<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                                                                       Parkstraat 83 Den Haag
                                                                                                                       Correspondentie:
                                                                                                                       Postbus 30137
                                                                                                                       2500 GC Den Haag
                                                                                                                       Telefoon (070) 361 93 00
                                                                                                                       www.rsj.nl
                                                                                                                       info@rsj.nl
                 Aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
                 Postbus 20301
                 2500 GC Den Haag
Afdeling       : advisering
Betreft        : aanbieding advies
Contactpersoon : mr. K.H. Hinders/drs. D.B. Kempers
Doorkiesnummer : 06-52872144/06-5287185
E-mail         : t.hinders@minvenj.nl/d.b.kempers@minvenj.nl
Datum          : 22 september 2016
Ons kenmerk    : RSJ/101/2789/16/KHH/DK/TvV
Uw kenmerk     : 775358
Onderwerp      : “Enkelvoudige afdoening van beroepen”
                 Geachte heer Dijkhoff,
                 Op 6 juli 2016 ontving de Afdeling advisering van de RSJ uw verzoek om advies
                 over het conceptwetsvoorstel ‘Wijziging van het Wetboek van Strafvordering, de
                 Penitentiaire beginselenwetten en enkele andere strafrechtelijke wetten met het
                 oog op het aanbrengen van enkele hoofdzakelijk procedurele verbeteringen ten
                 behoeve van de rechtspraktijk’ (Verzamelwet Veiligheid en Justitie).
                 Dit conceptwetsvoorstel bevat twee onderdelen die op het werkterrein liggen
                 van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), te weten
                 de verkorting van de termijn van externe advisering bij de verlenging van de
                 tbs-maatregel (artikel I van het conceptwetsvoorstel) en de mogelijkheid tot
                 enkelvoudige afdoening in de beroepsrechtspraak van de RSJ (artikel IV, V en
                 VI van het wetsvoorstel).
                 Gezien de verschillende aard van deze twee onderwerpen heeft de Afdeling
                 advisering van de RSJ (hierna: Afdeling advisering) haar reactie geformuleerd
                 in twee afzonderlijke adviezen.
                 Onderstaand treft u het advies aan over de mogelijkheid tot enkelvoudige
                 afdoening in de beroepsrechtspraak van de RSJ (artikel IV, V en VI van het
                 wetsvoorstel).
                 Advies van de Afdeling advisering
                 De inhoud van het conceptwetsvoorstel tot enkelvoudige afdoening van
                 beroepszaken bij de Afdeling rechtspraak van de RSJ is onder meer
                 voortgevloeid uit gezamenlijke inspanningen van de Dienst Justitiële
                 Inrichtingen en de RSJ1 om de toename van het aantal zaken waar mogelijk
                 een halt toe te roepen. In de brief van 31 maart 2015 van de Voorzitter van
                 het bestuur van de RSJ aan u heeft de RSJ verzocht om deze mogelijkheid
                 te creëren. De Afdeling advisering staat dan ook positief tegenover dit
                 conceptwetsvoorstel. Wel plaatst de Afdeling advisering een kanttekening bij
                 de mogelijke uitleg van de artikelen 3 en 4, dit gelet op hetgeen hierover in de
                 memorie van toelichting wordt vermeld. De Afdeling advisering gaat allereerst
                 in op dit inhoudelijke punt. Daarna volgt een aantal opmerkingen van meer
                 redactionele/tekstuele aard.
                 1   Op 1 juli 2015 is de nieuwe instellingwet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming 2015 in werking getreden.
                     In deze wet is een strikte scheiding opgenomen tussen de twee taken van de RSJ, advies en rechtspraak. Sindsdien werkt de
                     Raad met twee afdelingen, de Afdeling rechtspraak en de Afdeling advies.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Conceptwetsvoorstel wijziging van de Pbw, Bvt en Bjj,
uitleg van artikel 3 en 4 in samenhang met de tekst van de memorie van
toelichting
Tekst van het wetsvoorstel
3. De voorzitter dan wel een door hem aangewezen lid van de beroepscommissie die
een met rechtspraak belast lid van de rechterlijke macht is, kan het beroepschrift
enkelvoudig afdoen indien hij het beroep kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk
ongegrond of kennelijk gegrond acht, met dien verstande dat hij tevens de
bevoegdheden bezit die aan de voorzitter van de voltallige beroepscommissie
toekomen.
4. De voorzitter, dan wel het door hem aangewezen lid, bedoeld in het derde lid, kan
de behandeling te allen tijde verwijzen naar de voltallige beroepscommissie.
Reactie van de Afdeling advisering
De tekst van de wet lijkt in overeenstemming met de wensen van de RSJ zoals
weergegeven in de brief van 31 maart 2015. De RSJ heeft daarin de wens geuit om
de mogelijkheid tot enkelvoudige afdoening van beroepszaken niet alleen te creëren
in zaken waarin de beroepscommissie in hoger beroep oordeelt, maar ook in zaken
waarin de beroepscommissie in eerste en hoogste aanleg oordeelt, zoals de afwijzing
van verlof door de staatssecretaris en de afwijzing van een verzoek om overplaatsing
door de selectiefunctionaris. Uit de memorie van toelichting (één na laatste alinea, de
zinsnede ‘dat het ook niet mogelijk (is) om zaken waartegen alleen een rechtstreeks
beroep openstaat bij de RSJ enkelvoudig af te doen’) kan worden opgemaakt dat deze
categorie beroepszaken van enkelvoudige afdoening wordt uitgesloten, in verband met
het belang voor de rechtsbescherming van de gedetineerde.
