<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Minderjarigen in een
politiecel
Een advies over duur, verblijf en
alternatieve locaties
Den Haag, 18 december 2019
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                            2
Minderjarigen in een politiecel
Inhoudsopgave
Afkortingenlijst                                                             3
Samenvatting                                                                 4
Aanbevelingen                                                                6
1          Inleiding                                                         9
1.1         Aanleiding                                                      10
1.2         Adviesvragen                                                    10
1.3         Geraadpleegde bronnen en instanties                             11
2          Advies                                                           12
2.1         Inverzekeringstelling (op een alternatieve locatie)             12
2.2        Ophouden voor onderzoek                                          19
2.3        Bejegening van minderjarigen en verblijf in een politiecel       21
2.3.1      Bejegening van minderjarige verdachten                           22
2.3.2      Verblijf in een politiecel                                       24
2.4        Overige aandachtspunten                                          26
Bijlage    1 Juridisch kader                                                28
B1.1       Juridisch kader                                                  28
B1.1.1     Verenigde Naties                                                 28
B1.1.2     Raad van Europa                                                  29
B1.1.3     Europese Unie                                                    30
B1.2       Nationale regelgeving                                            31
B1.2.1     Wetboek van Strafvordering                                       31
B1.2.2     Regelingen inrichting politiecel en bejegening arrestanten       33
Bijlage    2 Organisatie en uitvoeringspraktijk                             36
B2.1       Cijfers ophouden voor onderzoek en IVS                           36
B2.2       Ophouden voor onderzoek en rechtsbijstand minderjarigen          39
B2.3       Besluitvorming inverzekeringstelling op een alternatieve locatie 40
B2.4       Verantwoordelijkheden en keuze alternatieve locatie              45
B2.5       Bejegening van minderjarigen en verblijf in een politiecel       47
B2.5.1     Bejegening van minderjarige door de politie                      47
B2.5.2     Kindgerichte omgeving politiecel                                 50
Bijlage 3 Samenvatting bevindingen pilots                                   55
Bijlage 4 Vragen bij belangenafweging IVS op een alternatieve locatie       58
Bijlage 5 Lijst van geraadpleegde stakeholders                              60
Literatuurlijst                                                             61
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             3
Minderjarigen in een politiecel
Afkortingenlijst
BTR                             Basis Team Recherche
BVH                             Basisvoorziening Handhaving
BW                              Burgerlijk Wetboek
CPT                             Europese Comité ter voorkoming van Foltering en
                                Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing
CTA                             Commissie van Toezicht Arrestantenzorg
DCI                             Defence for Children International
GPS                             Geïntegreerd Processysteem Strafrecht
hOvJ                            hulpofficier van justitie
IVRK                            Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind
IVS                             inverzekeringstelling
JJI                             justitiële jeugdinrichting
KOM                             Kinderombudsman
KV                              kleinschalige voorziening
LIJ                             Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen
lvb                             licht verstandelijke beperking
OM                              Openbaar Ministerie
OvJ                             officier van justitie
PVM                             proces-verbaal minderjarige
RSJ                             Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
RvdK                            Raad voor de Kinderbescherming
SCIL                            Screener voor intelligentie en licht verstandelijke beperking
Sv                              Wetboek van Strafvordering
VAT                             Verdachte afhandelingssysteem
VNJA                            Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten
WSG                             William Schrikker Groep
YIP                             Young in Prison
ZSM                             zo Snel, Slim, Selectief, Simpel, Samen en
                                Samenlevingsgericht mogelijk
3RO                             De drie reclasseringsorganisaties: Stichting Reclassering
                                Nederland, Leger des Heils en Stichting Verslavingsreclassering
                                GGZ
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                          4
Minderjarigen in een politiecel
Samenvatting
In 2018 werden 21.608 minderjarige verdachten van een strafbaar feit door de politie
opgehouden voor onderzoek. In 4.675 gevallen werd een minderjarige in verzekering
gesteld.
Een minderjarige verdachte verblijft tijdens het ophouden voor onderzoek en de
inverzekeringstelling doorgaans in een ophoudkamer of reguliere kale politiecel, in een
cellencomplex tussen volwassen arrestanten. Het komt voor dat een minderjarige in
deze politiecel moet overnachten, bijvoorbeeld omdat de politie meer tijd nodig heeft
om onderzoek te doen of omdat de politie de minderjarige wil horen, maar de
(verplichte) advocaat van de minderjarige in de avonduren niet beschikbaar is.
De wet biedt de mogelijkheid de inverzekeringstelling op een andere plaats dan een
politiecel door te brengen, mits deze daartoe geschikt is. Overnachting op een - wat
genoemd wordt - alternatieve locatie, zoals bij ouders thuis, komt in de praktijk al
voor, maar een landelijke uniforme werkwijze en een wegingskader voor
besluitvorming ontbreken. In het geval een minderjarige verdachte toch in een
politiecel moet overnachten is de vraag aan de orde hoe een verblijf bij de politie op
een kindvriendelijke wijze kan plaatsvinden. Daarbij gaat het om de bejegening door
de politie en de inrichting van een kindvriendelijke politiecel.
Adviesvragen
De minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming hebben
de RSJ op 7 mei 2019 gevraagd advies uit te brengen over:
•   De juridische verantwoordelijkheid voor (de veiligheid van het kind) tijdens het
    ophouden voor onderzoek en de inverzekeringstelling bij de politie en op een
    alternatieve locatie;
•   Het creëren van een werkbaar kader dat de praktijk helpt bij de belangenafweging
    om een kind op een alternatieve locatie te laten verblijven tijdens het ophouden
    voor onderzoek of inverzekeringstelling;
•   Het ophouden voor onderzoek op een alternatieve locatie;
•   Een kindvriendelijk verblijf bij de politie: zowel wat betreft bejegening als inrichting
    van de politiecel.
Overnachting op een alternatieve locatie en duur vrijheidsbeneming
Uit enkele pilots blijkt dat overnachting op een alternatieve locatie in de praktijk
uitvoerbaar is. De RSJ is van mening dat dit vaker overwogen moet worden en
adviseert verblijf op een alternatieve locatie tijdens de inverzekeringstelling als
uitgangspunt in de wet of in beleid op te nemen. Daarnaast adviseert de RSJ in de wet
op te nemen dat ophouden voor onderzoek op een alternatieve locatie mogelijk is; ook
tijdens het ophouden voor onderzoek zou verblijf op een alternatieve locatie het
uitgangspunt in de wet of in beleid moeten zijn. Dat betekent dat minderjarigen in de
leeftijd van 12 tot en met 17 jaar, in afwachting van de afronding van het
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        5
Minderjarigen in een politiecel
politieonderzoek, alleen in een politiecel verblijven en overnachten als dat strikt
noodzakelijk is en voor de kortst mogelijke duur. Dit is in lijn met het VN-
Kinderrechtenverdrag en EU-richtlijn 2016/800 over de procedurele waarborgen voor
kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure. De termijn van de
vrijheidsbeneming bij ophouden voor onderzoek en inverzekeringstelling zou beperkt
moeten worden tot maximaal 24 uur. Hierna beslist een rechter-commissaris of de
minderjarige naar huis kan of in voorlopige hechtenis wordt genomen. Dit betekent dat
een minderjarige verdachte in voorkomende gevallen maximaal één nacht in een
politiecel verblijft.
Belangenafweging
Bij de beslissing over overnachting in een politiecel of elders spelen verschillende
belangen een rol: het belang van de minderjarige (dat een eerste overweging vormt),
het belang van het onderzoek en de belangen van de maatschappij en slachtoffers en
nabestaanden. De RSJ adviseert een landelijk wegingskader vast te stellen en doet
suggesties aan welke aspecten aandacht moet worden geschonken.
Cijfers overnachting alternatieve locatie
Omdat cijfers over overnachting buiten de politiecel, op een alternatieve locatie,
ontbreken en inzicht nodig is voor de ontwikkeling en evaluatie van beleid, adviseert
de RSJ de locatie van verblijf/overnachting en de overwegingen te registreren.
Aansprakelijkheid
Bij overnachting op een alternatieve locatie zijn degenen aan wie de zorg voor de
minderjarige is toevertrouwd verantwoordelijk voor het fysieke en psychische welzijn
van het kind. Dat kunnen ouders, andere familieleden of een instelling zijn. Zij zijn niet
strafrechtelijk aansprakelijk. De situatie is vergelijkbaar met die van de schorsing van
de voorlopige hechtenis bij minderjarigen.
‘Kindvriendelijk’ verblijf in een politiecel
Bij een meer 'kindvriendelijk' verblijf van minderjarigen in een politiecel moet gedacht
worden aan zowel de bejegening van minderjarigen als aan de inrichting van de
politiecel en de plaats van de cel in het cellencomplex. De politie heeft regels
opgesteld omtrent een kindvriendelijke bejegening. Een reguliere politiecel kan al met
enkele aanpassingen een prettiger sfeer uitstralen: een andere kleur dan het grijs van
beton of baksteen, zachte kussens en dikkere dekens, een bank en een afgeschermd
gedeelte voor het toilet. Bij de nieuwbouw van cellencomplexen kan ook gekeken
worden naar zaken als lichtinval, een ingebouwde informatiezuil in de cel en de plaats
van de cel binnen het complex. Met de methode van ontwerpend onderzoeken kan
meer inzicht verkregen worden in de psychologische beleving van het verblijf in een
politiecel.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      6
Minderjarigen in een politiecel
Enkele groepen (minderjarigen) vragen bijzondere aandacht: minderjarigen van 11
jaar en jonger, minderjarigen met een licht verstandelijke beperking, adolescenten
(18-23 jaar), meisjes en minderjarige migranten en vreemdelingen.
Aanbevelingen
(Duur van) IVS en verblijf in de politiecel
•  Leg in de wet vast dat een minderjarige verdachte niet in verzekering wordt gesteld
   tenzij dit noodzakelijk is;
•  Leg in de wet vast dat vrijheidsbeneming van een minderjarige verdachte zonder
   rechterlijke toets maximaal 24 uur duurt. Hierna beoordeelt een rechter-
   commissaris of de minderjarige in vrijheid wordt gesteld of in voorlopige hechtenis
   wordt genomen.
Geen IVS in de politiecel tenzij
•  Leg het uitgangspunt 'geen IVS in een politiecel, tenzij dit niet anders kan' vast in
   de wet of in beleid. Dit creëert bewustzijn bij politie en OM en vraagt om een
   deugdelijke onderbouwing van de gemaakte keuze.
Belangenafweging
•  Het belang van het kind dient voorop te staan bij de afweging een minderjarige de
   IVS elders (buiten de cel) te laten ondergaan.
Stappenplan overleg
•  Bevorder een landelijke uniforme werkwijze voor overleg tussen hOvJ en OvJ over
   IVS, de locatie van IVS en de informatie die daarbij betrokken moet worden.
Ophouden voor onderzoek op alternatieve locatie
•  Voeg aan artikel 56 Sv toe dat ophouden voor onderzoek op elke daartoe geschikte
   plaats kan plaatsvinden;
•  Leg het uitgangspunt ‘niet ophouden in een politiecel, tenzij dat niet anders kan’
   vast in de wet of in beleid.
Rechtsbijstand bij ophouden voor onderzoek
•  Verruim de toepassing van artikel 489 lid 3 Sv dat ziet op gratis rechtsbijstand voor
   minderjarigen. Zorg dat de minderjarige tijdens de fase van ophouden voor
   onderzoek na heenzending overdag of ’s nachts, bij (verder) verhoor op een later
   tijdstip het recht op een gratis advocaat behoudt.
Bejegening minderjarigen door de politie
•  Vertaal de regels omtrent de zorg voor minderjarigen uit het Landelijk Reglement
   Arrestantenzorg Politie naar werkinstructies; zie toe op consequente naleving van
   deze werkinstructies;
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        7
Minderjarigen in een politiecel
•  Zorg voor gerichte opleiding en training van politiemedewerkers die met
   minderjarigen werken;
•  Zorg ervoor dat politiemedewerkers eenduidig en op aangepaste wijze met
   minderjarigen communiceren. Arrestantenverzorgers dragen de zorg voor
   minderjarige arrestanten bij wisseling van diensten over aan collega’s; de
   minderjarigen worden hierover geïnformeerd.
Kindvriendelijke cel
•  Zorg voor voldoende kindvriendelijke politiecellen. Kleine cellencomplexen moeten
   over minimaal één kindvriendelijke cel beschikken, grotere complexen over
   minimaal twee;
•  Scheidt de locatie van kindvriendelijke cellen zoveel mogelijk van die van reguliere
   cellen (andere gang, verdieping enz.);
•  Een ‘kindvriendelijke’ politiecel moet een prettiger sfeer uitstralen dan een reguliere
   cel. Hiervoor kan aansluiting gezocht worden bij de inrichting van de kamers in een
   JJI en de wachtruimten voor jeugdigen waarover sommige gerechtsgebouwen
   beschikken;
•  Pak de gehorigheid van cellencomplexen en politiecellen aan, zodat minderjarige
   arrestanten geen last hebben van (veel) geluid op de gang of in andere cellen,
   veroorzaakt door (meerderjarige) arrestanten. Dat beperkt gevoelens van onrust,
   angst en slecht slapen;
•  Een cel dient bestand te zijn tegen vernieling, maar andere kleuren op de muren
   dan het grijs van beton of baksteen, zachte kussens en dikkere dekens, een bank
   waarop je normaal kan zitten en een afgeschermd gedeelte voor het toilet dragen
   bij aan een rustige en prettigere sfeer;
•  Een klok in een cel zorgt voor besef van tijd en kan onrust bij minderjarige
   arrestanten tijdens hun verblijf in de politiecel wegnemen of verminderen;
•  In een politiecel moet sprake zijn van natuurlijk daglicht. Indien mogelijk moet de
   minderjarige naar buiten kunnen kijken;
•  Voor minderjarigen is afleiding in de politiecel belangrijk. Enkele voorbeelden zijn:
   (aansprekende) literatuur en schoolboeken, een zachte bal en een krijtmuur
   waarop getekend kan worden;
•  Elke (kindvriendelijke) cel zou een informatiezuil moeten hebben. Op deze
   informatiezuil moet ten minste beschikbaar zijn: informatie over rechten en
   plichten, informatie over het cellencomplex, een klok, een spelletje om te spelen,
   een film of documentaire, de mogelijkheid om contact op te nemen met de
   beveiliging en een manier om contact op te nemen met de ouders en de advocaat;
•  Eenvoudige verbeterpunten voor bestaande ‘kindvriendelijke’ cellen zijn, naast
   genoemde andere kleur (in plaats van grijs beton), een klok in de cel en het
   bieden van afleiding door lectuur en/of (elektronische) spelletjes beschikbaar te
   stellen;
•  In programma’s van eisen bij de bouw van nieuwe cellencomplexen moet expliciet
   aandacht worden besteed aan bovenstaande voorwaarden voor een kindvriendelijke
   cel. Daarbij gaat het niet alleen om functionele en technische eisen. Ook de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                             8
Minderjarigen in een politiecel
   psychologische ervaring van het verblijf in een politiecel zou moeten worden
   vertaald naar het programma van eisen. De methode van ontwerpend onderzoeken
   kan hiervoor ingezet worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               9
Minderjarigen in een politiecel
1       Inleiding
In Nederland werd in 2018 in 21.608 gevallen een minderjarige verdachte van een
strafbaar feit door de politie opgehouden voor onderzoek. De meeste minderjarigen
verblijven overdag tijdens de fase van ophouden voor onderzoek in een ophoudkamer
op het politiebureau. Dit is een kleine kale ruimte met een bank, vergelijkbaar met een
politiecel. Een bevel ophouden voor onderzoek kan voor zowel lichte als zwaardere
strafbare feiten gegeven worden. Minderjarige verdachten van 12 jaar en ouder
kunnen maximaal zes uur worden opgehouden voor lichte strafbare feiten en
maximaal negen uur voor strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. 1
Na het ophouden voor onderzoek kan een minderjarige in verzekering worden gesteld.
In 2018 werden in totaal 4.675 minderjarigen in verzekering gesteld. Minderjarige
verdachten kunnen in de fase van ophouden voor onderzoek en tijdens de
inverzekeringstelling (hierna: IVS) tijdelijk in een politiecel geplaatst worden. Het komt
voor dat een minderjarige daarin moet overnachten, bijvoorbeeld omdat meer
onderzoek nodig is dat tijd kost of omdat in de avonduren geen advocaat beschikbaar
is om de minderjarige bij te staan bij het verhoor of diens komst afgewacht moet
worden. 2 De minderjarige verblijft in een cellencomplex waarin vooral meerderjarige
verdachten ondergebracht worden.
Over het verblijf van een minderjarige in een politiecel is veel gezegd en geschreven. 3
De maximale termijn voor verblijf in een politiecel zou te lang zijn en het verblijf niet
kindvriendelijk. In de fase van ophouden voor onderzoek kan de maximale duur van
verblijf in een politiecel oplopen tot achttien uur (voor misdrijven waarvoor voorlopige
hechtenis mogelijk is) en vijftien uur (voor andere lichtere feiten). 4 Hierna kan een IVS
van maximaal drie dagen volgen die na tussenkomst van de rechter-commissaris met
nog eens drie dagen verlengd kan worden. 5 De minderjarige verblijft al die tijd
doorgaans in een reguliere kale politiecel. Er zijn slechts enkele zogenaamde
‘kindvriendelijke’ politiecellen in het land. 6 Daarnaast biedt de biedt de mogelijkheid de
IVS op een andere plaats dan een politiecel door te brengen, mits deze daartoe
geschikt is. 7
_______
1
  Artikel 56a lid 2 Sv jo 487 lid 2 Sv: maximaal 9 uur voor minderjarigen van 12 jaar en ouder op
   verdenking van misdrijf waar voorlopige hechtenis is toegelaten, maximaal 6 uur indien dat
   niet het geval is en voor kinderen onder de 12 jaar altijd maximaal 6 uur.
2
  Sinds 1 maart 2017 hebben minderjarigen van 12 jaar en ouder een recht op rechtsbijstand
   voorafgaand en tijdens het politieverhoor; minderjarigen kunnen geen afstand meer doen van
   hun recht op consultatie- en verhoorbijstand, artikel 28c jo. 489 lid 1 Sv.
3
  Onder andere Defence for Children International, de Kinderombudsman en de Vereniging van
   Nederlandse Jeugdrechtadvocaten.
4
  De nachtelijke uren van 00.00 uur tot 9.00 uur tellen niet mee voor de termijn voor ophouden.
5
  12-minners kunnen niet in verzekering gesteld worden.
6
  Er bestaat geen algemene definitie van een ‘kindvriendelijke’ politiecel. De volgende
   cellencomplexen hebben een cel aangemerkt die kindvriendelijk is: Alkmaar, Arnhem, Borne,
   Groningen, Haarlem en binnenkort Houten. CNW Amsterdam heeft aangegeven niet over een
   kindvriendelijke cel te beschikken maar de cellen onderscheiden zich positief door een andere
   kleurstelling, een informatiezuil en de akoestiek.
7
  Artikel 57 lid 1 jo 493 lid 3 Sv.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                    10
Minderjarigen in een politiecel
1.1      Aanleiding
In maart 2016 heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen om de maximale
termijn voor het verblijf in een politiecel van een minderjarige verdachte te beperken
tot drie dagen. 8 De minister voor Rechtsbescherming heeft aan de Tweede Kamer
toegezegd met enkele pilots een verkorting van de maximale termijn van IVS en de
mogelijkheid van overnachting op een alternatieve locatie te onderzoeken. 9 Deze pilots
hebben plaatsgevonden in de periode 2016-2018. 10 Uit de evaluatie van deze pilots is
gebleken dat overnachting op een alternatieve locatie tijdens de IVS praktisch
uitvoerbaar is. Een uniforme werkwijze en een wegingskader voor de besluitvorming
ontbreken echter. Ook bestaat onduidelijkheid over de verantwoordelijkheid van de
verschillende betrokken partijen indien de IVS op een alternatieve locatie plaatsvindt.
De minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming hebben
de Afdeling advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
(hierna: de RSJ) gevraagd over deze en enkele andere aanverwante onderwerpen te
adviseren.
1.2      Adviesvragen
Dit advies is tot stand gekomen naar aanleiding van een adviesaanvraag van de
minister van Justitie en Veiligheid en de minister voor Rechtsbescherming van 7 mei
2019. 11 De volgende vragen zijn voorgelegd:
Juridische verantwoordelijkheid:
1 A) Wie is juridisch verantwoordelijk voor (de veiligheid van) het kind tijdens een IVS
en wat houdt deze verantwoordelijkheid in?
1 B) Wie is juridisch verantwoordelijk voor (de veiligheid van) het kind, wanneer het
kind de IVS elders dan in een cel ondergaat en wat houdt deze verantwoordelijkheid
in?
1 C) Hoe kan in de praktijk uitvoering worden gegeven aan deze juridische
verantwoordelijkheid:
- Bij het nemen van de beslissing?
- Tijdens de IVS?
- Als geconstateerd wordt dat zich negatieve consequenties voordoen/hebben
voorgedaan, als gevolg van de ten uitvoerlegging van de IVS buiten een cel?
_______
8
  Kamerstukken II 2015/16, 29279, nr. 310, motie van de leden Recourt en Van Toorenburg van
    22 maart 2016; Handelingen II 2015/16, nr. 67, item 20.
9
  Kamerstukken II 2015/16, 24587, nr. 652, p. 19.
10
   J. Nijhuis, M. Vander Velpen & V. Drost, Rapportage onderzoek opvang/bejegening jeugdige
    verdachten. Evaluatie van een pilot, Significant 2017, over een pilot in regio Oost-Nederland
    en J. Nijhuis & V. Drost, Een nacht in de cel is geen kinderspel, Significant 2018, over pilots in
    Oost-Brabant, Zeeland-West-Brabant en Noord-Holland.
11
   De minister voor Rechtsbescherming is verantwoordelijk voor het justitieel jeugdbeleid, de
    minister van Justitie en Veiligheid voor de Nationale Politie en het Openbaar Ministerie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                    11
Minderjarigen in een politiecel
Kader voor belangenafweging:
2 A) Wat is een werkbaar kader dat de praktijk helpt bij de belangenafweging om een
kind de IVS buiten de cel (elders) te laten ondergaan?
