<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>             Aan de minister voor Rechtsbescherming
             De heer S. Dekker
             Ministerie van Justitie en Veiligheid
             Postbus 20301
             2500 EH Den Haag
Datum        15 september 2020                   Uw kenmerk               2956761
E-mail       adviesrsj@minjenv.nl                Ons kenmerk              2956892
Onderwerp    Advies Novelle wetsvoorstel Wet Terugkeer en Vreemdelingenbewaring
          Geachte heer Dekker,
          Op 26 juni 2020 ontving de Afdeling advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing
          en Jeugdbescherming (hierna: de RSJ) uw adviesaanvraag. Hierin wordt de RSJ gevraagd
          om een reactie op het conceptwetsvoorstel Wijziging van de Wet terugkeer en
          vreemdelingenbewaring (hierna: novelle). Deze novelle houdt een aanpassing in van het
          in 2015 ingediende wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring (hierna:
          wetsvoorstel Wtvb)1, dat momenteel in behandeling is bij de Eerste Kamer.
          Er wordt met de novelle een wijziging voorgesteld van het wetsvoorstel Wtvb om
          maatregelen te nemen ten aanzien van overlastgevende vreemdelingen. Voorgesteld
          wordt om het wetsvoorstel op drie punten aan te passen. Ten eerste wordt een wijziging
          van het afwegingskader voor vrijheidsbeperking van vreemdelingen voorgesteld. In de
          tweede plaats wordt een voorziening geïntroduceerd om te kunnen optreden bij grote
          veiligheidsproblemen en -incidenten in de inrichting voor vreemdelingenbewaring, in de
          vorm van een lockdown. Tot slot wordt voorgesteld het wettelijke kader aan te vullen met
          een nationale grondslag voor vreemdelingenbewaring voor vreemdelingen die niet vallen
          onder het toepassingsbereik van de EU-Terugkeerrichtlijn, de EU-Opvangrichtlijn of de
          Dublin-verordening. De RSJ heeft alleen opmerkingen en aanbevelingen bij de wettelijke
          mogelijkheid voor een lockdown bij vreemdelingenbewaring.
          1
            Kamerstukken II 2014/15, 34 128, nr. 2. (Wetsvoorstel Wet terugkeer en vreemdelingenbewaring)
          Postbus 30137
          2500 GC Den Haag
          www.rsj.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                                                                       2
Aanleiding
Voor vreemdelingenbewaring geldt op dit moment het regime van beperkte gemeenschap
onder de Penitentiaire beginselenwet (Pbw). Dit regime kent de mogelijkheid om in
bijzondere omstandigheden, iedereen die in bewaring is gesteld, zo lang als dat nodig is
in te sluiten.2 Met het wetsvoorstel Wtvb wordt een eigen bestuursrechtelijk en minder
penitentiairrechtelijk kader voor vreemdelingenbewaring geïntroduceerd. Aanleiding
hiervoor is de kritiek van internationale toezichthouders en mensenrechtenorganisaties op
de uitvoering van de vreemdelingendetentie in Nederland.3 Dit bestuursrechtelijk kader
moet meer aansluiten bij de doelstelling van vreemdelingenbewaring en gaat uit van het
beginsel van minimale beperkingen.4
In het wetsvoorstel Wtvb is een nieuw regime opgenomen en wordt het aantal uren
insluiting per etmaal gemaximeerd en een minimumaantal uren dagbesteding per week
gegarandeerd.5 Bij de uitvoering van een lockdown kan hier een juridisch knelpunt
ontstaan.6 Een lockdown houdt in dat alle of (grote) groepen vreemdelingen in de
inrichting tijdelijk worden ingesloten op hun cel. Het is de bedoeling dat vervolgens in
fasen wordt toegewerkt naar een volledig dagprogramma, als de situatie onder controle
is.7 Een dergelijke lockdown kan strijdig zijn met het nieuwe wettelijke regime.8 Daarom
is in de novelle een wettelijke bevoegdheid opgenomen voor de directeur om tijdelijk te
kunnen afwijken van de wettelijke minima (dagbesteding) en maxima (insluit-uren).
