesprek(ken) geldt voor een periode van ten hoogste 12 maanden,
waarna dit telkens met 12 maanden verlengd kan worden.
Hier geldt hetzelfde als voor het bezoek, onder 3.8, namelijk dat weigering van telefoongesprekken
voor de maximumtermijn van 12 maanden slechts mogelijk is in de in artikel 6 van de Regeling
toelating en weigering bezoek en beperking telefooncontacten opgenomen gevallen. Met verwijzing
naar zijn opmerkingen onder 3.8 adviseert de Raad dit in de tekst te verduidelijken (zie artikel 3.8).
3.9.2 Telefoneren geprivilegieerde contacten
De Raad adviseert (als dwingende aanwijzing voor de directeur) om in 3.9.2 (nieuw) te vermelden
dat telefoongesprekken met geprivilegieerden niet worden opgenomen. Dit is immers in strijd met
artikel 39 lid 4 Pbw en artikel 23a Pm. Conform zijn jurisprudentie merkt de Raad op dat, indien
er geen andere manier is om te waarborgen dat deze gesprekken niet worden opgenomen, de
directeur ervoor dient te zorgen dat er voor gesprekken met geprivilegieerden aparte telefoontoe-
5    Schuyt, tekst & Commentaar Strafrecht, commentaar op artikel 38 Pbw
6    Artikel 36 Verdrag van Wenen, 24 april 1963
7    Inspectie Veiligheid en Justitie, Themaonderzoek ‘Slechts op bezoek’, maart 2013
8    Volgens de beroepscommissie uit de RSJ impliceert dit een belangenafweging van de directeur en is er voor het standaard opnemen van ge-
     sprekken geen wettelijke basis. Uitspraak d.d. 29 oktober 2012, 12/1813/GA en 12/1847/GA
                                                                                                                                             3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>stellen beschikbaar zijn waardoor het niet mogelijk is om telefoongesprekken op te nemen.9
4.2 Medische verzorging
In 4.2 (nieuw) staat vermeld dat een gedetineerde verplicht is mee te werken aan een medisch
onderzoek bij binnenkomst, om vast te stellen of hij in staat is aan arbeid en sport deel te nemen.
De Raad vraagt zich af wat de (wettelijke) basis is voor deze verplichting en wat er gebeurt als
een gedetineerde niet aan dit onderzoek wenst mee te werken. Aan het medisch onderzoek
bij binnenkomst liggen medische redenen ten grondslag en de noodzaak tot bescherming van
overige gedetineerden en personeel (vaststellen besmettelijke ziekten). Medisch onderzoek naar
bijvoorbeeld arbeidsparticipatie zou naar het oordeel van de Raad slechts dienen plaats te vinden
als een gedetineerde aangeeft niet aan de arbeid te kunnen deelnemen. Uitzonderingen hierop
zouden dan kunnen worden gemaakt voor bijvoorbeeld het werken in de keuken of bij een extern
bedrijf. Maar ook dan is hiervoor een wettelijke basis nodig.
4.3.1 Sociale verzorging en hulpverlening
De eerste alinea onder 4.3.1 (nieuw) over screening bij binnenkomst in de inrichting, is van
toepassing op langgestraften en nazorg is daar een onderdeel van (Detentie en Re-integratieplan).
Artikel 4.3.1.1 (nieuw) Nazorg is met name van toepassing op de kortgestraften. De Raad adviseert
dit te verduidelijken.
De tweede alinea onder 4.3.1 (nieuw) over de terugkeerfunctionaris is niet van toepassing op alle
inrichtingen. De Raad adviseert dit in het voorgestelde artikel te verduidelijken door een kop toe te
voegen: (Alleen verplicht voor de inrichtingen waaraan een terugkeerfunctionaris is verbonden).
