<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>1
> Retouradres Postbus 20301 2500 EH Den Haag
                                                                                   Directoraat-Generaal
                                                                                   Straffen en Beschermen
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer                                              Directie Sanctietoepassing en
der Staten-Generaal                                                                Jeugd
Postbus 20018                                                                      Programma Forensische Zorg
2500 EA DEN HAAG                                                                   Turfmarkt 147
                                                                                   2511 DP Den Haag
                                                                                   Postbus 20301
                                                                                   2500 EH Den Haag
                                                                                   www.rijksoverheid.nl/jenv
                                                                                   Ons kenmerk
                                                                                   2945798
                                                                                   Bij beantwoording de datum
Datum          24 juni 2020                                                        en ons kenmerk vermelden.
                                                                                   Wilt u slechts één zaak in uw
Onderwerp Voortgangsbrief forensische zorg                                         brief behandelen.
Inleiding
Op 18 oktober 2019 informeerde ik uw Kamer over de voortgang van de
maatregelen die ik heb genomen naar aanleiding van de onderzoeken naar het
detentieverloop van Michael P.1 Ook schetste ik in die brief de inrichting van het
programma forensische zorg en de voortgang van de Taskforce Veiligheid en
Kwaliteit in de forensische zorg. Sindsdien zijn, samen met de sector, veel
stappen gezet om veiligheid en kwaliteit te verbeteren. Het meerjarenakkoord
heeft afgelopen voorjaar een extra impuls gekregen, onder meer via extra
middelen voor de vermindering van administratieve lasten en afspraken over de
ontwikkeling van een kwaliteitskader.2
De impact van de coronacrisis is groot, ook op de forensische zorg. Impact op
cliënten, professionals en zorgaanbieders. Ik waardeer het doorzettingsvermogen
en de creativiteit van de sector in deze moeilijke periode. Er is hard gewerkt om
zowel de zorgverlening als het invoeren van verbetermaatregelen zo goed
mogelijk doorgang te laten vinden en tegelijkertijd personeel en patiënten
optimaal te beschermen tegen het coronavirus.
In deze brief zal ik de voortgang schetsen die sinds de eerdergenoemde
voortgangsbrief is geboekt, allereerst op de verbetermaatregelen die in 2019 zijn
genomen naar aanleiding van Michael P. Vervolgens licht ik toe welke stappen zijn
gezet in het programma forensische zorg, welke resultaten door de Taskforce zijn
behaald, en wat de stand van zaken is rond de afspraken over tarieven en inkoop.
Verder geef ik mijn reactie op het recent aangeboden advies ‘Langdurig in de tbs’
van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ), en op de
evaluatie van de maatregelen rond risicotaxatie bij zedendelicten die zijn
genomen naar aanleiding van het rapport ‘Gewogen risico’. Ten slotte geleid ik
enkele zeer recent uitgebrachte onderzoeksrapporten aan uw Kamer door. Deze
rapporten zal ik na de zomer voorzien van een inhoudelijke reactie.
1
  Kamerstukken II 2019/20, 33 628, nr. 66.
2
  Addendum bij Meerjarenovereenkomst Forensische Zorg 2018-2021, bijlage bij
Kamerstukken II 2019/20, 33 628, nr. 73.
                                                                                   Pagina 1 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Stand van zaken implementatie verbetermaatregelen                                  Directoraat-Generaal
                                                                                   Straffen en Beschermen
                                                                                   Directie Sanctietoepassing en
In het voorjaar van 2019 heb ik naar aanleiding van zeer kritische onderzoeken     Jeugd
naar het detentieverloop van Michael P. een groot aantal maatregelen               Programma Forensische Zorg
afgekondigd.3 Op veel punten was meer focus op risico’s en veiligheid
noodzakelijk. De maatregelen zijn geconcentreerd binnen zes thema’s. Op elk van    Datum
                                                                                   24 juni 2020
die thema’s schets ik hieronder de voortgang. In een bijlage treft u het overzicht
                                                                                   Ons kenmerk
aan van alle maatregelen, moties en toezeggingen.
                                                                                   2945798
1) Aanpak weigerende observandi
Alle maatregelen binnen dit thema zijn ingevoerd. De verduidelijking van artikel
37a van het Wetboek van Strafrecht is per 1 januari 2020 in werking getreden
middels de Invoeringswet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke
beslissingen (Stb. 2019, 504). De Adviescommissie gegevensverstrekking
weigerende observandi is operationeel. Er zijn sinds de start nog geen zaken ter
advisering voorgelegd. De regeling weigerende observandi wordt als ultimum
remedium ingezet door het Openbaar Ministerie (OM), zoals de wet dat ook eist.
Dat betekent dat de commissie niet bij alle weigerende observandi wordt ingezet,
maar alleen in die gevallen waarin het OM inschat dat echt op geen enkele andere
wijze informatie kan worden verkregen die de rechter kan helpen bij de
inschatting of tbs vereist is.
In het plenaire debat van 3 april 2019 heb ik in reactie op vragen van het lid Van
Toorenburg toegezegd te onderzoeken of weigerende observandi standaard in een
Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) kunnen worden geplaatst in plaats van
een reguliere gevangenis. Naar aanleiding van deze toezegging is door de Dienst
Justitiële Inrichtingen (DJI) onderzocht of het gewenst is veroordeelden, die
tijdens de rechtsgang weigerden mee te werken aan pro Justitia (PJ) onderzoek,
bij veroordeling tot een gevangenisstraf standaard in een PPC te plaatsen. Om
een aantal redenen ligt dit niet voor de hand:
- over deze weigeraars kunnen toch vaak zinvolle, inhoudelijke rapportages
     opgesteld worden, op basis waarvan de rechter bijvoorbeeld forensische zorg
     kan gelasten.
- binnen de penitentiaire inrichtingen (PI’s) bestaan voldoende mogelijkheden
     om bij gedetineerden zorgproblematiek en risico’s te signaleren en hen dan
     naar de juiste, passende zorg toe te leiden dan wel
     risicomanagementmaatregelen te treffen.
- het weigeren mee te werken aan een PJ-onderzoek hoeft op zichzelf nog niet te
     betekenen dat er sprake is van een zorgvraag of zorgnoodzaak bij de
     gedetineerde die een directe plaatsing op een (schaarse) PPC-plek zonder
     meer zou legitimeren.
Ik vind het echter wel van belang dat als een veroordeling volgt bij iemand die
eerder geweigerd heeft mee te werken aan een PJ-onderzoek, dit bekend is bij de
start van de detentie. Daarom zal DJI organiseren dat direct bij de start van
detentie in beeld wordt gebracht of sprake is van een gedetineerde die eerder
heeft geweigerd mee te werken aan een PJ-rapportage. Indien dit het geval is, zal
door een gedragsdeskundige in de PI worden beoordeeld of verdere actie
noodzakelijk is. Dat kan uiteenlopen van het goed monitoren van het gedrag van
deze gedetineerde tot plaatsing in een PPC.
3
  Kamerstukken II 2018/19, 33 628, nr. 44.
                                                                                   Pagina 2 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>2) Beter zicht op risico’s                                                         Directoraat-Generaal
                                                                                   Straffen en Beschermen
                                                                                   Directie Sanctietoepassing en
Delictanalyse en risicotaxatie voor de doelgroep ernstig geweld en zeden zijn      Jeugd
verplicht voor het aanvragen van een indicatie voor plaatsing in een instelling    Programma Forensische Zorg
voor forensische zorg. De gedetineerde in kwestie wordt bovendien altijd in
persoon gezien door de indicatiesteller. Deze maatregelen zijn vastgelegd in       Datum
                                                                                   24 juni 2020
regelgeving. Daarmee zijn alle maatregelen binnen dit thema ingevoerd.
                                                                                   Ons kenmerk
                                                                                   2945798
Het afnemen van de verplichte delictanalyse en risicotaxatie bij de doelgroep
ernstig geweld en zeden gebeurt sinds kort niet meer exclusief door één
zorgaanbieder, maar – volgens dezelfde kwaliteitseisen - ook door andere
zorgaanbieders. Hierdoor kan het traject van afnemen van delictanalyse en
risicotaxatie sneller plaatsvinden.
