<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
Ethische overwegingen bij toekomstige toepassing van neurowetenschappelijke
inzichten in het jeugdstrafrecht
Een verkenning
                                                         17 februari 2014
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                               2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoud
Samenvatting.......................................................................................................... 5
1. Aanleiding en beleidscontext............................................................................... 7
   Bredere context en belang van de adviesvraag.......................................................... 8
2. Adviesvraag uitgewerkt als verkenning ............................................................ 11
   Verkenning in plaats van een advies ...................................................................... 11
   Afbakening van de verkenning............................................................................... 12
   1. Onderzoeksethiek buiten beschouwing. .............................................................. 12
   2. Inhoud van de neurobiologische onderzoeken buiten beschouwing.......................... 13
   3. Ethische vragen betreffen hele jeugdstrafrechtketen............................................. 13
   4. Leeftijdsgrenzen: minderjarige en jongvolwassen justitiabelen............................... 13
   Opbouw van de verkenning................................................................................... 14
3. Ethische beginselen en uitgangspunten............................................................ 15
   Algemene principes uit de bio-ethiek...................................................................... 15
   Het IVRK als normatief kader voor de behandeling van jeugdige justitiabelen.............. 17
4. Inventarisatie van de ethische aspecten van neurobiologische diagnose en
   behandelmethoden in het jeugdstrafrecht......................................................... 19
   4.1 Nieuwe ethische vragen door neurobiologische toepassingen?.............................. 19
       Zorgvuldigheid............................................................................................... 20
       Invasiviteit.................................................................................................... 20
   4.2 Ethische vragen die samenhangen met de context van het jeugdstrafrecht............ 21
       4.2.1 Ethische aspecten van (neurobiologische) diagnostiek en behandeling in
       gedwongen kader. ......................................................................................... 21
       Aandachtspunten met betrekking tot diagnostiek en risicotaxatie:........................ 21
       Aandachtspunten met betrekking tot behandeling: ............................................ 22
       4.2.2 tot welke specifieke ethische vragen leidt de minderjarigheid of
       jongvolwassenheid van de jeugdige justitiabelen?............................................... 23
5. Conclusie .......................................................................................................... 25
Tot besluit ............................................................................................................ 26
Bronvermelding..................................................................................................... 27
          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                           3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                               4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting
Bij de ontwikkeling van nieuwe methoden voor diagnostisch onderzoek en behandeling
spelen neurobiologische inzichten een steeds belangrijker rol. Hiernaar wordt ook binnen
het jeugdstrafrecht momenteel veel onderzoek verricht. Bij het Ministerie van Veiligheid en
Justitie (VenJ) leeft de verwachting dat de nieuwe inzichten in de toekomst kunnen leiden
tot verbetering van de diagnose en behandelmogelijkheden van jeugdige justitiabelen, maar
dat deze ontwikkeling ook ethische vragen oproept. Over deze ethische aspecten is de Raad
gevraagd te adviseren. De Raad meent dat het nog te vroeg is om hierover daadwerkelijk te
adviseren en heeft de adviesvraag daarom uitgewerkt in de vorm van een verkenning. Deze
biedt een inventarisatie van de ethische aspecten die in het geding kunnen zijn bij eventuele
nieuwe vormen van diagnostiek of behandeling van jeugdige justitiabelen op grond van
neurobiologische inzichten.
De hoofdvragen voor deze verkenning zijn:
-- In hoeverre roept het neurobiologische karakter van nieuwe diagnose- of
    behandelmogelijkheden ethische vragen op?
-- In hoeverre hangen ethische vragen samen met de specifieke context waarin de nieuwe
    mogelijkheden eventueel worden toegepast, te weten het gedwongen kader van het
    jeugdstrafrecht en de jeugdige leeftijd van de justitiabelen?
De eerste vraag leidt tot de voorlopige conclusie dat het vanuit ethisch perspectief in
principe niet relevant is of een nieuwe toepassing is gebaseerd op neurobiologische
dan wel op gangbare gedragswetenschappelijke inzichten. Bij de ethische vraag naar
verantwoorde toepassing van een diagnose- of behandelingmogelijkheid gaat het om
algemene afwegingen als: wat wordt met de diagnostiek of behandeling beoogd, hoe
ingrijpend is deze, wordt de autonomie van de justitiabele gerespecteerd, worden de
voordelen zorgvuldig afgewogen tegen de risico’s? Deze vragen dienen altijd te worden
gesteld bij de toepassing van diagnose- en behandelmogelijkheden, ongeacht of deze zijn
gebaseerd op neurobiologische inzichten. Wel zijn met betrekking tot de mogelijke nieuwe
toepassingen enkele aandachtspunten benoemd, zoals voorzichtigheid in de interpretatie
van neurobiologisch diagnostisch onderzoek.
De tweede vraag leidt tot de conclusie dat de toepassing van diagnose- en
behandelmethoden binnen de context van het jeugdstrafrecht maant tot extra
voorzichtigheid. De jeugdige leeftijd en het gedwongen kader van het jeugdstrafrecht
maken dat jeugdige justitiabelen een kwetsbare groep vormen. Vanuit ethisch
perspectief dient goed te worden afgewogen in hoeverre eventuele nieuwe diagnose- of
behandeltoepassingen de ontwikkeling van de jeugdige ten goede kunnen komen en wat de
eventuele risico’s zijn.
          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                         5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                               6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>1.       Aanleiding en beleidscontext
In het jeugdstrafrecht wordt gebruik gemaakt van diagnostiek en risicotaxatie om
de opgelegde straf of maatregel zo goed mogelijk te kunnen afstemmen op de
behandel- of ontwikkelingsbehoefte van de jeugdige enerzijds en beveiliging van de
maatschappij anderzijds. Gezien de jeugdige leeftijd van de justitiabelen staat hierbij
het pedagogisch karakter altijd voorop. Bij de ontwikkeling van nieuwe methoden voor
diagnostisch onderzoek en behandeling spelen neurobiologische inzichten een steeds
belangrijker rol.1 De verwachting is dat toenemende kennis van de werking van de
hersenen en de mogelijkheden om op grond hiervan gedrag te beïnvloeden, leiden tot
verfijning van diagnostiek en risicotaxatie, evenals tot meer op het individu afgestemde
behandelmogelijkheden.
Op dit terrein wordt momenteel veel onderzoek verricht. Een aantal voor de (jeugd)-
strafrechtstoepassing belangrijke onderzoeken is gebundeld in een onderzoeksproject dat
wordt gecoördineerd door het WODC.2 Daarnaast worden in opdracht van het Ministerie van
Veiligheid en Justitie (VenJ) enkele onderzoeken uitgevoerd die in de toekomst toepassing
zouden kunnen krijgen in de tenuitvoerlegging van het jeugdstrafrecht. Een voorbeeld
hiervan is het gebruik van neurobiologische tests bij jeugdige justitiabelen om de straf- en
stressgevoeligheid te meten. Deze gevoeligheid is onder andere relevant voor het inschatten
van de kans op ontwikkeling of herhaling van crimineel gedrag, of van het effect van een op
te leggen straf of maatregel.3 In enkele jeugdinrichtingen worden pilots voorbereid om de
bruikbaarheid van deze meetinstrumenten te toetsen. Een ander voorbeeld is de toepassing
van neurobiologische diagnostiek in het kader van de behandeling en begeleiding van de
probleem-jongeren uit de ‘Top-600’ groep in Amsterdam.4 Vanuit de neuropsychologie wordt
het functioneren van de hersenen onderzocht in relatie tot de cognitieve vaardigheden,
gerelateerd aan de in justitiële inrichtingen veel gebruikte training hiervan (de zogenaamde
Co-va training).5
Van de meeste lopende onderzoeken worden de resultaten verwacht vanaf 2015. De
verwachting bij de Directie Justitieel Jeugdbeleid van VenJ is dat daarin de meerwaarde
van biologische parameters voor diagnostiek, risicotaxatie en behandeling zal worden
aangetoond. Met het oog op een verantwoorde toepassing hiervan in de toekomst,
is beleid in voorbereiding. Daarbij worden ook de ethische aspecten betrokken. De
veronderstelling is namelijk dat de toepassing van de nieuwe methoden voor diagnostiek
en behandeling positieve mogelijkheden biedt, maar tegelijkertijd ook ethische vragen
   1  In de neurowetenschappen wordt onderzoek verricht naar de werking van de hersenen in relatie tot gedrag en de interactie met de
      omgeving. Dit onderzoek vindt plaats vanuit psychologie, biologie en medisch-psychiatrische wetenschappen. Dit geheel wordt vaak
      aangeduid als neurobiologisch onderzoek, een term die omwille van de leesbaarheid ook in dit advies wordt gehanteerd.