4.5.1 Voorwerpen in de inrichting.
In 4.5.1 (oud) staat een opsomming van voorwerpen die een gedetineerde in zijn verblijfsruimte
mag houden (‘toegestane voorwerpen’). In 4.5.1 (nieuw) is deze opsomming komen te vervallen
en is het aan de directeur per inrichting om te bepalen welke persoonlijke voorwerpen de
gedetineerde in zijn verblijfsruimte mag houden. De Raad meent dat deze wijziging tot aanzienlijke
verschillen in toelatingsbeleid tussen de inrichtingen leidt en daarmee tot rechtsongelijkheid tussen
gedetineerden die verblijven in de verschillende inrichtingen. Dit zal met name problemen opleveren
bij overplaatsingen. De Raad ontvangt jaarlijks veel beroepschriften over het (al dan niet mogen)
houden van voorwerpen op cel en te verwachten valt dat de voorgestelde vrijheid van directeuren
om bepaalde voorwerpen wel of niet toe te staan, zal leiden tot een toename van beklag- en
beroepszaken. De Raad adviseert een lijst van (minimaal) toegestane voorwerpen dwingend te
(blijven) regelen in het model huisregels. De nu geldende lijst dient overigens wel te worden
geactualiseerd.
In 4.5.1 (nieuw) is de opsomming van verboden voorwerpen uit 4.5.1. (oud) gehandhaafd, met
een toevoeging van elektronische informatiedragers. Alle elektronische informatiedragers worden
op voorhand als verboden middel benoemd (zonder een uitzonderingsclausule). De Raad meent
dat uitzonderingen op dit verbod denkbaar zijn, bijvoorbeeld indien een gedetineerde een opleiding
volgt (denk hierbij aan een cursus op een CD-rom of een mp3 speler) of indien een gedetineerde
toegang wenst tot zijn ‘digitale dossier’ ter voorbereiding van een rechtszitting (bijvoorbeeld het
strafdossier op een usb-stick). De Raad stelt dan ook voor een uitzonderingsmogelijkheid in te
voegen.
In de laatste alinea van 4.5.1 (nieuw) wordt gesteld dat de aansprakelijkheid van de directeur,
ingeval van vermissing of beschadiging van voorwerpen in de verblijfsruimte van de gedetineerde,
is beperkt tot 500 euro. De Raad merkt op dat in artikel 49 Pm wordt bepaald dat de aansprakelijk-
heid van de directeur wordt beperkt, behalve als er sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid
(door functionarissen van de inrichting). In dat geval dient de directeur de schade volledig te
vergoeden. De Raad stelt daarom voor de laatste alinea van 4.5.1 (nieuw) aan te passen conform
de tekst van artikel 49 Pm. Tot slot staat vermeld dat de directeur niet aansprakelijk is indien de
vermissing het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid. De Raad veronderstelt dat hier wordt
bedoeld: opzet of roekeloosheid van de gedetineerde. De Raad adviseert deze zin te verduidelijken.
De Raad merkt tot slot op dat soms wordt gesproken van ‘voorwerpen in de verblijfsruimte’ en soms
van ‘voorwerpen onder uw berusting’. De Raad adviseert een eenduidige terminologie te hanteren.
4.5.2 Geld
In artikel 46 Pm is bepaald dat het bezit van contant geld in de inrichting verboden is, tenzij
9    Zie noot 6.
                                                                                                      4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>in de huisregels anders is bepaald. In 4.5.2. (nieuw) staat dwingend opgenomen dat contant
geld verboden is (in alle inrichtingen, zonder uitzondering); dit is beperkter dan de Penitentiaire
maatregel. De Raad adviseert de tekst te laten aansluiten op de tekst van artikel 46 Pm. In
sommige zeer beperkt beveiligde inrichtingen is het bezit van contant geld immers wel toegestaan.
In bepaling 4.5.2 (nieuw) wordt vermeld dat op de rekening-courant maximaal een bedrag van 500
euro mag staan. Vreemde valuta worden voor de gedetineerde in de kas bewaard evenals de euro’s
die het maximumbedrag van 500 euro overschrijden totdat de gedetineerde vertrekt. In 4.5.2
(nieuw) is opgenomen dat op het moment van ontslag maximaal 500 euro wordt meegegeven.
