<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>          Aan de demissionair minister voor Rechtsbescherming
          De heer F.M. Weerwind
          Ministerie van Justitie en Veiligheid
          Postbus 20301
          2500 EH Den Haag
Datum     18 april 2024
E-mail    advies@rsj.nl                          Ons kenmerk          5317029
Onderwerp Advies Regeling tot wijziging Regeling tijdelijk verlaten inrichting in verband met capaciteitsproblemen
          binnen het gevangeniswezen
          Geachte heer Weerwind,
          Op 29 maart 2024 ontving de Afdeling advisering van de Raad voor Strafrechtstoepassing
          en Jeugdbescherming (RSJ) het verzoek om te adviseren over de Regeling tot wijziging
          van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting (Rtvi) in verband met
          capaciteitsproblemen in het gevangeniswezen.
          De voorgestelde regeling betreft de toevoeging van het nieuwe Hoofdstuk 4a: Tijdelijke
          maatregelen in verband met het verlichten van capaciteitsproblemen binnen het
          gevangeniswezen. Met deze toevoeging worden de criteria voor plaatsing op een beperkt
          beveiligde afdeling (BBA) in het kader van re-integratieverlof verruimd en wordt aan
          bepaalde gedetineerden aan het eind van hun detentieperiode, onder voorwaarden, verlof
          onder elektronisch toezicht verleend. Beide maatregelen hebben tot doel de doorstroom
          van gedetineerden binnen penitentiaire inrichtingen (PI’s) te bevorderen en daarmee
          meer cellen op reguliere afdelingen beschikbaar te krijgen. De regeling en de toelichting
          hierop zijn als bijlage aan dit advies toegevoegd.
          In dit advies wordt de voorgelegde regeling tot wijziging van de Rtvi besproken. Voordat
          inhoudelijk op de regeling wordt ingegaan, wordt kort stilgestaan bij de huidige situatie
          en de noodzaak tot het nemen van de voorgestelde maatregelen. Daarna volgen enkele
          opmerkingen buiten de regeling om, waarna wordt afgesloten met een aantal
          aanbevelingen.
          Postbus 30137
          2500 GC Den Haag
          www.rsj.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                                                         2
1. Context en aanleiding
1.1 Huidige situatie
De minister heeft in november 2023 te kennen gegeven dat de Dienst Justitiële
Inrichtingen (DJI) kampt met een groot capaciteitsprobleem. Het gebrek aan beschikbare
celcapaciteit wordt niet veroorzaakt door te weinig cellen, maar door een structureel
personeelstekort.1
DJI heeft te maken met bijna 1.100 openstaande vacatures op een totaal van 16.000 fte.
Van de 7.130 beschikbare cellen worden 6.800 cellen in zowel huizen van bewaring als
gevangenissen (voor mannen) gebruikt. Tegelijkertijd neemt de druk op de cel-bezetting
verder toe doordat tbs-passanten in afwachting van hun plaatsing in een tbs-kliniek in
een PI worden geplaatst. Hetzelfde geldt voor jeugdigen die onder het
adolescentenstrafrecht vallen en in afwachting zijn van een plek in een justitiële
jeugdinrichting. De capaciteitsdruk wordt verder verhoogd doordat gedetineerden met de
nieuwe regeling omtrent de voorwaardelijke invrijheidstelling (v.i.) langer vastzitten.
Daarbij komt dat het penitentiair programma is verkort van twee jaar naar twee maanden
en geen stapeling meer met de v.i. kan plaatsvinden. Gevolgen van de toenemende
capaciteitsdruk bij DJI zijn, onder andere, dat arrestanten zo lang mogelijk worden
vastgehouden op het politiebureau in een ophoud-cel en gedetineerden soms in cellen op
een afdeling van een Inrichting voor Stelselmatige Daders worden geplaatst, in plaats van
in een PI met een regulier detentieregime.2
Naar het oordeel van de minister moeten deze problemen zo snel mogelijk worden
opgelost. Hiertoe heeft hij reeds enkele maatregelen genomen. Deze maatregelen lopen
tot juli 2024 en houden – kort gezegd – in dat zelfmelders niet worden opgeroepen. Zij
moeten daardoor langer wachten voordat zij hun straf kunnen uitzitten. Ook worden
personen met een openstaande gevangenisstraf met een maximumduur van twee
maanden niet actief opgepakt en wordt vervangende hechtenis niet ten uitvoer gelegd.
