<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Verhoging strafrechtelijke minimumleeftijd in context
Advies over verhoging van de strafrechtelijke minimumleeftijd en het belang van goede jeugdhulp
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Verhoging strafrechtelijke minimumleeftijd in context
Advies over verhoging van de strafrechtelijke minimumleeftijd en het belang van goede jeugdhulp
Den Haag, 20 december 2017
  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                   2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Samenvatting                                                                                                     4
Hoofdstuk 1 Opdracht en werkwijze                                                                                6
                    1.1 Inleiding                                                                                6
                    1.2 Opdracht en afbakening                                                                   6
                    1.3 Begrippen                                                                                8
                    1.4 Werkwijze                                                                                8
                    1.5 Leeswijzer                                                                               9
Hoofdstuk 2 Strafrechtelijke minimumleeftijd in historisch perspectief                                          10
                    2.1 Strafrechtelijke minimumleeftijd in Nederland                                           10
                    2.2 Huidige leeftijdsgrens in 1965 ingesteld                                                10
                    2.3 Strafrechtelijke minimumleeftijd in internationaal kader                                11
                    2.4 Conclusie                                                                               13
Hoofdstuk 3 Strafrechtelijke minimumleeftijden in Europees perspectief                                          14
                    3.1 Jeugdstrafrecht in vergelijkend perspectief                                             14
                    3.2. Jeugdstrafrecht en jeugdhulp in omringende landen                                      14
                    3.3. Conclusie                                                                              16
Hoofdstuk 4 De minimumleeftijd bezien vanuit de hersenontwikkeling en
                    ontwikkelingspsychologie bij jeugdigen                                                      18
                    4.1 Omgaan met verwijtbaarheid van schuld en strafrechtelijke
                          aansprakelijkheid bij jeugdigen                                                       18
                    4.2 Leeftijdsgrens in het strafrecht is moeilijk te bepalen                                 18
                    4.3 Toepassen van het rechtvaardigheidsbeginsel                                             19
                    4.4 Essentiële ontwikkeling rond het veertiende levensjaar                                  19
                    4.5 Conclusie                                                                               20
Hoofdstuk 5: Aanpak jonge daders in jeugdstrafrecht en jeugdhulp                                                21
                    5.1 Zorgpunten bij aanpak jeugdige verdachten en jonge daders
                          via het strafrecht                                                                    21
                    5.2 Krachtige aspecten van een effectieve aanpak                                            23
                    5.3 Zorgpunten bij aanpak jeugdige verdachten en jonge daders
                          via huidige jeugdhulp                                                                 24
                    5.4 Conclusie                                                                               25
Hoofdstuk 6 Conclusie en aanbevelingen                                                                          27
                    6.1 Conclusie                                                                               27
                    6.2 Aanbevelingen                                                                           29
Bijlagen                                                                                                        31
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Samenvatting
De staatsecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de Raad voor
Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) gevraagd om te adviseren
over een verhoging van de minimumleeftijdsgrens voor strafrechtelijke
aansprakelijkheid. De afgelopen periode heeft de RSJ een uitgebreid onderzoek
uitgevoerd naar de functionaliteit van deze minimumleeftijd. In dit rapport
presenteert de RSJ zijn bevindingen.
De RSJ heeft zich gericht op de vraag of in het licht van een rechtvaardige en
effectieve aanpak van jeugdige delinquenten een verhoging van de huidige
strafrechtelijke minimumleeftijd van twaalf jaar wenselijk is. De RSJ heeft
na een eerste verkenning aanleiding gezien te kijken hoe in Nederland wordt
omgegaan met jongeren die normoverschrijdend gedrag vertonen en daarvoor in
aanraking komen met het strafrecht. De RSJ heeft zich hiermee niet slechts willen
beperken tot de onderzoeksvragen en een analyse van de argumenten voor- en
tegen verhoging. Een uitgebreid literatuuronderzoek, interviews met professionals
en een toetsingsronde onder bestuurders en experts in het jeugdveld vormen de
kern van dit onderzoek.
Op basis van deze bevindingen adviseert de RSJ om de minimumleeftijd te
verhogen naar tenminste veertien jaar. Voor de RSJ is het belang van
rechtszekerheid het doorslaggevende argument voor het hanteren van een
duidelijke minimum leeftijdsgrens. De RSJ constateert dat de verwijtbaarheid van
strafbaar gedrag bij jongeren afhankelijk is van de ontwikkeling van een individueel
kind. Tegelijk ziet de RSJ het belang van het hanteren van een duidelijke minimum
leeftijdsgrens, een grens die hoger ligt dan de huidige. De belangen van slachtoffers
kunnen ook buiten het strafrechtelijk kader behartigd worden doordat ze een plaats
hebben of krijgen in de civielrechtelijke interventies. Daarnaast zijn ouders ook in
het civielrecht aansprakelijk voor schade door kinderen tot veertien jaar. Tot slot
zijn slachtoffers indirect gediend door het terugdringen van recidive.
Dit advies is gebaseerd op de volgende drie hoofdbevindingen:
1. Nederland is gebonden aan het Internationaal Verdrag inzake de
    Rechten van het Kind (IVRK). Dit verdrag schrijft voor dat een minimum
    leeftijd gehanteerd moet worden waarop jeugdigen strafrechtelijk aansprakelijk
    zijn. Het VN-kinderrechtencomité stelt dat deze leeftijdsgrens idealiter op
    minstens veertien jaar ligt.
2. Een jeugdige komt pas in aanmerking om strafrechtelijk vervolgd
    te worden als hij competent en capabel is om de consequenties
    van eigen handelen te overzien. Vanuit ontwikkelingsperspectief gezien
    is de verwijtbaarheid van het gedrag van jongeren afhankelijk van de
    hersenontwikkeling en de gerelateerde ontwikkeling van functies zoals het
    kunnen inschatten van consequenties.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                      4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>3. Om toch tot een algemeen geldende minimumleeftijd te komen, moet
    de leeftijd worden gehanteerd waarop een jeugdige snapt wat er in
    het strafrechtelijk proces gebeurt. Degene die onderworpen is aan een
    strafrechtelijk proces, moet minstens begrijpen wat er met hem in dit proces
    gebeurt. Hij moet effectief kunnen participeren in een strafrechtelijk proces.
    Dat houdt in dat een procesdeelnemer afdoende kennis en inzicht moet hebben
    van de aard van het strafproces, en van wat de weerslag van de procedure kan
    zijn.1 Het zou onrechtvaardig zijn iemand een strafproces te laten ondergaan dat
    diegene niet begrijpt. Het proces kan immers vergaande consequenties hebben.
    De meeste jongeren blijken pas vanaf hun veertiende te snappen wat er gebeurt
    in een strafrechtelijk proces. Dat geeft aanleiding om deze leeftijd als minimum
    te nemen. Dit is twee jaar hoger dan de huidige gestelde leeftijdgrens.
Op basis van de bevindingen stelt de RSJ dat vrijwillige of gedwongen
jeugdhulp voor kinderen tot ten minste veertien jaar de voorkeur geniet
boven het strafrecht. Jeugdhulp moet dan wel verder investeren in een effectieve
aanpak. De kennis daarvoor is voorhanden. Dit advies is gebaseerd op de volgende
bevindingen:
• Recidive kan door effectieve jeugdhulp worden voorkomen
• Jeugdhulp biedt de kans om vroegtijdig in te grijpen
• Civielrecht kan beter benut worden
• Investeringen kunnen de jeugdhulp versterken
• Rechtspositie van de jongere in het civiel recht verdient verbetering
De RSJ wil zich met dit advies niet alleen een voorstander tonen van een
verhoging van de strafrechtelijke minimumleeftijd, maar tevens het belang
van de (door)ontwikkeling van een effectieve jeugdketen benadrukken. De
uitdaging is niet enkel hoe en op welke leeftijd jeugddelinquenten strafrechtelijk
kunnen worden aangepakt, maar ook hoe de overheid met deze jongeren omgaat,
nadat, maar vooral vóórdat zij misstappen begaan. De RSJ is van mening dat
verbetering van de jeugdhulp noodzakelijk is. De evidence based kennis voor een
effectieve aanpak is aanwezig, maar wordt nog onvoldoende ingezet.
   1   EHRM 15 juni 2004.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                      5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 1: opdracht en werkwijze
1.1      Inleiding
Kinderen en jeugdigen kunnen in Nederland strafrechtelijk worden vervolgd
wanneer zij twaalf jaar of ouder zijn. Er vindt met enige regelmaat discussie
plaats over vervolging van kinderen en jeugdigen via het (jeugd)strafrecht en de
leeftijdsgrenzen die hieraan gekoppeld zijn.
Voorstanders van een lage leeftijdsgrens pleiten doorgaans voor het behouden van
de leeftijdsgrens. Een enkeling pleit zelfs voor het verlagen van de leeftijdsgrens.
Hierbij wordt geregeld verwezen naar specifieke incidenten, zoals strafzaken waarin
jonge verdachten betrokken zijn bij zware strafbare feiten. Het strafrecht zou met
zijn afschrikkende werking bij jeugdigen van jongere leeftijd een belangrijke functie
hebben.
Voorstanders van verhoging van de leeftijdsgrens redeneren veelal vanuit de
overtuiging dat kinderen onder de veertien à zestien jaar niet of slechts beperkt
toerekeningsvatbaar moeten worden geacht.2 Deze kinderen horen, in hun optiek,
niet thuis in het strafrecht. Dit vanwege de negatieve impact op de psychische
gesteldheid van het kind en de stigmatiserende werking, niet alleen op de
verdachte jeugdige maar op het hele gezin waartoe hij of zij behoort. Kinderen
onder de veertien of zestien jaar zijn meer gebaat bij behandeling en begeleiding.
De RSJ3 constateert dat de thans gehanteerde strafrechtelijke minimumleeftijd
uiteenlopende – vaak met emoties gepaard gaande - gedachten oproept.
1.2 Opdracht en afbakening
De staatsecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de RSJ gevraagd te adviseren
over de mogelijke verhoging van de minimumleeftijdsgrens voor strafrechtelijke
aansprakelijkheid (hierna: strafrechtelijke minimumleeftijd). De volledige
adviesaanvraag vindt u in bijlage I.
De commissie Veld4 heeft als onderdeel van haar bezuinigingsvoorstellen
voorgesteld om de leeftijd waarop iemand strafrechtelijk mag worden vervolgd
van twaalf naar veertien of zestien jaar te verhogen. Een verhoging van de
strafrechtelijke leeftijd van jeugdigen naar veertien jaar betekent een bezuiniging
van 4,5 miljoen euro op de begroting van het ministerie van Justitie en Veiligheid.5
De uitwerking van dit voorstel vindt thans bij het ministerie van Justitie en
Veiligheid plaats.
   2   Weijers 2009
   3   De Afdeling advisering van de RSJ heeft reeds eerder geadviseerd over het onderwerp jeugdstrafrecht. Voor een overzicht van eerdere
       adviezen zie de literatuurlijst bij dit advies
   4   Commissie Veld, Van Incident naar Impact – Taskforce Beleidsalternatieven Justitie en Veiligheid, Den Haag, maart 2016.
   5   TK 2015–2016, 34485-VI, nr. 2, blz-758208, betreft een bijlage voor de Voorjaarsnota Veiligheid en Justitie 30 mei 2016.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                   6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Justitie en Veiligheid
gaf de toenmalige staatssecretaris aan dat hij voorstaat dat ruimte wordt gelaten
voor een afdoening binnen het strafrecht voor daders vanaf twaalf jaar indien de
persoonlijkheid van de jeugdige of de ernst van het feit daartoe aanleiding geeft.6
Het ministerie heeft de volgende vragen geformuleerd:
• Wat zijn de kansen en mogelijke risico’s die zich gaan voordoen zodra de leeftijd
    voor strafrechtelijke aansprakelijkheid van jeugdigen van twaalf naar veertien
    jaar respectievelijk 16 jaar in Nederland gaat?
• Welke niet strafrechtelijke interventies zijn passend ten aanzien van
    bovengenoemde groep jeugdigen en aan welke voorwaarden zou moeten
    worden voldaan om dergelijke interventies passend te laten zijn? Dit ter
    voorkoming van het schade toebrengen aan de jeugdigen zelf, de maatschappij
    en mogelijke slachtoffers alsmede het vergroten van de onveiligheid van de
    maatschappij.
De RSJ vat de vragen zoals gesteld door het ministerie van Justitie en Veiligheid
over een eventuele verhoging van de strafrechtelijke minimumleeftijd breed op. De
RSJ is van mening dat de vragen over eventuele verhoging van de strafrechtelijke
minimumleeftijd moeten worden bekeken vanuit nationaal en internationaal
oogpunt, alsmede vanuit het perspectief van zorg, beleid, rechtspraak en
wetenschap. Hierbij staan het belang van de samenleving, betrokken jongeren en
slachtoffers centraal. In het kader van bedoelde brede beschouwing heeft de RSJ
zich gericht op de vraag of in het licht van een rechtvaardige en effectieve aanpak
van jeugdige delinquenten een verhoging van de strafrechtelijke minimumleeftijd
wenselijk is. Uit de eerste interviewronde bleek dat het strafrecht vaak als ‘stok
achter de deur’ gezien wordt. Deze perceptie heeft ertoe geleid dat de RSJ dit
onderzoek naar jeugdstrafrecht in een breder kader van jeugdhulp heeft bezien.
De RSJ heeft aanleiding gezien te bekijken hoe in Nederland wordt omgegaan
met jongeren die normoverschrijdend gedrag vertonen en daardoor in aanraking
komen met het strafrecht. De RSJ heeft zich hiermee niet willen beperken tot de
onderzoeksvragen en een analyse van de argumenten voor- en tegen verhoging
alleen.
De RSJ behandelt in dit rapport de volgende hoofd- en deelvragen:
Hoofdvraag: Is in het licht van een rechtvaardige en effectieve aanpak
van jeugdige delinquenten een verhoging van de strafrechtelijke
minimumleeftijd wenselijk?
Naast de hoofdvraag is een drietal deelvragen geformuleerd:
• Hoe hanteren omringende landen zich tot de minimum leeftijdsgrens?
• Welke leeftijdsgrens moet in het Nederlandse jeugdstrafrecht gehanteerd
    worden?
• Welke aanpak van jeugdige delinquenten is rechtvaardig en effectief?
   6   TK 2016-2017, Vaststelling begroting Ministerie van Justitie en Veilgheid (VI) voor het jaar 2017, 34550 VI 11 Verslag houdende een lijst
       van vragen en antwoorden 25 november 2016.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                    7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>1.3 Begrippen
Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (hierna: IVRK) gebruikt
de term ‘het kind’ waarmee in beginsel wordt verstaan: iedere persoon jonger dan
achttien jaar.7 Het Wetboek van Strafrecht (Sr) en het Wetboek van Strafvordering
(Sv) spreken van ‘jeugdige personen’, waarmee eveneens wordt gedoeld op
personen onder de achttien jaar (ten tijde van het plegen van het strafbare feit).
In dit advies wordt gesproken over ‘jongeren’ of ’jeugdigen’ waarmee personen van
de twaalf tot achttien jaar worden bedoeld. Wanneer in dit advies gesproken wordt
over ‘kinderen’ betreft het personen jonger dan twaalf jaar.
In het advies komen daarnaast verschillende begrippen voor: (vrijwillige)
jeugdhulp, gesloten jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdbeschermingsmaatregel,
jeugdreclassering en jeugdstrafrecht etc. Deze begrippen worden toegelicht in
bijlage II.
In dit advies kan op plaatsen waar ‘hij’ wordt gebruikt, ook ‘zij’ gelezen worden.
1.4 Werkwijze
De RSJ heeft diverse onderzoeksmethoden gebruikt om tot het advies te komen.