3) Risico’s zwaarder laten meewegen
Binnen dit thema heb ik maatregelen genomen die ten doel hebben dat
maatschappelijke risico’s zwaarder meewegen bij het toekennen van vrijheden:
geen vrijheden meer bij uitplaatsing op grond van artikel 15, vijfde lid, Pbw en
uitplaatsing op grond van artikel 43, derde lid, Pbw alleen in de laatste fase van
detentie. Die maatregelen worden onverkort toegepast, maar moeten nog worden
verankerd in regelgeving. Het ontwerp van de Regeling tot wijziging van de
Regeling selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (Spog) en de Regeling
tijdelijk verlaten van de inrichting (Tvi) zal komende maand voor advies worden
aangeboden aan de RSJ. Het Wetsvoorstel straffen en beschermen, waarin onder
meer wordt geregeld dat bij iedere gedetineerde wordt afgewogen of hij/zij in
aanmerking komt voor voorwaardelijke invrijheidstelling, is op 23 juni jongstleden
door de Eerste Kamer aangenomen.
In reactie op de motie Van Wijngaarden waarin wordt gevraagd om maatregelen
of wetgeving zodat gedetineerden die nieuwe strafbare feiten begaan tijdens
detentie alsnog tbs of andere vrijheidsbeperkingen kunnen worden opgelegd, laat
ik u weten dat die mogelijkheden er zijn en ook worden gebruikt.4 Wel is er
verbetering nodig rond de aangiftes (van strafbare feiten tijdens detentie) en de
opvolging daarvan. De aangiftes in het kader van een Veilig Publieke Taak (VPT)
hebben daarbij bijzondere aandacht. DJI en het OM werken samen om het proces
rondom VPT-aangiftes te verbeteren. Daarnaast zijn alle inrichtingen gekoppeld
aan VPT-coördinatoren van de politie zodat er vaste aanspreekpunten zijn. De
lokale aanpak biedt ruimte voor maatwerk waarbij gekeken wordt naar best
practices.
Tijdens het algemeen overleg (AO) over tbs van 26 juni 2019 zijn door de leden
Van Nispen (SP) en Markuszower (PVV) vragen gesteld over het gebruik van en
handel in Ritalin binnen de instellingen en een registratiesysteem voor
contrabande. Voor Ritalin geldt, net zoals voor alle andere medicatie in de
forensische zorg, dat dit in principe onder toezicht moet worden ingenomen door
patiënten. Zeker bij Ritalin, een middel waarvan bekend is dat hierin wordt
gehandeld, wordt extra scherp opgelet of de medicatie ook daadwerkelijk wordt
doorgeslikt. Wanneer patiënten geleidelijk meer vrijheden krijgen, en zij
bijvoorbeeld met onbegeleid verlof gaan, kan het zijn dat zij medicatie in eigen
4
  Kamerstukken II 2018/19, 33 628, nr. 48.
                                                                                   Pagina 3 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>beheer krijgen en dus in staat worden geacht daar op de juiste manier mee om te     Directoraat-Generaal
                                                                                    Straffen en Beschermen
gaan. Misbruik kan dan gevolgen hebben voor het verloop van de behandeling.
                                                                                    Directie Sanctietoepassing en
Over de vraag of er ook een registratiesysteem voor contrabande komt voor de        Jeugd
forensische zorg kan ik het volgende opmerken. Per 1 november 2019 is de wet        Programma Forensische Zorg
strafbaarstelling binnenbrengen verboden voorwerpen (Stb. 2019, 200) in
werking getreden waarbij de forensisch psychiatrische centra (fpc’s) het beleid en  Datum
                                                                                    24 juni 2020
de procedures van de toegangscontroles hebben aangepast, voor zover dit niet al
                                                                                    Ons kenmerk
aan de orde was. Om een goed beeld te krijgen van het effect van deze wet wordt
                                                                                    2945798
door DJI samen met de fpc’s een voorstel uitgewerkt om binnen elke fpc aan de
hand van een registratiesysteem inzichtelijk te maken hoe vaak contrabande
wordt binnengebracht. Dat overzicht wordt uitgesplitst naar justitiabelen,
personeel en bezoekers. Dit is aanvullend op de reguliere registratie van
aangetroffen contrabande die instellingen via de Melding Bijzonder Voorval (MBV)
moeten melden bij DJI. Met deze twee maatregelen kan er goed zicht ontstaan op
de contrabande die binnenkomt.
In bovengenoemd AO heb ik verder in reactie op vragen van het lid Van
Toorenburg (CDA) toegezegd de Kamer te informeren over risicoverlof bij het
vrijwillig kader. Behandeling in een forensisch psychiatrische afdeling (fpa) vindt
vrijwel altijd plaats met instemming van de justitiabele en is daarmee een
vrijwillige maatregel. Het kan onderdeel zijn van de detentie of het kan een
bijzondere voorwaarde zijn in het kader van bijvoorbeeld een voorwaardelijke
straf. Iemand die vrijwillig is opgenomen kan door de kliniek niet tegen zijn wil
worden vastgehouden of gegijzeld. Maar op het moment dat iemand de instelling
verlaat, overtreedt diegene daarmee wel de bijzondere voorwaarde.
Als een patiënt aangeeft weg te willen, wordt hij eerst bezocht door een
psychiater. De psychiater beoordeelt wat eventuele risico’s zijn en of die
aanleiding geven om conform de criteria van de Wvggz een crisismachtiging aan
te vragen. Mocht dit niet aan de orde zijn en wil iemand met een justitiële titel
alsnog de instelling verlaten, dan zal er contact worden opgenomen met de
piketdienst van de reclassering om te overleggen over de te nemen
vervolgstappen. De reclassering kan dan besluiten contact op te nemen met de
officier van justitie, om te adviseren over te gaan tot aanhouding. Indien de
instelling sterke aanwijzingen heeft voor een acuut risico op ernstige recidive zal
direct de politie worden ingeschakeld. Er is een rondvraag bij verschillende fpa’s
gedaan. Hieruit blijkt dat als een patiënt in vrijwillig kader de instelling wil
verlaten, het handelingsperspectief niet als te beperkt wordt ervaren.
Bovengenoemde escalatiemogelijkheden bieden in de praktijk voldoende
handvatten om in een dergelijke situatie adequaat te kunnen handelen.
4) Waarborgen verbeteren bij toekennen vrijheden
Ik liet u eerder weten dat de procedures voor uitplaatsing en toekenning van
vrijheden zijn aangescherpt, dat vrijheden bij uitplaatsing op grond van artikel
43, derde lid, Pbw altijd samengaan met toezicht van de reclassering en dat er
heldere afspraken zijn over de adviesrol van het OM bij de voorgenomen
uitplaatsing van of toekenning van vrijheden aan een gedetineerde. Ook zijn de
plaatsings- en vrijhedencommissies voorzien van gedragsdeskundige expertise
wanneer een uitplaatsing of toekenning van vrijheden wordt overwogen. DJI en
reclassering hebben inmiddels nadere afspraken gemaakt over de werkwijze rond
advisering en toezicht bij (voorgenomen) uitplaatsing. Die afspraken worden de
komende maanden geëvalueerd en waar nodig bijgesteld. Wanneer de gewijzigde
                                                                                    Pagina 4 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>regelingen Spog en Tvi (zie de voorgaande paragraaf) in werking treden, zijn alle  Directoraat-Generaal
                                                                                   Straffen en Beschermen
maatregelen binnen dit thema afgerond.
                                                                                   Directie Sanctietoepassing en
                                                                                   Jeugd
In reactie op de motie Kuiken c.s. over een rol voor het Adviescollege             Programma Forensische Zorg
Verloftoetsing tbs (AVT) bij verlofaanvragen voor verblijf buiten een forensische
psychiatrische kliniek5 heb ik laten onderzoeken of het AVT hierin van             Datum
                                                                                   24 juni 2020
toegevoegde waarde kan zijn. Mijn conclusie is dat door het proces dat na de
                                                                                   Ons kenmerk
vorig jaar genomen maatregelen is ingeregeld – met de verplichte delictanalyse
                                                                                   2945798
en risicotaxatie, de gedragsdeskundige expertise in de vrijhedencommissie en de
versterkte verantwoordelijkheid van de PI-directeur – voldoende geborgd is dat
risico’s adequaat worden meegewogen. Zichtbaar is dat het toekennen van
vrijheden steviger is georganiseerd met meer oog voor de risico’s. Een extra toets
door het AVT lijkt dus niet nodig. Zoals toegezegd wil ik na afronding van de
implementatie van de verbetermaatregelen een onafhankelijke evaluatie laten
uitvoeren. Ik wil eerst die evaluatie afwachten en daarna opnieuw bezien of het
AVT van toegevoegde waarde kan zijn op dit punt.
