<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                                                                               Parkstraat 83 Den Haag
                                                                                                                                               Correspondentie:
                                                                                                                                               Postbus 30137
                                                                                                                                               2500 GC Den Haag
                                                                                                                                               Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                                                                               Fax algemeen (070) 361 93 10
                                                                                                                                               Fax rechtspraak (070) 361 93 15
                  Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
                  De heer mr. F. Teeven
                  Postbus 20301
                  2500 EH Den Haag
         Betreft: aanbieding advies
 Contactpersoon:  mr. D. van der Hoeven, mr. K.H. Hinders
Doorkiesnummer: 070-3619354
          E-mail: t.hinders@minvenj.nl
         Datum: 25 juni 2013
   Ons kenmerk: RSJ/101/1654/2013/DvdH/CK
      Onderwerp Advies concept Regeling kosten onderwijs gedetineerden
    Uw kenmerk: 5746215/13/DJI
                  Geachte heer Teeven,
                  Bij brief van 2 mei 2013 heeft u de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming gevraagd
                  te adviseren over het concept ‘Regeling kosten onderwijs gedetineerden’.
                  Met deze conceptregeling wordt invulling gegeven aan artikel 48 lid 4 van de Penitentiaire
                  beginselenwet (Pbw), om nadere regels te stellen over de voorwaarden waaronder aan
                  gedetineerden een tegemoetkoming kan worden verleend in de kosten voor het volgen van
                  onderwijs en het deelnemen aan andere educatieve activiteiten. Het gaat dan om opleidingen
                  voor zover de inrichting hier niet in voorziet. Tot 2 november 2012 gold de circulaire betreffende
                  schriftelijke studies van gedetineerden van 20 juni 1988, nr. 361/388. De circulaire is bij brief met
                  kenmerk 5739937/12/DJI ingetrokken omdat deze verouderd was en, zoals werd aangegeven in
                  genoemde brief, niet meer in overeenstemming was met huidige inzichten. Sindsdien is er geen
                  regeling of circulaire van kracht. Met het voorliggende concept wordt in deze leemte voorzien.
                  Reactie Raad
                  De Raad waardeert dat met de conceptregeling invulling wordt gegeven aan artikel 48 lid 4 Pbw.
                  Het is voor alle betrokkenen en met name voor de betreffende gedetineerde van belang dat de
                  criteria voor toekenning van een tegemoetkoming helder zijn. De Raad plaatst twee (algemene)
                  opmerkingen bij de conceptregeling. Vervolgens zal de Raad artikelsgewijs ingaan op de
                  conceptregeling.
                  Doelstelling en rol onderwijs in detentie
                  De Raad mist in de toelichting op de conceptregeling een beschrijving van de doelstellingen van
                  onderwijs in detentie. Scholing als integraal onderdeel van de detentieperiode is van belang om
                  recidive terug te dringen en dient ter voorbereiding op (succesvolle) terugkeer in de samenleving.
                  Zo kan het volgen van onderwijs in detentie de kansen op de arbeidsmarkt vergroten. Onderwijs
                  heeft echter een ruimere strekking: het sluit tevens aan bij het beginsel van normalisatie.1 Een
                  gedetineerde heeft ingevolge artikel 48 lid 1 Pbw recht op het volgen van onderwijs. Hierbij geldt
                  dat een gedetineerde hetzelfde recht heeft op onderwijs als burgers in de vrije samenleving.2
                  1    Zie hiervoor ook Muller en Vegter, Detentie, pagina 388 e.v. Het beginsel van normalisatie wil zeggen dat het leven binnen de muren van de
                       penitentiaire inrichting zoveel als mogelijk dient te zijn ingericht zoals dat in de (vrije) maatschappij het geval is.
                  2    European Prison Rules; Recommendation R(89)12 concerning education in prison (1989), onder 2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Verweven met dit beginsel is het recht van de gedetineerde op zelfontplooiing, waaronder onderwijs.