De Raad maakt bezwaar tegen de uitleg van de artikelen 3 en 4 in de memorie van
toelichting. Ook in deze gevallen leent een substantieel aantal beroepszaken zich voor
enkelvoudige afdoening. Het betreft hier relatief eenvoudige zaken, bijvoorbeeld niet-
ontvankelijkheid in verband met termijnoverschrijding van het beroep, invrijheidstelling
van de gedetineerde en de inmiddels gerealiseerde overplaatsing van de gedetineerde
naar de inrichting van zijn voorkeur. Overigens zij, in het licht van de opmerking in
de memorie van toelichting over de rechtsbescherming, opgemerkt dat de voorzitter
dan wel het door hem aangewezen lid als bedoeld in het derde lid, de behandeling van
het beroep te allen tijde – lees: bij de minste twijfel – kan verwijzen naar de voltallige
beroepscommissie.
De Afdeling advisering dringt er daarom op aan, conform hetgeen is opgenomen
in de brief van 31 mei 2015, de tekst van de memorie van toelichting dusdanig te
wijzigen dat hieruit naar voren komt dat ook in bovengenoemde gevallen waarin
de beroepscommissie in eerste en hoogste instantie oordeelt, de mogelijkheid van
enkelvoudig afdoening bestaat.
Uit de memorie van toelichting, eerste alinea onder Artikelen IV, V en VI, en verderop,
onder het kopje ‘meerdere klachten over hetzelfde’ komt naar voren dat indien
meerdere klagers over hetzelfde klagen na jurisprudentievorming een dergelijke
enkelvoudige afdoening kan plaats vinden. De Afdeling advisering is van mening dat
het soms niet wenselijk is zaken na jurisprudentievorming identiek enkelvoudig af te
doen, bijv. als het gaat om een onderwerp zoals wijziging van het dagprogramma. De
Afdeling advisering stelt daarom voor de passage ‘meerdere klachten over hetzelfde’ te
wijzigen in ‘identieke gevallen’.
Opmerkingen van redactionele/tekstuele aard
Over de tekst van het conceptwetsvoorstel.
In de aanhef van het wetsvoorstel (en nadien in de memorie van toelichting) wordt
gesproken over Penitentiaire beginselenwetten. Het gaat echter om de Penitentiaire
beginselenwet, de Beginselenwet verpleging tbs-gestelden en de Beginselenwet
justitiële jeugdinrichtingen.
Over de memorie van toelichting
Ook in de aanhef van de memorie van toelichting wordt gesproken over Penitentiaire
beginselenwetten, zie de opmerking hiervoor.
In de memorie van toelichting staat door de hele tekst het woord ‘klacht’ . Geadviseerd
                                         2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>wordt dit te wijzigen in ‘beroep’, of ‘beroepen’ zoals dit ook is opgenomen in de
wetsartikelen. Zie bijv. onder Inleiding: ‘mogelijk te maken in gevallen waarin de klacht’
Onder 6, 3de zin: ‘waarin de klacht’
Artikelen IV, V en VI: 3e regel: ‘de klacht’ , enz.
Voorts wordt geadviseerd in de tekst van de artikelen IV, V en VI de volgende wijzigingen
aan te brengen:
-- De zinsnede: ’ voorgestelde wijzigingen enz. .. Gebleken is dat een belangrijk deel van
    de klachten feiten betreft die in principe niet voor beklag in aanmerking komen en dus
    niet-ontvankelijk zijn’ wijzigen in ‘dat klager niet-ontvankelijk is in zijn klacht’ (klager
    is niet-ontvankelijk in zijn klacht, niet de klacht).
-- De alinea, beginnend met ‘Het rapport-Bleichrodt: “Deze toename is opvallend, omdat
    klaagschriften over bejegening in de meeste gevallen niet-ontvankelijk zijn’: wijzigen
    in ‘omdat klagers in hun klaagschriften over bejegening in de meeste gevallen niet-
    ontvankelijk zijn’.
-- In de alinea beginnend met ‘in lijn met deze aanbeveling’ staat een aantal zaken niet
    goed omschreven. Wat betreft de zin ‘klachten over zaken ten aanzien waarvan geen
    beroep kan worden ingediend bij de RSJ’: de beroepsprocedure in de Penitentiaire
    beginselenwet voorziet onder meer in de mogelijkheid van beroep tegen de
    uitspraak van de beklagcommissie. Als de beklagcommissie klager niet-ontvankelijk
    in zijn klacht heeft verklaard, kan de klager daar wel degelijk tegen in beroep. De
    beroepscommissie kan klager vervolgens niet-ontvankelijk in zijn beroep verklaren of
    verklaart dat beroep (on)gegrond.
De Afdeling advisering beveelt u aan de tekst van de memorie van toelichting op
genoemde punten aan te passen.
Hoogachtend,
namens de Afdeling advisering van de
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
mr. L.A.J.M. de Wit, voorzitter
                                             3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>