<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                    Parkstraat 83 Den Haag
                                                                                    Correspondentie:
                                                                                    Postbus 30137
                                                                                    2500 GC Den Haag
                                                                                    Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                    www.rsj.nl
                                                                                    info@rsj.nl
                 Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
                 Postbus 20301
                 2500 GC Den Haag
Betreft        : aanbieding advies
Contactpersoon : mr. K.H. Hinders/drs. A.J. van Bommel
Doorkiesnummer : 070-3619353
E-mail         : advies@rsj.nl
Datum          : 10 maart 2015
Ons kenmerk    : RSJ/101/KHH/CK
Onderwerp      : advies gekanteld perspectief
                 Geachte heer Blok,
                 Hierbij biedt de Raad u de notitie ‘Gekanteld Perspectief, enkele gedachten over
                 de vrijheidsbeneming van jeugdigen in justitiële jeugdinrichtingen’ aan.
                 De Directie Justitieel Jeugdbeleid van uw departement oriënteert zich
                 op dit moment fundamenteel op de wijze van tenuitvoerlegging van
                 vrijheidsbenemende sancties voor jeugdigen. Hierbij wordt het veld betrokken,
                 onder meer door middel van expertmeetings, die momenteel plaatsvinden. De
                 Raad stelt het op prijs hierbij betrokken te zijn en acht het een verstandige
                 manier van werken dat expertise uit wetenschap en uitvoering breed bij
                 de beleidsvorming wordt ingebracht. Behalve door het deelnemen aan de
                 expertmeetings brengt de Raad u daarom gaarne zijn gedachten ten aanzien
                 van deze problematiek ter kennis.
                 De Raad bouwt in deze notitie voort op zijn adviezen Jeugdige delinquenten,
                 minder opsluiten, gerichter begeleiden van 16 oktober 2008, De justitiële
                 jeugdinrichtingen na 2010 van 30 maart 2007 en Gesloten crisisopvang van 29
                 september 2005. De Raad is verheugd dat de heroriëntatie die nu plaatsvindt
                 openingen biedt voor de denkrichting die de Raad al langere tijd voor ogen
                 heeft.
                 Mogelijk dient de Raad u in een volgend stadium van de gedachtevorming nader
                 van advies.
                 Hoogachtend,
                 namens de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
                 mr. L.A.J.M. de Wit, algemeen voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>2</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Gekanteld perspectief
Enkele gedachten over vrijheidsbeneming van jeugdigen in justitiële jeugdinrichtingen
Aanleiding
Instroom in en bezetting van de justitiële jeugdinrichtingen (JJI) zijn de laatste jaren sterk
afgenomen. In de periode 2009 tot en met 2013 is de JJI-sector gekrompen van 1240
plaatsen in 14 inrichtingen in 2010 naar 650 plaatsen in 9 inrichtingen in 2014. Dat is
een afname van 48% in vier jaar. De komende drie jaar worden er nog twee inrichtingen
gesloten1.
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie staat voor de opgave om met het bestaande
stelsel van een kleiner aantal maar niettemin relatief grootschalige voorzieningen
passende zorg en behandeling te bieden aan jeugdigen bij wie vrijheidsbeneming uit
oogpunt van bescherming van de samenleving en/of henzelf is aangewezen. Deze opgave
is omgeven met een aantal onzekerheden. Zo is onduidelijk of de geconstateerde afname
van benodigde plaatsen in JJI’s zal doorzetten, stabiliseren of wellicht zal omslaan in
een toename. Ook is momenteel nog niet te voorzien in welke mate de introductie van
het adolescentenstrafrecht (ingevoerd in april 2014) zal leiden tot een groter aantal
plaatsingen in het kader van voorlopige hechtenis, jeugddetentie of PIJ-maatregel in JJI’s
van jongvolwassenen in de leeftijd van 18 tot 23 jaar.
Verkenning RSJ
Ook voor de RSJ zijn de ontwikkelingen rond de JJI’s - afnemende capaciteit en
onderbezetting, en de daarmee gepaard gaande sluiting van inrichtingen - reden voor een
herbezinning op het stelsel van vrijheidsbeneming van jeugdigen en een verkenning van
andere mogelijkheden en invullingen.
De RSJ stelt steeds het belang van het kind en de pedagogische doelstelling van
het jeugdstrafrecht centraal en houdt rekening met hetgeen is neergelegd in het
Internationale verdrag ter bescherming van de rechten van het kind (IVRK). Daarnaast
hanteert de RSJ, in lijn met zijn missie, de beginselen van goede bejegening als
uitgangspunt.
