<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>5 december 2022
Vergrijzing in detentie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                        2
Vergrijzing in detentie
Inhoud
Samenvatting                                                             3
Afkortingenlijst                                                         8
1           Inleiding                                                    9
1.1         Een beleid voor ouderen in detentie                          9
1.2         Cijfers en beleidscontext                                   10
1.3         Aanleiding, vraag- en doelstelling                          11
1.4         Definitie van oudere gedetineerden                          12
1.5         Werkwijze en afbakening                                     13
1.6         Leeswijzer                                                  15
2           Instroom in detentie                                        16
3           Verblijf in detentie                                        19
3.1         Verblijf in aparte oudereninrichtingen of ouderenafdelingen 19
3.2         Zorg voor oudere gedetineerden                              22
3.3         Dagbesteding in detentie: arbeid en zingeving               26
3.4         Bouwkundige en technische aanpassingen in de inrichtingen   27
4           Uitstroom: voorbereiding op terugkeer in de samenleving     30
5           Slotconclusies en aanbevelingen                             33
5.1         Slotconclusies                                              33
5.2         Aanbevelingen                                               33
6           Geraadpleegde stukken                                       36
6.1         Literatuur                                                  36
6.2         Kamerstukken, regelgeving en beleidsstukken                 38
Bijlage 1 Gesprekspartners                                              39
Bijlage 2 Tabellen                                                      41
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                       3
Vergrijzing in detentie
         Samenvatting
De maatschappij vergrijst, dat wil zeggen dat het aandeel ouderen in de bevolking
stijgt. Dit is eveneens in het gevangeniswezen merkbaar. De penitentiaire inrichtingen
(PI’s) worden geconfronteerd met oudere gedetineerden die te maken hebben met aan
ouderdom gerelateerde problemen en zorgbehoeften. De situatie is actueel en urgent
in individuele gevallen maar nu nog beheersbaar doordat het aantal oudere
gedetineerden relatief klein is én de problemen met improvisatie en veel inzet van
personeel zoveel mogelijk verholpen kunnen worden. Maar het gevangeniswezen is
niet structureel ingericht en voorbereid op de (zorg-)behoeften en wensen van oudere
gedetineerden. Dit geldt voor alle aspecten van het verblijf in detentie, inclusief de
voorfase en de uitstroom. De situatie wordt alleen maar nijpender als in de komende
jaren het aantal oudere gedetineerden toeneemt, zoals de verwachting is.
In dit advies stelt de RSJ dat een beleid voor ouderen in detentie ontwikkeld en
geïmplementeerd moet worden en dat – waar nodig – regelgeving wordt aangepast en
praktische maatregelen worden genomen. Dat beleid zou moeten zien op:
    de instroomfase (de advisering over de strafoplegging, de vordering van de
     officier van justitie, de plaatsing en de intake in de PI);
    het verblijf in detentie (meest geschikte verblijfplaats voor oudere gedetineerden,
     de zorg voor ouderen in al zijn facetten, dagbesteding, zingeving, en bouwkundige
     en technische aanpassingen in de inrichtingen) en;
    de uitstroom (voorbereiding van re-integratie en feitelijke terugkeer naar de
     maatschappij).
In het advies wordt dit verder uitgewerkt. Hieronder volgen de hoofdlijnen.
Instroom in detentie
De RSJ is van mening dat het uitgangspunt moet zijn dat, mits de veiligheid het
toelaat, wordt voorkomen dat een oudere verdachte in detentie terecht komt. De
reclassering dient hier in haar advies aan de officier van justitie en de rechter
aandacht voor te hebben, evenals de officier van justitie in zijn strafeis.
In het bijzonder dient – wanneer het een oudere verdachte betreft – te worden
overwogen of detentie passend en geboden is. Wanneer dat niet het geval is adviseert
de reclassering aan de officier van justitie en de rechter bij voorkeur om af te zien van
een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en in plaats daarvan voor een andere
afdoening te kiezen.
In voorkomende gevallen waarin vrijheidsbeneming onvermijdelijk is, vindt deze bij
voorkeur plaats in de eigen regio (de regio waarin de laatste woonplaats van de
gedetineerde ligt), zodat familie en vrienden zo min mogelijk door reistijd worden
belemmerd om de gedetineerde te bezoeken. Dit met het oog op het in stand houden
van het (vaak beperktere) sociale netwerk van de oudere gedetineerde. Tevens zou de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      4
Vergrijzing in detentie
selectiefunctionaris moeten meewegen of de PI met een rolstoel toegankelijk is en
beschikt over voorzieningen zoals medische (thuis)zorg.
Verblijf van oudere gedetineerden
    –    Meest geschikte verblijfplaats voor ouderen
Bij de plaatsing van ouderen in detentie is maatwerk van groot belang. Oudere
gedetineerden die zich prima kunnen handhaven op reguliere afdelingen, kunnen op
die afdelingen verblijven. Maar de meer kwetsbare ouderen zijn het beste af op klein-
schalige afdelingen, waar zij meer aandacht krijgen en waar meer controle plaatsvindt
op ongewenste confrontaties tussen jongere en oudere gedetineerden (afpersing,
pestgedrag).
Om die reden zouden in PI’s kleinschalige afdelingen gecreëerd dienen te worden waar
ouderen kunnen verblijven. Dan hoeft niet meer – zoals nu in de praktijk gebeurt – te
worden uitgeweken naar de EZV-afdelingen (Extra Zorgvoorziening), die niet voor
ouderen als zodanig zijn bedoeld.
Het inrichten van een aparte ouderengevangenis in ons land, zoals in bijvoorbeeld
Duitsland bestaat, ligt niet voor de hand. Voor een meerderheid van oudere
gedetineerden zou dit betekenen dat zij niet meer regionaal geplaatst kunnen worden,
met alle negatieve gevolgen van dien, zoals het (dreigend) verlies van contact met het
sociaal netwerk.
    –    Zorg voor oudere gedetineerden
De medische diensten in de PI’s hebben zeker aandacht voor de zorg van oudere
gedetineerden. Uit zowel literatuur als een rondgang in de praktijk komt het beeld
naar voren dat in de reguliere somatische en psychische zorg voor oudere
gedetineerden is voorzien maar dat hier wel versterking nodig is. In de huidige situatie
is de druk hoog en die zal in de komende decennia, met het toenemend aantal
ouderen in detentie, alleen maar hoger worden.
Het ontbreekt in het penitentiaire zorgpalet echter wel aan specialistische kennis en
menskracht op het gebied van geriatrie en (psycho-)geriatrische zorg. Tevens is de
hulp bij algemene dagelijkse levensverrichtingen en thuiszorgtaken in de PI’s niet
voldoende geregeld. Wellicht dat hier penitentiair inrichtingswerkers (piw-ers) die
extra zijn opgeleid voor (het uitvoeren van) zorgtaken uitkomst kunnen bieden. Ook
kan gedacht worden aan het opnemen van thuiszorgwerkers in de medische diensten
van de PI’s.
    –    Dagbesteding: arbeid en zingeving
Het is van belang oudere gedetineerden passende, uitdagende en prikkelende arbeid
aan te bieden. Tevens is het van belang dat er een programma komt waarmee oudere
gedetineerden geholpen worden bij zingevingsvraagstukken en concrete handvatten
aangereikt krijgen om hiermee aan de slag te gaan.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                    5
Vergrijzing in detentie
    –    Bouwkundige en technische aanpassingen in de inrichtingen
Er is behoefte aan extra voorzieningen en bouwkundige aanpassingen van de cellen
waarin oudere gedetineerden verblijven. Het gaat hierbij vooral om praktische zaken
zoals bredere cellen en celdeuren waardoor het mogelijk wordt om met een rollator de
cel te betreden en daar ook binnen gebruik van te maken. Daarnaast bestaat behoefte
aan hoog-laagbedden, verhoogde toiletten en handgrepen aan de muur in het sanitaire
gedeelte van de cel.
Niet alleen de bouw en inrichting zijn bepalend voor de geschiktheid van een cel voor
oudere gedetineerden. Ook de indeling en de voorzieningen van de PI spelen hierin
een rol: algemene ruimtes, arbeidsruimtes en de luchtplaats moeten ook voor oudere
gedetineerden goed bereikbaar zijn.
Uitstroom: voorbereiding op terugkeer in de samenleving
Re-integratie is vooral gestoeld op het verrichten van arbeid buiten de inrichting, om
na detentie weer in de maatschappij te kunnen meedraaien. Dit kan
pensioengerechtigde ouderen niet worden verplicht. Voor ouderen die desondanks
bereid zijn om te werken is het vrijwel onmogelijk om passende arbeid te vinden.
Hierdoor komen oudere gedetineerden niet of nauwelijks in aanmerking voor deelname
aan een penitentiair programma of voor plaatsing op een beperkt beveiligde afdeling,
waardoor zij in hun re-integratietraject vastlopen.
Ook komen lang niet alle oudere gedetineerden voor voorwaardelijke invrijheidstelling
in aanmerking omdat het lastig is om passende dagbesteding – niet bestaande uit
betaalde arbeid – voor hen te vinden, vanwege hun detentiegeschiedenis. Door de
huidige inrichting van re-integratie hebben oudere gedetineerden hierbij minder
mogelijkheden dan jongere gedetineerden.
Langdurig gestraften kunnen na het einde van hun detentie vaak niet zomaar weer
meedraaien in de maatschappij omdat zij een achterstand hebben op het gebied van
de huidige digitale middelen, zoals computers en smartphones.
Bij oudere gedetineerden zal het ondersteunende en beschermende netwerk beperkter
zijn dan bij jongeren omdat ouders en familieleden zijn weggevallen. Dit vraagt extra
inspanning bij de re-integratie.
Slotconclusies
   Het aantal ouderen in het gevangeniswezen neemt toe en zal de komende jaren
    naar verwachting nog verder toenemen. Een specifiek beleid voor ouderen in
    detentie ontbreekt. De PI’s worden geconfronteerd met oudere gedetineerden die
    te maken hebben met aan ouderdom gerelateerde problemen en zorgbehoeften.
    De situatie is actueel en urgent in individuele gevallen maar nu nog beheersbaar
    doordat het aantal oudere gedetineerden relatief klein is én de problemen met
    improviseren en veel inzet van personeel zoveel mogelijk verholpen kunnen
    worden. De voorzieningen in de PI’s zijn op dit moment in het algemeen niet
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        6
Vergrijzing in detentie
     afgestemd op de problemen en zorgbehoeften van oudere gedetineerden. De
     centrale vraag van dit advies – “In hoeverre is het gevangeniswezen toegerust op
     oudere gedetineerden?” – is hiermee beantwoord.
    Het feit dat het gevangeniswezen niet op de problemen en (zorg)behoeften van
     oudere gedetineerden is ingericht, betekent dat de tenuitvoerlegging in individuele
     gevallen niet in alle opzichten aan de wettelijke vereisten voldoet. Hier wordt onder
     meer gedoeld op situaties waarin de benodigde zorg niet wordt geleverd en de
     veiligheid van gedetineerden niet is gewaarborgd (afpersing, pesten). Dergelijke
     situaties doen zich nu in individuele gevallen voor, maar kunnen door de verwachte
     toename van oudere gedetineerden in de komende jaren vaker optreden en
     structureel worden. De RSJ is bezorgd dat daarmee de humaniteit en de legitimiteit
     van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf voor oudere gedetineerden in het
     gedrang kunnen komen.
Aanbevelingen
    Aan de minister voor Rechtsbescherming:
1. a) Ontwikkel en implementeer een landelijk beleid voor ouderen in detentie zodat
    een blijvende legitieme en humane tenuitvoerlegging van de straffen kan worden
    gerealiseerd. Neem de hierbij behorende praktische maatregelen en pas – voor
    zover nodig – regelgeving aan.
    Aan de Dienst Justitiële Inrichtingen en aan PI-directeuren:
     b) Onderneem in afwachting van het beoogde ouderenbeleid nu al actie ten
     aanzien van problemen waar oudere gedetineerden tegenaan lopen. Dit geldt in
     het bijzonder voor het pesten en afpersen van oudere gedetineerden door andere
     (jongere) gedetineerden.
    Aan de minister voor Rechtsbescherming:
2. a) Zorg voor een beleidsrichtlijn voor de reclassering en het openbaar ministerie
    om zoveel mogelijk te voorkomen dat ouderen in detentie komen, mits de
    veiligheid van de samenleving het toelaat.
    Aan de reclassering:
    b) Adviseer de officier van justitie en de rechter om bij oudere verdachten, waar
    mogelijk, af te zien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en kies in plaats
    daarvan voor een andere afdoening. Bijvoorbeeld een voorwaardelijke gevangenis-
    straf met locatiegeboden (‘huisarrest’) of gebiedsverboden die met behulp van elek-
    tronisch toezicht gecontroleerd worden, met daarbij mogelijk contactverboden,
    dagbesteding of behandeling als voorwaarden.
    Aan het Psycho Medisch Overleg in de PI’s:
    c) Onderzoek bij de intake in de PI of de oudere gedetineerde detentiegeschikt is.
    Herhaal dit periodiek tijdens het verblijf in detentie (bijvoorbeeld halfjaarlijks).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                   7
Vergrijzing in detentie
    Aan de selectiefunctionaris en aan PI-directeuren:
3. Zorg dat kwetsbare oudere gedetineerden op een kleinschalige afdeling kunnen
    verblijven, met handhaving van het uitgangspunt van regionale plaatsing en zonder
    daarmee de EZV-afdelingen te belasten, aangezien die voor een andere categorie
    gedetineerden zijn bedoeld.
