<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Reclassering in een veranderende omgeving
Implicaties van Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing voor het reclasseringswerk
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Reclassering in een veranderende omgeving
Implicaties van Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing voor het reclasseringswerk
Den Haag, 30 mei 2017
  Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                    2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Inhoudsopgave
Samenvatting...........................................................................................4
1.Inleiding................................................................................................6
2.Kernbegrippen rond het reclasseringswerk.................................................7
3.Ontwikkelingen in de samenleving en de strafrechtstoepassing................... 10
  3.1 Samenwerking bij de uitvoering van sancties...................................... 10
  3.2 Balans in doelen van strafrechtelijke sanctietoepassing........................ 10
  3.3 Strafrechtelijke sancties in perspectief............................................... 11
  3.4 Een toezichthoudende overheid: ruim baan voor de professional............ 11
  3.5 De levensloop- en persoonsgerichte benadering; continuïteit van zorg.... 12
  3.6 Interventies voor gedetineerden; deelname en selectie........................ 12
  3.7 Snelle ontwikkelingen op ICT-terrein; privacybescherming.................... 12
  3.8 Elektronische controle ter vervanging van detentie.............................. 12
  3.9 Rol van reclassering in gemeentelijk veiligheidsbeleid........................... 13
4.Ontwikkelingen bij de reclassering.......................................................... 14
5.Beeld van de reclassering...................................................................... 16
6.Perspectieven voor het reclasseringswerk................................................. 17
  6.1Invulling van taken........................................................................... 18
  6.2Positie en organisatie........................................................................ 22
7.Conclusie............................................................................................. 24
Bijlage: Cijfers........................................................................................ 26
Bronnen................................................................................................. 31
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                      3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Samenvatting
De reclassering draagt bij aan resocialisatie en maatschappelijke re-integratie van
justitiabelen, met name door het voorbereiden en uitvoeren van in de samenleving
ten uitvoer gelegde sancties. In dit advies relateert de Afdeling advisering van
de RSJ1 resocialisatie als doel van het reclasseringswerk aan het werken in
een gedwongen kader. Het helder definiëren van het reclasseringswerk en het
benadrukken van de samenhang in dit geheel is belangrijk om de reclassering
een duidelijker gezicht te geven in een veranderende en complexer wordende
omgeving. Op basis van het RSJ-advies Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing
(2016) wordt de (verdere) ontwikkeling van de reclassering gezien in relatie
tot die veranderende omgeving. Moderne sanctietoepassing is meer gevarieerd
(naast strafrecht ook bestuursrecht / civiel recht) dan voorheen, extramurale
arrangementen zijn in opkomst, de gemeentelijke inbreng en regie nemen sterk
toe. Groeiende toepassing van voorwaardelijke straffen, voortgezette toepassing
van grote aantallen taakstraffen, inhoudelijke ontwikkeling en verdere differentiatie
in de sanctietoepassing en groeiende samenwerking tussen strafrechtstoepassing,
gemeenten en zorgaanbieders bieden de reclassering volop kans daarin een
betekenisvolle en effectieve rol te spelen. De reclassering kan een belangrijke
bijdrage leveren aan de levensloop- en persoonsgerichte benadering, continuïteit
én aan de functie van herstel in het totale sanctiebeleid. Met name door creativiteit
in het bedenken en realiseren van alternatieven voor opsluiting, het leveren van
maatwerk, met perspectief op het verminderen van recidive en detentieschade
kan de reclassering bijdragen aan volwaardiger vormen van vrijheidsbeperking.
De reclassering is te zien als dé organisatie2 die verantwoordelijk is voor de
tenuitvoerlegging van vrijheidsbeperkende sancties.
Leeswijzer
In dit advies beschrijven we aan de hand van de vier hoofdthema’s van de
Visie op sanctietoepassing de belangrijkste maatschappelijke en strafrechtelijke
ontwikkelingen die gevolgen hebben voor het reclasseringswerk in de toekomst.
Omdat het van belang is te weten wat we onder reclasseringswerk verstaan,
wordt na de inleiding (1) eerst ingegaan op enkele kernbegrippen rond
reclassering(swerk) (2). Vervolgens worden de hoofdthema’s en afzonderlijke
onderwerpen uit de Visie op sanctietoepassing doorgenomen en relaties gelegd
met de reclassering (3). Na een beschrijving van ontwikkelingen bij de reclassering
(4) wordt een beeld weergegeven van de reclassering, zoals dat in de voor dit
advies gevoerde gesprekken naar voren is gekomen (5). Daarna volgt een nadere
gedachtebepaling over het reclasseringswerk in de toekomst (6). Het advies wordt
afgesloten met een conclusie (7).
Plaats en totstandkoming van dit advies
Dit advies vormt niet alleen een vervolg op de Visie op sanctietoepassing, maar
   1   Verder te noemen: de Afdeling advisering
   2   Waar eenvoudigheidshalve wordt gesproken over ‘de reclassering’ als organisatie of over ‘de organisatie’ wordt gedoeld op de geza-
       menlijkheid van de drie bestaande reclasseringsorganisaties, doorgaans aangeduid als 3RO.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                 4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>past ook in een reeks van eerdere adviezen van de RSJ over reclassering, zoals
Reclasseringsrecht en Reclasseringsstelsel.3
Voor de totstandkoming van het onderhavige advies is een kleine enquête
gehouden onder gemeenten en zijn gesprekken gevoerd met gemeenten,
Veiligheidshuizen, directie en medewerkers van de drie reclasseringsorganisaties,
beleidsmedewerkers van het ministerie van VenJ en de staf van Bonjo4 (voor een
opgave van gespreksdeelnemers zie bijlage).
  3   Reclasseringsrecht, advies d.d. 17 oktober 2013, Reclasseringsstelsel, advies d.d. 15 januari 2015. Zie verder : advies d.d. 27 oktober
      2005 inzake maatschappelijke opvang ex-gedetineerden en advies d.d. 10 augustus 2005 over de tenuitvoerlegging van werkstraffen.
  4   Belangenorganisatie niet-justitiegebonden organisaties.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                 5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>1.       Inleiding
In het RSJ-advies Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing5 worden
ontwikkelingen in de samenleving en in de sanctietoepassing geschetst en
aanbevelingen gedaan om deze in een gewenste richting te stimuleren, aan te
passen of nader te doordenken. In dit advies worden enkele punten uit de Visie
op sanctietoepassing gelicht, die in het bijzonder van betekenis zijn voor de
reclassering en verdere ontwikkeling daarvan in de komende jaren.
Een belangrijke constatering in de Visie op sanctietoepassing is dat toenemende
samenwerking tussen strafrechtstoepassing, bestuur en zorg kansen biedt voor
gezamenlijk optrekken om te komen tot een effectievere aanpak van delinquentie
en andere maatschappelijke problematiek. De reclassering is van oudsher in de
samenleving geworteld en de afgelopen decennia in toenemende mate onderdeel
geworden van de strafrechtstoepassing. Ze is daarom bij uitstek in de positie
om te helpen deze samenwerking verder inhoud te geven. Dat is niet enkel een
kwestie van positionering. Ook de combinatie van haar taken – zowel gericht op
het effectief functioneren van de sanctietoepassing als op gedragsverandering bij
delinquenten – biedt de reclassering specifieke kansen om deze stimulerende rol te
spelen.
Het bijzondere belang van de reclassering voor de strafrechtstoepassing ligt in het
feit dat het reclasseringswerk het gehele justitiële beloop omvat (met accenten op
bepaalde momenten), vanaf de aanhouding van de verdachte tot aan het moment
waarop de justitiële bemoeienis eindigt. De reclassering kan het gedrag van de
delinquent zien, duiden en beïnvloeden in het grotere verband van zijn levensloop
en zijn maatschappelijke context.
Welke consequenties hebben deze ontwikkelingen en aanbevelingen voor de
reclassering? Zijn haar takenpakket en organisatie voldoende ontwikkeld en
toegerust om daar optimaal in mee te gaan en aan bij te dragen? Wordt zij
ingeschakeld op de momenten, in de situaties en voor díe personen waar dat
passend en urgent is en bovendien het grootste effect sorteert? Zou de reclassering
ook buiten het strafrechtelijke sanctiesysteem een rol moeten en kunnen spelen?
Kortom, doet de reclassering wat zij zou kunnen doen?
De hier te presenteren visie is niet in alle opzichten uniek of nieuw. De Afdeling
advisering ondersteunt de ontwikkelingen die gaande zijn en ziet hierin voor de
reclassering een belangrijke en centrale rol weggelegd.
   5   Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing: versterken van samenhang, betrokkenheid en vertrouwen, RSJ 2016, hierna te noemen:
       Visie op sanctietoepassing.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                   6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>2.        Kernbegrippen rond het reclasseringswerk
Voordat wordt ingegaan op de rol die de reclassering speelt en kan spelen in
samenleving en sanctietoepassing, is het van belang duidelijk te hebben wat we
verstaan onder reclasseringswerk. De reclassering kent een rijke historie en dito
inhoudelijke ontwikkeling. Dat heeft geresulteerd in een diversiteit aan taken. Mede
daardoor is haar ‘profiel’ enigszins hybride en niet voor iedereen helder, laat staan
eenduidig. Daarom eerst uitleg en bespreking van enkele kernbegrippen.