Literatuuronderzoek
Er is literatuur geraadpleegd over onder meer de hersen- en gedragsontwikkeling
bij jongeren, het (jeugd)strafrecht, gedragsinterventies en het jeugdstrafrecht,
alsook een verkenning uitgevoerd van de jeugdrechtssystemen in enkele andere
Europese landen.
Interviews en rondetafelbijeenkomst
Voor de analyse van het functioneren van het huidige jeugdstrafrecht en de
aanpalende jeugdhulp in Nederland, zijn daarnaast interviews afgenomen onder een
brede afvaardiging van professionals uit de jeugdhulp- en jeugdstrafrechtsketen.
Het betrof gesprekken op uitvoerend en bestuurlijk niveau, met de rechterlijke
macht (zowel Openbaar Ministerie (OM) als Zittende Magistratuur (ZM)), de
advocatuur, de wetenschap (ontwikkelingspsychologie en -psychiatrie), de
Jeugdreclassering (JR), de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK), Halt, de
Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), Veilig Thuis, politie, Jeugd GGz,
jeugdinrichtingen en gemeenten. Het beeld uit de interviews met professionals uit
het hele land is aangevuld met interviews met alle relevante ketenpartners uit een
Nederlandse gemeente (Haarlem).8 Ook is een rondetafelbijeenkomst georganiseerd
met bestuurders en experts in het jeugdveld ter toetsing en aanscherping van de
bevindingen.9
   7   Artikel 1 IVRK luidt: Als kind wordt aangemerkt iedere persoon jonger dan achttien jaar, tenzij de nationale wetgeving de meerderjarig-
       heidsgrens lager stelt.
   8   Op deze wijze is getracht een compleet beeld van de jeugdketen te krijgen.
   9   Voor een volledig overzicht van de voor dit advies geraadpleegde personen, zie bijlage VIII.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                 8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Analyse internationaal recht en vergelijking met andere Europese landen
De RSJ heeft de Nederlandse strafrechtelijke minimumleeftijd en het Nederlandse
jeugdrecht in perspectief geplaatst van het internationale recht. Tevens wordt het
jeugdstrafrecht en de jeugdhulp in andere (Noord-) Europese landen besproken om
een indruk te krijgen van hoe in deze landen wordt omgegaan met de leeftijdsgrens
en de bejegening van jeugdigen rondom deze grens. Hiertoe is literatuuronderzoek
gedaan en zijn enkele deskundigen, waaronder kinderrechters, uit een aantal
Europese landen geïnterviewd.
1.5 Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het huidige stelsel van jeugdstrafrecht besproken, waarbij
ook de historische context aan bod komt. In het hoofdstuk wordt ingegaan op
de voorschriften in het internationale recht en beleid inzake de minimumleeftijd.
Daarbij wordt het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
besproken.
In hoofdstuk 3 wordt het Nederlandse (jeugd)strafrecht vergeleken met dat in
andere Europese landen.
In hoofdstuk 4 wordt aan de hand van verschillende onderzoeken over hersen-
en gedragsontwikkeling bij jongeren een onderbouwing gegeven van een
minimumleeftijd.
In hoofdstuk 5 wordt de werking en effectiviteit van respectievelijk het
jeugdstrafrecht en de jeugdhulp en jeugdbescherming bij jonge daders
geanalyseerd.
In hoofdstuk 6 presenteert de RSJ zijn advies. Daarbij wordt stilgestaan bij de
context van de strafrechtelijke minimumleeftijd, namelijk het belang van effectieve
jeugdhulp. Het advies mondt uit in een aantal aanbevelingen.
In de bijlagen zijn de onderzoeksvragen, begrippen, de strafrechtelijke
minimumleeftijd in Europese landen, een selectie van gedragsinterventies voor
jongeren, aanvullende cijfers, een beschrijving van het huidige jeugdstrafrecht- en
jeugdhulpstelsel en een lijst van geraadpleegde literatuur en personen opgenomen.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 2: Strafrechtelijke minimumleeftijd in historisch perspectief
2.1 Strafrechtelijke minimumleeftijd in Nederland
Jongeren zijn in Nederland strafbaar vanaf twaalf jaar. Zij kunnen vanaf die leeftijd
strafrechtelijk worden vervolgd (art. 486 Sv en art. 77a Sr). Kinderen jonger dan
twaalf jaar (de zogenoemde 12-minners), kunnen in het strafrecht niet worden
vervolgd. De politie kan een 12-minner wel aanhouden, ophouden voor verhoor en
bepaalde dwangmiddelen (zoals fouilleren) toepassen (art 487 Sv). Onder de twaalf
jaar zijn kinderen strafrechtelijk niet aansprakelijk en daarmee niet vervolgbaar.
De kern van het Nederlandse strafrecht is dat de strafrechtelijke aansprakelijkheid
bij jeugdigen verschilt met die van volwassenen, alsook dat deze aansprakelijkheid
met het toenemen van de leeftijd groter wordt.10 Op grond daarvan onderscheidt
het jeugdstrafrecht twee subcategorieën: de maximale duur van detentie voor
twaalf- tot en met vijftienjarigen is één jaar, die voor jeugdigen van zestien en
zeventien jaar maximaal twee jaar (art. 77i Sr).11 Voor jongeren tussen de twaalf
en achttien jaar geldt het jeugdstraf(proces)recht, dat een speciaal sanctiepakket
kent met een primair pedagogische insteek, alsmede eigen procedurele regels. Bij
de toepassing van sancties aan jongeren let de kinderrechter in belangrijke mate
op de persoonlijke kenmerken en de leefomstandigheden van de jonge verdachte.
Deze kunnen immers sterk verschillen per jongere.
Zoals de RSJ in het advies “Het jeugdstrafproces: Toekomstbestendig” (2011)
uiteen zette, betekent dit voor de RSJ dat al het strafrechtelijk handelen naar
jeugdige verdachten en veroordeelden er vooral op gericht moet zijn om hun
ontwikkeling te stimuleren, hen (opnieuw) op te voeden, te resocialiseren, voor
te bereiden op een betere toekomst door hen te weerhouden van een (verdere)
criminele carrière. De preventieve en pedagogische functies van het jeugdstrafrecht
moeten, meent de RSJ, prevaleren boven andere functies die strafrecht doorgaans
heeft, zoals vergelding en genoegdoening, afschrikking, herstel, en bescherming
(van de samenleving).
2.2 Huidige leeftijdsgrens in 1965 ingesteld
Door de geschiedenis heen zijn de ‘verwijtbaarheid van schuld’ en de
‘toerekeningsvatbaarheid’ van jongeren een terugkerend thema. Sinds de 19de eeuw
wordt een minimumleeftijd gehanteerd.
Nederland kreeg in 1886 een eigen Wetboek van Strafrecht. Er werd een
minimumleeftijdsgrens van tien jaar ingesteld omdat men ervan uitging dat
kinderen jonger dan tien jaar altijd zonder ‘oordeel des onderscheids’ handelden.12
In 1905 werd een Strafrechtelijke Kinderwet met een pedagogische grondslag
ingevoerd. Verondersteld werd dat jongeren (her)opgevoed konden worden omdat
   10 Ferwerda, 2001.
   11 Ook is het ten aanzien van jongeren van zestien of zeventien jaar mogelijk om in bepaalde situaties het volwassenstrafrecht toe te pas-
       sen (art.77b Sr.).
   12 Noordman, Rietveld-van Wingerden, Bakker, 2010.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>zij in ontwikkeling zijn. De leeftijdsgrens werd afgeschaft; men veronderstelde dat
de rijpheid per jeugdige verschilde. Daarnaast bestond er een groot vertrouwen
in de rol van de gevestigde autoriteiten op het gebied van de aanpak van
jeugdcriminaliteit. Met name in de jeugdrechter, die een arsenaal aan sancties
speciaal voor jongeren ter beschikking had, waardoor hij een op elke jeugdige apart
toegespitste straf kon opleggen. De jeugdige werd in de praktijk vooral gezien als
beschermingsobject.13
De Commissie Overwater rapporteerde in 1951 over de mogelijke herziening van
het jeugdstrafrecht waarbij vooral aandacht werd geschonken aan de herinvoering
van een minimum strafrechtelijke leeftijd. De Commissie overwoog om een grens
van veertien of zestien jaar in te stellen, maar heeft dit uiteindelijk verworpen.
Jongeren van veertien en vijftien jaar konden volgens de Commissie zodanig
crimineel gedrag vertonen, dat de maatregelen uit het burgerlijk recht tekort
zouden schieten. Daarbij konden jongeren van deze leeftijd volgens de Commissie
toerekeningsvatbaar worden geacht.
Voor twaalf- en dertienjarigen achtte de Commissie strafvervolging onder
bepaalde omstandigheden noodzakelijk. Wel werd de oplegging van bepaalde
straffen uitgesloten geacht.14 Uiteindelijk pleitte de Commissie voor een
minimumleeftijdsgrens van twaalf jaar, zij stelde:
“De strafvervolging van zeer jeugdige kinderen behoort wettelijk uitgesloten te zijn.
Van toerekeningsvatbaarheid in de zin van de strafwet zal bij hen niet of nauwelijks
sprake kunnen zijn, terwijl strafvervolging ten aanzien van hen een te zwaarwichtig
middel is, waarvan de strekking buiten hun bevatting ligt, en met het oog op het te
beschermen belang ook niet noodzakelijk.
Ten aanzien van deze kinderen kan men met de mogelijkheden van het burgerlijke
recht, de ondertoezichtstelling, ontzetting en ontheffing voldoende bereiken.”
In navolging van de Commissie Overwater is in 1965 het huidige jeugdstrafrecht
en strafprocesrecht met de leeftijdsgrens van twaalf jaar ingevoerd. Hoewel er
sindsdien nog wel vaker is gedebatteerd over deze strafrechtelijke minimumleeftijd
is deze nadien niet meer gewijzigd.15
2.3 Strafrechtelijke minimumleeftijd in internationaal kader
Landen die aangesloten zijn bij het Internationaal Verdrag inzake de Rechten
van het Kind (IVRK) hebben de verplichting om een minimumleeftijdsgrens
vast te stellen.16 Het IVRK geeft niet aan wat een aanvaardbare strafrechtelijke
minimumleeftijdsgrens is. Op grond van regel 4.1. van de UN Standard Minimum
Rules for the Administration of Juvenile Justice (ook bekend als de Beijing Rules)
   13  Bruning, Liefaard en Vlaardingerbroek, 2016.
   14  Commissie Overwater, 1951.
   15  Bol, 1991.
   16  Artikel 40 lid 3 sub a van het IVRK, zie ook UN Committee on the Rights of the Child (CRC), 2007, par. 3.1.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>mag de leeftijdsgrens niet te laag zijn en moet bij de vaststelling ervan rekening
worden gehouden met de ‘emotionele, mentale en intellectuele ontwikkelingen’ van
jongeren.17 Omdat de internationale gemeenschap geen consensus kan bereiken
over de leeftijdsgrens, kon geen eenduidige richtlijn geboden worden.18
In haar rol als toezichthouder op de implementatie van het IVRK vindt het VN-
Kinderrechtencomité (hierna: het Comité) dat een strafrechtelijke leeftijdsgrens
van twaalf jaar de internationale minimumstandaard moet zijn.19 Het Comité vindt
ook dat verdragsstaten die een lagere leeftijdsgrens hebben dan twaalf jaar, deze
moeten verhogen tot twaalf jaar en bij voorkeur naar veertien of zestien jaar. In het
verlengde hiervan roept het Comité landen met een hogere leeftijdsgrens op om
deze niet te verlagen tot twaalf jaar, zodat kan worden bewerkstelligd dat jeugdigen
zoveel mogelijk buiten het jeugdstrafrecht bejegend worden, met respect voor
hun mensenrechten en fundamentele vrijheden (artikel 40 lid 3 sub b IVRK).20 Het
Comité vindt dat de ideale leeftijdsgrens hoger ligt dan twaalf jaar; twaalf jaar zou
moeten worden gezien als het minimum dat internationaal aanvaardbaar is.
Het Comité heeft zich uitgesproken tegen een flexibele leeftijdsgrens. Bij een
flexibele leeftijdsgrens geldt een ondergrens met daarboven een bandbreedte
waarbinnen een jeugdige in het individuele geval, ingeval van bepaalde zware
strafbare feiten of vermeende maturiteit, wel aansprakelijk kan worden gehouden
(de zogenaamde doli (in)capax regel).21
Uit het IVRK vloeit ook voort dat jeugdigen bij voorkeur niet moeten worden
onderworpen aan een formele strafrechtelijke bejegening, hetgeen pleit voor
buitengerechtelijke afdoening (art. 40 lid 3 onder b IVRK). Bij elke interventie
naar aanleiding van een strafbare gedraging zouden de rechten van jongeren wel
moeten worden gewaarborgd. Onder invloed van internationale kinderrechten is
de afgelopen jaren meer aandacht gekomen voor de rechtspositie van jeugdige
verdachten. Zo is met name het recht erkend om te participeren in strafrechtelijke
procedures als onderdeel van het recht op een eerlijk proces (artikel 6 EVRM).22
De inrichting van ‘kindvriendelijke procedures’ dient aan te sluiten bij de leeftijd
en het ontwikkelingsniveau van de jeugdige; zij moeten zaken die hen aangaan
kunnen begrijpen en hiertoe worden voorbereid en bijgestaan.23 Anderzijds moet de
jeugdige ook leren respect te hebben voor rechten van anderen en begrijpen dat zij
respect voor de samenleving dienen te hebben. In het licht van deze ontwikkeling is
door wetenschappers wel bepleit om een leeftijdsgrens van ten minste veertien jaar
   17 Vgl. ook de Guidelines on childfriendly justice van de Raad van Europa uit 2010 waarin eenzelfde positie is ingenomen, zie Council of
       Europe 2010.
   18 Cipriani 2009.
   19 Zie UN Committee on the Rights of the Child (CRC), 2007, par. 32 en General Comment No. 10, 2007.
   20 Zie UN Committee on the Rights of the Child (CRC), 2007, para. 33.
   21 Zie UN Committee on the Rights of the Child (CRC), 2007, para. 34.
   22 De rechtspositie van minderjarigen in het strafrecht moet worden bezien in het licht van de Council of Europe, Guidelines of the Com-
       mittee of Ministers of the Council of Europe on Child-Friendly Justice, 2010.
   23 Ten aanzien van de betrokkenheid van ouders en een raadsman wordt in het strafproces uitgegaan van de leeftijd ten tijde van het
       delict.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                 12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>te hanteren.24 Onder die leeftijd zijn jeugdigen niet in staat om effectief een proces
te begrijpen en hierin te participeren, waardoor zij mogelijk verstoken blijven van
een eerlijk proces.25
2.4 Conclusie
De RSJ stelt dat de preventieve en pedagogische functies van het jeugdstrafrecht
moeten prevaleren boven andere functies die het strafrecht doorgaans heeft,
zoals vergelding en genoegdoening, afschrikking, herstel, en bescherming (van de
samenleving).
De RSJ concludeert dat het internationaal recht de rechtspositie van jongeren
beoogt te beschermen door een minimumleeftijd van twaalf jaar te eisen. Het VN-
Comité voor de rechten van het kind acht daarbij een hogere leeftijd dan twaalf jaar
wenselijker.
De bestudering van het internationale kader brengt ook nog een andere vorm van
argumentatie mee omtrent jongeren en strafrechtelijke vervolging. Niet alleen
is van belang in hoeverre zij aan dergelijke vervolging moeten/mogen worden
onderworpen omdat ze mogelijk niet als oorzaak van het eigen gedrag beschouwd
kunnen worden maar ook of zij, wanneer zij aan zo’n vervolgingsproces worden
onderwerpen, wel in staat zijn het te begrijpen.
   24 S. Rap; het recht om gehoord te worden, General Comment No. 12, 2017, Council of Europe, Guidelines of the Committee of Ministers
       of the Council of Europe on Child-Friendly Justice.