    Aan de Dienst Justitiële Inrichtingen en aan PI-directeuren:
4. a) Versterk de capaciteit van de reguliere somatische en psychische zorg voor
    oudere gedetineerden om in de huidige situatie en de (nabije) toekomst aan de
    zorgplicht te kunnen voldoen.
    b) Organiseer de beschikbaarheid van geriatrische deskundigheid en geriatrische
    zorg in het gevangeniswezen.
    c) Organiseer tevens de beschikbaarheid van hulp bij ADL en thuiszorgtaken in de
    PI’s. Overweeg hiervoor thuiszorgmedewerkers aan de medische diensten in de PI’s
    toe te voegen.
    Aan de Dienst Justitiële Inrichtingen en aan PI-directeuren:
5. a) Bied oudere gedetineerden passende, uitdagende en prikkelende arbeid en/of
    dagbesteding aan.
    b) Help oudere gedetineerden invulling te geven aan de behoefte aan zingeving en
    reik hen daartoe concrete handvatten aan. Denk aan werk in de tuin van de PI en
    creatieve bezigheden. Betrek de geestelijke verzorging bij de invulling van het
    zingevingsvraagstuk.
    Aan de Dienst Justitiële Inrichtingen en aan PI-directeuren:
6. Zorg voor extra voorzieningen en bouwkundige aanpassingen van cellen waarin
    oudere gedetineerden verblijven en zorg dat algemene ruimtes, arbeidsruimtes en
    luchtplaatsen ook voor oudere gedetineerden goed bereikbaar zijn.
    Aan de minister voor Rechtsbescherming:
7. Stem de regels in het re-integratieproces af op de situatie van ouderen. Zorg dat
    hierin geen nadruk ligt op het verrichten van betaalde arbeid aangezien dit
    gepensioneerden niet verplicht kan worden en het bovendien voor deze
    leeftijdsgroep moeilijk is passende arbeid te vinden.
    Aan de Dienst Justitiële Inrichtingen en aan PI-directeuren:
8. Zorg voor scholing en voorlichting aan oudere gedetineerden over de moderne
    samenleving en bijbehorende praktische (digitale) zaken. Voor een geslaagde
    re-integratie van oudere gedetineerden is dit van groot belang.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming      8
Vergrijzing in detentie
Afkortingenlijst
ADL              algemene dagelijkse levensverrichtingen
AOW              Algemene Ouderdomswet
BBA              Beperkt Beveiligde Afdeling
DJI              Dienst Justitiële Inrichtingen
EZV              Extra Zorgvoorziening
GGZ              Geestelijke Gezondheidszorg
JCvSZ            Justitieel Centrum voor Somatische Zorg
miva-cel         minder valide cel
PI               Penitentiaire Inrichting
piw-er           Penitentiair Inrichtingswerker
PP               Penitentiair Programma
PPC              Penitentiair Psychiatrisch Centrum
TBS              terbeschikkingstelling
v.i.             voorwaardelijke invrijheidstelling
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               9
Vergrijzing in detentie
1        Inleiding
1.1      Een beleid voor ouderen in detentie
  Centrale kernboodschap:
  Om te anticiperen op het toenemend aantal ouderen binnen detentie is het van
  belang op korte termijn landelijk beleid en regelgeving voor oudere gedetineerden
  te ontwikkelen, naast praktische maatregelen, om een legitieme en humane
  tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf van oudere gedetineerden mogelijk te
  kunnen blijven maken.
De maatschappij vergrijst, dat wil zeggen dat het aandeel ouderen in de bevolking
stijgt.1 Dit is eveneens te zien in het gevangeniswezen. De PI’s worden geconfronteerd
met oudere gedetineerden die te maken hebben met aan ouderdom gerelateerde
problemen en zorgbehoeften (bijvoorbeeld geriatrie). De situatie is nu nog
beheersbaar doordat het aantal oudere gedetineerden relatief klein is en de problemen
met improvisatie en veel inzet van personeel zoveel mogelijk verholpen kunnen
worden. Het gevangeniswezen is echter niet structureel op de (zorg-)behoeften en
wensen van oudere gedetineerden ingericht en voorbereid. Dit geldt voor alle aspecten
van het verblijf in detentie, inclusief de voorfase en de uitstroom.2 De situatie wordt
– zonder passende maatregelen – alleen maar nijpender als in de komende jaren het
aantal oudere gedetineerden toeneemt, zoals de verwachting is.
Dat het gevangeniswezen onvoldoende op de noden van de bedoelde categorie is
ingericht vindt zijn oorzaak in het ontbreken van een landelijk ouderenbeleid binnen
het gevangeniswezen. Terzijde zij opgemerkt dat de RSJ in het verleden, in een advies
over levenslanggestraften heeft aanbevolen in PI’s aparte afdelingen in te richten waar
zorg en bejegening zijn afgestemd op de – veelal oudere – (levens)langgestrafte.3 Dit
heeft echter niet geleid tot de voorgestelde aanpassingen in het gevangeniswezen.
De RSJ stelt zich nu op het standpunt dat een beleid voor ouderen in detentie
ontwikkeld en geïmplementeerd moet worden en dat regelgeving wordt aangepast
– waar dat nodig is – en praktische maatregelen worden genomen. Dat beoogde beleid
moet zien op:
     a. de instroomfase (de advisering over de strafoplegging, de vordering van de
         officier van justitie, de plaatsing en de intake in de PI),
_______
1
    Volgens sommigen is er zelfs sprake van een ‘dubbele vergrijzing’: er zijn meer ouderen én de
    ouderen worden ouder dan vroeger (Van der Laan, geciteerd door De Graaf 2017, p. 45-46).
2
    Aldus heeft de RSJ geconstateerd op basis van de gesprekken die in het kader van dit advies
    zijn gevoerd.
3
    RSJ, Advies Levenslang, perspectief op verandering, 2006.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             10
Vergrijzing in detentie
     b. het verblijf in detentie (meest geschikte verblijfplaats voor oudere
         gedetineerden, de zorg voor ouderen in al zijn facetten, dagbesteding,
         zingeving, en bouwkundige en technische aanpassingen in de inrichtingen) en;
     c. de uitstroom (voorbereiding van re-integratie en feitelijke terugkeer naar de
         maatschappij.
1.2      Cijfers en beleidscontext
Vergrijzing in cijfers
Er is een toename van het aantal gedetineerden van 65 jaar en ouder. Bedroeg het
aantal 65-plussers onder het totaal van gedetineerden in 2005 nog 310, in 2021 lag
dat aantal op 580, bijna twee keer zoveel, zo blijkt uit cijfers van het CBS (zie tabel 1
in bijlage 2).
De stijging van 65-plussers in het gevangeniswezen wordt nog duidelijker als die wordt
gerelateerd aan het totaal aantal gedetineerden. De populatie gedetineerden daalt al
jaren in omvang (zie tabel 1 in bijlage 2). In 2005 werden 50.650 mensen
gedetineerd, in 2021 waren dat er 29.370. Daarmee lag het percentage gedetineerden
van 65 jaar en ouder in 2005 op 0,6%; in 2021 was dat percentage gestegen tot
1,9%. Dat betekent meer dan een verdrievoudiging, waarbij opgemerkt moet worden
dat het desondanks nog om bescheiden aantallen gaat.
Naar verwachting zal het aantal oudere gedetineerden in de komende jaren nog meer
toenemen. Volgens prognoses van het CBS neemt in de periode tot 2035 het aantal
65-plussers in de bevolking toe met ruim één miljoen (zie tabel 2 in bijlage 2). Het ligt
voor de hand dat hiermee ook het aantal ouderen in detentie toeneemt. Daarnaast
speelt de toename van het aantal levenslanggestraften in de afgelopen jaren een rol
bij de vergrijzing. In het jaar 2000 telde ons land tien levenslanggestraften, in 2010
waren dat er ongeveer dertig en momenteel ligt het aantal onherroepelijk
levenslanggestraften in Nederlandse inrichtingen rond de veertig. Daarnaast zijn er
nog vijftien andere verdachten die zijn veroordeeld tot een levenslange
gevangenisstraf die nog niet onherroepelijk is.4 Ook kan de in 2021 doorgevoerde
wijziging van de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.), van een derde van de
strafduur tot maximaal twee jaar bij met name de langere straffen leiden tot een forse
verlenging van de verblijfsduur in detentie en daarmee tot een verhoging van de
leeftijd tijdens detentie.5
Beleidscontext
De vergrijzing van de gedetineerdenpopulatie is vooralsnog geen onderwerp dat de
politieke gemoederen sterk bezighoudt. In het meest recente regeerakkoord is er niets
over te vinden. Toch is het een onderwerp dat regelmatig in de belangstelling staat. Zo
_______
4
    Volgens cijfers van het Forum levenslang, zie: https://forumlevenslang.nl/
5
    Dit is geregeld in de Wet Straffen en Beschermen die op 1 juli 2021 in werking is getreden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                              11
Vergrijzing in detentie
heeft strafrechtsadvocaat Wim Anker zich erover uitgelaten, met name over het
realiseren van aparte afdelingen of inrichtingen voor oudere gedetineerden.6
Naar aanleiding daarvan stelden in oktober 2016 de toenmalige PvdA-Kamerleden
Brouwer en Recourt Kamervragen aan de Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie.7
De staatssecretaris antwoordde dat in Nederlandse gevangenissen geen speciale
detentieplekken zijn ingericht voor 60-plussers. Hij achtte dit ook niet noodzakelijk
omdat iedere gedetineerde zorg op maat krijgt. Iedere gedetineerde met een
psychische of fysieke beperking krijgt volgens hem de zorg en de voorzieningen die hij
of zij nodig heeft. De zorgbehoefte van een gedetineerde staat centraal, niet de
leeftijd.
De door de staatssecretaris geschetste situatie en aanpak zijn nog steeds actueel, in
zoverre dat er geen specifiek ouderenbeleid in detentie is, maar dat in het
gevangeniswezen een persoonsgerichte benadering het uitgangspunt is.8 Volgens dat
uitgangspunt wordt elke gedetineerde datgene geboden dat bij zijn of haar situatie en
zorgbehoeften past.
1.3      Aanleiding, vraag- en doelstelling
Aanleiding tot dit advies
Directe aanleiding voor de RSJ om dit adviestraject te starten is dat de
gevangenispopulatie in toenemende mate vergrijst terwijl het gevangeniswezen geen
specifiek beleid voor oudere gedetineerden kent en daar – zo was de indruk bij
aanvang van dit adviestraject – vermoedelijk niet, of niet voldoende, op is ingericht.
Het is aannemelijk dat oudere gedetineerden in vergelijking met jongere
gedetineerden andere wensen en (zorg-)behoeften hebben. Te denken valt aan meer
en andere zorg (geriatrie), rolstoeltoegankelijkheid van cellen, meer rust en
aangepaste dagbesteding en activiteiten.
Vraagstelling
De centrale vraag van dit advies luidt:
In hoeverre is het gevangeniswezen toegerust op oudere gedetineerden?
De centrale vraag is uitgewerkt in een aantal deelvragen, geconcentreerd rondom de
behoeften en noden van oudere gedetineerden, de huidige situatie in de praktijk,
regelgeving, ideeën over aanpassingen en mogelijke alternatieven.
Doelstelling
De RSJ beoogt met dit advies de aandacht van de autoriteiten te vestigen op
vergrijzing binnen detentie en daaraan verbonden vraagstukken; ook beoogt de RSJ
met dit advies een bijdrage te leveren aan de tijdige ontwikkeling en inhoud van een
_______
6
    https://www.ankerenanker.nl/nieuws/archief/2802_wim-anker-pleidooi-voor-invoering-
    seniorenstrafrecht.
7
    Aanhangsel Handelingen II 2016-2017, nr. 392.
8
    Zie: https://www.dji.nl/justitiabelen/volwassenen-in-detentie/persoonsgerichte-benadering;
    de persoonsgerichte benadering is vastgelegd in de Wet Straffen en Beschermen, die op 1 juli
    2021 in werking is getreden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                              12
Vergrijzing in detentie
ouderenbeleid om een legitieme en humane tenuitvoerlegging van de detentie
mogelijk te blijven maken voor alle gedetineerden.
1.4      Definitie van oudere gedetineerden
De vraag wanneer sprake is van oudere gedetineerden is niet eenvoudig te
beantwoorden. Waar de grens wordt getrokken tussen oudere en niet-oudere
gedetineerden is arbitrair en verschilt van land tot land.9
Wie is oud en wie moet als oud beschouwd worden? De volgende overwegingen spelen
hierbij een rol.
De gebruikelijke grens die in Nederland wordt gehanteerd om ouderdom in de
algemene bevolking te definiëren is 65 jaar. Van oudsher was dit de
pensioengerechtigde leeftijd. De leeftijdsgrens van 65 jaar sluit aan bij de
leeftijdsgrenzen die het CBS gebruikt in bevolkingsoverzichten en cijfers over
gedetineerden (zie bijvoorbeeld tabel 1 en 2 in bijlage 2 bij dit advies.)
In internationale studies over oudere gedetineerden wordt betoogd dat het beter is om
de leeftijd van 50-55 jaar aan te houden als grens tussen oudere en jongere
gedetineerden.10 Dit vanwege de versnelde veroudering van (langgestrafte)
gedetineerden, waarin hun biologische leeftijd hun kalenderleeftijd met ongeveer tien
á twaalf jaar overtreft. Een relatief lage ondergrens van 50-55 jaar past gevoelsmatig
minder goed bij de stijgende gemiddelde leeftijd in de samenleving.