De reclassent
Om te beginnen: met wie houdt de reclassering zich bezig? Wie zijn de personen6
op wie reclasseringswerk is gericht, welke problematiek ligt achter - respectievelijk
wordt veroorzaakt door - de delicten die zij plegen? Welke opdracht ligt er voor
degenen die zich met het aanpakken van deze problematiek bezighouden?
Het voornaamste kenmerk van ‘de reclassent’ is dat deze wordt verdacht van het
plegen van één of meer delicten en daarvoor mogelijk wordt, of al is, veroordeeld.
Deze mensen vertonen, wegens uiteenlopende oorzaken, gedrag dat hen in conflict
heeft gebracht met hun sociale omgeving, relaties, de rechtsorde. Ze hebben
slachtoffer en samenleving leed en schade toegebracht, soms nadat ze op hun
beurt eerder beschadigd zijn geraakt. Er spelen persoonlijke en omgevingsfactoren
die risico opleveren voor verder of ernstiger schadelijk en strafbaar gedrag.
Persoonlijke factoren zoals een psychische stoornis of andere, structurele
of tijdelijke oorzaak voor onmaatschappelijk of gevaar opleverend gedrag.
Omgevingsfactoren zoals het ontbreken van materiele voorzieningen: onderdak,
inkomen en zorg.
Niet elke delinquent is reclasseringscliënt. In de eerste plaats zijn het justitiële
beslissers als OM en rechter die bepalen of de reclassering wordt ingeschakeld.
Verdachte of veroordeelde zal zich vervolgens de bemoeienis door de reclassering
moeten laten welgevallen, zoals voorlichtingsrapportage, toezicht of een werkstraf.
Maar houding en wil van de betrokkene zijn ook belangrijk voor het (kunnen)
benutten van de kansen die reclasseringsbemoeienis heeft te bieden.
Kern van het reclasseringswerk
Vanaf haar oprichting in het begin van de negentiende eeuw staat het begeleiden
en resocialiseren van de delictpleger (aanvankelijk alleen: de (ex-)gedetineerde7)
centraal in het reclasseringswerk. Naast het begeleiden en resocialiseren ligt de
focus daarbij op het duiden van oorzaken en gevolgen van het delict en de risico’s
op herhaling daarvan. Zowel de persoon van de dader als zijn omgeving kunnen
daarbij een rol spelen. De gevolgen kunnen zowel direct voortvloeien uit het
   6   We gebruiken verder de aanduiding ‘hij’, waar ook ‘zij’ voor mag worden gelezen.
   7   De ontwikkeling van (na)zorg voor gedetineerden, daarna introductie van toezicht in het kader van v.v. en v.i., voorlichtingsrapportage
       in strafzaken en, vanaf de jaren tachtig uitvoering van taakstraffen, is in veel Europese landen parallel gelopen, zie Van Kalmthout en
       Durnescu 2009.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                   7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>delict als uit de opgelegde sanctie (‘straf na de straf’)8. Reclasseringswerk is niet
alleen gericht op de individuele problematiek van de betrokken persoon maar ook
sterk op de maatschappelijke context: het gaat om de verdachte/veroordeelde
en/in zijn omgeving. Reclasseringswerk is zowel gericht op de justitiabele: hem
motiveren en toerusten om zich maatschappelijk aanvaardbaar te gedragen en van
maatschappelijke voorzieningen gebruik te maken, als op de samenleving, dat wil
zeggen bevorderen dat maatschappelijke voorzieningen beschikbaar en bereikbaar
zijn voor justitiabelen, omdat dit een noodzakelijke basis vormt voor resocialisatie.
Het gaat daarbij ook om de samenleving op kleinere schaal: de reclassent en zijn
naaste omgeving: gezin, familie en andere relaties.
In het strafproces informeert en adviseert de reclassering justitiële beslissers
over:de persoon van de dader
• de context waarbinnen het delict plaats vond en
• te verwachten effecten en gevolgen van op te leggen sancties.
De reclassering speelt ook een rol in de sanctietoepassing zelf: het houden van
toezicht op de naleving van bijzondere voorwaarden en het ten uitvoer leggen van
werkstraffen. Dat zijn sancties die in de samenleving worden uitgevoerd.
De begrippen reclassering, resocialisatie en re-integratie
De begrippen resocialisatie en re-integratie liggen in elkaars verlengde, maar het
onderscheid ertussen is van betekenis voor het definiëren van reclasseringswerk.
Resocialisatie
De letterlijke betekenis van het woord resocialisatie is: opnieuw socialiseren. Met
het begrip socialiseren wordt geduid op het – grotendeels onbewust verlopende
– proces van het zich eigen maken van normen, waarden en gebruiken van een
groep of cultuur waarvan iemand deel uitmaakt. Socialiseren doet iedereen. Het
is een levenslang proces. Socialiseren is niet iets waar een mens om vraagt.
Re-socialiseren, het opnieuw aanleren van sociaal gedrag, is de meer bewuste
pendant hiervan, die plaatsvindt of moet plaatsvinden als de socialisatie in eerste
instantie gebrekkig is geweest of als zodanig door de omgeving wordt beoordeeld.
Resocialisatie is dus het zich opnieuw eigen maken van maatschappelijke normen,
waarden en gedrag, waardoor wordt voorkomen dat iemand (opnieuw) in botsing
komt met de maatschappij.
Resocialisatie in een justitieel kader is een strafdoel op zichzelf. Dit kan
gebeuren door gedragsinterventies, therapie, het bijbrengen van empathie
voor het slachtoffer en ‘gewoon’ door op de regels te wijzen. Dit geeft het
justitiegerelateerde, resocialiserende reclasseringswerk haar niet-vrijblijvende
karakter, het wordt daarom ‘ongevraagd’ ofwel in een gedwongen kader
aangeboden.9
   8   ‘Straf na de straf’: na een straf te hebben ondergaan geen kans krijgen om te re-integreren doordat essentiële voorwaarden daarvoor
       worden geweigerd (zoals woonruimte en opvang, VOG, werk, verzekering).
   9   Voor uitwerking van het begrip onvrijwillige cliënt en implicaties van onvrijwilligheid voor hulpverlening en relatie met de cliënt, zie
       Menger en Krechtig 2004 en Menger e.a. 2016.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                    8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Re-integratie
De definitie van integratie in Van Dale luidt: “het maken van of opnemen in
een groter geheel”. Re-integreren is dus het opnieuw deel gaan uitmaken van,
opgenomen worden in dat ‘grotere geheel’, nadat men de aansluiting daarmee
kennelijk was verloren. In de (algemene, dus niet specifiek de justitiële) praktijk
wordt het begrip integratie gebruikt in de betekenis van de inpassing in de
samenleving van mensen die wegens een beperking (verstandelijk, lichamelijk,
sociaal, psychisch, nieuwkomer) niet zonder hulp gebruik kunnen maken van
(voorzieningen voor) werk, inkomen en wonen. Re-integratie – al dan niet na
detentie - duidt dus vooral op de feitelijke herinpassing in de maatschappij op
sociale domeinen als wonen, werken, relaties en vrije tijd. Het gaat in vergelijking
met (re)socialiseren meer om het aanleren van vaardigheden en methoden van
coping, dan om het zich eigen maken van normen en waarden.
Reclassering: resocialisatie én re-integratie
Het gedwongen kader van het (straf)recht biedt aanknopingspunten voor
interventies gericht op gedragsverandering. Hierdoor is reclasseringswerk vooral
in verband te brengen met resocialisatie, een proces waartoe mensen onder enige
dwang en drang moeten worden gebracht (waar – ook ongevraagde - steun en
controle bij nodig zijn), naast re-integratie, praktische activiteiten waar mensen
doorgaans zelf het nut van ondervinden, wat sterk bijdraagt aan hun motivatie.
Op deze manier zijn resocialisatie en re-integratie elkaar wederzijds versterkende
processen.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                      9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>3.       Ontwikkelingen in de samenleving en de strafrechtstoepassing
Nadat in de voorgaande paragraaf het reclasseringswerk is getypeerd, wordt nu
een schets gegeven van de beleids- en organisatorische omgeving waarin het
reclasseringswerk plaatsvindt. Dit gebeurt aan de hand van de hoofdthema’s uit de
Visie op sanctietoepassing.
3.1 Samenwerking bij de uitvoering van sancties
Sanctiestelsels
Voor de aanpak van criminaliteit en andere maatschappelijke problematiek
en geschillen bestaan verschillende sanctiestelsels: strafrecht, bestuursrecht
en civiel recht. Elk van de drie systemen is (mede) gericht op herstel van
de maatschappelijke orde, het voorkomen van ongewenst gedrag en herstel
van aangerichte schade, op resocialisatie en gedragsbeïnvloeding. In de Visie
op sanctietoepassing zijn deze verschillen toegelicht en wordt de noodzaak
gesignaleerd van regie bij de keus van een van de systemen.