2 B) Welke stappen moeten hiervoor gevolgd en welke beslissingen/afwegingen
moeten hiervoor gemaakt worden?
Ophouden voor onderzoek:
3 A) In hoeverre is het juridisch mogelijk kinderen tijdens de fase ophouden voor
onderzoek elders te laten overnachten en wie is er dan juridisch verantwoordelijk voor
(de veiligheid van) het kind?
3 B) Als er juridische belemmeringen zijn, welke aanpassingen kunnen deze
belemmeringen wegnemen en liggen deze op het terrein van de wet of beleid?
Kindvriendelijk verblijf bij politie:
4 A) Hoe kan de politie een kindvriendelijke bejegening van kinderen in de politiecel
bevorderen?
4 B) Waaraan moet een kindvriendelijke cel voldoen in de fase tot en met IVS?
(gebouwelijke of fysieke kenmerken)
Dit advies is gericht op strafrechtelijk minderjarigen van 12 jaar en ouder.
1.3     Geraadpleegde bronnen en instanties
Ten behoeve van dit advies is op verschillende wijzen informatie verzameld:
   a. Literatuur en regelgeving, waaronder evaluatie van de pilots, bevindingen van
        de Jongerenraad Politie, rapporten van Defence for Children International
        (hierna: DCI), de Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten (hierna:
        VNJA) en de Kinderombudsman (hierna: KOM);
   b. Cijfers van de Nationale Politie;
   c. Bezoeken aan drie cellencomplexen: Politie Cellen Complex Houten,
        Politiebureau Haarlem-Centrum en Cellen Complex Noord-West Meer en Vaart in
        Amsterdam; daarbij is gesproken met leidinggevenden en
        arrestantenbewaarders;
   d. Twee expertbijeenkomsten met vertegenwoordigers uit de strafrechtsketen
        (Openbaar Ministerie (hierna: OM), Nationale Politie, Rechterlijke Macht, Raad
        voor de Kinderbescherming (hierna: RvdK), Jeugdadvocatuur, de KOM, DCI,
        Young in Prison (hierna: YIP) en de William Schrikker Groep (hierna: WSG));
   e. Gesprek met vertegenwoordigers van het OM over de pilots;
   f. Schriftelijke vragen, voorgelegd aan enkele vertegenwoordigers van het OM;
   g. Gesprek met de Rijksbouwmeester en de Politiebouwmeester;
   h. Gesprek met ervaringsdeskundigen van YIP.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      12
Minderjarigen in een politiecel
2       Advies
In dit hoofdstuk gaat de RSJ in op hiervoor genoemde adviesvragen en doet de RSJ
een aantal aanbevelingen. De beantwoording van de adviesvragen is mede gebaseerd
op de beschrijving van het juridisch kader, de uitvoeringspraktijk en een samenvatting
van de pilots die in de bijlagen 1, 2 en 3 zijn opgenomen. Paragraaf 2.1 gaat over de
inverzekeringstelling op een alternatieve locatie (adviesvragen 1 en 2). In paragraaf
2.2 komt het ophouden voor onderzoek aan de orde (adviesvraag 3). Paragraaf 2.3
betreft de bejegening van minderjarigen en het verblijf in een politiecel (adviesvraag
4). Tot slot vraagt de RSJ in paragraaf 2.4 aandacht voor enkele bijzondere groepen
minderjarigen.
2.1     Inverzekeringstelling (op een alternatieve locatie)
In deze paragraaf wordt ingegaan op de eerste twee adviesvragen. De RSJ doet
allereerst enkele aanbevelingen om vrijheidsbeneming van minderjarigen zo veel als
mogelijk terug te dringen. Wanneer vrijheidsbeneming onvermijdelijk is beveelt de RSJ
aan een (kindvriendelijke) alternatieve plaats van inverzekeringstelling te bevorderen.
Hierna komen achtereenvolgens aan de orde: de belangenafweging voor IVS op een
alternatieve locatie, de bevoegdheden bij IVS (op een alternatieve locatie), een
stappenplan voor overleg en besluitvorming, de registratie van IVS van minderjarigen
op een alternatieve locatie, de verantwoordelijkheid voor de (veiligheid van) de
minderjarige tijdens verblijf op een alternatieve locatie, afspraken over IVS thuis, bij
familie of een instelling, aansprakelijkheid en risico’s als gevolg van IVS op een
alternatieve locatie en het vervoer van de minderjarige.
Wettelijk vastleggen van ‘geen IVS, tenzij’
Een (minderjarige) verdachte kan in verzekering gesteld worden als sprake is van een
strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten. Dat betreft onder andere
delicten waarop vier jaar of meer gevangenisstraf is gesteld. De maximale termijn van
de IVS is thans drie dagen. Deze termijn kan met maximaal drie dagen verlengd
worden als sprake is van een dringende noodzakelijkheid. Artikel 37 Internationaal
Verdrag voor de Rechten van het Kind (hierna: IVRK) en EU-richtlijn 2016/800 bepalen
dat vrijheidsbeneming van minderjarigen zo min mogelijk moet worden toegepast.
Desondanks komt dit nog vaak voor (zie tabel 1). In de periode 2016-2018 hebben
pilots plaatsgevonden met als uitgangspunt ‘geen inverzekeringstelling, tenzij dit
noodzakelijk is’. Inmiddels is dit landelijk beleid van het OM.
De RSJ stelt voor dat het uitgangspunt ‘geen IVS, tenzij’ in de wet wordt opgenomen,
vergelijkbaar met het uitgangspunt bij voorlopige hechtenis met betrekking tot
minderjarigen dat luidt 'schorsing voorlopige hechtenis, tenzij' (artikel 493 lid 1 Sv).
Dit dwingt betrokken partijen tot bewustwording van het feit dat het om een
minderjarige gaat en bevordert een individuele belangenafweging. Hiermee wordt
onderstreept dat voor minderjarigen andere regels gelden dan voor meerderjarigen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                 13
Minderjarigen in een politiecel
                                Ophouden en IVS minderjarigen
                                     in 2016, 2017 en 2018
   30000
   20000
                   28092                         24810
   10000                                                                     21608
                                7160                       5331                        4676
         0
                          2016                        2017                        2018
                                              ophouden     IVS
Tabel 1 Ophouden en IVS minderjarigen in 2016, 2017 en 2018. 12
Duur van vrijheidsbeneming en maximaal één nacht in een politiecel
Van de duur van het verblijf van minderjarigen in een politiecel bestaat geen
betrouwbaar beeld; exacte gegevens ontbreken. De maximale termijn voor ophouden
en IVS is thans drie dagen en achttien uren, waarna een rechterlijke toets plaatsvindt.
De RSJ heeft vernomen dat minderjarigen in de praktijk gemiddeld niet langer dan 24
uur in een politiecel verblijven. 13 De RSJ is van mening dat de duur van
vrijheidsbeneming voor minderjarigen wettelijk beperkt moet worden tot maximaal 24
uur. Hierna beoordeelt de rechter-commissaris of de minderjarige in vrijheid wordt
gesteld of langer wordt vastgehouden. Daarbij overnacht een minderjarige in een
voorkomend geval maximaal één nacht in een politiecel.
Deze termijn sluit beter aan bij het uitgangspunt in het IVRK en EU-richtlijn 2016/800
dat vrijheidsbeneming van minderjarigen zo kort mogelijk wordt toegepast. In General
Comment no. 24 en richtlijnen van het Europese Comité ter voorkoming van Foltering
en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (hierna: CPT) wordt een
termijn van 24 uur aangehouden. 14 Ook België hanteert een termijn van 24 uur voor
de vrijheidsbeneming van minderjarigen. 15
Aanbevelingen
•    Leg in de wet vast dat een minderjarige verdachte niet in verzekering wordt gesteld
     tenzij dit noodzakelijk is;
•    Leg in de wet vast dat vrijheidsbeneming van een minderjarige verdachte zonder
     rechterlijke toets maximaal 24 uur duurt. Hierna beoordeelt een rechter-
_______
12
   Cijfers verkregen van de Nationale Politie.
13
   Informatie uit expertbijeenkomsten.
14
   Artikel 37 onder b IVRK en artikel 10 EU-richtlijn 2016/800. Volgens het VN-
    Kinderrechtencomité dient de minderjarige binnen 24 uur na aanhouding te worden voorgeleid
    aan een rechter-commissaris, zie General Comment no. 24 bij het IVRK, overweging 90. Ook
    het CPT vindt dat de regel zou moeten zijn dat minderjarigen niet meer dan 24 uur in ‘law
    enforcement establishments’ (politiecel/cellencomplexen) verblijven, zie ‘Juveniles deprived of
    their liberty under criminal legislation’ CPT/Inf(2015)I-part revl, overweging 99.
15
   V. Wennekes, ‘Minderjarige verdachten in een politiecel’, Proces, 2019, afl. 5, p. 331 en 335.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               14
Minderjarigen in een politiecel
    commissaris of de minderjarige in vrijheid wordt gesteld of in voorlopige hechtenis
    wordt genomen.
Geen IVS in een politiecel, tenzij
De wet staat toe dat de IVS van een minderjarige op elke daartoe geschikte plaats
plaatsvindt. 16 Zo kan bijvoorbeeld het ouderlijk huis een alternatief zijn voor een
overnachting in een politiecel. Naar het oordeel van de RSJ wordt hier in de praktijk
nog (te) terughoudend mee omgegaan. Inmiddels heeft de minister voor
Rechtsbescherming aangegeven het uitgangspunt 'geen IVS in de politiecel, tenzij dit
niet anders kan' te onderschrijven. 17
Aanbeveling:
•   Leg het uitgangspunt 'geen IVS in een politiecel, tenzij dit niet anders kan' vast in
    de wet of in beleid. Dit creëert bewustzijn bij politie en OM en vraagt om een
    deugdelijke onderbouwing van de gemaakte keuze.
Momenteel ontbreekt een landelijk kader voor de afweging of de minderjarige de IVS
op een alternatieve locatie kan doorbrengen. Ook de registratie van verblijf op een
alternatieve locatie tijdens de IVS vindt niet altijd, en zeker niet uniform, plaats.
Belangenafweging bij besluitvorming IVS op een alternatieve locatie
In het strafrechtelijk onderzoek met betrekking tot minderjarigen spelen verschillende
belangen een rol, te weten het belang van het kind (inclusief de veiligheid van het
kind), het onderzoeksbelang en het belang van de maatschappij en slachtoffers en
nabestaanden.
De RSJ is van mening dat bij de belangenafweging om een kind buiten de cel in
verzekering te stellen het belang van het kind, inclusief de veiligheid van het kind,
voorop staat. Volgens artikel 3 IVRK is het belang van het kind een eerste overweging
bij alle beslissingen die het kind betreffen. 18 Het belang van het kind is mede gelegen
in de fysieke en psychische bescherming en de veiligheid van het kind. In zijn
algemeenheid is het kind gebaat bij een adequate reactie die de ontwikkeling van het
kind in positieve zin ondersteunt. Het is in het belang van minderjarigen dat zo min
mogelijk en zo kort mogelijk vrijheidsbeneming wordt toegepast, conform artikel 37
onder b IVRK en EU-richtlijn 800/2016 en dat zo mogelijk gebruik wordt gemaakt van
een minder ingrijpend alternatief voor de politiecel.
_______
16
   Artikel 57 lid 1 jo 493 lid 3 Sv. Een dergelijke bepaling ontbreekt tot op heden in het nieuwe
   ontwerp Boek 6 Wetboek van Strafvordering in het kader van de modernisering van het
   strafprocesrecht.
17
   Kamerstukken II 2018/19, 28741, nr. 55, p. 1, Bijlage afschrift reactie op de rapporten
   "Hoeveel nachtjes nog?" en "Stop!" van de Kinderombudsman.
18
   Zie ook het Stappenplan van de Kinderombudsman, In 4 stappen naar het beste besluit voor
   het kind. Het Kinderrechtenverdrag als kompas bij besluitvorming, Den Haag:
   Kinderombudsman, 2019.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               15
Minderjarigen in een politiecel
Bij de afweging dient in ogenschouw te worden genomen dat het belang van het kind
geen absoluut belang is; soms wegen andere belangen zwaarder. 19
De RSJ meent dat het onderzoeksbelang in voorkomende gevallen kan prevaleren bij
de afweging, maar het mag niet leidend zijn. Evenmin is de aard of ernst van het delict
volgens de RSJ bepalend voor het al dan niet overnachten op een alternatieve locatie,
ook al wordt dit wel meegewogen. 20 Zoals ook slachtofferbelangen mee spelen. De RSJ
benadrukt dat een wegingskader een hulpmiddel is voor de besluitvorming waarbij
iedere minderjarige afzonderlijk wordt beoordeeld.
Aanbeveling:
•    Het belang van het kind dient voorop te staan bij de afweging een minderjarige de
     IVS elders (buiten de cel) te laten ondergaan.
Het is aan de minister en de strafrechtsketen om een wegingskader op te stellen. De
RSJ adviseert om in ieder geval de volgende aspecten hierbij te betrekken:
•    Algemene rechtsbeginselen
       •    Het beginsel van het vermoeden van onschuld: In dit stadium is slechts
            sprake van een verdenking en mag niet worden geanticipeerd op een mogelijk
            op te leggen straf;
       •    Het beginsel van subsidiariteit: Het uitgangspunt is voorts dat
            vrijheidsbeneming van minderjarigen zo min mogelijk en zo kort mogelijk
            wordt toegepast, conform artikel 37 onder b IVRK, en dat zo mogelijk gebruik
            wordt gemaakt van een minder bezwarend alternatief voor de politiecel; en
       •    Het beginsel van proportionaliteit: Het beginsel van proportionaliteit vereist
            een passende verhouding tussen de zwaarte van het middel (overnachting in
            een politiecel of elders) en de ernst van het strafbaar feit, mede gezien de
            leeftijd van de verdachte en overige omstandigheden.
•    Overige aspecten bij besluitvorming 21
    Overige aspecten die een rol (kunnen) spelen bij de besluitvorming omtrent IVS
    hangen samen met:
      •    Het belang van het kind: leeftijd en ontwikkeling van het kind, eigen mening
           van het kind, identiteit, behoud relatie met ouders/gezin, kwetsbaarheid,
           gezondheid, onderwijs, zorg voor, bescherming en veiligheid van het kind. 22
      •    Het onderzoeksbelang: collusiegevaar 23, het uitvoeren van (forensisch)
           onderzoek en een mogelijk vluchtgevaar.
_______
19
    Volgens General Comment no. 24 is de veiligheid in de samenleving een legitieme doelstelling
    van het jeugdstrafrecht; vrijheidsbeneming is aanvaardbaar als de minderjarige een reëel
    gevaar vormt voor de veiligheid of gezondheid in de samenleving. Daarbij is van belang dat de
    maatregelen proportioneel zijn ten opzichte van de omstandigheden van de minderjarige en de
    ernst van het feit, zie overwegingen 3, 76 en 85-89.
20
   IVS is alleen mogelijk voor strafbare feiten waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is.
21
   In bijlage 4 zijn vragen opgenomen die hierbij een rol kunnen spelen.
22
   Artikel 3 IVRK en General Comment no. 14 bij het IVRK.
23
   Gevaar dat onderzoek wordt gefrustreerd omdat medeverdachten nog niet verhoord en/of
    getuigen nog niet gehoord zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                   16
Minderjarigen in een politiecel
      •   De belangen van maatschappij en slachtoffers en nabestaanden. Volgens de
          wet is het onderzoeksbelang de enige grond voor IVS. Bij IVS op een andere
          locatie - bijvoorbeeld thuis - zijn er ook andere belangen in het spel, namelijk
          het belang van de maatschappij bij het voorkomen van plegen van strafbare
          feiten en het belang van slachtoffers en nabestaanden. 24
Naast de genoemde aspecten spelen ook praktische vragen een rol bij de afweging (zie
Bijlage 4).
Bevoegdheden IVS
Volgens de wet is de officier van justitie (hierna: OvJ) als leider van het
opsporingsonderzoek verantwoordelijk voor de beslissing over IVS van een
minderjarige. 25 Hij is formeel leider van het opsporingsonderzoek, maar in de praktijk
oefent de hulpofficier van justitie (hierna: hOvJ) bepaalde bevoegdheden zelfstandig
uit. 26 Zowel de OvJ als de hOvJ zijn bevoegd de verdachte in verzekering te stellen
(artikel 57 lid 1 Sv). In het geval de hOvJ het bevel tot IVS geeft, stelt de hOvJ de OvJ
onverwijld in kennis van de inverzekeringstelling (artikel 57 lid 4 Sv).
Bevoegdheden IVS op een alternatieve locatie
Voor zover kon worden nagegaan bestaan er geen formele werkafspraken, maar is het
wel gebruikelijk dat de hOvJ en ZSM-OvJ 27 overleg plegen over de beslissing de IVS op
een alternatieve locatie te laten doorbrengen. De praktijk laat een wisselend beeld
zien. 28 Het is de RSJ bekend dat tijdens de nachtelijke uren of wanneer de (piket-)OvJ
niet bereikbaar is voor overleg, de hOvJ zelfstandig (zonder overleg) een beslissing
neemt en de ZSM-OvJ de volgende dag informeert. De wet laat ruimte hiervoor: als
ZSM ‘s nachts dicht is en de piket-OvJ niet bereikbaar is, kan ‘onverwijld’ (in kennis
stellen) ook ‘s ochtends om 9.00 uur zijn.
Stappenplan voor overleg en besluitvorming
Het is van belang dat goede tijdige beslissingen voor minderjarigen worden genomen;
een stappenplan voor overleg en besluitvorming kan hieraan bijdragen. In de praktijk
doen zich grote regionale verschillen voor in de wijze waarop en de mate waarin de
hOvJ en OvJ (en andere betrokken partijen) overleggen en besluiten. De RSJ stelt het
volgende stappenplan voor teneinde te komen tot een landelijke uniforme werkwijze:
Politie
•    Bij de voorgeleiding aan de hOvJ komt de minderjarige op de verdachtenmonitor
     van ZSM te staan;
_______
24
   Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
25
   Artikel 148 in relatie tot artikel 159 Sv beschrijft de functionele bevelstructuur tussen de hOvJ
    en de OvJ.
26
   F. Rietveld, ‘De magistratelijkheid van de hOvJ’, Tijdschrift voor de politie, 2013, afl. 9-10, p.
    26-28.
27
   ZSM staat voor ‘zo Snel, Slim, Selectief, Simpel, Samen en Samenlevingsgericht mogelijk’. Zie
    ook bijlage B2.3.
28
   Informatie uit expertbijeenkomsten, gesprekken en evaluatie van de pilots.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                              17
Minderjarigen in een politiecel
•    De politie stuurt het proces-verbaal minderjarigen (PVM) naar ZSM. 29 Het PVM
     bevat informatie over het strafbaar feit en omstandigheden, informatie uit het
     sociaal verhoor van de minderjarige 30 en informatie over mogelijke slachtoffers en
     nabestaanden. In het PVM is ook het preselect van het Landelijk Instrumentarium
     Jeugdstrafrechtketen (hierna: LIJ) opgenomen waarmee een eerste inschatting van
     het recidiverisico gemaakt kan worden;
•    De hOvJ legt een voorstel voor de locatie van IVS voor aan de ZSM-OvJ ter
     toetsing/accordering.
Ketenpartners ZSM
•    Het OM verstrekt (of raadpleegt) informatie over het justitiële verleden van de
     minderjarige;
•    De RvdK levert informatie over de achtergrond van het kind en het gezin of de
     instelling waar het kind verblijft. Dit kan gaan over informatie uit eerdere
     rapportages met betrekking tot een ondertoezichtstelling en/of uithuisplaatsing of
     andere problemen van kind en gezin, zoals huiselijk geweld (van ouders of kind) of
     verwaarlozing;
•    De (jeugd)reclassering levert informatie aan over lopende hulpverleningstrajecten
     voor kind of ouders/gezin, bijvoorbeeld in het kader van verslavingszorg.
Overleg politie/hOvJ met ZSM-OvJ of piket-OvJ
•    De RSJ acht het wenselijk dat politie en ZSM-OvJ vaste contactmomenten hanteren
     voor overleg, bijvoorbeeld ’s middags bij de wisseling van dienst en rond 19.00 uur.
     Bij deze vaste contactmomenten kunnen alle zaken van minderjarigen besproken
     worden en kan in overleg besloten worden dat minderjarige verdachten tijdens de
     IVS thuis overnachten. Bij dit overleg worden het belang van het kind, het
     opsporingsbelang en de belangen van de maatschappij en slachtoffers en
     nabestaanden betrokken;
•    Als ZSM gesloten is, overlegt de hOvJ met de piket-OvJ. Als de piket-OvJ ’s nachts
     niet beschikbaar is, kan de hOvJ zelfstandig de beslissing nemen.
De RSJ stelt vast dat een helder uniform kader en een goed overzicht van
overwegingen bij de beslissing tot overnachtingen elders ontbreken. 31 Dit is van
belang voor een uniform beleid. Daarom adviseert de RSJ dat de hOvJ en OvJ in
beginsel in alle gevallen overleg plegen.
_______
29
   Soms wordt de minderjarige (op een andere locatie) in verzekering gesteld terwijl het verhoor
    nog niet heeft plaatsgevonden. Dan is er geen PVM beschikbaar. Dit wordt gedaan om te
    voorkomen dat een minderjarige de nacht in een politiecel moet doorbrengen. Er bestaat geen
    wettelijke grondslag de ophouding op een alternatieve locatie te laten plaatsvinden. Zie ook
    paragraaf 2.2.
30
   Ontwikkelingsgedrag en –niveau zijn van belang bij de beslissing om de IVS elders te laten
    uitzitten. De hOvJ en de politiemedewerker die het verhoor afneemt zijn degenen die de
    minderjarige zien en die facetten kunnen waarnemen.
31
   Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                  18
Minderjarigen in een politiecel
Aanbeveling:
•    Bevorder een landelijke uniforme werkwijze voor overleg tussen hOvJ en OvJ over
     IVS, de locatie van IVS en de informatie die daarbij betrokken moet worden.
