<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing
Versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing
Versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
Den Haag, 12 oktober 2016
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoud
Samenvatting............................................................................................................ 5
1. Inleiding................................................................................................................ 7
2. Maatschappelijke ontwikkelingen ............................................................................. 9
    2.1 Een veranderende samenleving ......................................................................... 9
    2.2 Participatiesamenleving en lokale overheden........................................................ 10
    2.3 Bestuursrecht als parallel strafsysteem ............................................................... 10
    2.4 Maatschappelijke druk op het strafrecht.............................................................. 11
    2.5 Veranderingen in de zorg................................................................................... 12
    2.6 ICT- ontwikkelingen ......................................................................................... 13
    2.7 Samenwerking in en buiten de strafrechtketen..................................................... 13
3. Ontwikkelingen in de strafrechtelijke sanctietoepassing................................................ 15
    3.1 Verandering in omvang en aard strafrechtelijke sancties........................................ 15
    3.2 Accentverschuiving in doelen............................................................................. 15
    3.3 Proportionaliteit............................................................................................... 16
    3.4 Verantwoordelijkheden in de uitvoeringspraktijk................................................... 17
    3.5 Veranderingen in de omvang en aard van de populatie.......................................... 18
    3.6 Korte duur detentie ......................................................................................... 18
    3.7 Wijze van uitvoeren van strafrechtelijke sancties.................................................. 19
    3.8 Continuïteit van zorg en overgang tussen systemen.............................................. 22
4. Visie op de toekomst: versterken samenhang, betrokkenheid en vertrouwen.................. 23
    4.1 Inleiding......................................................................................................... 23
    4.2 Samenwerking bij de uitvoering van sancties....................................................... 24
    4.3 Balans in doelen van strafrechtelijke sanctietoepassing.......................................... 25
    4.4 Sancties met perspectief................................................................................... 27
    4.5 Een toezichthoudende overheid.......................................................................... 29
Bijlage
   Geraadpleegde personen......................................................................................... 31
   Bronnen................................................................................................................ 33
        Literatuur........................................................................................................ 33
        Kamerstukken.................................................................................................. 36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Samenvatting
De strafrechtelijke sanctietoepassing is in de context van maatschappelijke ontwikkelingen
voortdurend in beweging en staat op onderdelen onder druk. Voor de Afdeling
advisering van de Raad voor de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (verder:
Afdeling advisering) is dit reden om een visie te ontwikkelen om de samenhang van, de
betrokkenheid bij en het vertrouwen in de strafrechtelijke sanctietoepassing te versterken.
Hiermee wordt gedoeld op de strafrechtelijke vrijheidsbeneming en –beperking van zowel
jeugdigen als volwassenen.
In de huidige situatie worden de volgende positieve ontwikkelingen gesignaleerd:
-- een toegenomen samenwerking van professionals en organisaties binnen en buiten de
    strafrechtketen
-- een dalende geregistreerde criminaliteit en, hiermee samenhangend, een dalende
    (intramurale) capaciteitsbehoefte
-- de levensloop- en persoonsgerichte benadering in het gevangeniswezen met meer
    aandacht voor autonomie van gedetineerden
-- een grotere betrokkenheid van de ggz bij de forensische zorg
-- de voortgaande snelle ontwikkelingen op ICT-terrein
Daarnaast zijn er knelpunten of ontwikkelingen die reden geven tot verdere doordenking:
-- het conflictherstellend vermogen van het strafrecht in relatie tot de groeiende behoefte
    aan een meer op herstel gerichte benadering bij de uitvoering van sancties
-- de ontwikkeling van en samenloop met parallelle (civiel- en bestuursrechtelijke)
    sanctiesystemen
-- de informatie-uitwisseling tussen professionals als gevolg van de toegenomen
    samenwerking in relatie tot de bescherming van de privacy
-- de proportionaliteit van de strafrechtelijke sanctietoepassing
-- de resultaten van het re-integratiebeleid in het gevangeniswezen in relatie tot de
    detentievervangende potentie van elektronische controle
-- de continuïteit van zorg en de overgang tussen systemen
-- de beschikbare activiteiten en interventies in huizen van bewaring
Aan de hand van vier thema’s worden de contouren, mogelijkheden en aandachtspunten
van de visie geschetst ter versterking van de samenhang van, betrokkenheid bij en het
vertrouwen in de strafrechtelijke sanctietoepassing:
1. Samenwerking bij de uitvoering van sancties
    Een effectieve strafrechtelijke sanctietoepassing staat in verbinding met de samenleving,
    met name op het gebied van zorg en lokaal bestuur. Voor de aanpak van criminaliteit
    en andere maatschappelijke problematiek zijn verschillende sanctiestelsels (straf-,
    bestuurs- en civielrechtelijk) beschikbaar. Een doordachte keuze voor een of meer
    systemen kan de effectiviteit van de reactie op criminaliteit en andere maatschappelijke
    problematiek versterken. De rechtspositie behoort in de verschillende sanctiestelsels
    gelijkwaardig te zijn wat betreft de mate waarin de sanctie ingrijpt in het persoonlijke
    leven van de betreffende burgers. Gemeenschappelijke regie is noodzakelijk om
    bedoelde of onbedoelde opeenstapeling van sancties te toetsen op proportionaliteit en
          Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                    Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                             5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>   effectiviteit. Gelet op de gezamenlijke maatschappelijke opgave vraagt de reikwijdte
   van de regiefunctie van het driehoeksoverleg (van burgemeester, officier van justitie en
   politie) verdere doordenking.
2. Balans in doelen van strafrechtelijke sanctietoepassing
   De ‘klassieke’ strafdoelen in ons strafrecht zijn vooral dadergericht. Andere partijen
   (slachtoffer, samenleving) lijken deels buiten spel te staan. Herstel als gelijkwaardige
   doelstelling van de sanctie-uitvoering kan hieraan tegemoetkomen. Daar hoort ook bij
   dat de samenleving zich bereid toont en verantwoordelijkheid neemt om de re-integratie
   van de justitiabele in de maatschappij mogelijk te maken.
3. Strafrechtelijke sancties met perspectief
   Om effectief te kunnen opereren en om maatwerk en continuïteit te kunnen leveren is
   regionaal een voldoende gedifferentieerd aanbod van sancties en voorzieningen nodig,
   met perspectief op het verminderen van recidive en detentieschade en het versterken
   van resocialisatie en herstel. Hiertoe worden voorstellen geformuleerd om te komen tot
   minder (korte) vrijheidsbeneming, meer en volwaardiger vrijheidsbeperking, minder
   en zinvoller voorlopige hechtenis, meer voorwaardelijke modaliteiten, ruimte voor
   persoonlijk contact mede door inzet van technologie, betekenisvol toezicht en regionale
   en flexibele vrijheidsbenemende (intramurale) capaciteit.
4. Een toezichthoudende overheid
   Samenwerking vraagt ruimte voor en vertrouwen in de professionals aan de basis. Een
   toezichthoudende overheid is verantwoordelijk voor het stelsel, de beleidsontwikkeling
   en de kaders. Binnen deze ruimte hebben professionals de verantwoordelijkheid
   om in samenwerking en afstemming invulling te geven aan een effectieve en
   vertrouwenwekkende strafrechtelijke sanctietoepassing.
          Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                    Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                             6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>1. Inleiding
Nederland is een rechtsstaat met goede voorzieningen, ook in het strafrechtelijk domein.
De strafrechtelijke sanctietoepassing is omkleed met waarborgen die getuigen van
zorgvuldigheid, met oog voor de positie van daders en de laatste jaren ook voor die van
slachtoffers. Het betreft geen vast en onveranderlijk stelsel, maar het is voortdurend in
aard en omvang aan verandering onderhevig. De eisen die de samenleving stelt aan de
strafrechtelijke sanctietoepassing veranderen continu. Soms gebeurt dit in verband met
maatschappelijke ontwikkelingen of geleidelijk veranderende opvattingen, soms ook als
gevolg van bepaalde gebeurtenissen (incidenten).
Voor de Afdeling advisering vormt het voorgaande de reden om het stelsel van de
strafrechtelijke sanctietoepassing in zijn geheel onder de loep te nemen. Is dit nog bij de
tijd? En in welke richting is verdere ontwikkeling gewenst, mede gelet op de eisen die de
samenleving hieraan stelt?
De focus ligt op het domein van de strafrechtelijke sanctietoepassing, onderscheiden van
de bestuurs- en civielrechtelijke sanctieterreinen. Het gaat met name om de strafrechtelijke
vrijheidsbeneming en -beperking van zowel jeugdigen als volwassenen.
In het vervolg wordt eerst de context van maatschappelijke ontwikkelingen beschreven
die implicaties hebben gehad en soms nog zullen hebben voor de strafrechtelijke
sanctietoepassing (hoofdstuk 2). Vervolgens worden relevante aspecten en ontwikkelingen
op het terrein zelf geschetst (hoofdstuk 3). Aansluitend op deze feitelijke constateringen
komt de visie van de Afdeling advisering aan de orde, met suggesties voor instandhouding
dan wel aanpassing van onderdelen van de strafrechtelijke sanctietoepassing (hoofdstuk 4).
In het stuk worden geen tabellen of figuren gepresenteerd. Deze zijn opgenomen in een
bijlage die afzonderlijk opvraagbaar is.
De visie richt zich op behoud van het waardevolle, van hetgeen is vastgelegd in de
beginselenwetten en in beginselen van goede bejegening,1 maar is tevens een pleidooi voor
een moderne(re) strafrechtelijke sanctietoepassing die een antwoord biedt op knelpunten in
de uitvoering. De horizon is gericht op 2025.
Sommige onderwerpen hebben relevantie voor een bepaald (deel-)terrein en krijgen in
latere adviezen van de Afdeling advisering nadere uitwerking. Op onderdelen is dat reeds
gebeurd (zie het advies over de justitiële jeugdinrichtingen)2 of is dit onlangs ter hand
genomen (reclassering).
De Afdeling advisering gaat over deze visie graag in gesprek met de minister en
staatssecretaris van Veiligheid en Justitie en de minister van Volksgezondheid, Welzijn
en Sport, maar ook met de politiek, beleidsmakers en professionals in de strafrechtelijke
sanctietoepassing. Voor de gedachtevorming en –toetsing is gedurende het traject
oriënterend gesproken met deskundigen en vertegenwoordigers van het werkterrein (zie
bijlage).
    1 RSJ 2010.
    2 RSJ 2015.
           Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                     Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                              7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
          Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                   8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>2. Maatschappelijke ontwikkelingen
De samenleving is continu aan verandering onderhevig. Veel ontwikkelingen hebben direct
of indirect implicaties voor de strafrechtelijke sanctietoepassing. In dit hoofdstuk worden de
meest relevante ontwikkelingen geschetst.
2.1     Een veranderende samenleving
Veranderingen in de samenleving die raken aan de strafrechtelijke sanctietoepassing liggen
vooral op sociaal-cultureel en demografisch gebied. De voortgaande individualisering,
politieke en maatschappelijke ontzuiling en problemen rond integratie zijn ontwikkelingen
met een grote impact op het gedrag en de verwachtingen van mensen. Traditionele
verbanden, waarbinnen een groot deel van het leven van mensen zich afspeelde en die
een bepaalde veiligheid of vangnet boden, hebben we zien krimpen of desintegreren. Soms
zijn nieuwe verbanden gegroeid, soms blijven deze achterwege. Er is een multiculturele
samenleving ontstaan waarin mensen aanzienlijke verschillen en zelfs een kloof of
tweedeling ervaren. Dit uit zich onder meer in verschillen in beheersing van de Nederlandse
taal, cultuur, integratie, opleiding, kansen op de (eveneens veranderende) arbeidsmarkt
en in toenemende polarisatie. Demografisch is sprake van vergrijzing. Terwijl het aantal
ouderen toeneemt, neemt het aantal jongeren af.
Velen in de samenleving hebben een beperkt vertrouwen in overheid en politiek, maar
kijken toch in die richting als er voor een veilige leefomgeving moet worden gezorgd.
Tegelijkertijd is de omvang en aard van de (geregistreerde) criminaliteit veranderd.