De keuze voor het toepassen van een van de sanctiestelsels
Bij de keuze in een individueel geval gaat het om de vraag welk systeem, welk
soort sanctie of interventie het meest is toegesneden op de problematiek en de
daarbij betrokken personen. Hierbij is een adviserende rol voor de reclassering
mogelijk, in verband met haar specifieke expertise om dit soort vragen in te
schatten en ‘dwang en drang’ uit te voeren.
De keuze voor een bepaald sanctiestelsel ligt bij degenen die verantwoordelijkheid
dragen in elk van de drie systemen, dat wil dus zeggen de lokale driehoek van
burgemeester, (hoofd)officier van justitie en hoofd van de politie. Vormen van
structureel overleg hierover zijn het Veiligheidshuis10 en ZSM.11 De reclassering
is één van de organisaties die deze samenwerkingsverbanden vormen. Bij ZSM
passeert het merendeel van de door de politie aangehouden personen. In deze
ontwikkeling kan de reclassering dus voor veel mensen iets betekenen.
Nu in de uitvoering van civiel- en bestuursrechtelijke sancties net zo goed aspecten
meespelen als ‘streven naar gedragsverandering’ en ‘meewegen van consequenties
voor alle betrokkenen’, rijst de vraag of de reclassering ook daar haar expertise kan
bieden. We weten dat dit incidenteel gebeurt, maar welke toekomst zien we hier als
de ideale voor ons?
3.2 Balans in doelen van strafrechtelijke sanctietoepassing
In de Visie op sanctietoepassing wordt voorgesteld herstel te introduceren als
   10 Veiligheidshuis: partners uit de strafrechtsketen, zorgketen, gemeentelijke partners en bestuur in een netwerk voor de aanpak van
      criminaliteit en andere vormen van risicovol, overlastgevend en problematisch gedrag. Sommige zijn inmiddels uitgebreid tot Zorg- en
      Veiligheidshuis
   11 ZSM: samenwerking in het afdoen van delicten, Zorgvuldig, Snel en op Maat, zie https://www.rijksoverheid.nl/tk-bijlage-rapport-snel-
      betekenisvol-en-zorgvuldig-een-tussenevaluatie-van-de-zsmwerkwijze.pdf. Andere betekenis: Zorgvuldig Selectief Maatwerk.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                 10
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>doelstelling van sanctie-uitvoering. En wel als samenlevings- en slachtoffergerichte
aanvulling op de ‘klassieke’ strafdoelen in het strafrecht, die vooral dadergericht
zijn. Dit brengt meer balans in de doelstellingen van de strafrechtstoepassing.
Met herstel wordt hier bedoeld: het ongedaan maken of tegemoet komen aan leed
en schade die slachtoffer en samenleving door het delict hebben ondervonden.12 De
reclassering kan hieraan bijdragen.
Op dit punt wordt in de Visie op sanctietoepassing over het beginsel van
proportionaliteit in de strafrechtelijke sanctietoepassing opgemerkt: “de
ingrijpendheid van de strafrechtelijke sanctie houdt niet alleen verband met de
ernst van het delict maar vaak ook met de (criminogene) problematiek van de
justitiabele”. Het reclasseringsadvies kan bijdragen aan het in kaart brengen van
deze problematiek, opdat de juiste aanpak wordt gekozen.
3.3 Strafrechtelijke sancties in perspectief
In de Visie op sanctietoepassing ziet de Afdeling advisering een regionaal en (meer
dan thans) gedifferentieerd aanbod van sancties en voorzieningen als voorwaarde
voor het effectiever kunnen opereren en voor het leveren van maatwerk en
continuïteit, met perspectief op het verminderen van recidive en detentieschade en
het versterken van resocialisatie en herstel. Daarbij wordt gedacht aan
1.      minder (korte) vrijheidsbeneming,
2.      meer en volwaardiger vrijheidsbeperking,
3.      minder lange en zinvollere voorlopige hechtenis,
4.      meer voorwaardelijke modaliteiten,
5.      betekenisvoller toezicht en
6.      regionale en flexibele vrijheidsbenemende (intramurale) capaciteit.
‘Volwaardiger’ vrijheidsbeperking zowel in de zin van een zo groot mogelijke kans
op gewenste gedragsverandering als op maatschappelijke aanvaardbaarheid voor
het achterwege laten van detentie. De reclassering kan hieraan bijdragen door het
bedenken en realiseren van deze alternatieven en deze in zijn adviezen mee te
nemen.
3.4 Een toezichthoudende overheid: ruim baan voor de professional
In de sanctietoepassing van de toekomst ziet de Afdeling advisering idealiter
een overheid die ruimte biedt voor en vertrouwen heeft in professionals aan de
basis. De overheid is verantwoordelijk voor het stelsel, de beleidsontwikkeling
en de kaders. Ook voor de reclassering is dit thema van betekenis. Toenemende
samenwerking tussen professionals gaat hand in hand met toenemende autonomie.
Dit komt eveneens aan de orde in het AEF-rapport13 over de reclassering en ligt
besloten in het reclasseringsbeleid onder de noemer van Ruim Baan.14
   12 Dit houdt onder meer in dat de gestrafte zich rekenschap geeft van door het delict aangericht leed of schade en dit in enige vorm laten
      herstellen daarvan, met oog voor gevoelens van genoegdoening en rechtvaardigheid, hetzij tegenover het slachtoffer, hetzij tegenover
      de samenleving in het algemeen. Visie op strafrechtstoepassing blz. 11.
   13 Eindrapport 9 november 2015: ketengericht ‘werken aan betekenisvol reclasseringswerk’, Andersson, Elffers Felix, in opdracht van het
      Ministerie van VenJ en 3 RO.
   14 Onder de naam ‘Ruim Baan voor betekenisvol reclasseren’ wordt de aandacht bij reclassering meer gericht op het professionele hande-
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                               11
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Buiten de vier hierboven beschreven hoofdthema’s uit de Visie op sanctietoepassing
zijn enkele specifieke ontwikkelingen aan te stippen, die van betekenis zijn voor de
reclassering.
3.5 De levensloop- en persoonsgerichte benadering; continuïteit van zorg
De reclassering kan in haar adviesfunctie en in haar rol als casemanager informatie
inbrengen over de levensloop van de justitiabele. Het is belangrijk dat lopende zorg
wordt gecontinueerd. Informatie van andere organisaties, zoals jeugdzorg en ggz,
dient daartoe tijdig beschikbaar te zijn.
3.6 Interventies voor gedetineerden; deelname en selectie
De Dienst Justitiële Inrichtingen wil de resocialisatie van gedetineerden
bevorderen en hen daarvoor een grotere eigen verantwoordelijkheid geven. Een
detentie- en re-integratieplan dient de basis te vormen voor een planmatige en
toekomstgerichte invulling van de detentie. Betrokkenheid van reclassering blijft
nu vrijwel beperkt tot langere straffen, dat wil zeggen langer dan vier maanden.
Wegens het belang van resocialisatie en re-integratie ligt het voor de hand dat de
reclassering een meer nadrukkelijke en vanzelfsprekende rol speelt tijdens detentie,
door tijdig adviseren in alle/de meeste gevallen, door gedragsinterventies vaker te
adviseren en toe te passen en gedetineerden ook anderszins te begeleiden.15
3.7 Snelle ontwikkelingen op ICT-terrein; privacybescherming
Informatiesystemen raken steeds meer verknoopt. Professionals weten op deze
manier meer over de burger dan hetgeen uit hun eigen waarneming en ervaring
voortvloeit. Dit stelt eisen aan de mate waarin professionals de waarde en
relevantie van elkaars informatie kunnen beoordelen. Het delen van informatie
vergroot de effectiviteit van hun werk maar versterkt ook hun positie tegenover
de burger/hulpvrager/reclassent. Toch moet die zijn vertrouwen kunnen blijven
leggen in degenen op wie hij een beroep doet. Daarom zijn privacybescherming
en voorlichting aan burgers over wat er is vastgelegd en wordt uitgewisseld (niet
alleen schriftelijk maar ook mondeling) van groot belang.16 Tegelijk bieden moderne
(communicatie)middelen, waaronder sociale media en e-health aanknopingspunten
voor grotere effectiviteit van het contact tussen reclassering en cliënt.
3.8 Elektronische controle ter vervanging van detentie
Het uitoefenen van toezicht (met en zonder elektronische controle) is bij uitstek
het domein van de reclassering. Door toepassing van toezicht met elektronische
controle in plaats van detentie kan detentieschade worden vermeden.
Termijnen van toezicht zijn verruimd tot aan (levens)lang toe.17 Betrouwbare
      len van de reclasseringswerker en het ‘doen wat nodig is’ in plaats van te denken in producten.
   15 Zie Bosma e.a. 2016, blz. 22 e.v.: Het aantal deelnemers aan (gedrags)interventies in penitentiaire inrichtingen blijft achter bij het
      aantal personen dat ervoor in aanmerking komt. Ook zijn vragen te stellen bij de selectie van deelnemers.