Registratie van IVS van minderjarigen op een alternatieve locatie
Er zijn geen betrouwbare cijfers over het doorbrengen van IVS op een alternatieve
locatie, zoals thuis. 32 Het spreekt voor zich dat het voor ontwikkeling en evaluatie van
het beleid wenselijk is dat aantallen, locatie(s) en overwegingen altijd en eenduidig
geregistreerd worden.
Aanbeveling:
•    Zorg voor een eenduidige en betrouwbare registratie van overnachting op een
     alternatieve locatie tijdens IVS en de overwegingen die hiertoe geleid hebben,
     bijvoorbeeld in een daartoe te ontwikkelen formulier in het
     politieregistratiesysteem, de Basisvoorziening Handhaving.
Verantwoordelijkheid voor (de veiligheid van) de minderjarige tijdens IVS op een
alternatieve locatie
Artikel 57 lid 1 jo 493 lid 3 Sv bepaalt dat de IVS van minderjarige verdachten op elke
daartoe geschikte plaats kan plaatsvinden. Dat kan het ouderlijk huis zijn maar ook
een instelling, bijvoorbeeld een justitiële jeugdinrichting (hierna: JJI) of kleinschalige
voorziening (hierna: KV).
Als de IVS thuis plaatsvindt zijn ouder(s) of de voogd of verzorger verantwoordelijk
voor het kind. 33 Met betrekking tot de afspraken die met de politie gemaakt zijn,
moeten ouder(s) of de voogd of verzorger door de politie gewezen worden op hun
verantwoordelijkheid voor het kind. Als de minderjarige niet bij zijn ouder(s) of voogd
of verzorger kan overnachten, kan een overnachting bij een ander familielid,
bijvoorbeeld bij opa of oma, oom of tante, of een oudere broer ook een optie zijn.
Familieleden moeten uitdrukkelijk instemmen met de verantwoordelijkheid voor het
kind. De verantwoordelijkheid van de familieleden heeft betrekking op de gemaakte
afspraken met de politie en het psychische en fysieke welzijn en de veiligheid van het
kind. Als de IVS in een instelling plaatsvindt, bijvoorbeeld in een JJI of een KV, dan is
de instelling verantwoordelijk voor (de veiligheid van) het kind; deze heeft een
zorgplicht voor de minderjarige die in de instelling verblijft. 34 Aan de minderjarige
_______
32
   Informatie van de Nationale Politie.
33
   Dit volgt voor ouders uit artikel 1:247 leden 1 en 2 Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en voor
    verzorgers uit artikel 1:248 lid 1 BW. Zij zijn verantwoordelijk voor de verzorging en
    opvoeding van hun minderjarig kind. Die verantwoordelijkheid omvat de zorg en
    verantwoordelijkheid voor het geestelijk en lichamelijk welzijn en veiligheid van het kind en
    het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. In de verzorging en opvoeding
    van het kind passen ouders of voogd/verzorgers geen geestelijk of lichamelijk geweld of enige
    andere vernederende behandeling toe.
34
   Zie art. 24 Reglement Justitiële Jeugdinrichtingen voor de zorgplicht van de JJI: De inrichtingen
    dragen zorg voor een veilige omgeving voor en een menswaardige bejegening van de
    jeugdigen. Zij dragen bij aan een beter sociaal functioneren van de jeugdige, door middel van
    een verplicht gesteld pedagogisch dagprogramma en individueel behandelprogramma. Voorts
    dragen zij bij aan een goede voortgang van de rechtsgang. Het doel van het verblijf in de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                              19
Minderjarigen in een politiecel
wordt ook gevraagd hoe deze aankijkt tegen een overnachting bij zijn ouders,
familieleden of een instelling.
Afspraken over IVS thuis, bij familie of instelling
De RSJ weet dat de politie (doorgaans) mondelinge afspraken met de ouder(s), voogd,
verzorger(s), andere familieleden of instelling maakt, nadat zij zich ervan heeft
vergewist dat deze in staat zijn het gezag over het kind uit te voeren.
De afspraken betreffen bijvoorbeeld:
•    Thuis blijven gedurende de nacht;
•    Geen (elektronische) communicatie met derden (telefoon, e-mail, social media);
•    Het tijdstip waarop de minderjarige ’s ochtends op het politiebureau moet
     verschijnen.
Deze afspraken worden door de politie in de Basisvoorziening Handhaving (hierna:
BVH) vastgelegd. 35
Aansprakelijkheid en risico’s als gevolg van IVS op een alternatieve locatie
De RSJ is van mening dat de perso(o)n(en) of instelling aan wie de minderjarige is
toevertrouwd slechts een civielrechtelijke verantwoordelijkheid heeft. Zij kunnen niet
verantwoordelijk gehouden worden voor ontvluchting of het plegen van nieuwe
strafbare feiten door de minderjarige. De minderjarige is zelf strafrechtelijk
aansprakelijk voor zijn handelen, zoals dat ook het geval is bij bijvoorbeeld een
schorsing van de voorlopige hechtenis.
Risico’s op recidive en vluchtgevaar, alsook gevaar voor slachtoffers, wraakacties of
huiselijk geweld (door ouders of minderjarige) moeten vooraf bij de belangenafweging
door de hOvJ en de OvJ meegenomen worden. 36 Dat wordt in de praktijk al gedaan. 37
Vervoer minderjarige
Volgens het Landelijk Reglement Arrestantenzorg Politie mag de minderjarige niet
onbegeleid naar huis. De vervoerder is verantwoordelijk voor het vervoer naar huis of
de instelling en vice versa. Ouders halen hun kind op of de politie brengt de
minderjarige naar huis of instelling. De politie kan met de ouders afspreken dat deze
het kind de volgende ochtend naar het politiebureau vervoeren. Als de minderjarige in
een instelling overnacht spreken de politie en de instelling in overleg af wie de
minderjarige de volgende ochtend naar het politiebureau vervoert.
2.2      Ophouden voor onderzoek
In deze paragraaf gaat de RSJ in op de vraag of het juridisch mogelijk is de
minderjarige in de fase ophouden voor onderzoek op een alternatieve locatie te laten
overnachten. En zo niet, of de wet hiervoor moet worden aangepast.
    inrichting is de kans op ontsporing van de jeugdige na diens terugkeer in de maatschappij te
    verminderen.
35
   Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
36
   Zie onderdeel ‘overige aspecten bij besluitvorming’ over het meewegen van de belangen van de
    maatschappij en slachtoffers en nabestaanden en Bijlage 4.
37
   Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                          20
Minderjarigen in een politiecel
Ontbreken wettelijke grondslag ophouden op een alternatieve locatie
Er bestaat geen wettelijke grondslag om het ophouden voor onderzoek op een
alternatieve locatie te laten plaatsvinden. In 2011 heeft de rechtbank Rotterdam een
uitspraak gedaan waaruit blijkt dat artikel 493 lid 3 Sv (de mogelijkheid de voorlopige
hechtenis of IVS op een alternatieve locatie uit te zitten) zich niet uitstrekt tot het
ophouden voor onderzoek. 38 Wanneer, in de huidige situatie, een minderjarige in deze
fase naar huis wordt gestuurd, is er juridisch gezien geen sprake meer van
vrijheidsbeneming en kan de politie of het OM de ouders niet dwingen hun kind weer
naar het politiebureau te brengen voor verhoor. Het is vertegenwoordigers van OM en
politie niet duidelijk of de wet in deze fase van de opsporing ophouden op een andere
locatie toelaat. 39 OM en politie geven aan dat ophouden elders in de praktijk wel
gebeurt om te voorkomen dat een minderjarige in de politiecel overnacht. In sommige
gevallen wordt alvast tot IVS besloten, omdat overnachting thuis dan wel mogelijk is.
Het ontbreken van nationaal uniform beleid op dit punt kan leiden tot willekeur en
rechtsongelijkheid. 40 Om te bevorderen dat opgehouden minderjarige verdachten
vaker thuis kunnen overnachten adviseert de RSJ de wet aan te passen en in de wet of
in beleid het ophouden op een alternatieve locatie als uitgangspunt te nemen.
Aanbeveling:
•    Voeg aan artikel 56 Sv toe dat ophouden voor onderzoek op elke daartoe geschikte
     plaats kan plaatsvinden;
•    Leg het uitgangspunt ‘niet ophouden in een politiecel, tenzij dat noodzakelijk is’
     vast in de wet of in beleid.
Rechtsbijstand bij ophouden voor onderzoek
Als de politie de opgehouden minderjarige vóór de nacht naar huis of een andere
alternatieve locatie laat gaan is het mogelijk dat het verhoor nog niet heeft
plaatsgevonden, of slechts voor een deel heeft plaatsgevonden en de volgende dag
wordt voortgezet. Dit hangt onder meer samen met de werktijden van de piket-
jeugdrechtadvocaat. In het eerste geval (het verhoor heeft nog niet plaatsgevonden)
is de minderjarige de volgende dag verzekerd van gratis rechtsbijstand door een
advocaat. In het tweede geval (het verhoor heeft deels plaatsgevonden en wordt de
volgende dag voortgezet) heeft de minderjarige verdachte de volgende dag geen recht
meer op een gratis advocaat, omdat de formulering van artikel 489 lid 3 Sv alleen ziet
op de eerste situatie. 41 De RSJ is van mening dat gebrek aan gefinancierde
rechtsbijstand op zichzelf niet mag leiden tot een overnachting in de politiecel of een
vervroegde IVS elders.
_______
38
   Rb. Rotterdam 28 september 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BT6747 (afspraak moeder melden
    politieverhoor).
39
   Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
40
   E. Huls & C. Peterse, ‘Een pleidooi voor een kindgerichte aanpak en alternatieven voor de
    politiecel’, Tijdschrift jeugdrecht in de praktijk, 2018, afl. 4, p. 35.
41
   Stb. 2019, 180, i.w.t. op 1 juni 2019.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             21
Minderjarigen in een politiecel
Vanwege de beperkte beschikbaarheid van jeugdrechtadvocaten en de lange
aanrijdtijden acht de RSJ het wenselijk de politie de mogelijkheid te geven het
politieverhoor in te plannen in overleg met de advocaat. Dat kan betekenen dat de
politie een verdachte heenzendt met de afspraak dat deze zich op een bepaald tijdstip
op het bureau meldt. Zo hoeft een minderjarige niet urenlang op het politiebureau te
wachten op zijn advocaat.
De RSJ adviseert om het recht op rechtsbijstand ruimer te formuleren. Dit houdt in dat
als een minderjarige verdachte op enig moment van de dag of nacht naar huis wordt
gestuurd met de afspraak zich op een bepaalde dag en tijdstip te melden, deze nog
steeds recht heeft op gratis rechtsbijstand, conform artikel 6 van EU-richtlijn
2016/800.
Aanbeveling:
•   Verruim de toepassing van artikel 489 lid 3 Sv dat ziet op gratis rechtsbijstand voor
    minderjarigen. Zorg dat de minderjarige na heenzending overdag of ’s nachts, bij
    (verder) verhoor op een later tijdstip het recht op een gratis advocaat behoudt.
Juridische verantwoordelijkheden
De (juridische) verantwoordelijkheid bij ophouden voor onderzoek op een alternatieve
locatie is hetzelfde als bij IVS op een alternatieve locatie. HOvJ en OvJ plegen overleg
over ophouden op een alternatieve locatie. De OvJ draagt de eindverantwoordelijkheid
voor de beslissing. Bij overtredingen (licht strafbaar feit) kan wellicht voor een andere
werkwijze gekozen worden. Er moet dan nog zorgvuldiger beoordeeld worden of een
overnachting in een politiecel noodzakelijk is of dat gekozen kan worden voor
ophouden op een alternatieve locatie.
2.3     Bejegening van minderjarigen en verblijf in een politiecel
De minderjarige verdachte die in verzekering wordt gesteld, verblijft en overnacht in
een politiecel als niet besloten wordt tot overnachting op een alternatieve locatie. Het
komt ook voor dat een minderjarige in de fase van ophouden voor onderzoek bij de
politie moet overnachten. In deze paragraaf gaat de RSJ in op mogelijke verbeteringen
in de zorg voor en bejegening van minderjarige verdachten en het verblijf in een
politiecel. De RSJ is van mening dat een goede bejegening van minderjarigen minstens
zo belangrijk is als de fysieke plaats en inrichting van een politiecel. Een goede
bejegening van minderjarigen kan op verschillende manieren ingevuld worden. 42
_______
42
   Zie bijvoorbeeld de beginselen van goede bejegening van de RSJ, met name de beginselen van
   individualisering, fatsoenlijke omgang, veiligheid en minimale beperking: Goed bejegenen:
   beginselen voor het overheidsoptreden tegenover mensen die een justitiële straf of maatregel
   ondergaan, Den Haag: RSJ 2012, www.rsj.nl.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             22
Minderjarigen in een politiecel
2.3.1 Bejegening van minderjarige verdachten
Tijdens verblijf in een politiecel is de politie verantwoordelijk voor de zorg voor en
bejegening van de minderjarige. In een cellencomplex is de teamchef van het complex
verantwoordelijk. Als de minderjarige in een ophoudkamer van een politiebureau
verblijft is de teamchef van de basiseenheid verantwoordelijk.
De politie heeft regels opgesteld voor de zorg en bejegening van minderjarige
arrestanten. 43 Belangrijke punten zijn:
•   Beschikbaar stellen van huisregels in voor minderjarige begrijpelijke taal;
•   Zo spoedig mogelijk informeren van de wettelijk vertegenwoordigers;
•   Ouders, advocaat en voogd hebben dezelfde rechten op (frequentie van) bezoek en
    telefonisch contact;
•   Fysiek contact tussen ouder en kind moet bij bezoek mogelijk zijn (zonder
    glaswand);
•   Minderjarigen worden gescheiden van volwassenen geplaatst en gelucht;
•   Minderjarigen worden zoveel als mogelijk in kindvriendelijke cellen geplaatst. Als
    het cellencomplex niet beschikt over kindvriendelijke cellen wordt de minderjarige
    in de gelegenheid gesteld om minstens twee keer per dag twee uur te verblijven in
    een ophoudruimte;
•   Tijdens iedere dienst wordt een arrestantenverzorger of een operationeel
    coördinator aangewezen die speciale aandacht en verantwoordelijkheid heeft voor
    minderjarige arrestanten;
•   Bij heenzending worden minderjarigen overgedragen aan hun ouders tenzij de OvJ
    anders beslist;
•   Bij de bejegening wordt rekening gehouden met de leeftijd van de minderjarige
    (<12, 12-15, 16-17 jaar);
•   Een arts wordt geïnformeerd in het geval van IVS van een minderjarige met
    gedragscomplicaties en/of bij overnachting in een politiecel;
•   Aan minderjarigen wordt geen rookwaar verstrekt;
•   Jeugdlectuur en studieboeken worden beschikbaar gesteld.
Bovenstaande regels zijn in lijn met het belang van het kind zoals beschreven in
General Comment no. 14. Zo wordt bij alle beslissingen en handelingen die een kind
betreffen rekening gehouden met de eigen mening van het kind, diens identiteit (zoals
geslacht, religie, culturele achtergrond), behoud van de relatie met ouders en gezin,
zorg voor, bescherming en veiligheid van het kind, de kwetsbaarheid van het kind, de
gezondheid van het kind, onderwijs voor het kind en de leeftijd en ontwikkeling van
het kind. Verder is van belang dat de zorg voor minderjarigen in handen is van daartoe
gekwalificeerde professionals die kennis hebben van de ontwikkeling van kinderen.
Naast het Landelijk Reglement Arrestantenzorg Politie hanteert iedere politie-eenheid
of cellencomplex eigen specifieke huisregels.
_______
43
   Nationale Politie, Landelijk Reglement Arrestantenzorg Politie, hoofdstuk 5 ‘Minderjarigen’,
   Nationale Politie 2019.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        23
Minderjarigen in een politiecel
Bejegening in de praktijk
Volgens de regels uit het Landelijk Reglement Arrestantenzorg Politie wordt voor
iedere dienst een arrestantenverzorger aangewezen die verantwoordelijk is voor
minderjarige arrestanten en hen speciale aandacht geeft. Deze gaat in principe een
aantal keren per dag bij de minderjarige langs om te kijken of het goed met hem gaat.
Deze taak lijkt in de praktijk verschillend, dat wil zeggen met meer of minder aandacht
voor de minderjarige, te worden ingevuld. De RSJ heeft de indruk dat
arrestantenverzorgers zich er niet altijd van bewust zijn dat er speciale regels gelden
voor minderjarigen. Arrestantenverzorgers lijken verschillend aan te kijken tegen 12-
tot en met 15-jarigen en 16- en 17-jarigen. Er zijn grote verschillen tussen
minderjarigen qua (justitiële) achtergrond en gedrag. Al dan niet vanwege eerdere
negatieve ervaringen zijn arrestantenverzorgers soms minder geneigd zich vriendelijk
op te stellen ten opzichte van sommige minderjarigen. De wijze van bejegening en de
houding die arrestantenverzorgers zouden moeten aannemen ten aanzien van
minderjarigen is niet eenvoudig in werkinstructies neer te leggen. Hierdoor is voor
arrestantenverzorgers niet altijd duidelijk wat bedoeld wordt met “de wensen en
behoeften van de [minderjarige] ingeslotene” en “rekening houden met de
verschillende categorieën minderjarigen”. Het is van belang er op toe te zien dat de
regels vertaald worden naar begrijpelijke en duidelijke werkinstructies en deze in de
praktijk worden gevolgd. Daarnaast is het wenselijk dat arrestantenverzorgers worden
opgeleid en getraind om met minderjarige verdachten te werken.
Jongeren geven aan dat zij positieve(re) ervaringen hebben met een
politiemedewerker als deze oprechte interesse toont, rustig en vriendelijk is, een
luisterend oor heeft en de tijd neemt voor de minderjarige. Het is belangrijk dat de
politiemedewerker duidelijk is en uitlegt wat een jongere (in het bijzonder een first
offender) kan verwachten bij binnenkomst in de politiecel en tijdens zijn verblijf in de
cel.
Elke politie-eenheid heeft een Commissie van Toezicht Arrestantenzorg (CTA). Deze is
belast met de behandeling van klachten over de zorg voor en bejegening van
(minderjarige) arrestanten in een arrestantencomplex. De CTA’s rapporteren jaarlijks
over hun bevindingen. De CTA’s gaan actief na of het belang van de minderjarige
meegenomen wordt bij de zorg voor en bejegening van minderjarige arrestanten.
De RSJ, komt            tot     de volgende aanbevelingen omtrent  de    bejegening    van
minderjarigen.
Aanbevelingen:
•   Vertaal de regels omtrent de zorg voor minderjarigen uit het Landelijk Reglement
    Arrestantenzorg Politie naar werkinstructies; zie toe op consequente naleving van
    deze werkinstructies;
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               24
Minderjarigen in een politiecel
•    Zorg voor gerichte opleiding en training van politiemedewerkers die met
     minderjarigen werken;
•    Zorg ervoor dat politiemedewerkers eenduidig en op aangepaste wijze met
     minderjarigen communiceren. Arrestantenverzorgers dragen de zorg voor
     minderjarige arrestanten bij wisseling van diensten over aan collega’s; de
     minderjarigen worden hierover geïnformeerd.
2.3.2 Verblijf in een politiecel
Het verblijf in de politiecel mag de minderjarige niet meer schade berokkenen dan het
ontnemen van de vrijheid al doet. Daarom zouden er speciale kindvriendelijke cellen
beschikbaar moeten zijn voor minderjarige arrestanten. 44 Er bestaat overigens geen
definitie en er zijn ook geen (uniforme) richtlijnen voor een kindvriendelijke politiecel
en de eisen die daaraan gesteld worden. Momenteel zijn er verspreid door Nederland
enkele politiecellen die worden aangemerkt als kindvriendelijke cellen. Hoeveel precies
is de RSJ niet bekend, maar het zijn er vermoedelijk (te) weinig. Bovendien is de
kindvriendelijke cel momenteel in de meeste gevallen tussen en/of tegenover
reguliere- en observatiecellen geplaatst. De jeugdige krijgt daardoor (te) veel mee van
het gedrag en de problematiek van andere volwassen en soms verwarde arrestanten. 45
Een kindvriendelijke cel onderscheidt zich volgens de RSJ van reguliere cellen wat
betreft locatie en aankleding. Dat leidt tot de volgende aanbevelingen, waarvan een
aantal overigens al hier en daar (gedeeltelijk) gerealiseerd is:
•    Zorg voor voldoende kindvriendelijke politiecellen. Kleine cellencomplexen moeten
     over minimaal één kindvriendelijke cel beschikken, grotere complexen over
     minimaal twee;
•    De locatie van kindvriendelijke cellen is zoveel mogelijk gescheiden van die van
     reguliere cellen (andere gang, verdieping enz.);
•    Een ‘kindvriendelijke’ politiecel moet een prettiger sfeer uitstralen dan een reguliere
     cel. Hiervoor kan aansluiting gezocht worden bij de inrichting van de kamers in een
     JJI en de wachtruimten voor jeugdigen waarover sommige gerechtsgebouwen
     beschikken. 46
•    Pak de gehorigheid van cellencomplexen en politiecellen aan, zodat minderjarige
     arrestanten geen last hebben van (veel) geluid op de gang of in andere cellen,
     veroorzaakt door (meerderjarige) arrestanten. Dat beperkt gevoelens van onrust,
     angst en slecht slapen;
_______
44
   Een reguliere politiecel is een zeer basale eenpersoonscel die meestal is ondergebracht in een
    gedeelte van een wat groter politiebureau of in een aparte locatie, een politiecellencomplex.
    De cel is kaal en bevat doorgaans niet meer dan een betonnen tafel, stoel en bed (minimale
    lengte 2.10 meter), een toilet, een lichtopening en communicatie-units voor contact met de
    bewaking.
45
   Informatie uit expertbijeenkomsten, gesprekken en werkbezoeken.