Tot slot heeft de minister per 1 maart het mogelijk gemaakt gedetineerden al op vrijdag
heen te zenden waar zij voorheen in de drie dagen daarna in vrijheid zouden zijn
gesteld.3
Deze maatregelen verlagen de instroom van gedetineerden en nemen daardoor iets van
de druk weg, maar zorgen tegelijkertijd voor een toenemende voorraad en kunnen een
beeld van straffeloosheid oproepen. Dat wil de minister te allen tijde voorkomen. Om die
reden worden nog vier maatregelen van kracht, waarvan twee maatregelen in de
onderhavige regeling in de Rtvi worden opgenomen.
1.2 Voorzienbaarheid capaciteitsprobleem
Voordat op de inhoud van de voorgelegde regeling wordt ingegaan, benadrukt de RSJ dat
hij de situatie begrijpt waarin de minister en DJI zich bevinden. Door de krapte op de
arbeidsmarkt, een hoog ziekteverzuim en een forse uitstroom van medewerkers is sprake
1
   Kamerstukken II 2023/24, 24587, nr. 926.
2
   Kamerstukken II 2024/25, 24587, nr. 937.
3
   Kamerstukken II 2024/25, 24587, nr. 937.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                                                                     3
van een structureel personeelstekort. Ook erkent de RSJ de noodzaak om op korte
termijn maatregelen te treffen om de druk op het gevangenispersoneel zo snel mogelijk
te verlagen, om personen die tot een gevangenisstraf zijn veroordeeld zo snel mogelijk
hun straf te kunnen laten uitzitten en om de situatie voor voorlopig gehechten en
arrestanten te verbeteren. Wel merkt de RSJ op dat de minister met het verlenen van
capaciteitsverlof de facto de door de strafrechter opgelegde gevangenisstraf wijzigt.
Daarmee wordt door de uitvoerende macht ingegrepen in een vonnis van de
rechtsprekende macht, hetgeen afbreuk doet aan het gezag van de rechter en het
vertrouwen in de overheid kan aantasten.
Verder bestaan de capaciteitsproblemen bij DJI al langere tijd. De RSJ heeft hieraan al
uitvoerig aandacht besteed in het advies ‘Spanning in detentie’ uit 2019.4 In de
beleidsreactie op dit advies komt de minister met maatregelen in het kader van een
strategisch personeelsplan van DJI, waardoor DJI gestaag toewerkt naar vermindering
van de werkdruk, zodat voldoende ruimte ontstaat voor de belangrijke taken van de
uitvoerende medewerkers.5 Het is teleurstellend dat dit plan tot nu toe onvoldoende
resultaat heeft opgeleverd.
Daarnaast geldt dat door de wijzigingen die de Wet straffen en beschermen met zich
heeft meegebracht, gedetineerden langer in detentie blijven dan voorheen en de
uitstroommogelijkheden uit detentie ernstig zijn beperkt en zijn gemaximeerd tot twee
jaar.6 Bovendien was te voorzien dat de afschaffing van de stapeling van de v.i. en het
penitentiair programma een verlengde detentieduur tot gevolg zou hebben. De RSJ
adviseerde eerder de verlening van de v.i. van rechtswege te handhaven, omdat een
maximum v.i.-termijn van twee jaar de resocialisatie-mogelijkheden van langgestraften
te zeer beperkt.7 Dat deze v.i.-maatregelen een negatief effect op de capaciteit zouden
hebben, was te voorzien.8
De RSJ betreurt dat niet eerder is ingegrepen om de problemen voor te zijn. Terecht stelt
de minister nu alles in het werk de bestaande urgente problemen op te lossen. De RSJ
spreekt de hoop uit dat constructief en toekomstbestendig beleid een herhaling van de
huidige problemen kan voorkomen.
