<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>21-05-2024
Reclassenten met een
hoog veiligheidsrisico
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                    2
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
Inhoud
RSJ-advies op hoofdlijnen                                                            3
Afkortingenlijst                                                                     6
1          Inleiding                                                                 7
1.1        Aanleiding en context                                                     7
1.2        Vraagstelling                                                             8
1.3        Afbakening                                                                8
1.3.1      Taken reclassering                                                        9
1.4        Werkwijze                                                                 9
2          Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico                              10
2.1        Achtergronden, kenmerken en omvang                                       10
2.1.1      Achtergronden en kenmerken                                               10
2.1.2      Omvang                                                                   11
2.2        Het beoordelingsproces in HVR-zaken                                      12
2.2.1      Wegingskader en inwinnen van risico-informatie                           12
2.2.2      Knelpunt in de praktijk: inwinnen van risico-informatie                  13
2.3        Consequenties van de HVR-beoordeling voor reclasseringsactiviteiten      14
2.4        Vragen en bedenkingen bij het beoordelingsproces in HVR-zaken            15
2.5        Conclusies en aanbevelingen                                              16
3          Rechtspositie reclassent                                                 18
3.1        Recht op reclassering                                                    18
3.1.1      Wet- en regelgeving                                                      18
3.1.2      Aanspraak op reclasseringsactiviteiten en klachtenregeling               19
3.1.3      De toepassing van het resocialisatiebeginsel                             20
3.1.4      Betekent een positieve verplichting tot resocialisatie ook een positieve
           verplichting tot reclasseren?                                            20
3.2        Gevolgen van het uitblijven van reclasseringsactiviteiten                21
3.2.1      Gevolgen in het licht van verschillende modaliteiten                     21
3.2.2      Rechtspositionele gevolgen                                               23
3.3        Conclusies en aanbevelingen                                              24
4          Aanvullende mogelijkheden voor de uitvoering van reclasseringswerk
           in hoog veiligheidsrisico zaken                                          26
4.1        Aanvulling anoniem werken                                                26
4.2        Multidisciplinair werken                                                 27
4.3        Conclusies en aanbevelingen                                              28
Bijlage I Lijst van geraadpleegde stukken                                           30
Bijlage II Gegevens respondenten                                                    33
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        3
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
RSJ-advies op hoofdlijnen
De reclassering geeft aan dat zij in toenemende mate te maken heeft met reclassenten
die ernstige veiligheidsrisico’s met zich meebrengen voor reclasseringswerkers, mede-
reclassenten en/of zichzelf. De reclassering duidt deze cliënten aan als ‘hoog
veiligheidsrisico cliënten’ (hierna: HVR-cliënten).
Definitie en omvang
Een eenduidige definitie van HVR-cliënten ontbreekt, maar er kunnen twee typen HVR-
cliënten worden onderscheiden: het eerste type betreft cliënten die een gevaar vormen
vanwege hun (mogelijke) betrokkenheid bij activiteiten in de georganiseerde misdaad.
Veiligheidsrisico’s kunnen uitgaan van de cliënt zelf of van diens omgeving. Het tweede
type betreft cliënten met ernstige psychische problematiek. De daaruit voortvloeiende
onvoorspelbaarheid van hun gedrag kan ernstige veiligheidsrisico’s met zich
meebrengen. In de praktijk wordt overigens uiteenlopend gedacht over het indelen
van deze cliënten onder de HVR-cliënten.
In relatie tot het totaal aantal cliënten dat de reclassering jaarlijks begeleidt, betreft
het aantal HVR-cliënten slechts een fractie van de totale populatie. Daarbij zijn er
maar enkele voorbeelden van HVR-zaken waarin de reclassering de opdracht – wegens
zeer ernstige veiligheidsrisico’s – niet heeft kunnen uitvoeren. Dat maakt de impact op
de betrokken reclasseringswerkers en de organisatie in haar geheel echter niet minder
groot.
Beoordelingsproces in HVR-zaken
Om in HVR-zaken te beoordelen of en hoe de reclassering zowel de veiligheid van
medewerkers kan waarborgen als uitvoering kan geven aan haar opdracht, heeft de
reclassering een ‘wegingskader’ ontwikkeld. Speciaal getrainde reclasseringswerkers
bepalen met behulp van het wegingskader het dreigingsniveau, de reclasseringsinzet
en de te nemen veiligheidsmaatregelen. In dit proces wordt risico-informatie
verzameld bij ketenpartners. Echter, deze informatie-uitwisseling verloopt volgens de
reclassering moeizaam. Als er sprake is van (zeer) ernstige veiligheidsrisico’s,
overweegt de reclassering (extra) veiligheidsmaatregelen te nemen of geeft zij aan
geen reclasseringsactiviteiten te kunnen uitvoeren.