46
   K.R. Bosker & H.M. Kamphuis-van der Veer, ’Wachtcel Civiele Jeugd in het gerechtgebouw,
    nota van aanbevelingen’, 2011 (Programma Jeugdrechtspraak, Kindvriendelijkheid in
    gerechtsgebouwen).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               25
Minderjarigen in een politiecel
•    Een cel dient bestand te zijn tegen vernieling, maar andere kleuren op de muren
     dan het grijs van beton of baksteen 47, zachte kussens en dikkere dekens, een bank
     waarop je normaal kan zitten en een afgeschermd gedeelte voor het toilet dragen
     bij aan een prettiger sfeer;
•    Een klok in een cel zorgt voor besef van tijd en kan onrust bij minderjarige
     arrestanten tijdens hun verblijf in de politiecel wegnemen of verminderen;
•    In een politiecel moet sprake zijn van natuurlijk daglicht. 48 Indien mogelijk moet de
     minderjarige naar buiten kunnen kijken;
•    Voor minderjarigen is afleiding in de politiecel belangrijk. Enkele voorbeelden zijn:
     (aansprekende) literatuur en schoolboeken, een zachte bal en een krijtmuur
     waarop getekend kan worden;
•    Elke (kindvriendelijke) cel zou een informatiezuil moeten hebben. Op deze
     informatiezuil moet ten minste beschikbaar zijn: informatie over rechten en
     plichten, informatie over het cellencomplex, een klok, een spelletje om te spelen,
     een film of documentaire, de mogelijkheid om contact op te nemen met de
     beveiliging en een manier om contact op te nemen met ouders en de advocaat;
•    Eenvoudige verbeterpunten voor bestaande ‘kindvriendelijke’ cellen zijn een andere
     kleur (in plaats van grijs beton), een klok in de cel en het bieden van afleiding
     door lectuur en/of (elektronische) spelletjes beschikbaar te stellen;
•    In programma’s van eisen bij de bouw van nieuwe cellencomplexen moet expliciet
     aandacht worden besteed aan bovenstaande voorwaarden voor een kindvriendelijke
     cel. Daarbij gaat het niet alleen om functionele en technische eisen. Ook de
     psychologische ervaring van het verblijf in een politiecel zou moeten worden
     vertaald naar het programma van eisen. De methode van ontwerpend onderzoeken
     kan hiervoor ingezet worden. 49
Gebruik ‘kindvriendelijke’ cel door meerderjarigen
Bepaalde (uiterlijke) kenmerken van kindvriendelijke cellen zijn niet voorbehouden aan
minderjarigen. Naar het oordeel van de RSJ kunnen ook (kwetsbare) volwassen
arrestanten in dergelijke cellen worden geplaatst, zij het dat minderjarigen altijd
voorgaan.
_______
47
   Jongeren stellen bijv. (licht)grijs of (licht)groen voor, omdat het rust uitstraalt. Deze
    aanbeveling hoeft niet enkel voor minderjarigen te gelden, maar geldt tevens voor cellen waar
    meerderjarige arrestanten in verblijven.
48
   Geen mat of figuurglas.
49
   De RSJ heeft gesproken met de Rijksbouwmeester en de Politiebouwmeester; Daarbij heeft de
    RSJ met interesse kennis genomen van het zogeheten ontwerpend onderzoek waarbij
    mogelijke oplossingsrichtingen gevisualiseerd worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                26
Minderjarigen in een politiecel
2.4     Overige aandachtspunten
In deze paragraaf staat de RSJ stil bij een aantal specifieke groepen minderjarige
verdachten die bijzondere aandacht verdienen als het gaat om ophouden, IVS en
verblijf in een politiecel.
12-minners
Dit advies richt zich primair op strafrechtelijk minderjarigen in de leeftijd van 12 tot en
met 17 jaar. Minderjarige verdachten van 11 jaar en jonger kunnen niet in verzekering
worden gesteld maar wel voor maximaal zes uur worden opgehouden voor onderzoek.
Naar het oordeel van de RSJ is ophouden van 12-minners in een reguliere
ophoudkamer te allen tijde ongewenst. Dit impliceert dat volgens de RSJ ophouden
van 12-minners plaatsvindt in een ‘gewone’ kantoorruimte van het politiebureau. De
overnachting vindt in principe bij de ouder(s) thuis plaats.
Minderjarigen jonger dan 12 jaar die worden opgehouden voor onderzoek hebben geen
recht op rechtsbijstand. Omdat het politieverhoor grote consequenties kan hebben
voor de minderjarige (bijvoorbeeld omdat de cautie niet hoeft te worden gegeven, de
minderjarige mogelijk belastende verklaringen kan afleggen over familieleden, de
politie een zorgmelding kan doen bij Veilig Thuis met in een later stadium mogelijk een
kinderbeschermingsmaatregel als gevolg), acht de RSJ het van belang dat ook zij recht
op rechtsbijstand krijgen. Het ontbreken van rechtsbijstand voor 12-minners levert
strijd op met artikel 3 van EU-richtlijn 2016/800, nu daarin geen leeftijdsgrens wordt
genoemd.
Minderjarige verdachten met een licht verstandelijke beperking
De RSJ is van mening dat minderjarige verdachten met een licht verstandelijke
beperking (hierna: lvb) speciale aandacht verdienen bij ophouden en IVS. Bij een
vermoeden van een lvb neemt de politie zo mogelijk een verkorte test af (SCIL). 50 Als
dit niet haalbaar is moet de politie zich er op andere wijze van vergewissen of er
sprake is van een lvb bij de minderjarige verdachte en zorg dragen voor bijzondere
zorg en aandacht. 51 Plaatsing in een kindvriendelijke cel is bij deze categorie jeugdigen
zo mogelijk nog belangrijker. Een training en opleiding van politiemedewerkers in het
herkennen van een lvb is daarbij essentieel.
Minderjarige meisjes
Er worden jaarlijks minder meisjes dan jongens aangehouden op verdenking van een
strafbaar feit. Al het gestelde in dit advies is naar het oordeel van de RSJ voor zowel
jongens als meisjes onverkort van toepassing. Het belang van gescheiden (van
jongens en volwassen mannen) plaatsing en locatie van de politiecel alsook van het
_______
50
   SCIL staat voor Screener voor intelligentie en licht verstandelijke beperking.
51
   P. Vrij & H. Kaal, Licht verstandelijke beperking en de jeugdreclassering. Een handreiking voor
jeugdreclasseringswerkers over de begeleiding van delinquente jongeren met een LVB, Leiden:
Hogeschool Leiden 2018, p. 19-20.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                    27
Minderjarigen in een politiecel
kunnen voorzien in noodzakelijke verzorgingsmiddelen en dergelijke is zo mogelijk nog
belangrijker bij meisjes.
Minderjarige verdachten met een migratieachtergrond
Minderjarigen met een migratieachtergrond vormen een substantieel deel van de
aangehouden verdachten. Aan omgeving en voorzieningen in geval van verblijf in een
politiecel lijkt dit vooralsnog geen andere eisen te stellen dan waaraan reeds wordt
voldaan (denk aan beschikbaarheid van halal bereid voedsel, mogelijkheid tot bidden
enz.). In zowel de besluitvorming omtrent verblijf op een andere locatie als in de
bejegening dient evenwel expliciet te worden stilgestaan bij eventuele bijzondere
omstandigheden en gevoeligheden. Uit gesprekken met ervaringsdeskundigen is naar
voren gekomen dat jongeren de bejegening door arrestantenverzorgers (soms) als
discriminerend ervaren en het verblijf en de omgang belastend. Arrestantenverzorgers
moeten zich hier bewust van zijn en getraind worden in het voorkomen dat zoiets
gebeurt of die indruk wordt gewekt.
Minderjarige vreemdelingen
Ook minderjarige vreemdelingen die in afwachting van de vreemdelingenpolitie in een
ophoudkamer verblijven dienen daar zo kort mogelijk te verblijven en zo spoedig
mogelijk te worden overgebracht naar een kindvriendelijke omgeving, buiten het
politiebureau.
Jongvolwassen verdachten
Bij jongvolwassen (adolescente) delinquenten in de leeftijd van 18 tot en met 22 jaar
kan sinds 2014 het jeugdstrafrecht (adolescentenstrafrecht) worden toegepast.
Plaatsing in een kindvriendelijk cel van deze categorie verdachten is naar het oordeel
van de RSJ niet strikt noodzakelijk, maar ligt voor de hand in geval van een lvb of
andere kwetsbaarheid.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               28
Minderjarigen in een politiecel
Bijlage 1 Juridisch kader
B1.1 Juridisch kader
Hierna wordt ingegaan op de belangrijkste bronnen van internationaal recht die
relevant zijn voor dit advies. 52
B1.1.1 Verenigde Naties
Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind
Nederland is sinds 1995 partij bij IVRK, ook wel VN-Kinderrechtenverdrag genoemd.
Onderwerpen uit dit verdrag zijn uitgewerkt in General Comments. Naast dit verdrag
heeft de VN ook richtlijnen aangenomen, de zogenaamde Beijing Rules en Havana
Rules. De richtlijnen worden gebruikt bij de interpretatie van kinderrechten maar zijn
niet bindend.
Uit artikel 3 IVRK blijkt dat bij alle te nemen beslissingen over en
handelingen/gedragingen jegens een kind, de belangen van het kind een eerste
overweging vormen. Op grond van artikel 37 onder b IVRK dient vrijheidsbeneming
van minderjarigen slechts als uiterste maatregel te worden ingezet en voor de kortst
mogelijke duur. Bij vrijheidsbeneming van een kind moet rekening worden gehouden
met de leeftijd en behoeften van een kind (artikel 37 onder c IVRK). Zo moeten
                                                                       53
kinderen gescheiden van volwassenen ondergebracht worden                  en heeft een kind in
beginsel recht op contact met zijn familie. Artikel 37 onder d IVRK regelt het recht op
rechtsbijstand en toegang tot de rechter bij vrijheidsbeneming. Volgens artikel 40 lid 4
IVRK dienen alternatieven voor vrijheidsbeneming ontwikkeld te worden.
General Comments bij het IVRK
In ‘General Comment no. 24 (2019) on children’s rights in the child justice system’
worden de artikelen 37 en 40 IVRK nader toegelicht. Volgens dit commentaar mag de
plaatsing van kinderen in een politiecel alleen als uiterste middel worden ingezet en
voor de kortst mogelijke duur. 54 De vrijheidsbeneming van de minderjarige verdachte
of de verlenging daarvan moet binnen 24 uur na aanvang van de vrijheidsbeneming
beoordeeld worden door een bevoegde instantie. 55 Dit betekent dat de minderjarige
binnen 24 uur na aanhouding moet worden voorgeleid aan een rechter-commissaris.
_______
52
   Voor een uitgebreide toelichting op de relevante bepalingen uit het IVRK, zie ook: M. Berger &
   C. van der Kroon, Een ‘paar nachtjes’ in de cel. Het VN-Kinderrechtenverdrag en het voorarrest
   van minderjarigen in politiecellen, Leiden: Defence for Children, 2011 en Samira Valkeman,
   Jeugdigen in politiecellen. Een onderzoek naar de ervaringen van betrokken professionals met
   de toepassing van alternatieven, een kindvriendelijker verblijf en beperking van de termijn in
   het licht van de Europese en internationale kinderrechten, Rotterdam: Erasmus Universiteit
   Rotterdam, masterscriptie 2015.
53
   Nederland heeft een voorbehoud gemaakt bij artikel 37 onder c IVRK in verband met: de
   mogelijkheid om bij minderjarigen van zestien jaar of ouder het volwassenenstrafrecht toe te
   passen. Zie: onder D artikel 2.
54
   General Comment no. 24, 18 september 2019, CRC/C/GC/24, overweging 85; Deze richtlijn
   vervangt General Comment no. 10 van 25 april 2007.
55
   General Comment no. 24, overweging 90.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                29
Minderjarigen in een politiecel
In General Comment no. 14 wordt de uitwerking van het belang van het kind verder
toegelicht. 56 In de individuele belangenafweging moet onder andere rekening
gehouden worden met:
•   De eigen mening van het kind;
•   De identiteit van het kind (zoals geslacht, religie, culturele achtergrond);
•   Het behoud van de relatie met ouders en gezin;
•   Zorg voor, bescherming en veiligheid van het kind (bescherming tegen alle vormen
    van fysiek of psychisch geweld, beschadiging of misbruik, seksueel geweld,
    vernederende behandeling en uitbuiting);
•   De kwetsbaarheid van het kind;
•   De gezondheid van het kind, en
•   Onderwijs voor het kind.
In de afweging met andere belangen die het belang van het kind beperken spelen de
leeftijd en ontwikkeling van het kind een belangrijke rol. Belangrijke procedurele
elementen zijn het recht om gehoord te worden, het recht op rechtsbijstand en het
recht op besluitvorming door gekwalificeerde professionals die kennis hebben van de
ontwikkeling van kinderen.
In General Comment nrs. 14 en 24, de Beijing Rules en de Havana Rules wordt nader
toegelicht dat rekening moet worden gehouden met de behoeftes en leeftijd van
minderjarigen die opgesloten zitten. Zij moeten worden gescheiden van volwassenen.
Dat betekent niet alleen plaatsing in een aparte cel, 57 maar ook apart luchten.
Personeel dat regelmatig omgaat met jeugdigen moet goed opgeleid en bijgeschoold
zijn. Hierbij gaat het onder meer om kennis van jeugdrecht en pedagogiek en van
psychologische, fysieke en sociale ontwikkelingen van jeugdigen. Ook aandacht voor
kwetsbare kinderen zoals verstandelijk beperkte kinderen behoort daartoe. 58
B1.1.2 Raad van Europa
Guidelines on child-friendly justice
De Guidelines on child-friendly justice van de Raad van Europa bevatten met het IVRK
vergelijkbare bepalingen. Deze richtlijnen zijn niet bindend. De Guidelines bevatten
een apart hoofdstuk over de bejegening van minderjarigen bij aanhouding en verhoor,
in het bijzonder van kwetsbare minderjarigen, door de politie. 59
European rules for juvenile offenders subject to sanctions or measures
Volgens deze richtlijnen van de Raad van Europa moet de vrijheidsbeneming van
minderjarigen een ultimum remedium zijn en dient deze voor de kortst mogelijke duur
te zijn. Er moeten inspanningen gedaan worden om voorarrest te voorkomen. Tevens
mag de wijze van vrijheidsbeneming niet meer leed toevoegen dan vrijheidsbeneming
_______
56
   General Comment no. 14. Care, protection and safety of the child, p. 13-21.
57
   General Comment nr. 24, overweging 92.
58
   General Comment nr. 24, overwegingen 39 en 112; Beijing Rules overweging 22; Havana Rules
   overweging 85.
59
   Guidelines on child-friendly justice, Council of Europe, 2010, Hoofdstuk 4, C: Children and the
   police, overwegingen 86-88.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                 30
Minderjarigen in een politiecel
op zichzelf al doet. Het belang van het kind moet in acht worden genomen, hierbij
dient gekeken te worden naar de proportionaliteit van de reactie (de reactie dient in
verhouding te staan tot de ernst van het gepleegde delict) en dient rekening gehouden
te worden met hun leeftijd, fysieke en mentale welzijn, ontwikkeling, capaciteiten en
persoonlijke omstandigheden. Jongeren die in voorarrest zitten zijn kwetsbaar, de
autoriteiten moeten hun fysieke en mentale integriteit en hun welzijn beschermen. Het
personeel dat tijdens de vrijheidsbeneming verantwoordelijk is voor de zorg voor
minderjarigen moet adequate training hebben gevolgd, waarbij ingegaan wordt op de
theoretische en praktische aspecten van hun werk. 60
Juveniles deprived of their liberty under criminal legislation
Wat detentie van kinderen bij de politie betreft, beveelt CPT het volgende aan.
Jongeren moeten in een kindvriendelijke omgeving worden vastgehouden in plaats van
in een gewone politiecel. Ook moet verblijf in een politiecel plaatsvinden in aparte
units en mag verblijf niet langer dan 24 uur duren. 61
B1.1.3 Europese Unie
EU-richtlijn 2016/800
Richtlijn 2016/800 van de Europese Unie bevat waarborgen voor minderjarigen die
verdachte zijn in een strafproces. 62 De relevante artikelen voor dit advies gaan over:
•   Het recht op rechtsbijstand door een advocaat vóór en tijdens het politieverhoor
    (artikel 6);
•   Het recht op een individuele beoordeling (rekening houden met rijpheid,
    persoonlijkheid, achtergrond en specifieke kwetsbaarheden) (artikel 7);
•   Het recht op medisch onderzoek (artikel 8);
•   Vrijheidsbeneming. Deze duurt zo kort mogelijk als passend is, detentie wordt
    alleen als uiterste maatregel opgelegd en dient goed gemotiveerd te worden
    (artikel 10);
•   Alternatieven voor detentie (artikel 11). Waar mogelijk maken de bevoegde
    autoriteiten daar gebruik van;
•   Het in beginsel in detentie gescheiden gehouden van kinderen van volwassenen
    (artikel 12);
•   Rechtshandhavingsinstanties en personeel van detentiecentra, rechters, openbaar
    aanklagers en advocaten die te maken hebben met minderjarigen volgen een
    specifieke op hun omgang met kinderen afgestemde opleiding (artikel 20).
_______
60
   Recommendation CM/Rex(2008)11 of the Committee of Ministers to member states on the
   European Rules for juvenile offenders subject to sanctions or measures, CM/Rec(2008)11, 5,
   10, 49.1, 52.1. en 129.1.
61
   CPT, Juveniles deprived of their liberty under criminal legislation, H2 Juveniles held in police
   custody CPT/Inf(2015)1-part rev1, overweging 99.
62
   Richtlijn (EU) 2016/800 van het Europees Parlement en de raad van 11 mei 2016 betreffende
   procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure,
   PbEG 2016, L132, Stb. 2019, 180.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                            31
Minderjarigen in een politiecel
B1.2 Nationale regelgeving
B1.2.1 Wetboek van Strafvordering
Het Nederlandse strafrecht en strafprocesrecht voor minderjarigen heeft een
pedagogisch karakter met als algemeen uitgangspunt het voorkomen van recidive. Het
gaat vooral om de stimulering van de ontwikkeling van het kind, heropvoeding en
resocialisatie. 63 In het Wetboek van Strafvordering zijn bepalingen opgenomen die
specifiek voor minderjarigen van toepassing zijn. 64
Ophouden voor onderzoek minderjarigen
De algemene regeling voor het ophouden voor onderzoek is vastgelegd in artikelen
56a en 56b Sv. In de artikelen 487-489a zijn enkele afwijkende bepalingen
opgenomen voor minderjarigen. Minderjarige verdachten van 12 jaar en ouder kunnen
maximaal negen uur worden opgehouden voor onderzoek bij een vermoeden van een
strafbaar feit waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is. 65 De nachtelijke uren van
00.00 tot 9.00 uur tellen daarbij niet mee. In de praktijk kunnen deze minderjarigen
dus maximaal achttien uur opgehouden worden. Bij andere, lichtere feiten kunnen
minderjarige verdachten maximaal zes uur worden opgehouden voor onderzoek (plus
negen uur gedurende de nacht). Voor kinderen van 11 jaar en jonger geldt een termijn
van maximaal zes uur. 66 Tevens kunnen deze 12-minners niet gedurende de nacht
worden opgehouden voor onderzoek.
Het ophouden voor onderzoek wordt onder andere benut voor de identificatie van de
verdachte, het verhoor van verdachte en getuigen, het doen van sporenonderzoek en
het opmaken van het proces-verbaal minderjarigen (PVM).
De hulpofficier van justitie (hOvJ) stelt de ouders of voogd zo spoedig mogelijk op de
hoogte van de vrijheidsbeneming van hun kind, tenzij dat niet in het belang van de
minderjarige is. 67 Het verhoor van de minderjarige verdachte vindt plaats in
aanwezigheid van een advocaat. Iedere minderjarige verdachte van 12 jaar en ouder
heeft recht op rechtsbijstand voorafgaand aan (‘consultatiebijstand’) en tijdens het
politieverhoor (‘verhoorbijstand’). De 12-minners hebben geen recht op een advocaat
omdat zij niet vervolgd kunnen worden. 68 Het is niet mogelijk om afstand te doen van
het recht op consultatie- en verhoorbijstand. 69 Als de minderjarige niet over een zelf
gekozen en beschikbare advocaat beschikt, zal de Raad voor de Rechtsbijstand een
piketadvocaat aanwijzen. De piketcentrale is geopend van 7.00 tot 20.00 uur.
In de wet ontbreekt een bepaling omtrent de plaats waar verdachten voor onderzoek
moeten worden opgehouden. Het verhoor vindt doorgaans plaats op het
_______
63
   Richtlijn en kader voor strafvordering jeugd en adolescenten, inclusief strafmaten Halt
   (2018R007), Stcrt. 2018, 29497.
64
   De artikelen 486-490 en 493, lid 3 Sv hebben betrekking op de fases van ophouden voor
   onderzoek en inverzekeringstelling van minderjarigen.
65
   Artikel 56a lid 2 Sv jo 487 lid 2 Sv.
66
   Artikel 487 lid 2 Sv.
67
   Artikel 488b Sv.
68
   Zie artikel 487 lid 1 Sv waarin artikel 489 niet van toepassing wordt verklaard. De huidige
   praktijk en wetgeving lijken niet in overeenstemming te zijn met richtlijn 2016/800 van de
   Europese Unie.
69
   Artikel 489 Sv.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        32
Minderjarigen in een politiecel
politiebureau. 70 De optie van ophouden op een alternatieve locatie, zoals thuis, is niet
uitdrukkelijk in de wet opgenomen, zoals dat wel het geval is bij de
inverzekeringstelling (IVS) van een minderjarige verdachte. Uit een uitspraak van de
Rechtbank Rotterdam uit 2011 blijkt dat bij heenzending in deze fase van het
strafproces formeel geen sprake meer is van vrijheidsberoving en dat een ouder niet
kan worden gedwongen het kind terug te brengen naar het politiebureau. Volgens
deze uitspraak strekt de bepaling van artikel 489 lid 3 Sv over de mogelijkheid van
IVS en voorlopige hechtenis op een alternatieve locatie zich niet uit tot het daaraan
voorafgaande ophouden voor onderzoek. 71
Als een minderjarige verdachte na ophouden door de politie in de avonduren naar huis
wordt gestuurd omdat er geen advocaat beschikbaar is en het verhoor daardoor niet
kan plaatsvinden, dan heeft deze de volgende ochtend nog steeds recht op kosteloze
rechtsbijstand voorafgaand aan en bij het politieverhoor. 72 Deze regeling is beperkt
toepasbaar. In het geval een deel van het politieverhoor al in de avond heeft
plaatsgevonden en de volgende dag wordt voortgezet, dan heeft de minderjarige, na
heenzending, geen recht op gratis rechtsbijstand meer.