Wettelijke regeling voor lockdown
Bevoegdheid directeur
De wettelijke bevoegdheid van de directeur om een lockdown te kunnen toepassen is
opgenomen in artikel 5 lid 1 van het wetsvoorstel Wtvb. De directeur kan, indien dit
volstrekt noodzakelijk is met het oog op het handhaven van de orde en veiligheid in de
inrichting, voor ten hoogste vier weken afwijken van het wettelijke minimumaantal uren
dagbesteding.9 Wel moet er altijd uitvoering worden gegeven aan het recht op één uur
luchten per dag.10 Met dit voorstel kan een lockdown dus maximaal vier weken duren.
In het oorspronkelijke wetsvoorstel was deze termijn op zes weken gesteld, maar naar
aanleiding van een kritisch advies van de Afdeling advisering van de Raad van State is de
termijn verkort naar vier weken.11
2
   Artikel 5 Pbw.
3
   A. Busser, R. Oosterhuis & T. Strik, ‘Detentie-omstandigheden onder huidig regime en onder
   wetsvoorstel getoetst aan internationale normen’, A&MR 2019/8, p. 323.
4
   Vreemdelingen worden in vreemdelingenbewaring aan geen andere beperkingen onderworpen dan
   die welke voor het doel van de vreemdelingenbewaring of in het belang van de handhaving van de
   orde of de veiligheid in de inrichting noodzakelijk zijn. In: Kamerstukken II 2015/16, 34 309, nr. 3,
   p. 7 en 82. (Memorie van toelichting wetsvoorstel Wtvb)
5
  Kamerstukken II 2019/20, 35 501, nr. 3, p. 7. (Memorie van toelichting novelle)
6
   Kamerstukken II 2019/20, 35 501, nr. 3, p. 4. (Memorie van toelichting novelle)
7
   Kamerstukken II 2019/20, 35 501, nr. 3, p. 6. (Memorie van toelichting novelle)
8
   Kamerstukken II 2019/20, 35 501, nr. 3, p. 4. (Memorie van toelichting novelle)
9
   Hij kan voor ten hoogste vier weken afwijken van de artikelen 22, 23 en 36, voor zover het gaat
   om de rechten op bewegingsvrijheid en dagbesteding. In: Kamerstukken II 2019/20, 35 501, nr. 2,
   p. 1 en 2. (Voorstel van wet novelle)
10
   Kamerstukken II 2019/20, 35 501, nr. 2, p. 2. (Voorstel van wet novelle)
11
   De Afdeling advisering van de Raad van State gaf in het rapport aan dat er eerder in termen van
   dagen dan in termen van weken gedacht zou moeten worden. Zie: Kamerstukken II 2019/20, 35
   501, nr. 4, p. 3. (Nader rapport)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                                                                 3
In de memorie van toelichting wordt benadrukt dat het gaat om een wettelijke
voorziening voor uitzonderingssituaties, die slechts bedoeld is voor gevallen waarin
afwijking strikt noodzakelijk is. Het gaat om uitzonderingssituaties met een ernstig
karakter, waarbij de veiligheid van zowel ingeslotenen als personeel in het geding is.12
Rechtswaarborgen
In de novelle is opgenomen dat de directeur bij het instellen van een lockdown onverwijld
een schriftelijke mededeling moet doen van zijn beslissing aan de vreemdelingen in
bewaring in een zoveel mogelijk voor eenieder begrijpelijke taal. De beslissing moet met
redenen omkleed, gedagtekend en ondertekend zijn. Tevens is opgenomen dat de
directeur onverwijld de commissie van toezicht op de hoogte stelt.13
Daarnaast is opgenomen dat de lockdown een maatregel betreft waarover men beklag
kan doen op grond van artikel 72, eerste lid, onder b, van het wetsvoorstel Wtvb. Hierna
is vervolgens beroep mogelijk bij de speciale beroepskamer tenuitvoerlegging
vreemdelingenbewaring van de RSJ.14
Standpunt RSJ
Begrip voor mogelijkheid lockdown
De RSJ staat achter het opnemen van een bevoegdheid in de Wtvb om als uiterste
ordemaatregel een lockdown te kunnen instellen. De praktijk wijst uit dat het met het oog
op veiligheid van belang is om over deze bevoegdheid te beschikken.15
Een lockdown is echter een ingrijpende maatregel. Zeker tegen de achtergrond van het
bestuursrechtelijk karakter van vreemdelingendetentie. Het is van essentieel belang dat
deze ingrijpende maatregel met voldoende rechtswaarborgen is omkleed.