Het probleem is dat geen enkele leeftijdsgrens, of dat nu 50 of 65 is of iets daar
tussenin, recht doet aan individuele verschillen: de ene 80-jarige is de andere niet; de
ene 80-jarige loopt nog de marathon, de andere loopt met een rollator. Verder wekt
het hanteren van een leeftijdsgrens ten onrechte de indruk dat degenen die aan een
kant van de grens zijn ingedeeld (bijvoorbeeld de ouderen) een homogene groep
vormen wat betreft kenmerken en gedrag. Echter de problemen en beperkingen van
een 65-jarige zijn mogelijk van heel andere aard dan die van een 85-jarige. De
bedoelde individuele verschillen hebben te maken met verschillen in fysieke en
mentale gezondheid/vitaliteit en deze vertonen geen één–op–één–relatie met leeftijd.
Regelmatig kan dan ook beluisterd worden dat bij de definiëring van het begrip
‘oudere gedetineerde’ niet zozeer de leeftijd bepalend is, maar veeleer de vitaliteit,
kwetsbaarheid en zorgbehoefte.11
Vanwege de bovenstaande overwegingen is het eigenlijk ondoenlijk een expliciete
leeftijdsgrens aan te geven die markeert wie als oudere gedetineerde wordt
beschouwd en wie niet.
Desondanks is, om de tenuitvoerlegging in de praktijk werkbaar te houden, een
leeftijdsgrens nodig. Als leeftijdsgrens hanteert de RSJ in dit advies indicatief de
_______
9
    Zie o.a. United Nations Office on drugs and crime, Handbook on prisoners with special needs;
    New York, United Nations, 2009.
10
    Zie o.a. United Nations Office on drugs and crime, Handbook on prisoners with special needs;
    New York, United Nations, 2009, p. 123.
11
    Zie onder andere Giele 2017, p. 22; De Graaf 2017, p. 48; ook tijdens de gesprekken die ter
    voorbereiding op dit advies zijn gevoerd werd dit argument meer dan eens naar voren
    gebracht.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        13
Vergrijzing in detentie
leeftijd van 65 jaar. Tegelijkertijd dienen bij beslissingen over de meest passende
vorm van (tenuitvoerlegging van) de straf en andere daaraan gerelateerde
beslissingen (bijvoorbeeld over zorg of plaatsing) vooral de gezondheid, vitaliteit,
kwetsbaarheid en zorgbehoefte van de individuele gedetineerde te worden
meegewogen. In die weging zouden gedetineerden van 50-65 jaar met speciale
aandacht moeten worden bekeken, ook vanwege het argument dat sommige
gedetineerden in fysiologisch opzicht circa tien jaar ouder zijn dan hun kalenderleeftijd
aangeeft.
1.5      Werkwijze en afbakening
Werkwijze
Tijdens de voorbereiding van dit advies is literatuur bestudeerd, namelijk:
wetenschappelijke artikelen, onderzoeksrapporten, beleidsdocumenten, cijfermatige
overzichten, kamerstukken en wet- en regelgeving.
Tevens zijn gesprekken gevoerd met ruim twintig deskundigen die vanwege hun
functie zicht hebben op het onderwerp van dit advies. Zo is gesproken met diverse
functionarissen van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) van het ministerie van
Justitie en Veiligheid (JenV), van zowel het hoofdkantoor als de inrichtingen in het
land, de klankbordgroep van de commissies van toezicht, de advocatuur, de
reclassering, een hoogleraar klinische neuropsychologie en vertegenwoordigers van
een ouderenbond. Daarnaast is met zes oudere mannelijke en vrouwelijke
gedetineerden gesproken, waaronder één levenslanggestrafte.12
De gesprekken vonden soms digitaal en soms fysiek plaats. Sommige gesprekken
waren rondetafelbijeenkomsten met circa vijf deelnemers; in andere bijeenkomsten
werd met één of twee personen gesproken. De gesprekken hadden de vorm van deels
open, deels gestructureerde interviews waarin in elk geval een aantal vaste thema’s
aan de orde kwam.
Afbakening
     –   Strafrechtelijke fasen: instroom - tenuitvoerlegging - uitstroom
De taakopdracht van de RSJ is, waar het de volwassenen betreft, beperkt tot de
tenuitvoerlegging van sancties.13 Daarom is dit advies vooral gericht op het verblijf in
detentie. De RSJ heeft geconstateerd dat tijdens de fase vóór het verblijf in detentie,
de instroomfase, soms overwegingen een rol spelen over de vraag of detentie passend
is bij een oudere verdachte, in verband met aan leeftijd gerelateerde problematiek
en/of kwetsbaarheid. Dat gebeurt met name in het reclasseringsadvies aan de officier
van justitie en de rechter en in de eis van de officier van justitie ten aanzien van de op
te leggen straf. De RSJ vindt het relevant aan die overwegingen in het advies aandacht
te besteden, alhoewel hier de grens van de taak van de RSJ in beeld komt.
_______
12
    Zie bijlage 1 voor een volledig overzicht van de gespreksdeelnemers.
13
    Artikel 24 Instellingswet Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, 2020.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                    14
Vergrijzing in detentie
Tevens heeft de RSJ gemeend aandacht te moeten besteden aan hetgeen zich ná de
detentie van ouderen afspeelt, de uitstroom: hoe verloopt de resocialisatie/re-
integratie van oudere gedetineerden in het algemeen, en hoe gaat dat wanneer sprake
is van lichamelijke en/of psychische beperkingen?
     –   Verschillende typen oudere gedetineerden
Bij oudere gedetineerden is, als gezegd, geen sprake van een homogene groep. De
literatuur onderscheidt drie typen oudere gedetineerden:
1.    gedetineerden die op latere leeftijd voor het eerst met het gevangeniswezen te
      maken krijgen,
2.    recidivisten die gedurende hun leven regelmatig in de gevangenis verblijven, en
3.    (levens)langgestraften die in de gevangenis oud worden of zijn geworden.14
Met name voor de eerste categorie zou het verblijf in de gevangenis een traumatische
ervaring zijn.15 Bij de informatieverzameling voor dit advies en in het advies zelf is
rekening gehouden met dit onderscheid. In het advies wordt, waar relevant,
gedifferentieerd naar de onderscheiden typen gedetineerden.
     –   Aandacht voor oudere vrouwelijke gedetineerden
Volgens de literatuur kampen oudere vrouwen in detentie met andere problemen dan
mannen in dezelfde positie en hebben zij andere behoeften dan mannen.16 Ook zouden
oudere vrouwen in detentie gemakkelijk het slachtoffer worden van geweld en
mishandeling en als gevolg daarvan behoefte aan psychische hulp kunnen hebben.17
Verder zouden oudere vrouwen in detentie speciale zorgbehoeften hebben die verband
houden met gynaecologische klachten, osteoporose (botontkalking) en de overgang in
het algemeen.18
Tijdens de gevoerde gesprekken heeft de RSJ geen informatie verkregen die de
hierboven geschetste literatuurbevindingen ondersteunt, ook niet na expliciet
doorvragen. Dit betekent niet dat de in de literatuur beschreven problemen zich in de
praktijk niet voordoen. Het aantal oudere vrouwen in detentie is vooralsnog beperkt.
Hoewel dit advies ook van toepassing is op vrouwelijke gedetineerden, ligt de focus op
oudere mannelijke gedetineerden.
     –   Diversiteit en gedetineerden met een migratie-achtergrond
Diversiteit komt in dit advies aan bod door de focus op oudere gedetineerden. Verder
is bij de gegevensverzameling in de praktijk expliciet geïnformeerd naar de situatie
van oudere gedetineerden met een migratie-achtergrond. Hieruit kwamen geen feiten
naar voren die erop wijzen dat migratie-achtergrond een factor is waarmee in dit
advies rekening moet worden gehouden.
_______
14
    Zie onder andere Crawley & Sparks 2006.
15
    Crawley & Sparks 2006.
16
    Zie onder andere Giele, 2017, p. 24.
17
    Zie Penal Reform International 2021, p. 11.
18
    Zie Penal Reform International 2021, p. 11.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      15
Vergrijzing in detentie
     –   Forensische zorg en tenuitvoerlegging van de isd-maatregel
De RSJ heeft zich in dit advies gericht op de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf
en niet op de uitvoering van de tbs-maatregel binnen de forensische zorg of isd-
maatregel. Hier is sprake van een andere leefomgeving en een wijze van behandelen
die is gericht op het ontwikkelen en toepassen van hetgeen is geleerd tijdens een meer
individuele benadering en behandeling onder speciale begeleiding. Echter, enkele
bevindingen en aanbevelingen uit het voorliggende advies kunnen mogelijk ook
worden toegepast, wellicht in aangepaste vorm, op de bejegening van oudere tbs-
gestelden en ouderen met een isd-maatregel.
1.6      Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt de instroomfase besproken. Aan de orde komen: de advisering
van de reclassering over de strafoplegging, de vordering van de officier van justitie en
de plaatsing en intake in de PI.
Het verblijf in detentie komt in hoofdstuk 3 aan bod. De RSJ bespreekt hier de meest
geschikte verblijfplaatsen voor oudere gedetineerden (type afdeling of inrichting).
Verder komt in dit hoofdstuk de zorg voor oudere gedetineerden in al zijn facetten aan
de orde, de dagbesteding en zingevingsvraagstukken tijdens het verblijf in detentie.
Vervolgens wordt ingegaan op bouwkundige en technische aanpassingen in de
inrichtingen met het oog op het verblijf van oudere gedetineerden.
Hoofdstuk 4 behandelt de uitstroom uit detentie: de (voorbereiding van) re-integratie
en de belemmeringen die oudere gedetineerden daarbij ondervinden.
In de hoofdstukken 2, 3 en 4 zijn per behandeld onderwerp conclusies in de tekst
opgenomen. In het afsluitende vijfde hoofdstuk zijn de belangrijkste bevindingen van
het advies in enkele slotconclusies samengenomen, waarna een aantal aanbevelingen
wordt gedaan.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               16
Vergrijzing in detentie
2         Instroom in detentie
   Kernboodschap:
   Als uitgangspunt moet gelden dat wordt voorkomen dat een oudere die wordt
   verdacht van een strafbaar feit in detentie terecht komt, mits de veiligheid van de
   samenleving het toelaat. De reclassering dient hier in haar advies aan de officier
   van justitie en de rechter aandacht voor te hebben, evenals de officier van justitie
   in zijn vordering. In het bijzonder dient te worden overwogen of detentie passend
   en geboden is voor de oudere verdachte of dat alternatieve straffen wellicht
   passender zijn.
Diverse actoren spelen een rol in de fase die aan de detentie voorafgaat: de officier
van justitie, de strafrechter, de reclassering en de selectiefunctionaris. Het is echter
niet aan de RSJ om zich uit te spreken over de beslissing van de strafrechter omdat de
strafoplegging niet tot de taken van de RSJ hoort.19 De rol van de strafrechter blijft om
die reden buiten beschouwing in dit advies.
Advies reclassering aan officier van justitie en rechter
De reclassering heeft een adviserende rol in de fase die voorafgaat aan de (eventuele)
detentie. De reclassering dient in haar adviezen over diegenen die vanwege hun
leeftijd (en/of zorgbehoefte) niet voor detentie geschikt lijken te zijn, rekening te
houden met de mogelijke gevolgen van vrijheidsbeneming. Voorbeelden daarvan zijn:
gevolgen die verband houden met fysieke belemmeringen, beperkte mentale
weerbaarheid, benodigde urgente en intensieve medische zorg/verzorging, het verlies
van woonruimte of het verlies van contact met het sociale netwerk. Dit vraagt van de
reclassering om bij oudere verdachten in het advies expliciet in te gaan op de vraag of
detentie voor de betrokkene onder de gegeven omstandigheden een passende sanctie
is.20 De reclassering adviseert de officier van justitie en de rechter in dergelijke
_______
19
     Dit vloeit voort uit de taken van de RSJ, zoals in de Instellingswet RSJ: “De Afdeling
     advisering adviseert Onze Minister desgevraagd of uit eigen beweging over de toepassing en
     uitvoering van beleid en regelgeving op het terrein van de strafrechtstoepassing en omtrent
     jeugdigen, mede in het licht van de overige werkzaamheden hem bij of krachtens de wet
     opgedragen”, Artikel 24 Instellingswet Raad voor strafrechtstoepassing en jeugdbescherming,
     2020.
20
     De term detentieongeschiktheid wordt hier met opzet niet gebruikt omdat deze term enkel
     ziet op eventuele medische risico’s van het verblijf in detentie, terwijl de RSJ hier de
     beoordeling van de geschiktheid van een persoon voor detentie in een ruimere betekenis
     bedoelt, waarin onder andere leeftijdsgerelateerde problematiek en kwetsbaarheid meewegen.