Nationaal en internationaal is het afgelopen decennium sprake van een daling van de
geregistreerde criminaliteit: zowel het aantal geregistreerde misdrijven als het aantal
veroordeelde misdrijfplegers is afgenomen. Daarnaast verandert ook de aard van de
criminaliteit. Met name de snelle technologische ontwikkelingen op het digitale domein
bieden, behalve kansen (zie paragraaf 2.6), mogelijkheden om met nieuwe vormen van
criminaliteit op grote schaal misdrijven te plegen. Een kleine groep daders kan door de
verspreidingsmogelijkheden van het internet omvangrijke schade aanrichten waarbij met
één handeling een groot aantal slachtoffers kan worden getroffen. Complicerende factoren
zijn de versleuteling van het berichtenverkeer en identiteitsfraude waardoor daders in
binnen- en buitenland minder grijpbaar worden. De opsporing heeft moeite deze snelle
ontwikkelingen te volgen. De laatste jaren zijn terreurdreiging en radicalisering belangrijke
thema’s geworden.
De maatschappelijk ervaren (on-)veiligheid blijft bij burgers, in de politiek en in de media
een veelbesproken onderwerp. Meer dan ooit spelen media een rol in de beeldvorming
(framing) van maatschappelijke problematiek en subjectieve onveiligheid. Ook de rol van
social media mag niet worden onderschat. Vaak is er meer aandacht voor de constatering
dat autoriteiten er niet in slagen volledige veiligheid te garanderen dan voor wat er goed
gaat, omdat dit als vanzelfsprekend wordt aangenomen.
          Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                    Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                             9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>2.2     Participatiesamenleving en lokale overheden
Sinds enkele decennia is een proces van decentralisatie van overheidstaken gaande en
vormt zich tegelijkertijd in toenemende mate een participatiesamenleving. Begrippen
als decentralisatie en participatiesamenleving wijzen naar een bestuursmodel waarin
de eigen verantwoordelijkheid van de burger voor participatie in de samenleving het
uitgangspunt is en waarbij de verantwoordelijkheid van de overheid voor de ondersteuning
van de zelfredzaamheid en de participatie dichter bij de burger wordt belegd. De Wet
Maatschappelijke ondersteuning 2015 geeft gemeenten een centrale positie in de
organisatie van de op zelfredzaamheid gerichte maatschappelijke ondersteuning. Vanaf
2015 zijn gemeenten, zorgaanbieders en onderwijs bovendien samen verantwoordelijk voor
de jeugdhulp. Deze transitie (decentralisatie) van de jeugdzorg betreft onder meer zorg
voor jongeren met gedragsproblematiek, zoals in de gesloten jeugdzorg. Verder is de re-
integratie van justitiabelen na detentie al langer een gemeentelijke taak.
De rol en de taken van de lokale overheid op het terrein van maatschappelijke veiligheid
nemen ook op andere wijze sterk toe. Gemeenten voeren steeds meer een actief en
veelomvattend veiligheidsbeleid dat wortelt in overlastbestrijding en is gericht op preventie
en aanpak van uiteenlopende soorten van ongewenst en strafbaar gedrag. Voor een deel
ligt dat in het verlengde van de klassieke verantwoordelijkheid van de burgemeester ten
aanzien van de openbare orde en veiligheid. Sinds 2013 hebben gemeenten de regie over
Veiligheidshuizen (zie ook paragraaf 2.7).
Tot slot is de gemeente een van de instanties die zelf bevoegd is tot het opleggen van
bestuurlijke sancties. In de volgende paragraaf wordt hier verder op ingegaan.
2.3     Bestuursrecht als parallel strafsysteem
Uiteenlopende sectoren van het maatschappelijk leven vragen om overheidscontrole.
Enkele decennia geleden werd geconstateerd dat de overheid voor de oplossing van
veiligheidsvraagstukken, en ook breder in de handhaving van ordeningswetgeving, steeds
meer gebruik ging maken van de strafrechtstoepassing.3 Inmiddels tekent zich een
andere, in zekere zin omgekeerde ontwikkeling af. In het kader van het veiligheidsbeleid
zet de lokale overheid vaker bestuurlijke bevoegdheden in. Het toezicht op belangrijke
sectoren in de samenleving is neergelegd bij toezichthoudende autoriteiten met ingrijpende
sanctiebevoegdheden. Waar het bestuursrecht voorheen alleen in aanmerking kwam als een
overtreding eenvoudig was vast te stellen, er geen behoefte was aan een opsporingsfase
en er geen zware straffen nodig waren (ook niet ter afschrikking), is de toepassing
van bestuurlijke boetes tegenwoordig op grote schaal mogelijk met hoge strafmaxima.
In dit kader wees de Raad van State er onlangs op dat de rechtsbescherming in deze
parallelle strafsystemen wegens de massaliteit, hoogte van boetes en automatismen in de
toepassing een zorgpunt vormt.4 Een betere afstemming van het punitieve bestuursrecht
met het strafrecht zou volgens deze Raad moeten resulteren in een verzwaring van het
rechtsbeschermingsniveau van het bestuursrecht.
    3 Denkers 1975, p. 106.
    4 RvS 2013.
           Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                      Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                              10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Tegelijkertijd kunnen uitvoerende instanties in het kader van een integrale aanpak
van bepaalde vormen van criminaliteit succesvol samen optreden. In dit verband kan
bijvoorbeeld de aanpak van de ‘georganiseerde ondermijnende criminaliteit’5 worden
genoemd, waarbij het openbaar ministerie, de politie, het lokaal bestuur, de belastingdienst
en private partijen samenwerken. Samenloop van bestuurlijk en strafrechtelijk optreden
opent echter (onbedoeld) ook de mogelijkheid van dubbele (of anderszins onevenredige)6
bestraffing wanneer in de gescheiden systemen een eigen aanpak wordt gevolgd, ongeacht
wat in het andere domein gebeurt.
2.4       Maatschappelijke druk op het strafrecht
Het strafbaar stellen van gedrag schept verwachtingen die om uiteenlopende redenen niet
altijd waargemaakt kunnen worden en daarmee het strafrecht, volgens sommigen zelfs de
rechtstaat, onder druk zetten. Strafdoelen zoals vergelding, het voorkomen van delicten
(generale en speciale preventie), gedragsverandering, resocialisatie en herstel van de
rechtsorde worden in wisselende, vaak ook slecht aantoonbare, mate bereikt. Dit wordt des
te meer zichtbaar nu het strafrecht steeds meer een instrumenteel karakter heeft gekregen,
waarbij effectiviteit wordt geëist in meetbare termen van met name het verminderen
van recidive.7 De verwachtingen ten aanzien van delictpreventie zijn fors toegenomen.
Beslissingen over bijvoorbeeld het opleggen van toezicht en het verlenen van verlof zijn
meer dan voorheen gericht op het uitsluiten van een risico op een nieuw delict en worden
mede gebaseerd op risicotaxatie-instrumenten. Dit laat een accentverschuiving zien van
reactieve naar preventieve sanctietoepassing, gericht op het afweren van toekomstige
risico’s. Dit wordt wel ‘risicojustitie’ genoemd.
Het vermogen van het strafrecht om maatschappelijke en persoonlijke conflicten op
te lossen is echter beperkt.8 Het is daar, gelet op de hierboven genoemde klassieke
strafdoelen, vanouds ook niet op gericht. Departementale nota’s sinds “Samenleving en
Criminaliteit” (1985) en de “Visie op de Rechtspraak” van de Raad voor de Rechtspraak
getuigen van aandacht voor deze functie. Daar blijkt echter tevens uit dat hiervoor
bijzondere inspanning is vereist.9 De maatschappelijke druk laat zich op meerdere terreinen
zien. De laatste jaren is de aandacht voor slachtoffers toegenomen hetgeen heeft geleid tot
verbetering van de informatievoorziening aan slachtoffers, financiële tegemoetkomingen
en de invoering van het spreekrecht.10 Daarnaast neemt de aandacht voor herstelrecht als
vorm van bemiddeling in het strafrecht toe.11 Dat vanuit het oogpunt van recidive goede
    5  Met ‘georganiseerde ondermijnende criminaliteit’ wordt onder meer gedoeld op criminele samenwerkingsverbanden die zich bezighou-
       den met de productie en handel van drugs (cocaïne, heroïne, synthetische drugs, hennep), mensenhandel, mensensmokkel, terrorisme,
       witwassen, corruptie, fraude en milieucriminaliteit. Zie Openbaar Ministerie en Politie 2015.
    6 Illustratief is wat een recherche chef van de politie-eenheid Brabant-Oost zegt in de NRCnext (20 april 2016) over de samenwerking
       tussen politie, justitie en het openbaar bestuur bij de aanpak van een hennepkweker: “Vroeger hadden we zo’n man . . . strafrechtelijk
       aangepakt. Dan hadden we hem in het gunstigste geval na een jaar onderzoek twee jaar in de gevangenis gekregen en was hij weer
       lachend doorgegaan op de oude voet. Nu werden heel opzichtig het huis en het vermogen van de man afgepakt. Daarmee verliest hij
       status, geld, anonimiteit, zaken die voor zo’n crimineel het allerbelangrijkst zijn. Bovendien is het maatschappelijk effect op deze manier
       veel groter. . .De man was heel ontevreden, de wijk heel tevreden. En ons kost het minder tijd en mankracht. Ik heb liever dat een cri-
       mineel een half jaar de bak in gaat en al zijn geld verliest, dan dat we hem langer opsluiten zonder aan zijn bezit en reputatie te komen.”
    7 Verberk 2011, p. 204 e.v..
    8 Christie 1977.
    9 Van Dijk 2010, p. 30.
    10 Op 1 juni 2016 is de Wet tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering ter aanvulling van het spreekrecht van slachtoffers en nabe-
       staanden in het strafproces en wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven ter uitbreiding van de mogelijkheid van uitkering
       aan nabestaanden (Stb. 2016, 160) in werking getreden.
    11 RSJ 2011.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                          Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                         11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>resultaten kunnen worden geboekt, laat de bemiddelingspraktijk in arrondissementsparket
Maastricht zien.12
Als geheel lijkt de strafrechtelijke sanctietoepassing vooralsnog achter te blijven bij de
maatschappelijke verwachtingen over de hiervoor genoemde strafdoelen.
2.5      Veranderingen in de zorg
In de organisatie van de zorg is de afgelopen jaren veel veranderd door onder meer de
invoering van de Wet Maatschappelijke ondersteuning 2015 en de Wet Langdurige zorg
(laatstgenoemde ter vervanging van de AWBZ). Enkele ingrijpende wetsvoorstellen ter
vervanging van de Wet Bijzondere opname psychiatrische ziekenhuizen (de Wet Zorg
en dwang en de Wet Verplichte ggz) wachten nog op parlementaire goedkeuring. Deze
wetsvoorstellen zorgen zowel voor meer aandacht voor patiëntenrechten als voor ruimere
mogelijkheden voor een gedwongen ambulante behandeling. Mede naar aanleiding van het
rapport van de commissie Hoekstra13 zijn hierbij maatregelen opgenomen in verband met de
aanpak van de problematiek van ‘verwarde personen’. Voor de sanctietoepassing lijken de
directe gevolgen hiervan beperkt, al kunnen de indirecte gevolgen fors zijn.14 Te verwachten
is dat personen met een psychische stoornis hierdoor eerder en daarmee vaker te maken
zullen krijgen met gedwongen zorg of detentie.
Als gevolg van het regeerakkoord 2012 is de indicatiestelling voor onder andere (licht)
verstandelijk gehandicapten aangescherpt.15 Dit betekent dat zij vaker dan voorheen
zelfstandig wonen. Doordat zij weinig besef van en inzicht in hun beperkingen en
mogelijkheden hebben, kunnen zij niet altijd zonder begeleiding of toezicht functioneren en
komen zij soms met justitie in aanraking komen.
Een andere belangrijke ontwikkeling is dat in de geestelijke gezondheidszorg, als gevolg van
het Bestuurlijk akkoord GGZ 2013-2014, de afgelopen jaren het aantal bedden drastisch
is gereduceerd, terwijl de ambulante zorg is uitgebreid. De eveneens in dat akkoord
afgesproken vermindering van dwang-en-drangtoepassing in de ggz lijkt vooralsnog de kloof
met de forensische zorg te hebben vergroot.
Tot slot kan als medisch-inhoudelijke ontwikkeling in de zorg de belofte van toegepaste
neurowetenschappen worden genoemd. In het kader van het Nationaal Initiatief Hersenen
en Cognitie doen taalwetenschappers, ICT-wetenschappers, psychiaters, neurologen,
biologen, psychologen en pedagogen gezamenlijk onderzoek naar de hersenen en hun
invloed op menselijk gedrag en de maatschappij.16 Naar de ethische implicaties van
neurobiologische diagnostiek en behandeling binnen de strafrechtstoepassing is nog weinig
onderzoek verricht.17
    12 Claessen et al. 2015.
    13 Onderzoekscommissie Hoekstra 2015.
    14 Kamerstukken II 2015-2016, 29 279 nr. 320, p. 4-5. Hoewel de commissie Hoekstra geen aanbevelingen heeft gedaan ten aanzien van
       de uitvoering van vrijheidsstraffen, zijn in het verbeterprogramma twee maatregelen opgenomen om deze in zaken als die van Van U. te
       versnellen en inzichtelijker te maken waardoor personen met psychische problematiek eerder in detentie terecht komen.