   25 Rap 2013; Weijers en Rap 2014.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                           13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 3: Strafrechtelijke minimumleeftijden in Europees perspectief
3.1 Jeugdstrafrecht in vergelijkend perspectief
Veel Europese landen hanteren een hogere leeftijdsgrens dan Nederland. Een
leeftijdsgrens van twaalf jaar of lager is eerder uitzondering dan regel. Een
overzicht van de strafrechtelijke minimumleeftijd in Europese en ons omringende
landen is opgenomen in bijlage III.
In 2009 raadde de toenmalig Commissaris voor de Raad voor de Mensenrechten
van Europa, Thomas Hammarberg, Nederland aan om de minimumleeftijdsgrens
voor strafrechtelijke aansprakelijkheid te verhogen naar het Europese gemiddelde
van veertien of vijftien jaar.26
De RSJ wijst erop dat geen enkel (jeugd)strafrechtssysteem zonder meer te
vergelijken is met het Nederlandse. De wetgeving, maar ook de context is veelal
anders. Voor een goede waardering van leeftijdsgrenzen in andere Europese
landen dient dan ook verder gekeken te worden dan de leeftijdsgrens als zodanig.
De strafrechtelijke minimumleeftijd dient onder meer te worden bezien in
samenhang met de uitvoering van het strafrecht en het jeugdbeschermings- en
jeugdhulpsysteem.
De RSJ heeft afgezien van een uitgebreide rechtsvergelijking. Wel is een blik
geworpen op een aantal ons omringende landen waarbij enerzijds gelet is op
vergelijkbaarheid en anderzijds op bepaalde unieke kenmerken van het systeem. Zo
liggen Duitsland, Scandinavische landen, zoals Denemarken, en ook Finland dicht
bij Nederland wat betreft hun pedagogische benadering van jeugddelinquentie.
Zwitserland en Schotland leveren, ondanks hun lagere leeftijdsgrenzen,
interessante voorbeelden die ter inspiratie kunnen dienen voor Nederland. Maar ook
in andere landen vallen bepaalde zaken op. Hieronder volgt een kort overzicht dat
zich beperkt tot een aantal voor Nederland relevante voorbeelden.
3.2 Jeugdstrafrecht en jeugdhulp in omringende landen
Denemarken heeft, afgezien van een korte periode tussen 2010-2012, altijd
een strafrechtelijke minimumleeftijdsgrens gehad van vijftien jaar, evenals
Noorwegen en Zweden.27 Net als de andere Scandinavische landen en Finland heeft
Denemarken geen apart jeugdstrafrecht. Uitgangspunt is dat jeugdige verdachten
op dezelfde wijze worden bejegend als ieder ander. Als belangrijkste uitzondering
geldt echter dat alle strafrechtelijke en overige regelgeving met betrekking tot
jeugdigen zich richt op herstel en geen punitieve (straffende) insteek kent. Elke
vorm van crimineel gedrag van jongeren wordt aangepakt door middel van niet-
vrijheidsbenemende maatregelen. Grensoverschrijdend gedrag, inclusief (ernstig of
minder ernstig) strafbaar gedrag, van jongeren onder de vijftien jaar wordt altijd
   26 Hammarberg 2009, p. 26; zie ook Crin.org 17 mei 2017.
   27 S. Rap, I. Weijers 2009; Killias, Redondo en Sarnecki 2015.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>door jeugdzorg opgevangen en voor jongeren van 15-17 jaar is er een variëteit
aan pedagogische maatregelen die in reactie op een strafbaar feit kunnen worden
ingezet en die door jeugdzorginstanties kunnen worden uitgevoerd. Hiertoe behoort
ook een vorm van zorg die vergelijkbaar is met gesloten jeugdzorg, waarmee ook
tegemoet kan worden gekomen aan de veiligheid in de samenleving. Nu de nadruk
in Denemarken sterk ligt op het vermijden van vrijheidsbenemende maatregelen
zijn rechters en jeugdzorgprofessionals in Denemarken ook voor jongeren van
17-21 jaar geneigd te kiezen voor pedagogische begeleiding door jeugdzorg in
plaats van vrijheidsbeneming.28 Een punt van aandacht in het Deense stelsel
is de rechtspositie van de jeugdige. De enorme aandacht die uitgaat naar een
pedagogische interventie lijkt ten koste te gaan van adequate rechtsbescherming.29
Dit laat onverlet dat Denemarken een sterke pedagogische oriëntatie en een hogere
leeftijdsgrens kent, hetgeen in de praktijk niet tot problemen of veel controverse
leidt.
In Zwitserland is de leeftijdsgrens, onder invloed van internationale kritiek, in
2003 verhoogd naar tien jaar.30 Dat is nog steeds lager dan twaalf jaar, maar het
Zwitserse systeem kent een zeer sterke pedagogische oriëntatie. Jeugdigen die in
aanraking komen met het strafrecht kunnen bovendien onder de leeftijd van vijftien
jaar niet worden gedetineerd in een strafrechtelijke instelling. Zij kunnen enkel
civielrechtelijke maatregelen opgelegd krijgen, waarvan sommige vergelijkbaar
zijn met de Nederlandse gesloten jeugdhulp, en begeleiding vindt plaats in
samenspraak met school en/of ouders.31 Binnen het Zwitserse jeugdstrafrecht
speelt de kinderrechter een zeer belangrijke rol. Enerzijds heeft de kinderrechter
een rol in het aansprakelijk stellen van de jeugdige, anderzijds is hij direct
betrokken bij de uitvoering van de interventies. Hierdoor is sprake van duidelijke
regievoering, iets waaraan het in Nederland, zoals later in dit advies blijkt, veelal
lijkt te ontbreken. De lage leeftijdsgrens heeft in Zwitserland eigenlijk nauwelijks
invloed op het gevoerde pedagogische beleid.
In Duitsland geldt een minimumleeftijdsgrens van veertien jaar. Het Duitse
jeugdstrafrecht richt zich vooral op buitengerechtelijke afdoening (diversie) en
pedagogische interventies die niet tot vrijheidsbeneming leiden. Het uitdrukkelijke
doel van het jeugdstrafrecht is het voorkomen van recidive en de re-integratie van
de jeugdige verdachte/dader. Dit strekt zich ook uit tot jongvolwassenen, aangezien
Duitsland, anders dan Nederland, een apart jongvolwassenenrecht heeft.32 Hoewel
recent ook wel meer punitieve trends waarneembaar zijn in het Duitse strafrecht
en het Duitse jeugdstrafrecht relatief hoge maximumstraffen kent, kan het als
een voorbeeld gelden voor Nederland in die zin dat het prima uit de voeten lijkt te
    28 A. Storgard, in: F. Dünkel, J. Grzywa-Holten, P. Horsfield, I. Pruin (Eds.) 2010, A. Storgard, 2004.
    29 Storgaard, 2010; zie ook Lappi-Seppälä 2015.
    30 S. Rap, I. Weijers, 2009, en zie bijvoorbeeld de kritiek van de CRC op de strafrechtelijk minimumleeftijd Zwitserland in Art. 3 JStG and
        CRC/C/CHE/CO/2-4 p 72a (Concluding Observations Switzerland 2015).
    31 Weidkuhn, 2017; Weidkuhn , interview mei 2017. Weidkuhn 2009; zie ook Dünkel 2014.
    32 Zie ook Killias, Redondo en Sarnecki 2015.
      Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                     15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>kunnen met een leeftijdsgrens van veertien jaar.33
Schotland kent een zeer lage leeftijdsgrens van tien jaar, maar kinderen kunnen
tot hun zestiende verjaardag buiten het strafrecht worden gehouden. Schotland
is in die zin bijzonder omdat het tot 2010 een strafrechtelijke minimumleeftijd
hanteerde van ‘slechts’ acht jaar, die in 2010 is verhoogd naar tien jaar. Maar ook
hier werd en wordt de meerderheid van de verdachte jongeren niet strafrechtelijk
vervolgd.34 Verdachte jongeren tussen acht en zestien jaar worden doorgaans
doorgestuurd naar een ‘children’s hearing’. Deze hoorzittingen worden geleid door
vrijwilligers die een ‘tribunaal’ vormen. Het tribunaal bepaalt of een kind en diens
gezin een vorm van hulpverlening opgelegd krijgen. Alleen bij ernstige misdrijven
wordt soms strafrechtelijk vervolgd. Vanaf zestien jaar vallen jeugdigen onder het
volwassenenstrafrecht. In december 2016 heeft de Schotse overheid besloten de
minimumleeftijd in 2018 verder te verhogen naar veertien jaar.35 Schotland is een
voorbeeld van een ‘welzijnssysteem’ waarbij de nadruk sterk ligt op bescherming en
hulpverlening en waarbij strafbaar gedrag bij jeugdigen wordt beschouwd als een
aanwijzing dat hulpverlening nodig is.36
Ook in Ierland geldt dat kinderen vanaf twaalf jaar strafrechtelijk aansprakelijk
kunnen zijn, maar pas vanaf veertien jaar worden vervolgd.37 Frankrijk hanteert
een leeftijdsgrens van dertien jaar, maar jeugdigen kunnen pas vanaf vijftien
jaar worden gedetineerd. Dit zijn allemaal voorbeelden van een de facto hogere
leeftijdsgrens, hetgeen enerzijds laat zien dat de leeftijdsgrens een betrekkelijk
gegeven is en anderzijds dat het strafrecht eigenlijk geen plaats heeft voor
jongeren onder de vijftien jaar. De verhouding tussen de minimumleeftijdsgrens en
het vervolgingsbeleid ligt in Nederland anders; in Nederland worden kinderen vanaf
twaalf jaar ook daadwerkelijk strafrechtelijk vervolgd.
3.3 Conclusie
De RSJ is gevraagd om ook te kijken naar de minimum leeftijd voor het strafrecht
in Europa.38 De gemiddelde strafrechtelijke minimumleeftijd in Europa is veertien
jaar. Veel van de ons omringende landen hebben een hogere leeftijdsgrens dan
Nederland, waarbij bovendien een sterke pedagogische oriëntatie geldt. Zelfs
in landen waar de strafrechtelijke minimumleeftijd lager is dan in Nederland,
worden jongeren veelal niet strafrechtelijk gesanctioneerd voor het veertiende of
vijftiende levensjaar, maar wordt naar pedagogische interventies gezocht, binnen
het strafrecht, dan wel in het kader van jeugdbescherming of jeugdhulp. Dit kan
evenwel leiden tot plaatsing in een (gesloten) residentiële instelling.
    33  Dünkel, 2014.
    34  I. Weijers, T. Grisso, 2009.
    35  https://news.gov.scot/news/minimum-age-criminal-responsibility, geraadpleegd op 4 juli 2017.
    36  Rap en Weijers, 2009.
    37  Rap, 2013.
    38  Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft gevraagd aandacht te besteden aan Europese landen waar de leeftijd van strafrechtelijke
        aansprakelijkheid hoger ligt dan 12 jaar; zie bijlage I.
      Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                   16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>De RSJ stelt op basis van de inzichten in de verschillende Europese straf- en
jeugdhulpstelsels vast dat er binnen Europa geen consensus bestaat over de
vraag wat de ideale leeftijdgrens is (lees: veertien, vijftien of zestien jaar?). Een
leeftijdsgrens van ten minste veertien jaar lijkt breed gedragen binnen Europa
en dan met name in de ons omringende landen. Deze landen verschaffen de RSJ
eveneens het inzicht dat het uiteindelijk gaat om wat er aan interventies beschikbaar
is voor jongeren aan beide kanten van de leeftijdsgrens. Daarbij lijkt essentieel dat
sprake is van duidelijke regievoering door één bepaalde instantie, de kinderrechter,
die voldoende kennis heeft van het belang van een pedagogische interventie, what
works-beginselen en een adequate rechtspositie voor de jongere.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 4. De minimumleeftijd bezien vanuit de hersenontwikkeling
en ontwikkelingspsychologie bij jeugdigen
4.1. Omgaan met verwijtbaarheid van schuld en strafrechtelijke aansprakelijkheid
bij jeugdigen
Jongeren zijn in Nederland strafbaar vanaf twaalf jaar. Een ‘ontwikkelingssprong’
rond de leeftijden die nu gehanteerd worden ter afbakening van het
jeugdstrafrecht is lastig aan te wijzen. Er zijn geen evidente momenten in de
hersenontwikkeling van kinderen en jongeren die het onderscheid tussen ‘kind’
en ‘jongere’ rechtvaardigen, laat staan dat er duidelijke markeringen bestaan
inzake toerekeningsvatbaarheid.39 Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat
de hersenrijping haar voltooiing bereikt rond de leeftijd van drieëntwintig à
vijfentwintig jaar.40 Hieruit blijkt dat belangrijke hersenfuncties gedurende de
gehele jeugd tot in de jongvolwassenheid in ontwikkeling blijven. Zolang de
hersenen nog in ontwikkeling zijn, moet er terughoudend omgegaan worden met de
verwijtbaarheid van schuld en de strafrechtelijke aansprakelijkheid.
Duidelijk is wel dat de ontwikkeling van jongeren (hersenontwikkeling, sociaal-
psychologische ontwikkeling) over het algemeen nog niet zodanig is dat ze op
de zelfde manier verantwoordelijk gesteld kunnen worden voor hun gedrag en
handelen als (normaal functionerende) volwassenen.
4.2 Leeftijdsgrens in het strafrecht is moeilijk te bepalen
Vanuit neurowetenschappelijk perspectief is het lastig om een exacte leeftijdsgrens
te bepalen voor het jeugdstrafrecht. Het is duidelijk dat de hersenontwikkeling
met de jaren groeit en dat de inzichten en vaardigheden daarmee ook toenemen.
De hersenontwikkeling en de ontwikkeling van deze inzichten en vaardigheden
verschillen overigens sterk per individu. Bovendien wordt deze ontwikkeling
mede beïnvloed door de context waarin jongeren opgroeien. Ouders, school maar
bijvoorbeeld ook sociale media hebben invloed op deze ontwikkeling. Vanuit
neurofysiologisch en psychosociaal ontwikkelingsperspectief is het hanteren van
een strakke leeftijdsgrens geen optie. Ten eerste is daarvoor de variatie binnen de
populatie jeugdigen veel te groot. Ten tweede is ontwikkeling een glijdende schaal:
er is geen duidelijke leeftijd aanwijsbaar wanneer iemand voldoende ontwikkeld
en competent is om als oorzaak van eigen handelen beschouwd te worden. Ten
derde is ontwikkeling een individueel sterk variërend proces: de ene jongere is
eerder uitontwikkeld dan de andere, waarbij er bij bijvoorbeeld jongeren met een
stoornis op geen enkele leeftijd sprake zal zijn van volledige en leeftijdsconforme
ontwikkeling.
De RSJ oordeelt dat de mate van verwijtbaarheid zodoende niet op basis van
leeftijd alleen vastgesteld kan worden. De leeftijd van iemand zou een betrouwbare
indicatie moeten zijn voor de mate waarin iemand competent en capabel genoeg
   39 Paus e.a. 2001; Casey. e.a. 2008 (De bovengrens van het adolescentenstrafrecht kent wel een neurowetenschappelijke rationale).
   40 Crone, 2008.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                              18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>is om als oorzaak van het eigen handelen beschouwd te kunnen worden, en dus
verwijtbaar en strafrechtelijk aansprakelijk geacht mag worden. Echter, het blijkt
om verschillende redenen geen betrouwbare indicatie. Er zijn grote verschillen de
ontwikkelsnelheid van jongeren. Het zou daarom onrechtvaardig zijn alle jongeren
over één kam te scheren.