     Ter verduidelijking volgt hier een definitie van detentieongeschiktheid: “Er is sprake van
     detentieongeschiktheid als vanuit geen van de justitiële inrichtingen (incl. het JCvSZ en de
     PPC’s) de zorg kan worden geleverd die noodzakelijk is, gegeven de gezondheidstoestand van
     de gedetineerde. Het betreft hier geen juridisch begrip, maar vooral een beoordeling van de
     zorgbehoefte en de eventuele medische risico’s die de veroordeelde of gedetineerde loopt
     binnen een detentiesituatie, waarbij er gezondheidsschade kan ontstaan.” “…. [Er] kan geen
     ‘harde’ richtlijn worden aangegeven wanneer iemand wel en niet op medisch verantwoorde
     wijze in detentie kan worden geplaatst of daar kan blijven. Regelmatig overleg tussen de
     medisch adviseurs onderling en de justitiële inrichting waar de gedetineerde verblijft of de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                 17
Vergrijzing in detentie
gevallen bij voorkeur af te zien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en in
plaats daarvan een andere afdoening te kiezen. Bijvoorbeeld een voorwaardelijke
gevangenisstraf met locatiegeboden (‘huisarrest’) of gebiedsverboden als
voorwaarden, die met behulp van elektronisch toezicht gecontroleerd worden; verder
valt te denken aan voorwaardelijke gevangenisstraffen waaraan contactverboden,
dagbesteding of behandeling als voorwaarden zijn verbonden.21
Beslissing selectiefunctionaris – externe plaatsing en regionale plaatsing
In welke PI een justitiabele wordt geplaatst, is een beslissing van de minister voor
Rechtsbescherming. Feitelijk wordt deze beslissing namens de minister genomen door
de selectiefunctionaris van de DJI. Uit gesprekken die in het kader van dit advies zijn
gevoerd, blijkt dat de selectiefunctionaris bij de plaatsingsbeslissing geen rekening
houdt met leeftijd en eventuele fysieke ongemakken. Wél houdt de selectiefunctionaris
rekening met medische omstandigheden en psychische beperkingen.
In het gevangeniswezen worden gedetineerden – voor zover mogelijk – regionaal
geplaatst, dat wil zeggen in het ‘arrondissement van vestiging’.22 Dit gebeurt onder
meer met het oog op het onderhouden van contacten met familie en vrienden. Het
idee hierachter is dat laatstgenoemden eerder geneigd zijn de gedetineerde te
bezoeken naarmate de reistijd naar de inrichting korter is. In de praktijk is regionale
plaatsing om diverse redenen lang niet altijd te realiseren. Bij ouderen of mensen met
een zorgbehoefte zou de selectiefunctionaris – met het oog op het onderhouden van
het sociale netwerk – extra inspanning kunnen leveren om een dergelijke plaatsing te
realiseren. Bij oudere gedetineerden is het netwerk van familie en bekenden in het
algemeen immers beperkter dan bij jongeren, onder meer door het wegvallen van de
ouders.
Tevens zou de selectiefunctionaris moeten meewegen of de justitiële inrichting
beschikt over voorzieningen die passend zijn voor de oudere gedetineerde zoals
toegankelijkheid met een rolstoel en medische (thuis)zorg.
Intake, screening en interne plaatsing
Eenmaal geplaatst in een PI, is het aan de vestigingsdirecteur om te beslissen op
welke afdeling de gedetineerde wordt geplaatst.23 Dit gebeurt op grond van een
screening die binnen tien dagen na binnenkomst in de PI plaatsvindt.24 Onderdeel van
_______
    toekomstige gedetineerde kan worden ingesloten, zal altijd noodzakelijk blijven.” (ontleend
    aan: Westra, Muilwijk & Roeleveld-Kuiper 2014, p. 31).
21
    Bijvoorbeeld afspraken over aan- en/of afwezigheid op bepaalde plaatsen en gedurende
    gespecificeerde tijdsperiodes.
22
    Conform artikel 25 lid 7 Regeling selectie plaatsing en overplaatsing gedetineerden (RSPOG).
23
    Tenzij de minister een speciaal regime (Extra Beveiligde Inrichting, Terroristenafdeling, etc.)
    heeft vastgesteld.
24
    Dit is de “Inkomsten-, Screening- en Selectieprocedure“ (ISS-procedure)’. Binnen 10 dagen
    na binnenkomst in een PI wordt informatie over een gedetineerde verzameld, over eerdere
    veroordelingen, lopende hulpverleningstrajecten, thuissituatie, werk, schulden en over
    eventuele medische of psychische zorg die in de gevangenis moet worden voortgezet.
    Bron: https://www.dji.nl/justitiabelen/volwassenen-in-detentie/persoonsgerichte-benadering.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                              18
Vergrijzing in detentie
die screening is een medische intake: vastgesteld wordt wat de fysieke toestand van
de gedetineerde is en welke eventuele medische klachten en zorgbehoeften er zijn.
Voor het bepalen en verlenen van de juiste zorg aan gedetineerden, is in iedere PI een
psycho-medisch overleg (PMO). Dit overleg bestaat uit psychiaters, psychologen,
artsen en justitieel verpleegkundigen. Als bij de inkomsten-, screening- en
selectieprocedure blijkt dat een gedetineerde (extra) zorg nodig heeft, wordt deze
aangemeld bij het PMO. Het PMO bepaalt en coördineert vervolgens welke zorg de
gedetineerde moet krijgen, en op welke plaats. De zorg voor gedetineerden komt aan
de orde in paragraaf 3.2 van dit advies.
Het is van groot belang dat het PMO bij de intake van een oudere gedetineerde
expliciet ingaat op de vraag of de betrokkene detentiegeschikt is.25 De toestand van
een gedetineerde kan immers na de veroordeling zijn gewijzigd. De conditie van de
gedetineerde kan aanleiding geven tot bijzondere plaatsing, behandeling of zorg maar
ook tot een beoordeling van de detentiegeschiktheid en het opstellen van een advies
daarover. Naarmate er in detentie meer passende medische voorzieningen beschikbaar
zijn, zal in het algemeen minder snel sprake zal zijn van detentieongeschiktheid.
Conclusies ten aanzien van de instroom in detentie
     –   Het uitgangspunt moet zijn dat wordt voorkomen dat een oudere verdachte in
         detentie terechtkomt, mits de veiligheid van de maatschappij dit toelaat. De
         reclassering dient in haar advies aan de officier van justitie en de rechter
         rekening te houden met dit uitgangspunt, evenals de officier van justitie in zijn
         strafeis.
     –   In het bijzonder dient de reclassering te overwegen of detentie passend en
         geboden is voor de oudere verdachte, gezien leeftijdsgerelateerde problematiek
         en kwetsbaarheid.
     –   Wanneer detentie als niet passend wordt beoordeeld, adviseert de reclassering
         aan de officier van justitie en de rechter bij voorkeur om af te zien van een
         onvoorwaardelijke gevangenisstraf en in plaats daarvan een andere afdoening
         te kiezen.
     –   In die gevallen waarin vrijheidsbeneming onvermijdelijk is, heeft plaatsing in de
         eigen regio de voorkeur (de regio waar de laatste woonplaats van de
         gedetineerde ligt).
     –   Tevens zou de selectiefunctionaris bij de plaatsingsbeslissing moeten meewegen
         of de justitiële inrichting beschikt over voorzieningen die passend zijn voor de
         oudere gedetineerde zoals toegankelijkheid met een rolstoel en medische
         (thuis)zorg.
_______
25
    Volgens een uitspraak van de Beroepscommissie van de RSJ is van detentieongeschiktheid
    sprake in de bijzondere omstandigheid dat noodzakelijk geachte medische (fysiek en
    psychisch) zorg/behandeling binnen een PI niet beschikbaar is en een verblijf in detentie om
    die reden medisch gezien niet verantwoord is; RSJ 9 mei 2005, 04/2845/TR.
    Zie ook de voetnoot over detentieongeschiktheid aan het begin van hoofdstuk 2 van dit
    advies.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                   19
Vergrijzing in detentie
3        Verblijf in detentie
3.1      Verblijf in aparte oudereninrichtingen of ouderenafdelingen
   Kernboodschap:
   Oudere gedetineerden zijn in het algemeen het beste af bij een verblijf op
   kleinschalige afdelingen, bij voorkeur met andere ouderen.26 Om die reden
   verdient het de voorkeur om in PI’s kleinschalige afdelingen in te richten en
   ouderen de mogelijkheid te bieden daar te verblijven.
In theorie kan op drie manieren met het verblijf van ouderen worden omgegaan:
     –   verblijf op reguliere (=grootschalige) afdelingen,
     –   verblijf op kleinschalige (senioren-)afdelingen,
     –   verblijf in een aparte inrichting voor senioren.
In Nederland bestaat geen aparte inrichting voor oudere gedetineerden. De RSJ heeft
in het kader van dit advies een beperkte internationale oriëntatie uitgevoerd en
bekeken hoe in onze buurlanden wordt omgegaan met oudere gedetineerden.
In Duitsland bestaat sinds 1970 een seniorengevangenis.27 Het is een gevangenis voor
gedetineerden van 62 jaar en ouder. Het regime is afgestemd op de mentale en
fysieke behoeften van oudere gedetineerden.28 Volgens de directeur heeft in de
afgelopen 30 jaar niemand een ontsnappingspoging gedaan. De gedetineerden mogen
in deze seniorengevangenis de hele dag vrij rondlopen en hebben drie keer zoveel
bezoekuren als andere gedetineerden.29 Verder zijn er fitnesstrainingen,
geheugentrainingen en kook- en baklessen. De gedetineerden in deze
seniorengevangenis zouden zeer tevreden zijn.30 Er bestaat een wachtlijst voor
toelating tot deze inrichting.
Uit de gesprekken die ten behoeve van dit advies zijn gevoerd, kwam geen voorkeur
naar voren voor aparte seniorengevangenissen in ons land. Wél werd een argument
genoemd om hiervan af te zien, namelijk het verliezen van de mogelijkheid tot
regionale plaatsing. Een aparte oudereninrichting zoals bedoeld, zou immers ergens op
een centrale plaats in ons land gerealiseerd moeten worden. Voor gedetineerden die
niet uit die omgeving afkomstig zijn, zou dat kunnen betekenen dat zij niet regionaal
geplaatst worden en het contact met dierbaren kwijt kunnen raken vanwege de
reistijden voor de bezoekende familie en vrienden. Dat kan ertoe leiden dat de oudere
gedetineerde (meer) geïsoleerd raakt van zijn sociale omgeving.
_______
26
    Ouderen zoals gedefinieerd in hoofdstuk 1 van dit advies.
27
    In de plaats Singen in het zuiden van Duitsland.
28
    Giele 2017, p. 18.
29
    De Graaf 2017, p. 47.
30
    Aldus een uitzending van het televisieprogramma Zembla in 2007.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      20
Vergrijzing in detentie
Uit een onderzoek onder Belgische oudere gedetineerden31 bleek dat velen van hen
een aparte ouderengevangenis “te drastisch en te stigmatiserend” vinden. 32 Deze
gedetineerden geven de voorkeur aan een aparte seniorenafdeling, boven een aparte
gevangenis voor senioren.33 Eén van de argumenten daarvoor is dat men het
belangrijk vindt dat in de gevangenis een mix van jonge en oudere mensen aanwezig
is, net als in de gewone samenleving. De oudere gedetineerden uit het Belgische
onderzoek geven aan dat de jongere groep “hen jong houdt”. “Met een aparte afdeling
voor ouderen behoudt men deze mix, maar kunnen de ouderen, wanneer zij meer
behoefte hebben aan rust, zich terugtrekken op hun afdeling”.34 Inmiddels is bekend
dat in 2023 in België in de gevangenis van Merksplas wordt gestart met de bouw van
een speciale ouderenafdeling die plaats biedt aan 36 gedetineerden.35
Er zit echter ook een keerzijde aan die mix van oudere en jongere gedetineerden.
Ouderen in detentie zijn vaak het onderwerp van spot en pesterijen en worden door
jongere gedetineerden vaak denigrerend aangeduid als “opa” of “oma”. 36 Volgens
dezelfde bron passen ouderen niet binnen de hectiek van een inrichting en de daar
heersende machocultuur; het maakt hen zelfs angstig.37 Dit beeld wordt bevestigd
door de gesprekken die de RSJ voor dit advies voerde. Ouderen blijken het soms lastig
vinden om samen met jongere gedetineerden te ‘zitten’ omdat die jongeren zich soms
heel ‘macho’ gedragen en ouderen pesten. Overigens zijn niet alleen oudere
gedetineerden het slachtoffer van pesten; ook zedendelinquenten en andere kwetsbare
gedetineerden krijgen hier mee te maken. Tevens zijn er situaties bekend van
afpersing van ouderen door jongere gedetineerden. Diverse geraadpleegde
deskundigen kwamen met berichten hierover. Vooral op de reguliere afdelingen
worden ouderen aan veel stress blootgesteld, zo blijkt uit de gevoerde gesprekken.
Eén van de gesprekspartners in het veld sprak over generatieverschillen en de
tegenstelling tussen “jonge haantjes” en “oude bokken”. Volgens enkele oudere
gedetineerden met wie de RSJ heeft gesproken, is het voor hen “link, bloedlink!” Deze
gedetineerden waren mikpunt van extreem pestgedrag. Zo werd het één van hen
onmogelijk gemaakt de enige telefooncabine op de afdeling te gebruiken terwijl hij
juist wegens gehoorproblemen alleen in die cabine fatsoenlijk een gesprek kon voeren.
Door anderen gesprekspartners werd gesteld dat het aanzien en de status die oudere
gedetineerden voorheen nog hadden op een afdeling nu zijn verdwenen. “Dat is nu
allemaal testosteron, veel druk en angst.” De redenen hiervan zijn dat er “mensen
zitten met forse straffen, plegers van georganiseerde misdaad, grote boeven”. Die
_______
31
    Het betrof gedetineerden van 50 jaar en ouder; Giele 2017, p. 20.
32
    Giele 2017, p. 22.
33
    Giele 2017, p. 22
34
    Giele 2017, p. 22.
35
    https://www.klasbak.net/bakberichten/ouderenafdeling-in-de-gevangenis-van-merksplas-
    gepland
36
    De Graaf 2017, p. 47.