Subsidiariteitsbeginsel
Gelet op het subsidiariteitsbeginsel moet worden bekeken of met minder ingrijpende
maatregelen kan worden volstaan. De directeur kan gebruikmaken van de bevoegdheid in
de Wtvb om een orde- of disciplinaire maatregel op te leggen of overplaatsing naar het
beheersregime te realiseren. In de memorie van toelichting van de novelle is opgenomen
dat het instellen van een lockdown een uiterst middel is dat pas kan worden ingezet als
de andere orde- en dwangbevoegdheden om in te grijpen bij orde- en
veiligheidsproblemen, niet meer voldoen.16 Gewaarborgd moet worden dat bij het
instellen van een lockdown dit beginsel daadwerkelijk wordt gerespecteerd.
Duur van de maatregel
De RSJ is van mening dat de maatregel niet langer zou moeten duren dan strikt
noodzakelijk is om de orde, rust en veiligheid te laten terugkeren.17 De termijn van vier
12
   Kamerstukken II 2019/20, 35 501, nr. 3, p. 5. (Memorie van toelichting novelle)
13
   Kamerstukken II 2019/20, 35 501, nr. 2, p. 2. (Voorstel van wet novelle)
14
   Kamerstukken II 2019/20, 35 501, nr. 2, p. 2. (Voorstel van wet novelle)
15
   Incidenten genoemd in de memorie van toelichting (Kamerstukken II 2019/20, 35 501, nr. 3, p. 4
   en 5) en genoemd tijdens werkbezoek RSJ in DC Rotterdam, 22 juni 2020.
16
   Kamerstukken II 2019/20, 35 501, nr. 3, p. 5. (Memorie van toelichting novelle)
17
   Dit sluit aan bij het standpunt van de Afdeling advisering van de Raad van State.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                                                              4
weken zonder mogelijkheid tot tussentijdse toetsing is naar mening van de RSJ derhalve
te lang. De onderbouwing in de memorie van toelichting alsmede de incidenten die zich in
de praktijk hebben voorgedaan, rechtvaardigen niet de noodzaak van deze bijzonder
lange duur. Bovendien kan isolatie een schadelijke werking hebben op de gezondheid en
het welzijn van ingesloten vreemdelingen18 en moet deze zo kort mogelijk zijn. De RSJ is
met de Afdeling advisering van de Raad van State van mening dat bij een lockdown
eerder in dagen gedacht zou moeten worden dan in weken.
Mogelijkheid tot differentiatie
De maatregel moet vanwege het collectieve karakter zoveel mogelijk gericht zijn op de
groep vreemdelingen die daadwerkelijk verantwoordelijk is voor de onrust en
onveiligheid. De overige vreemdelingen moeten zo snel mogelijk weer aan het
dagprogramma kunnen deelnemen.
Aanbevelingen
Gezien het ingrijpende karakter van de maatregel en de impact hiervan op ingeslotenen,
acht de RSJ het van essentieel belang dat er voldoende rechtswaarborgen in de wet zijn
opgenomen. De nu voorgestelde waarborgen acht de RSJ nog niet voldoende. De RSJ
doet daarom de volgende aanbevelingen:
    Neem in de wet op dat de directeur moet motiveren waarom niet met minder
     ingrijpende middelen kan worden volstaan. Dit komt het draagvlak bij de ingeslotenen
     ten goede. Ook wordt een tussentijdse toetsing door de commissie van toezicht en
     een toetsing als beklag en beroep wordt ingesteld, beter uitvoerbaar.
    Stel de termijn van een mogelijke lockdown op maximaal twee weken. Indien dit
     noodzakelijk is, kan de directeur de lockdown verlengen met maximaal twee weken.
     Daarmee heeft de vreemdeling ‘invloed’ op het voorkomen van een tweede termijn
     van twee weken. De commissie van toezicht dient dan tussentijds te toetsen. Hiermee
     wordt een extra waarborg gecreëerd.
    Neem in de memorie van toelichting op dat de maatregel in principe gericht moet zijn
     op degenen die verantwoordelijk zijn voor de verstoring van de orde en veiligheid.
Met vriendelijke groet,
namens de Afdeling advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming
Frederieke Leeflang
Algemeen voorzitter
18
   A. Busser, R. Oosterhuis & T. Strik, ‘Detentie-omstandigheden onder huidig regime en onder
   wetsvoorstel getoetst aan internationale normen’, A&MR 2019/8, p. 323.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>