In reactie op de motie Krol c.s. over een ‘rode vlag’ voor professionals in een
forensische kliniek waarmee zij indien nodig een resocialisatietraject kunnen
stoppen, heeft overleg met de Nederlandse ggz6, DJI en zorgaanbieders
opgeleverd dat zo’n ‘rode vlag procedure’ geen toegevoegde waarde heeft.7 Er
zijn in het proces van risico-inschatting, beoordeling en besluitvorming rond
uitplaatsing en vrijheden ruime en meerdere mogelijkheden voor professionals om
‘aan de bel te trekken’ als zij menen dat onverantwoorde risico’s worden
genomen. Aan die bestaande mogelijkheden een extra procedure of methode
toevoegen, zou volgens zorgaanbieders en professionals geen winst opleveren.
5) Wegnemen belemmeringen informatie-uitwisseling
In de voortgangsbrief van oktober 2019 liet ik u weten dat de grondslagen voor
informatiedeling in verschillende wettelijke regelingen zijn vastgelegd en in
werking zijn getreden.8
De afgelopen periode is door en met alle ketenpartners binnen het project
informatie-uitwisseling hard gewerkt aan een handreiking voor de
uitvoeringsorganisaties en professionals waarin gestructureerd is vastgelegd op
basis van welke grondslagen welke informatie door wie gedeeld mag of moet
worden. Deze handreiking wordt komende maand afgerond en vervolgens
beschikbaar gemaakt voor de sector. De focus verschuift daarna naar het beheer:
updates op basis van nieuwe afspraken of wijzigingen in wet- en regelgeving,
beantwoorden van vragen uit het veld en verwerken van feedback van gebruikers.
Parallel aan het opstellen van een handreiking is geïnventariseerd welke
knelpunten rond gegevensdeling binnen het domein van de forensische zorg nog
aanwezig zijn. Daarmee is ook invulling gegeven aan de motie Van der Staaij die
vraagt om inzichtelijk te maken waar het risico bestaat dat een beroep op privacy
de benodigde gegevensuitwisseling in de weg staat.9
5
  Kamerstukken II 2018/19, 33 628, nr. 46.
6
  GGZ Nederland heeft sinds 16 juni een nieuwe naam: de Nederlandse ggz
7
  Kamerstukken II 2018/19, 33 628, nr. 51.
8
  Kamerstukken II 2019/20, 33 628, nr. 66.
9
  Kamerstukken II 2018/19, 33 628, nr. 47.
                                                                                   Pagina 5 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Er zijn verschillende knelpunten geïdentificeerd die de komende periode zullen      Directoraat-Generaal
                                                                                    Straffen en Beschermen
worden opgepakt, door nadere afspraken te maken tussen betrokken organisaties
                                                                                    Directie Sanctietoepassing en
of door aanpassing van wet- en regelgeving. Zo is er bijvoorbeeld in de praktijk    Jeugd
onvoldoende helderheid over de verstrekking van tenuitvoerleggingsgegevens,         Programma Forensische Zorg
met name over gegevens die zijn verwerkt bij de tenuitvoerlegging van detentie.
Dit leidt in de praktijk soms tot terughoudendheid bij professionals, waardoor      Datum
                                                                                    24 juni 2020
gegevensuitwisseling niet of niet optimaal plaatsvindt. In een nieuwe beleidsregel
                                                                                    Ons kenmerk
zal ik de toepassing van artikel 51c van de Wet justitiële en strafvorderlijke
                                                                                    2945798
gegevens dat ziet op de verstrekking van tenuitvoerleggingsgegevens, nader
concretiseren, zodat daarover helderheid ontstaat. Een ander knelpunt betreft de
beschikbaarheid van informatie over het indexdelict en het delictverleden van een
patiënt die ambulante zorg ontvangt. In de praktijk is die informatie niet altijd
(tijdig) beschikbaar voor forensische zorgaanbieders. Samen met de sector werk
ik aan concrete oplossingen, zoals de beschikbaarheid van een uittreksel justitiële
documentatie (UJD) voor de zorgaanbieder wanneer een justitiabele door de
reclassering of DJI daar wordt geplaatst. In het najaar zal ik u een overzicht van
de knelpunten en de gekozen (of reeds gerealiseerde) oplossingen doen
toekomen.
6) Verbeteren informatievoorziening gemeenten
Eerder informeerde ik u over het verbeterplan voor de BIJ-regeling met concrete
verbeteringen rond de tijdigheid en betrouwbaarheid van de BIJ-meldingen en de
reikwijdte van de BIJ-regeling. Dit verbeterplan is nog in uitvoering. De
implementatie ervan zal in goede samenhang met het implementatietraject van
het Wetsvoorstel straffen en beschermen worden ingericht, daarin is immers een
nieuwe grondslag opgenomen om gemeenten (en reclassering, OM en andere
partijen) te kunnen informeren over gedetineerden bij wie sprake is van ernstig
risico/gevaar.
Per 1 juli a.s. zijn alle gemeenten aangesloten op de BIJ-regeling. Daarmee
worden dan alle gemeenten geïnformeerd over de terugkeer in de samenleving of
het verlof van een (ex-)gedetineerde uit hun gemeente.
Tijdens het AO over tbs van 26 juni 2019 heb ik toegezegd te reageren op het
opiniestuk Veilig Herstel van toenmalig Kamerlid Drost (CU). De CU doet hierin
een aantal aanbevelingen die onder andere zien op het verbeteren van de
samenwerking met de gemeente op het gebied van informatie-uitwisseling. Veilig
Herstel verwijst hierbij terecht naar de nieuwe mogelijkheden die het
Wetsvoorstel straffen en beschermen gaat bieden. Ik zal de aanbevelingen op dit
punt meenemen in het implementatietraject van dat wetsvoorstel.
Verder vraagt de notitie om het volwaardig betrekken van zorgaanbieders en
vrijwilligersorganisaties bij de re-integratie van tbs’ers in de samenleving. Ik
meen dat die organisaties reeds goed betrokken zijn bij de re-integratie. De
zorgaanbieders hebben daarin bij uitstek een centrale rol.
Implementatie afronden
De zes thema’s overziend, concludeer ik dat nagenoeg alle maatregelen zijn
ingevoerd en de implementatie de komende maanden kan worden afgerond. Er is
veel meer aandacht voor de risico’s binnen de behandeling, bij uitplaatsing en het
toekennen van vrijheden en er wordt dienovereenkomstig gehandeld. Ik heb bij
het plenaire debat van 3 april 2019 aangegeven dat ik na implementatie van de
                                                                                    Pagina 6 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>maatregelen onafhankelijk laat beoordelen of dat goed is gebeurd en of het          Directoraat-Generaal
                                                                                    Straffen en Beschermen
beoogde effect ook daadwerkelijk is bereikt. Ik zal dat na de zomer in gang zetten
                                                                                    Directie Sanctietoepassing en
en uw Kamer over de uitkomsten informeren.                                          Jeugd
                                                                                    Programma Forensische Zorg
Voortgang programma forensische zorg
                                                                                    Datum
                                                                                    24 juni 2020
In de voortgangsbrief van vorig jaar oktober informeerde ik u over de inrichting
                                                                                    Ons kenmerk
van een programma forensische zorg om de prioriteiten in de verbetering van de
                                                                                    2945798
forensische zorg op een gestructureerde wijze en in onderlinge samenhang op te
pakken. Ik schetste toen op welke vijf onderdelen die gestructureerde aanpak zou
worden gericht. Onderstaand ga ik in op de voortgang.
In algemene zin kan ik melden dat het programma forensische zorg goed op
schema ligt, al heeft de coronacrisis op onderdelen voor wat vertraging gezorgd.