Ontwikkelingen en knelpunten bij vrijheidsbeneming in JJI’s
Hieronder noemen we enkele ontwikkelingen en knelpunten ten aanzien van de JJI’s. De
opsomming is niet uitputtend en veel punten zijn niet nieuw.
-- In korte tijd is de bezetting van de JJI’s sterk teruggelopen en derhalve de capaciteit
    gehalveerd;
-- De doelgroep is ouder geworden – steeds meer 18–plussers – en zal
    verhoudingsgewijs nog ouder worden naarmate meer jongvolwassenen in het kader
    van het adolescentenstafrecht in een JJI worden geplaatst;
-- De instroom in de JJI’s bestaat voor het overgrote deel uit jeugdigen die in voorlopige
    hechtenis worden genomen; een afnemend aantal wordt geplaatst op grond van een
    PIJ-maatregel;
-- Bij instroom en verblijf is de verhouding tussen kortverblijvers (korter dan drie
    maanden) en langverblijvers (langer dan drie maanden) min of meer in evenwicht;
    maar de kortverblijvers verblijven steeds korter. Een grote groep jeugdigen verblijft
    slechts enkele weken in een JJI, een kleine groep – PIJ’ers – enkele jaren;
-- Het aantal inrichtingen is zodanig afgenomen, dat aan het uitgangspunt om zoveel
    mogelijk regionaal te plaatsen – zo dicht mogelijk in de buurt van gezin of sociaal
    netwerk – steeds moeilijker tegemoet gekomen kan worden; dat geldt eens te meer
    voor de zeer kleine groep meisjes;
-- Alle JJI’s kennen het zelfde hoge niveau van interne en externe beveiliging met
    gelijke (hoge) mate van vrijheidsbeperking voor alle opgenomen jeugdigen;
    beveiligingsmaatregelen zijn standaard en zijn niet aangepast aan individuele behoefte
    en noodzaak; dit blijkt toenemend contraproductief waar het gaat om resocialisatie,
    gezinstherapie en scholing;
-- De JJI’s zijn door de jaren grootschaliger geworden, waardoor meer en grotere
    groepen jeugdigen bij elkaar geplaatst worden; dit doet de kans op incidenten
1   Gegevens van DJI, 2014.
                                           3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>    - geweld tussen jeugdigen onderling en geweld van jongeren jegens medewerkers
    – toenemen;
--  Bij elkaar plaatsen van jeugdigen met (ernstige) gedragsproblemen, hetgeen
    vanzelfsprekend kenmerkend is voor JJI’s, versterkt het risico van (criminele)
    ‘besmetting’ en ongewenste groepsvorming;
--  JJI’s hebben moeite adequate, passende behandeling te bieden; waar erkende
    interventies al beschikbaar zijn op landelijk niveau, daar is het voor een JJI
    onmogelijk om ze allemaal beschikbaar te hebben; bovendien is de verblijfsduur
    voor verreweg de meeste jeugdigen veel te kort om een interventie in gang te
    zetten;
--  JJI’s hebben moeite adequaat onderwijs aan te bieden; de niveauverschillen tussen
    de jeugdigen en hun talenten zijn dermate verschillend dat het ondoenlijk is om
    onderwijs-op-maat te leveren;
--  JJI’s hebben moeite ouders voldoende intensief te betrekken bij behandeling;
    aanbieden van gezinstherapieën is moeilijk; en het is onhaalbaar om de
    differentiatie aan interventies tot zijn recht te laten komen: bijv. MDFT heeft een
    specifieke doelgroep, en MST kan alleen maar toegepast als andere actoren rond
    een jeugdige (familieleden, sportcoaches, eigen schoolmentor, etc.) bereikbaar zijn;
--  Voor JJI’s is het moeilijk passende trajectbegeleiding en nazorg aan te bieden, niet
    in de laatste plaats vanwege de vaak erg korte verblijfsduur en de plaatsing ver
    weg van de (woon)plaats waar de jeugdige na verblijf in de JJI naar terug gaat;
--  De recidive na verblijf in een JJI is hoog, hetgeen een beperkt effect van
    behandeling en nazorg impliceert.
Sommige knelpunten zijn het gevolg van de capaciteitsreductie van de afgelopen
jaren, maar zij hangen allemaal bovenal samen met de wijze waarop het stelsel van
vrijheidsbeneming en de JJI’s is ingericht. Ongeacht of capaciteit en bezetting blijven
afnemen dan wel weer zullen toenemen, veel van genoemde knelpunten zullen blijven
bestaan omdat zij inherent zijn aan het stelsel zoals dat in de afgelopen decennia is
ingericht.
Dit alles leidt tot de conclusie dat het stelsel in zichzelf problematisch is en dat alleen
een andere invulling (kanteling) die aansluit bij ontwikkelingen in de samenleving en
de eisen van deze tijd, een einde kan maken aan ten minste een aantal knelpunten.
