<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                   Parkstraat 83 Den Haag
                                                                                   Correspondentie:
                                                                                   Postbus 30137
                                                                                   2500 GC Den Haag
                                                                                   Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                   www.rsj.nl
                                                                                   info@rsj.nl
                 Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
                 Postbus 20301
                 2500 GC Den Haag
Betreft        : aanbieding advies
Contactpersoon : drs. A.J. van Bommel, mr. L.R.H. Koekoek
Doorkiesnummer : 070-3619352
E-mail         : a.j.van.bommel@minvenj.nl
Datum          : 30 januari 2015
Ons kenmerk    : RSJ 101/2372/2015/AvB/CK
Onderwerp      : Financiële curatele
                 Geachte heer Teeven,
                 Naar aanleiding van uw vraag om enkele eerste gedachten te formuleren over
                 het in het rapport Stoppen of volharden van Weijers en Van Drie opgenomen
                 voorstel voor een nieuwe sanctie ‘financiële curatele’ laat de Raad u het
                 volgende weten.
                 Definities en uitgangspunten volgens Weijers
                 Kenmerken en doelstelling van financiële curatele
                 De curatele inclusief het voortdurend afpakken van spullen moet jongeren
                 het laatste zetje geven om van criminaliteit af te zien. Weijers en Van Drie
                 verwachten dat de motivatie tot het stoppen met crimineel gedrag bij jonge
                 veelplegers vergroot wordt door ze voortdurend en hinderlijk te volgen en
                 verantwoording te laten afleggen over hun financiële situatie en bezittingen.
                 Doelgroep
                 Het gaat om jonge veelplegers die door vermogens- en/of geweldsdelicten
                 (dure) spullen verwerven met als bijkomend oogmerk die te laten zien. Zij
                 willen op een makkelijke manier aan hun spullen komen en lopen daarmee te
                 koop.
                 Weijers en Van Drie zien als doelgroep die jongeren die om uiteenlopende
                 andere redenen al een ontluikend besef hebben dat zij met misdaad moeten
                 stoppen maar net nog teveel zijn gehecht aan makkelijk verworven ‘rijkdom’, en
                 die ook nog kans hebben om tot een aanvaardbaar maatschappelijk bestaan te
                 komen. Zodra zij beseffen dat ‘misdaad niet loont’ zullen ze daarmee stoppen.
                 Financiële curatele als onderdeel van een groter geheel
                 Weijers en Van Drie noemen in hun boek een heel palet van middelen en
                 maatregelen die kunnen bijdragen aan het vergroten van de motivatie tot
                 stoppen met criminaliteit bij jongeren. Het is van groot belang om van meet af
                 aan vast te stellen, zoals Weijers en Van Drie ook doen, dat financiële curatele
                 niet is bedoeld als een op zichzelf staande sanctie of maatregel maar dat deze
                 is ingebed in een groter geheel.
                 Dat grotere geheel wordt gevormd door (al bestaande) sancties, toezicht
                 (=begeleiding en controle) en hulpverlening, waarbij ook ouders en andere
                 relaties worden betrokken. Weijers en Van Drie benadrukken dat voor de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>jongeren over wie zij het hier hebben, halve maatregelen niet helpen. Dus geen kale
voorwaardelijke straf, maar een combinatie hiervan met toezicht en, bij zwaardere
delicten, vrijheidsbeneming.
De combinatie met begeleiding moet ervoor zorgen dat de jongere niet alleen met
criminaliteit stopt omdat deze niet (meer) loont, maar dat hij ook tot een andere
levensinstelling en -invulling komt.
Overwegingen van de RSJ
Doelgroep
De doelgroep bestaat ongetwijfeld maar er is onvoldoende bekend over de omvang,
samenstelling, achtergrond (waaronder cultuurgebonden kenmerken) en geografische
spreiding. De omvang van de doelgroep, samen genomen met de omvang van de
schade die uit dit soort criminaliteit voortvloeit, zijn bepalend voor de urgentie van de
problematiek. Bij uitwerking van het voorgestelde idee zouden wij adviseren om eerst
een heldere afbakening (definitie) van de doelgroep te formuleren en na te gaan wat
de omvang en andere kenmerken van deze doelgroep zijn. Wellicht kan dit afgeleid
worden uit bestaand onderzoeksmateriaal (bijvoorbeeld het veelplegersonderzoek van
het WODC en de Top-600 Amsterdam, al zullen de betreffende populaties in meer of
mindere mate verschillen). Als dat niet het geval is adviseren wij om nader onderzoek
te doen, om te voorkomen dat de doelgroep veel kleiner blijkt te zijn dan wordt
gedacht (wat bijvoorbeeld het geval was bij de gedragsbeïnvloedende maatregel), met
alle nadelen van dien. Stelselmatige daders, vooral de al wat ouderen, die zich al in
een criminele levenswijze hebben gehard, zijn met deze maatregel waarschijnlijk niet
of veel minder te beïnvloeden en het is de vraag of zij dan tot de doelgroep moeten
worden gerekend.