Een zinvol regime (met de mogelijkheid om onderwijs te volgen) biedt de gedetineerde ruimte
en stimuleert tot persoonlijke ontwikkeling en zelfontplooiing. Onderwijs in detentie heeft dus
meerdere doelen die op hun beurt bij kunnen dragen aan een succesvolle re-integratie.
Het valt de Raad op dat in de toelichting re-integratie wordt genoemd als doel van onderwijs in
detentie, maar dat dit alleen wordt gekoppeld aan het vergroten van de kansen van de gedetineerde
op de arbeidsmarkt. De Raad adviseert ook de andere doelstellingen, namelijk zelfontplooiing en
normalisatie in de toelichting te vermelden.
E-learning
In de conceptregeling wordt een opleiding gedefinieerd als schriftelijk onderwijs of andere
educatieve activiteiten. Tegemoetkoming in de kosten van opleidingen waarbij gebruik dient te
worden gemaakt van internet (e-learning) wordt op voorhand uitgesloten in de conceptregeling (zie
ook artikel 3 sub c). De Raad acht dit niet raadzaam gelet op het groeiende belang van internet in
de samenleving. Nu steeds meer opleidingen internetfaciliteiten vereisen, moeten gedetineerden
de kans hebben om internet te gebruiken voor onderwijs en educatieve activiteiten, inclusief de
bijbehorende mogelijkheid op een tegemoetkoming in de opleidingskosten.3
Het is de Raad bekend dat er onlangs een pilot is afgerond waarbij gedetineerden beperkt toegang
kregen tot internet in het kader van re-integratieactiviteiten. De resultaten van deze pilot (en/
of vervolgpilots) kunnen worden gebruikt voor de ontwikkeling van criteria op basis waarvan
veilig en beheersbaar internetgebruik door gedetineerden mogelijk wordt. De Raad begrijpt dat
internetgebruik in detentie eigen problemen mee zich mee kan brengen en daarom aan restricties
gebonden zal zijn. Ten aanzien van het gebruik van internet ten behoeve van een opleiding meent
de Raad dat per individueel geval een belangenafweging moet worden gemaakt. Internetgebruik en
de mogelijkheid op een tegemoetkoming van kosten van een opleiding waarbij een internetverbin-
ding is vereist, dienen niet op voorhand voor alle gedetineerden te worden uitgesloten.4
Artikelsgewijs commentaar
Artikel 1
Uit artikel 1 sub b komt naar voren dat in de conceptregeling onder opleiding wordt verstaan:
‘schriftelijk onderwijs of andere educatieve activiteiten die worden verzorgd door een bij of
krachtens de wet erkende onderwijsinstelling’.
-- Gelet op hetgeen vermeld onder e-learning adviseert de Raad ‘schriftelijk’ voor onderwijs weg te
     halen.5
-- De Raad stelt voor nader te beschrijven wat wordt verstaan onder ‘educatieve activiteiten’
     (uniform aan art. 1 van de Regeling kosten onderwijs verpleegden).
-- De Raad adviseert aan de zinsnede “die worden verzorgd door een bij of krachtens de wet
     erkende onderwijsinstelling’ toe te voegen: ‘en voor zover hierin in de inrichting niet is voorzien’.
     In de toelichting bij de conceptregeling wordt aangegeven dat de regeling van toepassing is
     op onderwijs dat niet door of vanwege de inrichting wordt verzorgd; dit komt echter niet meer
     terug in de artikelen.
Artikel 3
In artikel 3 sub a wordt als eis voor tegemoetkoming gesteld dat de opleiding moet passen in
het detentie- en re-integratieplan. De Raad vraagt zich af welke consequentie deze eis heeft voor
gedetineerde vreemdelingen die worden uitgezet. De Raad wijst er op dat het re-integratiebeginsel
op basis van artikel 10 lid 3 IVBPR niet beperkt is tot Nederlands grondgebied en daarmee onverkort
van toepassing is op gedetineerde vreemdelingen. De conceptregeling dient dus ook voor hen te
gelden.
