<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Tweede Kamer der Staten-Generaal
                                                                                             2
Vergaderjaar 2012–2013
28 684                 Naar een veiliger samenleving
Nr. 383                BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VEILIGHEID EN
                       JUSTITIE
                       Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
                       Den Haag, 28 mei 2013
                       Hierbij bied ik u het eindonderzoek «Doelbereik van de Pilot BIJ» aan
                       betreffende de uitkomsten van de evaluatie van de pilot «Bestuurlijke
                       Informatie Justitiabelen» (BIJ) en het advies «beter richten!» van de Raad
                       voor Sanctietoepassing en Jeugdbescherming (RSJ).
                       Naar aanleiding van de wens van burgemeesters, gesteund door uw
                       Kamer, om tijdig geïnformeerd te zijn over de terugkeer in de
                       maatschappij van plegers van ernstige geweld- en zedendelinquenten is
                       aan uw Kamer per brief1 toegezegd om een werkende informatiestroom te
                       ontwikkelen. Hiertoe is gestart met pilots. De eerste pilot is geëvalueerd
                       en bij brief van 13 juli 20102 bent u over de uitkomsten van deze evaluatie
                       geïnformeerd. Door het kleine aantal gemeenten gaf deze evaluatie wel
                       een eerste, maar nog geen volledig beeld van de werking van de
                       informatiestroom. In 2011 is, in samenwerking met de Vereniging van
                       Nederlandse Gemeenten (VNG), gestart met het uitbreiden van de pilot
                       naar ten minste 50 gemeenten, met een dekking van 50% van de
                       Nederlandse populatie.
                       In deze pilot is ook gestart met het uitbreiden naar meerdere informatie-
                       stromen opdat de burgemeesters naast het einde van een vrijheidsbene-
                       mende straf (beëindiging PI) ook een melding ontvangen bij verloven uit
                       een Penitentiaire Inrichting (Vrijhedenbeleid Penitentiaire Inrichtingen),
                       verlof TBS met dwangverpleging en verlengbare PIJ. Om een generieke
                       en robuuste informatiestroom te ontwikkelen is de doelgroep gedefinieerd
                       op grond van artikelen uit het Wetboek van Strafrecht.
                       1
                         Kamerstuk 31 700 VI, nr. 72.
                       2
                         Kamerstuk 29 452, nr. 131
kst-28684-383
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2013     Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 28 684, nr. 383                      1
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>In opdracht van het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft het
Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum de uitvoering van
het eindonderzoek naar deze verlengde pilot begeleid. Regioplan heeft het
onderzoek uitgevoerd. Het eindonderzoek brengt in kaart in hoeverre
burgemeesters van mening zijn dat zij met de aan hen verstrekte justitiële
gegevens via de Justitiële Informatiedienst (Justid) en de adviezen van
het Korps landelijke politiediensten (KLPD) de openbare orde en veiligheid
beter kunnen waarborgen. Met deze brief informeer ik u over de
uitkomsten van het eindonderzoek. In augustus 2012 is het rapport
«Doelbereik van de Pilot BIJ» opgeleverd. Het rapport is als bijlage bij
deze brief gevoegd3.
RSJ advies «beter richten»
In september 2012 heb ik aan de RSJ gevraagd om een advies uit te
brengen over de wijze waarop kan worden gezorgd voor een maximaal
effect op het voorkomen van verstoringen op openbare orde en veiligheid,
waarbij de belangen van de delinquent op verantwoorde wijze worden
meegewogen. In april 2013 is het advies «beter richten!» van de RSJ
opgeleverd. Het advies is als bijlage bij deze brief gevoegd4.
De bevindingen van het eindonderzoek «Doelbereik pilot BIJ»
Ten tijde van het onderzoek participeren 87 gemeenten in pilot BIJ5 (51,2%
van de Nederlandse bevolking), inclusief de gemeenten Amsterdam,
Rotterdam, Den Haag en Utrecht (G4). Door dit volume zijn er voldoende
casussen om de werking van de informatiestroom vast te stellen.
Het eindonderzoek laat zien dat burgemeesters zich door het tijdig
verkrijgen van de informatie beter kunnen voorbereiden op mogelijke
risico’s en dat zij, waar nodig, maatregelen kunnen treffen op het terrein
van openbare orde en veiligheid.