Daarna staat vermeld: ‘Het geld wordt gestort op (…)’. De Raad veronderstelt dat hier wordt
bedoeld dat er maximaal 500 euro contant wordt meegegeven en dat het resterende bedrag (het
bedrag in de kas) wordt gestort op een rekeningnummer. De Raad stelt daarom voor de tekst aan
te passen. Daarnaast vraagt de Raad zich af wat er gebeurt met het te storten bedrag, indien de
gedetineerde niet over een bankrekening beschikt.
De Raad stelt voorts voor in 4.5.2. (nieuw) de mogelijkheid op te nemen voor vreemdelingen om
vreemde valuta voor euro’s te wisselen bij binnenkomst in de inrichting.
In 4.5.2 (oud en nieuw) staat vermeld dat financiële transacties aanleiding kunnen geven tot
nader onderzoek. In 4.5.2 (nieuw) wordt verderop in de tekst opgemerkt dat een boetebetaling en
ontvangst van geld uit het buitenland financiële transacties zijn. De Raad stelt voor, in het kader
van een heldere opbouw van de tekst, om de eerste zin ‘Financiële transacties kunnen aanleiding
geven tot nader onderzoek’ direct boven ‘Een boetebetaling is een financiële transactie’ te plaatsen.
In 4.5.2 (nieuw) is opgenomen dat het niet is toegestaan om geld over te maken naar een andere
gedetineerde. De Raad meent dat hierop een uitzondering denkbaar is, namelijk indien het een
overmaking tussen twee gedetineerde familieleden betreft. De Raad adviseert een woord toe
te voegen aan deze zin: Het is in beginsel niet toegestaan geld over te maken naar een andere
gedetineerde.
6.3 Urinecontrole
In de eerste alinea van 6.3 (nieuw) wordt gesproken over urineonderzoek op aanwezigheid van
gedragsbeïnvloedende en wettelijk verboden middelen. De Raad meent dat deze formulering
kan leiden tot onduidelijkheid. De Raad stelt voor en te vervangen door en/of, of te spreken
over wettelijk verboden en andere gedragsbeïnvloedende middelen. Het betreft hier immers ook
onderzoek naar gedragsbeïnvloedende middelen die ingevolge de Opiumwet niet zijn verboden
(zoals alcohol en bepaalde medicijnen).
In deze bepaling is een lijst opgenomen van de gevallen waarin er standaard een urinecontrole
wordt uitgevoerd (geformuleerd als dwingende bepaling). De Raad meent dat dit in strijd is met
artikel 30 lid 1 Pbw waarin wordt vermeld dat de directeur een gedetineerde kan verplichten urine
af te staan, indien noodzakelijk in het belang van de orde en veiligheid in de inrichting, in verband
met de beslissing tot (over)plaatsing en in verband met de verlening van verlof. Het betreft hier een
controlebevoegdheid van de directeur en geen (standaard)plicht. De Raad adviseert deze passage
aan te passen conform artikel 30 Pbw.
De Raad beveelt daarnaast aan de inhoud van artikel 30 lid 2 Pbw over te nemen. Hierin is
opgenomen dat de gedetineerde het recht heeft om de uitslag van de urinecontrole te vernemen en
om voor eigen rekening een hernieuwd onderzoek van de afgestane urine te laten plaatsvinden.
De procedure die bij elke urinecontrole moet worden gevolgd, staat beschreven in de Regeling
Urinecontrole penitentiaire inrichtingen. Deze regeling dient dan ook te worden vermeld onder
Nadere regelgeving.
6.6 Gedogen geneeskundige behandeling
Op 1 juli 2013 zal de Wet onvrijwillige geneeskundige behandeling in werking treden (tezamen
met het uitvoeringsbesluit). In deze wet worden drie vormen van behandeling onder dwang
onderscheiden namelijk: de geneeskundige handeling, de a-dwangbehandeling en de b-dwangbe-
handeling. De Pbw en de Pm worden hiertoe gewijzigd. De Raad merkt op dat de a-dwangbehande-
ling en de b-dwangbehandeling (en de rechten en plichten van de gedetineerde daarbij) niet worden
vermeld in 6.6 (nieuw). Gelet op het feit dat de genoemde wet op 1 juli 2013 in werking zal treden
en de beoogde datum van inwerkingtreding van het conceptmodel huisregels eveneens op 1 juli
2013 is gedateerd, adviseert de Raad deze passage aan te passen.
