<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                                               Parkstraat 83 Den Haag
                                                                               Correspondentie:
                                                                               Postbus 30137
                                                                               2500 GC Den Haag
                                                                               Telefoon (070) 361 93 00
                                                                               www.rsj.nl
                                                                               info@rsj.nl
              Aan de minister voor Rechtsbescherming
              Postbus 20301
              2500 EH Den Haag
Datum       : 22 februari 2018
E-mail      : advies@rsj.nl
Uw kenmerk  : 2151322
Ons kenmerk : RSJ/101/3000/2018/GvA/TvV
Onderwerp   : Advies wijziging Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens
              Geachte heer Dekker,
              In uw brief van 13 december 2017 (kenmerk 2151322) heeft u de Afdeling
              advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
              (hierna de Afdeling) verzocht u te adviseren over een wijziging van het Besluit
              justitiële en strafvorderlijke gegevens in verband met het verstrekken van
              justitiële gegevens over begin en einde vrijheidsbeneming aan gemeenten ten
              behoeve van de re-integratie van ex-gedetineerden. Met dit advies voldoet de
              Afdeling aan uw verzoek.
              Samenvatting advies
              De Afdeling advisering heeft in haar advies Van detineren naar re-integreren
              het belang van een goede regeling benadrukt en waardeert het dan ook dat
              u een regeling heeft opgesteld. De Afdeling is zich bewust van de behoefte
              aan een wettelijke grondslag voor het (tijdig) uitwisselen van gegevens
              tussen de Dienst Justitiële Inrichtingen en de gemeente van terugkeer van de
              gedetineerde in het kader van een goede re-integratie van de ex-gedetineerde
              in de samenleving.
              Een goede re-integratie is in het belang van de betrokkene. Deze heeft echter,
              net als iedere andere burger, een keuze om hulp bij re-integratie al dan niet
              te aanvaarden en een recht op bescherming van zijn persoonsgegevens. Dat
              geldt voor een gedetineerde des te meer omdat hij in een afhankelijke positie
              verkeert. Het recht op privacybescherming is vastgelegd in onder meer artikel
              10 van de Grondwet, artikel 8, lid 1 van het Handvest voor de grondrechten van
              de Europese Unie, artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de
              Mens en daarnaast specifiek voor jeugdigen in artikel 16 van het Internationaal
              Verdrag voor de Rechten van het Kind en dit is uitgewerkt in Europese en
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>nationale regelgeving. Uitgangspunt is dan ook dat betrokkene toestemming moet geven
voor de verstrekking en verwerking van zijn justitiële en andere gegevens aan de gemeente
ten behoeve van diens re-integratie. Op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke
gegevens is dat wellicht slechts anders wanneer er een zwaarwegend algemeen belang
in het geding is, bijvoorbeeld bij gevaar voor de openbare orde of recidivegevaar. Van
een automatische verstrekking van justitiële gegevens van álle gedetineerden aan de
gemeenten voor het doel van re-integratie kan dan ook geen sprake zijn. Omdat een
algemene wettelijke taakstelling op het gebied van ondersteuning bij re-integratie voor
de gemeenten nog ontbreekt, kan op grond van de voorgestelde regeling bovendien geen
rechtmatige informatieverstrekking plaatsvinden.
De Afdeling stelt vast dat de categorie preventief gehechten op grond van artikel 10 van de
Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens is uitgesloten van toepassing, omdat daarin is
bepaald dat slechts gegevens worden verstrekt betreffende onherroepelijke veroordelingen.
Voor de categorie jeugdigen ontbreekt, net als bij volwassenen, een algemene
wettelijke taakstelling voor de gemeente en is in beginsel toestemming (van de wettelijk
vertegenwoordiger) nodig voor de verstrekking van justitiële (en andere) gegevens aan de
gemeente.
Op grond van het voorgaande kan de Afdeling derhalve niet positief adviseren over de
voorgestelde regeling. De Afdeling doet een aantal aanbevelingen waarmee zij tegemoet
komt aan de geconstateerde tekortkomingen van het voorstel.