In 55 procent6 van de gevallen dat een gemeente een melding ontvangt,
wordt aan de burgemeester een advies uitgebracht door de daartoe
aangewezen functionaris; de gemandateerde persoon. In 46 procent van
deze adviezen (dat wil zeggen in een kwart van alle meldingen) worden
ook daadwerkelijk maatregelen voorgesteld die de kans op een verstoring
van de openbare orde moeten beperken. In de overige gevallen achten de
adviseurs van de burgemeester de kans op maatschappelijke onrust
gering.
Gemeenten delen de ontvangen informatie in de meeste gevallen niet,
tenzij het goed kunnen adviseren van de burgemeester ertoe noopt de
melding te bespreken met een of meerdere specifieke ketenpartners.
Enkele gemeenten maken een dergelijke belangenafweging niet en delen
 in afwijking van de aansluitvoorwaarden van de pilot de informatie
standaard met alle ketenpartners.
De informatiestroom «Beëindiging Penitentiaire Inrichtingen» en
«Verlengbare PIJ» verlopen volgens een gestandaardiseerde en stabiele
3
  Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer
4
  Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer
5
  Op 1 mei 2013 participeren 144 gemeenten aan de informatiestroom BIJ, 62% van de Neder-
  landse bevolking
6
  N = 101 dossiers
Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 28 684, nr. 383                                     2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>set gegevens ontvangen.
De informatiestromen «Vrijhedenbeleid Penitentiaire Inrichtingen» en
«TBS met dwangverpleging» waren op het moment van het eindon-
derzoek nog onvoldoende op gang gekomen om daadwerkelijk tot
onderbouwde conclusies te kunnen komen. Op dit moment is de
informatiestroom «Vrijhedenbeleid Penitentiaire Inrichtingen» (gericht op
verloven tijdens reguliere detentie) op gang gekomen en loopt de
informatiestroom «TBS» bij vijf van de dertien Forensische Psychiatrische
Inrichtingen.
Het advies van de RSJ «Beter richten!»
De RSJ stelt vast dat de gesprekspartners overwegend positief zijn over
BIJ. De RSJ benoemt in zijn advies ook een aantal aandachtspunten om
het belang van de terugkerende delinquent te waarborgen en openbare
orde en veiligheid optimaal te kunnen handhaven. Deze aandachtspunten
richten zich op het beperken van de doelgroep, het handhaven van de
voorwaarden en het informeren van alle gemeenten.
Het vervolg «van pilot naar beheer- en exploitatiefase»
De pilot BIJ is naar mijn oordeel een succes, mede door de zorgvuldige
generieke wijze waarop de informatiestroom is ingericht. Het eindon-
derzoek en het advies geven mij voldoende inzicht in de werking van de
informatiestroom om het verstrekken van informatie aan de burge-
meesters ter handhaving van de openbare orde en veiligheid structureel
voort te zetten en derhalve over te gaan naar de beheer- en exploita-
tiefase.
De overgang naar deze volgende fase betekent niet dat de huidige
informatiestromen voorgoed zijn gefixeerd. Zo zal ik, mede op grond van
de conclusies van het eindonderzoek en het advies van de RSJ, samen
met gemeenten en ketenpartners een aantal verbeteringen doorvoeren.
Deze verbeteringen zijn onder andere gericht op:
1. Verbeteren en landelijk uitrollen van de informatiestroom «TBS»
Met de behandeldirecteuren van de Forensische Psychiatrische Centra
(FPC’s) en GGZ Nederland heb ik afspraken gemaakt om de uitbreiding
van de informatiestroom «TBS» naar alle 13 FPC’s gezamenlijk vorm te
geven, zodat meldingen conform het vastgestelde werkproces worden
verstrekt en de informatievoorziening naar burgemeesters niet van
invloed is op – onder andere – het traject van resocialisatie.
2. Generiek versus maatwerk
Gemeenten kunnen er op vertrouwen dat ze in alle onder de informatie-
stromen vallende gevallen dezelfde set gegevens ontvangen. Een aantal
gemeenten geeft aan de informatiestroom BIJ te willen beperken tot de
doelgroep zedendelinquenten, tbs-gestelden en jeugdigen met een
PIJ-maatregel. Die mogelijkheid zal ik voor die gemeenten die dat
wenselijk vinden bieden.
Eveneens voer ik samen met de Justitiële Informatiedienst (Justid) en het
Korps landelijke politiediensten (KLPD) een impactanalyse uit naar het
werken met een zogenoemde abonnementsfunctie, hetgeen betekent dat
Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 28 684, nr. 383                     3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>gespecificeerd tot een aantal misdrijven.