   16 Zie RSJ-advies Reclasseringsrecht (2013), blz. 44 e.v.
   17 Wet Langdurig toezicht, gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking, Staatsblad 2015 nr. 460.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                12
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>reclasseringsadvisering over (elektronisch) toezicht en een correcte uitvoering zijn
cruciaal om een ruimere toepassing mogelijk en haalbaar te maken.
3.9 Rol van reclassering in gemeentelijk veiligheidsbeleid
Gemeenten zijn in toenemende mate actief op het terrein van de veiligheid: er
is een prominente deelname aan het Veiligheidshuis, beleid op het gebied van
veelplegers (TopX), lokale aanpak van overlast gevende (drugs)criminaliteit, een
zogenaamde broertjes-en–zusjes-aanpak, enzovoorts. Soms omvat dit beleid het
verlenen van opdrachten aan de reclassering. Het inschakelen van de reclassering
kan het element van gedragsbeïnvloeding in de gemeentelijke aanpak versterken.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                     13
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>4.      Ontwikkelingen bij de reclassering
Soort en aantallen activiteiten
De geregistreerde criminaliteit daalt al jaren. Dit wordt, mede op basis van
slachtofferenquêtes, zichtbaar in de Veiligheidsmonitor van het CBS.18 De capaciteit
van belangrijke onderdelen van de sanctietoepassing, zoals het gevangeniswezen
en de justitiële jeugdinrichtingen, is de afgelopen jaren sterk verminderd. Het
aantal reclasseringsactiviteiten daalt evenwel niet evenredig mee. Een belangrijke
verklaring ligt naar het inzicht van de Afdeling advisering in de toename van
voorwaardelijke straffen en het min of meer gelijkblijvend aantal werkstraffen. Met
name door ZSM breidt het reclasseringswerk zich uit naar personen (first-offenders,
niet in verzekering gestelden), die eerder niet werden aangeboden/bereikt.19
Over een wat langere periode vertoont het aantal reclasseringsactiviteiten van de
reclassering enige groei, hetgeen is toe te schrijven aan onderdelen als rapportage
en toezicht (zie de bijlage Cijfers).
Verandering van / in de cliëntenpopulatie
Ontwikkelingen in samenleving en sanctiebeleid hebben hun weerslag op aard en
samenstelling van de cliëntenpopulatie:
• ZSM strekt zich uit tot alle door de politie aangehouden personen en brengt
    daarmee meer mensen, onder wie first-offenders, onder de aandacht van de
    reclassering;
• toename van personen met een psychische stoornis in de strafrechtstoepassing;
• druggebruik is verschoven van heroïne naar cocaïne en andere drugs. Het
    veranderende profiel van druggebruikers plaatst de (verslavings)reclassering
    voor een andersoortige problematiek;
• adolescentenstrafrecht brengt (zij het nog in beperkte mate) jongere
    justitiabelen binnen het bereik van de reclassering;
• radicalisering brengt een getalsmatig beperkte maar complexe problematiek
    binnen het strafrecht. De reclassering pakt de uitdaging op om geradicaliseerden
    te bereiken en te resocialiseren. Hiertoe functioneert een landelijk TER-team.20
Toezicht
Toezicht, mits voldoende intensief en toegesneden op de problematiek, wordt
beschouwd als een belangrijk middel tegen recidive. Reclasseringstoezicht is
ingedeeld in drie niveaus van intensiteit. Aan de ene kant brengt dit methodiek,
standaardisatie, rechtszekerheid en overzichtelijkheid mee. Daar staat tegenover
   18 Centraal Bureau voor de Statistiek, Veiligheidsmonitor 2015: “Het aandeel personen dat naar eigen zeggen slachtoffer is geweest van
      veelvoorkomende criminaliteit, zoals geweldsdelicten, vermogensdelicten of vandalismedelicten is sinds 2005 met 36 procent gedaald.
      Veiligheidsmonitor 2016: “Over de periode 2005–2016 laat de ontwikkeling van slachtofferschap van traditionele criminaliteit een
      gunstig beeld zien. Het totale slachtofferpercentage vertoont een duidelijk dalende trend. Deze daling was het sterkst in de periode
      2005–2008, maar na een korte stijging tussen 2008 en 2009, is ook daarna sprake van een dalende tendens. Het slachtofferschap van
      vermogensdelicten is van 2008 tot 2013 min of meer stabiel gebleven, maar de laatste jaren is ook bij deze delictvorm weer sprake van
      een afname.”
   19 Zie Menger 2016.
   20 Het team Terroristen, Extremisten en Radicalen heeft contact met een vijftigtal personen (peilmoment december 2016, zie https://www.
      reclassering.nl/documents/Factsheets/170216_infoblad_TER.pdf.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                14
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>dat risico-inschatting verstrekkende gevolgen kan hebben voor proportionaliteit
van sancties. De koppeling van toezichtniveaus aan de RISc-score heeft een
wetenschappelijke basis. De Afdeling advisering meent dat het, nu hiermee een
aantal jaren ervaring is opgedaan, tijd wordt voor toetsing van deze koppeling.
In de uitvoering is flexibiliteit nodig om het niveau van toezicht optimaal aan te
(blijven) passen aan het actuele risico.
Bij intensiteit en frequentie van de drie toezichtniveaus zijn vragen te stellen. Is
het laagste niveau van toezicht door de lage contactfrequentie niet (al te) beperkt
- waardoor het niet effectief kan zijn of simpelweg niet nodig is? Biedt het niveau
3 voldoende ruimte voor de ernstigste problematiek en het grootste recidiverisico?
Zeker zo belangrijk als de frequentie is echter de inhoud van het contact. Voor
de effectiviteit van programma’s met rehabilitatieve componenten (behandeling,
zorg, vaardigheidstrainingen en praktische steun) bestaat meer wetenschappelijke
ondersteuning dan voor toezicht dat is beperkt tot controle.21
Ruim Baan - meer beslisruimte voor de professional
De overheid heeft de reclassering de afgelopen jaren gestuurd aan de hand
van gedetailleerde productdefinities en productietargets. Vanaf 2016 is meer
beslisruimte voor de professional ontstaan inzake aard en intensiteit van
activiteiten.22 Als de professional daardoor meer eigen keuzes kan (en dus moet)
gaan maken, biedt dat perspectief op grotere effectiviteit. Ook de kansen op een
betere samenwerking met professionals van andere organisaties nemen toe.
   21 WODC 2008, blz. 25.
   22 Anderson, Elffers Felix, Ketengericht werken aan betekenisvol reclasseringswerk, eindrapport, november 2015.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                               15
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>5.      Beeld van de reclassering
In vrijwel alle definities van reclassering staat het element van (na)zorg voor ex-
gedetineerden centraal. Dit mag historisch correct zijn, tegenwoordig is dit een
activiteit die – behoudens bij VI-gestelden - al enkele tientallen jaren sterk naar
de achtergrond is verschoven. De reclassering moet geregeld uitleggen dat, en
waarom, nazorg voor ex-gedetineerden niet meer tot haar kerntaken behoort.23 Ook
het werken met en voor personen tijdens detentie is aan het eind van de vorige
eeuw vrijwel gestaakt. Het beeld dat over reclassering bestaat komt op dit punt dus
niet overeen met de werkelijkheid.
Hoe ervaren ‘nieuwere’ partners als gemeenten en veiligheidshuizen de
samenwerking met de reclassering? Uit een op ons verzoek door de VNG
uitgevoerde enquête onder gemeenten en gesprekken die vervolgens zijn gevoerd
(zie bijlage) komt als algemeen beeld naar voren:24
• de reclassering beweegt zich in een sterk (regionaal) versnipperd veld. Deze
    versnippering hangt samen met regionale verschillen in de bestuurlijke, sociaal-
    maatschappelijke en zorgomgeving. Ze lijkt daarnaast te worden versterkt door
    de organisatiewijze van reclassering zelf in drie landelijk aangestuurde maar
    regionaal werkende organisaties, waarbij de verslavingsreclassering bovendien
    uiteenvalt in regionale, ggz-gerelateerde organisaties;
• de reclassering komt in sommige regio’s naar voren als een geïnspireerde en op
    samenwerking gerichte partner, maar in andere als weinig actief, conservatief en
    naar binnen gericht;
• de reclassering wordt herkend als een organisatie die adviseert en toezicht
    houdt in een gedwongen justitieel kader, maar niet iedereen kent haar ook als
    uitvoerder van sancties, zoals werkstraffen;
• het werken in een gedwongen (justitieel) kader wordt gezien als een belangrijke
    voorwaarde voor het bereiken van gedragsverandering bij justitiabelen die
    anderszins niet open staan voor zorg. De reclassering kan als justitiegebonden
    organisatie en op basis van haar ervaring hiermee verder gaan dan wijkteams.
• gesprekspartners (in dit geval van buiten de reclassering) ervaren het soms
    als belemmerend dat de reclassering iets niet doet/mag doen omdat het niet
    gefinancierd wordt. Zowel reclasseringsmedewerkers als ketenpartners zien
    toenemende professionele ruimte binnen de reclassering daarom als positief.