1.       Achtergrond
De wetgever beoogt met de voorliggende wijziging van het Besluit justitiële en
strafvorderlijke gegevens (Bjsg) een wettelijke grondslag te bieden voor het verstrekken
van een beperkte set van gegevens door de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) aan
gemeenten ten behoeve van de voorbereiding van de terugkeer in de maatschappij van
een ex-gedetineerde. Deze wijziging betreft de invoeging van een nieuw artikel 11a bis
in het Bjsg, waarbij DJI, in casu de directeur van een penitentiaire inrichting (PI) of een
justitiële jeugdinrichting (JJI), ten behoeve van de voorbereiding van de terugkeer van de
ex-gedetineerde in de vrije samenleving diens persoonsgegevens en gegevens over begin
en einde vrijheidsbeneming verstrekt aan de gemeente van terugkeer (voor zover deze
gemeente zich hiervoor heeft aangemeld en beleid heeft ontwikkeld op het gebied van re-
integratie). Het betreft zogenaamde ‘kale’ gegevens, er worden geen gegevens verstrekt
over bijvoorbeeld het gepleegde strafbare feit. De gemeente van terugkeer wordt bepaald
aan de hand van de gegevens in de basisregistratie personen (Brp) en is de gemeente van
het laatst bekende woonadres van de gedetineerde. Als geen adres bekend is en daarmee
geen gemeente van (verwachte) terugkeer, dan worden de gegevens in beginsel aan geen
enkele gemeente beschikbaar gesteld. De regeling is van toepassing op volwassenen
en jeugdigen die een (vervangende) vrijheidsstraf hebben gekregen of in gijzeling
(dwangmaatregel) of voorlopige hechtenis zitten.
                  Afdeling advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                          2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>De voorgestelde wijziging sluit aan bij een aanbeveling van de Afdeling in haar advies
Van detineren naar re-integreren uit 2017.1 In dit advies concludeert de Afdeling dat ex-
gedetineerden die vanuit een penitentiaire inrichting terugkeren in de maatschappij vaak
kampen met problemen van psychische, fysieke of materiële aard waardoor zij mogelijk
eerder recidiveren. De Afdeling concludeerde dat vijf basisvoorwaarden op orde moeten zijn
voor een goede re-integratie. Het betreft:
-- het bezit van een geldig identiteitsbewijs (verplicht voor iedere ingezetene en
    noodzakelijk voor bijvoorbeeld het aanvragen van een uitkering),
-- onderdak aansluitend aan detentie,
-- inkomen (via werk of uitkering),
-- inzicht in schulden (en hulp daarbij) en
-- zorg (zowel lichamelijk als geestelijk).
Volgens de Afdeling dient er te worden voorzien in een wettelijke grondslag voor
informatieverstrekking door DJI van gegevens over de gedetineerde en diens problematiek,
inclusief de gegevens over begin en einde van de detentie, aan de gemeente van terugkeer
zodat deze de ondersteuning na detentie tijdig in gang kan zetten.2 Het RSJ-advies beperkte
zich tot volwassen gedetineerden die een vrijheidsstraf hebben gekregen.
Voor het onderhavige advies is relevante literatuur en regelgeving bestudeerd en is
een gesprek gevoerd met een deskundige op het gebied van de bescherming van
persoonsgegevens en een beleidsmedewerker van de VNG.3
Hierna wordt allereerst ingegaan op de voorgestelde uitwisseling van justitiële gegevens
tussen DJI en de gemeente van terugkeer. Vervolgens komen enkele specifieke doelgroepen,
te weten de preventief gehechten en de jeugdigen, aan bod. Tot slot gaat de Afdeling in op
enkele aandachtspunten in verband met de voorgestelde regeling.
2.        Uitwisseling van justitiële gegevens tussen DJI en gemeenten van terugkeer
Het recht op privacybescherming is vastgelegd in onder meer artikel 10 van de Grondwet,
artikel 8, lid 1 van het Handvest voor de grondrechten van de Europese Unie, artikel 8 van
het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en daarnaast specifiek voor jeugdigen in
artikel 16 van het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind en dit is uitgewerkt
in Europese en nationale regelgeving.4 In het kader van de gegevensuitwisseling dient een
onderscheid te worden gemaakt tussen justitiële gegevens en niet-justitiële gegevens.