Begrippen die in verband worden gebracht met de doelgroep als ‘status’ en
‘straatwaarde’ zullen in het kader van dit onderzoek helder moeten worden
gedefinieerd.
De methode
Wij stellen voor om onderscheid te maken tussen twee methoden:
a. financieel toezicht1 tijdens de periode van de (voorwaardelijke) straf en
b. ontneming (afpakken) van gestolen goederen ten tijde van de arrestatie en
    rechtszaak.
Begeleiding
Begeleiding van (deze) jongeren bestaat al, de (jeugd)reclassering heeft veel van
hen onder toezicht. Het financiële- en vermogensaspect lijkt hierbij echter vaak
onderbelicht of anders gedefinieerd. Als er aandacht is voor inkomsten, gaat het over
het verkrijgen van werk en inkomen, schulden en budgettering. Maar het idee van
financieel toezicht betreft het beïnvloeden van jongeren die er juist doelbewust naar
streven om hun geld te verdienen met criminaliteit. Financieel toezicht vraagt om
een intensieve en rechtlijnige aanpak met bijbehorende bevoegdheden, die nu geen
kenmerk van de begeleiding lijkt te zijn.
Wij ondersteunen het idee dat het de veelplegers zo moeilijk mogelijk moet worden
gemaakt om crimineel geld te verdienen, dat de pakkans groot moet zijn en de
consequenties snel en passend moeten zijn. Ontneming en financieel toezicht passen
hier goed bij. Dit alleen zal bij de meesten echter onvoldoende leiden tot blijvende
gedragsverandering. Daarvoor zijn ook een andere levensvisie, copingsvaardigheden
(omgaan met ongemak en omgaan met groepsdruk), en een stabiele situatie op de
verschillende (criminogene) leefgebieden nodig. Bij veelplegers met een verstandelijke
beperking is daarnaast langdurige begeleiding nodig. Ontneming en financieel toezicht
op veelplegers zal ons inziens dan ook ingepast moeten worden in een intensief en
langdurig toezicht door de reclassering, waarbij ook het (gezins)systeem betrokken
wordt.
1    Om verwarring te voorkomen met de bestaande rechtsfiguur onder curatelestelling geeft de Raad de voorkeur aan een term als financieel
     toezicht.
                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Het voortdurend controleren van iemands inkomsten en uitgaven en zijn bezittingen
vraagt om deskundigheid en bevoegdheden voor financieel rechercheren. Die zien wij nu
niet bij de reclassering. Behalve dat de reclassering hier deskundiger in moet worden,
zal zij met andere instanties moeten samenwerken waar deze deskundigheid al aanwezig
is. Sociale diensten, financiële recherche, belastingdienst, deurwaarders en financiële
beheerders zullen hierbij moeten worden betrokken.
Binnen dit samenwerkingsverband kunnen taken op een slimme manier worden verdeeld.
Zo kan het een lastige opgave voor de reclassering zijn om (financiële) recherche te
combineren met een begeleiding waarin (ook) problematiek van uiteenlopende aard,
inclusief het scheppen van een delictvrij toekomstperspectief, moet worden behandeld.
Het kan dan doeltreffender zijn om de recherchetaak elders te beleggen. Dit zijn keuzes
die per individu anders kunnen uitpakken.
Het feit dat verschillende instanties nodig zijn maakt de haalbaarheid van het idee
kwetsbaar. Elke dienst zal hiervoor prioriteiten moeten verleggen De niet-justitiegebonden
diensten kunnen vanuit justitie of reclassering hiervoor geen opdrachten krijgen. Zij
hebben aan medewerking geen voordelen voor de eigen organisatie, het is vooraleerst
extra werk. Zij zullen dus overtuigd moeten worden van de urgentie van deze
problematiek en van de rol die zij hierin kunnen/moeten spelen.
Creëren van extra capaciteit en deskundigheid zal geld vergen. ‘Afpakken’ in justitieel
verband heeft veelal het genereren van inkomsten als belangrijk doel. Bij de doelgroep
waar we nu over spreken is dat niet het geval. Het gaat immers om het beïnvloeden van
de motivatie van de veelplegers. Een kosten-batenanalyse moet daarom niet uitgaan van
‘baten’ in de betekenis van opbrengt voor de Schatkist.