   23 Zie bijvoorbeeld het jaarverslag 2013 van Reclassering Nederland, Reclassering, dat is toch iets met ex-gevangenen? – Geluiden uit de
      samenleving.
   24 Dit is een beeld zoals respondenten dat geven, gepresenteerd zonder oordeel van de RSJ.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                               16
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>6.      Perspectieven voor het reclasseringswerk
Op basis van het voorgaande kunnen enkele lijnen worden geschetst voor de
toekomstige ontwikkeling van de reclassering.
Reclassering(swerk) is
1. een justitie-, althans sanctiegerelateerde activiteit en organisatie
2. met wortels in de samenleving,
3. die zich veelal in een gedwongen kader
4. bezighoudt met personen die een delict hebben gepleegd - of daarvan worden
    verdacht – en die een sanctie hebben (te) ondergaan,
5. gericht op een aanvaardbaar maatschappelijk functioneren van die personen.
De reclassering draagt bij aan persoonsgerichte en effectieve strafoplegging door het
uitvoeren van de volgende taken:
• advisering aan de rechter m.b.t. de persoonlijke omstandigheden, de criminogene
    factoren en bij de persoon passende sanctiemodaliteiten;
• uitvoering van vrijheidsbeperkende sancties als taakstraffen en diverse vormen
    van toezicht op het naleven van justitiële voorwaarden;
• binnen een gedwongen kader aanbieden of organiseren van activiteiten
    (begeleiding, gedragsinterventies) gericht op resocialisatie, re-integratie en
    recidivebeperking.
Met deze bijdrage aan een veilige samenleving is de reclassering verantwoordelijk
voor de uitvoering van sancties die in de samenleving worden tenuitvoergelegd:
werkstraffen, (elektronisch) toezicht, interventies en behandeling als bijzondere
voorwaarde bij voorwaardelijke veroordeling en -invrijheidstelling. De combinatie van
het bijdragen aan een persoonsgerichte strafrechtstoepassing, gedragsbeïnvloeding
én het (zelf) uitvoeren van sancties, is mogelijk door de positie en de specifieke
vaardigheden, waarover de reclassering bij uitstek beschikt. Idealiter wordt
sanctietoepassing optimaal benut als stimulans tot gedragsverandering, en wel juist
daar waar andere middelen – ‘kale’ sanctietoepassing en hulpverlening op vrijwillige
basis – op zichzelf onvoldoende resultaat zouden kunnen opleveren. De Afdeling
advisering is er daarom voorstander van dat de maatschappelijke opdracht van de
reclassering uit deze combinatie blijft bestaan. In grote lijnen luidt de opdracht aan
de reclassering:
De reclassering draagt bij aan resocialisatie en maatschappelijke re-integratie van
justitiabelen, door het voorbereiden en uitvoeren van (met name in de samenleving
ten uitvoer gelegde) sancties.
Advisering én sanctie-uitvoering zijn in het reclasseringswerk onlosmakelijk
met elkaar verbonden, gericht op resocialisatie van justitiabelen door
middel van sanctietoepassing. De reclassering is actief in alle fasen van de
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                     17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>strafrechtstoepassing: vervolging, berechting en tenuitvoerlegging, en dus ook
tijdens detentie. Met deze gedachte kan worden ingegaan op de vraag hoe de
reclassering haar taakstelling en positie verder kan uitbouwen en versterken.
Elke van de vier hoofdlijnen uit de Visie op sanctietoepassing en van de andere
in paragraaf 3 beschreven ontwikkelingen bieden aanknopingspunten voor het
reclasseringswerk. In het verlengde daarvan wordt hieronder een verdergaande
schets gegeven, toegespitst op de taken, positie en organisatie van de reclassering.
6.1     Invulling van taken
Advisering
De Afdeling advisering ziet als centrale vraag bij advisering: ‘een sanctie ja of nee,
zo ja welke sanctie, voor wie en waartoe’. De vraag ‘welke sanctie’ strekt zich, zoals
de Afdeling het ziet, in toenemende mate ook uit tot de keuze voor straf-, civiel-
dan wel bestuursrechtelijk optreden. Daarbij zal de reclassering in ieder geval oog
moeten hebben voor
• context van delict en delinquent; levensloop; sociale omgeving;
• proportionaliteit van de sanctie (in relatie tot het gepleegde delict maar ook tot
    de ernst en hardnekkigheid van criminogene problematiek);
• de resocialiserende functie van de sanctie;
• de herstelfunctie van de sanctie.
De reclassering maakt hierbij gebruik van haar expertise in het onderkennen van
criminogene factoren bij de justitiabele én van haar inzicht in de voor het beoogde
doel meest geschikte sanctievormen. De reclassering signaleert personen en
situaties waarin een op gedragsverandering gerichte sanctie is aangewezen en
welke sanctie(s) of maatregelen uit dit oogpunt het meeste perspectief bieden.
Sanctieuitvoering
De Afdeling advisering ziet de reclassering als verantwoordelijk voor het uitvoeren
van vrijheidsbeperkende sancties (zoals de DJI dat is bij vrijheidsbeneming en
het CJIB bij financiële sancties en schadevergoeding). Deze taak omvat ‘toezicht’
(controle, inclusief gedragsinterventies en begeleiding) en ‘werkstraffen’.
Het benaderen van deze elementen als één geheel geeft uitdrukking aan de
overkoepelende doelstelling.
Professionaliteit van de uitvoering
De Afdeling advisering is – in het verlengde van hetgeen is betoogd in de Visie
op sanctietoepassing - van mening dat de gekozen richting van Ruim Baan, die
aansluit bij ontwikkelingen in aan de reclassering grenzende sectoren, verdere
stimulans verdient. ‘Doen wat nodig is’ vraagt dat de uitvoerend werker in de
gegeven situatie gerichte keuzes kan maken: wat doe ik, wat doet een ander,
waar en wanneer begin ik en wanneer houd ik op. Juist de reclassering zal zich
moeten (blijven) richten op personen van wie het grootste gevaarsrisico uitgaat, bij
wie het werken in een gedwongen kader het meest noodzakelijk is en die op een
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                     18
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>meer vrijblijvende manier niet worden bereikt. De ernst van de problematiek dient
leidend te zijn boven bekostiging.
Voorwaarden voor verantwoord gebruik van professionele ruimte zijn het gebruik
van intervisie en intercollegiale toetsing en een stimulerende verhouding met de
leidinggevende (die het werk voor de uitvoerenden mede mogelijk moet maken,
maar ook beperkingen kan/moet aangeven). Daarnaast moet worden vermeden dat
uitvoerend werkers onder een te grote werkdruk kiezen voor de ‘gemakkelijkste’
problematiek.25
Onder goede advisering ligt goede diagnostiek. Het benutten van wetenschappelijke
inzichten over de effectiviteit van sancties, behandeling en begeleiding, verbreedt
de basis van waaruit de reclassering adviseert ten aanzien van op te leggen
sancties. Daarbij is met name te denken aan toepassing van het risk-need-
responsivity-beginsel, de desistance- en levensloopbenaderingen26 en het good-
lives-model.27 Momenteel wordt gewerkt aan verbetering van RISc, waarbij
de Afdeling Advisering verwacht dat de standaardtoepassing wordt verfijnd en
gedifferentieerd en de inbreng van het professioneel oordeel van de adviseur verder
wordt gestimuleerd. Tegelijk moet worden gewezen op de recente bevinding van
Bosker, die laat zien dat reclasseringstoezichthouders geneigd zijn het in de eerdere
adviesfase door hun collega’s verrichte RISc-onderzoek over te doen.28 Bosker’s
conclusies geven steun aan de door de Afdeling Advisering gepropageerde integrale
benadering van het reclasseringswerk. In verschillende studies is aangetoond dat
continuïteit in de activiteiten en het contact een belangrijke voorwaarde is voor de
effectiviteit van een reclasseringstraject. Dit houdt in dat één reclasseringswerker
verantwoordelijk is voor de casusregie gedurende het hele traject, inclusief
screening/diagnostiek, toezicht en interventies. De RSJ ziet hierin een reden om
nog eens goed te kijken naar de taakscheiding en die eventueel te heroverwegen.29
Looptijd, einde en doorwerking van reclasseringsactiviteiten
Het principe dat een straf – vrijheidsbeneming of vrijheidsbeperking, en daarmee
ook reclasseringstoezicht – zo lang duurt als waarvoor de rechter in zijn
   25 Het Tijdschrift voor Criminologie wijdde onlangs een themanummer aan het gebruik dat ‘frontlijnwerkers’ in het veiligheidsdomein
      maken van hun discretionaire bevoegdheid, met name ten aanzien van cliënten in een gedongen kader (TvC 2016/4). Dit verschijnsel
      is het sterkst naar voren gebracht in het werk van Lipsky (Street-level bureaucracy. Dilemmas of the individual in public services, 1980,
      bewerkt en heruitgegeven in 2010).