Justitiële gegevens zijn gedefinieerd in de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens
(Wjsg) en betreffen – kort gezegd – informatie over de strafzaak, zoals de melding begin
   1   RSJ, Van detineren naar re-integreren, Den Haag: RSJ, 2017; Beleidsreactie d.d. 4 oktober 2017, Kamerstukken II 2017/18, 28 719, nr.
       100.
   2   In het RSJ-advies uit 2017 is vooral ingegaan op de problemen bij re-integratie en zijn de wettelijke kaders voor de bescherming
       van persoonsgegevens buiten beschouwing gebleven.
   3   Gesprek met de heer U. van de Pol, privacydeskundige en adviseur van de gemeente Amsterdam, tevens voorzitter van de Taskforce
       Gegevensverwerking Detentie en Terugkeer, d.d. 16 januari 2018; Gesprek met de heer I. Kloppenburg, beleidsmedewerker VNG,
       d.d. 1 februari 2018.
   4   Per 25 mei 2018 is nieuwe EU-regelgeving van kracht, te weten de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) 2016/679,
       Pb EG 2016, L119 en Richtlijn 2016/680 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van
       persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van
       strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, Pb EG 2016, L119.
                         Afdeling advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                      3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>en einde van de detentie. Niet-justitiële gegevens zijn bijvoorbeeld gegevens over de vijf
basisvoorwaarden voor re-integratie. Aangezien het voorliggende wijzigingsbesluit enkel
ziet op de uitwisseling van justitiële gegevens, zullen de niet-justitiële gegevens in het
navolgende buiten beschouwing worden gelaten.
Wettelijke grondslag publieke taak gemeente van ondersteuning bij re-integratie (ex-)gedetineerden
De Afdeling acht het van belang dat de uitwisseling van justitiële persoonsgegevens van
gedetineerden rechtmatig plaatsvindt. Op grond van artikel 13 jo. 9 van de Wet justitiële
en strafvorderlijke gegevens (Wjsg), de grondslag voor het voorliggende ontwerpbesluit,
is vereist dat de gegevens noodzakelijk zijn met het oog op een zwaarwegend algemeen
belang en dat de instantie die de persoonsgegevens ontvangt deze nodig heeft voor een
goede vervulling van haar publiekrechtelijke taak. Momenteel kunnen justitiële gegevens
enkel ten behoeve van de handhaving van de openbare orde in verband met de terugkeer
van bepaalde ex-gedetineerden worden verstrekt aan gemeenten. Het betreft hier
veroordeelden tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor een ernstig geweld- of
zedenmisdrijf, een verlengbare PIJ-maatregel of de maatregel tbs met dwangverpleging
waarbij op grond van de Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen (BIJ) justitiële
(en strafvorderlijke) gegevens worden verstrekt. De grondslag hiervoor is gelegen in de
publiekrechtelijke taak van de gemeente tot handhaving van de openbare orde (artikel
172, lid 1 Gemeentewet). Deze regeling is in het leven geroepen nadat was gebleken dat
in sommige gevallen de terugkeer van een veroordeelde – na detentie – in de samenleving
onrust veroorzaakte, terwijl de gemeente hierover niet was geïnformeerd en daardoor
geen voorbereidende maatregelen om de rust te bewaren had kunnen nemen. De Afdeling
constateert dat er nog geen algemene wettelijke grondslag bestaat voor de gemeentelijke
taak van ondersteuning bij re-integratie. Het Convenant Richting aan re-integratie uit 2014
biedt daarvoor een onvoldoende juridische basis. De privacywetgeving vereist dat er een
publiekrechtelijke taak en/of bevoegdheid en bijbehorende wettelijke grondslag bestaat
voor de instantie die de persoonsgegevens verstrekt en ontvangt. Met een publiekrechtelijke
taak wordt bedoeld een taak die bij of krachtens de wet is opgedragen.5 Een gemeentelijke
verordening of gemeentelijk besluit voldoet hier niet. Nu een wettelijke grondslag ontbreekt
kunnen geen justitiële gegevens van de gedetineerde aan de gemeente verstrekt worden.