Tegelijkertijd heeft het hanteren van een leeftijdsgrens wel een functie. De
grens draagt bij aan rechtszekerheid en dient als markeringspunt waarmee een
samenleving ten aanzien van een bepaalde groep jongeren veronderstelt dat deze
niet kan worden aangesproken in strafrechtelijke zin.
4.3 Toepassen van het rechtvaardigheidsbeginsel
We menen doorgaans dat iemand alleen verantwoordelijk geacht kan worden voor
diens handelen als hij zelf bewust, intentioneel en voldoende competent en capabel
is om de oorzaak van dat handelen te kunnen zijn geweest. Hij moet in staat
zijn geweest het eigen handelen voldoende te controleren. Dat vergt een gezond
werkende geest, inschattings-, empathisch en probleemoplossend vermogen en een
zekere intelligentie. En die hangen nauw samen met voldoende gerijpte en goed
werkende hersenen. Als die vermogens onvoldoende aanwezig zijn bij iemand, is
hij niet in staat het eigen handelen voldoende te controleren en kan diegene ook
niet als de oorzaak van dat handelen beschouwd worden. Wie niet de oorzaak van
het eigen handelen is, kan niet verantwoordelijk gesteld worden voor dat handelen.
Zouden we dat wel doen, dan zouden we iemand daarmee onrecht doen en hem ten
onrechte schade toebrengen.
4.4 Essentiële ontwikkeling rond het veertiende levensjaar
Om vast te kunnen stellen in hoeverre jongeren verantwoordelijk gesteld kunnen
worden voor normoverschrijdend gedrag, is onderzoek naar biologische en
psychologische ontwikkeling geraadpleegd. Onderzoek naar de biologische en
psychologische ontwikkeling van jeugdigen leert dat (normaal begaafde) jeugdigen
gemiddeld pas tussen het vijftiende en zeventiende levensjaar in cognitief opzicht
vergeleken kunnen worden met volwassenen.41 Jeugdigen zijn bij benadering tot
een jaar of veertien slechts beperkt in staat hun gedrag te begrijpen, te sturen of
te beïnvloeden. Tot deze leeftijd is de impulsbeheersing en het vermogen om in het
eigen handelen rekening te houden met de consequenties beperkt ontwikkeld.42
Jongeren onder de veertien jaar missen dus zowel het vermogen om gedrag
te begrijpen, te sturen en te beïnvloeden als het vermogen om effectief een
strafproces te begrijpen en hierin te participeren (zie hoofdstuk 2).43
   41 TK 2011-2012, 28 741 Jeugdcriminaliteit Nr. 19, 22 februari 2001; Doreleijers, Fokkens, 2010.
   42 Neurowetenschappelijke toepassingen in de jeugdstrafrechtketen, WODC, 2017.
   43 Rap 2013; Weijers en Rap 2014.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                  19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>4.5 Conclusie
De RSJ stelt vast dat onderzoek naar hersenontwikkeling en impulsbeheersing
aantoont dat jongeren in het algemeen voor hun veertiende jaar slecht in staat
worden geacht om de consequenties van hun grensoverschrijdend gedrag te
overzien. Er zijn echter geen evidente momenten in de hersenontwikkeling van
kinderen en jongeren die het onderscheid tussen ‘kind’ en ‘jongere’ rechtvaardigen,
laat staan dat er duidelijke markeringen bestaan inzake hun strafrechtelijke
aansprakelijkheid.
Zoals hierboven vermeld is wel door wetenschappers vastgesteld dat kinderen
onder de veertien jaar niet in staat zijn om effectief een strafrechtproces te
begrijpen en hierin te participeren. Jeugdigen hebben het recht op een eerlijk
proces en daarbij hoort dat zij in staat moeten zijn om effectief te participeren
in jeugdstrafprocedures. Voor kinderen onder de veertien jaar is het niet
mogelijk om effectief te participeren in een strafrechtproces. Dit gegeven stelt
zorgvuldigheidseisen aan de kindvriendelijkheid van de procedure, maar pleit
bovenal een hogere leeftijdsgrens dan twaalf jaar.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 5: Aanpak jonge daders in jeugdstrafrecht en jeugdhulp
Een beschrijving van het huidige strafrechtstelsel en jeugdhulpstelsel is in bijlage VI
opgenomen.
5.1 Zorgpunten bij aanpak jeugdige verdachten en jonge daders via het strafrecht
Het jeugdstrafrecht richt zich primair op het individu
De recidivecijfers van jonge daders zijn hoog.44 Uit onderzoek blijkt een beperkte
effectiviteit van het jeugdstrafrecht, hiervoor is een aantal redenen aan te dragen.
Zo is het strafrecht gericht op het strafrechtelijk gedrag van het individu (de dader),
terwijl het civielrecht zich richt op kind én gezin. De omgeving van de jongere is
immers van invloed op het gedrag van de jongere. Tussen veertien en zestien jaar
prevaleert een systeemaanpak boven een individuele aanpak: het jeugdstrafrecht is
sterk gericht op het sanctioneren van het individu. De (civiele) jeugdhulp richt zich
op mede op de omgeving van de jongere, die grote invloed heeft op zijn gedrag.
Deze is daardoor effectiever. Vanaf een jaar of zestien zijn effectieve behandelingen
meer gericht op de zelfstandige toekomst van het kind en daarmee niet of minder
op de omgeving gericht. Individuele therapie voor 16-18-jarigen blijkt - met name
als sprake is van zowel crimineel gedrag als middelen misbruik - effectiever dan
gezinstherapie.45
Het (jeugd)strafrecht is primair gericht op het individu, terwijl de jeugdhulp zich
vooral ook richt op de sociale context. Boven de zestien jaar blijkt dat minder
relevant.
Aansprakelijkheid van ouders in het jeugdstrafrecht ontbreekt
In het jeugdstrafrecht wordt uitgegaan van een met de leeftijd toenemende
verantwoordelijkheid. Jongeren onder de veertien jaar zijn nog slechts in beperkte
mate in staat zelfstandig verantwoordelijkheid te nemen voor hun daden. In
civielrechtelijk opzicht zijn de ouders nog aansprakelijk voor de door de twaalf- of
dertienjarige verdachte veroorzaakte schade. Het begrip van het strafproces is bij
jongeren (zoals hiervoor toegelicht) nog beperkt.
Snelheid van het strafproces
Ook speelt het gebrek aan beschikbare informatie en lange duur van een
strafproces een rol. Een lange doorlooptijd van het strafproces verkleint mogelijk
ook de effectiviteit van het strafrecht, zeker in relatie tot de snelle ontwikkeling die
jongeren doormaken.46 Jeugdigen zijn mede daardoor slecht in staat om de straf te
koppelen aan de misdaad.
Door de traagheid van het huidige formele strafrecht is effectief straffen niet
   44 Zie bijlage V.
   45 Van der Pol, Hoeve, Vermeiren, 2017.
   46 Zie ook: T. van Ham, F. Beke, 2016.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                       21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>mogelijk: wanneer er veel tijd tussen de straf en de (wan)daad zit, zien jongeren
moeilijker het verband tussen beide. Alleen al om pedagogische redenen zijn
jongeren gebaat bij een ‘lik op stuk’-aanpak, waarin zij snel worden geconfronteerd
met het leed of letsel dat zij hebben berokkend. Wanneer een strafproces
plaatsvindt, gaat er veel tijd overheen voor een rechter tot een uitspraak komt.
Onderzoek laat voorts zien dat jongeren onder de leeftijd van grofweg veertien
jaar moeite hebben om effectief te participeren in een strafrechtelijke procedure.47
Jongeren zijn in het algemeen -dus wanneer sprake is van minstens normale
begaafdheid- pas vanaf hun veertiende jaar in staat zich een adequate voorstelling
te maken van wat het betekent om voor de rechter te verschijnen op last van een
officier van justitie.48 Bovendien zijn jongeren alleen al vanwege pedagogische
redenen gediend bij een ‘lik op stuk’-aanpak, waarin zij snel worden geconfronteerd
met het leed of letsel dat zij hebben berokkend. Dit pleit voor afdoening buiten het
formele strafrecht.
Stigmatiserende werking van het strafrecht
Stigmatiserende werking met negatieve consequenties: ook dient de potentiële
stigmatisering van het jeugdstrafrecht voor jongeren te worden meegewogen. De
strafrechtelijke procedure en afdoening kan lang doorwerken en de kansen van
jongeren om te worden toegelaten tot een opleiding, stage of werk reduceren. Dit
heeft met andere woorden gevolgen voor hun re-integratie en ontstaan nieuwe
risico’s op delinquent gedrag.
Achtergrond van jongeren die met strafrecht in aanraking komen
Bij de jeugdigen die strafrechtelijk vervolgd worden is er vaak sprake van een licht
verstandelijke beperking (LVB).49 Wanneer er sprake is van LVB zijn jeugdigen
nog beperkter in staat om hun gedrag te begrijpen, te sturen en te beïnvloeden.
Bovendien is bij jeugdigen in het strafrecht in respectievelijk 30% (politiecontacten)
en 90% (gedetineerde jeugdigen) van de gevallen sprake van psychische
stoornissen die hun inschattings-, empathisch en probleemoplossend vermogen
ernstig kunnen aantasten.50
Recente inzichten in de gezins- en peergroupdynamiek tonen aan dat dé criminele
jeugdige niet bestaat. Talloze omgevingsfactoren spelen een rol in de hersen-,
psychologische en gedragsontwikkeling van kinderen en jeugdigen.51 Dit kan zich
ten goede of ten kwade keren. Impulsiviteit en een gebrek aan empathie zijn
ingrediënten voor het ontstaan van crimineel gedrag. Diverse onderzoeken wijzen
op de samenhang tussen crimineel gedrag van ouders en crimineel gedrag van
jongeren.52 Kinderen van ouders die impulsief zijn en een gebrek aan empathie
    47  Rap, Huijer en Hepping, 2016.
    48  SER, 2009.
    49  Van Nieuwenhuijzen, Orobio de Castro en Matthys, 2006; Weijers, Hepping, Kampijon, 2010.
    50  Doreleijers, Moser, Thijs, Van Engeland, Beyaert, 2000.
    51  Matthys, 2011; Weijers, 2009.
    52  Ferwerda, Jakobs en Beke, 1996.
      Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>hebben, lopen meer risico om zelf (later) ook crimineel gedrag te vertonen. Deels is
de oorzaak genetisch, maar deels ook opvoedkundig.
5.2 Krachtige aspecten van een effectieve aanpak
Genoegdoening
Het strafrecht biedt een vorm van genoegdoening voor slachtoffers. De
genoegdoening voor slachtoffers is ook van belang in een situatie waar een
jeugdige delinquent is. De RSJ meent dat aan dit belang van het slachtoffer binnen
het civielrecht op een alternatieve wijze invulling kan worden gegeven en signaleert
hierin nieuwe ontwikkelingen (zoals peergroup mediation). Bij kinderen onder de
veertien jaar zijn ouders in het civielrecht bovendien aansprakelijk voor de door
hun kinderen veroorzaakte schade. De RSJ constateert dat door middel van het
civielrecht ook genoegdoening kan worden gerealiseerd.
Breekijzerfunctie
De RSJ heeft bijvoorbeeld ook kennisgenomen van de genoemde voordelen die
het jeugdstrafrecht -‘een breekijzer’- voor hulpverleners zou kunnen bieden.
Hulpverlening kan als bijzondere voorwaarde bij een vonnis worden opgelegd.
Het niet meewerken aan de hulpverlening werkt dan als een ‘stok achter de deur’
voor delinquenten en hun ouders, aangezien bij overtreding van die voorwaarde
alsnog een voorwaardelijk opgelegde straf ten uitvoer kan worden gelegd. De
RSJ constateert dat in het civiele recht ook voorwaarden kunnen worden gesteld
aan het meewerken met hulpverlening, maar neemt ook het standpunt in dat
het jeugdstrafrecht als ‘breekijzer’ geen overtuigend argument oplevert tegen
verhoging van de minimumleeftijdsgrens van 12 naar 14 jaar.
Ernstige delicten
Wanneer er sprake is van zeer ernstige delicten gepleegd door zeer jonge
daders (onder de twaalf jaar) is het te begrijpen dat de samenleving vraagt om
strafrechtelijke vervolging van de daders. De RSJ heeft oog voor de argumenten in
de samenleving om de strafrechtelijke minimumleeftijd te verlagen. Ondanks deze
argumenten acht de RSJ een verlaging niet passend. De RSJ constateert dat juist
bij deze jonge daders de focus moet liggen op de behandeling van de stoornis en/of
verstandelijke beperking. Het strafrecht is hierop gericht, maar deze behandelingen
zijn ook langs andere wettelijke wegen (vaak langduriger) mogelijk, zoals de
BOPZ53 en jeugdbeschermingsmaatregelen. Het gaat om zeer kleine aantallen zware
delicten gepleegd door zeer jonge daders. De RSJ is van mening dat de essentie
van een effectieve reactie op jeugddelinquentie vooral zit in de kwaliteit van de
aanpak van jonge daders en minder in de leeftijdsgrens.
Afschrikkende werking
De afschrikkende werking van het strafrecht vervalt indien jongeren onder de
   53 BOPZ staat voor Bijzondere opneming in psychiatrische ziekenhuizen.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                              23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>veertien jaar niet langer strafrechtelijk kunnen worden vervolgd. Ter illustratie:
jongeren van twaalf en dertien jaar zouden bij criminele activiteiten ongestraft
gebruikt kunnen worden als ‘loopjongens’ van hun oudere vrienden/broers. De
RSJ is van oordeel dat jongeren die in een dergelijke kwetsbare positie zijn dat zij
vrienden of broers hebben in het criminele circuit, vooral tegen zichzelf beschermd
moeten worden. Jeugdbescherming biedt hiervoor het geëigende instrumentarium.
Sancties of maatregelen
De RSJ constateert dat de evidence-based instrumenten en maatregelen die
vaak als voorwaardelijke maatregel in een strafrechtproces worden ingezet,
exact hetzelfde zijn als die vrijwillig of civielrechtelijk worden ingezet. De enige
maatregel die niet civielrechtelijk kan worden ingezet is de jeugddetentie. Deze
wordt in de praktijk ook nu al niet of nauwelijks ingezet voor jongeren onder de
veertien jaar. Derhalve constateert de RSJ dat de toepassing van het strafrecht voor
jeugdige delinquenten geen toegevoegde waarde heeft bij de effectieve aanpak van
jeugdigen.
5.3 Zorgpunten bij aanpak jeugdige verdachten en jonge daders via huidige
jeugdhulp
De RSJ heeft een aantal zorgen over de huidige jeugdhulpverlening in de praktijk.
Effectieve aanpak
De RSJ stelt vast dat de huidige vrijwillige jeugdhulp en de jeugdbescherming niet
altijd voldoende in staat zijn om een effectieve aanpak te bieden voor jongeren
die zorg behoeven. De behoefte van professionals om het jeugdstrafrecht als
‘breekijzer’ te gebruiken om jeugdhulp in gang te zetten, illustreert de beperkingen
van de jeugdhulp en de jeugdbescherming om gedrag effectief aan te pakken.
Complexiteit jeugdketen
De RSJ constateert dat de jeugdketen complex is en druk (met veel verschillende
organisaties) wat de effectiviteit niet ten goede komt. Daar waar de civielrechtelijke
bescherming van het kind in beeld komt neemt de complexiteit van de jeugdketen
verder toe. Veilig Thuis, de gecertificeerde Instellingen en de Raad voor de
Kinderbescherming zijn naast de vrijwillige hulpverlening gepositioneerd. Veel
hulpverleners in het vrijwillige kader geven aan dat de rolverdeling tussen
deze drie partijen in de praktijk niet altijd helder is waardoor vertraging en
afstemmingsproblemen ontstaan.54
Vroegsignalering en vroeginterventie
De RSJ ontdekte tijdens het onderzoek dat Nederland slechts op zeer beperkte
    54 TK 2016–2017, (2017Z11483), Brief Staatssecretaris VWS aan Voorzitter Tweede Kamer Betreffende jeugdhulp in strafrechtelijk kader, 18
        september 2017.
      Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                               24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>schaal gestructureerde en methodische ‘vroegsignalering’ en ‘vroeginterventie’
toepast. Hoewel exacte cijfers over het gebruik van gedragsinterventies ontbreken,
blijkt uit navraag onder professionals dat slechts een klein deel van de Nederlandse
gemeenten de erkende interventies (consequent) gebruikt. Dit geldt zowel voor
de aanpak van 12-minners als voor de aanpak van jonge daders (12-15 jaar) (zie
bijlage IV voor details). Dit zou mede veroorzaakt kunnen worden doordat er bij
jeugdbeschermingsmaatregelen in de praktijk onvoldoende diagnostisch onderzoek
beschikbaar is of wordt aangevraagd, bijvoorbeeld door gebrek aan budget en
te lange wachtlijsten. Het onvoldoende doen van diagnostisch onderzoek leidt
tot minder effectieve behandelingen: er is immers niet voldoende kennis over de
oorzaak van problemen en/of gedrag aanwezig.
Therapie gericht op de omgeving
Het strafrecht en de jeugdhulp zijn twee aparte werelden die onvoldoende op elkaar
aansluiten. Hiermee wordt bedoeld dat de huidige jonge daders (12-15 jaar) via
het strafrecht nog onvoldoende jeugdhulp krijgen en er derhalve geen sprake is van
synergie tussen straf en hulp. Therapie gericht op de omgeving van de jeugdige is
voor 16-minners effectiever dan individuele therapie. Daarentegen blijkt individuele
therapie voor 16-18-jarigen juist effectiever dan gezinstherapie. Het huidige
(jeugd)strafrecht is voor alle leeftijdsgroepen primair gericht op het individu. De
jeugdhulp richt zich vooral ook op de sociale context, wat voor 16-minners relevant
is. Boven de zestien jaar is deze sociale context minder relevant. Concluderend ziet
de RSJ hierin aanleiding om vast te stellen dat de minimum strafrechtelijke leeftijd
niet verder moet worden verhoogd dan zestien jaar.55
5.4 Conclusie
Het jeugdstrafrecht in het algemeen en de verhoging van de minimumleeftijdsgrens
in het bijzonder hangen nauw samen met de jeugdhulpverlening. Het tijdig
onderkennen van gedragsproblematiek bij kinderen en het inschakelen van gepaste
jeugdhulp is cruciaal bij het voorkomen van (jeugd)criminaliteit op latere leeftijd.
De RSJ onderkent een aantal zorgpunten in het jeugdstrafrecht. De hierboven
genoemde zorgpunten hebben betrekking op de aandacht voor het individu, de
aansprakelijkheid van ouders, de snelheid van het strafproces, de stigmatiserende
werking van het strafrecht en de achtergrond van jongeren die met strafrecht in
aanraking komen. Ook worden vijf krachtige aspecten van strafrecht besproken. De
RSJ concludeert dat deze aspecten ook door civielrecht kunnen worden ingevuld.
Het gaat daarbij om genoegdoening, de breekijzerfunctie, ernstige delicten,
afschrikkende werking en het opleggen van sancties of maatregelen.
De RSJ onderkent ook een aantal zorgpunten in de jeugdhulp. De hierboven
genoemde zorgpunten hebben betrekking op een effectieve aanpak, de complexiteit
   55 Van der Pol, Hoeve, Vermeiren, 2017.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                      25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>van de jeugdketen, vroegsignalering en vroeginterventie en therapie gericht op de
omgeving.
Een uitdaging is niet alleen om te bepalen hoe en op welke leeftijd jeugdige
verdachten gestraft zouden moeten worden maar hoe men met deze jongeren
omgaat, nadat maar vooral vóórdat zij de fout in gaan. Investeringen in kennis,
kunde en samenwerking om jeugdigen en hun gezin/omgeving goed te begeleiden,
zijn noodzakelijk om (recidive van) crimineel of grensoverschrijdend gedrag zoveel
mogelijk te voorkomen.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Hoofdstuk 6 Conclusie en aanbevelingen
6.1 Conclusie
De RSJ komt tot de conclusie dat de strafrechtelijke minimumleeftijd
verhoogd moet worden naar ten minste veertien jaar. Voor de RSJ is het
belang van rechtszekerheid het doorslaggevende argument voor het hanteren
van een duidelijke minimum leeftijdsgrens. De belangen van slachtoffers kunnen
buiten het strafrechtelijk kader behartigd worden doordat ze een plaats hebben of
krijgen in civielrechtelijke interventies. Daarnaast zijn ouders ook in het civielrecht
aansprakelijk voor schade door kinderen tot veertien jaar. Tot slot zijn slachtoffers
indirect gediend met het terugdringen van recidive. De RSJ constateert dat de
verwijtbaarheid van strafbaar gedrag bij jongeren afhankelijk is van de ontwikkeling
van een individueel kind. De RSJ adviseert om de strafrechtelijke leeftijd te
verhogen naar ten minste veertien jaar. Dit advies is gebaseerd op de volgende drie
hoofdbevindingen:
1. Nederland is gebonden aan het Internationaal Verdrag inzake de
    Rechten van het Kind (IVRK). Dit verdrag schrijft voor dat een minimum
    leeftijd gehanteerd moet worden waarop jeugdigen strafrechtelijk aansprakelijk
    zijn. Het VN-kinderrechtencomité stelt dat deze leeftijdsgrens idealiter op
    minstens veertien jaar ligt.
2. Een jeugdige komt pas in aanmerking om strafrechtelijk vervolgd
    te worden als hij competent en capabel is om de consequenties
    van eigen handelen te overzien. Vanuit ontwikkelingsperspectief gezien
    is de verwijtbaarheid van het gedrag van jongeren afhankelijk van de
    hersenontwikkeling en de gerelateerde ontwikkeling van functies zoals het
    kunnen inschatten van consequenties.
3. Om toch tot een algemeen geldende minimumleeftijd te komen, moet
    de leeftijd waarop een jeugdige snapt wat er in het strafrechtelijk
    proces gebeurt worden gehanteerd. Degene die onderworpen is aan een
    strafrechtelijk proces, moet minstens begrijpen wat er met hem in dit proces
    gebeurt. Hij moet effectief kunnen participeren in een strafrechtelijk proces.
    Dat houdt in dat een procesdeelnemer afdoende kennis en inzicht moet hebben
    van de aard van het strafproces, en van wat de weerslag van de procedure kan
    zijn.56 Het zou onrechtvaardig zijn iemand een strafproces te laten ondergaan
    dat diegene niet begrijpt. Het proces kan immers vergaande consequenties
    hebben. De meeste jongeren blijken pas vanaf hun veertiende te snappen wat
    er gebeurt in een strafrechtelijk proces. Dat geeft aanleiding om deze leeftijd als
    minimum te nemen. Dit is twee jaar hoger dan de huidige gestelde leeftijdgrens.
De RSJ adviseert om de minimumleeftijd naar minstens veertien en maximaal
zestien jaar te verhogen. Jongeren onder de zestien jaar zijn gebaat bij hulp die
gericht is op de omgeving. Jongeren boven de zestien jaar zijn meer gebaat bij een
individuele aanpak. De RSJ ziet hierin aanleiding om vast te stellen dat de minimum
   56 EHRM 15 juni 2004.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                      27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>strafrechtelijke leeftijd naar maximaal zestien jaar verhoogd moet worden.
Voor jongeren van zestien jaar sluit het strafrecht voldoende mogelijkheden die
aansluiten bij hun ontwikkeling.
Deze verhoging van de leeftijdsgrens moet gepaard gaan met een verdere
verbetering van de jeugdhulp. Vrijwillige of gedwongen jeugdhulp geniet te
allen tijde de voorkeur boven het strafrecht. Maar jeugdhulp kan alleen voorkómen
dat kinderen later in aanraking komen met het strafrecht wanneer de jeugdhulp
effectief is. Dan pas kan jeugdhulp ervoor zorgen dat kinderen opgroeien en zich
ontwikkelen in een beschermende en stimulerende context. De RSJ wil zich met
dit advies daarom niet alleen een voorstander tonen van een verhoging van de
strafrechtelijke minimumleeftijd, maar tevens het belang van investering in de
(door)ontwikkeling van een effectievere jeugdketen benadrukken. Deze suggestie is
gebaseerd op de volgende bevindingen:
a. Recidive kan door effectieve jeugdhulp worden voorkomen: Uit onderzoek
    blijkt dat kinderen onder de twaalf jaar die een delict plegen een verhoogd
    risico hebben op recidive. Een vroegtijdige effectieve aanpak van jonge daders
    is daarmee cruciaal om delicten in de toekomst te voorkomen. Over de huidige
    aanpak van kinderen onder de twaalf jaar en met name het gebrek aan
    vroegsignalering en vroeginterventie met erkende gedragsinterventies werden
    door professionals zorgen geuit.
b. Jeugdhulp biedt de kans om vroegtijdig in te grijpen: Strafrecht, de
    gedwongen hulp en de jeugdhulp zijn aparte werelden met onvoldoende
    onderlinge afstemming en aansluiting. Dit betekent dat de huidige jonge
    verdachten (12-15 jaar) via het strafrecht nog onvoldoende met jeugdhulp
    in aanraking komen. Een belangrijke oorzaak is dat de risicogezinnen die wel
    gesignaleerd worden, niet worden gevolgd op inzet en gebruik van jeugdhulp.
    Pas bij een flinke criminele carrière (en wanneer bijvoorbeeld jeugdreclassering
    wordt opgelegd) komt er jeugdhulp in beeld via het strafrecht. Ook via het
    systeem van de zorgmeldingen lijken de jongste daders niet bij de jeugdhulp
    terecht te komen.
c. Civielrecht kan beter benut worden: De geïnterviewde professionals geven
    aan dat de huidige vrijwillige jeugdhulp en de jeugdbescherming niet altijd
    voldoende in staat zijn om een effectieve aanpak aan te leveren. De behoefte
    van professionals om het jeugdstrafrecht als ‘breekijzer’ te gebruiken om
    jeugdhulp in gang te zetten, illustreert de beperkingen van de jeugdhulp en de
    jeugdbescherming om gedrag effectief aan te pakken. De RSJ constateert dat de
    breekijzerfunctie ook met civielrechtelijke maatregelen gerealiseerd kan worden.
d. Bezuiniging mag geen reden zijn om de strafrechtelijke minimumleeftijd
    te verhogen: Een verhoging van de strafrechtelijke leeftijd van jeugdigen naar
    veertien jaar zou een bezuiniging van 4,5 miljoen euro op de begroting van
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                      28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>    het ministerie van Justitie en Veiligheid betekenen. De RSJ benadrukt dat een
    passende reactie op strafbaar gedrag niet in de eerste plaats door een financiële
    overwegingen zou moeten zijn ingegeven. De RSJ adviseert daarentegen juist te
    investeren in de (verbetering van de) jeugdhulpketen.
e. Rechtspositie van de jongere in het civiel recht verdient verbetering.
    De rechtspositie van de jongere in het strafrecht is beter dan in het civiele
    recht. Bij mogelijke verhoging van de strafrechtelijke minimumleeftijd komen
    meer jongeren in de jeugdhulp terecht zoals ook waar te nemen in enkele
    Noord-Europese strafrechtstelsels. De jongeren ontberen dan vaak de specifieke
    rechtspositie die juist voor hen zo van belang is en die bovendien schril afsteekt
    tegen de rechtspositie van jongeren in het strafrecht. Het is de vraag of dit
    verschil wel gerechtvaardigd is.
De RSJ wil zich met dit advies daarom niet alleen een voorstander tonen van een
verhoging van de strafrechtelijke minimumleeftijd, maar tevens het belang van
de (door)ontwikkeling van een effectieve jeugdketen benadrukken. De uitdaging
is niet enkel hoe en op welke leeftijd jeugddelinquenten strafrechtelijk kunnen
worden aangepakt, maar hoe de overheid met deze jongeren omgaat, nadat maar
vooral vóórdat zij misstappen begaan. De RSJ is van mening dat verbetering van
de jeugdhulp noodzakelijk is. Er zijn derhalve investeringen nodig in kennis, kunde,
afstemming en samenwerking (tussen straf en civiel recht en vrijwillige hulp) om
meer kansen te creëren om jeugdigen tijdig en adequaat buiten het jeugdstrafrecht
op te vangen.
6.2 Aanbevelingen
    1. De RSJ adviseert het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) de
         strafrechtelijke minimumleeftijd voor jeugd in wetgeving te verhogen tot ten
         minste veertien jaar.
    2. De RSJ beveelt gemeenten aan om op zo kort mogelijke termijn
         samenhangend beleid in te zetten waardoor strafrechtelijke afdoening van
         crimineel gedrag van jongeren onder de vijftien jaar niet langer voorkomt.
    3. De RSJ adviseert gemeenten, politie, justitie en aanbieders in de
         jeugdhulpketen tot stelselmatiger gebruik van erkende instrumenten voor
         vroegsignalering57 en daar waar nodig vaker met erkende instrumenten te
         interveniëren.
    4. De RSJ beveelt het ministerie van VWS als stelselverantwoordelijke voor
         de jeugdhulp aan om samen met gemeenten, de rechtelijke macht en het
         ministerie van JenV het initiatief te nemen tot een sluitende aanpak in de (al
         dan niet civielrechtelijke gedwongen) jeugdhulp voor jongeren tot veertien
   57 Alle erkende interventies zijn terug te vinden op de site van het Nationaal Jeugd Instituut.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                  29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>     jaar waarvoor thans het strafrecht wordt ingezet. De RSJ suggereert de
     ministeries en de VNG daarbij te denken aan een soortgelijk aanpak als in
     het programma “Continuïteit van Zorg” voor de volwassenensector.58
 5. De RSJ benadrukt tevens dat investeringen in de (door)ontwikkeling van een
     effectievere jeugdketen essentieel zijn in het aanpakken én voorkomen van
     grensoverschrijdend gedrag.
 6. De RSJ dringt aan op meer wetenschappelijk onderzoek naar de kwaliteit
     en effectiviteit van de tenuitvoerlegging van het jeugdstrafrecht en de
     jeugdhulp, naar onder meer:
     • de verschillen en overeenkomsten in aanpak bij strafrechtelijke
          bejegening én het recidivepatroon bij jeugdigen in diverse
          leeftijdscategorieën van tien tot en met zeventien jaar.
     • de hulpverleningstrajecten van de betreffende jongeren, al dan niet onder
          invloed van de strafrechtelijke bejegening.
 7. De RSJ beveelt gemeenten en aanbieders aan veel meer in te zetten op
     bestaand evidence based instrumentarium voor (vroeg-)signalering en
     interventie van kinderen en jongeren die potentieel crimineel gedrag
     vertonen.
 8. De RSJ beveelt het ministerie van VWS, het ministerie van JenV en de
     gemeenten aan om te bezien of het gecompliceerd samenhangende
     takenpakket van de Raad voor de Kinderbescherming, de Gecertificeerde
     Instellingen en Veilig Thuis niet kan worden vereenvoudigd.
58 www.continuiteitvanzorg.nl
  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                   30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Bijlage I           Onderzoeksvragen aan RSJ
De hoofdvragen aan de RSJ zoals door het ministerie geformuleerd zijn:59
• Wat zijn de kansen en mogelijke risico’s die zich gaan voordoen zodra de leeftijd
   voor strafrechtelijke aansprakelijkheid van jeugdigen van 12 jaar naar 14 jaar
   respectievelijk 16 jaar in Nederland gaat?
