<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                                                Parkstraat 83 Den Haag
                                                                                                                Correspondentie:
                                                                                                                Postbus 30137
                                                                                                                2500 GC Den Haag
                                                                                                                Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                                                Fax algemeen (070) 361 93 10
                                                                                                                Fax rechtspraak (070) 361 93 15
Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
De heer mr. F. Teeven
Postbus 20301
2500 EH Den Haag
Betreft            :  aanbieding advies
Contactpersoon     :  drs. M. Kruissink / drs. A.J. van Bommel
Doorkiesnummer     :  070-3619322
E-mail             :  m.kruissink@minvenj.nl
Datum              :  7 januari 2013
Ons kenmerk        :  RSJ/101/1315/2013/MKr/RD
Onderwerp          :  Advies gedetineerden met een licht verstandelijke beperking
                      Geachte heer Teeven,
                      In dit advies vraagt de Raad uw aandacht voor gedetineerden met een licht
                      verstandelijke beperking. Deze gedetineerden hebben al enkele jaren de
                      aandacht van de Raad vanwege de aard van hun beperking en de daaruit
                      voortvloeiende problemen. Een concrete aanleiding om dit onderwerp nu op
                      te pakken is dat tijdens de voorbereiding van het RSJ-werkprogramma voor
                      2012 door het ministerie van V&J de suggestie werd gedaan aandacht aan
                      licht verstandelijk beperkte gedetineerden te besteden. Verder vormen de
                      resultaten van een onderzoek naar licht verstandelijk beperkte gedetineerden,
                      dat in opdracht van het WODC is verricht, voor de Raad aanleiding aandacht
                      aan dit onderwerp te besteden.1
                      Voordat de Raad zijn advies geeft, passeren enkele feiten over licht
                      verstandelijk beperkte gedetineerden de revue.
                      Enkele feiten
                      Kenmerken van licht verstandelijk beperkten
                      In het gevangeniswezen verblijven gedetineerden met een licht verstandelijke
                      beperking (verder LVB). Hoeveel mensen dit precies betreft, is niet bekend
                      aangezien aan het vaststellen van een LVB methodologisch nogal veel haken
                      en ogen zitten. Wel wordt duidelijk dat het om substantiële aantallen gaat.
                      Onderzoek wijst uit dat 15 tot 25% van de justitiabelen in ons land een
                      verstandelijke beperking zou kunnen hebben, dit percentage kan oplopen tot
                      39% onder justitiabelen die problematische (hard)druggebruikers zijn.2
                      Een LVB komt tot uiting in: het intellectueel functioneren3 (redeneren, leren),
                      conceptuele vaardigheden (zoals lezen, schrijven, begrip van geld, tijd en
                      1    Kaal, H.L., A.M. Negenman, E. Roeleveld en P.J.C.M. Embregts, De problematiek van gedetineerden met een
                           LVB in het gevangeniswezen; onderzoek uitgevoerd door Tilburg University, Dichterbij kennisn@ en de Hoge-
                           school Leiden, in opdracht van het WODC van het ministerie van Justitie, 2011.
                      2    Zie Kaal, H.L., M.M.J. van Ooyen-Houben, S. Ganpat, E. Wits; Een complex probleem; Passende zorg voor
                           verslaafde justitiabelen met co-morbide psychiatrische problematiek en een lichte verstandelijke handicap;
                           (WODC); Cahier 2009-11;
                      3    LVB-ers hebben een IQ-score van 50 à 55 tot 70 punten. In ons land worden tot de categorie LVB-ers eveneens
                           de ‘zwakbegaafden’ gerekend, dat zijn personen met een IQ tussen de 70 en 85 punten. De reden hiervan is
                           dat deze twee groepen veel problemen met elkaar gemeen hebben, volgens binnen- en buitenlands onderzoek.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>getallen), sociale vaardigheden (omgaan met mensen, oplossen van sociale problemen) en
praktische vaardigheden (zaken die te maken hebben met persoonlijke verzorging, vervoer en
gezondheid).