In artikel 2, lid 2 Penitentiaire beginselenwet (Pbw) en artikel 2, lid 2 Beginselenwet
justitiële inrichtingen (Bjj) is de wettelijke taak voor DJI bij de voorbereiding van de
terugkeer van respectievelijk volwassen en jeugdige gedetineerden naar de samenleving
al geregeld. Voor gemeenten zou een soortgelijke wettelijke grondslag gecreëerd moeten
worden, bijvoorbeeld door een uitbreiding van artikel 2 Pbw6 of door aanpassing van
de Gemeentewet. Het verwerken van persoonsgegevens in het kader van re-integratie
geschiedt dan op basis van de grondslag ‘noodzakelijk voor een goede uitvoering van een
publiekrechtelijke taak’.7
   5   Zie ook Autoriteit Persoonsgegevens, Handleiding voor verwerking van persoonsgegevens, p. 24.
   6   Zoals voorgesteld in het rapport Detentie, terugkeer en privacy, rapport opgesteld in opdracht van de Taskforce Gegevensverwer-
       king Detentie en Terugkeer, Privacy Management Partners, 2016.
   7   Zie ook: Detentie, terugkeer en privacy, rapport opgesteld in opdracht van de Taskforce Gegevensverwerking Detentie en Terugkeer,
       Privacy Management Partners, 2016.
                        Afdeling advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                      4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Aanbeveling:
-- Zorg voor een wettelijke grondslag voor de gemeentelijke taak van ondersteuning bij re-
    integratie van (ex-)gedetineerden.
Noodzaak delen van justitiële gegevens met gemeente – eis van zwaarwegend algemeen belang
Naast een wettelijke taakstelling op het gebied van re-integratie is voor de uitwisseling
van justitiële gegevens ook een wettelijke bevoegdheid vereist. Op grond van artikel 13
jo. 9 Wjsg kunnen justitiële gegevens worden verstrekt aan personen of instanties die
met een publieke taak zijn belast en die niet bij de strafrechtspleging zijn betrokken, voor
zover dit noodzakelijk is met het oog op een zwaarwegend algemeen belang en een goede
taakuitoefening. Uitgangspunt is dus dat persoonsgegevens van de (ex-)gedetineerde
niet worden verstrekt aan de gemeente, tenzij er sprake is van een dergelijk belang. In
de memorie van toelichting bij de Wjsg is voor de uitleg van het begrip ‘zwaarwegend
algemeen belang’ verwezen naar artikel 8, tweede lid, EVRM waarin een uitputtende
opsomming van belangen gegeven wordt waarvoor verstrekking kan plaatsvinden.8 De
huidige wetgeving kent alleen de mogelijkheid voor het uitwisselen van gegevens in zeer
specifieke gevallen, namelijk de gevallen waar artikel 11a Bjsg op ziet. Het betreft hier de
uitwisseling van justitiële gegevens ten behoeve van de handhaving van de openbare orde
in verband met de terugkeer van bepaalde gedetineerden die zijn aangewezen in de BIJ-
regeling.
In het voorliggende ontwerpbesluit worden de justitiële gegevens verstrekt met het
oog op de terugkeer in de samenleving van betrokkene. Daarbij wordt uitgegaan van
de zelfredzaamheid van de (ex-)gedetineerde. Volgens de Afdeling ziet re-integratie
primair op het voorbereiden van de justitiabele op de terugkeer in de samenleving
en het voorkomen van detentieschade9 en secundair op het voorkomen van recidive,
maatschappelijke onrust en onveiligheid.10 Aangezien het recht op privacy een grondrecht
van alle burgers is, meent de Afdeling dat de uitwisseling van justitiële gegevens over
gedetineerden zonder toestemming van betrokkenen alleen gerechtvaardigd is wanneer
sprake is van een zwaarwegend algemeen belang in de zin van een gevaar voor recidive
of verstoring van de openbare orde. De vraag of hiervan sprake is moet derhalve worden
beoordeeld, bijvoorbeeld in het kader van de integrale sector overschrijdende aanpak van
geprioriteerde groepen in de Zorg- en Veiligheidshuizen (ZVH). Het kan bijvoorbeeld gaan
om zogenoemde veelplegers, Top-X (jeugd)criminelen, verwarde personen etc. Slechts ten
aanzien van deze personen kan naar het oordeel van de Afdeling worden gesteld dat er
mogelijk recidive- of openbare orde problemen te voorzien zijn.11 Daarbij is het van belang
die gegevensuitwisseling tussen ketenpartners goed te regelen en dienen procedurele
waarborgen te worden gecreëerd voor een goede beoordeling wie tot die geprioriteerde
groepen behoren. Uit een evaluatie van de Wjsg blijkt dat voor sommige partners in de
   8  Kamerstukken II 2003/04, 28 886, nr. 3; Onder het begrip ‘zwaarwegend algemeen belang’ dient te worden verstaan het belang van
      de nationale veiligheid, de openbare veiligheid of het economisch welzijn van het land, het voorkomen van wanordelijkheden en
      strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden of de bescherming van de rechten en vrijheden van ande-
      ren.