Bevoegdheden, justitiële titels
Bevoegdheden voor financiële recherche en het ‘afpakken’ zijn (nu) verspreid over
verschillende instanties en regelgeving.
De reclassering kan de onder toezicht gestelde opdragen om inzicht te geven in zijn
vermogenspositie, ze kan huisbezoeken afleggen, maar is daarvan afhankelijk. De
reclassering kan niet bij derden, zoals de bank, de gemeente of de belastingdienst
gegevens opvragen als de cliënt daar geen toestemming voor geeft. Voor het constateren
dat iemand over ‘verdachte’ bezittingen beschikt, is voortdurende en intensieve observatie
nodig. Hier zullen zoals gezegd verschillende instanties aan moeten meewerken.
Met betrekking tot de ‘intensieve observatie’ past de kanttekening dat deze een wijdere
kring van personen kan omvatten dan de onder toezicht gestelde jongere zelf. Privacy en
rechtspositie van deze personen kunnen in het geding komen.
Voor het ‘afpakken’ moet gebruik worden gemaakt van bestaande justitiële titels. Die
zijn slechts bedoeld in een vastgelegde context – veroordeling wegens een strafbaar
feit. Bij deze gelegenheid zou maximaal kunnen worden ingezet op het ontnemen, wat
al mogelijk is maar wat ons inziens vaker zou kunnen gebeuren. In dit verband kan
worden opgemerkt dat de bestaande maatregel van conservatoir beslag weinig of niet
lijkt te worden toegepast. Ligt hier een mogelijkheid of wijst het weinige gebruik van
dit middel juist op een hinderpaal voor ontneming die ook betekenis heeft voor het
onderhavige idee? Een ander punt is dat bij minderjarigen hun ouders of andere wettelijke
vertegenwoordigers financieel verantwoordelijk zijn en strikt genomen eigenaar van
eventueel te ontnemen bezittingen. Wij adviseren eerst na te gaan hoe deze en mogelijke
andere knelpunten bij ontneming verholpen kunnen worden.
Hierbuiten, op de langere termijn dus, zal ontneming altijd een lastige tot onmogelijke
opgave blijven.
a. buiten het veroordelend vonnis is er geen titel voor ‘afpakken’. De belastingdienst kan
     mensen vragen naar de herkomst van hun inkomsten en bezittingen, kan ambtshalve
     een aanslag opleggen op basis van een geschat inkomen, maar kan geen bezittingen
     confisqueren;
b. het gaat om bezittingen die niet altijd op naam staan geregistreerd en dus makkelijk
     kunnen worden verstopt of weggesluisd of als ‘cadeau’ worden bestempeld;
c. deze jongeren zullen gauw afleren met dure schoenen of jas bij de reclassering op
     spreekuur te komen.
Tot slot is niet onbelangrijk wat de gevolgen zullen zijn van het zich niet houden aan
de afspraken omtrent het financiële toezicht. Op grond van ervaringen met andere
                                           3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>voorwaardelijke straffen (bij jongeren) verwachten wij dat dan zeker niet in
alle gevallen de voorwaardelijke detentie alsnog ten uitvoer gelegd zal worden.
Ketenpartners, met name de jeugdreclassering, Raad voor de Kinderbescherming
en OM zullen het niet altijd proportioneel en lang niet altijd wenselijk vinden om
jongeren te laten insluiten en geven in dat geval nog een kans. Het gaat dan niet
om uitvoerbaarheid maar om draagvlak en attitude van ketenpartners, die van
invloed zijn op de uitvoering. Als dit inderdaad praktijk zou worden is het risico
groot dat de financiële curatele in de praktijk weinig voorstelt, wat de effectiviteit en
geloofwaardigheid van het justitiesysteem juist vermindert.
Mocht u dit plan verder uitwerken dan adviseren wij dus eerst een nadere analyse te
maken en het systeem op kleine schaal uit te proberen.
Conclusie
Het idee van financieel toezicht is het waard om nader te onderzoeken. Alleen na nader
onderzoek is te bepalen in hoeverre sprake kan zijn van toegevoegde waarde ten
opzichte van bestaande mogelijkheden en van een uitvoerbare praktijk.
Nader onderzoek is in ieder geval noodzakelijk ten aanzien van
• definiëring van de doelgroep (kenmerken);
• omvang van de doelgroep;
• noodzakelijke bevoegdheden;
• noodzakelijke actoren;
• noodzakelijke vaardigheden, bereidheid tot samenwerking en houding bij de
    beoogde actoren.
Hoogachtend,
namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
mr. L.A.J.M. de Wit, algemeen voorzitter
                                         4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>