• Welke niet strafrechtelijke interventies zijn passend ten aanzien van
   bovengenoemde groep jeugdigen en aan welke voorwaarden zou moeten
   worden voldaan om dergelijke interventies passend te laten zijn? Dit ter
   voorkoming van het schade toebrengen aan de jeugdigen zelf, de maatschappij
   en mogelijke slachtoffers alsmede het vergroten van de onveiligheid van de
   maatschappij.
Mogelijke subvragen:
• Het doel van deze wetswijziging is jeugdigen tussen de 12 en 14 of 16 jaar
   beter te beschermen door in reactie op wat nu nog strafbaar gedrag is, in te
   zetten op het bieden van zorg/hulp/onderwijs in plaats van een afdoening
   via het strafrecht. Wat valt te zeggen over de aansluiting bij de huidige
   wetenschappelijke (internationale) kennis over de ontwikkeling van adolescenten
   in cognitief, psychologisch en sociaal-emotioneel opzicht?
• Zijn er voldoende geschikte alternatieven voor een doeltreffende aanpak van
   (nu nog) strafbaar gedrag buiten het strafrecht om? En waar moeten die
   alternatieven minimaal aan voldoen?
• Wat zijn de resultaten van vergelijkende studies in andere Europese landen waar
   de leeftijd van strafrechtelijke aansprakelijkheid hoger ligt dan 12 jaar (qua
   zinvolle alternatieven etc.)?
  59 Brief d.d. 19 september 2016, Directeur-Generaal Straffen en Beschermen, Ministerie Veiligheid en Justitie aan RSJ.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                              31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Bijlage II 		            Begrippen
Hieronder volgt een overzicht en verklaring van de belangrijkste begrippen die in het
advies worden gehanteerd.
 Begrip                             Toelichting
 Jeugdhulp                          Alle soorten hulpverlening aan jongeren (en hun gezin).
                                    Het gaat zowel om vrijwillige jeugdhulp als gedwongen
                                    jeugdhulp via een kinderbeschermingsmaatregel. Voor
                                    2015 werd de term jeugdzorg gebruikt in plaats van
                                    jeugdhulp.
 Jeugdbescherming                   Taak van de overheid ten aanzien van de bescherming
                                    van minderjarigen. Het begrip jeugdbescherming betreft
                                    de bescherming van kinderen in brede zin (vrijwillig en
                                    gedwongen).
 Kinderbeschermings-                Gedwongen maatregelen in het kader van
 maatregelen                        jeugdbescherming, bijvoorbeeld de ondertoezichtstelling.
                                    Voor deze maatregelen is een beslissing van de
                                    kinderrechter nodig.
 Jeugdreclassering                  Begeleiding van jeugdigen die in het kader van het
                                    jeugdstrafrecht onder toezicht en begeleiding zijn
                                    gesteld van jeugdreclassering. Dit kan in het kader
                                    van een schorsing van voorlopige hechtenis of als een
                                    (voorwaardelijke) maatregel.
 Jeugdstrafrecht                    Als een kind wordt aangehouden in verband met het
                                    plegen van een (vermeend) strafbaar feit, gepleegd
                                    tussen de leeftijd van 12-18 jaar dan krijgt hij of zij te
                                    maken met regels die speciaal voor jeugdige personen
                                    zijn opgesteld. Die regels noemen we jeugdstraf(proces)
                                    recht en deze hebben betrekking op de procedure en de
                                    mogelijke sancties.
 Jeugd-ggz                          Kinderen met symptomen die duiden op een ernstige
                                    psychische stoornis komen in aanmerking voor de
                                    specialistische jeugd-ggz.
 JeugdzorgPlus instelling           JeugdzorgPlus (JZP) is een vorm van gesloten jeugdhulp
                                    die wordt geboden aan kinderen en jongeren die niet
                                    bereikbaar zijn voor lichtere vormen van hulpverlening.
                                    De rechter kan ook (op verzoek) na het plegen van een
                                    delict besluiten tot JZP (tijdens schorsing of daarna)
 ZSM                                In ZSM werken ketenpartners (o.a. politie, OM en
                                    RvdK) samen op één locatie om zaken direct af te
                                    handelen. Vrijwel alle jeugdzaken gaan naar ZSM. Alle
                                    ketenpartners kijken welke informatie over het kind
                                    (en gezin) bekend is voordat tot een afdoening wordt
                                    besloten.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                      32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Bijlage III strafrechtelijke minimumleeftijd in enkele Europese landen60
Hieronder is de strafrechtelijke minimumleeftijd in enkele Europese landen
weergegeven. Hierbij is van belang om te benadrukken dat de minimumleeftijd
in de verschillende strafrechtstelsels per land niet één op één te vergelijken zijn.
Niet alleen verschillen de inrichting en organisatie van elk strafstelsel maar ook de
jeugdzorg is per land op andere wijze georganiseerd.
 Land                                                 Strafrechtelijke minimum leeftijd
 België                                               België kent geen specifiek jeugdstrafrecht
 Denemarken                                           15 jaar (sinds maart 2012, daarvoor was het
                                                      14 jaar)
 Duitsland                                            14 jaar
 England / Wales / Noord-Ierland                      10 jaar
 Frankrijk                                            13 jaar, maar jeugdigen kunnen pas vanaf 15
                                                      jaar strafrechtelijk worden gedetineerd.
 Griekenland                                          15 jaar; tussen 13 en 15 jaar mogelijk
                                                      maatregelen op te leggen.
 Ierland                                              12 jaar, maar voor bepaalde strafbare feiten
                                                      vanaf 10 jaar.
 Italië                                               14 jaar, maar 14 tot 18 jarigen alleen vervolgd
                                                      als de noodzakelijke criminele intentie tot het
                                                      plegen van het strafbare feit is vastgesteld
 Nederland                                            12 jaar
 Noorwegen                                            15 jaar
 Oostenrijk                                           14 jaar, onder bepaalde omstandigheden
                                                      straffen niet mogelijk bij 14- of 15-jarigen
 Portugal                                             16 jaar
 Schotland                                            10 jaar maar pas vanaf 16 jaar worden
                                                      jeugdigen volgens het volwassen strafrecht
                                                      vervolgd
 Spanje                                               14 jaar
 Zweden                                               15 jaar
 Zwitserland                                          10 jaar
   60 Europese en omringende landen; www.crin.org geraadpleegd op 17 mei 2017.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                           33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Bijlage IV Selectie gedragsinterventies voor jongeren
Het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) is de kennisnetwerkorganisatie voor jeugd-
en opvoedingsvraagstukken. Het NJi beschikt over een databank met effectieve
jeugdinterventies. Deze interventies zijn door een landelijke en onafhankelijke
erkenningscommissie beoordeeld en erkend als ‘goed onderbouwd’ of ‘effectief’.
Hieronder worden enkele (bijna) erkende jeugdinterventies kort besproken,
ingedeeld naar leeftijd onder resp. boven 12 jaar. Deze indeling is een selectie
die dient ter illustratie van het advies en afhankelijk van bijvoorbeeld de mate
van verstandelijke beperkingen. Voor de uitgebreide lijst zij verwezen naar het
Nederlands Jeugd Instituut.
Gedragsinterventies gericht op zeer jonge daders (< 12 jaar)
PIT
Het Preventief Interventie Team, kortweg PIT, wil kinderen die een verhoogd risico
lopen op problemen in de sociale ontwikkeling, snel en vroegtijdig hulp bieden, met
als doel het risico op het ontwikkelen van ernstige gedragsproblemen te verkleinen.
PIT functioneert in Amsterdam sinds 2011. De kinderen worden aangemeld via 40
scholen die zijn aangesloten en via de broers en zusjes van de ‘Top 1000’.
BASTA!
BASTA! is een systeem gerichte interventie voor kinderen jonger dan 12 jaar
die vanwege het plegen van delicten in aanraking zijn gekomen met de politie.
Het uiteindelijk doel van BASTA! is voorkomen dat deze kinderen recidiveren.
Het programma duurt maximaal 3 maanden en bestaat gemiddeld uit 30 uur
professionele begeleiding.
Het Ministerie van Veiligheid en Justitie heeft deze gedragsinterventie voor jonge
daders laten ontwikkelen. BASTA! is een erkende jeugdinterventie.
SNAP
SNAP (Stop Nu Ander Plan) is een evidenced-based interventie uit Canada (Stop
Now And Plan). Het betreft een systeemgerichte en cognitief gedragsgerichte
interventie voor kinderen van 6 tot 12 jaar die vanwege ernstige gedragsproblemen
en/of strafbaar gedrag in de problemen komen. Naast de kindgerichte interventie
is er sprake van een systeemgerichte aanpak. Het systeem van het kind leert hoe
ze met behulp van cognitieve gedragstechnieken het kind kunnen ondersteunen
en stimuleren. Deze interventie wordt momenteel beoordeeld op geschiktheid voor
opname in de databank met erkende gedragsinterventies van NJI.
Gedragsinterventies gericht op jonge daders (> 12 jaar)
Alleen jij bepaalt wie je bent
Deze interventie is bedoeld voor schoolgaande jongeren van 12 t/m 18 jaar, en
biedt hen een gestructureerde vrijetijdsbesteding in de vorm van het deelnemen
aan een teamsport op een lokale sportvereniging in de buurt van hun school,
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     34
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>alwaar zij begeleid worden door specifiek daarop toegeruste trainers, om zo uiteindelijk
overlast gevend en/of delinquent gedrag te voorkomen.
OUDERS van tegendraadse jeugd
Deze interventie richt zich op de ouders van jeugdigen tussen de 8 en 16 jaar met
(verhoogd risico op) strafbaar gedrag. Het programma bestaat uit 8 opvoedings-
en ondersteunende interventies oplopend van licht tot zwaarder. Het versterkt
opvoedvaardigheden van ouders (toezicht houden, samen problemen oplossen,
grenzen stellen, positieve bekrachtiging en ouderlijke betrokkenheid) en beoogt dat
ouders sociale steun zoeken en ontvangen bij de opvoeding van hun kind. OUDERS van
tegendraadse jeugd is een erkende jeugdinterventie.
Tools4U
Tools4U is een training cognitieve en sociale vaardigheden. Tools4U wordt door de
kinderrechter als leerstraf opgelegd aan jongeren van 12 tot 18 jaar die één of meer
delicten gepleegd hebben. Doel is om de kans op delictherhaling te verminderen.
Er is ook een plusvariant, waarin de Tools4u training uitgebreid wordt met extra
trainingsbijeenkomsten om de vaardigheden van ouders op het gebied van monitoring
en het oplossen van problemen te versterken.
Forensische Ambulante Systeem Therapie (FAST)
FAST is bedoeld voor jongeren van 12 tot 18 jaar met (ernstig) antisociaal en/
of grensoverschrijdend gedrag, en een matig of hoog recidiverisico. Het primaire
doel van FAST is tweeledig. Enerzijds het verminderen of stoppen van de ernstige
gedragsproblemen om zo uithuisplaatsing te voorkomen. Dit door zowel aan de
individuele risicofactoren als de gezinsfactoren te werken. Anderzijds het verminderen
van de (kans) op recidive van probleem- en delictgedrag. FAST is een outreachende
behandeling die gebruik maakt van een systeemgerichte en cognitieve gedragsmatige
aanpak en de Methode Geweldloos Verzet.
Multisysteem Therapie (MST)
MST is bedoeld voor jongeren van 12 tot 18 jaar met ernstige gedragsproblemen bij
wie plaatsing dreigt in de (gesloten) jeugdzorg. Vaak is er sprake van een combinatie
van verschillende gedragsproblemen, die vervolgens uitmonden in crimineel gedrag.
De interventies die binnen MST worden ingezet richten zich vooral op ouders en andere
sleutelfiguren uit de omgeving van de jongere, maar meestal wordt ook gewerkt aan
het vergroten van vaardigheden van de jongere zelf, het functioneren op school en
de omgang met prosociale leeftijdgenoten. De behandelduur is gemiddeld 3 tot 5
maanden.
MultiDimensionele Familietherapie Therapie (MDFT)
MDFT is bedoeld voor jongeren van 12 tot 18 jaar die kampen met
verslavingsproblematiek èn delictgedrag. Met name tussen 12 en 15 jaar blijkt bij
wetenschappelijk onderzoek de behandeling aan te slaan (terwijl boven 15 jaar
cognitieve gedragstherapie meer werkzaam is).
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     35
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Bijlage V           Cijfers
In deze bijlage is getracht de bevindingen uit het advies te onderbouwen
aan de hand van kwantitatief materiaal van verschillende ketenpartners.
A. Politie
1. Discretionaire bevoegdheid politie
Van het aantal strafbare feiten dat buiten de keten en binnen de discretionaire
bevoegdheid van politie wordt afgehandeld (12 min en 12 plus) zijn geen cijfers
bekend.
2. Aantallen verdachten jonger dan 12 jaar
Het aantal kinderen onder de 12 jaar dat is aangehouden.61
 Leeftijd                       2016              2015                2014
 8 jaar                        4                  6                   18
 9 jaar                        6                  22                  22
 10 jaar                       50                 48                  84
 11 jaar                       122                192                 250
 Totaal < 12 jr 182                               268                 374
Bron: Politie eenheid Noord-Holland d.d.11 mei 2017.
3. Aantallen jonge verdachten van een strafbaar feit (12-17 jaar)
Aantal aangehouden jonge verdachten (misdrijven en overtredingen)
 Leeftijd                      2016               2015                2014
 12 jaar                       1124               1162                1222
 13 jaar                       3650               3948                4102
 14 jaar                       7366               8128                8298
 15 jaar                       11.310             11.992              11.270
 16 jaar                       13.124             14.494              14.024
 17 jaar                       14.430             15.684              16.542
Bron: Politie eenheid Noord-Holland d.d.11 mei 2017.
Aantal aangehouden jonge verdachten (alleen misdrijven)
 Leeftijd                      2015               2014                2013             2012            2011              2010
 12 jaar                       710                790                 1000             1170            1320              1300
 13 jaar                       1960               2130                2450             2740            2990              3340
 14 jaar                       3530               4010                4010             4640            5340              5790
 15 jaar                       4790               4940                5340             6340            6840              7870
 16 jaar                       5560               5680                6280             7350            8290              9080
 17 jaar                       5940               6230                6770             8120            9060              10.140
 Totaal 12-17                  22.490 23.780 25.850 30.360                                             33.840            37.520
CBS Statline 21 augustus 2017 (CBS gebruikt definitie geregistreerd voor als er nog geen proces-verbaal is
opgemaakt).
   61 Kinderen die zijn aangehouden betekent dat zij (juridisch) staande zijn gehouden als zijnde verdachte in geval van ontdekking op
       heterdaad; dit t.o.v. van het registreren waarbij door politie een proces-verbaal is opgemaakt.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                     36
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Aantal geregistreerde verdachten van misdrijven waarbij proces-verbaal is
opgemaakt (met tussen haakjes de first offenders)
 Leeftijd                 2014 Aantal              2013            2012
 12  jaar                     180 (160)              250             340
 13  jaar                     620 (510)              900            1160
 14  jaar                  1610 (1200)             1870             2420
 15  jaar                  2570 (1610)             2940             3750
 16  jaar                  3220 (1740)             3990             4870
 17  jaar                  3940 (1910)             4620             5930
Bron: CBS, Statline 21 augustus 2017.
4. Soort delicten dat jonge daders plegen
Strafbare delicten 12-13 jarigen
 Soort delict                                            %
 Leerplichtovertreding                                     13
 Tegen de openbare orde                                    13
 Mishandeling                                              12
 Overig gekwalificeerd diefstal                            11
 Eenvoudige diefstal                                         7
 Overig verkeer ter land                                     6
 Diefstal en inbraak met geweld                              4
 Vernieling en beschadiging                                  4
 Bedreiging en stalking                                      4
 Overtreding Wetboek van Strafrecht                          3
Bron: Raad voor de Kinderbescherming, 21 augustus 2017.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     37
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>B. Halt
1. Aantal jonge verdachten dat naar Halt is verwezen en gedeelte dat Halt niet
afmaakt (wordt als risicovol voor recidive beschouwd).