      Waar het gaat over diagnostiek en behandelmethoden op grond van neurowetenschappelijke inzichten, worden deze in de tekst
      omwille van de leesbaarheid aangeduid als ‘neurobiologische diagnostiek’ en ‘neurobiologische behandelmethoden’. Nadrukkelijk zij
      opgemerkt dat de neurobiologische inzichten niet tegenover de traditionele psychosociale inzichten staan, maar deze kunnen aanvullen
      of versterken.
   2  Dat betreft de onderzoeken binnen de pijler Veiligheid van het Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie (NIHC).
   3  Hiernaar is onderzoek gedaan door o.a. dr. E. Platje (The development of antisocial behavior and hypothalamic-pituitary-adrenal axis
      activity in adolescence, dissertatie VU nov. 2013) en M. de Vries-Bouw (Neurobiological stress parameters in relation to disruptive
      behavior (dissertatie VUmc, maart 2012). Aanverwant onderzoek wordt momenteel in opdracht van V&J verricht door E. de Ruigh (VU/
      Academische Werkplaats Forensische Zorg Jeugd).
   4  Dit onderzoek wordt uitgevoerd door de Universiteit Leiden (prof. H. Swaab), in samenwerking met de gemeente Amsterdam en de PI
      Overamstel.
   5  Onderzoek van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving (NSCR) en WODC, door L. Cornet.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                                      7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>oproept met betrekking tot verantwoord gebruik bij justitiabelen, met name de minderjarige
justitiabelen. Het gaat om vragen als:
Hoever mag het Ministerie van Veiligheid en Justitie gaan met het laten verrichten van
neurobiologische metingen bij (jeugdige) verdachten en daders ten behoeve van diagnostiek
en risicotaxatie? Wat is ethisch verantwoord en verdedigbaar? Aan welke waarborgen
en randvoorwaarden moet zijn voldaan bij verantwoorde toepassing van de nieuwe
mogelijkheden voor diagnose en behandeling?
Over deze ethische kwesties heeft VenJ de Raad gevraagd te adviseren.6
Bredere context en belang van de adviesvraag
De adviesvraag naar de ethische aspecten van neurobiologische diagnostiek-
en behandelmogelijkheden7 weerspiegelt een bredere discussie binnen ethiek,
neurowetenschappen, psychiatrie en strafrecht. Binnen het vakgebied van de ethiek
is inmiddels de aparte discipline neuro-ethics ontstaan.8 Eén van de vragen daarbij is
in hoeverre neurobiologische verklaringen een deterministisch mensbeeld impliceren
en daarmee de ideeën over verantwoordelijkheid en de vrije wil ter discussie stellen.
Binnen het strafrecht wordt deze discussie vooral gevoerd in relatie tot schuld en
toerekeningsvatbaarheid, dus in relatie tot de strafbaarheid van de dader.9 Ook onder
psychologen en psychiaters bestaat discussie over de waarde en de wenselijkheid van de
neurobiologische benadering in diagnose en behandeling. Sommige critici benadrukken
dat voorspellingen op individueel niveau op grond van neurobiologische metingen met de
huidige kennis nog nauwelijks mogelijk zijn. Andere bekritiseren vooral de materialistische
interpretatie van psychische processen.10
De adviesvraag van VenJ heeft primair betrekking op toepassing van neurobiologische
inzichten die in de toekomst mogelijk kunnen leiden tot verbetering van de diagnostiek en
behandeling van jeugdige justitiabelen. Hiervoor bestaat namelijk veel belangstelling binnen
de disciplines die zich bezighouden met het jeugdstrafrecht.
Als de nieuwe inzichten leiden tot verbeterde diagnostiek en behandelmogelijkheden, heeft
dit positieve effecten voor de justitiabele. Deze kan beter behandeld worden en daardoor
mogelijk sneller terugkeren in de samenleving. Een positief effect voor de samenleving is
dat verbeterde risicotaxatie en behandeling wellicht leiden tot minder recidive. Als zowel
justitiabelen als de samenleving er beter van worden, is dit ook vanuit ethisch perspectief
positief. Tegelijkertijd moet echter worden onderkend, zoals ook uit de adviesaanvraag
    6  De termen ethiek en moraal worden vaak door elkaar gebruikt. De filosofische betekenis is verschillend: moraal heeft betrekking op
       het geheel van normen en waarden dat ten grondslag ligt aan het handelen en de visies van mensen (wat noemen we ‘goed’ gedrag?),
       ethiek op de systematische en kritische reflectie op morele vragen. In dit advies wordt in het algemeen gesproken van ethische vragen,
    7 Waar in algemene zin wordt gesproken over de nieuwe neurobiologische toepassingen, worden deze in dit advies aangeduid als
       ‘neurobiologische diagnostiek en behandelmethoden’. Onder diagnostiek wordt, tenzij anders aangegeven, verstaan het geheel van
       meetinstrumenten t.b.v. screening, diagnose en risicotaxatie. Onder behandelmethoden wordt verstaan behandelinterventies ofwel
       methodieken voor gedragsbeïnvloeding in het kader van behandeling of resocialisatie.
    8 De International Neuroethics Society omschrijft het onderzoeksveld als ‘a field that studies the implications of neuroscience for human
       self-understanding, ethics an policy.’ (bron: www.neuroethicssociety.org)
    9 Zie voor deze discussie de bundel ‘Vrije wil en verantwoordelijkheid’, Justitiële Verkenningen 1/13 en NJB 2013,45, Themanummer
       ‘Recht en neurowetenschappen’.
    10 Zie o.a. een indruk van deze discussie in Het brein laat zich niet kennen, NRC Handelsblad 30 november 2013. Voor een indruk van de
       discussie over de wenselijkheid van de neurobiologische benadering binnen de psychiatrie zie o.a. het ‘Dossier Brein’ van De Groene
       Amsterdammer (www.groene.nl) Dit ‘tegengeluid’ wordt geformuleerd door o.a. Trudy Dehue, Bert Keizer, Paul Verhaege, Darian
       Leader.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                                        8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>blijkt, dat de nieuwe diagnostische en behandelmogelijkheden ook ethische vragen
oproepen bij toepassing binnen het gedwongen kader van het jeugdstrafrecht. Deze
hebben vooral te maken met de kwetsbare positie van jeugdige justitiabelen (en deels van
justitiabelen in het algemeen). Als bijvoorbeeld neurobiologische metingen op individueel
niveau gerelateerd kunnen worden aan een verhoogd risico op crimineel gedrag, roept dat
de vraag op hoe de jeugdige justitiabele beschermd kan worden tegen mogelijk onterecht
gebruik van deze kennis. Maar ook het niet gebruiken van deze kennis kan ethische
vragen oproepen: wat wordt de jeugdige justitiabele onthouden wanneer beschikbare
neurobiologische methoden niet mogen of kunnen worden toegepast?