De effectiviteit van het stelsel kan vergroot worden, ook zonder dat dit (meer) risico’s
meebrengt voor de samenleving.
Een ander stelsel van JJI’s
Naar het oordeel van de Raad is een ander stelsel van JJI’s gewenst. Zo’n stelsel
wordt idealiter gekenmerkt door kleinschaligheid, nabijheid van gezin en school en
passende behandeling, opleiding en beveiliging. Van ‘one size fits all’ naar opvang en
behandeling ‘tailor made’. Dat kan terwijl het onlosmakelijk deel blijft uitmaken van
de keten van gerechtelijke procedures en beslissingen, van justitiële en aan justitie
gelieerde actoren, organisaties en (lokale) voorzieningen.
Kleinschalige stedelijke en regionale voorzieningen
De Raad staat een stelsel voor ogen van een groot aantal kleinschalige voorzieningen
in grote steden en verschillende regio’s, met een beperkt niveau van beveiliging.
-- De justitiële bemoeienis vindt plaats in de eigen stad/regio van de jeugdige,
    door de ‘eigen’ instanties (politie/recherche, Raad voor de Kinderbescherming,
    OM, rechtbank, gezinsvoogdij, reclassering, etc.); dossiers zijn bij de hand, geen
    vervoer meer met parketbusjes, geen langdurige wachttijden in Paleizen van
    Justitie in vreemde steden;
-- Bejegening, behandeling, onderwijs en nazorg geschieden door of in samenwerking
    met lokale voorzieningen en organisaties; behandeling, scholing en zorgactiviteiten
    vinden in principe ‘buiten’ plaats, in bestaande voorzieningen (ambulante zorg,
    reguliere scholen); wanneer de jeugdige nog niet naar ‘buiten’ mag of kan, kunnen
    de medewerkers van deze voorzieningen naar de jongere toe komen;
-- Dichtbij-huis-plaatsing biedt de mogelijkheid om ouders en sociaal netwerk
    nadrukkelijk, op de kortste termijn, frequent en intensief te betrekken bij
    begeleiding, behandeling en voorbereiding op vertrek uit de inrichting en terugkeer
    naar huis;
-- Lokaal of regionaal opereren maakt het mogelijk direct lokale zorg-, onderwijs- en
                                          4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>    werkvoorzieningen bij begeleiding en behandeling te betrekken, teneinde resocialisatie
    en re-integratie te bevorderen;
--  Bejegening, behandeling, scholing en nazorg zijn primair gericht op het individu en
    niet op de groep;
--  De omvang van de voorzieningen zou niet groter moeten zijn dan vijf tot tien (twee
    groepen van vijf) plaatsen, in eigen (woon)panden of deel uit makend van andere
    jeugdhulpvoorzieningen;
--  Zulke kleine voorzieningen kunnen het zich niet veroorloven alle noodzakelijke
    specialismen in huis te hebben, maar door aan te sluiten bij en samen te werken met
    andere lokale zorgvoorzieningen komen alle faciliteiten beschikbaar;
--  Overwogen zou kunnen worden om met een aantal voorzieningen een ‘vliegende
    brigade’ van specialisten op te zetten, die op afroep beschikbaar is en de ‘lokale’
    collega’s kan bijstaan.
Voorgestelde kleinschalige, stedelijke of regionale voorzieningen zijn gesloten of besloten
van karakter, maar de beveiliging (geslotenheid), in zowel gebouwelijke als sociale
betekenis, is van beperkt niveau. Het traditionele beeld van desoriënterende gebouwen
met hoge hekken en dikke muren, voorzien van prikkeldraad en overdadige verlichting,
moet worden losgelaten. Zo nodig kunnen moderne, elektronische vormen van toezicht
worden ingezet als jeugdigen overdag naar school, werk of een andere voorziening gaan.
Het onderzoeksbelang kan voorschrijven dat jeugdigen op één plaats verblijven, niet
buiten komen en niet in contact treden met andere verdachten. Gesloten plaatsing is in
zulke gevallen aangewezen. Maar ook die plaatsing dient zo kort mogelijk te zijn en de
voorlopige hechtenis dient zo snel mogelijk (voorwaardelijk) te worden geschorst.
Eén centrale, landelijke voorziening
Een aantal delinquenten heeft te maken met zodanig ernstige problemen van
psychosociale en/of psychiatrische aard, dat gespecialiseerde, intensieve behandeling
nodig is én een hoog niveau van beveiliging ter bescherming van de samenleving en van
henzelf.
Een dergelijk niveau van voorzieningen, specialismen en beveiliging zou geboden kunnen
worden in een centrale landelijke voorziening.