   9 Detentieschade bestaat uit de onbedoelde negatieve neveneffecten van vrijheidsbeneming.
   10 De Afdeling merkt op dat de Minister in zijn reactie van 4 oktober 2017 op het advies Van detineren naar re-integreren van de RSJ
      alleen het doel van het terugdringen en voorkomen van recidive noemt, Kamerstukken II 2017/18, 28 719, nr. 100, p. 2.
   11 Het gaat bij de keten overstijgende aanpak in ZVH om het bestrijden van ernstige overlast en criminaliteit.
                        Afdeling advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                    5
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>ZVH onduidelijk is welk regime van toepassing is bij de uitwisseling van gegevens (Wet
politiegegevens (Wpg), Wjsg of Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp)) en welke
beperkingen gelden voor het delen van justitiële gegevens op grond van de Wjsg.12
Momenteel ligt aan de samenwerking binnen de ZVH een convenant ten grondslag dat
door alle organisaties die deelnemen aan het samenwerkingsverband is ondertekend.
Meermalen is vastgesteld dat een convenant onvoldoende basis biedt voor de uitwisseling
van gegevens; er dient ook een wettelijke grondslag te zijn. De nieuwe Kaderwet
gegevensuitwisseling in samenwerkingsverbanden zal mogelijk die wettelijke grondslag
kunnen bieden.13
Is de openbare orde en/of het recidivegevaar niet in het geding en daarmee de noodzaak
van het delen van justitiële gegevens niet aangetoond, dan prevaleert het recht op
privacy van de gedetineerde en is naar het oordeel van de Afdeling toestemming van
de gedetineerde vereist voor een verstrekking van deze gegevens vanuit DJI naar
de gemeenten. Het voorgaande laat volgens de Afdeling onverlet dat penitentiaire
inrichtingen zouden moeten inzetten op het geven van tijdige en adequate voorlichting aan
gedetineerden over de hulp die gemeenten kunnen bieden bij de terugkeer naar de vrije
samenleving waardoor gedetineerden sneller toestemming zouden kunnen geven voor het
verstrekken van gegevens.14
Aanbevelingen:
-- Hanteer als uitgangspunt dat justitiële gegevens alleen na toestemming van de
    gedetineerde gedeeld worden met de gemeente.
-- Zorg voor tijdige en adequate voorlichting aan gedetineerden over de hulp die
    gemeenten kunnen bieden bij de terugkeer naar de vrije samenleving waardoor
    gedetineerden sneller toestemming zouden kunnen geven.
-- Zorg voor een procedure die waarborgen geeft voor een goede beoordeling wie tot
    specifieke geprioriteerde groepen behoren.
-- Zorg voor een wettelijke regeling voor de uitwisseling van (justitiële) gegevens door
    ketenpartners in Zorg- en Veiligheidshuizen.
Selectie gedetineerden uit een geprioriteerde groep
Er bestaat al jaren een gedoogpraktijk waarbij DJI en de gemeenten gegevens over
gedetineerden met betrekking tot de vijf basisvoorwaarden voor een goede re-integratie
uitwisselen via het systeem DPAN. Nu dit gedoogsysteem niet langer kan blijven
voortbestaan en de voorgestelde regeling naar de mening van de Afdeling niet voldoet, is
de vraag hoe de casemanager van een PI in de praktijk kan bepalen welke gedetineerden
tot een geprioriteerde groep behoren waarbij gerechtvaardigd kan zijn dat justitiële
gegevens aan de gemeente van terugkeer worden verstrekt zonder toestemming van
de gedetineerde. De Afdeling heeft nog geen concrete oplossing gevonden voor dit
selectieprobleem. Een mogelijkheid is dat de reclassering betrokken wordt bij het opstellen
   12 Evaluatie van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens, Nijmegen: Radboud Universiteit Nijmegen, 2014, p. 50-51.