Naar deze ethische implicaties van neurobiologische diagnostiek en behandeling binnen de
jeugdstrafrechtstoepassing is nog weinig onderzoek verricht. Zoals hierboven aangegeven
focust de ethische reflectie tot nu toe sterk op de vragen rond het onderliggende
mensbeeld, en in relatie tot het strafrecht vooral op de gevolgen voor verantwoordelijkheid
en toerekeningsvatbaarheid in de straftoemeting. Voor ethische vragen in relatie tot
eventuele toepassing van neurobiologische inzichten bij diagnose en behandeling van
justitiabelen bestaat tot nog toe minder aandacht. Tegen deze achtergrond snijdt VenJ met
haar adviesvraag volgens de Raad een belangrijk en nog deels onontgonnen terrein van
ethische reflectie aan.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                          9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                              10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>2.      Adviesvraag uitgewerkt als verkenning
Zoals aangegeven acht de Raad het belangrijk om te reflecteren op de ethische aspecten
van het gebruik van nieuwe, op neurobiologische inzichten gebaseerde, diagnostiek
en behandelmethoden. Welke ethische vragen deze methoden precies oproepen en in
hoeverre deze specifiek samenhangen met het neurobiologische karakter van diagnostiek of
behandeling, is echter niet eenvoudig aan te geven. Dit heeft in de eerste plaats te maken
met de stand van zaken in het wetenschappelijk onderzoek. Veel onderzoeken naar de
bruikbaarheid van neurobiologische diagnostiek en behandelmogelijkheden lopen nog en
de onderzoeksresultaten worden zoals gezegd pas vanaf 2015 verwacht. Daarom is nu nog
niet goed in te schatten of toepassing van deze methoden ten nadele uitvalt van jeugdige
justitiabelen en daarmee ethisch problematisch zou zijn.
In de tweede plaats gaat het bij neurobiologische diagnostiek en behandelmethoden om
een veelheid van zeer uiteenlopende onderzoeken en methoden. Deze kunnen bijvoorbeeld
sterk verschillen in de mate van ingrijpendheid (een belangrijke factor voor de ethische
vragen die erdoor worden opgeroepen). Dat maakt het lastig om op voorhand en in z’n
algemeenheid te beoordelen of neurobiologische diagnostiek en behandelmethoden ethisch
problematisch zouden zijn.
Terwijl het dus enerzijds niet eenvoudig is om de ethisch problematische aspecten van
de nieuwe diagnostiek en behandelmogelijkheden te inventariseren, is het anderzijds de
vraag in hoeverre juist het neurobiologisch karakter daarvan leidt tot meer en andere
ethische problemen dan de gangbare medische en gedragswetenschappelijke interventies.
Mogelijk zijn de ethische vragen die door de nieuwe (neurobiologische) mogelijkheden
worden opgeroepen ‘slechts’ een variant van vragen die ook bij gangbare medische en
gedragswetenschappelijke diagnose en behandeling gesteld worden of zouden moeten
worden. Dat maakt het onderzoek van deze ethische aspecten overigens niet minder
belangrijk.
In deze ‘ontwikkelingsfase’ met nog vele onzekerheden over toekomstige toepassing
van neurobiologische diagnostiek en behandelmethoden, lijkt het prematuur om nu al
te adviseren omtrent de ethische aspecten die samenhangen met de toepassing van de
nieuwe mogelijkheden. Vanuit ethisch perspectief echter is reflectie op de toepassing van
technische mogelijkheden die in de nabije toekomst wellicht realiteit worden, verstandiger
dan de ethische vragen pas achteraf te stellen. Bij de introductie van nieuwe methoden met
mogelijk positieve of negatieve gevolgen voor individu en samenleving is ethische reflectie
bij voorbaat en uit voorzorg van belang.
Verkenning in plaats van een advies
Tegen de achtergrond van enerzijds een onderzoeksveld dat nog volop in ontwikkeling is
en anderzijds de goede reden om de ethische aspecten reeds nu te onderzoeken, heeft de
Raad besloten om de adviesvraag uit te werken in de vorm van onderstaande verkenning.
In deze keuze wordt uitgedrukt dat het, in ieder geval voor de Raad, nog te vroeg is om
nu al richtlijnen voor verantwoorde toepassing te formuleren, maar dat het tegelijkertijd
van groot belang is om de ethische reflectie op de ontwikkeling van nieuwe diagnostiek en
behandelmogelijkheden ter hand te nemen.
          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                        11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>De nadruk van deze verkenning ligt op het analyseren van de ethische aspecten die in
het geding zijn bij de toepassing van neurobiologische diagnostiek en behandeling in het
jeugdstrafrecht. Doen zich hierbij specifieke ethische problemen voor en zo ja welke?
Met deze opzet heeft de verkenning een inventariserend karakter.
Afbakening van de verkenning
De vraag naar ethisch problematische aspecten van het gebruik van neurobiologische
diagnostiek en behandeling is breed en noopt tot een duidelijke afbakening. Om te beginnen
beperkt de Raad zich tot de in de adviesaanvraag gestelde vragen. De achterliggende
discussie over de waarde en wenselijkheid van neurobiologische benadering in het algemeen
en het onderliggende mensbeeld valt buiten het bestek van deze verkenning.
In de afbakening van deze verkenning zijn verder de volgende keuzes gemaakt:
1.       Onderzoeksethiek buiten beschouwing.
         Deze verkenning beperkt zich tot de ethisch-problematische aspecten van mogelijke
         toepassing van de neurobiologische diagnostiek en behandelmethoden. Het
         wetenschappelijk onderzoek dat daaraan ten grondslag ligt en deels al plaatsvindt
         in en buiten de justitiële jeugdinrichtingen, wordt hier buiten beschouwing gelaten.
         De Raad realiseert zich dat deze scheidslijn in de praktijk niet zo scherp is: het
         meten van neurobiologische parameters ten behoeve van diagnostiek en risicotaxatie
         vindt momenteel op beperkte schaal plaats in het kader van het wetenschappelijk
         onderzoek naar de nieuwe methoden.
         De reden dat hierop in dit advies niet wordt ingegaan, is dat voor biomedisch
         wetenschappelijk onderzoek bij mensen reeds duidelijke ethische normen en
         richtlijnen bestaan.11 Uitgangspunt is dat de onderzoeksprojecten binnen de
         justitiële jeugdinrichtingen (en in het eveneens gedwongen kader van de gesloten
         jeugdzorg, zie hieronder bij punt 3) worden uitgevoerd met inachtneming van
         deze ethische normen en richtlijnen conform de Wet Mensgebonden Onderzoek
         (WMO) en de daaraan verbonden toetsingsprocedures van de Medisch Ethische
         Toetsingscommissies (METC’s).
         Wel geeft de Raad hierbij het volgende in overweging: vanwege de kwetsbaarheid
         van participanten in biomedisch onderzoek wordt hun veiligheid gewaarborgd door
         naleving van de bestaande ethische normering en (bij universitair onderzoek)
         via controle door wetenschapscommissies. Jeugdige justitiabelen vormen echter
         een bijzonder kwetsbare onderzoeksgroep door hun (minderjarige) leeftijd én
         doordat hun vrijheid verregaand is ingeperkt in het gedwongen kader van het
         jeugdstrafrecht. Vanuit ethisch perspectief rijst de vraag of met deze extra
         kwetsbaarheid voldoende rekening is gehouden, met andere woorden of de
         bestaande richtlijnen voor ethisch verantwoord biomedisch onderzoek voldoende
         zijn ‘vertaald’ naar de kwetsbare situatie van de jeugdige justitiabele. Het is de Raad
         bekend dat VenJ zich rekenschap geeft van deze extra kwetsbaarheid, en de ethische
         waarborgen bij het uitvoeren van biomedisch wetenschappelijk onderzoek juist
   11 Wet op Mensgebonden Onderzoek (WMO), Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde, Bupo-verdrag art.7, IVRK,
      International Etchical Guidelines for Biomedical Research Involving Human Subjects, Geneva 1993. M.b.t. onderzoek bij justitiabelen
      zijn bepalingen opgenomen in de betreffende Europese richtlijnen (European Prison Rules, European Rules for Juvenile Offenders)
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                                    12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>        hierop toetst. Of dit voldoende is of dat ook een onafhankelijke ethische instantie
        juist op deze specifieke kwetsbaarheid zou moeten toetsen, is een vraag die de Raad
        binnen de context van deze verkenning niet kan beantwoorden maar vanuit het
        oogpunt van ethische zorgvuldigheid wel relevant acht.
2.      Inhoud van de neurobiologische onderzoeken buiten beschouwing
       In dit advies wordt niet ingegaan op de inhoud van de lopende wetenschappelijke
       neurobiologische onderzoeken. Het betreft inmiddels zo’n omvangrijk
       onderzoeksterrein dat een compleet overzicht niet samen te stellen is binnen het
       bestek van dit advies.