Op cognitief gebied kenmerken LVB-ers zich door een - in vergelijking met niet verstandelijk
beperkten - minder goed geheugen, een lager denktempo, moeite met het uitvoeren van complexe
taken, met abstraheren, generaliseren en informatieverwerking, zo blijkt uit genoemd WODC-
onderzoek. Ook in sociaal opzicht wijken LVB-ers af van normaal begaafde mensen. LVB-ers hebben
vaak moeite om zich te verplaatsen in een ander. Tevens hebben zij moeite met het reguleren van
emoties en het verwerken van sociale informatie. Ze worden gemakkelijk voorgelogen, gebruikt
en/of voor gek gezet.4 Ze kunnen de gevolgen van hun eigen handelen niet goed overzien. Verder
komen psychische problemen, gedragsproblemen en verslaving aan middelen bij deze groep relatief
vaker voor dan bij ‘normaal begaafden’.5
LVB-ers in detentie
Gezien het bovenstaande is het niet verwonderlijk dat mensen met een LVB in detentie allerlei
problemen ervaren.6 Allereerst blijkt de informatievoorziening in inrichtingen voor veel LVB-
gedetineerden problemen op te leveren. De gebrekkige kennis van regels en procedures maakt dat
zij - mogelijk onbedoeld - de regels overtreden en daar een rapport voor krijgen. Het contact met
de buitenwereld, met name familie, geeft eveneens moeilijkheden. Vooral telefonisch contact en
dan met name de drukte rondom de telefoon aangezien deze met medegedetineerden gedeeld moet
worden, bezorgt LVB-gedetineerden veel spanningen. Op verzoek van de gedetineerde komt bezoek
soms niet omdat het te veel emoties oproept of omdat er ruzie is.
In het contact met medegedetineerden zien LVB-gedetineerden zich geconfronteerd met conflicten,
pesterijen en diefstal. LVB-ers zeggen dat zij medegedetineerden wantrouwen vanwege roddel,
verraad en het niet nakomen van afspraken.
Met PIW’ers hebben LVB-gedetineerden wisselende ervaringen, aldus recent WODC-onderzoek. Er
zijn PIW’ers die de tijd nemen om te luisteren, een uitzondering maken als dat nodig is en niet snel
een rapport geven. Maar er zijn ook PIW’ers die zich autoritair gedragen, weinig belangstelling tonen
en star omgaan met de regels. LVB-gedetineerden ervaren ook problemen met medewerkers van
ondersteunende diensten. Dan gaat het om procedures (het schrijven van briefjes, wachten op een
oproep) maar ook om het feitelijke contact met deze medewerkers. Gedetineerden met een LVB
geven aan vaak het gevoel te krijgen niet serieus genomen te worden.7
Advies
Screening
Om iets te kunnen betekenen voor LVB-ers, op welke manier dan ook, is het essentieel om te weten
wie wel en wie niet tot de groep LVB-ers behoort. Het herkennen van mensen met een LVB is echter
lastig. Aan de buitenkant is een LVB niet zichtbaar. Pas door middel van screening kan dit duidelijk
worden, maar een korte, gemakkelijk af te nemen screener bestaat in Nederland vooralsnog niet.
Inmiddels is wel een eenvoudige screener in ontwikkeling. De Leidse Hogeschool kent sinds kort
een lector LVB en deze is bezig met de ontwikkeling hiervan.8 In het voorjaar van 2013 wordt ‘proef
gedraaid’ met dit instrument. Afhankelijk van de bevindingen kan dit instrument wellicht worden
toegepast in de inkomsten, screening en selectieprocedure (ISS) in penitentiaire inrichtingen. De
Raad zou dit ten zeerste toejuichen.
Het moment van screening vraagt de aandacht. Hoe eerder bekend is dat iemand een LVB heeft,
hoe eerder daarmee rekening kan worden gehouden bij de bejegening en bij beslissingen inzake
sanctionering en begeleiding. Daarom acht de Raad het van belang om de screening te doen
plaatsvinden in een zo vroeg mogelijk stadium, maar wel pas op het moment dat iemand daar
zodanig aan kan deelnemen dat een betrouwbaar resultaat wordt verkregen.
Zo moet iemand niet kort na aanhouding worden gescreend. De aanhouding kan een zodanig
enerverende ervaring zijn dat de screening mogelijk een vertekend beeld van de geestelijke
vermogens geeft. Bovendien verkeert de betrokkene op dat moment misschien nog onder invloed
van drank of drugs. Om die reden kan screening op LVB beter niet op de eerste dag ‘in de keten’
4     Zie Neijmeijer, Laura, Lisette Moerdijk, Gertjan Veneberg en Christien Muusse; Licht verstandelijk gehandicapten in de GGZ; Een verkennend
      onderzoek, Utrecht, 2010 (Trimbos-instituut).