37
    De Graaf 2017, p. 47.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      21
Vergrijzing in detentie
kunnen heel bepalend zijn voor de sfeer op een afdeling. Het klimaat is veranderd, zo
werd tijdens meerdere gesprekken vernomen.
Kleinschalige afdelingen
De algemene tendens die naar voren komt uit het verzamelde materiaal is dat oudere
gedetineerden beter af zijn op kleinschalige afdelingen dan op reguliere, grootschalige,
afdelingen. Op de kleinschalige afdelingen zijn meer penitentiair inrichtingswerkers
(piw-ers) per gedetineerde beschikbaar waardoor meer aandacht aan individuele
gedetineerden kan worden besteed en meer controle mogelijk is op ongewenste
confrontaties tussen jongere en oudere gedetineerden, zoals afpersing of pestgedrag.
In de praktijk worden ouderen vaak al op kleinere afdelingen geplaatst, dat wil zeggen
dat zij worden geplaatst op de EZV (Extra Zorgvoorziening) die in elke inrichting
aanwezig is. Dit laatste is niet ideaal aangezien de EZV-afdelingen niet voor ouderen
zijn bedoeld maar voor (kwetsbare) gedetineerden met psychische klachten die niet
ernstig genoeg zijn voor het Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC). Daarnaast zijn
de EZV-afdelingen niet berekend op fysieke beperkingen van ouderen.
De vraag resteert of de beoogde kleinschalige afdelingen exclusief voor ouderen
moeten zijn en of die in elke PI of bijvoorbeeld op regionale schaal moeten worden
gerealiseerd. Het lijkt hoe dan ook raadzaam om bij de bouw van eventuele nieuwe
inrichtingen en de renovatie/verbouwing van bestaande inrichtingen, rekening te
houden met de mogelijkheid om een aparte ouderenafdeling te creëren.
Conclusies ten aanzien van het verblijf van oudere gedetineerden op aparte afdelingen
of in inrichtingen voor senioren
     –   Het inrichten van een aparte ouderengevangenis in ons land ligt niet voor de
         hand. Voor een meerderheid van oudere gedetineerden zou dit betekenen dat
         zij niet meer regionaal geplaatst kunnen worden, met alle negatieve gevolgen
         van dien (dreigend verlies van contact met sociaal netwerk).
     –   Bij de plaatsing van ouderen is maatwerk aangewezen. Oudere gedetineerden
         die zich prima kunnen handhaven op reguliere afdelingen, kunnen op die
         afdelingen verblijven. Maar de meer kwetsbare ouderen zijn het beste af op
         kleinschaliger afdelingen, waar zij meer aandacht krijgen en waar ongewenste
         confrontaties tussen jongere en oudere gedetineerden (afpersing, pestgedrag)
         door meer controle voorkomen kunnen worden.
     –   Daartoe zouden in PI’s kleinschalige afdelingen gecreëerd dienen te worden
         waar ook ouderen kunnen verblijven. Dan hoeft niet meer – zoals nu in de
         praktijk gebeurt – te worden uitgeweken naar de EZV-afdelingen, die niet voor
         ouderen als zodanig zijn bedoeld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             22
Vergrijzing in detentie
3.2      Zorg voor oudere gedetineerden
   Kernboodschap:
   In de reguliere somatische en psychische/psychiatrische zorg voor oudere
   gedetineerden is voorzien. Echter, bij een verdere toename van ouderen in
   detentie komt de beschikbare capaciteit van de medische diensten in de PI’s onder
   druk te staan; verder is het gevangeniswezen niet ingericht op (specialistische)
   zorg voor ouderen zoals hulp bij Algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL),
   thuiszorgtaken en geriatrische zorg.
Gezondheid van gedetineerden
Alvorens in te gaan op de zorg voor oudere gedetineerden wordt kort stil gestaan bij
de gezondheid van deze groep. Favril en Dirkzwager38 constateren op grond van
diverse studies39 dat oudere gedetineerden meer psychische en lichamelijke
gezondheidsproblemen ervaren dan jongere gedetineerden en ook meer dan
leeftijdsgenoten in de vrije samenleving.40 Een opmerkelijk gegeven dat veelvuldig in
de literatuur terugkomt is dat bij (langgestrafte) gedetineerden de biologische leeftijd
over het algemeen tien jaar hoger is dan de daadwerkelijke kalenderleeftijd, dit als
gevolg van een ongezonde leefstijl.41 Mensen in de gevangenis lopen een grotere kans
op leeftijdsgerelateerde ziektes dan mensen buiten de gevangenis; dit geldt voor
zowel fysieke als mentale aandoeningen.42 Bij oudere gedetineerden is vaak sprake
van een samenloop van verschillende (chronische) ziektes zoals diabetes en hart- en
vaatziekten.43 Er is weinig bekend over de mate waarin dementie in de
gevangenispopulatie voorkomt.44 Wél is bekend dat de gevangenis een risicofactor
vormt voor het ontwikkelen (en versneld verergeren) van dementie; dit heeft te
maken met de prikkelarme omgeving waarin gedetineerden zich bevinden en het
gebrek aan autonomie in die omgeving. Daardoor wordt het mentale systeem niet
voldoende uitgedaagd.45
Meer in het algemeen worden gezondheidsproblemen bij gedetineerden in de hand
gewerkt door de grote mate van fysieke inactiviteit van gedetineerden. Gedetineerden
verblijven een groot deel van de dag op cel. Een gebrek aan lichaamsbeweging vormt
een risico voor het ontwikkelen van onder meer hart- en vaatziekten en dementie.46
_______
38
    Favril en Dirkzwager 2019, p. 19.
39
    Di Lorito e.a. 2018; Fazel e.a. 2001, Haesen e.a. 2019; Greene e.a. 2018; Munday e.a. 2019.
40
    Fazel e.a. 2001, p. 404-405; Fiselier 2007, p. 55.
41
    Onder andere Handbook United Nations 2009, p. 123.
42
    Giele 2017, p.17.
43
    Zo bleek uit de gesprekken die in het kader van dit advies zijn gevoerd.
44
    Volgens een internationale overzichtsstudie waarin onderzoeken uit de Verenigde Staten,
    Australië, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zijn opgenomen, voldoet ongeveer één op de
    vijf oudere gedetineerden in de genoemde landen aan de criteria voor de diagnose dementie;
    Peacock 2019.
45
    Meijers, Harte & Scherder 2018, p. 19.
46
    Erik Scherder 2014, p. 22-24.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      23
Vergrijzing in detentie
Zorg
In Nederland heeft eenieder recht op gezondheidszorg. Dat geldt ook voor mensen die
een vrijheidsstraf ondergaan. Het gevangeniswezen is voor hen verantwoordelijk en
heeft namens de overheid een zorgplicht. Gedetineerden hebben toegang tot medische
zorg, zowel lichamelijk als geestelijk, die gelijkwaardig is aan de zorg in de vrije
maatschappij maar wel past binnen de beperkingen van een gevangenisstraf. 47
Hieronder volgt een overzicht van de verschillende typen zorg, waarbij speciale
aandacht wordt besteed aan de vraag in hoeverre dit aansluit op de
gezondheidsklachten en zorgbehoeften van oudere gedetineerden in de PI’s.
Somatische zorg
Gedurende de detentieperiode vervult de inrichtingsarts de rol van huisarts van de
gedetineerde. De inrichtingsarts houdt spreekuur, doet onderzoek, voert kleine
ingrepen uit en schrijft medicijnen, diëten en behandelingen voor. De inrichtingsarts
houdt zich in beginsel aan de algemeen geldende standaard voor huisartsenzorg.
Indien nodig verwijst de inrichtingsarts door naar een medisch specialist.
Bij de medische diensten in de PI’s bestaat aandacht voor oudere gedetineerden. Deze
groep zorgt voor een forse zorgvraag doordat vaak sprake is van een samenloop van
verschillende (chronische) ziektes zoals diabetes en hart- en vaatziekten.
Meer complexe somatische zorg wordt geboden in het Justitieel Centrum voor
Somatische Zorg (JCvSZ) in Scheveningen. Hier verblijven gedetineerden met sterk
uiteenlopende klachten en zorgbehoeften: bijvoorbeeld gedetineerden met
schotwonden, gedetineerde vrouwen die moeten bevallen, gedetineerden die moeten
herstellen van een operatie, ernstige diabetes-gevallen, drugsverslaafden (met name
GHB) en soms ouderen met dementie. Het JCvSZ neemt in beginsel uitsluitend
gedetineerden op voor een kortdurende, op herstel gerichte periode. Voor ouderen
met chronische – aan ouderdom gerelateerde – klachten biedt het geen structurele
oplossing.
Combinatie somatische en psychiatrische/psychologische zorg
Het JCvSZ worstelt met de behandeling van gedetineerden die een combinatie van
somatische - en psychiatrische zorg nodig hebben. Het JCvSZ is een somatische
instelling, waardoor deze – zoals gesprekspartners uit de instelling zelf zeggen –
tekortschiet wat betreft psychiatrische/psychologische zorg. Als deze patiënten alleen
somatische zorg krijgen, gaat hun psychische gesteldheid achteruit. Binnen het
gevangeniswezen is voor deze groep geen aandacht en zou het aan faciliteiten
ontbreken, zo werd gesteld. Het zou veel moeite kosten om deze mensen in
bijvoorbeeld een psycho-geriatrische instelling geplaatst te krijgen. Het JCvSZ beschikt
niet over voldoende personeel en expertise om zelf ook deze psychiatrische problemen
aan te pakken.
_______
47
    https://www.dji.nl/justitiabelen/volwassenen-in-detentie/zorg-en-begeleiding
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      24
Vergrijzing in detentie
Psychiatrische/psychische zorg
Gedetineerden met psychiatrische problemen die vrijwillig behandeld willen worden
kunnen terecht in een instelling voor Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ-instelling)
buiten detentie. Het gevangeniswezen heeft daar plaatsen ingekocht.
Voor gedetineerden die behandeling weigeren of een te groot beveiligingsrisico vormen
voor behandeling buiten detentie is een Penitentiair Psychiatrisch Centrum (PPC) de
aangewezen plaats. Er zijn vier penitentiaire inrichtingen met een PPC (PI Vught, PI
Zwolle, PI Haaglanden JC Zaanstad).
Extra Zorg Voorziening (EZV)
Kwetsbare gedetineerden die moeite hebben met het verblijf op reguliere afdelingen
omdat ze wat meer structuur nodig hebben maar geen psychiatrische behandeling,
kunnen op de EZV-afdeling worden geplaatst. Deze afdeling biedt een rustige en
sociaal veilige omgeving met iets meer controle en bescherming: een omgeving waar
ouderen goed gedijen. Zoals al eerder aangegeven blijkt dat in de praktijk in veel PI’s
ouderen op EZV-afdelingen worden geplaatst. Deze afdelingen zijn niet bestemd voor
oudere gedetineerden die geen psychische aandoening hebben en zijn niet ingericht op
de fysieke beperkingen van ouderen.
Thuiszorg en hulp bij ‘Algemene dagelijkse levensverrichtingen’ (ADL)
Naast de hierboven besproken vormen van zorg bestaat er onder ouderen in detentie
behoefte aan twee andere vormen van zorg: hulp bij ‘Algemene dagelijkse levensver-
richtingen’ (ADL) en thuiszorg.
ADL omvat onder andere aankleden, douchen en in en uit bed gaan. Het
gevangeniswezen blijkt niet te zijn ingericht op het bieden van hulp bij dit soort
verrichtingen. Van piw-ers kan dit niet verwacht worden. Zij zijn daar niet voor
opgeleid en het behoort niet tot hun taak. Justitieel verpleegkundigen, die in elke PI
zijn te vinden, zijn hier te hoog voor opgeleid en hebben er geen tijd voor.48 Deze
werkzaamheden kunnen wellicht goed worden verricht door piw-ers die extra zijn
opgeleid voor (het uitvoeren van) zorgtaken.
Bij de uitvoering van ‘thuiszorgtaken’ blijken zich soortgelijke problemen voor te doen.
Voorbeelden van thuiszorgtaken zijn: het aantrekken van steunkousen bij ouderen (in
verband met vaatproblemen), wondverzorging of het toedienen van injecties. De PI’s
lijken er moeite mee te hebben om deze taken uit voeren. Het komt wel voor dat
thuiszorg van buiten de inrichting wordt ingehuurd om steunkousen bij oudere
gedetineerden aan te trekken en soms helpt de thuiszorgmedewerker dan ook nog bij
het douchen en aankleden (dat hoort eigenlijk bij ADL). Maar het inschakelen van
thuiszorg in de inrichting is niet zonder problemen. De thuiszorg zelf staat al onder
druk door een hoge belasting. Daarnaast vraagt het van thuiszorgwerkers een grote
tijdinvestering om een PI binnen te komen (legitimeren, inschrijven, piepvrij door de
beveiligingspoortjes, wachten tot zij opgehaald worden). Aangezien alleen de tijd die
aan feitelijke zorgverlening wordt besteed declarabel is, en niet de tijd die ermee
_______
48
    Zo bleek uit de gesprekken die in het kader van dit advies zijn gevoerd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                         25
Vergrijzing in detentie
gemoeid om de cliënt te bereiken, is de animo voor thuiszorgwerkers om zorg in PI’s
te verlenen niet groot.49
Geriatrische en psycho-geriatrische zorg
Mensen kunnen te maken krijgen met psychische, lichamelijke en sociale
veranderingen die samenhangen met ouder worden. Ouderen kunnen lijden aan (een
combinatie van) aandoeningen zoals geheugenproblemen, dementie, vallen,
incontinentie en gewichtsverlies. In de vrije maatschappij is voor dit soort
aandoeningen (psycho-)geriatrische zorg beschikbaar.50 Binnen het gevangeniswezen
beseft men terdege het belang hiervan met het oog op de vergrijzing van de
gevangenispopulatie, zo bleek uit de gevoerde gesprekken. Desondanks is
(psycho-)geriatrische zorg nog niet of nauwelijks beschikbaar voor gedetineerden.