Inverzekeringstelling minderjarigen
De inverzekeringstelling van een verdachte is geregeld in de artikelen 58 tot en met
62a Sv. In Boek 4, titel II Sv zijn enkele bepalingen opgenomen die specifiek voor
minderjarigen gelden (artikelen 490 en 493 lid 3 Sv). Bij inverzekeringstelling is
sprake van vrijheidsbeneming van een verdachte. Het moet gaan om een strafbaar feit
waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten (artikel 67 Sv). Dat betreft onder andere
delicten waarop vier jaar of meer gevangenisstraf is gesteld. Het doel van de
inverzekeringstelling is onderzoek naar het strafbaar feit (waarheidsvinding) en
onderzoek naar de criteria voor voorlopige hechtenis. Het gaat dan bijvoorbeeld om
sporenonderzoek en het horen van getuigen. De termijn van inverzekeringstelling
bedraagt in beginsel maximaal drie dagen maar kan, na voorgeleiding voor een
rechter-commissaris, met drie dagen verlengd worden in het belang van het
onderzoek. Bij verlenging moet sprake zijn van een dringende noodzakelijkheid.
Kinderen van 11 jaar en jonger kunnen niet vervolgd worden voor een strafbaar feit en
kunnen niet in verzekering gesteld worden. 73
In het bevel wordt de plaats van inverzekeringstelling opgenomen. In artikel 59 lid 6
Sv wordt bepaald dat het politiebureau bestemd is voor het ondergaan van de
inverzekeringstelling. Al sinds de Kinderwetten van 1901 is door de wetgever gesteld
dat de politiecel geen geschikte verblijfplaats is voor jeugdigen. In het
jeugdstrafprocesrecht is dan ook een bepaling opgenomen die het mogelijk maakt de
inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis op elke daartoe geschikte plaats te laten
_______
70
   Kamerstukken II 2014/15, 34159, nr. 3, toelichting bij artikel 53 Sv, p. 14.
71
   Rb. Rotterdam 28 september 2011, ECLI:NL:RBROT:2011:BT6747 (afspraak moeder melden
   politieverhoor); Overigens is het wel mogelijk het verhoor op een andere plaats dan het
   politiebureau te laten plaatsvinden, zie artikel 27cb Sv dat ook van toepassing is op
   minderjarigen.
72
   Zie artikel 489 lid 3 Sv, Stb. 2019, 180, i.w.t. op 1 juni 2019.
73
   Artikel 486-487 Sv.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               33
Minderjarigen in een politiecel
plaatsvinden (artikel 57 lid 1 jo 493 lid 3 Sv). Ook de woning van de verdachte zelf is
een geschikte plaats. 74
Bevoegdheden OvJ en hOvJ
Artikel 148 in relatie tot artikel 159 Sv beschrijft de functionele bevelstructuur tussen
de hOvJ en de OvJ. De OvJ is formeel leider van het opsporingsonderzoek, maar in de
praktijk oefent de hOvJ bepaalde bevoegdheden zelfstandig uit. Een duidelijke definitie
van hOvJ ontbreekt in de wet. De hOvJ dient de rechtsbescherming van de verdachte
te waarborgen. 75
Iedere opsporingsambtenaar is bevoegd tot aanhouding van een verdachte bij
ontdekking van een strafbaar feit op heterdaad (artikel 53 leden 1-2 Sv). De
opsporingsambtenaar brengt de verdachte naar de plaats van verhoor ter
voorgeleiding aan de hOvJ of OvJ. Deze beslist of de verdachte wordt opgehouden
voor verhoor of wordt vrijgelaten (artikel 53, lid 4 Sv). Buiten het geval van
ontdekking op heterdaad is de opsporingsambtenaar op bevel van de OvJ bevoegd de
verdachte van een misdrijf waarvoor voorlopige hechtenis mogelijk is, aan te houden
en deze voor te geleiden aan de hOvJ of OvJ. Als het bevel van de OvJ niet kan worden
afgewacht, kan de hOvJ het bevel geven, waarna de hOvJ de OvJ in kennis stelt van
de aanhouding buiten heterdaad (artikel 54 lid 1 Sv). Als het bevel van de OvJ en hOvJ
niet kan worden afgewacht, kan de opsporingsambtenaar het bevel geven, waarna de
voorgeleiding aan de hOvJ of OvJ plaatsvindt.
De OvJ en de hOvJ zijn beiden bevoegd het ophouden voor onderzoek van de
verdachte te bevelen (artikel 56a lid 1 Sv). Ook zijn beiden bevoegd de verdachte in
verzekering te stellen (artikel 57 lid 1 Sv). De hOvJ stelt de OvJ onverwijld in kennis
van de inverzekeringstelling (artikel 57 lid 4 Sv). De OvJ heeft de bevoegdheid om,
zodra het belang van het onderzoek dat toelaat, de invrijheidstelling van de verdachte
te gelasten (artikel 57 lid 5 Sv). Volgens Morra illustreert artikel 57 lid 5 Sv dat de
primaire verantwoordelijkheid voor het opsporingsonderzoek bij de OvJ ligt. 76
B1.2.2 Regelingen inrichting politiecel en bejegening arrestanten
Regeling politiecellencomplex
In de Regeling politiecellencomplex is aangegeven aan welke eisen een politiecel in
een cellencomplex en een verhoor-of ophoudkamer moeten voldoen. Er bestaan geen
aparte voorschriften voor verblijf van kinderen.
Een cel (voor dag- en nachtverblijf) moet voldoen aan de volgende eisen:
•   Een tafel, stoel, bed en toilet, onwrikbaar aan muur of vloer bevestigd;
•   Lengte bed van 2.10 m;
_______
74
   Kamerstukken II 1913/14, 286, nr. 3, p. 162; C.P.M. Cleiren, J.H. Crijns & M.J.M. Verpalen
   (red.), Tekst & Commentaar Strafvordering, Commentaar op artikel 493 Sv, opmerking 4d
   Wout Morra, Den Haag: Wolters Kluwer 2019. Een dergelijke bepaling ontbreekt tot op heden
   in het nieuwe ontwerp Boek 6 Wetboek van Strafvordering in het kader van de modernisering
   van het strafprocesrecht.
75
   Rietveld, Tijdschrift voor de politie, 2013, afl. 9-10, p. 26.
76
   C.P.M. Cleiren, J.H. Crijns & M.J.M. Verpalen (red.) 2019, commentaar op artikel 57, opmerking
   8, Wout Morra .
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      34
Minderjarigen in een politiecel
•   Deur is alleen vanaf de gang afsluitbaar;
•   Mogelijkheid om vanuit gang te observeren en van maaltijden te voorzien;
•   Verwarming van minimaal 22 graden bij -10 graden buiten;
•   Ventilatie;
•   Lichtopeningen in binnen- of buitenmuren waardoor dag- en nachtcyclus is waar te
    nemen;
•   Lichtpunt van minimaal 400 Lux;
•   Communicatie-installatie voor contact met bewaking.
Een verhoor- of ophoudkamer (voor dagverblijf) moet voldoen aan:
•   Deur is alleen vanaf de gang afsluitbaar;
•   Verwarming te bereiken van 22 graden bij -10 graden buiten;
•   Ventilatie;
•   Communicatie-installatie voor contact met bewaking.
Landelijk Reglement Arrestantenzorg Politie
Hoofdstuk 5 van het Landelijk Reglement Arrestantenzorg Politie bevat regels voor de
bejegening van minderjarigen door de politie. 77
Belangrijke punten zijn:
Over de identiteit van het kind:
•   huisregels in voor minderjarige begrijpelijke taal beschikbaar stellen;
Over het behoud van de relatie met ouders/gezin:
•   De wettelijk vertegenwoordigers zo spoedig mogelijk informeren;
•   Ouders, advocaat en voogd hebben dezelfde rechten op (frequentie van) bezoek.
•   Bij bezoek moet fysiek contact tussen ouder en kind mogelijk zijn (zonder
    glaswand);
Over zorg voor, bescherming en veiligheid van het kind:
•   Minderjarigen gescheiden van volwassenen plaatsen en luchten;
•   Minderjarigen zoveel als mogelijk in kindvriendelijke cellen plaatsen. Als het
    cellencomplex niet beschikt over kindvriendelijke cellen wordt de minderjarige in de
    gelegenheid gesteld om minstens 2 maal per dag 2 uur te verblijven in een
    ophoudruimte;
•   Tijdens iedere dienst een arrestantenverzorger of een operationeel coördinator
    aanwijzen die speciale aandacht en verantwoordelijkheid heeft voor minderjarige
    arrestanten;
•   Bij heenzending minderjarigen overdragen aan hun ouders tenzij de OvJ anders
    beslist;
_______
77
   Nationale Politie 2019, Landelijk Reglement.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                 35
Minderjarigen in een politiecel
Over de kwetsbaarheid en gezondheid van het kind:
•  Bij de bejegening rekening houden met de leeftijd van de minderjarige (<12, 12-
   15, 16-17 jaar);
•  Een arts informeren in het geval van IVS van een minderjarige met
   gedragscomplicaties en bij overnachting in een politiecel;
•  Geen rookwaar verstrekken aan minderjarigen; en
Over onderwijs voor het kind:
•  Jeugdlectuur en studieboeken beschikbaar stellen.
In het Reglement wordt verwezen naar artikel 32 Ambtsinstructie van de politie over
het regelen van medische zorg voor ingeslotenen.
Naast het Reglement hanteert iedere politie-eenheid of cellencomplex specifieke
huisregels.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               36
Minderjarigen in een politiecel
Bijlage 2 Organisatie en uitvoeringspraktijk
In deze bijlage wordt achtereenvolgens ingegaan op de cijfers met betrekking tot
ophouden voor onderzoek en IVS, de werkwijze bij ophouden voor onderzoek, de
besluitvorming bij IVS op een alternatieve locatie, verantwoordelijkheden bij verblijf op
een alternatieve locatie en de bejegening van minderjarigen en verblijf in een
politiecel.
B2.1 Cijfers ophouden voor onderzoek en IVS
Het proces rondom ophouden voor onderzoek en inverzekeringstelling wordt
geregistreerd in de arrestantenmodule van de BVH, het registratiesysteem van de
politie. Er zijn cijfers beschikbaar over het aantal ophoudingen voor onderzoek en het
aantal inverzekeringstellingen van minderjarigen. 78 Cijfers over het doorbrengen van
de IVS op een alternatieve locatie zijn niet beschikbaar. In de afgelopen jaren zijn
pilots uitgevoerd in de regio’s Oost-Nederland, Zeeland-West-Brabant, Oost-Brabant
en Noord-Holland. 79 De cijfers uit deze pilots omtrent IVS en het aantal
overnachtingen op een alternatieve locatie tijdens de pilotperiodes zijn in Bijlage 3
opgenomen.
Ophouden voor onderzoek
Het aantal opgehouden minderjarige verdachten bedraagt in 2016, 2017 en 2018
respectievelijk 28.092, 24.810 en 21.608. 80 In 157 (2016), 130 (2017) en 77 (2018)
gevallen gaat het om minderjarigen van 11 jaar en jonger.
Bij het ophouden voor onderzoek kan het gaan om geheel verschillende strafbare
feiten, van lichte delicten zoals diefstal van een blikje cola in de supermarkt tot zware
zeden- en geweldsmisdrijven. In bijna alle eenheden is winkeldiefstal veruit het meest
voorkomende strafbaar feit waarvoor een minderjarige opgehouden wordt (ongeveer
20%). 81
Inverzekeringstelling
In de periode 2016-2018 werden respectievelijk 7.160 (2016), 5.331 (2017) en 4.676
(2018) minderjarige verdachten in verzekering gesteld. Het is niet mogelijk om uit de
_______
78
   De cijfers zijn verkregen van de Nationale Politie.
79
   J. Nijhuis, M. Vander Velpen & V. Drost, 2017; Bij de pilot in Oost-Nederland ging het over de
    bejegening van minderjarige verdachten en de aantallen en overwegingen (noodzaak) om over
    te gaan tot een IVS; J. Nijhuis & V. Drost 2018; Bij de pilots in de regio’s Zeeland-West-
    Brabant, Oost-Brabant en Noord-Holland was het doel om meer zicht krijgen op de werkwijzen
    rondom het bewust maken van een beslissing om een minderjarige verdachte in de politiecel
    te laten overnachten.
80
    Het gaat om het aantal gevallen van ophouden, een minderjarige kan meer dan één keer in
    het jaar opgehouden worden voor verschillende strafbare feiten.
81
    Uitzondering hierop vormen de Eenheid Oost-Nederland waar het aantal mishandelingen in
    2018 (512) hoger ligt dan het aantal winkeldiefstallen (495) en de Eenheid Zeeland-West-
    Brabant waar het aantal mishandelingen (251) hoger ligt dan het aantal winkeldiefstallen
    (221).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                    37
Minderjarigen in een politiecel
BVH een overzicht te genereren van de gemiddelde duur van IVS. Zo kan de IVS soms
maar een paar uur duren, in afwachting van de afdoeningsbeslissing van ZSM. De IVS
kan overdag maar ook overdag en aansluitend in de nacht plaatsvinden. Op grond van
ervaring stelt de politie dat de gemiddelde duur van verblijf in een politiecel niet langer
dan 24 uur bedraagt. 82 Volgens de politie komt het ook voor dat een in verzekering
gestelde minderjarige langer dan 24 uur in een politiecel verblijft.
                                     Ophouden en IVS minderjarigen
                                         in 2016, 2017 en 2018
   30000
   20000
                    28092                         24810
   10000                                                                       21608
                                  7160                        5331                         4676
        0
                             2016                       2017                         2018
                                                ophouden     IVS
Tabel 1 Ophouden en IVS minderjarigen in 2016, 2017 en 2018.
                            IVS per politie-eenheid in 2016, 2017 en 2018
     1600
     1400
     1200
     1000
       800
       600
       400
       200
          0
                                        Midden-         Noord-          Oost-          Zeeland
              Amster-       Den    Lim-         Noord-           Oost-         Rotter-          Lande-
                                        Neder-          Neder-          Neder-         -West-
                dam        Haag    burg         Holland         Brabant         dam               lijk
                                          land           land            land          Brabant
       2016     1115        951    218    893    570     375      361    669    1523     484        1
       2017      799        678    124    647    421     334      275    525    1175     353        0
       2018      786        550    142    578    365     329      218    524    939      242        3
Tabel 2 IVS minderjarigen per politie-eenheid in 2016, 2017 en 2018.
_______
82
   Informatie uit expertbijeenkomsten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                               38
Minderjarigen in een politiecel
                                Ophouden en IVS per politie-eenheid 2018
      3500
      3000
      2500
      2000
      1500
      1000
       500
          0
                                           Midden-           Noord-    Oost-     Oost-           Zeeland
              Amster-       Den     Lim-           Noord-                                Rotter-          Lande-
                                           Neder-            Neder-     Bra-    Neder-           -West-
                dam        Haag     burg           Holland                                 dam              lijk
                                            land              land      bant     land            Brabant
        OHO     2176       2559     1143    2534    1964      2260     1478      3162     2650    1656      26
        IVS     786         550     142      578     365       329      218       524      939     242        3
Tabel 3 Ophouden en IVS minderjarigen per politie-eenheid in 2018.
Overnachtingen bij ophouden en IVS
Een overnachting bij de politie kan plaatsvinden in de fase van ophouden voor
onderzoek 83 en IVS. Bij een inboeking na 22.00 uur en een insluiting van 5 uur of
meer is het volgens de politie aannemelijk dat de minderjarige in een politiecel heeft
overnacht. Op basis van deze gegevens ging het in 2016 om 7.564, in 2017 om 7.113,
in 2018 om 6.630 en in 2019 (tot 1 september) om 4.848 overnachtingen. 84 In de
eenheden Amsterdam en Rotterdam komen de meeste overnachtingen voor. Bij alle
politie-eenheden is het aantal minderjarigen van 16-17 jaar dat overnacht groter dan
het aantal 12-15-jarigen.
               Overnachtingen minderjarigen (ophouden en IVS) in 2018 per
                                                 politie-eenheid
   1400
   1200
   1000
    800      653                                                             706
    600               461             494
    400                                                              490
                                             303    300
    200      499      313       149   321                   247              513    248                16-17 jaar
                                106          218    156     106      238            107
       0                                                                                     2
                                                                                             0
                                                                                                       12-15 jaar
Tabel 4 Overnachtingen minderjarigen (bij ophouden en IVS) per politie-eenheid 2018
_______
83
   Een minderjarige kan maximaal zes of negen uren opgehouden worden. De nachtelijke uren
    tussen 00.00 en 9.00 uur tellen echter niet mee waardoor het voorkomt dat de minderjarige
    ’s-nachts bij de politie moet blijven.
84
   In dit getal zitten ook minderjarigen die de IVS thuis uitzitten en niet uitgeboekt zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               39
Minderjarigen in een politiecel
Overnachtingen op een alternatieve locatie
Er zijn geen betrouwbare cijfers beschikbaar over overnachting op een alternatieve
locatie, omdat dit niet of niet eenduidig geregistreerd is in de BVH. Zo wordt de
minderjarige die thuis overnacht soms in een fictieve cel geregistreerd. Ook zijn er
eenheden die de minderjarige bij overnachting elders uitboeken en deze weer
inboeken als die zich komt melden. Uit een scan van relevante termen in het
opmerkingenveld van de BVH blijkt dat overnachting thuis wel voorkomt, maar dit
geeft geen betrouwbaar beeld.
B2.2 Ophouden voor onderzoek en rechtsbijstand minderjarigen
Een minderjarige die door de politie is aangehouden op verdenking van het plegen van
een strafbaar feit wordt op het politiebureau of in het politiecellencomplex voorgeleid
voor een hOvJ. 85 Deze kan beslissen om de minderjarige op te houden voor
onderzoek. Tijdens het ophouden voor onderzoek vindt het politieverhoor plaats. De
minderjarige wacht overdag in een ophoudkamer van het politiebureau of in een
politiecellencomplex. De ouders of verzorgers van het kind worden geïnformeerd over
de ophouding. Het politieverhoor kan starten zodra er een advocaat aanwezig is om de
minderjarige bij te staan.
De minderjarige die ’s nachts, tussen 00.00 en 9.00 uur, wordt aangehouden wordt
vaak meteen naar een cellencomplex gebracht omdat ophouden voor onderzoek
feitelijk niet ’s nachts plaatsvindt. Het verhoor vindt dan pas de volgende ochtend
plaats.
Verplichte rechtsbijstand voor minderjarigen
Als de minderjarige geen eigen advocaat heeft gaat er een verzoek uit naar de Raad
voor de rechtsbijstand om een advocaat toe te wijzen. Uitgangspunt is dat de advocaat
twee uur na de melding aanwezig is op het politiebureau of politiecellencomplex. Door
de beperkte beschikbaarheid van jeugdrechtadvocaten en de soms grote afstanden
tussen de politiebureaus en cellencomplexen is het niet altijd mogelijk om binnen twee
uur aanwezig te zijn. Enkele vertegenwoordigers van de advocatuur pleiten voor
alternatieve vormen van communicatie met de minderjarige verdachte (digitaal,
telefonisch) bij het politieverhoor. Ook pleiten zij voor meer flexibiliteit bij de politie.
Deze zou in overleg met de advocaat een verhoor kunnen inplannen tussen 7.00 uur
en 20.00 uur. 86 Na 20.00 uur is de piketcentrale gesloten. 87
Vanaf 1 juni 2019 is rechtsbijstand voorafgaand aan (consultatiebijstand) en tijdens
het politieverhoor in alle gevallen verplicht. Minderjarigen kunnen geen afstand meer
_______
85
   In het geval de politie een zogenaamde bagatelzaak afdoet met een reprimande gebeurt dit
    niet. De minderjarigen gaan naar een politiecellencomplex als er geen ophoudkamers bij het
    politiebureau zijn of als deze vol zitten; in de nacht gaan ze soms gelijk door naar het
    politiecellencomplex. In veel politiecellencomplexen is een kamer ingericht voor de hOvJ waar
    het verhoor kan plaatsvinden. Dit voorkomt dat de minderjarige naar het politiebureau
    vervoerd moet worden. Informatie uit evaluatie pilots en bezoek aan cellencomplexen.
86
   Informatie uit expertbijeenkomsten.
87
   In Zeeland-West-Brabant is een pilot gestart waarbij het piket geopend is tot 22.00 uur.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                            40
Minderjarigen in een politiecel
doen van consultatie- en verhoorbijstand. Deze uitbreiding van rechtsbescherming kan
in de praktijk in het nadeel van de minderjarige uitwerken. 88 Als er geen advocaat
beschikbaar is kan het politieverhoor niet plaatsvinden. Dit kan tot gevolg hebben dat
de minderjarige in een politiecel moet overnachten. Naar huis sturen is formeel niet
mogelijk omdat er volgens de wet geen concrete juridische titel is om het ophouden
voor onderzoek thuis of elders uit te zitten. In sommige gevallen gaan politie en OM er
pragmatisch mee om; zij sturen de minderjarige naar huis, ook al is er geen juridisch
dwangmiddel om de minderjarige op te halen indien deze niet komt opdagen voor
verhoor. Ook komt het voor dat een minderjarige naar huis wordt gestuurd op basis
van een bevel IVS, terwijl het verhoor nog niet heeft plaatsgevonden.
12-minners
Kinderen van 11 jaar en jonger, de zogenoemde 12-minners, kunnen niet
strafrechtelijk worden vervolgd. De politie kan hen wel voor maximaal 6 uur ophouden
voor verhoor in verband met waarheidsvinding. Zij hebben geen recht op
rechtsbijstand voorafgaand en tijdens het politieverhoor. Deze 12-minners
overnachten altijd thuis. 89 De politie doet altijd een zorgmelding bij het advies- en
meldpunt huiselijk geweld en Veilig Thuis.