De implementatie van de maatregelen naar aanleiding van Michael P. – zoals
hierboven uiteengezet – is bijna afgerond, de gezamenlijke ontwikkeling door de
sector van een kwaliteitskader voor de forensische zorg is gestart en het
visietraject werkt toe naar een afronding in het najaar. Het programma
forensische zorg kan aan het einde van dit kalenderjaar worden afgerond waarbij
de doorlopende onderdelen worden geborgd in de staande organisatie.
1) Maatregelen implementeren en borgen
Eerder in deze brief heb ik uitgebreid toegelicht wat de stand van zaken is. De
implementatie wordt deze zomer afgerond, waarna ik een onafhankelijke
beoordeling zal laten uitvoeren.
2) Herijken visie op de forensische zorg
Ik kondigde vorig jaar oktober aan dat ik de visie op forensische zorg opnieuw
onder de loep wil nemen met het oog op een optimale balans tussen zorg en
veiligheid. Een herijkte visie verbindt betrokken organisaties en professionals aan
een gezamenlijk perspectief op de samenhang van veiligheid en zorg, legt een
basis onder het (toekomstig) beleid over forensische zorg en geeft richting aan de
verdere invulling van het te ontwikkelen kwaliteitskader. Het visietraject is begin
2020 gestart waarbij het perspectief van onder meer burgers, professionals en
slachtoffers wordt betrokken. Alle stakeholders in de forensische zorg participeren
in het visietraject, waarbij het proces vanwege de coronacrisis anders wordt
ingericht dan vooraf beoogd. Ik verwacht in het najaar een herijkte visie op
forensische zorg te kunnen presenteren, voorzien van een bijbehorende
communicatiestrategie.
Deelopdrachten over het aanscherpen van de crisiscommunicatie en het in kaart
brengen van best practices van zorgaanbieders over de interactie en
communicatie met omwonenden, zijn vanwege de coronacrisis enkele maanden
stilgezet om de druk op ketenpartners te verlichten. Recent zijn deze trajecten
hervat.
De vaste commissie van Justitie en Veiligheid heeft mij per brief van 19 februari
2020 verzocht te reageren op een brief en petitie van bezorgde bewoners uit
Zuidlaren over plaatsing van forensische patiënten in een faciliteit voor
                                                                                    Pagina 7 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>beschermd wonen.10 In de brief wordt een aantal vragen gesteld over de plaatsing       Directoraat-Generaal
                                                                                       Straffen en Beschermen
van forensisch patiënten in een reguliere zorginstelling, op welke wijze de
                                                                                       Directie Sanctietoepassing en
belangen van omwonenden hierbij worden vertegenwoordigd en wie de                      Jeugd
verantwoordelijkheid draagt voor de maatschappelijk verantwoorde plaatsing van         Programma Forensische Zorg
forensisch patiënten.
                                                                                       Datum
                                                                                       24 juni 2020
Veiligheid van de samenleving staat bij mij voorop. Voorafgaand aan plaatsing
                                                                                       Ons kenmerk
vindt altijd een indicatiestelling plaats, waarbij de zorgintensiteit en het benodigde
                                                                                       2945798
beveiligingsniveau worden vastgesteld. Uit de indicatiestelling kan naar voren
komen dat een patiënt geschikt is voor een plek in een beschermd wonen
instelling. Afhankelijk van wie de indicatie stelt, bepaalt de reclassering of de
Divisie Individuele Zaken van de DJI in overleg met de beoogde instelling waar de
patiënt het beste kan worden geplaatst om de meest passende zorg te kunnen
bieden. Naast het vereiste beveiligingsniveau en de mate van zorg die nodig is,
spelen ook andere factoren een rol bij de plaatsing van een patiënt. In overleg
met de aangewezen instelling en eventueel reclassering wordt gekeken of de
plaatsing niet op bezwaren of veiligheidsrisico’s stuit. Daarbij worden de
patiëntkenmerken, omgevingsfactoren en eventuele andere risico’s meegenomen.
Bij twijfels wordt een patiënt niet op deze locatie geplaatst. Ik vind het belangrijk
dat instellingen voor forensische zorg actief in overleg treden met hun directe
omgeving, zoals omwonenden en de gemeente, om toe te lichten welke doelgroep
zij in huis hebben en om duidelijke afspraken te maken over wat omwonenden
kunnen doen bij vervelende situaties of incidenten. Er zijn instellingen die dat op
een geweldige manier hebben opgepakt. Hierboven gaf ik al aan dat ik de best
practices op dat vlak in kaart laat brengen en zal verspreiden.
3) Kwaliteit verankeren
In oktober 2019 liet ik weten dat ik de kwaliteit van de forensische zorg beter wil
verankeren. Een belangrijke stap hierin is de ontwikkeling van een kwaliteitskader
waarin de sector gezamenlijk vastlegt wat onder goede forensische zorg moet
worden verstaan. Dat geeft houvast voor professionals en biedt transparantie
voor alle bij de forensische zorg betrokken partijen. Daarbij kan het ook gebruikt
worden bij het vaststellen van tarieven.
Recent is een concreet plan van aanpak vastgesteld voor de ontwikkeling van dit
kwaliteitskader, met brede steun van alle betrokken ketenpartners en – via de
beroepsverenigingen – professionals. De in het plan vastgelegde ambitie is om dit
kader in het najaar van 2021 te kunnen gebruiken bij de inkoop van forensische
zorg voor 2022 en 2023. Hiervoor dient er, met het oog op de benodigde termijn
voor de toetsing door het Zorginstituut Nederland (ZIN) en een
budgetimpactanalyse door de Nederlandse Zorgautoriteit, uiterlijk eind 2020 een
kwaliteitskader bij het ZIN aangeboden te worden. Mede in verband met de
coronacrisis wordt tussentijds bezien of de planning realistisch blijft. Met het
ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het ZIN ben ik in overleg om
te bezien of de aanbieding van dit kwaliteitskader en de toetsing daarvan door het
ZIN, past binnen de bestaande wet- en regelgeving. Als dat niet het geval blijkt,
dan wordt de regelgeving in dezen aangepast.
4) Ketenregie versterken
10
   Kenmerk 2020Z02390/2020D07207
                                                                                       Pagina 8 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Op dit moment moeten reclassering, DJI en andere ketenpartners telkens                      Directoraat-Generaal
                                                                                            Straffen en Beschermen
opnieuw zorgindicaties aanvragen. Dit levert veel administratieve lasten op en
                                                                                            Directie Sanctietoepassing en
beperkt bovendien een effectieve sturing op het traject dat de cliënt doorloopt. Ik         Jeugd
heb daarom eerder aangegeven dat ik trajectindicaties laat ontwikkelen, zodat op            Programma Forensische Zorg
het gehele behandeltraject – in plaats van op een deel daarvan – kan worden
gestuurd.11 De opdracht voor het ontwikkelen en implementeren van                           Datum
                                                                                            24 juni 2020
trajectindicaties is belegd bij de Taskforce Kwaliteit en Veiligheid. De uitvoering
                                                                                            Ons kenmerk
verloopt volgens planning. Nog dit jaar wordt ‘geoefend’ met trajectindicaties in
                                                                                            2945798
twee pilotsregio’s. De ervaringen worden gebruikt om de regelgeving rond
indicatiestelling aan te passen. In 2021 wordt het gebruik van trajectindicaties
dan breder ingevoerd.
In het kader van het programma forensische zorg is een stevig bestuurlijk overleg
met de belangrijkste stakeholders gevormd dat de voortgang van het programma
bewaakt. Het voornemen is om dit overleg na afronding van het programma voort
te zetten en door te ontwikkelen naar een bestuurlijk ketenoverleg forensische
zorg. Zo ontstaat een goede basis om gezamenlijk te sturen op prioriteiten,
wederzijdse afhankelijkheden scherp in beeld te krijgen en daarop te kunnen
acteren.