Periodieke check op detentiegeschiktheid
In hoofdstuk 2 is gesteld dat het van groot belang is dat het PMO bij de intake van
oudere gedetineerden expliciet ingaat op de vraag of betrokkenen detentiegeschikt
zijn. Gegeven de gezondheidsrisico’s die zijn verbonden aan het verblijf in detentie, in
combinatie met de leeftijd, is het van groot belang dat het PMO ook tijdens de
detentie, periodiek (bijvoorbeeld eens per half jaar) aandacht besteedt aan de vraag of
de oudere gedetineerde nog detentiegeschikt moet worden geacht. De
gezondheidstoestand en/of kwetsbaarheid van een gedetineerde kan zich immers in de
loop van de detentie wijzigen. Als er meer passende voorzieningen in detentie
beschikbaar zijn, zal in het algemeen minder snel sprake zijn van
detentiegeschiktheid.
Conclusies ten aanzien van zorg voor oudere gedetineerden
     –   De oudere gedetineerden zorgen voor een forse zorgvraag. Bij de medische
         diensten in de PI’s bestaat daar zeker aandacht voor. Het beeld dat naar voren
         komt, uit zowel literatuur als de rondgang in de praktijk, is dat de somatische
         en psychische/psychiatrische zorg voor oudere gedetineerden in de basis goed
         geregeld zijn, maar wel versterking nodig hebben. In de huidige situatie is de
         druk hoog en die zal in de komende decennia, met het toenemend aantal
         ouderen in detentie, alleen maar hoger worden.
     –   Het ontbreekt in het penitentiaire zorgpalet aan specialistische kennis en
         menskracht op het gebied van geriatrie en (psycho-)geriatrische zorg.
     –   De hulp bij ADL en thuiszorgtaken, waar oudere gedetineerden behoefte aan
         hebben, is in de PI’s niet voldoende geregeld. Wellicht dat hier piw-ers die extra
         zijn opgeleid voor (het uitvoeren van) zorgtaken uitkomst kunnen bieden. Ook
         kan gedacht worden aan het opnemen van thuiszorgwerkers in de medische
         diensten van de PI’s.
_______
49
    Zo bleek uit de gesprekken die in het kader van dit advies zijn gevoerd.
50
    Zie: www.nvkg.nl/publiek/klinische-geriatrie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                       26
Vergrijzing in detentie
3.3       Dagbesteding in detentie: arbeid en zingeving
   Kernboodschap:
   Arbeid: Zorg ervoor dat de oudere gedetineerde die wil werken passende en
   uitdagende, prikkelende arbeid kan verrichten.
   Zingeving: De RSJ acht het van groot belang dat oudere gedetineerden geholpen
   worden bij zingevingsvraagstukken en concrete handvatten aangereikt krijgen
   hiermee aan de slag te gaan. Gedacht kan worden aan meer mogelijkheden tot
   ontmoeting met anderen, meer activiteiten als tuinieren en creatieve bezigheden;
   de geestelijke verzorging in de inrichtingen kan hierin wellicht een grotere rol
   spelen.
Arbeid
Met de inwerkingtreding van de Wet Straffen en Beschermen op 1 juli 2021 is de plicht
voor gedetineerden om deel te nemen aan penitentiaire arbeid vervallen. Als
gedetineerden niet willen deelnemen aan penitentiaire arbeid worden zij over het
algemeen ingesloten, vanwege de beperkte beschikbaarheid van penitentiair
inrichtingswerkers. Ondanks het vervallen van de arbeidsplicht is het uitgangspunt in
het gevangeniswezen dat aan gedetineerden arbeid wordt aangeboden. Arbeid is het
belangrijkste onderdeel van het dagprogramma dat aan gedetineerden wordt geboden.
Gedetineerden kunnen minimaal twintig uur per week werken.
Veel penitentiaire arbeid wordt als niet bijzonder uitdagend ervaren.51 Dit geldt in zijn
algemeenheid voor alle leeftijden, maar in relatie tot oudere gedetineerden is door
gespreksdeelnemers aandacht gevraagd voor het organiseren van arbeid die beter bij
de leeftijd van deze groep past én meer prikkelt en uitdaagt.
Neuropsychologisch onderzoek heeft uitgewezen dat een zogenaamde verrijkte
omgeving, met veel prikkels en uitdagingen, een positieve invloed heeft op de
‘executieve functies’ van de mens.52 Dit betreft hogere hersenfuncties zoals planning,
werkgeheugen, aandacht, cognitieve flexibiliteit en impulscontrole. Omgekeerd leidt
een verarmde omgeving tot verminderde executieve functies. Een gevangenis is een
voorbeeld van een verarmde omgeving en zal daarom een negatieve invloed hebben
op bedoelde functies. In de literatuur wordt aangeraden de verarming van de detentie-
omgeving zo veel mogelijk te beperken en deze waar mogelijk te verrijken.53
Dat neemt niet weg dat zelfs weinig uitdagende arbeid positieve elementen met zich
meebrengt: mensen zijn van cel af, hebben contacten, voeren gesprekken en ervaren
gezelligheid met daarbij muziek en koffie.54 Uit de gesprekken is naar voren gekomen
_______
51
    Zo bleek uit de gesprekken die zijn gevoerd in het kader van dit advies.
52
    Meijers, Harte en Scherder 2018, p. 18.
53
    Meijers, Harte en Scherder 2018, p.19, 24.
54
    Zo bleek uit de gesprekken die zijn gevoerd in het kader van dit advies.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                         27
Vergrijzing in detentie
dat het voor een anderstalige gedetineerde positief is daarbij iemand te ontmoeten die
zijn moedertaal spreekt, in het bijzonder als die taal weinig in de PI voorkomt.
Zingeving
Het verblijf in detentie kan leiden tot eenzaamheid55 en het ervaren van een gebrek
aan zingeving.56 Blijkens een recent rapport van de Raad voor Volksgezondheid en
Samenleving hechten mensen in de zogenoemde derde levensfase (vanaf het
pensioen) vooral aan autonomie, verbondenheid met anderen en “het gevoel van
betekenis te zijn”.57 Voor gedetineerden in deze leeftijdscategorie is een punt van zorg
hoe zij een doel in hun leven kunnen ervaren; vrijwilligerswerk en de ontmoeting met
anderen staan hierin centraal, bleek uit de gesprekken. Zo werd geopperd om meer
activiteiten aan gedetineerden aan te bieden, zoals werken in de tuin en meer
creatieve bezigheden. Daarmee zou een bijdrage aan de maatschappij geleverd
kunnen worden, zoals in de tuin van PI Heerhugowaard groenten verbouwd worden
die, op initiatief van de betrokken gedetineerden worden geschonken aan de
plaatselijke voedselbank.58 Ook zou voor de geestelijke verzorging een rol bij de
invulling van het zingevingsvraagstuk zijn weggelegd.
Conclusies ten aanzien van dagbesteding: arbeid en zingeving
     –   Het is van belang om passende en uitdagende, prikkelende arbeid aan te
         bieden.
     –   Het is van groot belang dat oudere gedetineerden geholpen worden bij
         zingevingsvraagstukken en concrete handvatten aangereikt krijgen hiermee aan
         de slag te gaan.
3.4      Bouwkundige en technische aanpassingen in de inrichtingen
   Kernboodschap:
   Oudere gedetineerden hebben speciale behoeften als het gaat om de faciliteiten op
   hun cel. De huidige inrichting van PI’s is op dit moment onvoldoende toegerust op
   oudere gedetineerden, zeker indien ook sprake is van (leeftijdsgerelateerde)
   fysieke beperkingen.
Inrichting cellen
Gevangeniscellen moetn aan een aantal wettelijke criteria voldoen.59 Die criteria zien
onder andere op minimumafmetingen van cellen en de aanwezigheid van een raam
_______
55
    Humblet en DeCorte 2013, p. 277.
56
    Liem e.a. 2016, p. 21.
57
    Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) 2020.
58
    Zo bleek tijdens een van de werkbezoeken die zijn afgelegd in het kader van dit advies.
59
    Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      28
Vergrijzing in detentie
voor het nodige daglicht.60 Aan de inrichting van cellen worden ook eisen gesteld. Zo
moet iedere gedetineerde beschikken over een bed, een stoel en een (open) kast. 61
Het uitgangspunt is dat iedere gedetineerde op een gewone (één- of tweepersoons) cel
verblijft. Hierop wordt een uitzondering gemaakt wanneer een gedetineerde dusdanige
fysieke beperkingen heeft dat deze (tijdelijk) op een mindervalide cel ( ‘miva-cel’)
moet verblijven. DJI beschikt over 31 miva-cellen, verspreid over tien PI’s. Miva-cellen
zijn ingericht voor (tijdelijk) mindervalide gedetineerden. Het is niet vastgelegd aan
welke criteria een cel moet voldoen om de benaming miva-cel te krijgen, maar vaak
gaat het om ruimere (éénpersoons)cellen met een ziekenhuisbed. Voor oudere
gedetineerden zijn geen speciale cellen ingericht. In de praktijk komt het voor dat
oudere gedetineerden (met fysieke beperkingen) bij gebrek aan beter op een miva-cel
worden geplaatst. Doordat er er geen criteria zijn waar miva-cellen aan moeten
voldoen, is niet elke miva-cel even geschikt voor (langdurig) verblijf door een (oudere)
gedetineerde. Daarnaast zijn de miva-cellen vrijwel altijd bezet en is de vraag hiernaar
groot.62
Wenselijke aanpassingen van cellen
Het is de RSJ gebleken dat bij zowel oudere gedetineerden als het verplegend
personeel van de medische diensten behoefte bestaat aan extra voorzieningen en
bouwkundige aanpassing van de cellen waarin oudere gedetineerden verblijven.63 Het
gaat hierbij vooral om heel praktische zaken, zoals bredere cellen en celdeuren
waardoor het bijvoorbeeld mogelijk wordt om met een rollator de cel te betreden en
daar ook binnen gebruik van te maken. Daarnaast bestaat behoefte aan hoog-
laagbedden, verhoogde toiletten en handgrepen aan de muur in het sanitaire gedeelte
van de cel.64
Het is onwenselijk om oudere gedetineerden permanent in een miva-cel te huisvesten.
Ten eerste omdat de miva-cel daar niet voor is bedoeld en ten tweede omdat de vraag
naar miva-cellen groot is. Door permanente huisvesting van een oudere in een miva-
cel kunnen gedetineerden waarvoor de cellen zijn bedoeld, hiervan geen gebruik
maken. Door de grote vraag en de constante bezetting van de cellen is het niet altijd
mogelijk iemand meteen te plaatsen. Ook overplaatsing door de selectiefunctionaris
naar een andere PI biedt niet altijd uitkomst. Dit heeft soms strafonderbreking tot
gevolg; de straf kan pas worden voorgezet als er ruimte is op een geschikte cel. 65 Toch
vraagt de fysieke toestand van oudere gedetineerden in sommige gevallen om
voorzieningen die uitsluitend in een miva-cel kunnen worden geboden.
_______
60
    Artikel 3-9 Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen.
61
    Artikel 10 Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen.
62
    Zo bleek uit de gesprekken die in het kader van dit advies zijn gevoerd.
63
    Zo bleek uit de gesprekken die in het kader van dit advies zijn gevoerd.
64
    Zo bleek uit de gesprekken die in het kader van dit advies zijn gevoerd.
65
    Zo bleek uit de gesprekken die in het kader van dit advies zijn gevoerd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                       29
Vergrijzing in detentie
Indeling van het gebouw van belang
Niet alleen de bouw en inrichting van een cel zijn bepalend voor de geschiktheid
hiervan voor oudere gedetineerden. Ook de indeling en de voorzieningen van de PI
spelen hierin een rol: algemene ruimtes, arbeidsruimtes en de luchtplaats moeten ook
voor oudere gedetineerden goed bereikbaar zijn.
Doorgaans bestaan PI’s uit verschillende verdiepingen en zijn afdelingen over die
verdiepingen verdeeld. Dit brengt met zich mee dat gedetineerden veelal trappen
moeten lopen om zich binnen de PI te bewegen. 66 Hoewel bekend is dat bewegen goed
is voor het brein en een positieve uitwerking heeft op het tegengaan van dementie, is
niet iedere oudere gedetineerde hiertoe fysiek in staat.67 Relatief ver moeten lopen om
aan het leven binnen de PI deel te nemen, kan ook juist het ongewenste effect hebben
dat oudere gedetineerden zich op hun cel terugtrekken. In sommige gevallen kan de
detentie van een oudere gedetineerde met ernstige fysieke beperkingen zelfs leiden
tot strafonderbreking.68 Het is daarom van groot belang dat bij de indeling van PI’s
niet alleen rekening wordt gehouden met de inrichting van cellen, maar ook met de
locatie van cellen in de PI en met de beschikbaarheid van liften.
Conclusies ten aanzien van bouwkundige en technische aanpassingen in de
inrichtingen
     –   Er is behoefte aan extra voorzieningen en bouwkundige aanpassing van de
         cellen waarin oudere gedetineerden verblijven. Het gaat hierbij vooral om heel
         praktische zaken, zoals bredere cellen en celdeuren waardoor het bijvoorbeeld
         mogelijk wordt om met een rollator de cel te betreden en daar ook binnen
         gebruik van te maken. Daarnaast bestaat behoefte aan hoog-laagbedden,
         verhoogde toiletten en handgrepen aan de muur in het sanitaire gedeelte van
         de cel.