       De Raad acht het echter wel belangrijk dat zo’n compleet en regelmatig
       geactualiseerd overzicht beschikbaar komt. Juist omdat het gaat om een
       onderzoeksterrein dat aanleiding geeft tot ethische vragen over verantwoorde
       toepassing, is het wenselijk dat een compleet overzicht van de stand van zaken
       voorhanden is. Het overzicht van de door het WODC gecoördineerde onderzoeken
       binnen de pijler Veiligheid van het Nationaal Initiatief Hersenen en Cognitie (NIHC)
       is weliswaar beschikbaar maar bevat alleen de binnen deze projecten lopende
       onderzoeken, terwijl ook daarbuiten veel relevant onderzoek plaatsvindt.12
3.      Ethische vragen betreffen hele jeugdstrafrechtketen
        Diagnostiek en behandeling vindt niet alleen plaats binnen justitiële
        jeugdinrichtingen maar in de hele jeugdstrafrechtketen: vanaf de screening door
        de Raad voor de Kinderbescherming tot eventuele plaatsing in een justitiële
        jeugdinrichting (JJI) of penitentiare inrichting (PI, in geval van adolescenten) of
        onderzoeken in het kader van het opleggen van een PIJ-maatregel. Waar in het
        advies kortweg wordt gesproken van het jeugdstrafrecht, wordt daarmee de hele
        keten bedoeld. Ethische vragen in verband met neurobiologische diagnostiek en
        behandeling kunnen zich voordoen in alle schakels van de keten.
        Naast de jeugdige justitiabelen is er nog een aanzienlijke groep jongeren die
        terechtkomt in de gesloten jeugdzorg. Gezien het eveneens gedwongen kader
        hiervan merkt de Raad op dat de positie van deze jongeren verwantschap vertoont
        met de kwetsbare positie van jeugdige justitiabelen.
        Tegelijkertijd echter zijn er belangrijke verschillen. In de gesloten jeugdzorg
        staat bijvoorbeeld het voorkómen van recidive niet centraal. Omwille
        van de overzichtelijkheid beperkt de Raad zich in deze verkenning tot de
        jeugdstrafrechtketen, met de aantekening dat de hieronder uitgewerkte ethische
        overwegingen deels ook van toepassing zijn in de gesloten jeugdzorg.
4.      Leeftijdsgrenzen: minderjarige en jongvolwassen justitiabelen.
       In de adviesaanvraag wordt gesproken over het jeugdstrafrecht. De Raad betrekt
       hierbij, overeenkomstig eerdere adviezen, ook de strafrechtstoepassing bij
       jongvolwassenen (adolescenten) van 18-25 jaar. Hiermee sluit de Raad aan bij
       ontwikkelingspsychologische inzichten over de ontwikkeling van het brein en bij
   12 Website NIHC, Programma Hersenen en Cognitie, www.hersenenencognitie.nl .
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                             13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>         justitiële ontwikkelingen zoals de invoering van het adolescentenstrafrecht.13
Opbouw van de verkenning
Het inventariserende onderzoek naar de ethische aspecten van de toepassing van
neurobiologische inzichten bij diagnostiek en behandelmethoden is als volgt opgebouwd:
-- een overzicht van de ethische beginselen en uitgangspunten die in deze context relevant
    zijn. (hst3)
-- een inventarisatie van de ethisch-problematische aspecten van neurobiologische
    diagnose en behandelmethoden in het jeugdstrafrecht. (hst 4)
-- concluderende opmerkingen. (hst5)
   13   Zie hiervoor de adviezen van de Raad over adolescentenstrafrecht (Het jeudstrafproces: toekomstbestendig! RSJ 14-03-2011 en
       Wetsvoorstel Adolescentenstrafrecht, RSJ 14-03-2012) en het wetsvoorstel adolescentenstrafrecht. Omdat in de adolescentie volgens
       de ontwikkelingspsychologisch drie fasen worden onderscheiden, te weten vroege, middel en laat adolescentie, is het helderder om
       te spreken van jongvolwassenen i.p.v. adolescenten. Het adolescentenstrafrecht heeft vooral gevolgen voor de groep middel- en laat-
       adolescenten (resp. 18-21 jaar en 21-25 jaar).
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                                    14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>3.      Ethische beginselen en uitgangspunten
Algemeen gesteld betreffen ethische vragen de overweging hoe het goede te doen
en het kwade te vermijden. Het gebruik van nieuwe, neurobiologische diagnostiek
en behandelmethoden bij jeugdige justitiabelen roept de ethische vraag op hoe deze
respectvol14 kunnen worden toegepast en zodanig dat de jeugdigen (en de samenleving)
kunnen profiteren van de positieve effecten (betere, op het individu afgestemde
behandeling en begeleiding) en tegelijkertijd worden beschermd tegen eventuele negatieve
neveneffecten (bijvoorbeeld het risico van stigmatisering).
Voor de inventarisatie van de ethische aspecten die hierbij een rol spelen, put de Raad
uit verschillende bronnen van ethische normativiteit.15 Dit zijn om te beginnen algemene
principes uit de bio-ethiek die hieronder worden toegelicht. Deze principes zijn geformuleerd
vanuit (bio)medisch wetenschappelijk en gezondheidsethisch perspectief. Vergelijkbare en
deels overlappende overwegingen worden met betrekking tot toepassingen in strafrechtelijk
kader tevens geformuleerd in formeel-juridische uitgangspunten (wet- en regelgeving),
en in de door de Raad opgestelde (normatieve) Beginselen van Goede Bejegening.16 Met
betrekking tot de specifieke situatie van jeugdige justitiabelen vormt het Internationaal
Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) het belangrijkste uitgangspunt. Dit laatste
geldt formeel niet voor jeugdigen ouder dan 18 jaar, maar in verband met de recente
inzichten in de ontwikkeling van het adolescentenbrein acht de Raad het verstandig om deze
tenminste ook in overweging te nemen bij jeugdige justitiabelen in de adolescentenleeftijd.
Hieronder worden de algemene principes uit de bio-ethiek toegelicht, en waar van
toepassing in verband gebracht met de overige juridische en normatieve kaders.
Algemene principes uit de bio-ethiek
De Raad beroept zich op de vier ethische principes die binnen de bio-ethiek algemeen als
basis worden beschouwd. Deze zijn geformuleerd in onder meer Principles of Biomedical
Ethics van Beauchamp en Childress, een van de standaardwerken op het gebied van ethiek
omtrent biomedisch onderzoek.17 Daarmee sluit de Raad aan bij literatuur uit het eerder
genoemde onderzoeksterrein van neuro-ethics en het grensvlak van neuro-ethics en
recht. De vier hieronder uitgewerkte principes vormen voor deze verkenning een goed en
bruikbaar uitgangspunt.
De vier principes zijn: het principe van respect voor autonomie, van niet-schaden, van
weldoen en van rechtvaardigheid. De principes worden als volgt omschreven:
-- Het principe van respect voor de autonomie ofwel zelfbeschikking. Dit principe stelt dat
    het individu zoveel mogelijk in de gelegenheid moet worden gesteld om te beslissen
    over bijvoorbeeld het ondergaan van een behandeling. Om dergelijke beslissingen
    goed te kunnen nemen moet de persoon beschikken over voldoende, begrijpelijke en
    betrouwbare informatie. Zo leidt dit principe van respect van autonomie tot het principe
    van informed consent: een behandeling mag alleen plaatsvinden met instemming van de
    persoon die de behandeling ondergaat en deze moet daartoe voldoende geïnformeerd
   14 ‘Respectvol’ wordt hier in de ethische betekenis gebruikt: in overeenstemming met principes die respect voor de menselijke waar-
      digheid uitdrukken.
   15 Onder ‘normatief’ wordt verstaan ‘een norm bevattend of normstellend’.
   16 Goed Bejegenen. Beginselen voor het overheidsoptreden tegenover mensen die een justitiële straf of maatregel ondergaan., RSJ 2012.
   17 Beauchamp, T. L., & Childress, J. F. (2012). Principles of Biomedical Ethics (7de ed.). New York/ Oxford: Oxford University Press.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                                     15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>    zijn. Daarbij wordt uitgegaan van de wilsbekwaamheid van de betrokkene. Bij
    minderjarigen of anderen die (nog) niet volledig wilsbekwaam zijn, moeten ouders of
    andere vertegenwoordigers worden betrokken bij de beslissing.