    15 Maatregel 50 van het regeerakkoord 2012 betreft het schrappen van de (toen nog) AWBZ-aanspraak voor (licht) verstandelijk gehandi-
       capten op zorgzwaartepakket (ZZP) 4. Het gaat om een verlaging van de IQ-grens van 85 naar 70.
    16 Zie http://www.nwo.nl/over-nwo/organisatie/nwo-onderdelen/nihc.
    17 Zie RSJ 2014b voor een verkenning van ethische overwegingen in het jeugdstrafrecht.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                       12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>2.6       ICT- ontwikkelingen
De ‘digitale revolutie’ verschaft een groot aantal mensen voortdurend en vrijwel onmiddellijk
toegang tot communicatienetwerken, diensten en informatie. Informatievoorziening over
bijvoorbeeld een incident in het kader van de uitvoering van een sanctie gaat via social
media zoals Twitter en Facebook (veel) sneller dan via de traditionele media of de overheid.
De dynamiek die dit lokaal of landelijk met zich meebrengt zet soms grote (tijds-)druk op
de (communicatie over de) wijze van afdoening door de betreffende autoriteiten. Afstanden
en grenzen worden in nieuwe vormen van communicatie geslecht en overschreden.
Overschreden, waar sociale controle wegvalt en mensen zich digitaal (anoniem) anders
gedragen dan in persoonlijk contact. Geslecht, in een gunstige zin, waar mensen en
organisaties elkaar gemakkelijker vinden en informatie snel en transparant wordt gedeeld.
Daarnaast krijgen overheid, bedrijven en hulpverleners nieuwe mogelijkheden voor
gedragsbeïnvloeding van respectievelijk burgers, consumenten en patiënten. Toepassingen
lopen op een glijdende schaal van bona fide naar mala fide (informeren, serious gaming,
nudging en bedrog).
De hoeveelheid opgeslagen informatie groeit exponentieel (big data) en brengt risico’s
van hacken en aantasting van de persoonlijke levenssfeer met zich mee. De ontwikkeling
waarbij elektronische apparaten, al dan niet voorzien van sensoren, zijn verbonden via
het internet en gegevens uitwisselen (internet of things) biedt in dat opzicht zowel kansen
(elektronisch toezicht) als bedreigingen. Van belang is ook hoe lang gegevens bewaard
blijven en wie daartoe toegang heeft.
2.7       Samenwerking in en buiten de strafrechtketen
Bij de aanpak van criminaliteit wordt veel meer dan vroeger samengewerkt tussen
organisaties in en buiten de strafrechtketen.18 Er is sprake van een kentering in werkwijze
van taakgerichte organisaties naar netwerkverbanden om gezamenlijk bepaalde doelen te
bereiken. Sinds 2012 werken politie, OM, reclassering, Raad voor de Kinderbescherming
en Slachtofferhulp Nederland in het kader van de ZSM werkwijze samen bij de aanpak
van veelvoorkomende criminaliteit. ZSM staat daarbij voor Zo snel, simpel, samen en
samenlevingsgericht mogelijk reageren op strafbare feiten en deze daadkrachtig en efficiënt
aanpakken.19
Veiligheidshuizen zijn voorbeelden van samenwerkingsverbanden waarbij partners uit
de strafrechtketen, de zorgketen, gemeentelijke organisaties en lokaal bestuur zich
gezamenlijk richten op het terugdringen van overlast, huiselijk geweld en criminaliteit. Bij
de Top600-aanpak van jeugdige veelplegers in Amsterdam werken in dat verband de politie,
het Openbaar Ministerie en de reclassering samen met onder meer de gemeente, zorg- en
jeugdinstellingen. Door een combinatie van interventies op het gebied van zorg, opleiding,
werk en huisvesting wordt geprobeerd problemen van (in dit geval) jongeren in onderlinge
regie aan te pakken en herhaling van criminaliteit te voorkomen.
    18 Kamerstukken II 2015-2016, 29 279 nr. 289.
    19 Eind 2014 oordeelde de Procureur Generaal van de Hoge Raad dat in 8% van de (steekproef van) strafbeschikkingen (zoals ZSM) het
       in het dossier aanwezige bewijs onder de maat is. Hij noemde dit “een ernstig te nemen indicatie dat de grondigheid en de zorgvul-
       digheid te wensen over laat”. Zie Procureur Generaal HR 2014, p. 59-60. Naar aanleiding daarvan en gelet op het ontbreken van de
       corrigerende rol van de rechter bepleiten Corsten et al. (2015, p. 8) onder meer voor een duidelijker informatievoorziening aan en
       rechtsbijstand voor betrokkenen.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                       13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Op de achtergrond heeft het driehoeksoverleg (van burgemeester, officier van justitie en
politie) steeds een gezamenlijke regiefunctie waarbij op grond van de specifieke rollen
en verantwoordelijkheden indien nodig op casusniveau beslissingen worden genomen en
vervolgacties in gang worden gezet.
Strafrecht wordt door deze ontwikkelingen een onderdeel van een breder palet van
interventies op strafbaar gedrag. In dit kader is de informatie-uitwisseling tussen
organisaties over betrokkenen van belang zodat zij de relevante informatie beschikbaar
hebben. De bescherming van de privacy is daarbij een belangrijk terugkerend
aandachtspunt.
           Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                     Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                              14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>3.       Ontwikkelingen in de strafrechtelijke sanctietoepassing
In hoofdstuk 2 is ingegaan op de maatschappelijke context. In dit hoofdstuk wordt ingegaan
op de feitelijke ontwikkelingen op het terrein van de strafrechtelijke sanctietoepassing.
Hoofdstuk 4 betreft de weging van beide en schetst de (contouren van de) visie van de
Afdeling advisering.
3.1      Verandering in omvang en aard strafrechtelijke sancties
In samenhang met de hiervoor genoemde dalende omvang en veranderingen in de aard
van de criminaliteit heeft de strafrechtelijke sanctietoepassing de laatste jaren substantiële
veranderingen ondergaan (zie ook paragraaf 3.5). Het aantal te detineren personen is
de afgelopen jaren kleiner geworden, hetgeen heeft geleid tot een forse reductie van de
detentiecapaciteit voor jeugdigen en volwassenen.20 Op grond van ramingen van het WODC
tot en met 2021 schat de Dienst Justitiële Inrichtingen thans dat nog steeds sprake is van
een forse structurele overcapaciteit.21 Op verzoek van de Tweede Kamer heeft dit in de
begroting 2017 nog niet tot verdere vermindering van de intramurale capaciteit geleid.
Naar aanleiding van de motie Volp22 heeft de regering toegezegd eerst een nieuwe visie op
detentie voor volwassenen te ontwikkelen.
Vrijheidsbeperkende sancties zoals taakstraffen en voorwaardelijke strafrechtelijke sancties
blijven daarentegen relatief stabiel.
Wat de (effecten van de) aard van de sancties betreft, is de conclusie van een meta-
evaluatie van nationaal en internationaal onderzoek vermeldenswaard. Interventies die
behandeling of begeleiding hoog in het vaandel hebben staan blijken vaker positieve
effecten (recidivevermindering) te kennen dan interventies waarbij repressie het
uitgangspunt vormt.23
3.2      Accentverschuiving in doelen
Zonder op deze plaats het complexe geheel van doelen van het strafrecht uitgebreid te
(kunnen) analyseren, is zichtbaar dat opvattingen over doelen en functies in de loop der
jaren veranderen en dat accenten in de opdracht voor de sanctie-uitvoering verschuiven.
Tegenwoordig worden de doelen ongestoorde tenuitvoerlegging van sancties (de zekerheid
dat straffen daadwerkelijk en volledig worden ondergaan) en het daarbij terugdringen
van recidive sterk benadrukt.24 Als gevolg daarvan is in de uitvoering veel aandacht voor
de externe beveiliging en het aanbieden van interventies gericht op het verminderen van
recidive.
Tevens is er een groeiende maatschappelijke vraag waar te nemen naar de herstelfunctie
van de strafrechtelijke sanctietoepassing. Dit houdt onder meer in dat de gestrafte zich
rekenschap geeft van door het delict aangericht leed of schade en dit in enige vorm laten
herstellen daarvan, met oog voor gevoelens van genoegdoening en rechtvaardigheid,
    20 Kamerstukken II 2012-2013, 24 587 nr. 535.
    21 Kamerstukken II 2015-2016, 24 587 nr. 660. Om te komen tot een basis- en flexibele voorraad zou de direct inzetbare capaciteit moe-
       ten worden verminderd met ongeveer 3000 plaatsen in het GW/VB en bijna 300 plaatsen in de JJI’s.
    22 Kamerstukken II 2015-2016, 24 587 Nr. 645.
    23 Wartna et al. 2013.
    24 Met handhaving van het karakter van de vrijheidsbeneming of –beperking wordt de uitvoering van de vrijheidsstraf mede dienstbaar
       gemaakt aan de voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij (volwassen gedetineerden), opvoeden (jeugdige gedetineerden)
       en behandelen (terbeschikkinggestelden).
            Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                  15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>hetzij tegenover het slachtoffer, hetzij tegenover de samenleving in het algemeen.25 Het
programma Slachtoffer in beeld richt zich op herstelbemiddeling en organiseert sinds
2007 contacten tussen slachtoffers en daders. Door de reclassering is vanaf 2013 een
ontwikkeling in gang gezet van meer slachtofferbewust werken, waarmee wordt gedoeld
op het bewust betrekken van het perspectief en de belangen van het slachtoffer bij het
werken met de dader. Ook bij de DJI zijn eerste stappen gezet: in het streven naar een
meer herstelgerichte cultuur is bijvoorbeeld beurtelings in elke penitentiaire inrichting
een ‘dag van herstel’ georganiseerd (herstelestafette), is personeel opgeleid en zijn (in
pilots) herstelgerichte cursussen aangeboden.26 Een herstelgerichte cultuur tijdens de
detentie vraagt echter een wezenlijk andere benadering dan een cultuur van beheersing
(beveiliging). In het algemeen is de aandacht tijdens de sanctietoepassing voor slachtoffers,
herstelbemiddeling en –gerichtheid nog relatief beperkt.27
3.3      Proportionaliteit
De proportionaliteit van de strafrechtelijke sanctietoepassing staat op verschillende
manieren onder druk. In deze paragraaf worden voorbeelden genoemd bij de oplegging en
uitvoering van de sanctie en na afloop daarvan.
Een sanctie kan in het kader van het ene doel (zoals vergelding) nodig en redelijk zijn en
tegelijk een ander doel (zoals behandeling of resocialisatie) frustreren. Een discussiepunt
van algemene, principiële aard is dan ook of een sanctie proportioneel moet zijn met de
ernst van het delict, met de ernst van de problematiek die aanleiding gaf voor het delict (en
waar de sanctie zich ter behandeling of bestrijding op richt) of met de veronderstelde kans
op herhaling.
De proportionaliteit van de interventie in relatie tot de ernst van het gepleegde delict
lijkt te hebben ingeleverd ten opzichte van de ernst van de onderliggende psychosociale
problematiek van de veroordeelde en het risico dat deze in herhaling vervalt. Bij
maatregelen zoals de terbeschikkingstelling (tbs) en plaatsing in een justitiële
jeugdinrichting (pij) of in een inrichting voor stelselmatige daders (isd) was dit al langer
het geval omdat deze bij uitstek zijn gericht op een veilige terugkeer in de samenleving
en daarmee op het voorkomen van het risico op herhaling van het plegen van een
strafbaar feit. De combinatie van een tbs- of pij-maatregel met een daaraan voorafgaande
vrijheidsstraf roept echter vragen op over de proportionaliteit en effectiviteit ervan. Het
risico van de toegenomen duur van deze maatregelen is dat verdachten hun medewerking
weigeren aan zogeheten Pro Justitia-rapportages om oplegging daarvan te voorkomen. Feit
is dat deze maatregelen de laatste jaren minder vaak worden opgelegd.