     –   Niet alleen de bouw en inrichting van een cel zijn bepalend voor de geschiktheid
         hiervan voor oudere gedetineerden. Ook de indeling en de voorzieningen van de
         PI spelen hierin een rol: cellen, algemene ruimtes, arbeidsruimtes en de
         luchtplaats moeten ook voor oudere gedetineerden goed bereikbaar zijn.
_______
66
    PI Nieuwersluis is genoemd als PI waar dergelijke problemen zich voordoen.
67
    Zo bleek uit de gesprekken die in het kader van dit advies zijn gevoerd.
68
    Zo bleek uit de gesprekken die in het kader van dit advies zijn gevoerd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                              30
Vergrijzing in detentie
4        Uitstroom: voorbereiding op terugkeer in de samenleving
   Kernboodschap:
   Het gevangeniswezen is niet op oudere gedetineerden ingericht; hierdoor komen
   ouderen in hun re-integratie verschillende obstakels tegen. Het is van belang dat
   aan de re-integratie van oudere gedetineerden extra aandacht wordt besteed om
   hen de kansen en mogelijkheden te bieden die passen bij hun levensfase.
Re-integratie
Gedurende detentie wordt middels detentiefasering aan terugkeer in de maatschappij
gewerkt. Dit heeft tot doel gedetineerden op een veilige en gestructureerde manier te
laten wennen aan het leven buiten de muren van een PI.
Aan het einde van hun detentie kunnen gedetineerden met re-integratieverlof. Het re-
integratieverlof staat niet op zichzelf, maar is onderdeel van een traject.
Gedetineerden kunnen deelnemen aan het Penitentiair Programma (PP), kunnen op
een Beperkt Beveiligde Afdeling (BBA) worden geplaatst en/of kunnen uitstromen
middels voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.).
Penitentiair programma
Kortgestraften komen in aanmerking voor het PP.69 Hiermee is het mogelijk om het
laatste deel van de detentie buiten de muren van de PI door te brengen.
Gedetineerden staan hierbij onder toezicht van de reclassering. In het beleidskader PP
is bepaald dat het PP minimaal 26 uur per week aan activiteiten omvat die bijdragen
aan een geslaagde terugkeer in de maatschappij. Deze activiteiten bestaan bij
voorkeur uit betaald werk. Daarnaast is bepaald dat de gedetineerde binnen afzienbare
tijd over inkomsten moet kunnen beschikken en dat de (leer)werkplek aansluit bij de
arbeids-re-integratiedoelen na detentie.70
Plaatsing op een Beperkt Beveiligde Afdeling
Voor gedetineerden met een gevangenisstraf van minimaal zes maanden bestaat de
mogelijkheid om in het kader van re-integratie, met betrekking tot de
basisvoorwaarden werk en inkomen, re-integratieverlof voor extramurale arbeid
toegekend te krijgen. Hiertoe kunnen gedetineerden voor het laatste deel van hun
detentie, met een maximum van een jaar, op een BBA worden geplaatst.71 In het
beleidskader BBA is gesteld dat voor een werkweek of een dagopleiding minimaal 32
uur, dan wel 26 uur in combinatie met opleiding en zorg, moet zijn overeengekomen.72
_______
69
    Alleen gedetineerden met een straf van zes maanden tot één jaar dan wel met straffen met
    een gezamenlijke duur van zes maanden tot één jaar komen in aanmerking voor het PP.
70
    Beleidskader Kortdurend Penitentiair Programma van het Gevangeniswezen, Dienst Justitiële
    Inrichtingen. Nr. 17813, 7 juli 2022, p. 2.
71
    Beleidskader Beperkt Beveiligde Afdeling van het Gevangeniswezen, nr. 18437, 7 juli 2022, p.
    1.
72
    Beleidskader Beperkt Beveiligde Afdeling van het Gevangeniswezen, Nr. 18437, 7 juli 2022, p.
    3.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                            31
Vergrijzing in detentie
Voorwaardelijke invrijheidstelling
Gedetineerden die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van langer dan een jaar
opgelegd hebben gekregen, komen op grond van de wet in aanmerking voor v.i. 73 Het
Openbaar Ministerie beslist of een gedetineerde daadwerkelijk voorwaardelijk in
vrijheid wordt gesteld en aan welke voorwaarden de gedetineerde zich dient te
houden. Voorbeelden van opgelegde voorwaarden zijn het hebben van een vaste
woon- of verblijfplaats en het hebben van een zinnige dagbesteding (zulks ter
beoordeling van de reclassering).74
Knelpunten voor oudere gedetineerden ten aanzien van de re-integratietrajecten
In het re-integratietraject van gedetineerden wordt veel waarde gehecht aan een vaste
baan waaruit inkomsten voortvloeien. Pensioengerechtigde oudere gedetineerden
echter kunnen niet verplicht worden om te werken. Bovendien kan niet worden
verwacht dat een oudere nog (fysiek) in staat is om in het kader van plaatsing in een
PP en een BBA aan de gestelde urennormen voor arbeid te voldoen.75 Niet alleen het
verrichten van extramurale arbeid vormt een uitdaging, maar ook het vinden van
passende arbeid voor een gedetineerde op leeftijd. De RSJ heeft een voorbeeld
vernomen van een oudere gedetineerde voor wie een PI-directeur alles in het werk
heeft gesteld om arbeid in de vorm van vrijwilligerswerk te vinden zodat de
gedetineerde in aanmerking kwam voor plaatsing in een PP/BBA.
Hoe meer de pensioengerechtigde leeftijd in beeld komt, hoe lastiger het wordt om
een baan te vinden en aan de eisen voor verlof en plaatsing te voldoen, met als gevolg
dat de gedetineerde zijn straf moet uitzitten in een gesloten regime.
Het vinden van passende huisvesting, aansluitend op detentie, is in het gehele
gevangeniswezen een probleem, maar ouderen lopen tegen extra barrières aan.
Omdat ouderen doorgaans geen inkomen uit arbeid ontvangen, maar van een AOW-
uitkering en eventueel een pensioen leven, ligt een koopwoning voor hen niet binnen
de mogelijkheden en zijn de huurprijzen van veel woningen onbetaalbaar voor hen. 76
Daarnaast kan sprake zijn van een zorgbehoefte waardoor een oudere gedetineerde na
detentie het meest op zijn plaats is in een seniorenwoning, aanleunwoning of
zorgvoorziening. Dergelijke instellingen/voorzieningen blijken terughoudend in het
aannemen van ex-gedetineerden vanwege de angst voor mogelijk gevaar voor de
(soms) kwetsbare doelgroep van de instelling/voorziening.77
_______
73
    Bij een gevangenisstraf van maximaal twee jaar, kan de v.i. ingaan nadat één jaar en één
    derde van het restant is uitgezeten. Bij gevangenisstraffen van langer dan twee jaar komt
    men voor v.i. in aanmerking als twee derde deel van de straf is uitgezeten met een maximum
    van twee jaar v.i.
74
    Staatscourant 2021, 33409, Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling, punt 5.2.
75
    Van het PP en de BBA.
76
    Uitkering van de AOW wordt overigens stopgezet gedurende detentie.
77
    Zo bleek uit de gesprekken die in het kader van dit advies zijn gevoerd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                     32
Vergrijzing in detentie
Door bovengenoemde obstakels is het voor oudere gedetineerden vrijwel onmogelijk
om aan het PP deel te nemen of in een BBA terecht te komen. Ook de bijzondere
voorwaarden die aan een v.i. worden gesteld, kunnen tot problemen leiden. Dit vereist
voor oudere gedetineerden maatwerk.
Overige aandachtspunten in de re-integratie van oudere gedetineerden
Naast voornoemde problemen in de re-integratie van oudere gedetineerden, doet zich
nog een ander probleem voor. Zeker in de gevallen dat het langdurig gestraften
betreft, komt het voor dat gedetineerden niet zomaar kunnen meedraaien in de
maatschappij. Zo hebben ouderen die in de jaren ’90 gedetineerd zijn geraakt nog
nooit een euro in hun handen gehad en weten zij vaak niet om te gaan met de huidige
smartphones en computers.78 Uit deze voorbeelden blijkt een dringende behoefte aan
scholing en voorlichting over de huidige, moderne samenleving en bijbehorende
praktische (digitale) zaken. Voor een geslaagde re-integratie van oudere
gedetineerden is het van belang dat in die behoefte wordt voorzien.
Bij ouderen zal het ondersteunende en beschermende netwerk beperkter zijn dan bij
jongeren omdat ouders en familieleden vaak zijn weggevallen. Dit vergt extra
inspanning van de gedetineerde, de casemanager79 in de PI, de reclassering en de
gemeente om een goede plek te krijgen in de samenleving met huisvesting, zorg en
dagbesteding.
Conclusies ten aanzien van de uitstroom: voorbereiding op terugkeer in de
samenleving
     –   Re-integratie is vooral gestoeld op het verrichten van arbeid om weer in de
         maatschappij mee te draaien na detentie. Dit kan pensioengerechtigde ouderen
         niet worden verplicht;
     –   Voor oudere gedetineerden die willen werken, is het moeilijk om passende
         arbeid te vinden, zeker vanwege de ureneisen die in het kader van plaatsing in
         een PP of BBA worden gesteld;
     –   Ouderen komen door de arbeidsurennormen niet of nauwelijks in aanmerking
         voor deelname aan het PP of plaatsing op een BBA, waardoor zij in hun re-
         integratietraject vastlopen;
     –   Door de huidige inrichting van re-integratie hebben oudere gedetineerden
         hierbij minder mogelijkheden dan jongere gedetineerden.
     –   Langdurig gestraften kunnen na het einde van hun detentie vaak niet zomaar
         weer meedraaien in de maatschappij omdat zij een achterstand hebben op het
         gebied van de huidige digitale middelen, zoals computers en smartphones;
     –   Bij oudere gedetineerden zal het ondersteunende en beschermende netwerk
         beperkter zijn dan bij jongeren omdat ouders en familieleden zijn weggevallen.
         Dit vraagt extra inspanning bij de re-integratie.
_______
78
    Zo bleek uit de gesprekken die in het kader van dit advies zijn gevoerd.
79
    De casemanager in de PI begeleidt gedetineerden bij onder meer hun re-integratie.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        33
Vergrijzing in detentie
5        Slotconclusies en aanbevelingen
5.1      Slotconclusies
    Het aantal ouderen in het gevangeniswezen neemt toe en zal de komende jaren
     naar verwachting nog verder toenemen. Een specifiek beleid voor ouderen in
     detentie ontbreekt. De PI’s worden geconfronteerd met oudere gedetineerden die
     te maken hebben met aan ouderdom gerelateerde problemen en zorgbehoeften.
     De situatie is actueel en urgent in individuele gevallen maar nu nog beheersbaar
     doordat het aantal oudere gedetineerden relatief klein is én de problemen met
     improviseren en veel inzet van personeel zoveel mogelijk verholpen kunnen
     worden. De voorzieningen in de PI’s zijn op dit moment in het algemeen niet
     afgestemd op de problemen en zorgbehoeften van oudere gedetineerden. De
     centrale vraag van dit advies – “In hoeverre is het gevangeniswezen toegerust op
     oudere gedetineerden?” – is hiermee beantwoord.
    Het feit dat het gevangeniswezen niet op de problemen en (zorg)behoeften van
     oudere gedetineerden is ingericht, betekent dat de tenuitvoerlegging in individuele
     gevallen niet in alle opzichten aan de wettelijke vereisten voldoet. Hier wordt onder
     meer gedoeld op situaties waarin de benodigde zorg niet wordt geleverd en de
     veiligheid van gedetineerden niet is gewaarborgd (afpersing, pesten). Dergelijke
     situaties doen zich nu in individuele gevallen voor, maar kunnen door de verwachte
     toename van oudere gedetineerden in de komende jaren vaker optreden en
     structureel worden. De RSJ is bezorgd dat daarmee de humaniteit en de legitimiteit
     van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf voor oudere gedetineerden in het
     gedrang kunnen komen.
5.2      Aanbevelingen
    Aan de minister voor Rechtsbescherming:
1. a) Ontwikkel en implementeer een landelijk beleid voor ouderen in detentie zodat
    een blijvende legitieme en humane tenuitvoerlegging van de straffen kan worden
    gerealiseerd. Neem de hierbij behorende praktische maatregelen en pas – voor
    zover nodig – regelgeving aan.
    Aan de Dienst Justitiële Inrichtingen en aan PI-directeuren:
    b) Onderneem in afwachting van het beoogde ouderenbeleid nu al actie ten aanzien
    van problemen waar oudere gedetineerden tegenaan lopen. Dit geldt in het
    bijzonder voor het pesten en afpersen van oudere gedetineerden door andere
    (jongere) gedetineerden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      34
Vergrijzing in detentie
    Aan de minister voor Rechtsbescherming:
2. a) Zorg voor een beleidsrichtlijn voor de reclassering en het openbaar ministerie om
    zoveel mogelijk te voorkomen dat ouderen in detentie komen, mits de veiligheid
    van de samenleving het toelaat.
    Aan de reclassering:
    b) Adviseer de officier van justitie en de rechter om bij oudere verdachten, waar
    mogelijk, af te zien van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf en kies in plaats
    daarvan voor een andere afdoening. Bijvoorbeeld een voorwaardelijke gevangenis-
    straf met locatiegeboden (‘huisarrest’) of gebiedsverboden die met behulp van elek-
    tronisch toezicht gecontroleerd worden, met daarbij mogelijk contactverboden,
    dagbesteding of behandeling als voorwaarden.