B2.3 Besluitvorming inverzekeringstelling op een alternatieve locatie
Rol en betekenis ZSM
Voor de afdoening van veel voorkomende criminaliteit zoals diefstal, vernieling of
bedreiging is in 2012 de ZSM-werkwijze ingevoerd. 90 Alle misdrijven waarbij een
minderjarige is betrokken worden bij ZSM aangemeld. In tien politiebureaus verspreid
over het land zijn zogenoemde ZSM-tafels ingericht waar Openbaar Ministerie, Politie,
Raad voor de Kinderbescherming, Slachtofferhulp Nederland, de reclassering (3RO:
Leger des Heils, Reclassering Nederland en SVG) en Halt 91 gelijktijdig werken aan
strafzaken, 14 uur per dag (van 8.00 tot 22.00 uur) en 7 dagen per week. Gezamenlijk
beoordelen zij wat de best passende afdoening is. De essentie is dat in elke zaak
maatwerk wordt geleverd via een aanpak die recht doet aan de belangen van de dader
(omstandigheden), het slachtoffer (wensen) en de maatschappij (voorkomen van
herhaling). Van alle strafzaken stroomde in 2018 70% in bij ZSM. 92
De werkwijze rondom de besluitvorming een minderjarige al dan niet te laten
overnachten in een politiecel verschilt per regio en politie-eenheid. Dit blijkt ook uit de
pilots die in 2016 (regio Oost-Nederland), 2017 (regio’s Zeeland-West-Brabant en
Oost-Brabant) en 2018 (regio Noord-Holland) hebben plaatsgevonden. 93 Volgens de
_______
88
   Informatie uit expertbijeenkomsten.
89
   Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
90
   ZSM staat voor ‘zo Snel, Slim, Selectief, Simpel, Samen en Samenlevingsgericht mogelijk’.
91
   Sinds 2017.
92
   Ontwikkelagenda VVE ZSM 2018-2020, 2018, p. 5 .
93
   De samenwerking tussen politie en ZSM ten tijde van de pilots is opgenomen in Bijlage 1 van
    dit advies.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                  41
Minderjarigen in een politiecel
wet is de hOvJ bevoegd het ophouden en IVS te bevelen, maar in de praktijk zijn meer
politiefunctionarissen betrokken bij het overleg met ZSM. Het betreft de
politiemedewerkers die het verhoor afnemen en het PVM opmaken, de coördinator van
het Basis Team Recherche (hierna: BTR) en de politiekundige op ZSM die soms een
coördinerende rol vervult.
Werkwijze tussen 8.00-22.00 uur (openingstijden ZSM)
Na de voorgeleiding voor de hOvJ komt de minderjarige verdachte ‘op het bord’ van
ZSM (de verdachtenmonitor). De zaak van de minderjarige wordt op ZSM besproken.
Zolang een IVS nog niet aan de orde is loopt het contact vooral tussen het BTR en
ZSM. Het overleg tussen politie en ZSM-OvJ over de noodzaak van een mogelijke
overnachting in een politiecel (bij ophouden voor onderzoek of IVS) vindt in de
verschillende regio’s en politie-eenheden op verschillende tijdstippen plaats. Als er
sprake is van een IVS komt de vraag aan de orde of deze op een alternatieve locatie
kan plaatsvinden. ZSM beschikt over informatie uit verschillende bronnen 94:
•   Politie: PVM en informatie uit de politiesystemen (weergave landelijke
    politiecontacten, deelname aan overlastgevende en over criminele groepen,
    meldingen van huiselijk geweld) 95;
•   RvdK: uitkomst van het preselect van het LIJ 96 , informatie uit de dossiers van de
    RvdK, zoals eerdere bemoeienis met het gezin, rapportages straf/civiel,
    beschermingsmaatregelen, informatie casusregie 97;
•   OM: strafvorderlijke gegevens;
•   Gecertificeerde instellingen: informatie vanuit de begeleiding door JR of
    gezinsvoogd;
•   Reclassering ten aanzien van jongvolwassene (ZSM): informatie uit vroeghulp en
    eventueel uitkomst uit de Quickscan.
De hOvJ en de politiemedewerker(s) die het verhoor afne(e)m(t)en zijn degenen die
de minderjarige in persoon zien. De politie beschikt over informatie over houding en
gedrag van het kind. Die informatie is van belang voor de bespreking van de zaak op
ZSM.
_______
94
   Richtlijnen kader voor strafvordering jeugd en adolescenten, inclusief strafmaten Halt,
   2018R007, Informatie ten behoeve van de afdoeningsbeslissing en persoonsgerichte aanpak,
   p. 6.
95
   Sinds maart 2019 zijn de bedrijfssystemen van de politie en het OM gekoppeld en hoeft
   informatie uit de BVH niet meer handmatig overgezet te worden. Door de koppeling is het
   mogelijk de door de politie verzamelde gegevens van verdachten, aangevers en slachtoffers uit
   de BVH een-op-een over te zetten naar het Geïntegreerd Processyteem Strafrecht (GPS) van
   het OM.
96
   Bij een verdenking van een strafbaar feit maakt de politie een proces-verbaal minderjarigen op
   en vult de preselectie van het LIJ in. Met de preselectie maakt de politie een eerste inschatting
   van het recidiverisico. Dit gebeurt op basis van gegevens uit politiesystemen, zoals eerdere
   delicten, leeftijd bij het eerste delict en eerdere Halt-afdoeningen.
97
   De Raad voor de Kinderbescherming voert in 2019 een pilot omgevingsadvies uit. Beoogd
   wordt om in een vroeg stadium informatie over de sociale omgeving van de minderjarige te
   verzamelen, bijvoorbeeld informatie van Gecertificeerde Instellingen, Veilig Thuis, Halt en de
   gemeentelijke jeugdzorg.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                    42
Minderjarigen in een politiecel
Enkele vertegenwoordigers van de politie stellen dat de hOvJ in het verleden vaak
intensief werd betrokken bij het hele proces van aanhouding tot IVS. Nu is het contact
tussen hOvJ en ZSM slechts minimaal, aldus deze politiemedewerkers. 98 Dit heeft een
aantal oorzaken. In de dagelijkse praktijk is de hOvJ vaak de hoogste leidinggevende
op het politiebureau met alle taken en verantwoordelijkheden die daarbij horen. Dat
maakt dat de hOvJ weinig tijd heeft om zijn functie goed in te vullen. Door de vele
werkzaamheden is de hOvJ te veel generalist en te weinig specialist in het
jeugdstraf(proces)recht. De hOvJ krijgt onvoldoende tijd en scholing om alle relevante
(juridische) ontwikkelingen bij te houden waardoor hij achterloopt en zijn rol als hOvJ
in zaken van minderjarige verdachten minder goed kan vervullen. 99 De taakverdeling
binnen de politie is ook een oorzaak voor het minimale contact tussen hOvJ en ZSM.
Op het politiebureau lopen zaken vaak via de coördinator van het basisteam en op
ZSM heeft de politiekundige soms een coördinerende rol gekregen. Volgens enkele
vertegenwoordigers van het OM is de positie van de politie binnen ZSM veranderd en
worden er steeds meer bevoegdheden naar het OM getrokken. Het gebrek aan
communicatie tussen hOvJ en ZSM is volgens de politie ook te wijten aan de
werkroosters. Een OvJ heeft doorgaans te maken met verschillende hOvJ’s die op dat
moment dienst hebben. En hOvJ’s hebben ook met meerdere OvJ’s te maken. Zowel
bij de politie als bij het OM is het van belang dat een goede overdracht van de zaken
plaatsvindt. 100
Werkwijze tussen 22.00 en 8.00 uur
Tussen 22.00 uur ’s avonds en 8.00 uur ’s ochtends is ZSM gesloten en kan er geen
overleg met ZSM plaatsvinden. Er bestaat geen landelijke werkafspraak over
consultatie van de OvJ tijdens de nachtelijke uren bij een beslissing een minderjarige
de IVS thuis of op een andere alternatieve locatie uit te laten zitten. Volgens het OM is
het wel gebruikelijk om contact op te nemen met de piket-OvJ. Soms is de OvJ niet
bereikbaar, in die gevallen neemt de hOvJ zelfstandig een beslissing. De coördinator
van het BTR brengt ZSM de volgende ochtend op de hoogte. 101
Bij een aanhouding en het ophouden tussen 22.00 en 8.00 uur overnacht de
minderjarige in beginsel in een politiecel omdat een juridische titel voor ophouden voor
onderzoek op een alternatieve locatie ontbreekt in de wet. 102 In deze gevallen wordt er
soms voor gekozen de minderjarige IVS te stellen zodat een overnachting thuis wel
mogelijk wordt.
Het is voor de politie onduidelijk hoe zij praktisch moet omgaan met de registratie van
de verdachte wanneer deze bij het ophouden en de inverzekeringstelling op een
andere plaats dan de politiecel verblijft. Soms wordt de verdachte van het
_______
98
   Informatie uit de expertbijeenkomsten.
99
    F. Rietveld, ‘De magistratelijkheid van de hOvJ’, Tijdschrift voor de politie, 2013, afl. 9-10, p.
    30.
100
    Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
101
    Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
102
    Soms wordt in deze gevallen een bevel IVS opgelegd omdat overnachting elders dan wel
    mogelijk en wenselijk is.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 43 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        43
Minderjarigen in een politiecel
arrestantenbord afgehaald en weet niemand meer waar hij is. Het verblijf van een
minderjarige verdachte op een alternatieve locatie wordt niet altijd geregistreerd in de
BVH en voor zover het wel gebeurt niet eenduidig.
Belangenafweging ‘IVS nee, tenzij’
Het Openbaar Ministerie hanteert momenteel landelijk het uitgangspunt ‘IVS nee,
tenzij’. 103 Met dit uitgangspunt worden ketenpartners gedwongen de keuze voor IVS
goed te motiveren. Het uitgangspunt ‘IVS nee, tenzij’ is niet in de wet vastgelegd.
Belangenafweging IVS op een alternatieve locatie
De overwegingen die ten grondslag liggen aan de beslissing tot IVS spelen ook bij de
beslissing de IVS op een alternatieve locatie te laten plaatsvinden. Hiervoor ontbreekt
momenteel een uniform landelijk wegingskader.
Belang van het kind, opsporing en maatschappij
In het strafrechtelijk onderzoek met betrekking tot minderjarigen spelen verschillende
belangen een rol, te weten:
•    Het belang van het kind (inclusief de veiligheid van het kind): Dit belang is gelegen
     in een zo kort mogelijke vrijheidsbeneming die zo min mogelijk belastend is (artikel
     37 onder b IVRK en EU-richtlijn 800/2016). Volgens het IVRK is het belang van het
     kind een eerste overweging bij alle beslissingen die het kind betreffen. Het belang
     van het kind is gelegen in fysieke en psychische bescherming en veiligheid van het
     kind. In zijn algemeenheid is het kind gebaat bij een adequate reactie die de
     ontwikkeling van het kind in positieve zin ondersteunt. Contra-indicaties voor
     overnachting thuis zijn fysieke of psychische verwaarlozing, huiselijk geweld en
     verslavingsproblematiek. Indicaties zijn praktische belangen zoals verplichtingen op
     school of werk. 104 Volgens de politie kan het bij de oudere minderjarigen die first
     offender zijn soms ook leerzaam zijn een nachtje bij de politie door te brengen en
     er voor zorgen dat deze zijn gedrag aanpast. 105 Bij de afweging dient het in
     ogenschouw te worden genomen dat het belang van het kind geen absoluut belang
     is; soms wegen andere belangen zwaarder. 106
•    Het onderzoeksbelang: Dat belang bestaat vooral uit het veiligstellen van sporen en
     het voorkomen dat verklaringen op elkaar afgestemd worden. Dit laatste, ook wel
     collusiegevaar genoemd, speelt meestal bij delicten die in groepsverband gepleegd
     zijn. (Mede)verdachten en getuigen moeten dan nog geconfronteerd en gehoord
     worden. Ook moet voorkomen worden dat de verdachte een slachtoffer-getuige
     onder bedreiging dwingt zijn verklaring aan te passen.
_______
103
    Informatie uit gevoerde gesprekken. Vergelijkbaar met de regeling voor de voorlopige
    hechtenis van minderjarigen waarbij uit wordt gegaan van schorsing van de voorlopige
    hechtenis (onder voorwaarden).
104
    Informatie uit de pilots.
105
    Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
106
    General Comment no. 24, 18 september 2019, CRC/C/GC/24, overwegingen 3, 76 en 85-89.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 43 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 44 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                          44
Minderjarigen in een politiecel
Volgens de wet is het onderzoeksbelang de enige grond voor IVS. Bij het doorbrengen
van de IVS buiten een politiecel, zoals bijvoorbeeld thuis, kan het belang van de
maatschappij ook meewegen. 107
•    Het belang van de maatschappij: Hierbij gaat het om de belangen van slachtoffers
     en het voorkomen van recidive. Dit speelt vooral als het gaat om een ernstig
     gewelds- of zedendelict.
Overwegingen IVS op een alternatieve locatie
In de praktijk lijkt het onderzoeksbelang de belangrijkste overweging om de IVS niet
op een alternatieve locatie zoals thuis uit te laten zitten. 108 Als een zaak ‘stuk’ gaat,
dat wil zeggen dat bijvoorbeeld door het thuis laten verblijven van de verdachte en de
vrije communicatie die de verdachte daardoor heeft met anderen essentieel bewijs
verloren gaat, kan niet meer worden vervolgd. Het belang van slachtoffers (in de
nabije omgeving van de verdachte), de aard en de ernst van het delict (zeden- en
geweldsdelicten), first offender of recidivist, de leeftijd (12-15 jaar of 16-17 jaar), het
te verwachten strafrechtelijk vervolg 109, de houding en het gedrag van de minderjarige
en de beschikbaarheid van een alternatieve locatie zijn ook genoemd als
overwegingen. Een wegingskader zou meer moeten zijn dan een afvinklijstje. Iedere
minderjarige moet individueel beoordeeld worden. 110
Specifieke kwetsbaarheden van een minderjarige, voor zover deze bekend zijn, zouden
in de belangenafweging meegenomen moeten worden. De politie beschikt echter niet
over voldoende expertise om in alle gevallen specifieke kwetsbaarheden van een
minderjarige in te schatten zoals een lvb of een (gedrags)stoornis. Een minderjarige
met lvb komt vaak ‘streetwise’ over en maskeert daarmee een mogelijke beperking.
De politie beschikt daarnaast niet over medische gegevens van minderjarigen en
neemt geen test af, zoals de SCIL. Volgens de politie is screening aan de voorkant niet
haalbaar vanwege tijdgebrek. Soms komt de kwetsbaarheid van een minderjarige aan
het licht tijdens het politieverhoor of verneemt de politie die informatie van de ouders,
(gezins)voogd, advocaat of de RvdK. Ook op ZSM is het signaleren van een licht
verstandelijke beperking een probleem. 111
Tussen 8.00 uur en 22.00 uur gaan de politie en ZSM (OvJ, RvdK, Jeugdreclassering)
in overleg na of het kind thuis veilig kan overnachten. De politie gaat na of zij goede
afspraken met ouders kan maken over bijvoorbeeld in huis blijven, het voorkomen van
communicatie met vrienden, slachtoffer(s) of medeverdachten en dergelijke. Ook een
veilige buurt is van belang.
_______
107
    Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
108
    Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
109
    Als je al weet dat voorlopige hechtenis volgt in verband met de ernst van het delict, is
    heenzenden geen eenduidig signaal richting de minderjarige. Informatie uit de
    expertbijeenkomsten.
110
    Informatie uit expertbijeenkomsten en gesprekken.
111
    Ontwikkelagenda VVE ZSM 2018, p. 16.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 44 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 45 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                45
Minderjarigen in een politiecel
Als ZSM is gesloten bepaalt de hOvJ, al dan niet in samenspraak met de piket-OvJ, of
het kind thuis kan overnachten. De hOvJ beschikt over informatie over de achtergrond
van het delict en eventuele slachtoffers. Hij spreekt met de ouders en het kind en
maakt een inschatting of zij zich aan de gemaakte afspraken kunnen houden.
Als de minderjarige op een alternatieve locatie overnacht is dat doorgaans thuis.
Andere locaties dan het ouderlijk huis zijn nauwelijks beschikbaar. 112 Soms kan de
minderjarige bij een ander familielid overnachten. Een deel van de minderjarigen dat
wel in aanmerking komt voor overnachting buiten een politiecel kan om persoonlijke
redenen niet thuis of in de instelling/woongroep overnachten. Dat kan zijn omdat het
thuis niet veilig is, omdat het gedrag van de minderjarige (bijvoorbeeld agressief,
psychotisch, destructief) dat niet toelaat of omdat het delict in de thuissituatie of bij
een zorginstelling is gepleegd. 113 Soms is opvang in een (andere) zorginstelling nodig.
Een minderjarige verdachte met onbekende identiteit of geen vaste woon- of
verblijfplaats overnacht in beginsel in een politiecel. 114
B2.4 Verantwoordelijkheden en keuze alternatieve locatie
Mogelijke alternatieve locaties voor IVS
Zoals hierboven al vermeld is blijkt in de praktijk dat er nauwelijks andere alternatieve
locaties dan het ouderlijk huis gebruikt worden. Wel wordt soms gezocht naar andere
oplossingen zoals verblijf bij opa en oma, oom en tante, een oudere broer. Ook is de
mogelijkheid van een pleeggezin genoemd. Plaatsing van een kind in een JJI of
jeugdzorgplus-instelling is moeilijk te realiseren in korte tijd. 115 Bovendien zijn die
instellingen vaak wat verder weg gelegen van de verhoorlocatie. Er is dan extra
personeel nodig om de minderjarige te vervoeren. Kleinschalige voorzieningen (KV’s)
zijn ook genoemd als mogelijke alternatieve locatie. Voorlopig is er slechts één KV
gerealiseerd en zijn er vier verspreid over het hele land gepland.
Afspraken met ouders en minderjarige
De politie maakt afspraken met de ouders en de minderjarige over verblijf thuis bij
IVS. De politie geeft duidelijk aan dat de minderjarige in verzekering is gesteld
hetgeen betekent dat deze niet vrij is om te gaan en staan. Aan de ouders wordt
verteld wat de consequenties zijn als zij hun kind niet terugbrengen naar het
politiebureau voor verhoor. De ouders moeten wel in staat zijn om toezicht te kunnen
houden. De politie maakt een inschatting of dat het geval is. Het is de bedoeling dat
het kind in huis blijft, geen contact heeft met de buitenwereld en zich de volgende
ochtend meldt op het politiebureau. De telefoon van het kind blijft in voorkomende
gevallen achter op het politiebureau. Volgens de politie is dat geen waterdichte
garantie dat er geen (digitaal) contact is met anderen. Ouders zullen hier zo goed als
_______
112
    Informatie uit de pilots en expertbijeenkomsten. Tijdens de pilots werd een enkele keer in een
    JJI overnacht.
113
    Tijdens de pilots ging het om 25% van de minderjarigen in de regio Oost-Nederland, 30% in
    de regio Zeeland-West-Brabant, 10% in de regio Noord-Holland.
114
    Informatie uit de pilots.
115
    Informatie uit de pilots en expertbijeenkomsten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 45 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 46 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                            46
Minderjarigen in een politiecel
mogelijk op moeten toezien. De politie registreert de afspraken in het
politieregistratiesysteem (BVH). Er wordt geen formeel document gebruikt om
afspraken in vast te leggen. 116
Zorg voor (de veiligheid van) het kind
Thuis zijn de ouders of verzorgers verantwoordelijk voor het fysieke en psychische
welzijn van het kind, inclusief de veiligheid van het kind. In zijn algemeenheid is
diegene verantwoordelijk aan wie het kind is toevertrouwd. Dat kunnen ook opa en
oma, oom en tante, een oudere broer of een pleeggezin zijn. Als het kind in een
instelling overnacht is de instelling verantwoordelijk voor de veiligheid van het kind. 117
Risico op recidive
Ouders, andere familieleden en instellingen zoals een JJI, KV of jeugdzorgplus-
instelling zijn niet strafrechtelijk verantwoordelijk voor het kind tijdens een IVS. De
minderjarige die tijdens verblijf thuis of in de instelling opnieuw een delict pleegt, is
zelf verantwoordelijk voor zijn daden. Die situatie is vergelijkbaar met recidive tijdens
een schorsing van de voorlopige hechtenis. In de belangenafweging bij de beslissing
van hOvJ en ZSM-OvJ om de IVS thuis of in een instelling te laten plaatsvinden is het
risico op recidive al meegewogen. 118
Risico op confrontatie met slachtoffers
Ook het risico op confrontatie met slachtoffers is bij de beslissing van hOvJ en ZSM-
OvJ al meegenomen. Het is geen staand beleid om slachtoffers te informeren wanneer
een minderjarige verdachte de IVS op een alternatieve locatie zoals thuis
doorbrengt. 119
Vervoer van de minderjarige
In beginsel wordt met de ouders afgesproken dat zij de minderjarige ophalen op het
politiebureau of het cellencomplex en de minderjarige de volgende dag naar de
verhoorlocatie van de politie brengen. 120 In het geval van overnachting in een
instelling vervoert de politie de minderjarige naar de instelling en haalt deze de
volgende ochtend weer op. Dit vraagt wel extra personele capaciteit van de politie. 121
Als de instelling ver weg is gelegen en het vervoer erg lang duurt, is dat mogelijk niet
in het belang van het kind.
_______
116
    Informatie uit expertbijeenkomsten.
117
    Informatie uit expertbijeenkomsten.
118
     Zoals dat ook het geval is bij de schorsing van voorlopige hechtenis (onder voorwaarden).
    Informatie uit expertbijeenkomsten.
119
    Informatie uit expertbijeenkomsten.
120
    Informatie uit expertbijeenkomsten.
121
    J. Nijhuis, M. Vander Velpen & V. Drost 2017, p. 14.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 46 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 47 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      47
Minderjarigen in een politiecel
B2.5 Bejegening van minderjarigen en verblijf in een politiecel
In deze paragraaf staan de bejegening van minderjarigen door de politie en de
inrichting van de politiecel centraal. Hierna wordt ingegaan op de beginselen van
goede bejegening van de RSJ en op criteria van DCI en de VNJA over positief
bejegenen van minderjarigen. Vervolgens wordt ingegaan op de visie van de politie en
minderjarigen op de bejegening en het oordeel van de Inspecties over de bejegening
in de praktijk. In paragraaf B2.5.2 over een kindgerichte omgeving van een politiecel
wordt omschreven hoe een politiecel eruitziet en wat de ervaringen van minderjarigen
met deze politiecellen zijn. Ook wordt ingegaan op de vraag wat een cel
‘kindvriendelijk’ maakt en welke punten van belang zijn bij de nieuwbouw van
‘kindvriendelijke’ politiecellen.