Aantal Halt-afdoeningen
 Leeftijd               1e keer            2e keer             3e keer              4e keer                 Totaal
                        Halt
 12 jaar                741                25                  2                    -                       768
 13 jaar                1781               131                 9                    2                       1923
 14 jaar                2880               331                 42                   5                       3258
 Totaal 2015            5402               487                 53                   7                       5904
 12 jaar                767                22                  -                    -                       789
 13 jaar                1848               129                 13                   -                       1990
 14 jaar                2757               317                 24                   1                       3099
 Totaal 2016            5372               468                 37                   1                       5824
Bron: Stichting Halt, 4 augustus 2017.
Aantal niet afgemaakte Halt-afdoeningen
 leeftijd bij eerste delict Niet afgemaakt                           2015            2016
 12                                     met akkoord                  21              18
 12                                     zonder akkoord               26              32
 13                                     met akkoord                  61              65
 13                                      zonder akkoord              69              57
 14                                     met akkoord                  147             152
 14                                     zonder akkoord               140             115
 12-14 jaar                                                          464             439
Bron: Stichting Halt, 4 augustus 2017.
C. Openbaar Ministerie en Raad voor de Kinderbescherming
1. Aantal jonge verdachten dat naar OM gaat.
 Aantal                                  2016              2015                2014                   2013
 12 jaar                               335 misdr         337 misdr           444 misdr             523 misdr
                                         98 overtr 106 overtr                 94 overtr 136 overtr
 13 jaar                               957 misdr 1020 misdr 1213 misdr 1421 misdr
                                      405 overtr 447 overtr 409 overtr 428 overtr
 Totaal 12-13 jaar                   1292 misdr 1357 misdr 1657 misdr 1944 misdr
                                      503 overtr 553 overtr 503 overtr 564 overtr
Bron: Strafrechtketenmonitor 2017
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     38
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>2. Aantal jonge verdachten dat verdacht wordt van een ernstiger misdrijf. Bij een
ernstiger misdrijf kan de jongere in verzekering worden gesteld (max 3 dagen). De
Raad voor de Kinderbescherming biedt vroeghulp aan deze jongeren.
Aantal zaken met vroeghulp door de Raad voor de Kinderbescherming in het kader
van inverzekeringstelling
 Leeftijd                     2016            2015             2014              2013                2012
 12 jarigen                          45              38                30                 43                  43
 13 jarigen                         177             180               173               165                 137
 12-13 jarigen                      222             218               203               208                 180
NB: dit geeft dus geen totaalbeeld van alle in verzekering stellingen omdat RvdK niet in alle gevallen vroeghulp
verleent.
Bron: Raad voor de Kinderbescherming, 21 augustus 2017.
3. Aantal jonge verdachten in 2016 waarbij uitgebreide informatie over kind
beschikbaar is bij sanctiekeuze doordat RvdK een strafonderzoek heeft gedaan. In
het strafonderzoek wordt een advies over de sanctiekeuze gedaan.
Aantal strafonderzoeken RvdK
 Leeftijd                     aantal
 12 jaar                           148
 13 jaar                           556
 Totaal 12-13 jaar                 704
Bron: Raad voor de Kinderbescherming, 21 augustus 2017.
4. Top 5 RvdK adviezen 12-13 jarigen
 Soort advies                                                  %
 Advies Werkstraf                                               45
 Advies Voorwaardelijke straf met                               15
 Jeugdreclassering
 Advies Leerstraf                                               12
 Advies Transactie onder voorwaarden                             9
 Advies Sepot                                                    7
Bron: Raad voor de Kinderbescherming, 9 augustus 2017. Het gaat om adviezen van de Raad, niet om opgelegde
sancties. NB: de percentages in de tabel kunnen niet worden opgeteld. In een zaak kunnen combinaties van
straffen worden geadviseerd (en ook opgelegd)
      Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                       39
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>5. Afdoening door OM
Afdoening door OM in 2013 t/m 2016
 Leeftijd            Onvoorwaardelijke              Dagvaarden Transactie                      OM straf            Overig
                     Sepots                                                                    beschikking
 12 jaar                                    34%                34%                  29%                       2%      0%
 13 jaar                                    28%                38%                  27%                       6%      1%
 Totaal                                    30%                37%                  27%                       5%       1%
 12-13 jaar
 Gemiddeld                                 20%                39%                  12%                     27%        2%
 16-18 jaar
Bron: Strafrechtketenmonitor 2017.
D. Rechterlijke macht
1. Sancties door rechter opgelegd
Afdoening door Rechter in 2016
Leeftijd                 Taakstraf Leerstraf GBM                    Vrijheids- Pij              Geld-            Totaal
                                                                    straf                       boete            schuldig
                                                                                                                 met straf
 12 jaar                              68           11            0                 9         0                0         77
 13 jaar                           189             34            1               22          1                3       219
 14 jaar                           433             74            3               72          6                2       512
 15 jaar                           745            118            6             185         11               13        915
 16 jaar                          1018            121          15              279         17               42       1263
 17 jaar                          1135             99          23              423         20               97       1554
 Totaal                          3588            457           48             990         55              157       4540
 12-17-jarigen
Bron: Parket-Generaal Den Haag, 1 augustus 2017.
E.       Sanctieuitvoering
1. Taakstraffen bestaan uit werkstraffen en leerstraffen (die ook in combinatie
worden opgelegd). Niet afgemaakte taakstraffen worden zeker bij jonge daders als
risicovol op recidive beschouwd.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                      40
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Werk- en Leerstraffen gestart in 2016								
 Leeftijd op             Taakstraf Waarvan waarvan                                     Waarvan             waarvan
 pleegdatum              totaal            Werkstraf (Werkstraf)                       Leerstraf           Leerstraf
 delict                                                     negatief                   (of                 negatief
                                                            teruggemeld                combi)              teruggemeld
 12 jarigen                        106                80                         10                  26              3
 13 jarigen                        369              300                          28                  69              5
 Totaal                           475              380                          38                  95               8
 12-13-jarigen
Bron: Raad voor de Kinderbescherming, 21-8-2017.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Bijlage VI: Uitleg huidig stelsel jeugdstrafrecht en jeugdhulp
Jeugdstrafrecht
De jeugdcriminaliteit daalt: het aantal aangehouden verdachten onder twaalf- tot
achttienjarigen nam tussen 2010 en 2015 met 64 procent af.62 Tussen 2010 en
2015 nam het aantal door de politie geregistreerde verdachten tussen de twaalf en
vijftien jaar af van ruim 18.000 naar 10.000 geregistreerde verdachten per jaar.
Het aantal geregistreerde verdachten van twaalf en dertien jaar is relatief gering. Er
is een flinke toename zichtbaar vanaf vijftien jaar. De meest voorkomende delicten
van 12-13 jarigen zijn leerplichtzaken, mishandelingen en de openbare orde-zaken
(zie bijlage V voor alle cijfers).
Een jeugdige verdachte van twaalf jaar of ouder kan met een aantal ketenpartners
te maken krijgen. Hieronder wordt de strafrechtketen op hoofdlijnen toegelicht.63
De politie is de eerste schakel in de jeugdstrafrechtketen. De meeste jeugdzaken
worden afgehandeld via ZSM.64 Bij ZSM brengen politie, Openbaar Ministerie (OM)
en de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) relevante informatie in over de
verdachte.65 Het OM neemt de beslissing om wel of niet te vervolgen. De meeste
jongeren die een eerste overtreding begaan, worden naar Halt verwezen.66 De
Halt-afdoening biedt de jeugdige een kans om de ingrijpende gevolgen van
het strafproces zoals een strafblad te voorkomen. Halt wordt niet vermeld op
de justitiële documentatie (strafblad). Het vormt daardoor geen risico voor het
verkrijgen van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) die is vereist bij bepaalde
opleidingen, stageplaatsen of banen. Ongeveer één derde van de zaken van twaalf-
en dertienjarigen wordt geseponeerd door het OM, voor sommige delicten ligt dit
percentage op meer dan 50%. Meer dan een derde van de 12-13 jarigen worden
door het OM gedagvaard.67 De rechter veroordeelt 12- en 13-jarigen hoogst zelden
tot jeugddetentie of een PIJ- maatregel.68
Jongeren kunnen niet strafrechtelijk worden vervolgd voor feiten die ze voor hun
12e jaar hebben begaan. Echter, blijkt uit de feiten en omstandigheden een redelijk
vermoeden van schuld, dan kunnen enkele dwangmiddelen wel op deze jeugdigen
worden toegepast (zoals ophouden voor verhoor en fouilleren). Het verhoor bij
deze jeugdigen dient niet alleen het opsporingsbelang, maar hierbij kunnen ook
problemen in de ontwikkeling van de minderjarige gesignaleerd worden. De politie
kan een reprimande geven, een gesprek met ouders aangaan of een zorgmelding
   62  Monitor Jeugdcriminaliteit van WODC, 2016 en CBS, 2016.
   63  De RSJ benadrukt dat deze beschrijving niet compleet is maar dat deze dient ter illustratie van bevindingen bij dit advies.
   64  Het acroniem van ZSM staat voor Zo Snel Mogelijk, een samenwerkingsverband van OM, politie en ketenpartners.
   65  De RvdK heeft soms informatie over het gezin als er bijvoorbeeld een kinderbeschermingsmaatregel loopt. Informatie over leerplicht
       delicten is niet beschikbaar op ZSM.
   66 Jongeren komen bij Halt terecht omdat ze een delict hebben gepleegd, veelal lichte vergrijpen (zoals vernieling, spijbelen of winkel-
       diefstal). Wanneer deze overtredingen niet worden aangepakt, bestaat het risico dat het van kwaad tot erger gaat: kleine incidentele
       delicten kunnen overgaan in een vast patroon van grensoverschrijdend gedrag en het overtreden van wetten.
   67 Zie bijlage V A onder 4: Soorten strafbaar feiten die 12-13 jarigen plegen.
   68 PIJ-maatregel staat voor Plaatsing in een Justitiële Jeugdinrichting, een maatregel die ook wel Jeugd-TBS wordt genoemd.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                  42
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>doen bij Veilig Thuis (zie hierna bij Jeugdhulp en Jeugdbescherming).
Jeugdhulp en jeugdbescherming
Het functioneren van het jeugdstrafrecht in het algemeen, en het functioneren van
een verhoogde minimumleeftijdsgrens in het bijzonder, hangen nauw samen met de
inzet en effectiviteit van de jeugdhulp en de jeugdmaatregelen die in Nederland in
een civielrechtelijk kader plaatsvinden. Hieronder licht de RSJ -op hoofdlijnen- de
werking van de jeugdhulp (en daarbij de jeugdbescherming) toe.69
Terwijl in het jeugdstrafrecht sprake is van een landelijke werkwijze, is de
jeugdhulp in iedere gemeente anders vormgegeven. Per 1 januari 2015 zijn de
gemeenten verantwoordelijk voor vrijwel alle vormen van jeugdhulp.70 Deze
verantwoordelijkheden zijn geregeld in de Jeugdwet, die een volledige overheveling
van taken van de provinciale Bureaus Jeugdzorg naar de gemeenten voorstond.
De Jeugdwet regelt de verantwoordelijkheid voor preventie, ondersteuning, hulp
en zorg aan jongeren tot achttien jaar en hun ouders in het geval van opgroei-
en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Ook werd de
gemeente in 2015 verantwoordelijk voor de jeugd-geestelijke gezondheidszorg
(GGZ), de jeugdbescherming (JB), de Jeugdreclassering (JR) en de zorg voor
jongeren met een LVB.
Er is een scala aan instellingen dat jeugdhulp aanbiedt, afhankelijk van het
type en de ernst van de problematiek. De toegang tot deze jeugdhulp verloopt
via diverse wegen. Jongeren kunnen zelf, of met hulp van ouders, huisarts of
gemeente, om hulp vragen (in vrijwillig kader). Daarnaast kan jeugdhulp opgestart
worden naar aanleiding van een zorgmelding bij Veilig Thuis.71 Jongeren en hun
ouders kunnen ook middels een civielrechtelijke procedure (via de Raad voor de
Kinderbescherming) in een verplicht jeugdhulptraject komen.
Voor kinderen beneden de twaalf jaar geldt dat zeer vroeg startende delinquentie
één van de belangrijkste risicofactoren is voor recidive en het ontwikkelen van
een ernstige en langdurige criminele carrière.72 Vooral voor jongeren tussen de
acht en twaalf jaar kan tijdig signaleren en interveniëren de ontwikkeling naar
strafrechtelijk gedrag voorkomen. Dit wordt ‘vroegsignalering’ en ‘vroeginterventie’
genoemd.73
ZSM
De snelheid waarmee een strafproces in gang kan worden gezet, wordt bevorderd
door de werkwijze ZSM. Bij ZSM ligt de focus op het snel afdoen van zaken.
Zaken die niet naar de rechter gaan, kunnen via ZSM snel worden afgedaan. De
   69 De RSJ benadrukt dat deze beschrijving niet compleet of volledig is maar dat deze dient ter illustratie van bevindingen bij dit advies.
   70 Het betreft zorg en ondersteuning aan inwoners in brede op het gebied van zorg, werk en jeugdhulp. Deze taken zijn vastgelegd in drie
       wetten: Wet maatschappelijke ondersteuning, Participatiewet en Jeugdwet.
   71 Veilig Thuis is het advies- en meldpunt huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit zijn regionale organisaties waar slachtoffers, daders
       en omstanders terecht kunnen voor deskundige hulp en advies.
   72 C. Geluk, 2014.
   73 Zie bijlage IV voor beschrijving gedragsinterventies.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                43
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>beschikbare informatie op ZSM bij de afhandeling van een zaak is een zorgpunt. De
geraadpleegde professionals constateren dat cruciale informatie over de jongere
om het recidiverisico in te schatten (schoolverzuim, informatie van wijkagent) niet
beschikbaar is op moment dat over afdoening van de zaak wordt besloten. De OM-
beleidsrichtlijn74 beoogt om jonge verdachten pedagogisch te behandelen, maar
de indruk op grond van de interviews bestaat dat dit zich bij jonge daders beperkt
tot het buitengerechtelijk afdoen van delicten, via sepots of Halt. Bij Halt vindt
een belangrijke selectie plaats van risicogezinnen die zijn vervolg krijgt met het
organiseren van jeugdhulp voor deze gezinnen. Pas bij een criminele carrière (als
bijvoorbeeld jeugdreclassering wordt opgelegd) komt jeugdhulp in beeld via het
strafrecht. Een andere groep risicovolle jongeren zijn jonge daders die Halt of hun
taakstraf niet afmaken (negatieve terugmeldingen). De indruk van de RSJ uit de
interviews is dat de werkprocessen rond de negatieve terugmeldingen verbetering
behoeven. Er is de facto nauwelijks sprake van de benodigde aansluiting van het
jeugdstrafrecht op de jeugdbeschermingsketen. Dit gebrek aan aansluiting wordt
hierna bij de zorgpunten in de jeugdhulp verder toegelicht.
Er gaat tenslotte veel tijd overheen voordat een jongere op zitting dient te
verschijnen en een rechter in het jeugdstrafproces tot een uitspraak komt.75
   74 OM Richtlijn en kader voor strafvordering jeugd en adolescenten inclusief strafmaten Halt (2016R008).
   75 TK 2016–2017, 29279, nr. 389, Brief Staatssecretaris Justitie en Veiligheid aan Voorzitter Tweede Kamer Betreffende doorlooptijden
       jeugdstrafrecht (28 juni 2017).