   26 Methodieken en activiteiten gericht op het doen beëindigen van crimineel gedrag. Zie bijvoorbeeld John H. Laub and Robert J. Samp-
      son, Understanding Desistance from Crime, in Crime and Justice, Vol. 28 (2001), pp. 1-69: The processes of desistance from crime
      and other forms of problem behavior appear to be similar. Several theoretical frameworks can be employed to explain the process
      of desistance, including maturation and aging, developmental, life-course, rational choice, and social learning theories. A life-course
      perspective provides the most compelling framework, and it can be used to identify institutional sources of desistance and the dynamic
      social processes inherent in stopping crime.
   27 Zie o.a. Ward, T. & Fortune, C. A. (2014). The Good Lives Model: A strength-based approach to offender rehabilitation. In D. Polizzi, M.
      Braswell, & M. Draper (Eds.), Humanistic Approaches to Corrections and Offender Treatment. Carolina Academic Press.
   28 “Reclasseringswerkers die toezicht houden, ontwikkelen hun eigen visie over de risico’s, criminogene factoren en mogelijkheden van
      de delinquent in plaats van gebruik te maken van de analyse en het plan van hun collega adviseur, en gebruiken hun eigen visie als ba-
      sis voor het plan van aanpak dat gedurende het toezicht wordt uitgevoerd”. “…. is de toezichthouder beter [dan de adviseur] toegerust
      om doelen en interventies te prioriteren en daar een passend plan van aanpak voor te formuleren. Dus discontinuïteit tussen advies en
      toezicht wordt mogelijk niet enkel veroorzaakt door een matige overdracht van het plan van aanpak van de adviseur naar de toezicht-
      houder, maar ook door de wijze waarop het reclasseringswerk georganiseerd is. … Dit resulteert in discontinuïteit in het traject van de
      cliënt” (beide citaten: Bosker 2015).
   29 Bosker 2015.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                 19
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>vonnis mandaat heeft verleend, is uit het oogpunt van rechtszekerheid voor de
veroordeelde een groot goed. Het mogelijk nogal abrupt stoppen van begeleiding op
een moment waarop een justitiële titel eindigt, kan nadelig uitpakken als deze hulp
niet direct kan worden voortgezet door een andere organisatie, terwijl het beoogde
resultaat nog niet is bereikt. Om bereikte resultaten vast te houden, is een tijdige
voorbereiding op de overdracht naar een andere organisatie essentieel en zou de
reclasseringsbegeleiding in uitzonderingssituaties nog even door moeten kunnen
lopen.
Geregeld wordt het toezicht al voor het verstrijken van de proeftijd beëindigd.
Doorgaans wegens behaald resultaat, soms wegens een nieuw delict of niet
nakomen van voorwaarden. Over succes- en faalfactoren bij lang lopende
toezichten is nog niet veel bekend. Het verdient aanbeveling hier nader onderzoek
naar te laten verrichten, zodra hiermee voldoende ervaring is opgedaan.
Reclasseringsactiviteiten voor gedetineerden
Voor effectieve resocialisatie en re-integratie van (ex-)gedetineerden ligt inbreng
van de reclassering tijdens detentie voor de hand. Advisering m.b.t. het re-
integratieplan en het uitvoeren van gedragsinterventies vindt nu al plaats, maar
alleen bij straffen van meer dan vier maanden. Daarnaast acht de Afdeling
advisering het uit oogpunt van continuïteit zinvol dat de reclassering al in de
inrichting contact legt, respectievelijk het contact voortzet, met gedetineerden die
na de detentie in het kader van voorwaardelijke invrijheidstelling of -veroordeling
nog onder toezicht zullen staan. Maar hierbij hoeft het niet te blijven. De Afdeling
advisering ziet ruimte voor meer eigen initiatief van de reclassering om contact
te leggen met gedetineerden.30 In het belang van re-integratie is het goed dat de
reclassering binnenkomende gedetineerden - dus ook preventief gedetineerden en
kortgestraften - screent op mogelijkheden voor resocialisatie en aanbevelingen kan
doen m.b.t. de inhoud van het detentie- en re-integratieplan.3132
Re-integratie, rol van de samenleving: inzetten van vrijwilligers
Na detentie houdt de reclassering zich bezig als toezichthouder en als expert in
het beoordelen wat nodig is om de sanctie blijvend effectief te maken. Hier spelen
naast inhoudelijke redenen – het hebben van expertise - ook praktische redenen
mee: de reclassering beschikt over veel informatie over de betrokken personen.
De reclassering heeft contacten met aanbieders van sociale en materiële
voorzieningen – werk en inkomen, huisvesting, schuldhulpverlening en zorg. De
reclassering kan daarnaast een groter appèl op de samenleving doen door het
inschakelen van vrijwilligers. Daarmee wordt de band met de samenleving versterkt
en wordt de samenleving als het ware mede verantwoordelijk gemaakt voor het
helpen resocialiseren en re-integreren van justitiabelen. Effectieve re-integratie
komt immers van twee kanten, zoals in Visie op sanctietoepassing is betoogd. In
   30 In het verleden waren aan iedere inrichting reclasseringswerkers verbonden die met name op verzoek van de gedetineerde werkten.
      Om uiteenlopende redenen, waar hier niet verder op wordt ingegaan, is dit aanbod beëindigd. De RSJ meent dat op deze manier kan-
      sen blijven liggen.
   31 Zie voor deze aanbeveling ook het RSJ-advies over re-integratie van ex-gedetineerden, dat later in 2017 uitkomt.
   32 Onlangs zijn pilots in twee penitentiaire inrichtingen uitgevoerd, waarbij medewerkers van die inrichtingen en van de reclassering de
      ruimte kregen om buiten vastgelegde afspraken en protocollen samen te werken en activiteiten uit te voeren.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                  20
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>2010 verrichtten De Croes en Vogelvang in opdracht van Reclassering Nederland
een studie naar mogelijke taken en positie van vrijwilligers bij de reclassering. Zij
concluderen dat het inzetten van vrijwilligers goed past bij de huidige missie en
visie van Reclassering Nederland.33 De auteurs werken toepassingsmogelijkheden
in het toezicht uit, zoals COSA,34 ook met een verwijzing naar voorbeelden uit
Zweden,35 de VS en Japan.
Verder ligt samenwerking met bestaande vrijwilligersorganisaties voor de hand.36
Herstel
De reclassering kan ons inziens op allerlei momenten bijdragen aan de doelstelling
van herstel.37 Om te beginnen is dit mogelijk bij de advisering in strafzaken. En
wel door onder meer antwoord te geven op de vraag: welk soort sanctie is in dit
geval aangewezen, voor zowel gedragsbeïnvloeding van de dader als voor herstel?
Het laatste aspect is wellicht (nog) geen kernexpertise van de reclassering, maar
het is van belang dat de reclassering deze vraag meeneemt en beantwoordt.
Hierdoor kan de waarde van het strafproces voor het slachtoffer worden vergroot.
In de tweede plaats kan herstel expliciet aandacht krijgen in het toezicht. Zowel in
controle op het naleven van bij voorwaarde opgelegde herstelverplichtingen, als in
gedragsbeïnvloeding: de cliënt bewust maken van hetgeen hij heeft aangericht en
wat hij kan doen om zich daartoe te verhouden. Ten slotte heeft ook de werkstraf
een aspect van herstel, met name ten opzichte van de samenleving als geheel.
‘Kale’ sanctie?
Sancties die (deels) in de samenleving worden tenuitvoergelegd, bieden – buiten
de doelen van vergelding en preventie - bij uitstek kansen voor resocialisatie,
die in een situatie van (beperkte) vrijheid beter is te bereiken dan in detentie.
Voor een optimaal resocialiserend effect is het goed dat deze sancties worden
uitgevoerd door de reclassering. De Afdeling advisering volgt daarom niet de soms
gehoorde suggestie dat de reclassering de taken ‘minder intensief toezicht’ en ‘kale’
werkstraffen afstoot naar andere organisaties. Ook vanuit de integraliteitsgedachte
zou de reclassering geen activiteiten moeten afstoten.38
Reclassering bij bestuurlijke en civiele sancties
De Reclasseringsregeling 1995 en verschillende andere (beginselen)wetten en
regelingen kennen de reclassering alleen in relatie tot de strafrechtstoepassing.
   33 De Croes en Vogelvang 2010, blz. 49 e.v.
   34 Cirkels voor Ondersteuning, Samenwerking en Aanspreekbaarheid. COSA richt zich op re-integratie van zedendaders die onder toe-
      zicht staan van de reclassering. Hierbij vormen vrijwilligers en professionals een netwerk rond de betrokken reclassent. Zie: http://www.
      cosanederland.nl/nl.
   35 In Zweden wordt 40% van het intensieve toezicht uitgevoerd door een onder verantwoordelijkheid van de reclassering opererende
      vrijwilliger. De Croes blz. 50; zie ook: Van Kalmthout 2009, hoofdstuk Zweden (http://cep-probation.org/wp-content/uploads/2015/03/
      Sweden.pdf): naast de 1000 professionele reclasseringswerkers worden ongeveer 4500 leken-toezichthouders ingezet.