5) Een effectief stelsel
Eerder heb ik aangegeven dat ik kritisch zal kijken naar de effecten van
beleidskeuzes uit het verleden. Waar nodig wil ik binnen de contouren van het
stelsel van forensische zorg verbetering aanbrengen. 12 Recent heeft de minister
van Financiën u een groot aantal ambtelijke rapporten toegezonden in het kader
van de Brede maatschappelijke heroverwegingen.13 Enkele concrete
beleidssuggesties uit het ambtelijke BMH-rapport over de forensische zorg werk ik
komend half jaar in afstemming met mijn collega van Financiën verder uit.
De tbs-maatregel is het beste antwoord op mensen die ten tijde van het plegen
van een ernstig strafbaar feit een psychische stoornis hebben en een gevaar voor
de samenleving vormen. De tbs-maatregel beschermt de samenleving door de
tbs-gestelde zo lang als nodig te behandelen. Daders die niet aan een stoornis
lijden of over wie onvoldoende informatie is voor het oordeel dat sprake is van
een stoornis, maar bij wie wel sprake is van een hoog recidiverisico en een hoge
gevaarzetting voor de samenleving, komen niet voor deze maatregel in
aanmerking. Als dat hoge recidivegevaar bij deze groep niet afdoende op een
andere wijze – bijvoorbeeld via een (lange) gevangenisstraf, gevolgd door een
maatregel van langdurig toezicht – kan worden afgewend, dringt de vraag zich op
of dit gevaar niet door middel van een vorm van tbs of een maatregel
vergelijkbaar met tbs aangepakt zou moeten worden. Ik volg met interesse de
academische discussie of het van de betrokkene uitgaande gevaar het criterium
zou moeten zijn voor een vorm van tbs-maatregel als zwaarste
beveiligingsmaatregel.14 Ik wil dat de komende periode samen met bij deze
discussie betrokken wetenschappers onderzoeken en zal uw Kamer eind van dit
jaar informeren over de uitkomsten.
11
   Kamerstukken II 2018/19, 33 628, nr. 66.
12
   Kamerstukken II 2018/19, 29 452, nr. 231.
13
   BMH3 Zorg voor een veilige omgeving, bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 32359, nr. 4.
14
   J. Bijlsma, E. Nauta, T. Kooijmans, F. de Jong, L. Dalhuisen & G. Meynen. Stoornis en
gevaar. Een aanzet tot onderzoek naar een alternatief voor tbs. Delikt en Delinkwent, 2020.
                                                                                            Pagina 9 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>                                                                                     Directoraat-Generaal
                                                                                     Straffen en Beschermen
Verder laat ik door een werkgroep van betrokkenen uit de forensische zorg een
                                                                                     Directie Sanctietoepassing en
analyse uitvoeren van mogelijke knelpunten rond de toepassing van                    Jeugd
gemaximeerde tbs, zodat van daaruit verbetervoorstellen kunnen worden gedaan.        Programma Forensische Zorg
Ik verwacht eind van dit jaar hiervan de resultaten.
                                                                                     Datum
                                                                                     24 juni 2020
In reactie op de motie Van Wijngaarden c.s. over maatregelen om veroordeelden
                                                                                     Ons kenmerk
met gemaximeerde tbs ook na afloop van tbs maximaal vrijheden te ontnemen,
                                                                                     2945798
heb ik de Nederlandse ggz en DJI gevraagd om een handreiking voor forensisch
personeel te maken, zodat voor hen inzichtelijk is welke mogelijkheden er zijn om
na afloop van gemaximeerde tbs indien nodig nog vrijheidsbeperkende
maatregelen in te zetten.15 Hierover is inmiddels een informatieblad gemaakt dat
sinds dit voorjaar op de website van GGZ Community staat en daarmee direct
toegankelijk is voor professionals in de forensische zorg.
Ook rond andere thema’s in de forensische zorg laat ik de knelpunten en
verbetermogelijkheden inventariseren. Het recent uitgebrachte advies van de RSJ
over de door- en uitstroom van tbs-gestelden die langdurig in de tbs verblijven,
zal ik onder meer benutten om de effectiviteit van de Langdurige Forensisch
Psychiatrische Zorg (LFPZ) te bezien en de effecten in kaart te brengen van het
verkorten van de tbs-behandelduur. Verderop in deze brief zal ik verder ingaan op
het genoemde advies van de RSJ.
Werken aan verbetering is ook van toepassing als het gaat over de passanten. In
het AO strafrechtketen van 5 maart 2020 heeft de minister van Justitie en
Veiligheid toegezegd uw Kamer te voorzien van actuele cijfers over de passanten.
Passanten zijn tbs-gestelden die in detentie verblijven en moeten wachten op een
geschikte plek in een FPC. In mei 2020 waren er 44 zogenaamde passanten in de
penitentiaire inrichtingen, 22 verbleven in een PPC. Er waren 13 passanten die
langer dan 4 maanden in een penitentiaire inrichting verbleven, zij komen in
aanmerking voor passantenvergoeding.16 DJI werkt samen met de sector aan de
capaciteitsdruk. Dat doen zij door de tbs-gestelden beter te spreiden over de
beveiligingsniveaus 3 en 4. Er wordt momenteel een inventarisatie gedaan voor
een verbeterde doorstroom naar passende vervolg behandel- en
verblijfsinstellingen.
In het AO over tbs van 26 juni 2019 heb ik in reactie op een vraag van het lid Van
Wijngaarden toegezegd de Kamer te zullen informeren over de effecten van het
klachtrecht. Is het nu zo dat het aantal klachten sterk toeneemt? En zo ja, wat
zijn daarvan de achtergronden en gevolgen? Ik heb het Wetenschappelijk
Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) gevraagd om hier onderzoek naar
te doen. Het WODC heeft dit opgenomen in de onderzoeksprogrammering voor
2021.
Taskforce Veiligheid en Kwaliteit
De Taskforce Veiligheid en Kwaliteit in de forensische zorg is nu anderhalf jaar
aan de slag met de thema’s administratieve lasten, arbeidsmarkt en kwaliteit van
zorg binnen de forensische zorg. In het najaar zal de Taskforce weer een
15
   Kamerstukken II 2018/19, 33 628, nr. 49.
16
   De passantenvergoeding bedraagt € 225,- per maand met ingang van de vijfde maand
van de passantentermijn, en wordt hoger naarmate de passanten langer moeten wachten.
                                                                                     Pagina 10 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>voortgangsrapportage aanbieden, hier ga ik kort in op de voortgang van de          Directoraat-Generaal
                                                                                   Straffen en Beschermen
afgelopen periode.
                                                                                   Directie Sanctietoepassing en
                                                                                   Jeugd
Ik heb u in mijn brief van 18 maart 2020 geïnformeerd over het addendum op de      Programma Forensische Zorg
Meerjarenovereenkomst (MJO) Forensische Zorg 2018-2021 waarin met de sector
aanvullende afspraken zijn gemaakt, onder meer over een verdere impuls op het      Datum
                                                                                   24 juni 2020
verminderen van de administratieve lasten.17 Op dit punt zijn concrete
                                                                                   Ons kenmerk
vorderingen te melden:
                                                                                   2945798
- Vanaf augustus 2020 beginnen de eerste twee instellingen met het niet langer
     registreren van indirecte tijd. Dit levert een aanzienlijke tijdsbesparing op
     voor met name de behandelaren binnen de forensische zorg. Op basis van
     hun ervaringen zal er een handreiking worden opgesteld, waarmee vanaf het
     najaar alle klinische aanbieders op deze wijze kunnen gaan werken.
- Het forensisch CV, een instrument om snel informatie over een justitiabele te
     verzamelen en te registreren, is inhoudelijk uitgewerkt. Tevens is een
     mogelijkheid gevonden om dit geautomatiseerd in gebruik te kunnen nemen.
     Het ICT-ontwikkeltraject daarvoor vraagt nog de nodige stappen tot de zomer
     van 2021.
- In het kader van het addendum bij de MJO heb ik middelen beschikbaar gesteld
     voor het digitaliseren van het plaatsingsbesluit. Gegevens van nieuwe
     patiënten kunnen zo automatisch in de systemen van aanbieders worden
     opgenomen. Dit is eind 2020 gereed voor gebruik nadat de benodigde ICT-
     aanpassingen zijn gedaan.