De op het voorkomen van recidive gerichte praktijk (risicotaxaties) zorgt voor een ruimere
toepassing van bijzondere voorwaarden. In combinatie met het aan het gepleegde delict
gerelateerde onvoorwaardelijk deel van de straf kan dit leiden tot meer en langere sancties
gecombineerd met intensievere gedragsinterventies. Bij bepaalde delicten is de maximale
duur van toezicht aanzienlijk langer (zelfs levenslang) geworden.
    25 Zie bijvoorbeeld Kommer et al., 2011 p. 212 e.v..
    26 Zebel et al. 2016. De onderzoekers zijn voorzichtig positief over de herstelgerichte cursussen, maar concluderen onder meer dat deze
       vooralsnog op kleine schaal plaatsvinden en verdere doordenking, betere registratie en betere inbedding (vervolg) behoeven.
    27 Cleven et al. 2015.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                       16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Een voorbeeld waarbij de proportionaliteit tijdens de uitvoering van sancties in het
geding is, betreft het standaard hoge beveiligingsniveau in penitentiaire inrichtingen.
In het gevangeniswezen worden de beveiligingsniveaus beperkt beveiligd (bbi) en zeer
beperkt beveiligd (zbbi) opgeheven.28 Daardoor wordt het gevangeniswezen over de hele
linie gekenmerkt door een uniform hoog beveiligingsniveau dat lang niet voor iedere
gedetineerde noodzakelijk is en dat daarmee disproportioneel en onnodig kostenverhogend
genoemd kan worden.
De druk op het systeem om geen fouten te maken die de media halen is groot en werkt
belemmerend op innovatie.29
Tot slot is de proportionaliteit in het geding als de strafrechtelijke sanctie reeds is afgelopen.
Het fenomeen ‘straf na de straf’ heeft betrekking op de doorwerking van de strafrechtelijke
veroordeling als hinderpaal voor maatschappelijke re-integratie.30 Hier speelt met name
het beleid rond de Verklaring omtrent het gedrag (VOG) een rol.31 In steeds meer situaties
(zowel werkgevers, school als vrijwilligerswerk) wordt de sollicitant gevraagd zo’n
verklaring over te leggen. De minister heeft voorgesteld in de toekomst meer bronnen te
betrekken bij de VOG-screening: naast justitiële documentatie kunnen ook gegevens uit
de politieregistratie worden gebruikt. Verder sluit hij voor de toekomst bestuurlijke boetes
als additionele bron niet uit, in het licht van “de in de afgelopen twee decennia ingrijpend
veranderde verhouding tussen het bestuursrecht en het strafrecht”.32
3.4       Verantwoordelijkheden in de uitvoeringspraktijk
In het wetsvoorstel Herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen wordt de
verantwoordelijkheid voor het uitvoeren van sancties van het OM verplaatst naar de
minister van Veiligheid en Justitie.33 Daarmee wordt beoogd de regie op de uitvoering
van sancties te versterken. De minister wordt zowel verantwoordelijk voor beleid als
voor beslissingen in individuele gevallen. Volgens de memorie van toelichting sluit
deze taakverdeling beter aan bij de huidige uitvoeringspraktijk waarin departementale
uitvoeringsdiensten de daadwerkelijke tenuitvoerlegging verzorgen. De RSJ constateerde
eerder dat uitvoeringsbeslissingen ten aanzien van individuele gevallen hierdoor (nog meer)
onder invloed van politieke meningsvorming en verhoudingen in de Tweede Kamer komen te
staan.34 Dit leidt tot kwetsbaarheid van de bewindslieden en heeft daarmee onmiskenbaar
een beperkende invloed op de uitvoeringspraktijk: beslissingen over verlofverlening
of overplaatsing zullen vaker risicomijdend zijn, omdat de minister hierover politiek
verantwoording moet (kunnen) afleggen.
    28 Kamerstukken II 2015-2016, 33 844 nr. 10, p. 21.
    29 Expertmeeting, 28 juni 2016, Beveiliging op maat voor justitiabelen, less is more?, Nieuwersluis.
    30 Boone et al  2016b.
    31 Een categorie die aparte aandacht vraagt vormt de terugkeer van plegers van ernstige zedendelicten. Zie Boone et al. 2014 en artikel in
       nrc.next van 13 september 2016, p. 29.
    32 Kamerstukken II 2015-2016, 34 300 VI nr. 78.
    33 Het wetsvoorstel Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen is op 21 november 2014 ingediend en is in behandeling
       bij de Tweede Kamer (Kamerstukken II 2014-2015, 34 086 nrs. 2-3).
    34 RSJ 2014a.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                      17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Een terrein waarin de dominantie van het ministerie ten aanzien van de uitvoeringspraktijk
ook duidelijk naar voren komt is de forensische zorg. Inkoop, indicatiestelling, plaatsing
én het verlenen van machtiging tot verlof geschieden onder verantwoordelijkheid van
de minister van Veiligheid en Justitie, die zodoende veel verschillende petten draagt. De
centrale verantwoordelijkheid voor individuele (over-)plaatsingen en verlofverlening biedt
(zorg)professionals in de uitvoering echter weinig ruimte ofwel vertrouwen bij het naar
professioneel inzicht opbouwen van vrijheden tijdens de behandeling. Het risico bestaat dat
daarmee behandelmogelijkheden worden ondergraven.
3.5     Veranderingen in de omvang en aard van de populatie
De omvang van de gedetineerdenpopulatie verandert en blijkt lastig te voorspellen.
De jaren negentig, waarin personen wegens cellentekort werden heengezonden en de
sanctiecapaciteit om die reden fors werd uitgebreid, liggen nog vers in het geheugen. Terwijl
vervolgens in het eerste decennium van deze eeuw werd verwacht dat bijvoorbeeld de
capaciteitsbehoefte van het gevangeniswezen tussen 2010 en 2016 met minder dan 10%
zou dalen,35 duiden de meest recente prognoses op een nog sterkere daling tussen 2015 en
2021 van ruim 20%.36
De veranderingen in de capaciteitsbehoefte liggen gedeeltelijk binnen de invloedssfeer
van de minister van Veiligheid en Justitie (door de aanpak van criminaliteit), maar voor
een belangrijk deel daarbuiten (zoals demografische en maatschappelijke ontwikkelingen).
De uitvoerende organisaties zoals de Dienst Justitiële Inrichtingen, de reclassering en de
Raad voor de Kinderbescherming hebben echter geen invloed op de instroom en worden
geconfronteerd met de wisselingen in de omvang en problematiek van de populatie.
In 2015 waren er circa 40.000 volwassenen en circa 1.400 jeugdigen die in een penitentiaire
(jeugd-) inrichting verbleven. Naar schatting van het ministerie van Veiligheid en Justitie
heeft een derde van de volwassen gedetineerden een licht verstandelijke beperking. Bij de
helft speelt verslaving een rol en ongeveer even vaak is er een psychiatrische stoornis.37
Het is aannemelijk dat de toename van personen met complexe problematiek (verslaving,
verstandelijke beperking en psychische stoornis of combinaties daarvan) die met justitie in
aanraking komen, samenhangt met maatschappelijke veranderingen en veranderingen in de
zorg (zie paragraaf 2.5). Harde gegevens daarover ontbreken echter. Door de invoering van
het adolescentenstrafrecht is het aantal adolescenten in gevangenissen af- en in justitiële
jeugdinrichtingen relatief toegenomen. Omdat tegelijkertijd het aantal gedetineerden boven
de 50 toeneemt, neemt de gemiddelde leeftijd in gevangenissen toe. Bij jeugdigen neemt
het aantal en het aandeel meisjes in justitiële jeugdinrichtingen af.
3.6     Korte duur detentie
Een groot deel van de volwassenen- en jeugddetentie is van korte duur: in 2015 verblijft
een derde van de volwassen gedetineerden korter dan twee weken, ruim de helft korter
dan een maand en driekwart korter dan drie maanden in een penitentiaire inrichting.
Jeugdigen verblijven gemiddeld 100 dagen in een justitiële inrichting. De korte detentieduur
    35 WODC Cahier 2011-7, p.78 en 81.
    36 WODC Cahier 2016-2, p. 81.
   37 Kamerstukken II 2015-2016, 24 587, nr. 659.
          Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                     Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                             18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>hangt voor een deel samen met het feit dat vaak sprake is van voorlopige hechtenis, een
detentievorm waarop hierna apart wordt ingegaan. De beperkte duur biedt weinig ruimte
voor activiteiten gericht op resocialisatie en re-integratie van gedetineerden.38
Vrijheidsbeneming brengt met zich mee dat autonomie en maatschappelijke contacten van
gedetineerden sterk worden ingeperkt. De gedetineerde is verplicht zich tijdens detentie
uit te schrijven bij de zorgverzekeraar en wordt na twee maanden verblijf buiten de eigen
gemeente ook daar uitgeschreven. Een verblijf in een justitiële inrichting, ook al is dat voor
korte(re) tijd, leidt daarmee op verschillende manieren tot ‘verwijdering’ uit en van de
samenleving.
3.7       Wijze van uitvoeren van strafrechtelijke sancties
Vanwege de verschillende ontwikkelingen op afzonderlijke terreinen wordt hierna ingegaan
op detentie en voorlopige hechtenis van volwassenen,39 op reclasseringstoezicht en op
forensische zorg.
a. Detentie
Uitgangspunten van het detentiebeleid zijn de levensloopbenadering, de persoonsgerichte
aanpak en het aanspreken van de eigen verantwoordelijkheid van de gedetineerde.40
Met de levensloopbenadering wordt bedoeld dat een vrijheidsstraf niet een geïsoleerde
periode is, maar onderdeel vormt van het leven van een gedetineerde. Interventies tijdens
detentie dienen om die reden aan te sluiten bij eventueel lopende trajecten vóór detentie en
voorwaardenscheppend te zijn voor trajecten erna. De persoonsgerichte benadering dient
te verzekeren dat deze interventies op de persoon zijn toegesneden. Het aanspreken van
de gedetineerde op diens eigen verantwoordelijkheid is in een stelsel van promoveren en
degraderen gegoten: door goed gedrag kan de gedetineerde bovenop het basisprogramma
extra vrijheden en faciliteiten (plusprogramma) verdienen. Het gedrag van de gedetineerde
speelt ook een rol bij de zogeheten detentiefasering, die is gericht op de re-integratie van
gedetineerden in de samenleving. Het beleid ten aanzien detentiefasering wordt thans
herzien en meer persoonsgericht ingevuld.41 Het voornemen bestaat om de (zeer) beperkt
beveiligde inrichtingen af te schaffen (zie ook paragraaf 3.3), waardoor het van inrichting
naar inrichting overplaatsen van gedetineerden, waar hen groepsgewijs bepaalde vrijheden
werd verleend, verdwijnt. In detentie worden zowel interne als externe vrijheden per
gedetineerde nader vastgesteld. Dat leidt ertoe dat gedetineerden die bij elkaar op één
afdeling verblijven uiteenlopende vrijheden en autonomie genieten.
Zelfredzaamheid, ofwel het vermogen om zelfstandig algemene levensverrichtingen te doen,
wordt in penitentiaire inrichtingen onder meer gefaciliteerd door de gedetineerde, begeleid
door vrijwilligers, in de gelegenheid te stellen zelf contact te leggen met maatschappelijke
voorzieningen in re-integratiecentra. Over een proef met een regime dat in meer opzichten
    38 De begrippen resocialisatie en re-integratie worden vaak door elkaar gebruikt. Het is zinvol om een onderscheid te maken. Re-integra-
       tie heeft betrekking op de terugkeer vanuit detentie naar de samenleving; resocialisatie heeft betrekking op het (verder) ontwikkelen
       van vaardigheden van de justitiabele.
    39 Zie RSJ 2015 voor een beschrijving van het terrein van de justitiële jeugdinrichtingen.
    40 Kamerstukken II 2012-2013, 24 587 nr. 490.
    41 Kamerstukken II 2015-2016, 33 844, nr. 10, p. 6. Anders dan in het eerdere wetsvoorstel elektronische detentie, blijft het penitentiair
       programma gehandhaafd, wordt alsnog voorzien in een re-integratieverlof en wordt een verlofmodaliteit geïntroduceerd die gedeti-
       neerden in staat stelt om gedurende de laatste fase van hun detentie extramurale arbeid te verrichten bij een externe werkgever.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                      19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>vrijheid en verantwoordelijkheden biedt en waarbij het groepsaspect een factor van
betekenis is, wordt gunstig gerapporteerd.42 Daarnaast komen ICT-middelen (tablets, skype)
voor ingeslotenen beschikbaar waarmee ze intern zaken kunnen regelen (de indeling van
het dagprogramma, winkelbestelling, bibliotheek) en in toenemende mate extern kunnen
communiceren en informatie binnenhalen. Op deze manier volgt het penitentiaire leven op
enige afstand het maatschappelijke.