-- Het principe van ‘niet-schaden’ (nonmaleficence). De strekking hiervan is dat een
    onderzoek of interventie geen schade mag toebrengen. Negatieve bijwerkingen zijn
    inherent aan (bijna) alle behandelingen, maar die schade moet zo gering mogelijk
    zijn. Een behandeling is alleen moreel acceptabel als de voordelen voor de betrokkene
    opwegen tegen de eventuele nadelen.
-- Het principe van weldoen (benificence). Hiermee wordt bedoeld dat de behandelaar
    handelt in het belang van de patiënt. Anders gezegd: de behandeling moet de
    betrokkene ten goede komen.
-- Het principe van rechtvaardigheid (fairness). Dit heeft betrekking op een eerlijke
    verdeling van kosten, baten en risico’s. Het impliceert bijvoorbeeld gelijke behandeling
    van patiënten in vergelijkbare situaties, en zo nodig ongelijke behandeling in ongelijke
    situaties (oftewel maatwerk).
Binnen de medische praktijk liggen deze ethische principes ten grondslag aan bestaande
wetgeving zoals de Wet op de Geneeskundige Behandelovereenkomst.
Voor deze verkenning is vooral van belang in hoeverre de bestaande ethische en juridische
normering van de medische praktijk voldoende is toegesneden op het gedwongen
kader van het jeugdstrafrecht, met name wanneer insluiting aan de orde is. De jeugdige
justitiabele verkeert namelijk in een grotere afhankelijkheidspositie dan de patiënt in het
medisch circuit die in principe zelf kan beslissen of hij zich laat onderzoeken of behandelen.
Deze vrijheid is binnen het gedwongen kader niet geheel afwezig, maar op z’n minst
gecompliceerd doordat de keuze ten aanzien van het ondergaan van diagnose of therapie
vaak gevolgen heeft voor het verdere verloop van het justitiële traject.
Bovendien beïnvloedt het gedwongen kader het doel van de diagnose en behandeling. Waar
het medisch-therapeutisch handelen primair is gericht op het welzijn van de patiënt (diens
genezing of verzorging), vinden diagnose en behandeling binnen justitieel kader plaats in
het spanningsveld van zorg voor de justitiabele, vaststelling van genoegdoeningsacties en
beveiliging van de samenleving. Voorkoming van recidive is een belangrijk doel van alle
behandelinterventies in de context van het (jeugd)strafrecht.
Deze twee factoren, de afhankelijkheidspositie van de justitiabele en de spanning tussen
verschillende doelen van diagnose en behandeling, brengen justitiabelen in een kwetsbare
positie. Dit geldt temeer voor jeugdige justitiabelen omdat deze nog in ontwikkeling zijn.
Ter bescherming van deze kwetsbare groep zijn respect voor de autonomie, bescherming
van de rechtspositie en het recht op goede zorg op verschillende manieren vastgelegd
in wetgeving. In de justitiële beginselenwetten18 is het recht op goede zorg opgenomen,
met als uitgangspunt dat de kwaliteit van de zorg aan justitiabelen vergelijkbaar is
met de zorg aan vrije burgers (het equivalentiebeginsel). En hoewel inperking van de
autonomie onontkoombaar verbonden is met de vrijheidsbeperkende context van de
strafrechtstoepassing, dient deze inperking zo gering mogelijk te zijn op grond van de
   18 Penitentiaire beginselenwet (Pbw), Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden (Bvt), Beginselenwet justitiële jeugdinrichtin-
       gen (Bjj).
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                                  16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>beginselen van subsidiariteit en proportionaliteit. Op hiermee deels overlappende wijze
vormt de bescherming van de rechtspositie en menswaardigheid van de (kwetsbare)
justitiabele een van de uitgangspunten van de Beginselen van Goede Bejegening van de
RSJ.
Het IVRK als normatief kader voor de behandeling van jeugdige justitiabelen.
Jeugdige justitiabelen vormen vanwege hun minderjarigheid een extra kwetsbare groep.
Hoewel het strafelement bij hen niet afwezig is, is in artikel 3 van het IVRK vastgelegd dat
het belang van het kind bij alle op te leggen sancties of maatregelen de eerste overweging
vormt. Dit zogenaamde pedagogisch uitgangspunt van het jeugdstrafrecht impliceert ook
dat in de tenuitvoerlegging van straffen of maatregelen de schade voor de ontwikkeling van
het kind tot het minimum wordt beperkt.19
Bovenstaand geheel van ethische principes, wetgeving en het IVRK biedt een normatief
kader voor onderstaande inventarisatie van de ethische vragen bij de mogelijke introductie
van nieuwe diagnostiek en behandelmethoden.
   19 Binnen de strafrechtstoepassing gaat het vooral om het beperken van de schade, want zoals bekend ondervinden gedetineerde
       justitiabelen onvermijdelijk de zogenaamde detentieschade. Het minimaliseren hiervan is bij jeugdigen nog belangrijker dan bij volwas-
       senen omdat hun sociale, emotionele en intellectuele ontwikkeling geschaad wordt door de opsluiting. In deze verkenning wordt deze
       ‘algemene’ detentieschade verder buiten beschouwing gelaten maar wordt gefocust op de mogelijke positieve en negatieve effecten
       van de neurobiologische diagnostiek en behandelmogelijkheden binnen detentie.
              Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                                   17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                              18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>4.         Inventarisatie van de ethische aspecten van neurobiologische
           diagnose en behandelmethoden in het jeugdstrafrecht.
Voor de inventarisatie van mogelijke ethische vragen die worden opgeroepen door de
nieuwe diagnostiek en behandelmogelijkheden, wordt eerst gekeken in hoeverre deze
vragen specifiek samenhangen met het neurobiologisch karakter van deze toepassingen.
Roepen neurobiologische diagnostiek en behandelmogelijkheden meer of andere vragen op
dan ‘traditionele’ methoden? (4.1).
Vervolgens wordt gekeken tot welke ethische vragen de toepassing van nieuwe,
neurobiologische diagnostiek en behandelmethoden mogelijk leiden binnen de specifieke
context van het jeugdstrafrecht. (4.2)
4.1 Nieuwe ethische vragen door neurobiologische toepassingen?
Of neurobiologische diagnostiek en behandelmethoden aanleiding geven tot meer of andere
ethische vragen dan gebruik van meet- en behandelmethoden op grond van (sociaal)
psychologische inzichten, is niet op voorhand duidelijk. Vanuit medisch of psychologisch
perspectief is het verschil niet absoluut. Soms zijn de nieuwe instrumenten en technieken
een verfijning van of aanvulling op metingen die nu al worden verricht. Hersenfuncties
bijvoorbeeld worden ook nu al gemeten bij een IQ-meting, zij het op andere wijze, door
het maken van een intelligentietest. Ook is de mate van ingrijpendheid van de behandeling
niet gerelateerd aan het neurobiologisch karakter ervan. Medicijngebruik en zeker
psychofarmaca zijn bijvoorbeeld invasiever dan het gebruik van neurofeedback. Van de
verwachte toepassing van neurobiologische diagnostiek en behandelmethoden kan dus
niet in het algemeen worden gesteld dat deze invasiever zijn dan de traditionele methoden
voor diagnostiek en behandeling. Een voorbeeld van een neurobiologische behandeling die
ethische vragen oproept is chemische castratie.20 Dit heeft te maken met het ingrijpende
karakter van deze interventie, en met de twijfels omtrent de (vrije) instemming van de
justitiabele (met name binnen de context van tbs-behandeling). Maar ook een klassieke
psychologische interventie die vaak bij jeugdigen wordt toegepast, de gezinstherapie, kan
ethische vragen oproepen, bijvoorbeeld door de impact op alle gezinsleden die worden
geacht om mee te werken.