2. Inhoud van de wijziging Rtvi
De minister stelt in zijn toelichting op de voorliggende regeling dat met de voorgenomen
maatregelen is gezocht naar een flexibele oplossing waarbij maatwerk het uitgangspunt
is. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat de maatregelen gelijkelijk voor alle PI’s
gelden. Daarnaast is bepaald dat de maatregelen tot 1 januari 2026 kunnen worden
ingezet. Het is de bedoeling dat de maatregelen daar waar nodig en zo lang als nodig
4
   RSJ, Spanning in detentie, Den Haag: RSJ 2019, hoofdstuk 2.2.2.
5
   Kamerstukken II 2019/20, 24587, nr. 757.
6
   P. van Kampen, ‘Actief aan de slag (met beter gedrag)’, NJB 2024/693, afl. 12.
7
   RSJ, Advies inzake detentiefasering en voorwaardelijke invrijheidstelling, Den Haag: RSJ 2018, p.
   12-13.
8
   S. Meijer, ‘Gezocht: personeel. Over het capaciteitstekort in het gevangeniswezen en een
   herziening van het sanctiestelsel’, Sancties 2024/16, afl. 2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                                                                 4
kunnen worden ingezet. De periode voor de inzet van de maatregelen wordt door de
minister bepaald.9 Ook bepaalt de minister waar welke maatregel wordt ingezet en
hoeveel gedetineerden in de bekendgemaakte periode ten hoogste in aanmerking kunnen
komen voor deze maatregel.10 Door de regie bij de minister te houden, wordt voorkomen
dat meer gedetineerden dan strikt noodzakelijk in aanmerking komen voor de
maatregelen. Gedetineerden ontlenen geen rechten aan de maatregelen die op basis van
deze wijziging kunnen worden genomen: het doel dient slechts het capaciteitsprobleem te
verhelpen, niet om de straf voor de gedetineerde te verlichten.11 De minister zegt in zijn
toelichting toe dat de voorgenomen wijziging ook binnen het gevangeniswezen bekend
wordt gemaakt, zodat ook gedetineerden hiervan op de hoogte zijn.12 Op het moment dat
de capaciteitsproblemen ophouden te bestaan, kunnen geen nieuwe maatregelen meer
worden genomen, maar reeds toegekende ‘vrijheden’ duren voort en komen niet te
vervallen.13
2.1 De maatregelen
Met het nieuwe Hoofdstuk 4a van de Rtvi worden drie artikelen aan de Rtvi toegevoegd.
In artikel 33a van de Rtvi zijn de algemene bepalingen vastgelegd die van toepassing zijn
op de tijdelijke maatregelen in verband met het verlichten van de capaciteitsproblemen in
het gevangeniswezen. De verruiming voor de criteria voor re-integratieverlof voor
extramurale arbeid is in het voorgestelde artikel 33b van de Rtvi opgenomen en het
capaciteitsverlof onder elektronisch toezicht is in artikel 33c van de Rtvi vastgelegd.
De RSJ merkt op dat geen van beide maatregelen – in beginsel – negatieve gevolgen voor
gedetineerden met zich brengen. Door het verruimen van de criteria voor het re-
integratieverlof komen gedetineerden immers op een eerder moment in de
detentieperiode in aanmerking voor een plaatsing op een BBA en door de toepassing van
elektronisch toezicht hoeven gedetineerden niet hun hele detentieperiode binnen de
muren van een PI door te brengen. Beide mogelijkheden leiden bovendien tot meer
geleidelijkheid in de detentiefasering en komen daarmee ten goede aan de resocialisatie.