Tegelijkertijd blijven beveiliging (voorkomen van ontsnappingen en onttrekkingen) en
beheersing (orde en veiligheid in de inrichting) dominante kenmerken van het leven in
inrichtingen. Het is in dat kader een bijzondere opgave voor het personeel om daadwerkelijk
persoonsgericht te reageren op ongewenst gedrag en dit, bijvoorbeeld na een positieve
uitslag bij een urinecontrole, bespreekbaar te maken in plaats van het intrekken van
vrijheden of het opleggen van een disciplinaire straf. De mate waarin met ‘beloning’
succes kan worden geboekt is bovendien afhankelijk van de mate waarin de gedetineerde
daadwerkelijk iets kan worden geboden dat wordt ervaren als serieuze en effectieve
beloning van eigen inzet. Huizen van bewaring, waar verdachten zitten totdat zij in eerste
aanleg zijn veroordeeld en die alleen een basisprogramma hebben, hebben in dit opzicht
weinig tot geen mogelijkheden (zie ook hierna).
Doel van het re-integratiebeleid is om de basisvoorwaarden hiervoor (genoemd worden:
een geldig identiteitsbewijs, inkomen, onderdak, een overzicht en aanpak van schulden
en beschikbaarheid van passende zorg) te organiseren. Uit de vierde nazorgmonitor van
het WODC blijkt dat met name bestaande zorgverlening door detentie belemmerd wordt.
Ongeveer 80% van de gedetineerden uit 2011-2012 die een zorgplan had direct voor
detentie verliest deze gedurende detentie. Tijdens detentie neemt bovendien het aandeel
gedetineerden met een schuld toe.43 Op basis daarvan kan geconcludeerd worden dat,
ondanks de inspanningen op dit terrein in de laatste jaren, detentie weinig benut wordt of
kan worden om de geconstateerde problemen te bestrijden.
b. Voorlopige hechtenis
Een aparte categorie van detentie betreft de voorlopige (preventieve) hechtenis. Voorlopige
hechtenis is een dwangmiddel dat wordt gebruikt in de fase van opsporing en vervolging,
dat wil zeggen vóórdat de straf definitief is opgelegd. Dit gebeurt wanneer de rechter-
commissaris inschat dat er sprake is van vluchtgevaar of een ‘gewichtige reden van
maatschappelijke veiligheid’.
Ondanks dat kritisch(er) wordt gekeken wie voor voorlopige hechtenis in aanmerking komt
en het aantal voorlopig gehechten recent (absoluut en relatief) sterk is gedaald,44 wordt
in 2015 nog een relatief groot deel (een derde) van de penitentiaire capaciteit bezet met
voorlopig gehechten. Onderzoekers wijzen in dit kader op het feit dat er alleen alternatieven
voor voorlopige hechtenis bestaan voor die gevallen dat deze geschorst wordt.45 Daarnaast
zijn rechters, volgens dezelfde onderzoekers, onvoldoende bekend met en terughoudend in
    42 Farahi et al. 2016, p. 75.
    43 WODC Cahier 2015-11, p.7.
    44 Berghuis et al. 2016.
    45 Crijns et al. 2016, p. 7-8.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                         Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>het opleggen van bijzondere voorwaarden.
Voorlopige hechtenis dient nadrukkelijk niet als voorschot op de straf en behoort ook niet
de invulling daarvan te krijgen. In dat kader is het opvallend en wrang dat de huizen van
bewaring, waarin voorlopig gehechten worden opgenomen, alleen een basisprogramma
kennen waarin aan de wettelijk voorgeschreven minimumeisen wordt voldaan. Voor
activiteiten of interventies gericht op terugkeer naar de samenleving is hierdoor geen
ruimte, terwijl het verblijf in een huis van bewaring gemiddeld ruim twee maanden duurt en
vaak zelfs aanzienlijk langer.
c. Reclasseringstoezicht
De juridische basis voor reclasseringsbegeleiding en -toezicht is de bijzondere voorwaarde.
Essentieel voor de geloofwaardigheid van het toezicht is dat door de officier van justitie en
de rechter consequenties worden verbonden aan het niet nakomen van de voorwaarden.
Reclasseringsmedewerkers geven aan dat het hier naar hun indruk soms aan eenduidigheid
in consequenties ontbreekt. Onderzoek waaruit blijkt dat dit daadwerkelijk het geval is,
of dat zij bijvoorbeeld niet volledig zicht hebben op de ondernomen vervolgacties, is niet
bekend.
Naast persoonlijk contact in begeleiding en interventies is de elektronische controle met
een enkelband een component van met name het intensieve reclasseringstoezicht. Hiermee
kan de naleving van opgelegde locatieverboden of -geboden worden gemonitord. Er is geen
maximumduur aan de toepassing gesteld.
Uit onderzoek blijkt dat elektronische controle in Nederland het meest wordt toegepast als
voorwaarde bij een penitentiair programma en dat het elektronisch toezicht gemiddeld 3
tot 4 maanden duurt.46 De detentie-vervangende potentie van elektronisch toezicht wordt
onderbenut. Dit wordt bijvoorbeeld nauwelijks gebruikt in plaats van de vervangende
hechtenis bij het niet betalen van een geldboete of als eerste optie bij het mislukken van
een taakstraf. Als alternatief voor een korte vrijheidsstraf is elektronisch toezicht eind 2014
afgewezen door de Tweede Kamer.
d. Forensische zorg
Zoals eerder aangegeven is bij een belangrijk deel van de justitiabelen sprake van
een psychische stoornis, verslavingsproblematiek, een licht verstandelijke beperking
of combinaties daarvan. Sinds de stelselwijziging van de forensische zorg in 2007 is
de minister van Veiligheid en Justitie verantwoordelijk voor de inkoop van de op deze
problematiek gerichte zorg in strafrechtelijk kader. Met uitzondering van een afname van het
aantal tbs-plaatsen is sindsdien sprake van een sterke groei in alle vormen van forensische
zorg (klinisch, ambulant, RIBW, binnen detentie). Doordat de groei van de zogeheten
‘overige forensische zorg’ vooral binnen de regionale ggz-instellingen heeft plaatsgevonden,
is de betrokkenheid van de ggz bij de forensische zorg toegenomen.47
Het sluitstuk van de stelselwijziging, de invoering van de Wet forensische zorg,48 wacht in
afwachting van hiermee samenhangende wetsvoorstellen (Wvggz en WZD), sinds eind 2011
    46 Boone et al. 2013.
    47 In de VS en het VK worden intensieve zorgprogramma’s binnen de PI vaak geheel uitgevoerd door externe (zorg)organisaties. Voordeel
       daarvan is dat de behandeling naadloos kan overgaan na de (voorwaardelijke) vrijlating.
    48 Kamerstukken II 2009-2010, 32 398, nrs. 2 en 3.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                  21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>op behandeling in de Eerste Kamer.
Een belangrijke ontwikkeling in de forensische zorg betreft de daling van het aantal tbs-
opleggingen en het daarmee samenhangende streven om de behandelduur terug te
dringen (zie ook paragraaf 3.3). In 2013 is in samenhang met capaciteitsmaatregelen
in het kader van het Masterplan DJI 2013-2017 tussen het ministerie van Veiligheid en
Justitie, GGZ Nederland en de Vereniging Gehandicaptenzorg Nederland afgesproken om
de gemiddelde behandelduur van de tbs terug te brengen naar acht jaar. Mede als gevolg
van de voorstellen van de naar aanleiding daarvan ingestelde taskforce behandelduur tbs
(Eenhoorn) is deze volgens de meest recente cijfers inmiddels gedaald tot 7,5 jaar. Omdat
het uitstroomcijfers betreft, is de verblijfsduur van langdurig terbeschikkinggestelden die
nog in een tbs-kliniek verblijven hierin niet verwerkt, waardoor dit geen volledig beeld
geeft van de gemiddelde behandelduur. De genoemde daling houdt onder meer in dat
terbeschikkinggestelden eerder doorstromen vanuit de tbs-kliniek naar overige vormen van
forensische zorg.
In het kader van het Bestuurlijk akkoord toekomst ggz (2012) is het aantal klinische
plaatsen in de reguliere ggz gereduceerd onder gelijktijdige uitbreiding van het aantal
ambulante plaatsen, waaronder intensieve ambulante (outreachende) behandel- en
begeleidingsvormen. Voor kwetsbare en zorgmijdende forensische patiënten is FOR(F)FACT49
ingevoerd, dat wil zeggen een voortgezette behandeling van (ernstige) psychiatrische
problematiek in de eigen omgeving. Daarnaast zijn enkele forensische ambulatoria
ontwikkeld waarin op structurele basis wordt samengewerkt tussen de forensische en
reguliere (verslavings-)zorg en reclassering.
3.8      Continuïteit van zorg en overgang tussen systemen
Ondanks voorbeelden van samenwerking (zie paragraaf 2.7) fungeren voorzieningen in de
strafrecht- en zorgketen en andere maatschappelijke voorzieningen hoofdzakelijk als los van
elkaar staande systemen met elk hun eigen doelstellingen, bestuursvormen en werkwijze.
Cultuurverschillen en verschillen in bekostigingssystematiek versterken de schotten tussen
de systemen en belemmeren daardoor de continuïteit van zorg.50
De resocialisatie en re-integratie van ingesloten justitiabelen worden bovendien bemoeilijkt
doordat justitiële inrichtingen, die doorgaans bovenregionaal werken, te maken hebben met
een groot aantal gemeenten in uiteenlopende regio’s. Zelfs voor de, vanuit een groot aantal
vestigingen werkende, reclassering is het onderhouden van contacten op gemeenteniveau
lastig te organiseren. De re-integratie van jongeren vanuit justitiële jeugdinrichtingen
is daarnaast gecompliceerd door de decentralisatie van (aansluitende) jeugdzorg naar
gemeenten.
    49 ACT of Assertive Community Treatment is de meest intensieve variant. Bij FACT blijven patiënten ook in betere fasen in de caseload van
       het team. FOR(F)ACT richt zich specifiek op forensische patiënten. Zie verder http://www.f-actnederland.nl/wat-is-f-act.
    50 RVZ 2012.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                       Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                    22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>4.      Visie op de toekomst: versterken samenhang, betrokkenheid
        en vertrouwen
4.1     Inleiding
De strafrechtelijke sanctietoepassing is in de context van maatschappelijke ontwikkelingen
voortdurend in beweging en staat op onderdelen onder druk. In dit hoofdstuk worden de
contouren van de visie van de Afdeling advisering op de toekomst gepresenteerd, met
het jaar 2025 als horizon. Deze visie is gebaseerd op fundamentele waarden: een op
resocialisatie en re-integratie gerichte benadering van de justitiabele met respect voor diens
rechtspositie en met aandacht voor de belangen van slachtoffers.
De strafrechtelijke sanctietoepassing is omkleed met waarborgen die getuigen van
zorgvuldigheid. Er zijn positieve ontwikkelingen, die kansen bieden. Hierbij gaat het met
name om:
-- een toegenomen samenwerking van professionals en organisaties binnen en buiten de
    strafrechtketen (paragraaf 2.7)
-- een dalende geregistreerde criminaliteit en, hiermee samenhangend, een dalende
    (intramurale) capaciteitsbehoefte (paragrafen 2.1, 3.1 en 3.5)
-- de levensloop- en persoonsgerichte benadering in het gevangeniswezen met meer
    aandacht voor autonomie van gedetineerden (paragraaf 3.7a)
-- een grotere betrokkenheid van de ggz bij de forensische zorg (paragraaf 3.7d)
-- de voortgaande snelle ontwikkelingen op ICT-terrein (paragraaf 2.6)
-- Tegelijkertijd vragen deze ontwikkelingen aandacht op het terrein van informatie-
    uitwisseling en hiermee samenhangend de bescherming van de privacy. Andere
    ontwikkelingen vragen eveneens verdere doordenking, met name:
-- het conflictherstellend vermogen van het strafrecht in relatie tot de groeiende behoefte
    aan een meer op herstel gerichte benadering bij de uitvoering van sancties (paragrafen
    2.4 en 3.2)
-- de ontwikkeling van en samenloop met parallelle (civiel- en bestuursrechtelijke)
    sanctiesystemen (paragrafen 2.3 en 3.3)
-- de proportionaliteit van de strafrechtelijke sanctietoepassing (paragraaf 3.3)
-- het re-integratiebeleid in het gevangeniswezen in relatie tot de detentievervangende
    potentie van elektronisch toezicht (paragrafen 3.6, 3.7a en 3.7c)
-- activiteiten en interventies in huizen van bewaring (paragraaf 3.7b)
-- de continuïteit van zorg en de overgang tussen systemen (paragraaf 3.8)
-- de rol van de overheid bij de uitvoeringspraktijk (paragraaf 3.4).