B2.5.1 Bejegening van minderjarige door de politie
Beginselen van goede bejegening
De RSJ heeft in 2012 richtlijnen voor een goede bejegening van justitiabelen
opgesteld. 122 Goede bejegening is volgens de RSJ meer dan het handhaven van
rechten en plichten die in de regels staan, achter het (detentie)recht liggen universele
waarden en ethische principes. Ze helpen om er ervoor te waken dat regelingen en
praktijken niet op een minimumniveau blijven steken.
De beginselen van goede bejegening die een rol spelen bij minderjarige arrestanten
betreffen:
•   Het beginsel van fatsoenlijke omgang: kwaliteit van de dagelijkse bejegening
    De dagelijkse bejegening, het contact met minderjarige arrestanten voldoet aan
    eisen van kwaliteit, professionaliteit, fatsoen en ethiek.
•   Het beginsel van individualisering
    De overheid houdt rekening met de belangen, noden en omstandigheden van elke
    afzonderlijke minderjarige arrestant. Goede bejegening vereist maatwerk. Dat
    betekent dat er ruimte moet zijn om de dagelijkse bejegening (zowel de kwaliteit
    daarvan in het algemeen als de invulling in concreto) op de situatie van de
    individuele ingeslotene af te stemmen. Bij minderjarigen is opvoeding een
    belangrijk aspect.
•   Het beginsel van veiligheid
    De overheid garandeert de fysieke en mentale veiligheid van minderjarige
    arrestanten. Hiervoor zijn heldere gedragsregels en een actieve positieve
    grondhouding van medewerkers nodig.
•   Het beginsel van minimale beperking
    De minderjarige arrestant worden geen beperkingen opgelegd die niet noodzakelijk
    zijn. Van belang is dat de relatie met ouders/gezin in stand blijft en dat de
    minderjarige onbelemmerde toegang tot de huisarts heeft.
_______
122
    RSJ 2012, Goed bejegenen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 47 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 48 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             48
Minderjarigen in een politiecel
Criteria positief bejegenen DCI/VNJA
Naast deze door de RSJ uitgewerkte beginselen van goede bejegening hebben DCI en
de VNJA in een rapport uit 2017 een aantal toetsingscriteria onder elkaar gezet, onder
andere over ‘positief bejegenen’ van ingesloten minderjarigen. De volgende
toetsingscriteria zijn hierbij van belang:
•    De wet biedt garanties zodat minderjarigen die van hun vrijheid zijn beroofd, een
     omgeving hebben die net als bij andere residentiële plaatsingen is gericht op
     rehabilitatie en daarmee op de terugkeer van kinderen in de maatschappij.
•    De staat treft voorzieningen om ervoor te zorgen dat minderjarigen in politiecellen
     de zorg en bescherming ontvangen die zij nodig hebben.
•    Politiefunctionarissen die met minderjarigen werken zijn apart opgeleid en krijgen
     speciale training over minderjarigen, waarbij extra aandacht uitgaat naar
     pedagogiek, psychologie, de normen omtrent dwang en geweld, kindgerichte
     verhoortechnieken en kennis van het jeugdstrafrecht en het VN-
     Kinderrechtenverdrag met bijbehorende regelingen. 123
•    Er zijn aparte protocollen voor het optreden van de politie, welke
     politiefunctionarissen ertoe verplichten in zaken van minderjarige verdachten
     rekening te houden met het belang van het kind en de behoeften van minderjarigen
     gelet op hun leeftijd.
•    Op politiebureaus en in cellencomplexen voor arrestanten is duidelijke informatie
     beschikbaar over rechten en plichten en de toegang tot klachteninstanties. 124
Visie van politie op bejegening
In de opleiding aan de Politieacademie is geen speciale module jeugdrecht
opgenomen. Het examen is tegenwoordig breed gericht. De politiemedewerkers die de
RSJ heeft gesproken zijn van mening dat het jeugdspecialisme terug moet komen bij
de politie. 125 Volgens onder andere het IVRK en EU-richtlijn 2016/800 is vereist dat
personeel dat regelmatig werkt met minderjarigen zoals openbaar aanklagers en
politiemedewerkers, een specifieke op hun omgang met kinderen afgestemde opleiding
volgen. 126
De politie heeft zich in zijn Landelijk Reglement Arrestantenzorg Politie in hoofdstuk 5
uitgelaten over de behandeling van minderjarigen:
•    Het algemene uitgangspunt luidt dat bij ingeslotenen die de leeftijd van 18 jaar nog
     niet hebben bereikt, expliciet rekening wordt gehouden met de wensen en
     behoeften van deze ingeslotenen;
_______
123
    Richtlijn (EU) 2016/800 van het Europees Parlement en de raad van 11 mei 2016 betreffende
    procedurele waarborgen voor kinderen die verdachte of beklaagde zijn in een strafprocedure,
    PbEG 2016, L132, Stb. 2019, 180, artikel 20.
124
    M. Berger e.a., De aanhouding en inverzekeringstelling van minderjarigen en jongvolwassen
    verdachten, DFC/VNJA, 2017, p. 7 en 8; deze toetsingscriteria volgen uit (internationale)
    regelgeving.
125
    Informatie uit de expertbijeenkomsten.
126
    General Comment no. 24, overweging 112, artikel 20 EU-richtlijn 2016/800.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 48 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 49 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                       49
Minderjarigen in een politiecel
•    Tijdens iedere dienst dient een arrestantenverzorger of operationeel coördinator
     aangewezen te worden die speciale aandacht en verantwoordelijkheid heeft voor
     minderjarige arrestanten;
•    Ouders van minderjarigen hebben dezelfde rechten als een advocaat voor wat
     betreft het bezoek en telefonisch contact met hun minderjarige kind, zowel in
     frequentie als in duur. De bezoekruime moet gelegenheid bieden tot fysiek contact
     (zonder beperkingen door bijv. een glaswand) tussen ouder en minderjarige, tenzij
     de omstandigheden zich daartegen verzetten; en
•    De arrestantenverzorger of operationeel coördinator ziet er op toe dat in de
     bejegening rekening wordt gehouden met de verschillende categorieën
     minderjarigen (<12, 12-16 en 16-17 jaar). 127
De arrestantenverzorgers beschikken over werkinstructies voor het uitvoeren van de
dagelijkse verzorging en behandeling (van minderjarigen). Daarin worden bijvoorbeeld
instructies gegeven hoe vaak per dienst een arrestantenverzorger een minderjarige
moet bezoeken. Een goede bejegening laat zich echter lastig vertalen in een
werkinstructie. Tevens is het voor de arrestantenverzorgers niet altijd mogelijk om alle
aspecten van het protocol of de werkinstructies na te leven. Bij drukte kan het
voorkomen dat het vaste aanspreekpunt van de jongere niet consequent beschikbaar
is, of dat de kindvriendelijke cel op dat moment al in gebruik is. Daarnaast blijkt het
soms lastig om politiemedewerkers bewust te maken van het belang van pedagogisch
handelen bij minderjarigen. Het gedrag van minderjarigen, voorafgaand aan de
insluiting, of negatieve ervaringen opgedaan met minderjarigen in het verleden kan
daar debet aan zijn. Kindvriendelijk bejegenen is in dit licht voor deze
politiemedewerkers vaak teveel gevraagd. 128
Visie van jongeren op bejegening
Tijdens het verblijf in een politiecel wordt door jongeren aandacht en een luisterend
oor als prettig ervaren. Het verblijf in de politiecel ervaren jongeren als minder heftig
als agenten en arrestantenwachten hen positief bejegenen. 129
Jongeren geven aan dat, tijdens hun verblijf in een politiecel, altijd wel één of twee
politiemedewerkers vriendelijk waren. Met vriendelijk bedoelen ze dat agenten hen
respectvol aanspraken, lieten uitpraten, begrip toonden voor hun situatie en dingen
rustig en duidelijk uitlegden. Wel geven zij aan dat de uitleg van de politie beter zou
kunnen, zij hadden rustiger in hun politiecel gezeten als de politie duidelijk had
uitgelegd wat er zou gaan gebeuren. Nu voelden zij zich machteloos. Zij voelden zich
onprettig en vervelend in de cel. Sommigen waren bang of angstig over wat er zou
gaan gebeuren. Zij benoemen dat zij zich niet meer vrij voelden. Ook het feit dat
verblijf in de politiecel geen vast ritme kent, omdat verhoren op elk moment plaats
kunnen vinden, wordt door minderjarigen als vervelend ervaren.
_______
127
    Nationale Politie 2019, Landelijk Reglement Arrestantenzorg.
128
    Informatie uit expertbijeenkomsten.
129
    Jong & je wil wat, Rapportage jongeren in de cel, Jong & je wil wat, 2018, p. 63.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 49 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 50 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               50
Minderjarigen in een politiecel
Naast de bejegening door de arrestantenverzorgers, benoemen jongeren nog een punt
dat het verblijf in de politiecel prettiger zou maken. Het eten hebben de jongeren
expliciet en zeer uitgesproken benoemd als zeer slecht. Veel van hen aten hierdoor
bijna tot helemaal niets. Wel wordt bij het eten rekening gehouden met de
geloofsovertuiging van moslimjongeren, nu de politie halal-eten aanbiedt. 130
 “Ook is het prettig als je een vast aanspreekpunt hebt. Bijvoorbeeld dat je altijd kunt vragen
    naar Olav. Maar ook: als Olav weggaat, dat een nieuwe agent zich komt voorstellen: “Ik ben
    X, en je kunt mij nu vragen stellen als je die hebt”. Dat geeft vertrouwen”.
    Jongerenraad Politie, bijeenkomst 10 juli 2019, jongerenraad kinderen in de cel.
Toezicht Inspecties op bejegening in de praktijk
In 2015 hebben de Inspectie Veiligheid en Justitie, de Inspectie voor Gezondheidszorg
en de Inspectie Jeugdzorg een landelijke rapportage uitgebracht over de
arrestantenzorg in Nederland. De Inspecties oordelen positief over de wijze waarop de
politie met minderjarigen omgaat. In hun rapport wijzen de Inspecties onder andere
op het aanwijzen van een arrestantenverzorger die tijdens de dienst verantwoordelijk
is voor minderjarigen en die geacht wordt hen speciale aandacht te geven. Alle
eenheden wijzen sinds 2015 zo’n ‘mentor’ aan, maar in de praktijk lukt het door
tijdgebrek niet altijd om de minderjarige inderdaad extra aandacht te geven. 131
Dat is nu nog steeds het geval. 132 Zo worden minderjarigen niet altijd vaker dan
meerderjarigen bezocht, wordt extra aandacht schenken eenvoudigweg vergeten of er
wordt enkel door het raampje van de cel gekeken in plaats van een gesprek met de
minderjarige aan te knopen.
De Inspecties en DCI constateerden tevens dat er in de opleiding of training weinig tot
geen aandacht wordt besteed aan de omgang met kwetsbare groepen, zoals
minderjarigen. Deze bijzondere groep wordt echter wel veelvuldig ingesloten. 133
B2.5.2 Kindgerichte omgeving politiecel
Bij aankomst in het politiebureau worden jongeren gefouilleerd en in een wacht- of
ophoudkamer geplaatst. Het betreft een kleine, kale ruimte van steen van ongeveer 4
bij 4 meter met een hard bankje. De tijd dat jongeren hier verblijven varieert,
sommigen verblijven hier enkele minuten, anderen een paar uur. Vervolgens worden
jongeren overgeplaatst naar een politiecel om te overnachten.
_______
130
    Jong & je wil wat 2018, p. 22, 28, 34 en 44; Gesprek RSJ met ervaringsdeskundigen Young in
    Prison; Kinderombudsman, Hoeveel nachtjes nog?, Den Haag; De Kinderombudsman 2019,
    KOM 004/2019; ervaringen RSJ tijdens bezoeken cellencomplexen.
131
    Inspectie Veiligheid en Justitie, Arrestantenzorg Nederland. Landelijke rapportage, Den Haag:
    IvenJ 2015, p. 13.
132
    De RSJ heeft in de afgelegde werkbezoeken gezien dat bij de meeste cellencomplexen men
    zich ervan bewust is dat er een ‘mentor’ voor minderjarigen moet worden aangewezen. Echter,
    blijkt dat niet altijd (voldoende) te gebeuren.
133
    IvenJ 2015, p. 11; Berger e.a. 2017, p. 31; EU-Richtlijn 2016/800, art. 20; RSJ, Advies EU
    richtlijn Jeugd, Den Haag: RSJ 2018, p. 6.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 50 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 51 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                 51
Minderjarigen in een politiecel
De politiecel is over het algemeen een zeer basale eenpersoonscel die meestal is
ondergebracht in een gedeelte van een wat groter politiebureau of in een aparte
locatie, een politiecellencomplex. De cel is kaal en bevat doorgaans niet meer dan een
betonnen tafel, stoel en bed (minimale lengte 2.10 meter), een toilet, een
lichtopening, communicatie-units voor contact met de bewaking en een stip op het
plafond om het Oosten aan te geven. Daarnaast is de politiecel dag en nacht verlicht,
zodat de arrestantenverzorgers ’s nachts kunnen controleren hoe het gaat met de
arrestant. De minimale afmeting van de politiecel is 7m². 134
De door de RSJ bezochte cellencomplexen hebben een ruimte waar de minderjarige in
alle rust met zijn ouders af kan spreken. Volgens het Landelijk Reglement
Arrestantenzorg Politie hebben ouders dezelfde rechten als een advocaat voor wat
betreft het bezoek en telefonisch contact met hun minderjarig kind, zowel in frequentie
als in duur. De bezoekruimte moet gelegenheid bieden tot fysiek contact (zonder
beperkingen door bijvoorbeeld een glaswand) tussen ouders en minderjarige. De
ruimte in de cellencomplexen wordt een ‘knuffelkamer’ genoemd. In feite is het een
kantoor wat beschikbaar is gesteld voor de minderjarige om zijn ouders te ontmoeten.
Ervaringen politiecel
De meeste jongeren ervaren de politiecel als een lelijke, koude en kleine ruimte.
Jongeren zitten niet altijd in een cel met een raam; degenen die wel in een cel met
een raam waren opgesloten konden niet naar buiten kijken. Bij binnenkomst in de cel
kregen de jongeren een fleece dekentje. Dat vonden zij niet warm en lang genoeg; het
bedekte niet hun hele lichaam. 135 Over de kindvriendelijke cel gaf een jongere aan het
verschil tussen een gewone cel en een kindvriendelijke cel klein te vinden. 136
“Ik wou daar echt niet zijn. Ik vond het echt vies. Ik vond het zo smerig. Ik heb hele erge
smetvrees en wie weet hoeveel mannen er hebben gezeten. Misschien heeft iemand er wel
geplast.” – Meisje, 16 jaar bij aanhouding, IVS in politiecel
“Ik ben veel wakker geweest, omdat de muren zo leeg waren en ik had maar een dunne deken
en het was koud.” – Jongen, 14 jaar bij aanhouding, IVS in politiecel.
Jong en je wilt wat, ‘Rapportage jongeren in cel’, 2018.
_______
134
    Jong & je wil wat 2018, p. 29; Artikel 5-9 Regeling politiecellencomplex;; Bevindingen RSJ bij
    bezoek cellencomplexen. In de Regeling Politiecellencomplex staan geen vereisten omtrent de
    grootte van de politiecel. Het Europese Comité ter voorkoming van Foltering en Onmenselijke
    of Vernederende Behandeling of Bestraffing (CPT) heeft in het rapport ‘Living space per
    prisoner in prison estabilishments: CPT standards’ CPT/Inf (2015) 44 wel eisen gesteld omtrent
    de ‘living space’ (woonruimte) in de eenpersoons politiecel. De cellen moeten een oppervlakte
    hebben van 6m² en daarnaast sanitaire voorzieningen. De CPT omschrijft dat de sanitaire
    voorziening vaak tussen de 1 en 2m² is. De politiecel, inclusief de sanitaire voorziening, moet
    volgens de CPT dus tussen de 7 en 8 m² zijn. Daarnaast moet elke cel ten minste 2,5 meter
    hoog zijn (tussen plafond en grond) en 2 meter breed (van muur tot muur).
135
    Jong & je wil wat 2018, p. 36.
136
    Jong & je wil wat 2018. 40.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 51 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 52 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               52
Minderjarigen in een politiecel
‘Kindvriendelijke’ cel
Slechts enkele politiebureaus of cellencomplexen beschikken over een kindvriendelijke
cel. 137 Minderjarige arrestanten maken naar schatting 10% uit van de populatie in een
cellencomplex. De kindvriendelijke cellen zijn over het algemeen iets groter dan een
doorsnee politiecel en hebben daglicht, meer kleur en bijvoorbeeld gordijnen. Een
enkele kindvriendelijke cel heeft een tv-kanaal en/of computerspelletjes en/of een
schoolbord op de deur. De kindvriendelijke cel bevindt zich niet op een aparte afdeling,
maar naast of tegenover reguliere- en observatiecellen, waardoor een minderjarige
veel meekrijgt van het gedrag en de problematiek van opgehouden of in verzekering
gestelde volwassen verdachten, waaronder veel verwarde personen. 138
“Het ging beter en oogde ook wat beter. Was ook een ijzer bed. Het oogde wat vriendelijker,
wat huiselijker. Het bed was anders en een muurtje naast de wc.” – Jongen, 17 jaar bij
aanhouding, IVS in (kindvriendelijke) politiecel
Jong en je wilt wat, ‘Rapportage jongeren in cel’, 2018.
Eisen bij nieuwbouw kindvriendelijke politiecel
De Politiebouwmeester is betrokken bij de advisering rondom het programma van
eisen bij de nieuwbouw van politiecellen. 139 De meeste vragen van het ministerie
Justitie en Veiligheid bij nieuwbouw gaan over functionele en technische eisen, zoals
de eis dat de cel bestand is tegen vernieling en dat onderdelen uitneembaar zijn. De
psychologische ervaring van het verblijf in een politiecel wordt niet vertaald naar het
programma van eisen. Volgens de Rijksbouwmeester en de Politiebouwmeester is de
ruimtelijke beleving echter een belangrijk aspect dat ook meegenomen moet worden,
maar waar nog maar weinig over bekend is. Een cel voor minderjarigen zou positieve
prikkels moeten geven. 140 Ook moet gekeken worden naar de positionering van de
kindvriendelijke cel(len) binnen het gehele cellencomplex. De beide bouwmeesters
geven aan dat de methode van ‘ontwerpend onderzoeken’ nog meer licht zal kunnen
werpen op mogelijkheden een kindvriendelijke cel te ontwerpen. 141
_______
137
    De volgende cellencomplexen hebben een cel aangemerkt die kindvriendelijk is: Alkmaar,
    Arnhem, Borne, Groningen, Haarlem en binnenkort Houten. CNW Amsterdam heeft
    aangegeven niet over een kindvriendelijke cel te beschikken maar de cellen onderscheiden zich
    positief door een andere kleurstelling, een (in de muur ingebouwde) informatiezuil en de
    akoestiek.
138
    Berger e.a. 2017, p. 19; De Kinderombudsman 2019, KOM 004/2019, p. 12; Waarnemingen
    RSJ tijdens werkbezoeken.
139
    Ter voorbereiding van dit advies heeft de RSJ gesproken met de Rijksbouwmeester en de
    Politiebouwmeester over de gebouwelijke inrichting van een (kindvriendelijke) politiecel.
140
    Voor de beleving van positieve prikkels kan bijvoorbeeld lering worden getrokken uit de
    ‘healing environment’ in ziekenhuizen.
141
    Bij ontwerpend onderzoek gaat het om het visualiseren van mogelijke oplossingsrichtingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 52 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 53 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                53
Minderjarigen in een politiecel
DCI en de Kinderombudsman zijn voorstander van aparte afdelingen voor
minderjarigen binnen een cellencomplex. 142 Zij stellen dat het in strijd is met artikel 37
onder c IVRK om minderjarigen en volwassenen in dezelfde inrichting op te sluiten en
dan ook nog bij elkaar op de gang. 143 Nederland heeft echter een voorbehoud gemaakt
bij deze bepaling in verband met de berechting van 16- en 17-jarigen volgens het
volwassenenstrafrecht.
Uit de literatuur, werkbezoeken en de gesprekken zijn vooral de volgende suggesties
gedaan voor de inrichting van een kindvriendelijke cel:
•    De kindvriendelijke cel zou zich in een rustige omgeving moeten bevinden in het
     cellencomplex 144;
•    Meer kleur in de cel 145;
•    Daglicht/naar buiten kunnen kijken 146;
•    Afleiding 147 ;
•    Een schoolboek 148;
•    Een radio;
•    Een zachte bal in de cel;
•    Een muur met krijtverf om op te tekenen en schrijven;
•    Interessantere boeken/tijdschriften om te lezen;
•    De lucht in de cel: de cel wordt soms warm en soms koud gevonden en het ruikt
     muf. Airco/verwarming en luchtverfrisser worden aangeraden 149;
•    Een tekening op de muur die leidt tot reflectie en nadenken. Bijvoorbeeld een
     verhaal met een moraal 150;
•    Een prullenbak bij het toilet 151;
•    Dezelfde inrichting als in een JJI 152, hierbij kan je denken aan: verschuifbare
     stoelen in de cel 153, zachtere kussens en dikkere dekens 154, een bank waarop je
     normaal kan zitten 155 en een afgeschermd gedeelte voor het toilet;
_______
142
    Berger e.a. 2017, p. 7, 8, 19; De Kinderombudsman 2019, KOM 004/2019, p. 27; artikel 37
    IVRK.
143
    General Comment no. 24, overweging 92.
144
    Informatie uit gesprek met ervaringsdeskundigen Young in Prison: “Het slapen is lastig, ook
    vanwege het geluid van sleutels en deuren in de gang. In de JJI is er tenminste rust.” Veel
    kindvriendelijke cellen zijn in het politiecellencomplex gesitueerd naast
    cameracellen/observatiecellen of cellen voor personen met psychische problematiek. Dit zorgt
    voor veel onrust op de gang. Dit is voor een minderjarige goed te horen, aangezien de
    (meeste) deuren in politiecellen niet geluidsdicht zijn.