5     Zie Neijmeijer e.a., 2010.
6     Zie Kaal e.a. (2011).
7     Zie Kaal e.a. (2011).
8     De lector LVB is mw. dr. Hendrien Kaal; met haar is gesproken ter voorbereiding van dit advies.
                                                                                                                                             2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>plaatsvinden.
De Raad is van mening dat het de voorkeur verdient als de Reclassering de screening bij de politie
zou uitvoeren, bijvoorbeeld in het kader van de vroeghulp. De Raad waarschuwt ervoor dat bij de
toepassing van ZSM9 het risico bestaat dat de lastig te onderkennen LVB-problematiek over het
hoofd wordt gezien. Immers, volgens de ZSM-werkwijze is het streven om binnen zes uur een
beslissing over de afdoening te hebben genomen.
Zolang nog niet is voorzien in een goede screening zal lang niet altijd duidelijk zijn welke
gedetineerden verstandelijk beperkt zijn. LVB-gedetineerden kunnen dan in principe op alle
afdelingen in penitentiaire inrichtingen aanwezig zijn. Om die reden zou er naar het oordeel van de
Raad zorg voor gedragen moeten worden dat op alle afdelingen altijd tenminste één PIW-er in de
buurt is die meer affiniteit met LVB-gedetineerden heeft (bijvoorbeeld een aandachtsfunctionaris
LVB). Op die manier is bij LVB-gedetineerden altijd een PIW-er beschikbaar die weet hoe het beste
met deze gedetineerden kan worden omgegaan.
Regime en taak PIW-ers
Zoals gesteld, ervaren verstandelijk beperkte mensen in detentie tal van problemen die te maken
hebben met (gebrekkige) informatieverwerking en sociale vaardigheden. Gezien de rol die PIW-ers
vervullen in de dagelijkse gang van zaken in penitentiaire inrichtingen ligt hier vooral voor hen een
belangrijke taak. De PIW-ers zijn immers degenen die LVB-gedetineerden begeleiden bij het ‘abc
van alledag’.
Uit diverse onderzoeken10 - zowel binnen als buiten de justitiële context - blijkt dat de omgang
met LVB-ers veel van hun begeleiders vraagt. De Raad acht het daarom noodzakelijk dat PIW-ers
hiertoe voldoende worden geëquipeerd. Volgens de aangehaalde onderzoeken is het opbouwen van
een vertrouwensband met LVB-ers essentieel. Er moet sprake zijn van een warme en vriendelijke
bejegening, waarin acceptatie, empathie en begrip een belangrijke rol spelen. De begeleider kan
worden tot een hechtingsfiguur voor de cliënt op wie hij kan terugvallen in stressvolle situaties.
Voor de hechting is het belangrijk dat de cliënt zoveel mogelijk te maken heeft met dezelfde
begeleiders. Verder is het van belang om de communicatie aan te passen: er moet gesproken
worden in eenvoudige, bondige en concrete taal. Het spreken moet langzaam zijn, dingen moeten
vaker herhaald worden en het is belangrijk om dit door de cliënt zelf te laten herhalen om te
controleren of deze het begrijpt. Ook kan gedacht worden aan het “samen bekijken en bespreken
van (schriftelijke) informatie, het samen invullen van formulieren, het samen bespreken en oefenen
van gesprekken met bijvoorbeeld instanties.
Verder zijn LVB-ers gebaat bij een heldere structuur. De dagelijkse gang van zaken moet duidelijk en
voorspelbaar zijn. Verstoringen daarvan moeten tot een minimum beperkt blijven. Cliënten moeten
een helder dagprogramma hebben. Ook moet duidelijk zijn wat van hen wordt verwacht. Daarvoor
is het van belang dat er duidelijke huisregels zijn. Ook hebben LVB-gedetineerden behoefte
aan informatie over de achterliggende redenen waarom iets op een bepaalde manier gebeurt,
bijvoorbeeld hoe lang het duurt voor een reactie valt te verwachten op een verzoek, hoe lang een
procedure vraagt, hoe lang een insluiting zal duren. Een toelichting kan voorkomen dat stress en
irritatie ontstaan.