De aanpak van deze punten biedt kansen voor versterking van de strafrechtelijke
sanctietoepassing en het maatschappelijk draagvlak daarvoor. Of, preciezer gezegd, voor de
versterking van de samenhang, de betrokkenheid en het vertrouwen van de samenleving
in een adequate uitvoering van sancties. De constatering dat organisaties binnen en
buiten de strafrechtketen meer samenwerken om gezamenlijk problemen (in de wijk of
bij een justitiabele) aan te pakken, vormt daarbij het vertrekpunt. In deze tijd met hoge
professionele standaarden vragen complexe problemen immers een gemeenschappelijke
           Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                     Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                              23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>aanpak. Effectief opereren en het leveren van maatwerk vereist overeenstemming over
de gezamenlijke doelen, een voldoende gedifferentieerd aanbod van interventies en
voorzieningen en bewegingsruimte voor de professional.
Aan de hand van de volgende thema’s worden de contouren, mogelijkheden en
aandachtspunten geschetst van een toekomstbestendige sanctietoepassing:
-- samenwerking bij de uitvoering van sancties
-- balans in doelen van strafrechtelijke sanctietoepassing
-- strafrechtelijke sancties met perspectief
-- een toezichthoudende overheid.
4.2       Samenwerking bij de uitvoering van sancties
Strafrechtelijke sanctietoepassing kan alleen effectief zijn in verbinding met de samenleving,
met name op het gebied van zorg en lokaal bestuur.
Voor de aanpak van criminaliteit en andere maatschappelijke problematiek en geschillen
zijn verschillende sanctiestelsels (straf-, bestuur- en civielrechtelijk) beschikbaar. De keuze
voor een sanctiestelsel wordt idealiter bepaald door het verwachte effect en met oog voor
proportionaliteit. Zo heeft bij een niet al te ernstig delict en daarmee samenhangende
psychische problematiek en omstandigheden civielrechtelijk ingrijpen de voorkeur. In de
fase voorafgaand aan berechting kan herstelbemiddeling, ook met het oog op recidive, tot
gunstige resultaten leiden.51
Ongeacht voor welk stelsel gekozen wordt, verdient rechtsbescherming van de betrokken
burgers bijzondere aandacht. De rechtspositie behoort in de verschillende sanctiestelsels
gelijkwaardig te zijn wat betreft de mate waarin de sanctie ingrijpt in het persoonlijke leven
van de betreffende burgers. De Raad van State heeft reeds de aandacht gevestigd op de
nodige rechtsbescherming bij bestuursrechtelijke sancties.52 De rechtsbescherming zoals die
is ingevuld in de strafrechtelijke beginselenwetten kan daarbij op onderdelen als voorbeeld
dienen.
In de praktijk kan bedoeld of onbedoeld sprake zijn van opeenstapeling van sancties.
Hierdoor kunnen sancties elkaar in de weg zitten, kan overreactie het gevolg zijn en
raakt de proportionaliteit uit beeld. Dergelijke situaties vragen om regie op zowel centraal
als decentraal niveau om datgene te doen wat het meest passend is. In bijvoorbeeld
Veiligheidshuizen en aan ZSM-tafels wordt in multidisciplinair verband overlegd tussen
professionals van een groot aantal organisaties (gemeente, justitie, politie, reclassering,
zorg, hulpverlening, woningbouw) wanneer er aanleiding is om de (achterliggende)
problematiek van een justitiabele aan te pakken. Op de achtergrond heeft het
driehoeksoverleg (van burgemeester, officier van justitie en politie) een gezamenlijke
regiefunctie. Adequate signalering van risico’s, goede diagnostiek en voldoende differentiatie
in interventies zijn essentieel om individueel maatwerk te kunnen leveren.
    51 Uit onderzoek in het arrondissementsparket Maastricht (Claessen et al. 2015) komt naar voren dat daders die (voorheen in de officiers-
       fase, tegenwoordig ZSM) zijn bemiddeld significant minder recidiveren dan daders die in het reguliere strafrechtelijke afdoeningstraject
       terecht zijn gekomen.
    52 RvS 2015.
              Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                    24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Gelet op de gezamenlijke maatschappelijke opgave vraagt de reikwijdte van de regiefunctie
van het driehoeksoverleg verdere doordenking. Juist in situaties waarin vanuit de
samenleving indringend wordt gevraagd om maatregelen in verband met schokkende
feiten of ernstige vormen van overlast, komt het erop aan de balans te bewaken tussen het
maatschappelijk resultaat en het borgen van principes van de rechtstaat. De driehoek is het
forum om dit vertrouwen tot stand te brengen.
Informatie-uitwisseling binnen en tussen organisaties is daarbij noodzakelijk. Bescherming
van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen is dan een belangrijk aandachtspunt,
in het bijzonder waar dit het medisch beroepsgeheim raakt.53 Zowel bescherming van de
privacy van betrokkenen als een slagvaardig optreden van professionals vraagt om heldere,
gezamenlijke kaders en protocollen: hoe lang en waar wordt informatie bewaard, wie heeft
daar toegang toe en hoe lang, en wat mag met welk doel wel en niet worden uitgewisseld.
Het gegeven dat in sociale media bepaalde informatie soms al lang en breed openbaar is,
doet daar niets aan af.
4.3      Balans in doelen van strafrechtelijke sanctietoepassing
De ‘klassieke’ strafdoelen in ons strafrecht zijn vooral dadergericht. Andere partijen
(slachtoffer, samenleving) lijken deels buiten spel te staan. Herstel als doelstelling van de
sanctie-uitvoering kan hieraan tegemoetkomen. Daar hoort ook bij dat de samenleving zich
bereid toont de re-integratie van de justitiabele in de maatschappij mogelijk te maken.
Bestraffing, recidivevermindering en resocialisatie worden in wetgeving of beleid expliciet
uitgewerkt en geregeld. Voor de herstelfunctie geldt dat veel minder. In het dadergerichte
strafrecht zoals wij dat kennen, ligt dat wellicht ook voor de hand. Gelet op de toenemende
aandacht in de samenleving voor de positie en belangen van het slachtoffer is een
evenwichtiger balans echter wenselijk. Herstelgerichtheid dient te worden opgevat als één
van de doelstellingen in de strafrechtelijke sanctietoepassing en gelijkwaardig te zijn aan de
overige doelen. Herstelgerichtheid dient expliciet een plek te krijgen in wetgeving en beleid
(ook in de beginselenwetten). Daarmee krijgen herstelgerichte detentie en andere sancties
een stevige basis en ondersteuning.
Herstel is van belang zowel op het niveau van het individu (dader en slachtoffer) als op het
niveau van de samenleving. Het feit dat wetten en regels worden overtreden, schendt het
vertrouwen van burgers in elkaar en in de overheid van wie men verwacht dat ze de normen
handhaaft. De klassieke strafrechtelijke sanctie staat toe dat de dader afstand neemt
van het conflict. Herstel vraagt om reflectie en verwerking. Bewustwording van schuld en
schade is deels vergeldend en punitief en kan daarom worden gezien als (onderdeel van de)
sanctie. Het is daarvoor niet vereist om daadwerkelijk contact te leggen met het slachtoffer;
bewustwording en empathie hebben op zichzelf een meerwaarde en kunnen ook tot stand
komen zonder contact met het slachtoffer. Het slachtoffer is bovendien lang niet altijd toe
   53 Volgens KNMG-richtlijnen kan het geoorloofd zijn om het beroepsgeheim te doorbreken als dat geschiedt met toestemming van de
      patiënt, als dat wettelijk verplicht is, of na afweging van een conflict van plichten (gewetensnood). Zie https://www.knmg.nl/advies-
      richtlijnen/dossiers/politie-en-justitie-beroepsgeheim.htm.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                       25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>aan contact met de dader. De strafrechtelijke sanctietoepassing heeft een functie in het
herstellen van het vertrouwen in de rechtsorde. Ze biedt dader, slachtoffer en samenleving
zorgvuldige procedures voor de afhandeling van de gevolgen van delicten.
Met het oog op herstel moet de samenleving bereid zijn om de terugkeer en
maatschappelijke integratie van justitiabelen mogelijk te maken. Uitsluitingsmechanismen
zoals de VOG moeten niet in gemakkelijke automatismen worden neergelegd.54
Resocialisatie kan alleen effectief zijn als de directe omgeving en de samenleving
(rijk, gemeenten, werkgevers, maatschappelijk middenveld) daar actief
medeverantwoordelijkheid voor nemen, tijdens en na de uitvoering van de sanctie. Justitiële
inrichtingen kunnen mogelijkheden creëren om tijdens detentie te komen tot (im-)materiële
schadevergoeding. Hetzelfde geldt voor de invulling van vrijheidsbeperkende sancties zoals
taakstraffen.
Met herstelgerichtheid in de strafrechtelijke sanctietoepassing en de
medeverantwoordelijkheid van de samenleving voor de re-integratie van gedetineerden
(zoals door de inzet van vrijwilligers bij de terugkeer van zedendelinquenten55 of het
bedrijfsleven via social impact bonds56) wordt de bereidheid van de samenleving om
de justitiabele ‘terug te nemen’ vergroot. Dit zal de behoefte aan ‘straf na de straf’
verminderen en het maatschappelijk draagvlak voor de uitvoering van sancties vergroten.
Naast herstelgerichtheid speelt proportionaliteit een belangrijke rol in de balans tussen
doelen (zie paragraaf 3.3). De huidige strafrechtelijke sanctietoepassing is vooral gericht op
de ongestoorde uitvoering van sancties en op het voorkomen van recidive. Het handelen in
de strafrechtketen is in toenemende mate ingegeven door de wens elk risico op een nieuw
delict uit te sluiten (ook wel aangeduid als risicojustitie). Hoewel in bepaalde gevallen een
langdurige, intensieve aanpak nodig is, is het ook van belang de grenzen te onderkennen
van wat met (strafrechtelijke) sanctietoepassing kan worden bereikt. Proportionaliteit en
effectiviteit van de gestelde doelen vragen (individueel) maatwerk, ook tijdens de uitvoering
van strafrechtelijke sancties. Bij een combinatievonnis (gevangenisstraf en tbs) moet
direct beginnen met de behandeling mogelijk worden, als daarvoor aanleiding en ruimte is.
Daarnaast verdienen de inspanningen van de tbs-sector om de behandelduur te verkorten
meer ruimte in het vrijhedenbeleid tijdens de behandeling. Vertragende procedures en
beperkende maatregelen, zoals het na een incident een jaar lang weigeren van verlof,
werken mogelijk contraproductief en moeten niet standaard worden toegepast.
    54 De ontwikkeling dat bij goed functioneren de gedetineerde een Beschrijving getoond gedrag ontvangt ten behoeve van sollicitaties
       of bij de aanvraag van een Verklaring omtrent gedrag (VOG) is in dat opzicht positief. Daarnaast kan worden overwogen om de VOG
       voorwaardelijk te verlenen in het geval dat deze anders moet worden afgewezen.
    55 Zie http://www.cosanederland.nl/.
    56 Zie https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2016/06/07/samen-investeren-in-een-succesvolle-terugkeer-naar-de-maatschappij.
              Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                    26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>4.4       Sancties met perspectief
Om effectief te kunnen opereren en om maatwerk en continuïteit te kunnen leveren is
regionaal een voldoende gedifferentieerd aanbod van sancties en voorzieningen nodig met
perspectief op het verminderen van recidive en detentieschade en op het ondersteunen van
resocialisatie en herstel.
Minder (korte) vrijheidsbeneming
Sancties die behandeling of begeleiding hoog in het vaandel hebben staan zijn
effectiever in termen van recidivevermindering dan repressieve sancties.57 Daders
recidiveren na een werkstraf minder dan na een gevangenisstraf.58 Ook uit oogpunt van
resocialisatie zijn taakstraffen, reclasseringstoezicht en elektronische controle betere
opties dan vrijheidsstraffen. Zeker bij korte gevangenisstraffen is er niet genoeg tijd om
probleemgedrag te veranderen.59 Het verlies van een baan, inkomen, huisvesting en het
stigma van verblijf in een justitiële inrichting levert detentieschade op voor de ingeslotene
en diens omgeving en brengt schade voor de samenleving met zich mee als gevolg van het
grotere recidiverisico. Er is dus alle aanleiding om het aantal korte vrijheidsstraffen waar
mogelijk te verminderen (zie paragrafen 3.6 en 3.7a).