De arbeidsmarktaanpak is gereed en zou oorspronkelijk in maart 2020 worden
gelanceerd. Door de coronacrisis is deze opgeschort. De arbeidsmarktaanpak zal
eind augustus 2020 alsnog van start gaan, en bestaat onder meer uit een website
over forensische zorg en de zorgaanbieders, verschillende radiocommercials, een
magazine over werken in de forensische zorg en een toolkit met instrumenten
waarmee instellingen nieuwe medewerkers kunnen werven.
Naar aanleiding van mijn toezegging in het AO over tbs van 26 juni 2019 aan lid
Kuiken (PvdA) heeft de Taskforce een verkenning uitgevoerd naar hoe de nazorg
aan medewerkers na een incident kan worden verbeterd. In de komende periode
wordt een handreiking ontwikkeld die kan worden gebruikt door zorgaanbieders.
Deze handreiking is gericht op zowel de fase voorafgaand aan incidenten (o.a.
scholing van personeel en incidenten in beeld) en de fase na incidenten (o.a.
nazorg, evalueren en leren van incidenten).
Tarieven en inkoop
In eerdergenoemde brief van 18 maart jl. informeerde ik u over de gemaakte
afspraken met zorgaanbieders naar aanleiding van de uitspraak van de Rechtbank
Den Haag over de tarieven forensische zorg. Ik schetste in die brief dat er
werkgroepen aan de slag zouden gaan met 1) objectieve criteria voor het
vaststellen van hogere zorgzwaarte en 2) het ontwikkelen van een nieuw
doelmatigheidsinstrument. Inmiddels is er samen met de sector een nieuw kader
voor de zorgzwaarte ontwikkeld. Dit wordt op korte termijn geïmplementeerd. De
werkgroep voor een nieuw doelmatigheidsinstrument is gestart en zal naar
verwachting deze zomer haar werkzaamheden afronden.
17
   Kamerstukken II 2019/20, 33 628, nr. 73.
                                                                                   Pagina 11 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>                                                                                     Directoraat-Generaal
                                                                                     Straffen en Beschermen
In het debat met uw Kamer tijdens het AO over gevangeniswezen en tbs op 6
                                                                                     Directie Sanctietoepassing en
februari jongstleden heb ik op vragen van de leden Van Nispen en Van                 Jeugd
Toorenburg over mogelijke ongewenste effecten van marktwerking verwezen naar         Programma Forensische Zorg
de evaluatie van de Wet forensische zorg die te zijner tijd zal plaatsvinden. Op
specifieke onderdelen hoeven we natuurlijk niet te wachten met nadenken over         Datum
                                                                                     24 juni 2020
hoe het beter kan. Mede tegen de achtergrond van de eerdere rechtszaak over
                                                                                     Ons kenmerk
tarieven en de uitkomst daarvan, wil ik stappen zetten om de systematiek die nu
                                                                                     2945798
gehanteerd wordt om forensische zorg in te kopen, te verbeteren. Zodat DJI en
de zorgaanbieders in het inkoopproces niet onnodig tegenover elkaar komen te
staan, maar zoveel mogelijk in dialoog en samenwerking tot goede afspraken
komen. Ik neem hierin ook de vraag mee of voor alle forensische zorg altijd een
aanbesteding verplicht en/of noodzakelijk is. In het najaar informeer ik u over de
voortgang op dit punt.
Tijdens het AO over tbs van 26 juni 2019 heb ik toegezegd te reageren op de
vraag van het lid Van Nispen in hoeverre marktwerking en concurrentie
ongewenste gevolgen hebben op het plaatsen in instellingen voor forensisch
beschermd wonen.18 Ik herken de ongewenste effecten, in die zin dat instellingen
cliënten weigeren als gevolg van marktwerking, niet. Wel is het bekend dat er
wachtlijsten zijn, waardoor het extra van belang is dat de juiste cliënt op de juist
plek komt.19 Een goede indicatiestelling draagt daar aan bij. Het komt voor dat
een instelling een cliënt gemotiveerd afwijst, bijvoorbeeld omdat de gewenste
mate van begeleiding niet geboden kan worden. Hierbij kan ook een rol spelen
dat verblijfszorg toch niet geïndiceerd blijkt, omdat een cliënt in staat is
zelfstandig te wonen. Het is dan onwenselijk dat een dergelijke cliënt in een
instelling voor beschermd wonen geplaatst wordt. Ook bepaalde cliëntkenmerken,
zoals een veroordeling wegens een zedendelict, kan reden zijn om iemand op een
bepaalde locatie niet te plaatsen. Dat hangt dan ook samen met afspraken die
hierover met de gemeente zijn gemaakt. Er zal dan naar een passende,
alternatieve locatie worden gezocht. Om de wachttijden tegen te gaan zijn bij de
laatste aanbesteding overige forensische zorg ongeveer veertig aanbieders van
forensische beschermd wonen méér gecontracteerd dan voorgaande jaren. Ook
wordt er door DJI gewerkt aan een plan voor capaciteitsuitbreiding op
beveiligingsniveau één, waarmee meer mogelijkheden op juiste instroom en
daarmee plaatsing en uitstroom ontstaan.
Beleidsreactie RSJ-advies Langdurig in de tbs
Op 25 mei 2020 heb ik uw Kamer het advies van de RSJ over tbs-gestelden die
langdurig in de tbs verblijven aangeboden. De RSJ heeft het advies opgesteld
naar aanleiding van signalen over de worsteling van het veld met de door- en
uitstroom van langdurig tbs-gestelden. Een deel van hen kan vanwege
aanhoudend delictgevaar nooit op een veilige manier resocialiseren. Voor een
ander deel langdurig tbs-gestelden, waar geen aanhoudend delictgevaar vanuit
gaat, ligt dit anders. De RSJ signaleert knelpunten voor deze groep die kunnen
leiden tot (soms oneigenlijke) verlenging van de tbs-maatregel.
18
   Kamerstukken II 2018/19, 29 452, nr. 233.
19
   Zie ook de brief van de staatssecretaris van VWS van 4 juni 2020 over de
voortgangsrapportage beschermd wonen en maatschappelijke opvang.
                                                                                     Pagina 12 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>De RSJ heeft aanbevelingen geformuleerd. Als het gaat over de personele           Directoraat-Generaal
                                                                                  Straffen en Beschermen
capaciteit en structureel budget, verwijs ik naar de Taskforce Veiligheid en
                                                                                  Directie Sanctietoepassing en
Kwaliteit en naar het programma forensische zorg. Zoals eerder toegelicht werkt   Jeugd
de Taskforce aan de verbetering van de arbeidsmarkt, de kwaliteit van zorg en     Programma Forensische Zorg
veiligheid binnen de forensische zorg en het verminderen van administratieve
lasten. Vanuit het programma forensische zorg zijn er met de sector voor de korte Datum
                                                                                  24 juni 2020
termijn afspraken over de tarieven gemaakt. Voor de lange termijn wordt, samen
                                                                                  Ons kenmerk
met de sector, het kwaliteitskader forensische zorg ontwikkeld.
                                                                                  2945798
De aanbevelingen die de RSJ heeft gedaan over het krachtenveld van politiek,
media en samenleving zie ik als steun voor wat er op deze vraagstukken binnen
het programma forensische zorg al breed is opgepakt. Zo wordt onder andere de
visie op, en het verhaal over, de forensische zorg herijkt. Ik verwacht in
november de uitkomsten met uw Kamer te kunnen delen.
Voor wat betreft het thema door- en uitstroomvoorzieningen wil ik benadrukken
dat de knelpunten in de LFPZ en de mogelijke oplossingen daarvoor door het
programma forensische zorg, samen met de sector, worden onderzocht. Daarbij
wordt ook nagedacht over specifieke maatregelen die kunnen leiden tot
vermindering van de wachtlijsten, die zijn ontstaan door een blijvend hoge
instroom en stagnerende uitstroom. De RSJ adviseert om een specifieke
perspectiefafdeling in te richten voor tbs-gestelden die nog niet aan behandeling
toe zijn, dit advies wordt meegenomen bij dit onderzoek.
Aanvullend daarop zal ik hieronder inhoudelijk ingaan op drie andere thema’s
waarop de RSJ aanbevelingen heeft gedaan.