Gelet op de aard van de begeleiding die LVB-ers nodig hebben om te kunnen functioneren in
detentie èn gelet op het geschatte aantal LVB-ers in detentie, vindt de Raad meer aandacht in
de opleiding van PIW-ers voor het omgaan met LVB-gedetineerden dringend gewenst. Hier zou
ook aangehaakt moeten worden bij de ‘Motiverend bejegenen-aanpak’ waar inmiddels al het
inrichtingspersoneel van DJI in opgeleid is.
Verder meent de Raad dat de mentoren in het gevangeniswezen (die elk een aantal gedetineerden
onder hun hoede hebben) hier een belangrijke taak kunnen hebben. Zij zouden een intensieve vorm
van begeleiding kunnen bieden aan LVB-gedetineerden.
Bovendien bieden het regime en klimaat van de in alle PI’s ingerichte EZV-afdelingen (extra
zorgvoorziening) naar het oordeel van de Raad goede mogelijkheden om LVB-gedetineerden te
bejegenen op een manier die past bij hun beperking.11 De Raad is daarom van mening dat EZV-
capaciteit, of daarmee vergelijkbare ‘luwteplaatsen’, afgestemd moet worden op de omvang van de
groep LVB-gedetineerden.
9     In de ZSM-werkwijze (zo spoedig mogelijk) beslissen politie, OM en ketenpartners zo spoedig mogelijk na aanhouding van een verdachte over
      het afdoeningstraject. Waar mogelijk wordt direct een afdoeningsbeslissing genomen. Na een pilot in vijf regio’s wordt ZSM binnenkort landelijk
      ingevoerd.
10    Zie bijvoorbeeld het Trimbos-onderzoek van Neijmeijer e.a. (2010) en het WODC-onderzoek van Kaal e.a. (2011).
11    Zie: Productspecificatie extra zorgvoorziening, Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI), Den Haag, 2010.
                                                                                                                                              3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>MGW en Dagprogramma, beveiliging en toezicht op maat (DBT)
In het programma Modernisering gevangeniswezen (MGW) wordt van gedetineerden meer en meer
verwacht dat zij zelf verantwoordelijkheid gaan nemen voor hun detentie en de periode daarna. Zo
is eind 2011 door de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie12 duidelijk gemaakt dat volgens het
Dagprogramma, beveiliging en toezicht op maat (DBT) gedetineerden tijdens hun detentie privileges
kunnen verdienen en verspelen in een systeem van promoveren en degraderen. Bijvoorbeeld
deelname aan gedragsinterventies moet worden verdiend en bij voldoende inzet tijdens de arbeid
kunnen gedetineerden promoveren naar arbeid van een hoger niveau, met een betere opleiding en/
of een hogere beloning. Bij onvoldoende inzet en prestatie kan iemand ook weer degraderen naar
eenvoudiger arbeid, met een mindere beloning en zonder scholing. In het uiterste geval kan iemand
zelfs uitgesloten worden van arbeid.
De Raad constateert dat een dergelijk systeem absoluut niet bij LVB-gedetineerden past. Van hen
wordt verwacht verantwoordelijkheid voor hun eigen leven te nemen en initiatief te ontplooien
terwijl verantwoordelijkheidsbesef en de mogelijkheid om op eigen initiatief te handelen bij deze
groep nu juist ontbreekt of slechts in zeer beperkte mate aanwezig is. Ook deze LVB-gedetineerden
zou, indachtig de principes van DBT, maatwerk geboden moeten worden, aansluitend bij hun niveau.
Nazorg
Gedetineerden hebben er sowieso moeite mee hun leven na detentie weer op de rails te krijgen.13
Gedetineerden met een LVB zullen hier - gezien de voor hen kenmerkende problemen - nog meer
moeite mee hebben dan normaal begaafde gedetineerden. In de nazorg zal men rekening moeten
houden met de beperkingen van deze groep om hun een betere kans van slagen te geven.14 In dit
verband zou het volgende moeten gebeuren.
•    Met het oog op de terugkeer in de samenleving worden in het gevangeniswezen tal van
     trainingen en interventies aangeboden, bijvoorbeeld op het gebied van agressieregulatie,
     sociale vaardigheden of arbeidstoeleiding. De meeste van deze trainingen en interventies zijn
     afgestemd op normaal begaafde personen. Een uitzondering hierop is de COVA+ (cognitieve
     vaardigheden voor minder begaafden). Deze training is geschikt voor LVB-gedetineerden.