2.2 Rechtsgelijkheid en rechtszekerheid in de uitvoering van de maatregelen
De RSJ heeft enkele bezwaren tegen de uitvoering van de maatregelen zoals deze nu in
de regeling is opgenomen. Deze zijn tweeledig en hebben betrekking op zowel de
rechtsgelijkheid onder gedetineerden als de rechtszekerheid voor gedetineerden. Op deze
punten schuurt de regeling naar het oordeel van de RSJ met de beginselen van goede en
humane bejegening.
9
   Art. 33a lid 3 Rtvi (nieuw).
10
   Art. 33a lid 4 Rtvi (nieuw).
11
   Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming XX, nr. XX, houdende wijziging van de Regeling
   tijdelijk verlaten van de inrichting in verband met capaciteitsproblemen binnen het
   gevangeniswezen, p. 6 en 7.
12
   Regeling van de Minister voor Rechtsbescherming XX, nr. XX, houdende wijziging van de Regeling
   tijdelijk verlaten van de inrichting in verband met capaciteitsproblemen binnen het
   gevangeniswezen, p. 5.
13
   Art. II Wijziging van de Regeling tijdelijk verlaten van de inrichting in verband met
   capaciteitsproblemen binnen het gevangeniswezen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                                                                                           5
Door de maatregelen niet in iedere PI gelijkelijk van kracht te laten zijn en de
bevoegdheid tot het nemen van maatregelen aan de minister te laten, wordt de
mogelijkheid tot het verkrijgen van capaciteitsverlof afhankelijk van een toevallige
omstandigheid, namelijk de inrichting waar een gedetineerde zijn straf uitzit, ook al
worden de maatregelen door de minister niet als recht van de gedetineerde gezien.
Doordat een gedetineerde in zijn verlofmogelijkheden afhankelijk is van zijn plaatsing, is
er sprake van ongelijke behandeling op grond van plaatsing. Daarnaast wordt de
selectiefunctionaris die namens de minister over de plaatsing beslist daarmee met een
grote verantwoordelijkheid belast. De schijn van arbitraire besluitvorming dient te allen
tijde worden voorkomen. Ook bestaat de kans op ongelijke behandeling doordat er een
maximum wordt gesteld aan het aantal gedetineerden dat voor een maatregel in
aanmerking komt. Het ontbreekt de regeling bovendien aan onderscheidende criteria aan
de hand waarvan de directeur bepaalt welke gedetineerde al dan niet in aanmerking komt
voor de maatregelen. Om de rechtsgelijkheid voor alle gedetineerden in dit kader te
garanderen en daarmee willekeur te voorkomen, dienen de maatregelen in alle PI’s
gelijkelijk te worden toegepast, dient aan het aantal gedetineerden niet op voorhand een
maximering te worden gesteld en dienen meer onderscheidende criteria te worden
opgesteld aan de hand waarvan gedetineerden voor een maatregel in aanmerking komen.
Gedetineerden zijn niet alleen afhankelijk van de keuze van de minister met betrekking
tot de locaties waar de maatregelen van toepassing zijn, maar ook met betrekking tot de
duur van de maatregelen. Dit kan tot gevolg hebben dat een gedetineerde zich (geruime
tijd) inzet om in aanmerking te komen voor capaciteitsverlof onder elektronisch toezicht
dan wel voor plaatsing op een BBA, maar dat de maatregel net wordt beëindigd voordat
de gedetineerde aan de termijnen heeft voldaan. Dit druist in tegen het
rechtszekerheidsbeginsel. Gedetineerden moeten weten waar ze aan toe zijn. Om die
reden adviseert de RSJ een overgangsfase in te bouwen voor als de capaciteitsproblemen
lijken te zijn verholpen, waardoor de maatregelen niet van de één op de andere dag
worden beëindigd.