Langdurig tbs-gestelden in beeld
De RSJ beveelt aan de groep tbs-gestelden die langer dan acht jaar wordt
behandeld beter in beeld te krijgen. Gerichter monitoren draagt bij aan een beter
inzicht in de kenmerken en in de door- en uitstroom van deze groep tbs-
gestelden. DJI is daar begin dit jaar voor deze doelgroep mee begonnen.
Daarnaast zal DJI starten met het op indicatie organiseren van zorgconferenties
voor tbs-gestelden die langer dan acht jaar worden behandeld. Op casusniveau
zal bovendien worden bezien of zorgconferenties nog eerder kunnen worden
georganiseerd. Zorgconferenties spelen een grote rol in de verbetering van de
door- en uitstroom, omdat hiermee op individueel niveau de knelpunten in de
behandeling zichtbaar worden en kunnen worden aangepakt. De uitkomsten van
de zorgconferenties worden momenteel door het WODC geëvalueerd. Deze
evaluatie is begin 2021 gereed.
Generieke maatregelen
De RSJ adviseert om een aantal generieke beleidsmaatregelen te heroverwegen.
Zo signaleert de RSJ nadelige effecten van het zogenaamde Teeven-jaar. Met
deze maatregel wordt de verlofmachtiging ingetrokken en wordt er gedurende
een jaar geen nieuwe machtiging verleend aan een tbs-gestelde die langer dan 24
uur ongeoorloofd afwezig is of verdacht wordt van het plegen van een strafbaar
                                                                                  Pagina 13 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>feit.20 Het doel hiervan is om de maatschappelijke veiligheid te vergroten.            Directoraat-Generaal
                                                                                       Straffen en Beschermen
Kritische geluiden over ongewenste neveneffecten op de behandeling zijn ook mij
                                                                                       Directie Sanctietoepassing en
bekend. Ik zal daarom de effecten van deze maatregel nader laten onderzoeken           Jeugd
binnen het programma forensische zorg. Met de uitkomsten daarvan ga ik graag           Programma Forensische Zorg
het gesprek met uw Kamer aan.
                                                                                       Datum
                                                                                       24 juni 2020
De RSJ beveelt ook aan de aangifteplicht te heroverwegen. Ik kan me hier niet in
                                                                                       Ons kenmerk
vinden. De aangifteplicht is van toepassing als een tbs-gestelde wordt verdacht
                                                                                       2945798
van een strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegestaan. Het hoofd van
de inrichting is verplicht om hier binnen een week aangifte van te doen. Dit zijn
dus in beginsel geen lichte feiten. Ik wil in dit verband benadrukken, zoals ook
recent door de minister van Justitie en Veiligheid in een brief aan uw Kamer is
toegelicht, dat agressie en geweld tegen werknemers met een publieke taak zeer
ernstig is en niet zonder consequenties mag blijven.21 De aanpak van geweld
tegen hulpverleners staat hoog op de agenda bij het OM. Aangifte is dan ook
aangewezen.
Verder adviseert de RSJ om de behandeling voor tbs-gestelden eerder te starten.
Ik ga daar om twee redenen niet in mee. Ten eerste heb ik met het Wetsvoorstel
straffen en beschermen een lijn ingezet, waarmee duidelijk is dat eerst het
strafdeel moet worden ondergaan voordat aan de tbs-behandeling kan worden
begonnen. Ten tweede biedt de Wet forensische zorg al de mogelijkheid om via
maatwerk per individueel geval te beoordelen wat het geschikte tijdstip van
overplaatsing is. Dit kan wanneer de rechter heeft geadviseerd tot eerdere
overplaatsing of wanneer er dringende medische redenen zijn en/of de
noodzakelijke zorg niet een PPC kan worden geleverd.
Directe verantwoordelijkheid minister
De RSJ beveelt aan de directe verantwoordelijkheid van de minister bij individuele
verlof- en voortgangsbeslissingen te heroverwegen. De directe
verantwoordelijkheid van de minister bij individuele beslissingen speelt niet alleen
binnen het tbs-stelsel, maar bijvoorbeeld ook binnen het gevangeniswezen. Die
verantwoordelijkheid anders inrichten betekent een ingrijpende stelselwijziging.
Het is zeer de vraag of de door de RSJ genoemde nadelen van het huidige stelsel
zwaarder wegen. Desalniettemin leeft dit signaal breed. Om daaraan tegemoet te
komen wil ik de consequenties van de door de RSJ voorgestelde wijzigingen goed
in kaart brengen tegen de achtergrond van de huidige wet- en regelgeving op dit
punt.
Ten slotte hecht ik eraan om in dit verband te benadrukken dat de LFPZ geen
eindstation is binnen het tbs-stelsel, maar ook duidelijk een functie heeft als
tussenvoorziening. Hoewel voor een aantal tbs-gestelden de LFPZ-status de enige
optie is en blijft voor verblijf in de tbs, blijkt uit een recent onderzoek van de LAP
dat het uitstroompercentage uit de LFPZ rond de 50% ligt. Zonder behandeldruk
kunnen er voor tbs-gestelden nieuwe perspectieven ontstaan en worden verkend.
20
   Er kan wel een nieuwe verlofmachtiging worden verleend wanneer de zaak is afgedaan
door een sepot, transactie of strafbeschikking, of wanneer de tbs-gestelde wordt
vrijgesproken.
21
   Kamerstukken II 2019/20, 25424 nr. 523.
                                                                                       Pagina 14 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Evaluatie maatregelen risicotaxatie zedendelinquenten                                        Directoraat-Generaal
                                                                                             Straffen en Beschermen
                                                                                             Directie Sanctietoepassing en
In mijn beleidsreactie op het rapport ‘Gewogen risico’ van de Nationaal                      Jeugd
Rapporteur Mensenhandel (NRM) heb ik toegezegd de maatregelen die naar                       Programma Forensische Zorg
aanleiding van dit rapport door alle betrokken organisaties zijn ingevoerd, na één
jaar te evalueren om te bezien of rechters en officieren van justitie inderdaad              Datum
                                                                                             24 juni 2020
beter ondersteund worden in hun werkzaamheden.22 In de brief van de minister
                                                                                             Ons kenmerk
van Justitie en Veiligheid van 16 november 2018 over de aanpak van online
                                                                                             2945798
seksueel kindermisbruik, kindersekstoerisme en recidiverisico is hij ingegaan op
de initiatieven die genomen zijn door de Rechtspraak, het Openbaar Ministerie en
het opleidingsinstituut SSR om de basiskennis over recidiverisico en
kansberekening structureel te verbeteren. In deze brief zal ik ingaan op de
resultaten van de evaluatie van de overige maatregelen die zijn ingevoerd bij de
reclassering, het NIFP, de Rechtspraak en het OM.
De evaluatie, die in opdracht van dit ministerie is uitgevoerd door bureau
Significant, richtte zich op de vraag of de aangekondigde maatregelen zijn
ingevoerd en of deze hebben geleid tot een betere ondersteuning van rechters en
officieren van justitie.23
Resultaten evaluatie
Uit de evaluatie blijkt dat bij zowel de reclassering als het NIFP de Static, Stable &
Acute (SSA) inmiddels de standaardwijze van risicotaxatie is bij zedendelicten. Uit
het dossieronderzoek blijkt dat de reclassering bij 74% van de adviezen gebruik
maakt van de SSA. Bij het NIFP is dit bij 55% van de rapportages het geval.
Hoewel dit onderzoek qua aanpak niet goed te vergelijken is met het onderzoek
van de NRM, zien de onderzoekers een stijging van het gebruik van de SSA. Dit
beeld wordt bevestigd door interviews met rechters en officieren van justitie.
Dat er geen 100% wordt gescoord, is voor een groot deel verklaarbaar. De
belangrijkste redenen om geen SSA af te nemen zijn weigering van de verdachte
om mee te werken en het niet kunnen vaststellen van een stoornis of een stoornis
die in verband staat met het delict. Een andere reden om de SSA niet af te
nemen, is dat de SSA niet geschikt is voor alle doelgroepen. Bij vrouwen en
jeugdigen wordt een ander instrument gebruikt.
Uit het onderzoek blijkt ook dat de afspraken om eenduidige definities voor het
recidiverisico te hanteren, deze afzonderlijk van het klinisch oordeel weer te
geven en beide uitkomsten vervolgens te integreren in het gestructureerd klinisch
oordeel, inmiddels zijn ingevoerd.