Vanuit ethisch perspectief is de vraag of diagnostiek en behandeling zijn gebaseerd op
neurobiologische kennis of op sociaal- en gedragswetenschappelijke kennis van secundair
belang. Relevant is niet zozeer de achterliggende benadering, maar de vraag wat met de
diagnose of behandeling wordt beoogd en wat potentiële gevolgen (positief en negatief)
zijn.21
Ondanks dat moeilijk principiële argumenten zijn aan te wijzen waarom neurobiologische
diagnostiek en behandelmogelijkheden meer aanleiding geven tot ethische vragen,
worden in de discussie hierover een aantal issues genoemd.22 Deze betreffen zowel
   20 Zie hiervoor het RSJ-advies libidoremmende middelen (Het gebruik van libidoremmende middelen in de tbs, bouwstenen voor een
        landelijk beleidskader, RSJ 21-04-2010).
   21 Hierop wordt ook gewezen door Horstkötter, Berghmans en De Wert: ‘Een potentiële veelpleger of een Pietje Bell? Vroegpreventie
        van antisociaal gedrag, ethiek en maatschappij.’ In TGE (Tijdschrift voor Gezondheidszorg en Ethiek, jrg. 23 (2013), nr.2. En: Horstköt-
        ter, Berghmans, De Ruiter, Krumeich, De Wert: ‘We are also normal humans, you know?...’, International Journal of Law and Psychiatry
        35, 2012, 289-297). Ook: Horstkötter, Berghmans, Slatman, De Wert, ‘Biologie en psychiatrie: ethische aspecten van de preventie van
        antisocial gedrag bij kinderen’, Tijdschrift voor psychiatrie 53(2011)10.
   22 Zie o.a. in nt. 23 genoemde artikelen van Horstkötter e.a.en het genoemde themanummer van het NJB.
              Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                                          19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>de zorgvuldigheid in de interpretatie als de invasiviteit van diagnostisch onderzoek of
behandeling.
Zorgvuldigheid
Het gaat hier vooral om de zorgvuldigheid van interpretatie en een afweging van mogelijke
(ongewenste) effecten van een diagnose. De interpretatie van neurobiologische metingen
is complexer dan vaak wordt voorgespiegeld. Het gevaar bestaat dat een meetresultaat
wordt aangenomen als een vaststaand feit met objectief voorspellende waarde. Het feit dat
de werking van de hersenen een complex geheel is waarbij interactie met de omgeving een
grote rol speelt, wordt dan te weinig meegewogen. Daarnaast is de voorspellende waarde
van meetresultaten vooralsnog beperkt tot voorspellingen op groepsniveau, en de resultaten
kunnen met de huidige stand van kennis nog maar zeer beperkt worden vertaald naar het
individuele gedrag.23 Ook worden deze uitkomsten vaak als objectiever voorgespiegeld dan
ze feitelijk zijn. Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat deze beperkingen
niet exclusief zijn voor nieuwe, neurobiologische methoden voor diagnose en risicotaxatie.
Een recent onderzoek naar de betrouwbaarheid van bestaande risicotaxatie-instrumenten
leidde tot de conclusie dat de instrumenten in hun huidige vorm slechts kunnen worden
gebruikt voor globale classificatie op groepsniveau. Een betrouwbare inschatting van
de kans op toekomstig crimineel gedrag in het individuele geval kan met de bestaande
instrumenten slechts in beperkte mate worden gemaakt.24
De voorzichtigheid met betrekking tot voorspellingen op individueel niveau geldt algemener
dan de risicotaxatie. Zo kunnen bijvoorbeeld algemeen aanvaarde inzichten inzake de
ontwikkeling van de cognitieve vermogens niet probleemloos worden vertaald naar het
individuele geval (de cognitieve ontwikkeling hangt namelijk mede af van intelligentie,
opleidingsniveau en omgevingsinvloeden).
Horstkötter e.a. wijzen voorts op het risico dat met name jongeren die op grond van
neurobiologische of genetische parameters worden aangemerkt als individuen met
een verhoogd risico voor crimineel gedrag, terecht kunnen komen in een spiraal van
medicalisering en stigmatisering, wat de ontwikkeling van de jeugdige negatief kan
beïnvloeden.
Invasiviteit
Bezien vanuit ethisch perspectief roept een diagnostisch onderzoek of behandeling
eerder vragen op naarmate deze ingrijpender (invasiever) is. Of dit sterker geldt voor
neurobiologische dan voor traditionele behandelinterventies valt niet in z’n algemeenheid te
zeggen. Beide kunnen, zoals hierboven aangegeven, variëren van licht (minder ingrijpend
en vaak minder risicovol) tot zeer ingrijpend (met vaak grotere risico’s).
In het algemeen kan volgens de Raad niet worden gesteld dat de neurobiologische
diagnostiek en behandelmethoden leiden tot meer en andere ethische vragen dan de
traditionele medische en gedragswetenschappelijke methoden. Wel kunnen er, bijvoorbeeld
    23 Zie o.a. K. de Kogel, P. Haselager, C. Jonker, F. Leoné, L. Westgeest, Beperkingen van neurowetenschap en gedragsgenetica in de
        rechtspraktijk, in NJB 2013/2618. Het punt wordt tevens benadrukt door T. Rinne, directeur Wetenschap en Opleiding bij het NIFP.
        (bron: EFP-nieuwsbrief, 03-2013. Interview n.a.v. Symposium ‘Kritische geluiden’, NIFP/EFP.)
    24 S. Fazell, J.P. Singh, H. Doll, M. Grann, Use of risk assessment instruments to predict violence and antisocial behaviour in 73 samples
        involving 24.827 people: systematic review and meta-analysis. In BMJ2012;345:e4692.
              Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                                        20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>door onvoldoende kennis over een zorgvuldige interpretatie, verkeerde of voorbarige
conclusies worden getrokken bij het stellen van de diagnose. Dit probleem kan zich
voordoen bij alle medische en psychiatrische diagnostiek, maar bij de introductie van
nieuwe methoden, in dit geval op basis van neurobiologische inzichten, is voorzichtigheid in
de interpretatie een extra aandachtspunt.
4.2 Ethische vragen die samenhangen met de context van het jeugdstrafrecht.
De vraag welke ethische aspecten in het geding zijn bij de toepassing van neurobiologische
diagnostiek en behandelmethoden binnen het jeugdstrafrecht kan worden opgesplitst in
twee deelvragen:
1. in hoeverre leidt het gedwongen kader van het (jeugd)strafrecht tot ethische vragen?
     Dit betreft algemene aspecten van de strafrechtelijke context, en geldt dus ook voor
     volwassenen justitiabelen;
2. in hoeverre leidt de minderjarigheid of jongvolwassenheid van de jeugdige justitiabelen
     tot ethische vragen?
4.2.1 Ethische aspecten van (neurobiologische) diagnostiek en behandeling in gedwongen kader.
Omdat de toepassing van neurobiologische inzichten bij diagnostisch onderzoek en
risicotaxatie andere vragen oproept dan bij mogelijke behandeling, worden deze hieronder
afzonderlijk behandeld. Over de vraag in hoeverre bij de huidige stand van kennis al sprake
kan zijn van neurobiologische behandeling, zeker binnen de justitiële context, bestaat nog
discussie. Omdat het in deze verkenning echter gaat om de ethische vragen bij mogelijke
toepassing, wordt hierop in onderstaande wel ingegaan.
Aandachtspunten met betrekking tot diagnostiek en risicotaxatie:
-- Impact van diagnostiek en risicotaxatie
     De impact van diagnostische metingen, met welke instrumenten ook, is binnen de
     context van het strafrecht altijd groot. Ook nu al leiden de uitkomsten van screening
     en assessment (op grond van gangbare sociaalwetenschappelijke instrumenten) tot
     ingrijpende keuzes in het justitiële traject, variërend van strafoplegging, toepassing van
     gedragsinterventies en reclasseringsbegeleiding tot jeugddetentie of behandeling in het
     kader van een PIJ-maatregel. Verfijning van de in het strafrecht gebruikte diagnostische
     instrumenten kan leiden tot meer op de persoon en diens problematiek afgestemde
     begeleiding of behandeling, en tot meer individualisering in de strafrechtstoepassing.
     Vanuit het ethisch principe van ‘niet schaden’ dient mogelijke schade als gevolg van
     screening en diagnose (risico van stigmatisering voor het toekomstige leven) te worden
     voorkomen.