145
    Jong & je wil wat 2018, p. 44; Nationale Politie, Verslag bijeenkomst jongerenraad Kinderen in
    de cel, 10 juli 2019. De kleur lichtgrijs of groen wordt door jongeren voorgesteld, omdat dit
    rust uitstraalt.
146
    Jong & je wil wat 2018, p. 44; informatie uit gesprek met ervaringsdeskundigen Young in
    Prison (zij noemden zowel het kijken naar buiten als kijken op de gang als verbeterpunten
    voor de politiecellen).
147
    Nationale Politie 2019, Verslag jongerenraad.
148
    Jong & je wil wat 2018, p. 62; een schoolboek kan op een positieve manier afleiden en
    stimuleren.
149
    Nationale Politie 2019, Verslag jongerenraad.
150
    Nationale Politie 2019, Verslag jongerenraad; gesprek tussen de RSJ en een minderjarige
    aanwezig in een cellencomplex.
151
    Nationale Politie 2019, Verslag jongerenraad.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 53 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 54 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                           54
Minderjarigen in een politiecel
•    Een informatiezuil; en
•    De aanwezigheid van een klok.
152
    De jongeren van Young in Prison geven aan dat het prettig zou zijn als de politiecel er
    hetzelfde uit zou zien als een gevangenis/JJI cel: met een prettig bed, een bureau en een
    afgeschermde wc.
153
    Jong & je wil wat 2018, p. 44.
154
    Jong & je wil wat 2018, p. 44.
155
    Nationale Politie 2019, Verslag jongerenraad; gesprek Young in Prison.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 54 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 55 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                           55
Minderjarigen in een politiecel
Bijlage 3 Samenvatting bevindingen pilots
De Minister heeft in 2016 aan de Tweede Kamer toegezegd met enkele pilots een
verkorting van de maximale termijn van IVS is en de mogelijkheid van overnachting
op een alternatieve locatie te onderzoeken. 156 Deze pilots waren gericht op
minderjarigen die verdacht werden van een misdrijf en bij wie een overnachting in de
politiecel mogelijk aan de orde was 157 en zijn gestart naar aanleiding van het rapport
‘Een nacht in de cel’ van de Kinderombudsman van 30 maart 2015. 158 In dit rapport is
de Kinderombudsman kritisch over plaatsing, duur en bejegening van minderjarige
verdachten in politiecellen en beveelt zij aan alternatieven voor de tenuitvoerlegging
van een IVS voor minderjarige verdachten te ontwikkelen. Deze pilots hebben in 2016
(Oost-Nederland), 2017 (Zeeland-West-Brabant) en 2018 (Oost-Brabant en Noord-
Holland) plaatsgevonden en zijn geëvalueerd.
Cijfers Pilots in 2016, 2017 en 2018
Tijdens de pilot in Oost-Nederland van 1 juli tot en met 31 oktober 2016 met het
uitgangspunt ‘geen IVS tenzij’ is het aantal IVS-gestelde minderjarige verdachten in
deze eenheid licht afgenomen ten opzichte van andere politie-eenheden. Daarbij werd
in twee periodes, juli-augustus 2015 en juli-augustus 2016, gekeken naar de
verhouding tussen het aantal aanhoudingen en het aantal inverzekeringstellingen. In
2015 werd 29% en in 2016 (tijdens de pilot) 22% van de aangehouden minderjarigen
in verzekering gesteld (respectievelijk 108 en 77 minderjarigen). Het grootste deel van
de minderjarigen heeft de IVS in een politiecel doorgebracht (70%). 16% van de
minderjarige verdachten werd op een alternatieve locatie in verzekering gesteld. Van
14% van de minderjarigen is niet genoteerd waar de IVS heeft plaatsgevonden. Deze
gegevens zijn tijdens de pilot door de OvJ’s geregistreerd en zijn niet uit het
politieregistratiesysteem te halen.
Tijdens de pilot in Zeeland-West-Brabant van december 2017 tot en met maart 2018
heeft ruim 20% van de minderjarige verdachten de IVS in de nacht op een andere
locatie dan de politiecel doorgebracht, namelijk thuis. Tijdens de pilotperiode in Oost-
Brabant van december 2017 tot en met maart 2018 heeft slechts 2% van de
minderjarige verdachten de IVS in de nacht op een alternatieve locatie doorgebracht,
thuis of bij familie. In vergelijking met de andere regio’s is het percentage van 2%
laag. Hiervoor is geen verklaring gevonden. Bij de pilot in Noord-Holland in februari en
maart 2018 heeft 18% van de minderjarige verdachten de IVS op een alternatieve
locatie doorgebracht. Zij hebben vrijwel allemaal thuis of bij andere familie overnacht.
Eén minderjarige heeft de nacht doorgebracht op een crisisplaats bij een pleeggezin.
_______
156
    Kamerstukken II 2015/16, 24587, nr. 652, p. 19.
157
    J. Nijhuis, M. Vander Velpen & V. Drost 2017; J. Nijhuis & V. Drost 2018.
158
    Nationale Ombudsman, Rapport “Eén nacht in de cel”. Een onderzoek naar aanleiding van een
    klacht over het Openbaar Ministerie te Amsterdam en aanverwante signalen, Den Haag:
    Kinderombudsman, 2015, KOM 007/2015.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 55 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 56 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             56
Minderjarigen in een politiecel
Bij deze drie pilots is de overnachting op een alternatieve locatie op ZSM
geregistreerd.
Werkwijze politie – ZSM-OvJ
De regio Oost-Nederland beschikt over een aparte ZSM-jeugdtafel waar jeugdige
verdachten worden besproken. 159 De beslissing over IVS en de locatie van
overnachting wordt bij een (telefonisch) contactmoment tussen ZSM-OvJ en hOvJ in
samenspraak genomen. Deze werkwijze was al staande praktijk en is tijdens de pilot
voortgezet. 160 Bij wisseling van de ZSM-OvJ om 15.00 uur neemt de ‘nieuwe’ OvJ alle
openstaande zaken door en belt de betrokken hOvJ’s om samen de stand van zaken
door te nemen. Rond 18.00 uur gaat de ZSM-OvJ na of de minderjarigen die op dat
moment vastzitten ’s nachts naar huis of naar een andere locatie kunnen. Advocatuur,
het Verdachte afhandelingsteam (VAT) 161 en hOvJ’s geven wel aan dat ZSM niet altijd
goed bereikbaar is. 162
In Zeeland-West-Brabant overlegt de hOvJ al binnen drie uur na aanhouding met de
politiekundige op ZSM over het tijdpad tot 22.00 uur, het moment waarop ZSM sluit.
Volgens de evaluatie kunnen overnachtingen voorkomen worden door de focus op
termijnbewaking. Rond 20.30 uur overleggen hOvJ en ZSM-OvJ over de minderjarigen
die op dat moment nog op het politiebureau aanwezig zijn.
In Oost-Brabant overleggen hOvJ en ZSM-OvJ bij een aanhouding na 19.00 uur over
de vraag of de minderjarige vóór 22.00 uur kan worden heengezonden en maken zij
een voorlopige keuze. Om 20.30 uur wordt opnieuw overleg gepleegd. In de
pilotperiode waren jeugdadvocaten in deze regio tot 23.00 uur beschikbaar.
In Noord-Holland vindt om 19.00 uur overleg plaats tussen de ZSM-OvJ, de
politiekundige op ZSM en de RvdK over de vraag of overnachting in een politiecel
noodzakelijk is en over de mogelijkheid van IVS op een alternatieve locatie. Na 19.00
uur vindt overleg plaats op casusniveau, na 20.00 uur zonder inbreng van de RvdK. De
betrokkenheid van de RvdK maakt dat een eenduidig signaal wordt afgegeven naar de
minderjarige, in lijn met het te verwachten advies van de RvdK bij de beslissing de
voorlopige hechtenis wel of niet te schorsen. 163
Bij de pilots in 2017 en 2018 is ook de werkwijze van het beslissen en uitvoeren van
het ’s nachts ophouden van een minderjarige verdachte onderzocht. Bij een
aanhouding die na 22.00 uur of ’s nachts plaatsvond besliste de hOvJ over het wel of
niet ophouden voor onderzoek. 164
_______
159
    In veel andere regio’s is geen ZSM-jeugdtafel ingericht.
160
    Volgens de evaluatie van de pilot is de samenwerking tussen ketenpartners in andere regio’s
    weer anders vormgegeven dan in de regio Oost-Nederland.
161
    Het VAT voert onderzoekshandelingen uit, zoals een getuigenverhoor, buurtonderzoek en het
    verdachtenverhoor. Het VAT is onderdeel van de politie.
162
    J. Nijhuis, M. Vander Velpen & V. Drost 2017.
163
    J. Nijhuis & V. Drost 2018.
164
    J. Nijhuis & V. Drost 2018, Bijlage A (1).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 56 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 57 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             57
Minderjarigen in een politiecel
Overwegingen verblijf op een alternatieve locatie
In de regio’s Amsterdam, Noord-Holland, Groningen en Oost-Nederland wordt de IVS
standaard thuis uitgezeten tenzij dat niet mogelijk is. De belangrijkste overwegingen
zijn gelegen in de vraag of de ouder(s)/voogd in staat is/zijn de jongere zich aan de
afspraken te laten houden en de vraag of het om een ‘first offender’ of recidivist
gaat. 165
Het onderzoeksbelang, en met name het collusiegevaar, wordt in de pilots ook als
belangrijkste reden genoemd om minderjarige verdachten een nacht in de cel door te
laten brengen. Het belang van slachtoffers (in de nabije omgeving van de verdachte),
de aard en de ernst van het delict (zeden- en geweldsdelicten), first offender of
recidivist, de leeftijd (12-15 jaar of 16-17 jaar), de houding en het gedrag van de
minderjarige en de beschikbaarheid van een alternatieve locatie zijn ook genoemd als
overwegingen.
_______
165
    J. Nijhuis & V. Drost 2018, Bijlage A (2). Amsterdam, Noord-Holland en Oost-Nederland geven
    aan dat IVS vroeger standaard in het cellencomplex werd uitgezeten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 57 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 58 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                     58
Minderjarigen in een politiecel
Bijlage 4 Vragen bij belangenafweging IVS op een alternatieve
        locatie
Hierna volgt een overzicht van vragen die ketenpartners kunnen stellen in het kader
van de beslissing een minderjarige buiten de cel in verzekering te stellen. Het betreft
geen uitputtend overzicht. Het is aan de uitvoeringspraktijk een vragenlijst uit te
werken.
Belang van het kind:
•  Kunnen ouder(s), voogd, verzorger(s), andere familieleden of de instelling het kind
   ondersteunen en een positieve ontwikkeling van het kind beïnvloeden?
•  Wil het kind zelf naar huis of een instelling of in een politiecel overnachten? (kan
   indicatie zijn voor veiligheid thuis)
•  Kan onderwijs, stage of werk van het kind zo veel mogelijk doorgaan?
•  Hoe oud is het kind? (leeftijd en ontwikkeling)
•  Is er sprake van een lichte verstandelijke beperking (lvb) of een (gedrags)stoornis?
•  Bestaat er gevaar voor zelfmutilatie of zelfdoding?
•  Zijn ouders of voogd/verzorgers in staat voor het kind te zorgen?
•  Was er eerder sprake van huiselijk geweld of verwaarlozing?
•  Zijn er aanwijzingen voor mogelijke wraakacties van slachtoffers en nabestaanden
   of buurtbewoners?
•  Zijn er aanwijzingen voor een wraakactie van medeverdachten of uit het criminele
   circuit?
Onderzoeksbelang:
•  Is er voldoende bewijs?
•  Zijn medeverdachten voldoende verhoord?
•  Zijn medeverdachten nog niet verhoord en bestaat er een groot risico dat
   medeverdachten verklaringen op elkaar afstemmen?
•  Bestaat er een risico dat de verdachte een getuige onder bedreiging dwingt zijn
   verklaring aan te passen?
•  Bestaat er een risico dat essentieel bewijs verloren kan gaan?
•  Is aannemelijk dat de verdachte de plaats van IVS elders ontvlucht?
Belang van de maatschappij/slachtoffers en nabestaanden:
•  Is er sprake van een first offender of een recidivist?
•  Is er sprake van een veelpleger en/of een criminele levensstijl?
•  Is er sprake van een ernstig gewelds-of zedendelict waarbij sprake is van (een)
   slachtoffer(s) of (een) nabestaande(n)?
•  Is het risico op recidive groot volgens het preselect van het LIJ?
•  Is er gevaar voor de veiligheid van slachtoffers en nabestaanden of gevaar op
   confrontatie?
</pre>

====================================================================== Einde pagina 58 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 59 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        59
Minderjarigen in een politiecel
Praktische vragen:
•  Is er een alternatieve locatie, zoals het ouderlijk huis, een KV, JJI of JZP-instelling
   beschikbaar?
•  Bij verblijf bij ouders of familie: Hebben zij gezag over het kind en kunnen zij zich
   aan de afspraken houden?
•  Bij verblijf bij ouders of familie: Heeft het verblijf negatieve effecten op de andere
   gezinsleden/familieleden?
•  Is het kind gemotiveerd en in staat om zich aan de afspraken te houden?
</pre>

====================================================================== Einde pagina 59 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 60 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                 60
Minderjarigen in een politiecel
Bijlage 5 Lijst van geraadpleegde stakeholders
De Raad heeft gesproken met:
Ir. F.L.H. Alkemade, rijksbouwmeester/voorzitter College van Rijksadviseurs
Mr. A.P.G. de Beer, officier van justitie bij openbaar ministerie Rotterdam
Mr. M. Berger, jurist bij Defence for Children International
J. Boere, operationeel specialist Jeugd bij Politie Midden-Nederland
D. Bosma, hulpofficier van justitie bij de Nationale Politie
Mr. M.P. van Dunnen, inspecteur bij Politie Rotterdam
Drs. A. Frowijn, senior beleidsadviseur bij de Raad voor de Kinderbescherming
Drs. C.E. Hornstra, gedragswetenschapper bij de William Schrikker Groep
Ir. C. de Jonge, Politiebouwmeester/architect bij JHK Architecten
Mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter bij rechtbank Midden-Nederland
Mr. C. van der Kooi, beleidsadviseur bij de Kinderombudsman
Mr. C.M. Koole, advocaat/voorzitter Vereniging van Nederlandse Jeugdrechtadvocaten
Ir. C. van Marrelo, architect Atelier Rijksbouwmeester
Mr. E.M. Mijnarends, landelijk jeugdofficier van justitie bij openbaar ministerie
Drs. A. van Rheenen, orthopedagoog/gedragsdeskundige bij de Raad voor de
Kinderbescherming
Mr. C. Peterse, advocaat/bestuurslid Vereniging van Nederlandse
Jeugdrechtadvocaten
Mr. J. Pol, senior beleidsadviseur bij Parket-Generaal Openbaar Ministerie
R. van Roode, hulpofficier van justitie bij Nationale Politie
Drs. J.H. van der Spek, directeur Young in Prison
Mr. E. Vreeburg, senior ombudswerker bij de Kinderombudsman
E. Vrieling, projectcoördinator Young In Prison
W. Zwijnenburg, jeugdcoördinator bij Politie Zaanstad
Enkele ervaringsdeskundigen van Young in Prison (YIP)
Werkbezoeken:
Cellen Complex Noord-West Meer en Vaart in Amsterdam, 18 juni 2019
Politie Cellen Complex Houten, 19 juni 2019
Politiebureau Haarlem Centrum, 2 juli 2019
Schriftelijke informatie ontvangen van:
Mr. C.P. Dronkers, officier van justitie bij openbaar ministerie Oost-Nederland
Mr. A. van den Oever, officier van justitie bij openbaar ministerie Noord-Nederland
Jongerenraad Politie
Nationale Politie (cijfers)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 60 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 61 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                     61
Minderjarigen in een politiecel
Literatuurlijst
Berger 2017
M. Berger e.a., De aanhouding en inverzekeringstelling van minderjarigen en
jongvolwassen verdachten. Een kindgerichte aanpak en alternatieven voor de
politiecel, DFC/VNJA 2017.
Berger & Kroon 2011
M. Berger & C. van der Kroon, Een ‘paar nachtjes’ in de cel. Het VN-
Kinderrechtenverdrag en het voorarrest van minderjarigen in politiecellen, Leiden:
Defence for Children 2011.
Bosker & Kamphuis-van der Veer 2011
K.R Bosker & H.M. Kamphuis-van der Veer, Wachtruimte Civiele jeugd in het
gerechtsgebouw, nota van aanbevelingen, 2011 (Programma Jeugdrechtspraak,
Kindvriendelijkheid in Gerechtsgebouwen).
Cleiren, Crijns & Verpalen 2019
C.P.M. Cleiren, J.H. Crijns & M.J.M. Verpalen (red.), Tekst & Commentaar
Strafvordering, Den Haag: Wolters Kluwer 2019.
CTA 2018
Commissie van Toezicht Arrestantenzorg, Jaarverslag 2017 politie-eenheid
Amsterdam, Commissie Toezicht Arrestantenzorg Amsterdam, 2018.
CPT 2015
European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman and Degrading
Treatment, Living space per prisoner in prison establishments: CPT standards, CPT/Inf
(2015) 44.
Huls & Peterse, Tijdschrift jeugdrecht in de praktijk, 2018, afl. 4, p. 32-37
E. Huls & C. Peterse, ‘Een pleidooi voor een kindgerichte aanpak en alternatieven voor
de politiecel’, Tijdschrift jeugdrecht in de praktijk, afl. 4 2018, p. 32-37.
Inspectie Veiligheid en Justitie 2015
Inspectie Veiligheid en Justitie, Arrestantenzorg Nederland. Landelijke rapportage, Den
Haag: IVenJ 2015.
Jong & je wil wat 2018
Jong & je wil wat, Rapportage jongeren in de cel, Jong & je wil wat, 2018.
H. Kaal & B. de Jong 2017
H. Kaal & B. de Jong, Registratie van LVB-problematiek in het justitiële domein.
Onderzoek naar de haalbaarheid van en mogelijkheden voor het schatten van de
prevalentie van LVB binnen het justitiële domein op basis van bestaande registraties,
Den Haag: WODC 2017, B1 Raad voor de kinderbescherming p. 68-74, B4 Politie p.
87-90, B5 Openbaar Ministerie p. 91-94.
Kinderombudsman 2015
De Kinderombudsman, Rapport “Een nacht in de cel”. Een onderzoek naar aanleiding
van een klacht over het Openbaar Ministerie te Amsterdam en aanverwante signalen,
Den Haag: de Kinderombudsman 2015, KOM 007/2015.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 61 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 62 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                       62
Minderjarigen in een politiecel
Kinderombudsman 2016
De Kinderombudsman, ‘Achter slot en grendel’. Een onderzoek naar de
inverzekeringstelling van een minderjarige, Den Haag: de Kinderombudsman 2016,
KOM 2016/016.
Kinderombudsman 2019
De Kinderombudsman, Hoeveel nachtjes nog?, Den Haag: de Kinderombudsman 2019,
KOM 004/2019.
De Kinderombudsman 2019
De Kinderombudsman, In 4 stappen naar het beste besluit voor het kind. Het
Kinderrechtenverdrag als kompas bij besluitvorming, Den Haag: De Kinderombudsman
2019.
Kinderombudsman 2019
De Kinderombudsman, Stop! Onderzoek naar het optreden van de politie, Eenheid
Noord-Holland, Den Haag: de Kinderombudsman 2019, KOM 001/2019.
Ministerie van Veiligheid en Justitie 2012
Ministerie van Veiligheid en Justitie, Landelijk Instrumentarium Jeugdstrafrechtketen.
Leidraad in de keten, Den Haag: Ministerie van Veiligheid en Justitie, 2012.
Nationale Politie 2019
Politie, Verslag bijeenkomst jongerenraad Kinderen in de cel, 10 juli 2019.
Nationale Politie 2019
Nationale Politie, Landelijk Reglement Arrestantenzorg Politie, Nationale Politie, 2019.
Nijhuis, Vander Velpen & Drost 2017
J. Nijhuis, M. Vander Velpen & V. Drost, Rapportage onderzoek opvang/bejegening
jeugdige verdachten. Evaluatie van een pilot, Significant 2017.
Nijhuis & Drost 2018
J. Nijhuis & V. Drost, Een nacht in de cel is geen kinderspel, Significant 2018.
Ontwikkelagenda ZSM 2018
Ontwikkelagenda VVE ZSM 2018-2020, 2018.
Rietveld, Tijdschrift voor de Politie, 2013, afl. 9-10, p. 26-30
F. Rietveld, ‘De magistratelijkheid van de hOvJ’, Tijdschrift voor de Politie, 2013, afl.
9-10, p. 26-30.
RSJ 2012
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Goed bejegenen: beginselen
voor het overheidsoptreden tegenover mensen die een justitiële straf of maatregel
ondergaan, Den Haag: RSJ 2012.
RSJ 2018
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Advies EU richtlijn Jeugd, Den
Haag: RSJ 2018.
Uit Beijerse 2017
Uit Beijerse, J., Jeugdstrafrecht. Beginselen, wetgeving en praktijk, Apeldoorn: Maklu,
2017.
Valkeman 2015
S. Valkeman, Jeugdigen in politiecellen. Een onderzoek naar de ervaringen van
betrokken professionals met de toepassing van alternatieven, een kindvriendelijker
</pre>

====================================================================== Einde pagina 62 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 63 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                     63
Minderjarigen in een politiecel
verblijf en beperking van de termijn in het licht van de Europese en internationale
kinderrechten, Rotterdam: Erasmus Universiteit Rotterdam masterscriptie 2015.
P. Vrij & H. Kaal 2018
P. Vrij & H. Kaal, Licht verstandelijke beperking en de jeugdreclassering. Een
handreiking voor jeugdreclasseringswerkers over de begeleiding van delinquente
jongeren met een LVB, Leiden: Hogeschool Leiden 2018, p. 17-20.
Wennekes, Proces, afl. 5, p. 329-336
V. Wennekes, ‘Minderjarige verdachten in een politiecel’, Proces, 2019, afl. 5, p. 329-
336.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 63 =================================================================

<br><br>