   13 Een voorstel van wet wordt naar verwachting in het voorjaar van 2018 bij de Tweede Kamer ingediend. Uit een verkenning die in
       2014 is verschenen blijkt dat beoogd wordt de wet te beperken tot informatie-uitwisseling in het kader van de handhavings- en
       controletaak van de overheid.
   14 De centrale voorlichting aan gedetineerden in de penitentiaire inrichting Dordrecht is hier een goed voorbeeld van.
                       Afdeling advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                       6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>van een re-integratieplan van de gedetineerde tijdens het verblijf in de PI. Deze instantie
heeft al een wettelijke taak bij de nazorg voor gedetineerden en is partner in de ZVH waar
personen uit geprioriteerde groepen besproken worden. De Afdeling heeft in haar advies
uit 2017 al gepleit voor een grotere structurele rol van de reclassering bij het screenen
van gedetineerden bij binnenkomst in een PI ten behoeve van het opstellen van een re-
integratieplan.15
Aanbeveling:
-- Ontwikkel – in samenwerking met de ketenpartners inclusief gemeenten en VNG –
    een standaard procedure op grond waarvan PI’s en JJI’s kunnen achterhalen welke
    gedetineerden tot geprioriteerde groepen behoren waarvan persoonsgegevens ook
    zonder toestemming van betrokkenen mogen worden uitgewisseld.
3.       Bereik van de regeling: preventief gehechten en jeugdigen
De voorgestelde regeling is volgens de toelichting op het besluit ook van toepassing op
preventief gehechten en jeugdigen. Ten aanzien van deze specifieke categorieën overweegt
de Afdeling als volgt.
Preventief gehechten
Volgens de toelichting bij het ontwerp besluit zouden preventief gehechten ook onder de
regeling moeten vallen. Echter, de Afdeling stelt vast dat deze categorie op grond van
artikel 10 Wjsg is uitgesloten van toepassing, omdat daarin is bepaald dat slechts gegevens
worden verstrekt betreffende onherroepelijke veroordelingen. De Wjsg kan dus niet de
basis zijn op grond waarvan justitiële gegevens van preventief gehechten tussen PI’s en
gemeenten worden uitgewisseld. De Afdeling ziet evenwel ook dat een (snelle) uitwisseling
van gegevens in een aanzienlijk aantal gevallen van groot belang is voor de gedetineerde,
met name om detentieschade te voorkomen16 en ook om zo snel mogelijk een start te
kunnen maken met een passend re-integratietraject.17 De Afdeling is dan ook van mening
dat er (aanvullende) wetgeving moet komen die het mogelijk maakt om mét toestemming
van de preventief gehechte18 de begindatum van detentie aan de gemeente te melden.
Aanbeveling:
-- Zorg voor een wettelijke regeling die het mogelijk maakt om mét toestemming van de
    preventief gehechte de begindatum van detentie aan de gemeente te melden.
Jeugdigen
De Afdeling stelt vast dat automatische verstrekking van de justitiële gegevens van álle
jeugdigen die terugkeren uit een JJI niet rechtmatig is, om dezelfde redenen die voor
volwassenen gelden. Ook hier ontbreekt een algemene wettelijke taakstelling voor de
   15 RSJ, Van detineren naar re-integreren, Den Haag: RSJ, 2017, aanbeveling 3, p. 9.
   16 Het gaat bijvoorbeeld om het doorgeven van de detentie aan de Sociale Dienst of UWV om te voorkomen dat later uitkeringen
      terugbetaald moeten worden, het tijdelijk stopzetten van de zorgverzekering, het eventueel regelen dat de huur – al dan niet als
      lening – tijdelijk doorbetaald wordt, het regelen dat zorgtrajecten zo veel mogelijk door kunnen lopen, etc.
   17 Voor meerderjarigen gaat het daarbij om het door de gemeente leveren van input voor het detentie- en re-integratieplan dat bin-
      nen de PI wordt opgesteld en bij minderjarigen om input in het trajectberaad (overleg tussen JJI, Raad voor de Kinderbescherming,
      Jeugdreclassering en gemeente).