2.3 Uitvoeringsvragen ten aanzien van capaciteitsverlof onder elektronisch toezicht
De huidige en voorgestelde maatregelen beogen – zoals gezegd – de druk binnen de PI’s
die door de capaciteitsproblemen worden veroorzaakt, te verlagen.14 De RSJ denkt dat de
maatregelen die in onderhavige regeling worden voorgesteld, hieraan inderdaad kunnen
bijdragen, maar voorziet hierbij wel een nieuw probleem. Doordat maatwerk het
uitgangspunt is en de maatregelen – en met name de maatregel van capaciteitsverlof
onder elektronisch toezicht – niet in iedere PI gelijkelijk van toepassing hoeven te zijn,
bestaat de reële kans op een toename van het aantal overplaatsingsverzoeken bij de
selectiefunctionarissen met mogelijke bezwaar- en beroepsprocedures. Het is aannemelijk
dat dit ook de druk op de casemanagers in de PI’s zal vergroten.
De RSJ voorziet ook problemen in de tenuitvoerlegging van het elektronisch toezicht door
de reclassering. Bij de reclassering is thans sprake van een hoge werkdruk die met de
14
    Kamerstukken II 2024/25, 24587, nr. 937.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                                                                                            6
onderhavige maatregelen verder wordt verhoogd. Per aangewezen gedetineerde moet
immers een plan worden gemaakt om het elektronisch toezicht vorm te geven en dient
een advies te worden opgesteld, moet de verblijfplaats geschikt worden bevonden, dient
de apparatuur te worden aangesloten en vervolgens moet het toezicht (en bij verlof
langer dan acht weken ook de begeleiding) worden uitgevoerd. De minister stelt dat door
het capaciteitsverlof onder elektronisch toezicht 250 plaatsen in de PI beschikbaar
komen.15 Dit betekent tegelijkertijd een toename in de belasting van de
reclasseringsorganisaties met 250 reclassanten. De RSJ vraagt zich af of de reclassering
in staat is om binnen de genoemde detentietermijn van vijf of zes weken elektronisch
toezicht ex artikel 33c van de Rtvi mogelijk te maken, zonder op de kwaliteit van het
werk in te leveren. De RSJ wijst erop dat de reclassering, net als de selectiefunctionaris,
een rol krijgt toebedeeld in de advisering aan de directeur bij het verlenen van
capaciteitsverlof, wat eveneens een taakverzwaring voor de reclassering inhoudt.
Tot slot heeft de RSJ ten aanzien van het capaciteitsverlof onder elektronisch toezicht het
volgende bezwaar. Een aanzienlijk deel van de gedetineerden beschikt niet over een
vaste woon- of verblijfplaats. Hiermee zijn zij per definitie uitgesloten van de voordelen
die de capaciteitsmaatregel van elektronisch toezicht met zich meebrengt. De RSJ
adviseerde eerder in het kader van de v.i.-regeling om te concretiseren wat wordt
verstaan onder een ‘aanvaardbare’ verblijfplaats. Ook adviseerde de RSJ om het
genoemde besluit zo aan te passen dat het achterwege blijven van de v.i. vanwege het
ontbreken van een aanvaardbare verblijfplaats alleen dan mogelijk is als dit gebrek een
aantoonbaar risico vormt voor recidive.16 Bij het verlenen van capaciteitsverlof zou
analoog daaraan nader kunnen worden vastgesteld wat een aanvaardbare verblijfplaats
is.
3.3 Uitvoeringsvragen ten aanzien van de belangen van slachtoffers en nabestaanden
In de memorie van toelichting bij de voorgestelde wijziging van de Rtvi wordt terecht
enkele malen ingegaan op de belangen van slachtoffers en nabestaanden bij het verlenen
van capaciteitsverlof en bij de mogelijk daaraan verbonden voorwaarden. De RSJ vraagt
zich af wat de voorgestelde maatregelen betekenen voor het Administratie- en
Informatiecentrum voor de Executieketen en andere diensten, maar ook voor
verwachtingen van slachtoffers en nabestaanden en voor de wijze waarop zij worden
betrokken en geïnformeerd.