Zowel het eindonderzoek als het advies geven aan dat ook in andere dan
onder de informatiestroom vallende gevallen, er sprake kan zijn van een
mogelijk risico op maatschappelijk onrust. Het verstrekken van justitiële
gegevens in die specifieke gevallen, neem ik in bovengenoemde
impactanalyse mee.
Op deze wijze geef ik invulling aan het advies van de RSJ om de
doelgroep gerichter te definiëren.
3. Eerdere betrokkenheid door gemeenten
Gemeenten geven aan dat de informatiestroom BIJ aan effectiviteit kan
winnen als het belang van de openbare orde eerder in het strafproces
wordt betrokken, specifiek bij de totstandkoming van justitiële
voorwaarden, zoals een contact- of een gebiedsverbod. De gemeenten
wensen deze vroege betrokkenheid niet uit het oogpunt van strafop-
legging, maar ter voorkoming van problemen op het terrein van openbare
orde en veiligheid aan het einde van het strafrechtelijk traject.
Al binnen de huidige kaders neemt het Openbaar Ministerie dit aspect
mee in de overweging bij het vorderen van specifieke bijzondere
voorwaarden of andere vrijheidsbeperkende maatregelen bij de straf-
rechter en bij het stellen van voorwaarden bij een voorwaardelijke
invrijheidsstelling. Nu al kunnen gemeenten in afzonderlijke gevallen het
belang van het reduceren van de kans op maatschappelijke onrust in de
eigen gemeente door het stellen van specifieke bijzondere voorwaarden
onder de aandacht van het Openbaar Ministerie brengen.
Ik zie dit in de praktijk gebeuren binnen bestaande overlegstructuren zoals
het driehoeksoverleg en in veiligheidshuizen, maar constateer dat deze
mogelijkheden nog ruimer benut kunnen worden. Door de huidige
mogelijkheden onder de aandacht te brengen bij gemeenten en het
Openbaar Ministerie, verwacht ik dat in meer gevallen de openbare orde
ook richting zal geven aan justitiële voorwaarden.
4. Schouwing en toetsing
In juni 2011 is de verstrekking van informatie naar het bestuursorgaan
burgemeester vastgelegd in artikel 11a van het Besluit justitiële en
strafvorderlijke gegevens (Bjsg)7en zijn aanvullende voorwaarden
opgenomen in het convenant dat met elke deelnemende gemeente wordt
afgesloten. Artikel 11a vervalt op grond van de horizonbepaling op 1 juli
2014, tenzij bij algemene maatregel van bestuur anders wordt bepaald. Op
basis van de uitkomsten van het eindonderzoek «Doelbereik van de pilot
BIJ» zal ik de informatiestroom een permanente plaats geven in het Bjsg.
Een van de uitgangspunten is dat gemeenten vrijwillig kunnen aansluiten
op deze informatiestroom, zij worden hiertoe niet verplicht. De RSJ
adviseert om alle gemeenten te informeren. Dit advies spreekt mij aan,
maar vraagt nader onderzoek, bijvoorbeeld op het punt van de belasting
van Justid en KLPD, de verantwoordelijkheidsverdeling justitieel en lokaal
domein en de belastbaarheid van de gemeentelijke organisatie. De
uitkomsten hiervan neem ik mee bij het structureel verankeren van de
informatiestroom in het Bjsg en de voorschriften zoals deze zijn
opgenomen in het convenant dat met elke deelnemende gemeente is
afgesloten.
7
  Stb. 2011, 314
Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 28 684, nr. 383                     4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>gemeente niet zorgvuldig met de verstrekte justitiële gegevens omgaat en
– ook na waarschuwing geen verbetering optreedt, de informatiestroom
naar de desbetreffende gemeente zal worden stopgezet. Hiertoe zal een
instrument van schouwing en toetsing worden ontwikkeld.
5. Het delen van kennis
Het delen van kennis tussen deelnemende gemeenten heeft bijgedragen
aan de beheerste wijze waarop het gemeentelijk bestuur kan omgaan met
de terugkeer van zeden- en geweldsdelinquenten. In 2013 zal het overleg
met gemeenten worden gecontinueerd en zal het in samenwerking met de
VNG ontwikkelde digitale kennisplatform worden doorontwikkeld.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie,
F. Teeven
Tweede Kamer, vergaderjaar 2012–2013, 28 684, nr. 383                   5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>