Maar ook voor plaatsing in deze centrale inrichting moet het uitgangspunt zijn dat gewerkt
wordt aan een spoedige overgang naar een van de stedelijke of regionale voorzieningen.
Deze inrichting zou vanwege de aanwezige expertise op het gebied van begeleiding
en behandeling ook moeten fungeren als vraagbaak voor de overige kleinschalige
voorzieningen. Aan de inrichting verbonden specialisten en behandeldeskundigen zouden
wellicht deel uit kunnen maken van de eerder genoemde ‘vliegende brigade’.
Kanteling
Het door de Raad voorgestelde stelsel van een groot aantal kleinschalige, stedelijke
en regionale voorzieningen en één grote, hooggespecialiseerde en beveiligde
behandelinrichting gaat er van uit dat niet de beschikbare voorzieningen, maar de
problematiek van de jeugdige centraal staat en startpunt vormt voor plaatsing en voor de
bepaling van wat er nodig is aan voorzieningen. Dat houdt in dat passende behandeling
en begeleiding voorop staan en niet geslotenheid en beveiliging. De begeleiding en
behandeling zijn bovendien gericht op de individuele jeugdige en niet op de groep
(vandaar ook de beperkte omvang van de voorzieningen: vijf plaatsen of hooguit twee
groepen met vijf plaatsen). Het aanbod maakt onderdeel uit van een integrale aanpak,
dat wil zeggen in samenwerking met gemeenten, justitie, politie, jeugdbescherming,
(jeugd)reclassering, lokale zorg- en onderwijsvoorzieningen en behandelaars. De recente
stelselwijziging in de jeugdzorg biedt hiertoe voldoende aanknopingspunten.
Een aantal ontwikkelingen en situaties verdient nadere overweging.
Ook de Raad weet niet of de daling van instroom in en bezetting van de JJI’s zich de
komende tijd zal voortzetten, of dat zich stabilisering of zelfs toename zal voordoen.
Niettemin is het zaak meer duidelijkheid te verkrijgen over het aantal jeugdigen voor
wie enige vorm van vrijheidsbeneming aangewezen is. In het bijzonder is het van belang
inzicht te krijgen in het aantal jeugdigen – vermoedelijk voornamelijk PIJ’ers - die
aangewezen zijn op de gespecialiseerde, hoog beveiligde centrale behandelvoorziening.
                                           5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Een belangrijk criterium is daarbij het gevaarscriterium: in welke mate vormen zij een
gevaar voor de samenleving en/of voor zichzelf dat een hoge mate van fysieke en sociale
beveiliging noodzakelijk maakt. De Raad vermoedt dat dit slechts een fractie van de
instromende jeugdigen betreft, maar constateert dat hierover weinig bekend is.
Het verdient aanbeveling hierbij ook de situatie van jeugdigen in Jeugdzorg Plus-
voorzieningen te betrekken. Het is bekend dat de onderliggende problematiek van
jeugdigen in deze voorzieningen veel overeenkomst vertoont met die van jeugdigen
in JJI’s. Als de problematiek van de jeugdige en niet de plaatsingstitel bepaalt welke
begeleiding en behandeling en welk niveau van beveiliging noodzakelijkerwijs aangewezen
zijn, dan ligt scheiding van deze voorzieningen minder voor de hand.
Voorts zou onderzocht moeten worden waarom zoveel jongeren (vaak kort) in voorlopige
hechtenis worden genomen en hoe voorlopige hechtenis sneller (voorwaardelijk) geschorst
kan worden. Dat draagt bij aan een belangrijk uitgangspunt van het jeugdstrafrecht:
vrijheidsbeneming als laatste mogelijkheid en ook dan zo kort mogelijk.
In het voorgaande zijn aspecten van kosten en bedrijfsvoering buiten beschouwing
gebleven. De Raad realiseert zich terdege dat deze van belang zijn, maar is er niet op
voorhand van overtuigd dat grootschalige voorzieningen meer kosten-efficiënt zijn, dat
wil zeggen goedkoper in de exploitatie, dan kleinschalige voorzieningen. Weliswaar gaat
sluiting van inrichtingen gepaard met kapitaalvernietiging, maar op korte termijn zullen
toch al inrichtingen worden gesloten. Het inrichten van een groot aantal kleinschalige
voorzieningen vergt investeringen, maar door aansluiting te zoeken bij en samen te
werken met bestaande voorzieningen en voor behandeling en onderwijs waar mogelijk
gebruik te maken van beschikbare voorzieningen kunnen de kosten relatief beperkt
blijven. Uiteraard verdient ook dit nadere bestudering.
                                          6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>