   36 Zie ook het RSJ-advies Vrijwillig maar niet vrijblijvend, 8 juni 2010, blz. 5-7, 19 en 24.
   37 Zie hiervoor onder paragraaf 3.2, Balans in doelen van strafrechtelijke sanctietoepassing, en verdere toelichting op de herstelfunctie
      van sancties in het advies Visie op strafrechtelijke sanctietoepassing.
   38 Overigens lijkt de term ‘kale straffen’ o.i. een contradictio in terminis. Aangezien geen enkele sanctie enkel is bedoeld als leedtoevoe-
      ging, maar altijd ook is gericht op effecten in de samenleving (preventie, herstel) én bij de veroordeelde (gedragsverandering), is de
      stelling te verdedigen dat de ‘kale’ straf niet – behoudens misschien een enkele boete - bestaat. Een werkstraf is een werkstraf maar
      heeft, ook los van een eventuele combinatie met toezicht, door haar individualiserende en herstellende karakter, altijd een maatschap-
      pelijke meerwaarde. Hetzelfde geldt voor de voorwaardelijke (vrijheids)straf.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                    21
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Maar ook in bestuurs- en civielrechtelijke sancties spelen elementen van toezicht,
gedragsbeïnvloeding en re-integratie in toenemende mate mee. De Afdeling
advisering beveelt daarom aan dat reclasseringsexpertise ook op deze terreinen
wordt ingezet. Dit schept mogelijkheden tot gedragsbeïnvloeding en voegt een
persoonsgericht of agogisch aspect toe aan de bestuurlijke sanctie. Voorbeelden
zijn er al waar gemeenten de reclassering inschakelt bij re-integratie van ex-
gedetineerden en bij toezicht op gebiedsverboden en uithuisplaatsing na huiselijk
geweld. Het is zaak tot ruimere toepassing te komen. Om te beginnen zouden
deze verspreide en uiteenlopende initiatieven centraal in kaart moeten worden
gebracht. De rechtspositie van de ‘gestrafte’ vormt nadrukkelijk een aandachtspunt,
omdat deze niet is gebaseerd op het straf(proces)recht. In wet- en regelgeving
op civiel en bestuursrechtelijk terrein dienen de verhoudingen tussen reclassering
enerzijds en de betreffende autoriteiten/opdrachtgevers én de betreffende
burgers anderzijds worden geregeld. Daarbij gaat het om verplichtingen, met
name vrijheidsbeperkende, die aan burgers kunnen worden opgelegd, met
een oogmerk van resocialisatie, en het gezag dat de reclassering daaraan kan
ontlenen. Praktischer gezegd: als een gemeente een burger de verplichting van
reclasseringstoezicht zou (kunnen) opleggen, wat zijn dan mogelijke consequenties
als er van dat toezicht niets terecht komt?
6.2       Positie en organisatie
De reclassering is krachtens de Reclasseringsregeling een landelijke, door de
minister van V&J bekostigde particuliere organisatie, die haar opdrachten op
decentraal niveau ontvangt van Openbaar Ministerie en DJI. Wat de Afdeling
advisering betreft blijft dit zo en is decentralisatie van beleidsverantwoordelijkheid
voor het reclasseringswerk niet gewenst. Aansturing vanuit de centrale overheid
blijft noodzakelijk, zowel vanuit de verantwoordelijkheid van de overheid voor
het sanctiestelsel als om te waarborgen dat er voor reclassenten een éénduidige
rechtspositie bestaat. Door regionale accentverschillen in takenpakket en
organisatie kan de reclassering echter wel inspelen op verschillen in karakter
en cultuur, zoals tussen stad en platteland, en op de per regio uiteenlopende
samenwerkingsconstructies in de domeinen van veiligheid en zorg. Nu het
Openbaar Ministerie de belangrijkste opdrachtgever is, waarvan de relatie met
de reclassering onlangs nog is versterkt,39 is het zaak de reclassering zodanig te
organiseren dat deze relatie optimaal uit de verf kan komen. Daarnaast neemt het
belang van banden met Veiligheidshuizen en gemeenten toe en zijn die met – veelal
lokale en regionale – aanbieders van zorg en andere voorzieningen onverminderd
groot. Vanuit deze gedachte is er veel voor te zeggen de reclasseringsorganisatie
meer regionaal te oriënteren en door eenheid in de uitvoering te zorgen voor een
helder profiel (zie ook de paragraaf ‘Beeld van de reclassering’).40
   39 Brief van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie d.d. 23 november 2015, TK 29 270 Nr. 106, Reclasseringsbeleid.
   40 In opdracht van de staatssecretaris van V&J is enkele jaren geleden een verkenning naar alternatieven verricht. De toenmalige staats-
       secretaris heeft op dat moment met name om financiële redenen afgezien van ingrijpende organisatieveranderingen. De RSJ kon
       zich hierin vinden maar vond wel dat een heroverweging van de organisatie in het verlengde van het Significant-rapport te eniger tijd
       aangewezen zou zijn. Dit moment komt nu wel in zicht. Zie: Advies Reclasseringsstelsel, RSJ 15 januari 2015.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                                   22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Het financieringssysteem van de reclasseringsorganisatie moet een persoonsgericht
en methodisch verantwoord aanbod mogelijk maken. Een ontwikkeling in deze
richting is ingezet: het (voor advisering al ingevoerde) ‘lumpsum’-financieren opent
mogelijkheden voor management en reclasseringswerkers ruimer te plannen,
respectievelijk zelfstandiger te werken. Deze vorm van financiering kan ook voor
andere reclasseringsactiviteiten worden ingevoerd.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                     23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>7.      Conclusie
Conclusie
De reclassering vervult een belangrijke rol m.b.t. resocialisatie, re-integratie
en recidivepreventie van justitiabelen. Zoals in Visie op sanctietoepassing is
uiteengezet, is de sanctietoepassing meer gevarieerd (bestuursrecht / civiel
recht) geworden. Vrijheidsbeperkende, in de samenleving ten uitvoer gelegde
sancties nemen toe, terwijl vrijheidsbeneming minder vaak wordt toegepast. De
gemeentelijke inbreng en regie in het veiligheidsbeleid zijn sterk toegenomen.
Dit biedt aanknopingspunten voor een ruimere en effectievere inzet van de
reclassering: er ontstaan kansen voor meer context- en samenlevingsgerichtheid
naast het dadergerichte werk. Met name door creativiteit in het ontwikkelen
en realiseren van alternatieven voor opsluiting, het leveren van maatwerk en
continuïteit, met perspectief op het verminderen van recidive en detentieschade. En
door het versterken van resocialisatie en herstel kan de reclassering bijdragen aan
volwaardiger vormen van vrijheidsbeperking. Zogenoemde ‘kale’ sancties worden
opgewaardeerd tot betekenisvolle interventies.
Aan de levensloop- en persoonsgerichte benadering in het totale sanctiebeleid kan
de reclassering een belangrijke bijdrage leveren. Doordat de reclassering voor,
tijdens en na sanctietoepassing actief is, vormt zij een logische schakel tussen
systemen, organisaties en professionals. Dat is belangrijk voor continuïteit in de
bemoeienis van justitie, zorg en maatschappelijke voorzieningen.
Externe relaties hebben een uiteenlopend en niet altijd correct beeld van de
reclassering. Haar profiel dient herkenbaarder en meer uitgesproken te zijn.
Het bieden van meer beslisruimte voor de professional inzake aard en intensiteit
van activiteiten biedt perspectief op keuzes die op casusniveau effectiever zijn en
vergroot de kansen op een betere samenwerking met professionals van andere
organisaties. Dat geldt zowel voor het extramurale als het intramurale werk.
Aandachtspunten
1. Reclasseringswerk draagt bij aan een persoonsgerichte strafrechtstoepassing,
    gedragsbeïnvloeding én het uitvoeren van sancties.
2. De opdracht luidt: De reclassering draagt bij aan resocialisatie en
    maatschappelijke re-integratie van justitiabelen, door het voorbereiden en
    uitvoeren van (met name in de samenleving ten uitvoer gelegde) sancties.
3. Advisering én sanctie-uitvoering vormen een samenhangend geheel, gericht op
    resocialisatie van justitiabelen door middel van sanctietoepassing.
4. De herstelfunctie van sancties is één van de doelen van het reclasseringswerk.
5. De reclassering is verantwoordelijk te maken voor de uitvoering van
    vrijheidsbeperkende sancties, analoog aan de verantwoordelijkheid van de DJI
    voor vrijheidsbenemende en het CJIB voor financiële sancties.
6. Reclasseringsadviezen dienen zoveel mogelijk te zijn gebaseerd op
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                     24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>   wetenschappelijke inzichten over de effectiviteit van sancties en het risk-need-
   responsivitybeginsel bij interventies, behandeling en begeleiding, aangevuld met
   de desistance-benadering en het good lives-model.