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                                  44
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>Bijlage VII: Lijst van geraadpleegde literatuur
Bol 1991
M.W. Bol, Leeftijdsgrenzen in het strafrecht: bezien vanuit de
ontwikkelingspsychologie, Gouda: Quint 1991
Bruning, Liefaard & Vlaardingerbroek 2016
M.R. Bruning, T. Liefaard & P. Vlaardingerbroek, Jeugdrecht en jeugdhulp,
Amsterdam: Reed Business 2016
Casey 2008
B.J. Casey, S. Getz, A. Galvan, The adolescent brain 2008, 28(1), p. 62–77
Cipriani 2009
D. Cipriani, Children’s Rights and the Minimum Age of Criminal Responsibility. A
Global Perspective, 2009
Commissie Overwater 1951									
Commissie Overwater, Rapport van de commissie ingesteld met het doel van advies
te dienen over de vraag in welke richting het rijkstucht- en opvoedingswezen en in
verband daarmee het kinderstrafrecht zich zullen moeten ontwikkelen, 1951
Commissie Veld 2016
Commissie Veld, Van Incident naar Impact: Taskforce Beleidsalternatieven
Veiligheid en Justitie, 2016
Crone 2008
E.A.M. Crone, Het puberende brein. Over de ontwikkeling van de hersenen in de
unieke periode van de adolescentie, 2008
Council of Europe 2010								
Council of Europe Guidelines of the Committee of Ministers of the Council of Europe
on Child-Friendly Justice (adopted by the committee of ministers on 17 November
2010) 1, 13, 2010
Doreleijers, Moser, Thijs, Van Engeland & Beyaert 2000
Th.A.H. Doreleijers, F. Moser, P. Thijs, H. van Engeland & F.H. Beyaert, Forensic
assessment of juvenile delinquents: prevalence of psychopathology and decision-
making at court in The Netherland, in: Journal of Adolescence 23(3), 2000
Doreleijers & Fokkens 2010
T. Doreleijers & J. Fokkens, Minderjarigen en jongvolwassenen: pleidooi voor een
evidence based strafrecht, 2010
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     45
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Dünkel 2014
F. Dünkel, Juvenile Justice Systems in Europe in Europe - Reform developments
between justice, welfare and ‘new punitiveness’ in: Kriminologjijos Studijos 2014/1,
p31-76
EHRM 15 juni 2004
EHRM 15 juni 2004, Appl. 60958/00 (S.C./Verenigd Koninkrijk) par. 29.
Ferwerda 1996
H.B. Ferwerda, J.P. Jakobs & B.M.W.A. Beke, Signalen voor toekomstig crimineel
gedrag, Stafbureau Informatie, Voorlichting en Publiciteit Dienst Preventie,
Jeugdbescherming en Reclassering Ministerie van Justitie, 1996
Ferwerda 2001
H.B. Ferwerda, Jeugd en straf: van Halt tot PIJ, J* 1/2001, p. 4-9
Geluk 2014
C.A.M.L. Geluk, Very Young Offenders: Who are at Risk?: a two-year follow-up
study on the development of offending and related problems, 2014
Hammarberg 2009										
T. Hammarberg, Report by the Commissioner for Human Rights,Thomas
Hammarberg, on his visit to the Netherlands 21-25 September 2008, Council of
Europe 2009
Hurk & Nelissen 2004
A.A. van den Hurk & P.Ph. Nelissen, ‘What Works’: een nieuwe benadering van
resocialisatie van delinquenten, Sancties 5/2004, p. 280-297
Killias, Redondo & Sarnecki 2015						
M. Killias, S. Redondo & J. Sarnecki, European Perspectives in: R. Loeber & D.P.
Farrington (eds.), From Juvenile Delinquency to Adult Crime, Oxford: Oxford
University Press 2015
Lappi-Seppälä 2015 										
T. Lappi-Seppälä, Juvenile Justice without a Juvenile Court: A Note on Scandinavian
Exceptionalism, in: F.E. Zimring, M. Langer & D.S. Tanenhaus (ed.), Juvenile Justice
in Global Perspective, NYU Press 2015, p. 63-119
Matthys 2011
W.C.H.J. Matthys, Nieuwe inzichten in gedragsstoornissen bij kinderen, 2011
Van Nieuwenhuijzen, Orobio de Castro & Matthys 2006
M. Van Nieuwenhuijzen, B. Orobio de Castro & W.C.H.J. Matthys, Problematiek en
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                      46
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>behandeling van LVG jeugdigen. Een literatuurreview, Nederlands Tijdschrift voor
de Zorg aan mensen met verstandelijke beperkingen 4/2006, p. 211-229
Noordman, Rietveld-van Wingerden & Bakker 2010
J. Noordman, M. Rietveld-van Wingerden & P. Bakker, Vijf eeuwen opvoeden in
Nederland. Idee en praktijk 1500-2000, Assen: Koninklijke Van Gorcum 2010
OM 2016											
OM Richtlijn en kader voor strafvordering jeugd en adolescenten inclusief
strafmaten Halt (2016R008)
Paus, Collins, Evans, Leonard & Zijdenbos 2001
T. Paus, D.L. Collins, A.C. Evans, G. Leonard, B. Pike & A. Zijdenbos, Maturation of
white matter in the human brain: a review of magnetic resonance studies, Brain
research bulletin 54/2001, p.255–266
Van der Pol, Hoeve & Vermeiren 2017							
Th. M. Van der Pol, M. Hoeve & R.J M. Vermeiren 2017, Research Review: The
effectiveness of multidimensional family therapy in treating adolescents with
multiple behavior problems - a meta-analysis, in: Journal of Child Psychology and
Psychiatry, 2017
Rap 2013
S.E. Rap, The participation of juvenile defendants in the youth court: A comparative
study of juvenile justice procedures in Europe (Dissertatie. Rechtsgeleerdheid,
Faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie, Universiteit Utrecht),
Amsterdam: Pallas publications, 2013
Rap 2017
S.E. Rap; het recht om gehoord te worden, General Comment No. 12 nader
beschouwd, in: Jeugdrecht in praktijk 2/2017, p. 17-19
Rap, Huijer & Hepping 2016
S.E. Rap, J. Huijer & K. Hepping, Participatie van kinderen in gerechtelijke
procedure, In: K. Hepping, S.E. Rap, J. Huijer (Eds.), De pedagogische benadering
van de jeugdrechtspleging. Liber amicorum prof. dr. Ido Weijers, Den Haag: Boom
Criminologie 2016, p. 87-102
Rap, Weijers 2009
S.E. Rap, I. Weijers, Het Schotse jeugdstrafrecht in: Tijdschrift voor familie en
jeugdrecht 31/2009, 11, p. 280-285
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     47
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>SER 2009
De winst van maatwerk: je kunt er niet vroeg genoeg bij zijn: Advies
over de voorbereiding op participatie van jongeren met ontwikkelings- of
gedragsstoornissen, SER, 2009
Storgaard 2010
A. Storgaard, Juvenile Justice in Denmark, in: F. Dünkel, J. Grzywa-Holten, P.
Horsfield & I. Pruin, Juvenile Justice Systems in Europe - Current Situation and
Reform Developments (2010), Vol. No. 1, p. 305-356
UN Committee on the Rights of the Child (CRC), 2007
UN Committee on the Rights of the Child (CRC), General comment No. 10 (2007):
Children’s Rights in Juvenile Justice, 25 April 2007, CRC/C/GC/10, par. 31-35
Weijers en Rap 2014
I. Weijers, S.E. Rap, The Effective Youth Court. Juvenile Justice Procedures in
Europe, Eleven International Publishing, Den Haag, 2014
Weijers 2009
I. Weijers, De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van minderjarigen, in: F.
Koenraadt & I. Weijers, Vrijheid en verlangen. Liber amicorum prof. dr. Antoine
Mooij, Den Haag: Boom Juridische Uitgevers, 2009
Weijers & Grisso 2009
I. Weijers & T. Grisso, ‘Criminal responsibility of Adolescents: Youth as Junior
Citizenship,’ in: J. Junger-Tas & F. Dünkel (Eds.), Reforming Juvenile Justice,
Springer-Verlag New York, 2009
Weidkuhn, 2017
U. Weidkuhn, Essentials in Juvenile Justice, in: International Institute for the Rights
of the Child (Ed), Fundamentals of Juvenile Justice, 2017
Van Ham & Beke 2016
T. van Ham & F. Beke, Van cijfers naar interpretatie Een duiding van de
kwantitatieve ontwikkelingen van de jeugdcriminaliteit, WODC, 2016
WODC, 2016										
Monitor jeugdcriminaliteit, Ontwikkelingen in de jeugdcriminaliteit 1997 tot 2015,
2016
WODC, 2017
Neurowetenschappelijke toepassingen in de jeugdstrafrechtketen, WODC, 2017
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     48
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>RSJ-adviezen
RSJ 2007
2007, Besluit gedragsbeïnvloeding jeugdigen
RSJ 2008
2008, Jeugdige delinquenten. Minder opsluiten, gerichter begeleiden
RSJ 2010
2010, Besluit aanwijzing Halt-feiten
RSJ 2011
2011, Het Jeugdstrafproces: Toekomstbestendig!
RSJ 2015
2015, Gekanteld perspectief
RSJ 2016
2016, Visie op Strafrechtelijke Sanctietoepassing
Geraadpleegde nieuwsberichten:
https://news.gov.scot/news/minimum-age-criminal-responsibility
https://crin.org
Kamerstukken
Kamerstukken II 2011-2012, 28 741 Jeugdcriminaliteit, nr. 19, 22 februari 2012
Kamerstukken II 2015–2016, 34485-VI, nr. 2, blz-758208, betreft een bijlage voor
de Voorjaarsnota Veiligheid en Justitie, 30 mei 2016
Kamerstukken II 2016-2017, Vaststelling begroting Ministerie van Veiligheid en
Justitie (VI) voor het jaar 2017, 34550 VI 11 Verslag houdende een lijst van vragen
en antwoorden, 25 november 2016
Kamerstukken II 2016–2017, 29279, Brief Staatssecretaris Veiligheid en Justitie
aan Voorzitter Tweede Kamer Betreffende doorlooptijden jeugdstrafrecht, nr. 389,
28 juni 2017
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     49
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>Bijlage VIII Lijst van geraadpleegde personen
D.H.J.M. van As, manager Veilig Thuis Stichting Veilig Thuis Kennemerland
M. van Barlingen, manager Veiligheidshuis Kennemerland
N. Barnhoorn, manager CJG Haarlem & Zandvoort
M.P. van Batenburg, medewerker Veilig Thuis
mr. A.P.G. de Beer, Officier van Justitie Openbaar Ministerie Parket Rotterdam
drs. J.B. van de Berg, coördinerend beleidsmedewerker Ministerie van VWS, Directie
Jeugd
mr. M.J.I. Berger, jurist kinderrechten en jeugd(straf)recht Defence for Children
C.A.C. Bodenstaff- van der Heijdt, beleidsadviseur Jeugdzorg Nederland
J.C.M. Boere, operationeel specialist B Jeugd, politie eenheid Midden Nederland
mr. R. Brandon, programmamanager Preventief Interventie Team (PIT) gemeente
Amsterdam
A. Calder (Verenigd Koninkrijk), Justice of the Peace (retired), President of the
International Association of Youth and Family Judges and Magistrates (IAYFJM)
mr. J.P.C. van Dam van Isselt, kinderrechter rechtbank Amsterdam
drs. C.E.R.O. van Diessen, beleidsadviseur Stichting Halt
prof. mr. J.E. Doek, emeritus hoogleraar familie- en jeugdrecht VU Amsterdam;
oud-voorzitter VN-Comité voor de Rechten van het Kind (2001-2007)
P. van Driel, coördinator taakstraffen Raad voor de Kinderbescherming
M.P. den Dunnen, inspecteur van politie, Nationale Politie
mr. drs. V. Everhardt, wethouder gemeente Utrecht
mr. L. Feraaune, senior-rechter sector straf rechtbank Rotterdam
dr. H. Ferwerda, criminoloog, politieonderzoeker en directeur Bureau Beke
drs. A.P.M. Frowijn, adviseur beleid Raad voor de Kinderbescherming
R. Gans, medewerker adviesteam Raad voor de Kinderbescherming, subregio
IJmond
M. Ghabzouri, projectleider Bureau Frontlijn Rotterdam
H. Goudkamp, supervisor SNAP Intermetzo
G. Hakkaart, Halt medewerker Stichting Halt
drs. O. ten Have-Posthuma, adviseur beleid Raad voor de Kinderbescherming
mr. J. ten Hoope, directeur-bestuurder Stichting Halt
mr. E. Huls, bestuurslid Vereniging van Nederlandse Jeugdrecht Advocaten (VNJA)
mr. A.C. van der Hulst, bestuurslid Vereniging van Jeugdrecht Advocaten
Amsterdam (JRAA)
mr. E.G.M. Huyzer, lid korpsleiding Nationale Politie
mr. E.A.A. van Kalveen, senior rechter rechtbank midden Nederland
mr. M.A. Klarenberg, juridisch adviseur Raad voor de Kinderbescherming
mr. S. de Klerk, Jeugdofficier van Justitie
Ir. A.P.J. Klijn, bestuurder Stichting Samen Veilig Midden Nederland
mr. C.M. Koole, voorzitter Vereniging van Nederlandse Jeugdrecht Advocaten
(VNJA)
M. Koppenaal, senior beleidsadviseur Ministerie van VWS, directie Jeugd
I. Lakerveld, afdelingscoördinator Horizon Jeugdzorg
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                      50
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>I.J.M. Lodiers, procescoördinator Jeugd Radicalisering en Huiselijk Geweld
Veiligheidshuis Kennemerland
drs. J.G. Manshanden, ambassadeur zorglandschap voor de gespecialiseerde
jeugdhulp VNG
prof. dr. W. Matthys, emeritus hoogleraar Educatie & Pedagogiek Universiteit
Utrecht
A. van der Meij, adviseur beleid/businesscontrol Raad voor de Kinderbescherming
R. van der Meijde, wijkagent Operationeel Expert Politie Rotterdam-Zuid
drs. A.U. Meijer, gz-psycholoog JZP Horizon
prof. mr. E.M. Mijnarends, landelijk Jeugdofficier van Justitie, bijzonder hoogleraar
jeugdstrafrecht Leiden
prof. dr. B. Orobio De Castro, hoogleraar ontwikkelingspsychologie, Universiteit
Utrecht
mr. C. Peterse, bestuurslid van de Haagse Vereniging Jeugdrecht Advocaten (HVJA)
drs. S.C.M. Rietbroek, gedragsdeskundige Raad voor de Kinderbescherming
E.S. Schurink, directeur Raad voor de Kinderbescherming
Prof. A. Storgaard (Denemarken), Aarhus University, Department of Law
A.J. Stouten, medewerker Adviesteam Raad voor de Kinderbescherming/
procesregisseur Veiligheidshuis
mr. drs. E. Straatman, jurist Raad voor de Kinderbescherming Noord-Holland
D.S. Tetteroo, adjunct-hoofd Bureau Frontlijn Rotterdam
N.E.M. Tillie, strategisch adviseur Politie, Landelijke portefeuille Jeugd
M.C. van Tunen-Geldermans, strategisch adviseur Politie, landelijk
portefeuillehouder Jeugd Veiligheidshuizen
drs. N. van Veluw, adviseur Expertisecentrum voor Jeugd Samenleving en
Opvoeding (JSO)
drs. C. de Volder, senior adviseur beleid Raad voor de Kinderbescherming
Dr. U. Weidkuhn (Zwitserland), International independent expert in Juvenile Justice,
former Swiss Juvenile Prosecutor/judge
prof. I. Weijers, emeritus hoogleraar Jeugdbescherming Universiteit Utrecht
L. Westen, raadsonderzoeker/kernfunctionaris Raad voor de Kinderbescherming
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies verhoging strafrechtelijke leeftijd in context
                                                     51
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>