Meer en volwaardiger vrijheidsbeperking
Een ruimere toepassing van alternatieven voor korte detentie, zoals taakstraffen en (alleen
voor jongeren) leerstraffen, staat onder druk door discussie over het veronderstelde
vergeldingskarakter ervan. Door duur en intensiteit te verruimen en door taakstraffen te
combineren met elektronische controle of andere toezichtarrangementen kan een (nog)
volwaardig(er) alternatief voor de vrijheidsbeneming ontstaan. De ‘waarde’ van taakstraffen
of elektronische detentie is dan vergelijkbaar met die van vrijheidsbeneming. De
beleidsregel ‘geen tweede werkstraf’, die tegemoet komt aan het gevoel dat werkstraf een
gunst is die betrokkene geen tweede maal verdient, kan dan vervallen. Ook de regel ‘geen
kale werkstraf bij een gewelds- of zedendelict’ kan worden geschrapt of genuanceerd.
Minder voorlopige hechtenis
De toepassing van voorlopige hechtenis is (verder) te beperken door het ontwikkelen en
toepassen van niet-vrijheidsbenemende alternatieven.60 Met een betekenisvolle inhoud
is extra voordeel te behalen ten opzichte van kale insluiting in huizen van bewaring.
Een voorwaardelijk geschorste voorlopige hechtenis biedt mogelijkheden voor een
gedifferentieerde toepassing met een op het individu (ook van het slachtoffer) toegesneden
combinatie van controlerende en beschermende voorwaarden.61 In afwachting van
berechting kan worden aangesloten op de motivatie en bereidheid van verdachten zich
van hun betere kant te laten zien. Een verdergaande maatregel zou zijn om de toepassing
van voorlopige hechtenis beleidsmatig in minder gevallen mogelijk te maken. Net zoals
in andere landen het geval is, kan hierbij worden gedacht aan het beperken van de
    57 Wartna et al. 2013.
    58 Wermink et al. 2009.
    59 https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/recidive/inhoud/verminderen-recidive.
    60 Zie paragraaf 3.7b, RSJ 2013 en Crijns et al. 2015, p.2-3, 48-49.
    61 Voor zover van de verdachte meer wordt gevraagd dan in het kader van schorsingsvoorwaarden mogelijk is (bijvoorbeeld een gedrags-
       interventie, opname of herstelhandeling), zou dit op vrijwillige basis moeten plaatsvinden.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                        27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>mogelijkheid tot opleggen van voorlopige hechtenis tot ernstige delicten, bijvoorbeeld met
een strafverwachting van meer dan zes maanden.
In gevallen waarin het gerechtelijk onderzoek en de maatschappelijke veiligheid voorlopige
hechtenis noodzakelijk maken, dient ook in huizen van bewaring meer dan alleen het
wettelijk voorgeschreven minimum aan activiteiten te worden aangeboden (zie paragraaf
3.7b).
Meer voorwaardelijke modaliteiten
Met ZSM is het aantal afdoeningen van (doorgaans) lichtere zaken door het openbaar
ministerie sterk toegenomen (zie paragraaf 2.7). De toepassing kan worden vergroot door,
naast de strafbeschikking, vaker een voorwaardelijk sepot met bijzondere voorwaarden toe
te passen. Een voorwaardelijk sepot heeft als voordeel dat:
-- het de verdachte meer eigen verantwoordelijkheid geeft (door zich aan de voorwaarden
    te houden voorkomt hij vervolging);
-- het de verdachte geen strafblad oplevert;
-- het (anders dan een strafbeschikking) voor alle delicten toepasbaar is.
Mede in relatie tot betekenisvol toezicht (zie hierna) kan bovendien verlenging van de VI-
periode worden overwogen. Dat wil zeggen dat gedetineerden eerder in vrijheid worden
gesteld onder bijzondere voorwaarden en onder toezicht van de reclassering.
Ruimte voor persoonlijk contact door inzet van technologie
Persoonlijk contact en begeleiding zijn belangrijk voor succesvolle resocialisatie en re-
integratie van justitiabelen, maar het maakt de sanctie-uitvoering ook kostbaar. Slimme en
efficiënte inzet van technologie biedt mogelijkheden om tijdrovende en weinig constructieve
controlehandelingen bij medewerkers weg te nemen, zodat zij meer tijd hebben om bij
te dragen aan (motivatie en bewustwording voor) herstel, resocialisatie, en re-integratie.
Met name langdurig gedetineerden moeten in de zich snel ontwikkelende digitale wereld
bij kunnen blijven. Dit vraagt om investeringen in slimme, dat wil zeggen eenvoudig
hanteerbare, veilige en beveiligde ICT, in aanvulling op en ter versterking van het menselijk
contact.
Betekenisvol toezicht
Voor de geloofwaardigheid van voorwaardelijke sancties is toezicht op naleving van de
bijzondere voorwaarden en ingrijpen in geval van overtreding essentieel (zie paragraaf
3.7c). Bij betekenisvol toezicht gaat het echter niet alleen om versterking van de naleving
van voorwaarden (controle), maar ook om (continuïteit van) de begeleiding. Die is te
bevorderen door de bij het toezicht betrokken partijen (en liefst dezelfde personen)
gedurende de hele procedure, van de adviesfase tot aan de einddatum van de proeftijd, een
samenwerkingsverband te laten vormen. In het licht van continuïteit van aanpak kunnen
de ervaringen van de drug courts en problem-solving courts in de Verenigde Staten nuttig
zijn.62
   62 Drug courts worden gezien als geslaagd voorbeeld van resultaatgerichte rechtspraak, al staat de nadruk op deze resultaten volgens
       sommigen op gespannen voet met eisen van rechtstatelijke legitimiteit in verband met vervagende grenzen van de bemoeienis van de
       rechter en processuele rechten van de verdachte in vergelijking met het reguliere strafrecht. Zie Verberk 2011 en 2012 en http://www.
       russellwebster.com/evidence-problem-solving-courts. Er zou moeten worden nagegaan welke elementen (zoals continuïteit in perso-
       nen) daarvan iets toevoegen aan de Nederlandse praktijk.
             Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                        Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                     28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Meer flexibiliteit in het reclasseringstoezicht is te bereiken door de toezichthouder, anders
dan met de huidige drie standaardniveaus van toezicht, meer ruimte te geven om te
differentiëren in intensiteit en frequentie van het toezicht.
Regionale, flexibele vrijheidsbenemende capaciteit
In navolging van de in gang gezette ontwikkeling bij justitiële jeugdinrichtingen,63 is
flexibiliteit en kleinschaligheid in het gevangeniswezen noodzakelijk. De variatie in de
instroom, de huidige capaciteitsoverschotten (zie paragraaf 3.1) en de voorstellen in deze
visie bieden daartoe een goede aanleiding.
Gedacht kan worden aan een stelsel van kleinschalige voorzieningen verspreid over het
land, in combinatie met enkele grote inrichtingen met specialistische voorzieningen.64
Hierdoor kunnen gedetineerden in de eigen regio worden geplaatst en wordt de
samenwerking met lokale organisaties (zorg, gemeente, huisvesting), gericht op een
soepele terugkeer in de maatschappij, bevorderd. Differentiatie in beveiligingsniveaus is
mogelijk (zie paragraaf 3.3), biedt ruimte voor zelfredzaamheid van gedetineerden en
bespaart onnodige kosten. Aandacht voor het leefklimaat is een basisvoorwaarde voor
het effect van interventies op gedrag.65 Een snelle en goede diagnostiek, door kort na
binnenkomst samen met de gedetineerde na te gaan welke problematiek speelt en te
bepalen wat daarvoor nodig is tijdens en na detentie, dient een vast onderdeel te zijn.
Specifieke deskundigheden (onderwijs, zorg en andere functies die niet inherent zijn
aan vrijheidsbeneming en -beperking) kunnen van buiten naar binnen worden gehaald,
afgestemd op de lokale mogelijkheden.66 Voor specifieke problematiek (verslavings- of
psychiatrische problematiek, een verstandelijke beperking of sociaal-culturele problematiek)
is de ontwikkeling van doelgroepgerichte programma’s van voldoende duur en intensiteit
noodzakelijk, met accent op resocialisatie en rehabilitatie. Activiteiten als arbeid
worden, waar mogelijk en onder voorwaarden, in de samenleving verricht. Daarnaast
worden mogelijkheden gecreëerd om tijdens detentie te komen tot (im-)materiële
schadevergoeding.
4.5       Een toezichthoudende overheid
Samenwerking vraagt ruimte en vertrouwen in de professionals aan de basis. Een
toezichthoudende overheid is verantwoordelijk voor het stelsel, de beleidsontwikkeling en
de kaders.
De overheid is verantwoordelijk voor de strafrechtelijke sanctietoepassing. In een
rechtsstaat dient de uitvoering van sancties gevrijwaard te zijn van willekeur en
beïnvloeding van buitenaf, zoals nu soms gebeurt onder invloed van de media. De
kwetsbaarheid van bewindslieden van Veiligheid en Justitie in de publieke opinie voor
breed uitgemeten incidenten trekt een zware wissel op de uitvoeringspraktijk: individuele
    63 Kamerstukken II 2015-2016, 24 587 nr. 626.
    64 Met betrekking tot de justitiële jeugdinrichtingen heeft de RSJ in grote lijnen overeenkomstig geadviseerd. Zie RSJ 2015.
    65 Boone et al. 2016.
    66 In Nederland wordt door het ministerie van Veiligheid en Justitie forensische zorg ingekocht bij ggz- instellingen. In de Verenigde Staten
       en het Verenigd Koninkrijk worden intensieve zorgprogramma’s binnen de penitentiaire inrichting vaak geheel uitgevoerd door externe
       zorgorganisaties. Het voordeel bij voldoende regionale spreiding is dat de behandeling dan naadloos kan overgaan na (voorwaardelijke)
       vrijlating.
               Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                         Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                      29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>beslissingen over behandeling, verlofverlening en overplaatsing zijn vaak risicomijdend
omdat de minister hierover eventueel in de Tweede Kamer verantwoording moet afleggen.
Het dragen van verantwoordelijkheid vereist organisatie van kaders en procedures maar
geen bemoeienis op het niveau van individuele zaken.
Het zou in de brede, algemene ontwikkeling naar een meer toezichthoudende overheid
passen om het nemen van individuele beslissingen op het terrein van de strafrechtelijke
sanctietoepassing meer op afstand van de minister van Veiligheid en Justitie te plaatsen.
De minister van Veiligheid en Justitie is dan, net als bijvoorbeeld de minister van
Volksgezondheid, verantwoordelijk voor het stelsel, de beleidsontwikkeling en de kaders,
waaronder de organisatie van het toezicht. Binnen de kaders van het stelsel hebben
professionals in de uitvoeringspraktijk grotere bewegingsruimte dan nu het geval is, met
behoud van hun verantwoordelijkheid voor het behalen van een goed maatschappelijk
resultaat. Ook de aansluiting met de zorg en gemeenten, van belang voor de continuïteit in
aanpak en de re-integratie van justitiabelen, wordt hierdoor bevorderd.
Deze ontwikkeling maakt het noodzakelijk om de organisatie van de toetsing van de
uitvoering van de sanctie verder te doordenken. Bepaald moet worden waar en hoe de
verantwoordelijkheid (dan) wordt ingevuld. Naarmate de strafrechtelijke sanctietoepassing
zich verder ontwikkelt in de richting van individualisering en maatwerk, hebben beslissingen
van professionals invloed op een manier die niet vooraf door de rechter valt te voorzien
en is toetsing nodig van het bereiken van de sanctiedoelen en de proportionaliteit. De in
het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten bestaande voorbeelden van parole board,
drugs- en problemsolving courts kunnen, in het licht van een op herstel gerichte benadering
en aangepast aan de Nederlandse context, als voorbeeld dienen. In Nederland kan ook
worden gedacht aan het versterken en uitbreiden van de in Nederland ontwikkelde ZSM-
tafels en Veiligheidshuizen in die richting.