-- Verminderde autonomie binnen gedwongen kader
     Het recht tot zelfbeschikking (de vrijheid om in te stemmen met diagnostisch onderzoek)
     is een belangrijk uitgangspunt in de medische ethiek, maar is problematisch binnen
     het gedwongen kader. De justitiabele verkeert in een grotere afhankelijkheidspositie
     dan de patiënt in het medisch circuit die verregaand zelf kan beslissen of hij zich
     laat onderzoeken of behandelen. Deze vrijheid is binnen het gedwongen kader niet
     geheel afwezig, maar op z’n minst gecompliceerd doordat de keuze ten aanzien van
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                          21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>   het ondergaan van diagnose of therapie vaak gevolgen heeft voor het verdere verloop
   van het justitiële traject. De autonomie wordt meer in het algemeen ingeperkt doordat
   bijvoorbeeld het recht op vrije artsenkeuze beperkt is binnen het gedwongen kader van
   het strafrecht. Ook kan de justitiabele geen recht doen gelden op de beschikbaarheid
   van een door hem gewenst diagnostisch onderzoek.
-- Doel van de diagnostiek
   Het gedwongen kader beïnvloedt tevens het doel van de diagnostiek. Waar het medisch-
   therapeutisch onderzoek primair is gericht op het welzijn van de patiënt, vindt diagnose
   binnen justitieel kader plaats in het spanningsveld van zorg voor de justitiabele,
   vaststelling van straf of genoegdoening en beveiliging van de samenleving (voorkomen
   van recidive). Het principe van wel-doen impliceert hier, vertaald naar het gedwongen
   kader van de strafrechtstoepassing, dat diagnostisch onderzoek primair het welzijn van
   de justitiabele ten goede komt, ook als er andere doelen (zoals risicotaxatie met het oog
   op veiligheid van de maatschappij) in het geding zijn.
Aandachtspunten met betrekking tot behandeling:
-- mate van ingrijpendheid (invasiviteit)
   Naarmate de effecten van behandeling ingrijpender zijn, komen ethische overwegingen
   meer op de voorgrond zoals eerder aangegeven. Vanuit ethisch perspectief is hier met
   name het principe van niet-schaden relevant.
-- Dilemma’s m.b.t. individualisering
   Nieuwe methoden kunnen leiden tot verfijndere metingen (zoals het meten van
   stress- of verslavingsgevoeligheid onder jeugdige justitiabelen). Dit maakt meer
   individualisering mogelijk in de behandeling en in het algemeen in de invulling van de
   straf of maatregel. Te denken valt aan het voorbeeld van twee justitiabelen die beiden
   zijn betrapt op drugsgebruik. In plaats van op grond hiervan verlof in te trekken volgens
   een algemene regel, kan ‘op maat’ worden gereageerd: voor de verslavingsgevoelige
   justitiabele is drugsgebruik eerder een contra-indicatie voor verlof dan voor de ander
   die niet of minder verslavingsgevoelig is. Deze mogelijkheid om detentietraject en
   interventies meer op de persoon af te stemmen, leidt echter tot discussies over
   rechtvaardigheid en gelijke behandeling. Het principe van ‘gelijke monniken, gelijke
   kappen’ gaat steeds minder op als monniken steeds minder gelijk blijken te zijn.
   Wat een voordeel kan zijn vanuit het oogpunt van zorg en behandeling op maat, kan
   problemen opleveren binnen de justitiële context waarin dit soort verschillen lastig uit te
   leggen zijn.
   Dit maakt een zorgvuldige afweging tussen het principe van wel-doen (behandeling
   afgestemd op het individu) en het principe van rechtvaardigheid (gelijke behandeling
   van justitiabelen) lastig maar noodzakelijk.
-- Autonomie
   In hoeverre kan binnen het gedwongen kader van het (jeugd)strafrecht sprake zijn
   van vrije instemming met behandeling? Als een justitiabele instemt met behandeling
   (bijv. medicatie) met het oog op het verkrijgen van proefverlof of het accepteren van
   een voorwaarde (bij voorwaardelijke straf), in hoeverre is dan werkelijk sprake van een
          Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                        22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>      vrije keuze voor de behandeling?25 Ook praktische factoren beperken de autonomie met
      betrekking tot medische behandeling: er is nauwelijks sprake van vrije artsenkeuze in
      justitiële inrichtingen. En ondanks het equivalentiebeginsel kan een justitiabele moeilijk
      recht doen gelden op een bepaalde behandeling of therapie als die niet in de inrichting
      wordt aangeboden. Deze beperkingen zijn inherent aan het gedwongen kader van het
      (jeugd)strafrecht.
-- Doel van de behandeling
      De overwegingen zijn hier gelijksoortig aan bovenstaande overwegingen met
      betrekking tot het doel van de diagnose. Aandachtspunt is vooral de spanning tussen
      het therapeutisch doel en beveiligingsdoel, en het principe dat het therapeutisch doel
      (welzijn van de justitiabele) voorop dient te staan.
4.2.2 tot welke specifieke ethische vragen leidt de minderjarigheid of jongvolwassenheid van de jeugdige
justitiabelen?
-- Pedagogisch uitgangspunt
      Op grond van het pedagogisch uitgangspunt van het jeugdstrafrecht staat de
      ontwikkeling van de jongere voorop, ook waar het gaat om de afweging van het belang
      van het individu en van de samenleving (veiligheid). Het voorkomen van onnodige
      schade ten gevolge van diagnostiek en risicotaxatie verdient extra aandacht in verband
      met de ontwikkelingsfase van de jeugdige. Aan de andere kant kunnen nieuwe
      mogelijkheden tot diagnose en behandeling een belangrijk positief effect hebben,
      bijvoorbeeld een snellere terugkeer in de samenleving. In een zorgvuldige afweging van
      de positieve effecten en eventuele risico’s van een diagnose of behandeling speelt het
      principe van wel-doen een belangrijke rol. Deze afwegingen gelden ook voor diagnose en
      behandeling in de gesloten jeugdzorg, met dien verstande dat daar het verminderen van
      recidive geen doel van de behandeling is.
-- Positie van de ouders
      Met betrekking tot de mate waarin de ouders moeten worden betrokken in de beslissing
      voor behandeling moeten hier, conform de bepalingen van de Wet op Geneeskundige
      Behandelingsovereenkomst, drie leeftijdscategorieën moeten worden onderscheiden. Bij
      jeugdigen van 12-16 jaar is overleg met de ouders verplicht, jeugdigen van 16-18 jaar
      mogen alleen beslissen, evenals de meerderjarige jongvolwassene.
      In verband met de minderjarigheid kan hier tevens de vraag worden gesteld in hoeverre
      de jeugdige de consequenties van zijn keuze kan overzien. Dit geldt met name voor
      16+ers, die zonder toestemming van de ouders mogen beslissen over behandeling.
      De betrokkenheid van de ouders bij de behandeling van jeugdige justitiabelen gaat
      verder dan de wettelijk vereiste toestemming; zij dienen in principe, voor zover mogelijk
      en wenselijk, bij de behandeling worden betrokken.
    25 NJB 2013,45.
             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                           23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                              24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>5.       Conclusie
In deze verkenning is geïnventariseerd of de neurobiologische diagnostiek en
behandelmethoden waarnaar momenteel onderzoek wordt verricht, bij toekomstig gebruik
in het jeugdstrafrecht ethische vragen oproepen.
Op grond van deze inventarisatie concludeert de Raad dat ethische vragen niet specifiek
zijn gerelateerd aan neurobiologische diagnostiek en behandelmethoden. Voor de (ethische)
vraag naar verantwoorde toepassing is het niet relevant of een interventie is gebaseerd
op neurobiologische inzichten of op traditionele medische of gedragswetenschappelijke
inzichten. Het ethische aspect heeft betrekking op wat met de diagnostiek of behandeling
wordt beoogd, op de mate waarin de justitiabele hiermee ’in vrijheid’ kan instemmen, of
de voordelen zorgvuldig worden afgewogen tegen de risico’s en of de justitiabele er recht
op kan doen gelden. Met betrekking tot de mogelijke toepassing van neurobiologische
methoden zijn wel enkele aandachtspunten benoemd, zoals het risico van onzorgvuldige
interpretatie.
