<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Samenvatting advies ‘Wetsvoorstel Rechtspositie gesloten
jeugdinstellingen’
Op 2 juli 2020 is het wetsvoorstel Rechtspositie gesloten jeugdinstellingen (hierna: het
wetsvoorstel) in consultatie gegaan. De Afdeling advisering van de Raad voor
Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (hierna: de RSJ) is gevraagd op dit
wetsvoorstel te reageren.
Strekking wetsvoorstel
Het wetsvoorstel kent drie primaire doelstellingen. In de eerste plaats wordt met dit
wetsvoorstel beoogd de rechtspositie van jeugdigen in geslotenheid te verbeteren. In de
tweede plaats heeft het wetsvoorstel tot doel de rechtspositie van deze jeugdigen zoveel
mogelijk te harmoniseren. Tot slot ondersteunt dit wetsvoorstel de ontwikkeling naar
meer kleinschaligheid bij het gesloten plaatsen van jeugdigen.
De basis van het wetsvoorstel wordt gevormd door drie te onderscheiden regimes van
gesloten plaatsingen voor jeugdigen: 1. Het beperkt gesloten regime (kleinschalige
voorzieningen), 2. Het gesloten regime (instellingen voor jeugdzorg plus), en 3. Het hoog
beveiligd gesloten regime (justitiële jeugdinrichtingen). Oplopend van het beperkt
gesloten regime naar het hoog beveiligd gesloten regime is er sprake van verschillende
beveiligingsniveaus die gepaard gaan met meer en ingrijpendere mogelijkheden met
betrekking tot het toepassen van vrijheidsbeperkende maatregelen. In het hoog beveiligd
gesloten regime kunnen tot slot disciplinaire straffen worden opgelegd.
Onduidelijkheden binnen vier thema’s
De RSJ onderschrijft de stap naar harmonisatie van de rechtspositie van jeugdigen in
gesloten instellingen. Daarnaast is de RSJ positief over het feit dat met dit wetsvoorstel
de kleinschalige voorzieningen een formele positie krijgen. De RSJ concludeert echter dat
deze harmonisatie met dit wetsvoorstel niet optimaal wordt gerealiseerd. Dit komt in de
eerste plaats door het feit dat de jeugd-ggz niet bij dit harmonisatietraject betrokken is
geweest. In de tweede plaats stelt de RSJ vast dat er wettelijke hiaten en
onduidelijkheden zijn ontstaan nu het wetsvoorstel slechts ten dele de Beginselenwet
justitiële jeugdinrichtingen (Bjj) en hoofdstuk 6 van de Jeugdwet (Jw) vervangt en er niet
gekozen is voor één wet.
Aan de hand van vier thema’s heeft de RSJ beschouwd hoe de situatie er voor jeugdigen
uit komt te zien na inwerkingtreding: 1. Grondslag en doelstellingen vrijheidsbeneming,
2. Drie niveaus van geslotenheid, 3. Vrijheidsbeperkende maatregelen en disciplinaire
straffen, en 4. De klacht- en beroepsregeling.
Met betrekking tot het eerste thema constateert de RSJ dat in het wetsvoorstel is
gekozen voor een andere formulering van de doelstellingen van de vrijheidsbeneming dan
Postbus 30137
2500 GC Den Haag
www.rsj.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>onder artikel 2 lid 2 Bjj. Vanwege deze herformulering lijkt (onder meer) de re-integratie
van de jeugdige niet langer voorop te staan.
Wat betreft het tweede thema concludeert de RSJ dat er meer duidelijkheid moet komen
over het plaatsingsproces en de criteria voor plaatsingsbeslissingen, zowel voor jeugdigen
met een strafrechtelijke titel als voor jeugdigen met een civielrechtelijke titel.
Over het derde thema merkt de RSJ onder meer op dat de inzet van ingrijpende
vrijheidsbeperkende maatregelen met meer waarborgen moet zijn omkleed. Daarnaast is
de RSJ van oordeel dat insluiting in een separatieruimte niet meer mogelijk mag zijn en
dat de maximale duur van insluiting dient te worden beperkt. Bovendien acht de RSJ
insluiting in het kader van een disciplinaire straf ongewenst.
Met betrekking tot het vierde en laatste thema constateert de RSJ dat belangrijke
bepalingen uit de Bjj niet zijn overgenomen in het wetsvoorstel. Hierdoor lijkt de
rechtspositie van, met name strafrechtelijk geplaatste, jeugdigen te zijn verslechterd in
plaats van verbeterd.
Advies
Het bovenstaande leidt naar het oordeel van de RSJ niet alleen tot een verslechtering van
de rechtspositie maar ook tot extra onduidelijkheden voor jeugdigen en medewerkers van
gesloten instellingen. Dit kan naar oordeel van de RSJ worden ondervangen door één wet
op te stellen betreffende de rechtspositie van jeugdigen in geslotenheid. De
kernaanbeveling van dit advies is dan ook om hoofdstuk 6 Jw en de Bjj te integreren tot
één wet. Om de harmonisatie compleet te maken dienen daarbij ook de relevante
bepalingen uit de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) en de Wet zorg en
dwang (Wzd) te worden betrokken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>