Het OM geeft aan goed uit de voeten te kunnen met de informatie uit de SSA. De
officieren van justitie geven aan dat het voor hen voornamelijk een verbetering is
dat de uitkomsten van de risicotaxatie nu apart worden weergegeven ten opzichte
van het klinisch oordeel.
Geïnterviewden van de Rechtspraak geven aan dat de nieuwe RISC, het
risicotaxatie- en adviesinstrument van de reclassering, beter te begrijpen is en
spreken ook hun waardering uit voor het gestructureerd klinisch oordeel, dat in
hun ogen een toegevoegde waarde heeft ten opzichte van alleen de uitkomst van
de risicotaxatie. Rechters geven daarbij ook aan dat communicatie over het
22
   Kamerstukken II 2017/18, 29 270, nr. 123.
23
   Zie als bijlage bij deze brief: Quickscan Maatregelen Gewogen Risico, Significant Public,
maart 2020.
                                                                                             Pagina 15 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>recidiverisico verder kan worden verbeterd. De gebruikte terminologie is voor      Directoraat-Generaal
                                                                                   Straffen en Beschermen
rechters die weinig ervaring hebben met zedenzaken en dit type rapportages vaak
                                                                                   Directie Sanctietoepassing en
nog lastig te duiden.                                                              Jeugd
                                                                                   Programma Forensische Zorg
Beleidsreactie
                                                                                   Datum
                                                                                   24 juni 2020
Bovenstaande concludeer ik dat bij zowel de reclassering als het NIFP de SSA
                                                                                   Ons kenmerk
inmiddels de standaardwijze van risicotaxatie bij zedendelicten is. Waar de SSA
                                                                                   2945798
niet gebruikt wordt zijn hiervoor goede redenen. Zowel rechters als officieren van
justitie worden door de nieuwe adviesrapporten inderdaad beter ondersteund. Er
is nog wel verbetering mogelijk als het gaat om de toelichting op de uitkomsten
van de SSA.
De betrokken partijen zullen naar aanleiding van deze evaluatie de volgende
aanvullende verbeteringen doorvoeren:
- Het stimuleren van het gebruik van de SSA bij verdachten die onderzoek
    weigeren, het ten laste gelegde ontkennen of waar een stoornis in relatie tot
    het delict ontbreekt. Door middel van feedback, scholing en voorlichting wordt
    verduidelijkt dat dit op zichzelf geen contra-indicatie hoeft te zijn voor het
    afnemen van de SSA.
- Het verbeteren van de toelichting op de uitkomst van de SSA en de relatie met
    het gestructureerd klinisch oordeel volgens het principe van ‘Risks-Needs-
    Responsivity’: hierbij wordt het verband weergegeven tussen het
    recidiverisico enerzijds en de intensiteit van de benodigde behandeling of de
    mate van toezicht anderzijds. Ook dit wordt onder de aandacht gebracht door
    middel van feedback op de rapportages, voorlichting en scholing van de
    medewerkers.
Tijdens het AO over tbs van 26 juni 2019 heeft het lid Kuiken (PvdA) gevraagd
waarom niet iedereen die een ernstig zedendelict pleegt, psychologisch
onderzocht wordt. Ik heb toegezegd om door het OM in kaart te laten brengen
wat de staande praktijk is op dit gebied.
Het OM kijkt bij iedere zaak naar de aard van het delict en naar de
bijzonderheden van de verdachte. Er zijn verschillende omstandigheden op basis
waarvan de officier van justitie kan besluiten een PJ-rapportage aan te vragen.
Dit kan bijvoorbeeld volgen uit hetgeen het slachtoffer heeft verklaard of wat de
verdachte zelf over zijn persoonlijke omstandigheden heeft gezegd. Ook kan de
wijkagent relevantie informatie hebben over de verdachte. In veel gevallen
adviseert een deskundige van het NIFP over de vraag of, en zo ja welk type PJ-
onderzoek uitgevoerd zou moeten worden. De reclassering en de Raad voor de
Kinderbescherming (in het geval van minderjarigen) kunnen hier ook over
adviseren. Daarnaast kan informatie uit eerdere strafzaken aanleiding geven om
psychologisch onderzoek uit te laten voeren. In het geval van hoger beroep
kunnen zich ten slotte ook nieuwe omstandigheden voordoen die kunnen leiden
tot een aanvraag voor een PJ-rapportage, zoals een veranderde proceshouding of
het verlopen van de maximale geldigheidsduur (een jaar) van een eerdere PJ-
rapportage.
In bovenstaande evaluatie van de maatregelen n.a.v. het rapport ‘Gewogen
Risico’ is onderzocht voor welk type zedendelicten PJ-rapportages worden
aangevraagd. Omdat het OM dit niet centraal registreert, zijn hiervoor bestanden
vergeleken van het OM en het NIFP. Het ging om alle zaken in 2018 in eerste
                                                                                   Pagina 16 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>aanleg waar sprake was van een verdenking van een of meerdere zedenfeiten. Bij    Directoraat-Generaal
                                                                                  Straffen en Beschermen
meerdere feiten is alleen het eerste voorkomende zedenfeit in een zaak
                                                                                  Directie Sanctietoepassing en
meegenomen; dit is over het algemeen het zwaarste delict. Op basis van de         Jeugd
cijfers van het OM is voor de negen meest voorkomende delicten (in totaal 95%     Programma Forensische Zorg
van alle zedendelicten) gekeken hoeveel PJ-rapportages er voor dat delict zijn
afgenomen. Bij ongeveer een derde van alle zedenzaken die voor de rechter         Datum
                                                                                  24 juni 2020
komen, is er sprake van een PJ-rapportage, in bijna alle zedenzaken is een
                                                                                  Ons kenmerk
reclasseringsadvies uitgebracht. Vervolgens is gekeken naar het aantal PJ-
                                                                                  2945798
rapportages per type delict.
Bij zwaardere delicten als verkrachting en gemeenschap met een kind beneden de
12 jaar wordt in een groot deel van de gevallen een PJ-rapportage opgesteld:
respectievelijk 60% en 65%. Bij lichtere vergrijpen als schennis van de
eerbaarheid wordt bij een veel kleiner deel een PJ-rapportage opgesteld. Zie voor
een overzicht van alle zedendelicten het rapport in de bijlage.
Ik ben van oordeel dat het OM in de afweging om een PJ-rapportage aan te
vragen voldoende ondersteund wordt. Zeker bij ernstige delicten zal enig
vermoeden van een psychische stoornis reden zijn voor een PJ-onderzoek. Voor
de ernstigste zedendelicten, zoals verkrachting, wordt dan ook in een groot deel
van de gevallen reeds een PJ-rapportage aangevraagd. Ik zie geen reden om het
OM te verplichten bij iedere ernstige zedenzaak psychologisch onderzoek aan te
vragen. De capaciteit voor PJ-onderzoek moet zorgvuldig worden ingezet.
Seksueel (ernstig) grensoverschrijdend gedrag is niet alleen aan de orde bij
mensen met een psychische stoornis. Indien de aard en de omstandigheden van
het delict geen aanleiding geven tot verder psychologisch onderzoek, hoeft dat
middel niet onnodig te worden ingezet.
Aanbieden onderzoeksrapporten
Recent heeft het WODC twee onderzoeken over recidive na/tijdens forensische
zorg afgerond. Ik bied u de onderzoeksrapporten bij deze aan en zal u later mijn
reactie geven. Het gaat om ‘Recidive na forensische zorgtrajecten met uitstroom
2013-2015’ en ‘Op zoek naar methoden om recidive tijdens een strafrechtelijk
traject in kaart te brengen. Recidive tijdens tbs met dwangverpleging als test
case’.
Afsluiting
Ik heb u in deze brief geïnformeerd over de stand van zaken in de forensische
zorg op een breed scala aan verbeteringen. Samen met de sector blijf ik werken
aan een stevig fundament voor de forensische zorg zodat veiligheid en kwaliteit
duurzaam centraal staan.
De Minister voor Rechtsbescherming,
Sander Dekker
                                                                                  Pagina 17 van 17
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>