7. De scheiding tussen de taken advies en toezicht verdient heroverweging;
8. Het reclasseringswerk voor gedetineerden is te versterken door
   • het screenen van binnenkomende gedetineerden op het al dan niet aanwezig
       zijn van kansen voor resocialisatie en re-integratie;
   • het – door de gehele detentieperiode heen - ‘doen wat nodig is’ voor
       resocialisatie en anticiperen op de periode na invrijheidstelling.
9. De effectiviteit van toezicht is te vergroten door de inzet van vrijwilligers. Door
   de samenleving als het ware terug te laten keren in het reclasseringswerk wordt
   benadrukt dat re-integratie van twee kanten komt.
10.De ontwikkeling van professionaliteit en zelfstandig werken verdient te worden
   voortgezet, met structurele intercollegiale toetsing en intervisie als middelen
   voor verantwoord gebruik van professionele ruimte.
11.De veranderende en complexer wordende omgeving waarin de reclassering
   werkt, vraagt om een helderder profiel, eenheid in uitvoering en een flexibele,
   regionaal georiënteerde organisatie.
12.De reclassering is in te schakelen bij vrijheidsbeperkende en betekenisvolle
   sancties van welke aard ook.
13.De reclassering kan bijdragen aan het maken van de keuze, zowel beleidsmatig
   als in individuele gevallen, voor het toepassen van een bepaald type sanctie
   (straf-, bestuurs- dan wel civielrechtelijk).
14.Reclasseringsactiviteiten in civiel- en bestuursrechtelijk kader vergen een
   wettelijke grondslag. Daartoe is het zinvol de verspreide situaties waarin de
   reclassering al in deze kaders wordt ingezet, centraal in kaart te brengen.
   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                    25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Bijlage: Cijfers:
Aantallen reclasseringsactiviteiten 2010 - 2016
Productiecijfers volgens opgave reclasseringsorganisaties en V&J.
                                      2010    2011     2012      2013     2014      2015    2016
                                                   Advisering
Vroeghulp           RN                6752    6270     3994      3634     3148      3171    5526
                    SVG               2119    2049     1754      1917     2573      2541    4618
                    LdH               1231    1318       947      502       691      542      747
                    totaal          10102     9637     6695      6053     6412      6254 10891
Adviezen            RN              21698 24979 28436 29918 30133 38283 27089
                    SVG             10305 10722 12015 13481 12141 24680 12500
                    LdH               3143    4070     4367      5296     5433      8202    5049
                    totaal          35146 39771 44818 48695 47707 71165 44638
                             Plaatsing Forensische Zorg/Toeleiding Zorg
                    RN                1894    1867     1871      4497     5754              4429
                    SVG                       1186     1183      5913     7384              4486
                    LdH                 291    339       321        20         0            1207
                    totaal            2185    3392     3375 10430 13138                    10122
                                                      Toezicht
Niveau 1            RN                5367    6318     5741      6578     6933      6508    6284
                    SVG                                                             3111    3049
                    LdH                 792    788       718      562       580      596      613
Niveau 2            RN                4679    8209     9386      9448     9811 10387 10533
                    SVG                                                             8970    9296
                    LdH               1079    1973     3042      2446     2499      2636    2741
N2, PP-ET           RN                  440    667       547      518       527      524      477
                    SVG                                                                87      75
                    LdH                  34      48        72       56       48        27      53
Niveau 3            RN                  662   1082     1328      1637     1899      2144    2113
                    SVG                                                             1561    1520
                    LdH                 125    218       344      345       359      387      362
COSA                RN                                                                 88     120
Totaal              RN              11148 16276 17002 18181 19170 19651 19527
                    SVG             10986 11168 12000 12687 13969 13729 13940
                    LdH               2030    3027     4176      3409     3486      3646    3769
                    totaal          24164 30471 33178 34277 36625 37026 37236
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                     26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>                                          2010      2011       2012      2013        2014     2015  2016
                                                   Gedragsinterventies
                     RN                   1156      1027       1259      1047         802     16141  780
                     SVG                   690        542       634        541        302      114   615
                     LdH                   280        277       383        290        267      236   337
                     totaal               2126      1846       2276      1878        1371      511  1732
                                                        Werkstraffen
                     RN                27278 25874           27430 28667 31.076 34104 29499
                     SVG                  5088      3510       3087      2742             0   1149  1698
                     LdH                   363        274       387        237            0      0   517
                     totaal            32729 29658           30904 31646 31076 35253 31714
1
  41 Cijfer kan afwijken wegens verandering in de verantwoording aan het ministerie van VenJ.
   Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                             27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                 28
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                 29
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                 30
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Bronnen
Literatuur
Andersson, Elffers & Felix
Ketengericht werken aan betekenisvol reclasseringswerk, Eindrapport d.d. 9
november 2015
Bosma e.a. 2016
Anouk Bosma, Maarten Kunst, Anja Dirkzwager & Paul Nieuwbeerta, Street-level
bureaucracy en verwijzingen naar gedragsinterventies in Nederlandse penitentiaire
inrichtingen, Tijdschrift voor Criminologie 2016 (58) 4, blz 22 e.v.
De Croes en Vogelvang 2010
Croes, L. De, en B. Vogelvang, Vrijwilligers binnen Reclassering Nederland,
Reclassering Nederland 2010.
Van Kalmthout 2009
Kalmthout, A.M. van, en I. Durnesco (eds), Probation in Europe, Nijmegen 2009
Menger en Krechtig 2004
Menger, A. en L. Krechtig, Het delict als maatstaf, Reclassering Nederland 2004
Menger 2016
Menger, A. en L. Krechtig, Werkplaatsen ZSM: samenwerken bij betekenisvol
sanctioneren, PROCES 2016 (95), blz. 21 e.v.
Menger e.a. 2016
Menger, A, L. Krechtig en J. Bosker, Werken in gedwongen kader, methodiek voor
het forensisch sociaal werk, Amsterdam 2016
Significant, Verkenning stelselvarianten reclassering, rapport d.d. 31 juli 2014
Veiligheidsmonitor 2015, 2016
Centraal Bureau voor de Statistiek, Veiligheidsmonitor, Den Haag 2015, 2016,
https://www.cbs.nl/nl-nl/publicatie/2017/09/veiligheidsmonitor-2016
WODC 2008
Kogel, C.H. de, Nagtegaal, M.H., Toezichtprogramma’s voor delinquenten en
forensisch psychiatrische patiënten, WODC, Den Haag 2008.
    Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                     31
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Lijst van geïnterviewde personen
De Afdeling advisering heeft gesprekken gevoerd met:
A.A. Andreas, senior beleidsmedewerker Reclassering Nederland Utrecht
J. Brandligt, directeur Bonjo
M.D. Dozeman, regio-secretaris Reclassering Nederland Amsterdam
S.J.F.G. Edwards, beleidsspecialist openbare orde en veiligheid Veiligheidshuis
(gemeente Assen)
mr. drs. J.J.H.M. van Gennip, algemeen directeur Reclassering Nederland
C. de Gier, clustermanager Leger des Heils, Jeugdbescherming & Reclassering
Amsterdam
drs. C. von Grumbkow, beleidsmedewerker Stichting Verslavingsreclassering
GGZ (SVG) Amersfoort
B. van der Heijden, coördinator Detentie & Terugkeer jeugd gemeente
Amsterdam (AcVZ)
M.N. Kooijman, manager Veiligheidshuis Flevoland
M. van de Laar, administratief medewerker Bonjo
J. van Leeuwen, beleidsmedewerker Veiligheidshuis Hollands Midden Leiden
drs. A. Lutjens, coördinerend beleidsmedewerker Ministerie van Veiligheid en
Justitie
ir. P.G. Palsma MSc, directeur Leger des Heils, Jeugdbescherming en
Reclassering
E.A.J. van Pull MSc, beleidsmedewerker Ministerie van Veiligheid en Justitie
drs. E.C.A. Sinnige, directeur Stichting Verslavingsreclassering GGZ (SVG)
mr. M.J. Suijkerbuijk, plv. hoofd beleid Reclassering Nederland Utrecht
H.C.J.W. Traa, teamleider SVG Novadic-Kentron Tilburg
mr. W.J. Veldhof, beleidsmedewerker Leger des Heils Jeugdbescherming &
Reclassering Utrecht
F. Vellema, unitmanager WSO Reclassering Nederland (Arnhem)
D. Vosgezang, algemeen medewerker Bonjo
A.J. Wildoer, Hoofd Veiligheidshuis Noord-Holland Noord
J. van der Zalm, ketenmanager Veiligheidshuis Hollands Midden Leiden
Naast de gesprekken is er tevens een enquête (per email) uitgezet door de VNG
(met dank aan de heer mr. drs. I.C. Kloppenburg, beleidsmedewerker) bij een
aantal gemeenten, over de inzet per gemeente. Van eenentwintig gemeenten
zijn reacties ontvangen: Almelo, Almere, Amersfoort, Apeldoorn, Arnhem,
Assen, Delft, Den Bosch, Den Haag, Eindhoven, Emmen, Gouda, Groningen,
Haarlem, Heerlen, Hilversum, Leiden, Oss, Purmerend, Utrecht en Venlo.
     Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming | Advies Reclassering in een veranderende omgeving
                                                      32
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>