Deze bevindingen leiden tot de algemene aanbeveling om ethische overwegingen al in
een vroeg stadium te betrekken bij bestaande en toekomstige toepassing van diagnostiek
en behandeling in het jeugdstrafrecht. De noodzaak hiervoor neemt toe met de mate van
invasiviteit.
Een tweede conclusie luidt dat vooral de context van het gedwongen kader en, in het
jeugdstrafrecht, de jeugdige leeftijd van de justitiabelen aanleiding geven tot ethische
vragen bij de toepassing van ingrijpende diagnose of behandelmethoden. Er bestaat een
(ethisch) spanningsveld tussen het behandelperspectief van de behandelaar (gericht
op de positieve effecten van een diagnose of behandeling) en het justitieel perspectief
waarin sprake is van meerdere doelen: behandeling en beveiliging van de samenleving
(recidivereductie).
De bestaande medisch-ethische regelgeving is niet toegesneden op afwegingen rond
diagnose en behandeling in gedwongen kader. En de instantie die wel is toegesneden
op beoordeling van de behandelinterventies binnen de strafrechtstoepassing, de
Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie, hanteert geen apart ethisch criterium.
Dit in tegenstelling tot de Deense Erkenningscommissie, die een elfde criterium heeft
toegevoegd waarin is bepaald dat de interventie ethisch verantwoord moet zijn.26
Binnen de forensische psychiatrie heeft de reflectie op ethische aspecten van diagnose
en behandeling binnen de strafrechtstoepassing in 2009 geleid tot de oprichting van de
Commissie Ethiek in de forensische psychiatrie (als een project van het Expertisecentrum
Forensische Psychiatrie).
Zoals aangegeven in het begin van deze verkenning, acht de Raad het te vroeg om
richtlijnen op te stellen voor ethisch verantwoorde toepassing van nieuwe diagnose en
behandelmethoden. Daarnaast is de vraag wat ethisch verantwoord is eerder een kwestie
   26 P. Aarten, T. van der Heijden en P. van der Laan (2013), Accreditation of offender programmes; An overview of accreditation panels and
       procedures en various countries. Den Haag, Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie.
            Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                                     25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>van zorgvuldige afweging dan van het opstellen van regels en richtlijnen.
In dit stadium volstaat de Raad met enkele uitgangspunten voor de beoordeling van nieuwe
diagnose- en behandelmethoden:
-- Het moet tenminste een algemeen erkende interventie betreffen;
-- Behandelaars en andere professionals beschikken over voldoende deskundigheid voor
    het indiceren en toepassen van de interventie;
-- De interventie wordt primair aangeboden vanuit therapeutische motieven en dus niet
    uitsluitend met het oog op vermindering van gevaar;
-- De interventie brengt niet intentioneel schade toe aan de justitiabele;
-- De justitiabele (en eventueel zijn/haar ouders) heeft ingestemd met de interventie op
    grond van volledige informatie over de werking, verwachte effecten en risico’s van de
    interventie, alsmede over de gevolgen van al dan niet instemmen voor het verdere
    verloop van de detentie of maatregel.
De Raad beseft dat de ethische bewustwording met betrekking tot diagnose en behandeling
binnen de strafrechtstoepassing nog volop in ontwikkeling is. Meer onderzoek op dit
terrein is nodig om verantwoord te handelen in het spanningsveld van nieuwe diagnose
en behandelmogelijkheden voor (jeugdige) justitiabelen. Het gaat erom optimaal gebruik
te kunnen maken van de positieve effecten van de nieuwe mogelijkheden, maar met
zorgvuldige afweging van eventuele risico’s en ongewenste effecten. Daarbij is binnen het
gedwongen kader van de strafrechtstoepassing respect voor de autonomie (de mogelijkheid
om vrij en goed geïnformeerd te kunnen instemmen met diagnostisch onderzoek of
behandeling) een belangrijk aandachtspunt.
Tot besluit
De Raad besluit hier met een constatering ‘ten overvloede’. Diverse malen is reeds gesteld
dat de ethische vragen niet uitsluitend worden opgeroepen door de toepassing van
neurobiologische diagnose- en behandelmogelijkheden. Het hele strafrecht, en zeker de
toepassing van de vrijheidsstraf bij volwassenen maar vooral bij jeugdigen, geeft aanleiding
tot de vraag naar de morele rechtvaardiging daarvan. Justitieel ingrijpen is altijd mede
leedtoevoeging, ook al staat dat bij jeugdigen op de laatste plaats. In verband met deze
ethische afweging zijn in de ontstaansgeschiedenis van het strafrecht de beginselen van
proportionaliteit en subsidiariteit geformuleerd, evenals het uitgangspunt van het strafrecht
als ultimum remedium.
Tegen de achtergrond van deze leedtoevoeging die inherent is aan het strafrecht, acht de
Raad het verstandig om alle nieuwe methodieken die perspectief bieden op betere diagnose
of behandeling (met mogelijk een korter verblijf in de justitiële inrichting tot gevolg) serieus
te onderzoeken op hun voordelen en risico’s. Daarbij horen zeker ook ethische afwegingen.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                         26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Bronvermelding
Aarten, Van der Heijden, Van der Laan 2013
P. Aarten, T. van der Heijden en P. van der Laan (2013), Accreditation of offender
programmes; An overview of accreditation panels and procedures en various countries. Den
Haag, Erkenningscommissie Gedragsinterventies Justitie.
Beauchamp & Childress 2012
T.L. Beauchamp & J.F. Childress, Principles of biomedical ethics (7th ed.), New York, Oxford
University Press 2012.
Fazell, Singh, Doll, Grann 2012
S. Fazell, J.P. Singh, H. Doll, M. Grann, Use of risk assessment instruments to predict
violence and antisocial behaviour in 73 samples involving 24.827 people: systematic review
and meta-analysis. In BMJ2012;345:e4692.
Horstkötter, Berghmans, Slatman, De Wert 2011
D. Horstkötter, R. Berghmans, J. Slatman, G. de Wert, Biologie en psychiatrie: ethische
aspecten van de preventie van antisociaal gedrag bij kinderen. In Tijdschrift voor Psychiatrie
53 (2011)10.
Horstkötter, Berghmans, De Ruiter, Krumeich, De Wert 2012
D. Horstkötter, R. Berghmans, C. de Ruiter, A. Krumeich, G. de Wert, “We are also normal
humans, you know?” Views and attitudes of juvenile delinquents on antisocial behavior,
neurobiology and prevention. In International Journal of Law and Psychiatry 35 (2012) 289-
297.
Horstkötter, Berghmans, De Wert 2013
D. Horstkötter, R. Berghmans en G. de Wert, Een potentiële veelpleger of een Pietje Bell?
Vroegpreventie van antisociaal gedrag, ethiek en maatschappij. In TGE (Tijdschrift voor
Gezondheidszorg en Ethiek), jrg. 23 (2013), nr. 2.
Justitiële Verkenningen 2013
Vrije wil en verantwoordelijkheid, themanummer Justitiële Verkenningen 1/13, WODC 2013.
Nederlands Juristenblad 2013
Themanummer Recht en neurowetenschappen, NJB 2013 nr45 (artikelen 2611 t/m 2618).
Platje 2013
E. Platje, The development of antisocial behavior and hypothalamic-pituitary-adrenal axis
activity adolescence, dissertatie VU 2013.
De Vries-Bouw 2012
M. de Vries-Bouw, Neurobiological stress parameters in relation todisruptive behavior,
dissertatie VU mc 2012.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                         27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>RSJ uitgaven
RSJ 2010
Het gebruik van libidoremmende middelen in de tbs, bouwstenen voor een landelijk
beleidskader, RSJ advies 21-04-2010.
RSJ 2011
Het jeugdstrafproces: toekomstbestendig!, RSJ advies 14-03-2011.
RSJ 2012
Wetsvoorstel adolescentenstrafrecht, RSJ advies 14-03-2012.
Goed Bejegenen. Beginselen voor het overheidsoptreden tegenover mensen die een
justitiële straf of maatregel ondergaan, RSJ 2012.
Wetgeving en verdragen
Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK).
Wet op Mensgebonden Onderzoek (WMO).
Verdrag inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde.
Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (Bupo-verdrag), VN 1966.
           Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Jeugdstrafrecht, neurowetenschap en ethiek
                                                         28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>