                                                                                                      5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>12.2 Beroep ad a Beroep tegen de uitspraak van de beklagcommissie
De Raad stelt voor om in de zin: ‘’tegen de uitspraak van de beklagcommissie kunt u beroep
instellen door het indienen van een met redenen omkleed beroepschrift’ toe te voegen na ‘u’: of de
directeur.
12.2 Beroep ad e. Beroep tegen medisch handelen.
De Raad vindt 12.2 (nieuw) niet goed leesbaar, vooral door de volgorde. De Raad stelt voor in
ieder geval de opbouw te wijzigen en ‘chronologisch’ te laten lopen. De laatste alinea (over de
bemiddeling en Hoofd medische dienst) zou naar boven moeten worden gehaald en zou onder de
tweede alinea moeten worden gezet.
14.1 Het ondergaan van een vrijheidsstraf in eigen land.
In de tweede zin van de eerste alinea wordt vermeld dat de Wet wederzijdse erkenning en tenuit-
voerlegging strafrechtelijke sancties (WETS) en de Wet Overdracht tenuitvoerlegging strafvonnissen
(WOTS) bijzonder ingewikkeld zijn, omdat deze berusten op afspraken met andere landen. De
Raad merkt op dat deze wetten niet ingewikkeld zijn, maar dat de mogelijke ingewikkeldheid wordt
veroorzaakt door de uitwerking van de wetten op basis van verdragen (en die zijn verschillend per
land). De Raad stelt dan ook voor deze zin weg te halen.
14.2.1 Voorwaardelijke invrijheidstelling
In 14.2.1 (nieuw) worden niet alle gevallen genoemd waarin het OM kan besluiten tot uitstel of
achterwege laten van de voorwaardelijke invrijheidstelling. De Raad adviseert hier alle gronden van
artikel 15 d Sr te vermelden.
De Raad acht het een goede zaak dat het model huisregels wordt aangepast en hij hoopt met dit
advies hieraan een bijdrage te hebben geleverd.
Hoogachtend,
namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
mr. L.A.J.M. de Wit, algemeen voorzitter
                                                                                                    6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Bijlage
Overige en tekstuele opmerkingen
•   4.1 Geestelijke verzorging: 1) ‘een geestelijk verzorger van protestantse en rooms-katholieke
    gezindte (…)’ dient te zijn ‘geestelijk verzorgers van protestantse en rooms-katholieke gezindte’
    (conform artikel 24 Pm) en 2) ‘boeddhist’ te wijzigen in ‘boeddhistisch geestelijk verzorger’.
•   4.2 Medische verzorging: in plaats van de dubbele punt achter Justitieel Medisch Centrum dient
    een punt of een haakje te staan.
•   4.3.1 Sociale verzorging en hulpverlening: in de eerste zin onder Terugkeerfunctionaris staat
    twee keer ‘van afspraken’
•   4.3.3 Fasering en vrijhedenbeleid: deze paragraaf behandelt met 4.3.3.1 (selectie en
    overplaatsing) en 4.3.3.2 (tijdelijk verlaten van de inrichting) de vrijheden. Hoofdstuk 4.3.3
    (Inzage penitentiair dossier) lijkt daarom als subparagraaf van 4.3.3. niet op de goede plaats
    te staan en zou wellicht onder 13 (informatie, hoor- en medededelingsplicht) kunnen worden
    opgenomen.
•   4.3.3.1 Selectie en overplaatsing: onder Nadere regelgeving staat ‘Ministeriële regeling;
    Plaatsing en overplaatsing’. Dit moet zijn: ‘Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing van
    gedetineerden’.
•   Tot slot merkt de Raad op dat in diverse artikelen wordt gesproken over de minister van Justitie
    in plaats van de minister van Veiligheid en Justitie.
                                                                                                      7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>