    Aan het Psycho Medisch Overleg in de PI’s:
    c) Onderzoek bij de intake in de PI of de oudere gedetineerde detentiegeschikt is.
    Herhaal dit periodiek tijdens het verblijf in detentie (bijvoorbeeld halfjaarlijks).
    Aan de selectiefunctionaris en aan PI-directeuren:
3. a) Zorg dat kwetsbare oudere gedetineerden op een kleinschalige afdeling kunnen
    verblijven, met handhaving van het uitgangspunt van regionale plaatsing en zonder
    daarmee de EZV-afdelingen te belasten, aangezien die voor een andere categorie
    gedetineerden zijn bedoeld.
    Aan de Dienst Justitiële Inrichtingen en aan PI-directeuren:
4. a) Versterk de capaciteit van de reguliere somatische en psychische zorg voor
    oudere gedetineerden om in de huidige situatie en de (nabije) toekomst aan de
    zorgplicht te kunnen voldoen.
    b) Organiseer de beschikbaarheid van geriatrische deskundigheid en geriatrische
    zorg in het gevangeniswezen.
    c) Organiseer tevens de beschikbaarheid van hulp bij ADL en thuiszorgtaken in de
    PI’s. Overweeg hiervoor thuiszorgmedewerkers aan de medische diensten in de PI’s
    toe te voegen.
    Aan de Dienst Justitiële Inrichtingen en aan PI-directeuren:
5. a) Bied oudere gedetineerden passende, uitdagende en prikkelende arbeid en/of
    dagbesteding aan.
    b) Help oudere gedetineerden invulling te geven aan de behoefte aan zingeving en
    reik hen daartoe concrete handvatten aan. Denk aan werk in de tuin van de PI en
    creatieve bezigheden. Betrek de geestelijke verzorging bij de invulling van het
    zingevingsvraagstuk.
    Aan de Dienst Justitiële Inrichtingen en aan PI-directeuren:
6. Zorg voor extra voorzieningen en bouwkundige aanpassingen van cellen waarin
    oudere gedetineerden verblijven en zorg dat algemene ruimtes, arbeidsruimtes en
    luchtplaatsen ook voor oudere gedetineerden goed bereikbaar zijn.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 35 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                  35
Vergrijzing in detentie
    Aan de minister voor Rechtsbescherming:
7. Stem de regels in het re-integratieproces af op de situatie van ouderen. Zorg dat
    hierin geen nadruk ligt op het verrichten van betaalde arbeid aangezien dit
    gepensioneerden niet verplicht kan worden en het bovendien voor deze
    leeftijdsgroep moeilijk is passende arbeid te vinden.
    Aan de Dienst Justitiële Inrichtingen en aan PI-directeuren:
8. Zorg voor scholing en voorlichting aan oudere gedetineerden over de moderne
    samenleving en bijbehorende praktische (digitale) zaken. Voor een geslaagde
    re-integratie van oudere gedetineerden is dit van groot belang.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 35 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 36 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                       36
Vergrijzing in detentie
6        Geraadpleegde stukken
6.1      Literatuur
Crawley & Sparks 2006
E. Crawley & R. Sparks, Is there life after imprisonment? Criminology and Criminal
Justice, 2006 p. 63-82.
Favril & Dirkzwager TvC 2019
L. Favril & A. Dirkzwager, De psychische gezondheid van gedetineerden in België en
Nederland: een systematisch overzicht, Tijdschrift voor Criminologie, 2019 (61)1
p. 5-33.
Fazel e.a. 2001
S. Fazel, T. Hope, I. O’Donnell, M. Piper & R. Jacoby. Health of elderly male prisoners:
worse than the general population, worse than younger prisoners. Age and ageing,
2001, (30) p. 403-407.
Fiselier 2007
J.P.S. Fiselier, Oud (worden) in de gevangenis, In: B.F. Keulen, G. Knigge, en H.D.
Wolswijk (red.), Liber amicorum D.H. de Jong, 2007 p. 43-62.
Giele Sancties, 2017
D. Giele, Vergrijzing in het gevangeniswezen: een uitdaging, Sancties, 2017 (3)
p. 17-26.
De Graaf 2017
N. de Graaf, Bejaardenbajes: Kwetsbare oudere behoeft speciale voorzieningen,
Advocatenblad, 2017 (9) p. 45-48.
Greene e.a. 2018
M. Greene, C. Ahalt, I. Stijacic-Cenzer, L. Metzger, & B. Williams, Older adults in jail:
high rates and early onset of geriatric conditions, Health and Justice, 2018 6:3.
Haesen e.a. 2019
Haesen, S., Merkt, H., Imber, A., Elger, B. & Wangmo, T., Substance use and other
mental health disorders among older prisoners. International Journal of Law and
Psychiatry, 2019 (62), p. 20-31.
Humblet & DeCorte, Panopticon 2013
D. Humblet & T. Decorte, Detentiebeleving door oudere gevangenen in België; Een
exploratief onderzoek, Panopticon, 34 (4), 2013, p. 267-283.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 36 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 37 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                     37
Vergrijzing in detentie
Liem e.a. D&D 2016
M.C.A. Liem, Y.A.J.M. van Kuijck & B.C.M. Raes, Detentiebeleving van
(levens)langgestraften. Een empirische pilotstudie, Delikt en Delinkwent, 2016/2,
p. 10-29.
Di Lorito e.a. 2018
C. di Lorito, B. Völm & T. Dening, Psychiatric disorders among older prisoners: a
systematic review and comparison study against older people in the community. Aging
& Mental Health, 2018 22(1), p. 1-10.
Meijers, Harte & Scherder, Proces 2018
J. Meijers, J. Harte & E. Scherder (2018), Sla het brein niet in de boeien, Proces 2018
(97) 1, p. 18-24.
Munday e.a., 2019
D. Munday, J. Leaman, E. O’Moore & E. Plugge, The prevalence of non-communicable
disease in older people in prison: a systematic review and meta-analysis. Age and
Ageing 2019, 48(2), p. 204-212.
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (RSJ) 2006
Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming, Advies Levenslang, perspectief
op verandering, Den Haag, 2006.
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving (RVS) 2020
Raad voor Volksgezondheid en Samenleving, De derde levensfase: het geschenk van
de eeuw, Den Haag, 2020.
S. Peacock e.a. 2019
S. Peacock, M. Burles, A. Hodson, M. Kumaran, R. MacRae, C. Peternelj-Taylor & L.
Holtslander, Older persons with dementia in prison: an integrative review,
International Journal of Prisoner Health 2019, Vol. 16 No 1, p. 1-16.
Penal Reform International 2021
Penal Reform International, Older persons in detention: A framework for preventive
monitoring, London, 2021.
United Nations Office on Drugs and Crime 2009
United Nations Office on drugs and crime, Handbook on prisoners with special needs,
New York, United Nations, 2009.
Westra e.a. Sancties 2014
M. Westra, J. Muilwijk & N. Roeleveld-Kuiper, Detentiegeschiktheid, Sancties 2014/4,
p. 31.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 37 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 38 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                   38
Vergrijzing in detentie
6.2      Kamerstukken, regelgeving en beleidsstukken
Aanhangsel Handelingen II 2016-2017, nr. 392.
Beleidskader Beperkt Beveiligde Afdeling van het Gevangeniswezen, Staatscourant nr.
18437, 7 juli 2022.
Beleidskader Kortdurend Penitentiair Programma van het Gevangeniswezen,
Staatscourant nr. 17813, 7 juli 2022.
Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen.
Regeling selectie plaatsing en overplaatsing gedetineerden (RSPOG).
Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling, Staatscourant nr. 33409, 25 juni 2021.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 38 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 39 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      39
Vergrijzing in detentie
         Bijlage 1 Gesprekspartners
 M.E.M. (Monique) de Bont                    Hoofd Verplegingsdienst, JCvSZ PI
                                             Haaglanden
 H. (Henk) Coehoorn                          Senior Inrichtingswerker Extra Zorg
                                             Voorziening, PI Heerhugowaard
 A. (Anja) van Dijken                        Senior selectiefunctionaris, Divisie
                                             Individuele Zaken, Dienst Justitiële
                                             Inrichtingen
 J. (Jos) Frantsen                           Senior piw-er, PI Heerhugowaard
 E. (Erna) Groenestein                       Senior selectiefunctionaris, Divisie
                                             Individuele Zaken, Dienst Justitiële
                                             Inrichtingen
 B. (Bart) Hofhuis                           Huisarts, Inrichtingsarts PI Zwolle
 F.H. (Ferdinand) van ‘t Hoogerhuijs         Strategisch Management Adviseur, Divisie
                                             Gevangeniswezen en Vreemdelingen-
                                             bewaring, Dienst Justitiële Inrichtingen
 R. (René) Jongman MSc.                      Plaatsvervangend vestigingsdirecteur
                                             Reguliere Zorg, PI Zwolle
 D.D.J. (Donna) Kloeze                       Beleidsadviseur/projectleider Stichting
                                             Verslavingsreclassering GGZ Nederland
 Mr. A.E. (Ana) Martinez Linnemann           Advocaat, Martinez Linnemann advocatuur
 P. (Peter) Nicolai                          Senior zorg- en behandel-inrichtingswerker,
                                             PI Zwolle
 J.T.P. (Hans) Oud                           Lid CvT Pieter Baan Centrum/ voormalig
                                             Programmamanager ISD
 M. (Mariëlle) van Oort                      Hoofd Belangebehartiging KBO-PCOB
                                             (ouderenbond)
</pre>

====================================================================== Einde pagina 39 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 40 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                     40
Vergrijzing in detentie
 Drs. R.N. (Rob) van der Plank               Vestigingsdirecteur PI Haaglanden
 Drs. P.L.M. (Patrick) Roelofsen             Huisarts en justitieel geneeskundige,
                                             MedTzorg PI Heerhugowaard
 Mr. J. (Jozien) Schrale-Oranje              Voorzitter CvT PI Ter Apel, tevens lid
                                             Klankbordgroep CvT’s
 D. (Dirk) Stubbe                            Plaatsvervangend vestigingsdirecteur PI
                                             Heerhugowaard
 Drs. M.R. (Mehmet) Uygun                    Geestelijk verzorger (imam),
                                             PI Heerhugowaard
 Mr. M.C. (Carolina) van der Veen            Programmamanager Straffen en
                                             Beschermen / strategisch
                                             managementadviseur D&R, Divisie
                                             Gevangeniswezen en Vreemdelingen-
                                             bewaring, Dienst Justitiële Inrichtingen
 A.H. (Allard) van het Veld                  Hoofd Zorg, PPC PI Zwolle
 Dr. D.J. (Dirk Jan) Versluis                Directeur Somatische Zorg, JCvSZ PI
                                             Haaglanden
 J.E.M. (Janneke) van Wely                   Beleidsadviseur Reclassering Nederland
 M.L. de Weerd MSc.                          Medisch adviseur Nederlands Instituut voor
                                             Forensische Psychiatrie en Psychologie
                                             (NIFP), afdeling Beleid & Zorgsupport
 G. (Gusta) Willems                          Hoofd Marketing en Communicatie
                                             KBO-PCOB (ouderenbond)
 Zes oudere gedetineerden                    Twee PI’s
</pre>

====================================================================== Einde pagina 40 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 41 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                   41
Vergrijzing in detentie
         Bijlage 2 Tabellen
Tabel 1: Totaal aantal gedetineerden per leeftijdscategorie, periode 2005 – 2021
                                                     65 en      Overige
    jaar        18 tot 25    25 tot 45 45 tot 65     ouder     leeftijden      totaal
    2005         10.950        30.760    8.330         310         320         50.650
    2006         10.620        30.090    8.670         350         300         50.030
    2007         10.300        28.190    8.560         330         240         47.620
    2008          9.820        26.600    8.290         340         140         45.190
    2009          9.920        25.510    8.130         330         160         44.050
    2010         10.010        24.830    8.300         360         270         43.760
    2011          9.930        24.690    8.590         410         310         43.940
    2012          9.280        23.910    8.360         480         470         42.500
    2013          8.820        24.080    8.830         510         460         42.700
    2014          8.260        24.490    9.740         570         180         43.240
    2015          7.080        22.930    9.060         520         200         39.790
    2016          5.990        20.400    8.150         520         200         35.250
    2017          5.610        19.630    7.710         520          80         33.540
    2018          5.370        19.490    7.730         560          60         33.200
    2019          5.560        19.870    7.920         540          80         33.960
    2020          4.380        16.080    6.310         490          40         27.300
    2021          4.560        17.340    6.850         580          40         29.370
Bron: CBS
Tabel 2: Prognose bevolking naar geslacht en leeftijd, periode 2022-2050:
          aantal mannen en vrouwen van 65 jaar en ouder
    jaar                mannen               vrouwen                    totaal
    2022               1.642.117             1.886.357                3.528.474
    2025               1.771.224             2.012.834                3.784.058
    2030               1.991.737             2.240.018                4.231.755
    2035               2.171.684             2.440.636                4.612.320
    2040               2.260.189             2.565.299                4.825.488
    2045               2.252.996             2.587.497                4.840.493
    2050               2.246.693             2.604.201                4.850.894
Bron: CBS
</pre>

====================================================================== Einde pagina 41 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 42 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming 42
Vergrijzing in detentie
</pre>

====================================================================== Einde pagina 42 =================================================================

<br><br>