   18 Of diens wettelijke vertegenwoordiger in het geval van een minderjarige.
                         Afdeling advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                     7
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>gemeente op het gebied van ondersteuning bij de re-integratie voor jeugdigen en is in
principe toestemming nodig, in dit geval van de wettelijk vertegenwoordiger van de jeugdige
die nog geen 18 jaar is (artikel 1:234 BW). Naast de bescherming van privacy op grond van
artikel 8 EVRM zijn voor de jeugdige ook de artikelen 3 (belang van het kind) en 16 van
het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind (IVRK) (privacybescherming met
een recht van het kind op bescherming door de wet) relevant. Een inbreuk op de privacy
van de jeugdige kan in het belang van het kind zijn, maar dat is slechts in bijzondere
gevallen geoorloofd, bijvoorbeeld wanneer de openbare orde/recidive in het geding is,
zoals bij geprioriteerde groepen. In die gevallen ligt het meer in de rede om de justitiële
gegevens niet aan de gemeente maar aan de jeugdreclassering te verstrekken in verband
met diens verantwoordelijkheid voor de nazorg. Als het gaat om het tijdelijk stopzetten van
voorzieningen of het continueren van jeugdhulp dan is Raad voor de Kinderbescherming als
casusregisseur in het Trajectberaad bij verplichte nazorg de instantie die dit kan regelen met
de gemeente. Voor de uitwisseling van justitiële (en andere) gegevens met de gemeente
na toestemming van de wettelijk vertegenwoordiger van de jeugdige is een algemene
wettelijke grondslag nodig waarbij aan de gemeente een publiekrechtelijke taak bij de re-
integratie van jeugdigen gegeven wordt, bijvoorbeeld in de Jeugdwet, Gemeentewet of Bjj.
Aanbeveling:
-- Zorg voor een algemene wettelijke grondslag voor de gemeentelijke taak van
    ondersteuning bij re-integratie van jeugdigen.
4.       Aandachtspunten bij de voorgestelde regeling
Tot slot volgen nog enkele aandachtspunten bij de voorgestelde regeling:
-- De Afdeling beveelt aan om de gedetineerde – die volgens de wetgever primair zelf
    verantwoordelijk is voor zijn detentie- en re-integratieplan - toegang te geven tot dat
    plan om er in te werken19 en zich ervan op de hoogte te stellen welke gegevens aan
    welke instantie verstrekt worden en met welk doel.
-- Bijzondere aandacht verdient de controle op het verwijderen van de gegevens na het
    verstrijken van de bewaartermijn. Bij het opstellen van het advies over de BIJ-regeling20
    is het de Afdeling gebleken dat veel gemeenten hiervoor onvoldoende aandacht hebben.
    Een vorm van periodieke controle hierop lijkt gewenst.
-- In het voorstel wordt de levering van gegevens van begin en einde detentie afhankelijk
    gesteld van het bestaan van gemeentelijk re-integratiebeleid. In de toelichting bij het
    voorstel wordt niet ingegaan op de eisen die daaraan gesteld worden, wie dit toetst
    en de wijze van toetsing. De Afdeling denkt dat het voldoende is als gemeenten zich
    aanmelden, de voorwaarden voor aanmelding onderschrijven en aangeven dat er één of
    enkele functionarissen zijn die belast zijn met de gemeentelijke taak van re-integratie.
   19 Bijvoorbeeld voor het aanvragen van een identiteitsbewijs of het inschrijven voor huisvesting.
   20 RSJ, Bestuurlijke Informatievoorziening Justitiabelen: beter richten!, Den Haag: RSJ 2013.
                       Afdeling advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                                       8
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>-- In de praktijk komt het ook voor dat gemeenten de ondersteuning bij de re-integratie van
    ex-gedetineerden uitbesteden aan een andere instantie, bijvoorbeeld het ZVH. Daarnaast
    komt het vaak voor dat een gemeente optreedt voor meerdere gemeenten (al dan niet in
    een ZVH). De Afdeling is van mening dat voor die gevallen specifiek geregeld moet worden
    dat DJI ook aan die andere instanties informatie mag verstrekken voor het doel van re-
    integratie.
namens de Afdeling advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming,
mr. L.A.J.M. de Wit, voorzitter
                 Afdeling advisering van de Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming
                                                         9
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>