Tot slot
Hiervoor is geconstateerd dat het conflictherstellend vermogen van het strafrecht beperkt
is. Slachtoffers worden de laatste jaren meer betrokken bij het strafproces en daders meer
aangesproken op hun verantwoordelijkheid voor hun gedrag. Desondanks staan slachtoffers
en samenleving op grote afstand van de afhandeling van een strafbaar feit, waardoor het
maatschappelijk draagvlak voor de strafrechtelijke sanctietoepassing onder druk staat.
Zonder de verworvenheden van de rechtstaat en een zorgvuldige rechtsgang aan te
tasten, kan een grotere betrokkenheid van de samenleving bijdragen aan de groei van het
noodzakelijke vertrouwen in de strafrechtelijke sanctietoepassing.
          Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                    Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                             30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Bijlage Geraadpleegde personen
De commissie Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing heeft de volgende personen (op
persoonlijke titel) geraadpleegd:
Drs. H.J. (Harry) Beintema
Behandeldirecteur Van Mesdagkliniek Groningen, voorzitter van het landelijk overleg
behandeldirecteuren forensisch psychiatrische centra (LBHIV)
Mr. H.J. (Herman) Bolhaar
Voorzitter College van procureurs-generaal
Dhr. L.M.M. (Lucas) Bolsius
Burgemeester van Amersfoort, lid VNG-commissie Bestuur en Veiligheid
Drs. J.J.H.M. (Sjef) van Gennip
Algemeen directeur Reclassering Nederland
J. (Jacco) Groeneveld
Lid van de Raad van Toezicht Exodus Nederland, regiodirecteur Reclassering Nederland
Drs. H. (Henriëtte) van der Klok
Directeur Slachtoffer in Beeld
Drs. J. (Jacques) Lucieer
Psychiater, directeur FPC 2landen, geneesheer-directeur FPC De Kijvelanden
Prof. mr. E.M. (Isabeth) Mijnarends
Landelijk Jeugd Officier van Justitie, Bijzonder Hoogleraar jeugdstrafrecht Rijksuniversiteit Leiden
Dr. P. (Peter) Nelissen
Criminoloog
Mevr. R. (Ruth) van Rhijn
Hoofd juridische zaken Slachtofferhulp Nederland
Prof. dr. mr. M. (Rinus) Otte
Lid College van Procureurs-Generaal, bijzonder hoogleraar Organisatie van de Rechtspleging RU
Groningen
Dr. mr. H.G.E (Suzan) Verberk
Hoofd afdeling onderzoek Raad voor de rechtspraak
H. (Harry) Versteeg MBA
Directeur Penitentiaire Inrichting Utrecht, voorzitter Vereniging van Directeuren van Penitentiaire
Inrichtingen (VDPI)
          Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                    Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                             31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
          Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                   32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Bronnen
Literatuur
Berghuis et al. 2016
B. Berghuis, P. Linckens en A. Aanstoot, De voorlopige hechtenis een halt toegeroepen?,
Trema, Tijdschrift voor de Rechterlijke Macht, 2016, Volume 39 nr. 3, p. 76-81
Boone et al. 2013
M.M. Boone, M. van der Kooij en S. Rap, Elektronische controle in Nederland, Utrecht:
Universiteit Utrecht, 2013
Boone et al. 2014
M.M. Boone, H.G. van de Bunt en D. Siegel, Gevangene van het verleden. Crisissituaties na
de terugkeer van zedendelinquenten in de samenleving, Apeldoorn: Universiteit Utrecht en
Erasmus Universiteit Rotterdam, in opdracht van Programma Politie & Wetenschap, 2014
Boone et al. 2016a
M.M. Boone, M. Althoff en F. Koenraadt, Het leefklimaat in justitiële inrichtingen, Den Haag:
Willem Pompe Instituut voor strafwetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen en Boom
Criminologie, in opdracht van het WODC, 2016
Boone et al. 2016b
M.M. Boone en E. Kurtovic, Bijkomende gevolgen van straf en het principe van proportionele
straplegging, Nederlands Juristenblad, 2016, Aflevering 23, p. 1623-1629
Claessen et al. 2015
J. Claessen, G. Zeles, S. Zebel en H. Nelen, Bemiddeling in strafzaken in Maastricht II.
Onderzoek naar de samenhang tussen bemiddeling en recidive, Nederlands Juristenblad,
2015, Aflevering 29, p. 2015-2025
Cleven et al. 2015
I. Cleven, K.M.E. Lens en A. Pemberton, De rol van herstelbemiddeling in het strafrecht.
Eindrapportage onderzoek pilots herstelbemiddeling, Tilburg: Intervict Tilburg, in opdracht
van het WODC, 2015
Corstens et al. 2015
G. Corstens en R. Kuiper, ZSM en toegang tot de rechter, Delikt en Delinkwent, 2015,
Aflevering 4
Crijns et al. 2016
J.H. Crijns, B.J.G. Leeuw en H.T. Wermink, Pre-trial detention in the Netherlands: legal
principles versus practical reality, Den Haag: Eleven International Publishing, 2016
           Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                     Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                              33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Christie 1977
N. Christie, Conflicts as property, The British Journal of Criminology, 1977, Volume 17 nr. 1,
p. 1-15
C&R 2014
S.N. Kalidien en N.E. de Heer-de Lange (red.), Criminaliteit en rechtshandhaving 2014
– Ontwikkelingen en samenhangen, Raad voor de Rechtspraak, Centraal Bureau voor de
Statistiek, Boom Criminologie en Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum,
2015
Denkers 1975
F.A.C.M. Denkers, De invloed van penologische research op het strafrechtelijk beleid,
Nijmegen: Dekker en van de Vegt, 1975
Van Dijk et al. 2010
F. van Dijk, E. van Amelsfort - van der Kam, E. Bauw en B. Teurlings (red.), Visie op de
rechtspraak, Den Haag: Raad voor de rechtspraak, 2010
DJI 2015a
J. Valstar, JJI in getal 2010-2014, 2015
DJI 2015b
P. Linckens en J. de Looff, Gevangeniswezen in getal 2010-2014, 2015
DJI 2015c
N. van Gemmert, C. van Schijndel, W. Gordeau en L. Casanova, Forensische zorg in getal
2010-2014, 2015
DJI 2016
P. Linckens, J. Valstar en N. van Gemmert, DJI in getal, de divisies GW/VB en ForZo/JJI
nader belicht, 2016
Farahi et al. 2016
C. Farahi en J. van de Rijt, 2016, Normalisatie en zelfredzaamheid binnen het
gevangeniswezen, Proces, 2016, Volume 95 nr. 2, p. 75-85
Kommer et al. 2011
M.M. Kommer en G.P. Hoekendijk, Strafdoelen en tenuitvoerlegging: perspectief op een
nieuwe verenigingstheorie?, Sancties: Tijdschrift voor straffen en maatregelen, 2011,
aflevering 4, p. 212-222
Onderzoekscommissie Hoekstra 2015
R.J. Hoekstra, E. van Hoorn, L. de Wit en R. Zuijderhoudt, Het rapport van de
onderzoekscommissie strafrechtelijke beslissingen openbaar ministerie naar aanleiding van
           Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                     Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                              34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>de zaak-Bart van U, 2015
Openbaar Ministerie en Politie 2015
Openbaar Ministerie en Politie, Rapportage aanpak georganiseerde ondermijnende
criminaliteit, 2015
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad 2014
Procureur-Generaal bij de Hoge Raad, Beschikt en gewogen, over de naleving van de wet
oor het openbaar ministerie bij het uitvaardigen van strafbeschikkingen, Den Haag: 2014
RvS 2015
Afdeling advisering van de Raad van State, Advies aan de Minister van Veiligheid en Justitie
inzake sanctiestelsels, No. W03.15.0138/II’, Den Haag: 2015
RSJ 2010
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Goed bejegenen; beginselen voor
het omgaan met ingeslotenen, Den Haag: 2010
RSJ 2011
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Ontwikkelingen herstelrecht, Den
Haag: 2011
RSJ 2013
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Voorlopige hechtenis – maar dan
anders, Den Haag: 2013
RSJ 2014a
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Advies wetsvoorstel herziening
tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen, Den Haag: 2014
RSJ 2014b
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Jeugdstrafrecht, neurowetenschap
en ethiek, Den Haag: 2014
RSJ 2015
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Gekanteld perspectief, Den Haag:
2015
RVZ 2012
Raad voor de Volksgezondheid en Zorg, Stoornis en delict, Den Haag: 2012
Verberk 2011
S. Verberk, Probleemoplossend strafrecht en het ideaal van responsieve rechtspraak,
Rotterdam: SDU Uitgevers, 2011
          Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                    Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                             35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Verberk 2012
S. Verberk, Resultaat gericht recht: de Amerikaanse ‘drug courts’, Bestuurswetenschappen,
2012, nr. 6, p. 52-63
Wartna et al 2013
B.J.S. Wartna, D.L. Alberda en S. Verweij, Wat werkt in Nederland en wat niet? Een meta-
analyse van Nederlands recidiveonderzoek naar de effecten van strafrechtelijke interventies,
Meppel: Boom/ Lemma uitgevers, in opdracht van het WODC, 2013
Wermink et al. 2009
H. Wermink, A. Blokland, P. Nieuwbeerta en N. Tollenaar, Recidive na werkstraffen en na
gevangenisstraffen, Tijdschrift voor Criminologie, 2009, Volume 51 nr. 3, p. 211-217
WODC Cahier 2011-7
R.J. Decae (red), Capaciteitsbehoefte Justitiële Ketens t/m 2016, beleidsneutrale ramingen,
Den Haag: WODC, 2011
WODC Cahier 2015-11
M.G.C.J. Beerthuizen, K.A. Beijersbergen, S. Noordhuizen en G. Weijters, Vierde meting van
de monitor nazorg ex-gedetineerden, Den Haag: WODC, 2015
WODC Cahier 2016-2
P.R. Smit, D.E.G. Moolenaar, F.P. van Tulder en B.J. Diephuis, Capaciteitsbehoefte Justitiële
ketens t/m 2021, beleidsneutrale ramingen, Den Haag: WODC, 2016
Zebel et al. 2016
S. Zebel, M. Vroom en E.G. Ufkes, Herstelgerichte cursussen in detentie: evaluatie van
Puinruimen, SOS en DAPPER, Twente: Universiteit Twente, Vakgroep Psychologie van
Conflict, Risico en Veiligheid in opdracht van WODC, 2016.
Kamerstukken
Kamerstukken II 2009-2010, 32 398 nrs. 2 en 3, Vaststelling van een Wet forensische zorg
en daarmee verband houdende wijzigingen in diverse andere wetten, voorstel van wet en
memorie van toelichting
Kamerstukken II 2012-2013, 24 587 nr. 490, Masterplan DJI 2013-2018, brief van de
staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
Kamerstukken II 2012-2013, 24 587 nr. 535, Aangepast Masterplan DJI 2013-2018, brie
van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
          Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                    Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                             36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Kamerstukken II 2014-2015, 34 086 nrs. 2 en 3, Wet herziening tenuitvoerlegging
strafrechtelijke beslissingen, voorstel van wet en memorie van toelichting
Kamerstukken II 2015-2016, 24 587 nr. 626, Aanbieding rapport verkenning invulling
vrijheidsbeneming justitiële jeugd, brief van de minister van Veiligheid en Justitie
Kamerstukken II 2015-2016, 24 587 Nr. 645, Verzoek visie op detentie voor volwassenen,
motie Volp
Kamerstukken II 2015-2016, 24 587, nr. 659, Reactie verzoeken visie op detentie en
resocialisatie, brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
Kamerstukken II 2015-2016, 24 587 nr. 660, Verkenning Dienst Justitiële Inrichtingen naar
aanleiding van PMJ-ramingen t/m 2012, brief van de staatssecretaris van Veiligheid en
Justitie
Kamerstukken II 2015-2016, 29 279 nr. 289, Rechtsstaat en Rechtsorde, brief van de
minister van Veiligheid en Justitie
Kamerstukken II 2015-2016, 29 279 nr. 320, Integrale ketenbrede voortgangsrapportage
Verbeterprogramma maatschappelijke veiligheid, bijlage bij brief van de minister van
Veiligheid en Justitie
Kamerstukken II 2015-2016, 33 844 nr. 10, Wijziging Pbw, de Beginselenwet verpleging
tbs en de Begnselenwet jji’s en enkele andere wetten, nota naar aanleiding van het nader
verslag
Kamerstukken II 2015-2016, 34 300 VI nr. 78, De toekomst van de Verklaring Omtrent het
Gedrag (VOG)-screening, brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
          Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
                    Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                             37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen
          Afdeling Advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                   38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>