Volgens het artikelsgewijs commentaar moet de eis dat de opleiding past in het detentie- en
re-integratie plan voorkomen dat een langgestrafte aan het begin van zijn detentie een opleiding
gaat volgen. In dat geval zal de opleiding geen reële bijdrage leveren aan de re-integratie, aldus de
3     De Raad wijst in dit verband op de Recommendations ‘E-learning in Prison Education’, recommendations for European Policy Makers (dec 2010).
      Ontwikkeld in context: EU Lifelong Learning project LICOS in samenwerking met Ex-Offender Community of Practice (ExOCoP).
4     De Raad merkt op dat internetgebruik ten behoeve van een opleiding in de conceptregeling wordt uitgesloten maar dat wel in de toelichting
      nadrukkelijk wordt vermeld dat de registers met erkende onderwijsinstellingen op internet kunnen worden geraadpleegd (zie toelichting artikel
      1).
5     De Raad wijst op de definitie van schriftelijk onderwijs in artikel 1 Wet op de erkende onderwijsinstellingen: “onderwijs waarbij de communicatie
      tussen cursist en instelling zich geheel of in hoofdzaak voltrekt door geregelde uitwisseling van het gedrukte en geschreven woord (…). Steeds
      meer opleidingsinstituten leggen zich echter toe op digitaal leren. Hierbij kan opleidingsmateriaal wel via de post worden aangeleverd, maar
      verloopt het contact tussen de cursist en instelling en collega-cursisten grotendeels via internet.
                                                                                                                                                       2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>toelichting. De Raad plaatst hierbij de volgende kanttekeningen:
1. Met verwijzing naar hetgeen hij hiervoor heeft opgemerkt meent de Raad dat hiermee voorbij
    wordt gegaan aan de andere doelen van het onderwijs, namelijk normalisatie en zelfontplooiing.
2. De Raad wijst er op dat het volgen en afronden van een opleiding lang kan duren. Ter illustratie:
    de gemiddelde studieduur van een bachelorstudie aan de Open Universiteit bedraagt zeven jaar.6
    In dergelijke gevallen acht de Raad het goed denkbaar dat een langgestrafte al aan het begin
    van zijn detentie start met een opleiding en dat dit tevens bijdraagt aan het vergroten van zijn
    kansen op de arbeidsmarkt.
Gelet op deze kanttekeningen adviseert de Raad het commentaar bij artikel 3 aan te passen.
In artikel 3 sub c wordt deelname aan internetstudies uitgezonderd van de regeling. Gelet op
hetgeen is vermeld onder e-learning adviseert de Raad deze beperking te schrappen.
Artikel 4
In de toelichting bij artikel 4 sub b staat vermeld dat een verzoek om tegemoetkoming in de kosten
wordt afgewezen indien de gedetineerde voldoende gekwalificeerd is om na detentie een plaats op
de arbeidsmarkt te verwerven. De Raad meent dat hier voorbij wordt gegaan aan de andere doelen
van het onderwijs, namelijk zelfontplooiing en normalisatie, en adviseert deze afwijzingsgrond te
schrappen.
Artikel 5
In artikel 5 wordt de hoogte van de maximale tegemoetkoming vermeld. De Raad adviseert dit
bedrag jaarlijks te indexeren.
Artikel 6
In artikel 6 lid 3 is opgenomen dat de tegemoetkoming in de kosten stopt zodra de detentie is
geëindigd. De Raad acht het denkbaar dat hier voor een ruimere formulering wordt gekozen,
namelijk dat de tegemoetkoming stopt zodra de gevangenisstraf is geëindigd. Op deze manier
zouden gedetineerden, die in detentie zijn gestart met de opleiding, in beginsel tijdens een
voorwaardelijke invrijheidstelling (VI) nog in aanmerking kunnen komen voor een vergoeding. Een
van de VI- voorwaarden kan zijn dat de gedetineerde zijn gestarte opleiding blijft volgen.
Hoogachtend,
namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
mr. L.A.J.M. de Wit, algemeen voorzitter
6    Zie overweging beroepscommissie RSJ 12/3903/GA.
                                                                                                     3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>