     De Raad vindt dat er meer trainingen en interventies zouden moeten komen die voor LVB-
     gedetineerden geschikt zijn.
•    Naar het oordeel van de Raad zou voor LVB-gedetineerden een intensieve vorm van nazorg
     moeten worden georganiseerd. Daarin zou de gedetineerde van wie het einde van de straf in
     zicht komt, intensief begeleid moeten worden - meer dan in normale gevallen - in de richting
     van werk en contact met de gemeente (van terugkeer). De Raad ziet hier een taak voor de
     MMD-er15 en de reclassering. Aansluiting zou gezocht kunnen worden bij de zorgaanbieders
     voor verstandelijk gehandicapten.16 Een voorbeeld daarvan is de ‘MEE’17 die mensen met een
     beperking ondersteunt op alle levensgebieden en in alle levensfasen. ‘Mee’ kan al vóór de afloop
     van de detentie worden ingeschakeld om mee te werken aan het ‘herstel van het gewone leven’
     van de LVB-gedetineerde.
     In die gevallen waar die contacten tussen LVB-gedetineerden en zorgaanbieders voor
     verstandelijk gehandicapten nog niet bestaan, zou bewerkstelligd moeten worden dat die
     contacten zo spoedig mogelijk worden gelegd, zo vindt de Raad.
     Zeer recent is ook door de voorzitter van GGZ Nederland gepleit voor het betrekken van de
     gehandicaptenzorg bij de hulp aan gedetineerden.18 Volgens de GGZ-voorzitter zijn professionals
     uit de gehandicaptenzorg beter in staat deze handicap te diagnosticeren en vervolgens de juiste
     zorg te bieden. Een dergelijk initiatief onderschrijft de Raad van harte.
Tot slot
Zoals uiteengezet brengt een verstandelijke beperking voor de desbetreffende gedetineerden een
12    Zie: Kamerstukken II 29270 no. 61, Reclasseringsbeleid.
13    Zie o.a. Visher, C.A., & Travis, J. (2001). Transitions from prison to community: Understanding individual pathways. Annual Review of Sociology,
      29, 89-113; of bijvoorbeeld Weijters, G. en P.A. More (2010), De monitor nazorg ex-gedetineerden; ontwikkeling en eerste resultaten, Den
      Haag, WODC.
14    Zie hierover ook: Kaal (2010), Beperkt en gevangen? De haalbaarheid van prevalentieonderzoek naar verstandelijke beperking in detentie
      (WODC); Cahier 2010-11.
15    Medewerker maatschappelijke dienstverlening.
16    De aanbieders van zorg- en dienstverlening aan mensen met een handicap zijn georganiseerd in de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland
      (VGN).
17    ‘MEE’ opereert op landelijke schaal en beoogt mensen met een beperking naar eigen vermogen te laten meedoen in de maatschappij.
18    Dit stelde mw. Marleen Barth, voorzitter van GGZ-Nederland, tijdens een op 4 oktober 2012 gehouden studiebijeenkomst over de Penitentiair
      Psychiatrische Centra (PPC) in het gevangeniswezen.
                                                                                                                                               4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>aantal problemen met zich mee. In dit advies heeft de Raad vooral vanuit het perspectief van de
LVB-gedetineerden aangegeven hoe het gevangeniswezen hier mee zou kunnen omgaan. De Raad
realiseert zich dat dit voor het gevangeniswezen een flinke opgave betekent. Mede om die reden
wijst de Raad erop dat de voorstellen van de Raad, zoals uiteengezet in dit advies, niet alleen in het
belang van de gedetineerden in kwestie zijn. De Raad is ervan overtuigd dat aandacht voor deze
problematiek ook voor de penitentiaire inrichtingen van belang is. Voor het dagelijkse leven in de
inrichting en het daar heersende sociale klimaat is het vermoedelijk lastig dat een (substantieel)
aantal gedetineerden niet goed kan meekomen, zaken niet begrijpt, onbedoeld ongewenst gedrag
vertoont, regels overtreedt of niet meewerkt. Ook vanuit dat perspectief is aandacht voor de LVB-
gedetineerden van grote betekenis.
Hoogachtend,
namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
mr. L.A.J.M. de Wit, algemeen voorzitter
                                                                                                  5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>