3. Opmerkingen buiten de regeling om
3.1 Herzien regeling voorwaardelijke invrijheidstelling
Met de inwerkingtreding van de Wet straffen en beschermen per 1 juli 2021 is de
wettelijke regeling van de v.i. ingrijpend gewijzigd en kan de duur van de v.i.-periode
maximaal twee jaar beslaan.17 De impact van de wijziging is vooral groot op
gedetineerden die een lange gevangenisstraf uitzitten. Waar een gedetineerde met een
detentiestraf van bijvoorbeeld achttien jaar volgens de oude regeling na twaalf jaar kon
15
    Kamerstukken II 2024/25, 24587, nr. 937, p. 5.
16
    RSJ, Advies Uitvoeringsbesluit Wet straffen en beschermen, Den Haag: RSJ 2019.
17
    Wet straffen en beschermen en artikel 2 Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>                                                                                                 7
vrijkomen, is dat nu op zijn vroegst na zestien jaar een mogelijkheid. Door deze wijziging
zitten gedetineerden langer vast. Dit heeft uiteraard gevolgen voor de capaciteit binnen
de PI’s en brengt de nodige druk met zich mee. De RSJ acht het, gezien de hoge nood om
de capaciteitsproblemen te verhelpen en de verwachting dat de capaciteitsproblematiek
de komende jaren zal aanhouden, raadzaam de huidige v.i.-regeling te herzien en de
maximering van de v.i. tot twee jaar te laten vervallen.
3.2 Heroverweging taakstrafverbod en invoering elektronische detentie als hoofdstraf
Een andere mogelijkheid om de capaciteitsproblemen in de PI’s te verlagen, is het
verminderen van het aantal korte detenties. De RSJ schreef eerder dat het aantal korte
detenties steeds verder lijkt toe te nemen als gevolg van het taakstrafverbod voor
bepaalde delicten.18 Het behoeft geen nadere uitleg dat een toename van korte detenties
ook toenemende druk op de capaciteit binnen de PI’s met zich brengt.
De RSJ adviseert dan ook opnieuw dat het taakstrafverbod ex artikel 22b van het
Wetboek van Strafrecht dient te worden heroverwogen en dat elektronische detentie als
hoofdstraf een haalbaar alternatief is voor korte detenties.19 Naast het verlagen van de
capaciteitsproblematiek binnen de PI’s brengt dit meer voordelen met zich mee, zoals het
voorkomen van detentieschade en het verlagen van de kans op recidive.20 De RSJ acht
het dan ook raadzaam de herziening van het taakstrafverbod en de mogelijkheid tot het
formaliseren van elektronische detentie als hoofdstraf (als alternatief voor
gevangenisstraffen tot in elk geval één jaar) met voorrang te bezien.
4. Aanbevelingen
Naar aanleiding van het voornoemde, komt de RSJ tot de volgende aanbevelingen:
•   Pas de maatregelen gelijkelijk toe in iedere PI en in beginsel op elke gedetineerde om
    rechtsongelijkheid te voorkomen;
•   Neem een overgangsfase voor beëindiging van de maatregelen op in de regeling in het
    kader van de rechtszekerheid;
•   Herzie de huidige v.i.-regeling en de maximering van de v.i. uit de Wet straffen en
    beschermen om op lange termijn voldoende capaciteit te behouden;
•   Herzie het huidige taakstrafverbod en de beperking in artikel 22b van het Wetboek van
    Strafrecht om korte detenties te voorkomen en blijvend meer capaciteit te creëren;
•   Formaliseer elektronische detentie als zelfstandige hoofdstraf om het aantal
    detentiestraffen (tot in elk geval één jaar) te verminderen.
18
   RSJ, Korte detenties nader bekeken, Den Haag: RSJ 2021, hoofdstuk 5.2.
19
   RSJ, Korte detenties nader bekeken, Den Haag: RSJ 2021, hoofdstukken 5.2.1 en 5.2.3, p. 24-25
   en 25-26.
20
   RSJ, Korte detenties nader bekeken, Den Haag: RSJ 2021, hoofdstuk 5.2.3.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>                                                        8
De RSJ is graag bereid dit advies nader toe te lichten.
Met vriendelijke groet,
namens de Afdeling advisering van de RSJ,
Han Moraal
Algemeen voorzitter
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>