Over de totstandkoming van het wegingskader en het gebruik in de praktijk is weinig
bekend. Dit roept bij de Afdeling advisering van de RSJ (hierna: de RSJ) vragen op van
onder meer inhoudelijke, methodologische en praktische aard. Ook roept het vragen
op over de consequenties voor de rechtspositie van de reclassent. De RSJ is van
mening dat het beoordelingsproces transparant en eenduidig moet zijn, gebaseerd op
een gevalideerd wegingsinstrument. Ook vindt de RSJ dat een degelijk
informatieproces moet worden ingericht, waarbij het OM de verantwoordelijkheid heeft
de reclassering te informeren over de aanwezigheid van veiligheidsrisico’s. Mogelijk
kan op dit punt aansluiting worden gezocht bij de aanpak van het OM, de DJI en de
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        4
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
politie waarin zij risico-informatie met elkaar delen om voortgezet crimineel handelen
in detentie te voorkomen.
Met het oog op een eenduidige beoordeling en uitvoering van de werkwijze in HVR-
zaken zou de reclassering meer kunnen inzetten op training en scholing van (nieuwe)
reclasseringswerkers en het nog beter voorlichten en activeren van ervaren
reclasseringswerkers. Ook moet de reclassering doorlopend aandacht besteden aan
mentale steun voor haar medewerkers, gelet op de impact die HVR-zaken op haar
medewerkers kunnen hebben.
Rechtspositie
De problematiek rondom reclassenten met een hoog veiligheidsrisico laat zien dat de
rechtspositie van reclassenten in het algemeen niet expliciet geregeld is.
Dit vormt met name een knelpunt voor de HVR-doelgroep, omdat de besluitvorming
van de reclassering vergaande gevolgen kan hebben voor deze groep reclassenten en
er voor hen weinig mogelijkheden zijn daar iets tegen te doen. De HVR-cliënt kan wel
een klacht indienen bij een onafhankelijke klachtencommissie, maar de bevoegdheden
van de klachtencommissie zijn beperkt en de uitspraak volgt vaak (te) laat waardoor
de uitspraak voor klager in de meeste gevallen een kwestie is van achteraf erkenning
of gelijk krijgen. De RSJ acht het van belang de rechtspositie van de reclassent te
verbeteren door de criteria en het kader op grond waarvan reclassenten worden
geclassificeerd als ‘hoog veiligheidsrisico’ vast te leggen in een ministeriële regeling.
Gevolgen voor reclassering en HVR-cliënt
De aanwezigheid van ernstige veiligheidsrisico’s kan ertoe leiden dat de reclassering
tot de conclusie komt geen uitvoering te kunnen geven aan haar taak. De gevolgen
hiervan zijn ingrijpend voor de cliënt, met name wanneer het uitblijven van
reclasseringsactiviteiten leidt tot het niet kunnen uitvoeren van de straf en/of wijziging
van het vonnis en de cliënt in een uiterst geval bijvoorbeeld vervangende hechtenis
moet ondergaan. Gelet op deze gevolgen acht de RSJ het van belang dat er aan de
voorkant – bij de oplegging van een taakstraf of toezicht door de rechter (of de officier
van justitie – overleg plaatsvindt tussen de ketenpartners zodat duidelijk wordt of en
hoe reclasseringsactiviteiten kunnen worden uitgevoerd.
De RSJ is van mening dat ook in HVR-zaken toezicht en controle geboden moeten
worden en dat de reclassering daartoe aanvullende mogelijkheden moet krijgen.
Aanvullende mogelijkheden die begeleiding in (de zwaarste categorie) HVR-zaken
mogelijk moeten maken, zijn in ontwikkeling. De RSJ acht het van belang dat deze
mogelijkheden – het uitbreiden van anoniem werken en multidisciplinair werken –
concreter vorm krijgen. Daarnaast adviseert de RSJ na te denken over alternatieve
mogelijkheden voor de tenuitvoerlegging van de taakstraf bij HVR-cliënten, aangezien
de twee voorgestelde mogelijkheden enkel een oplossing bieden voor advies en
toezicht. De RSJ acht maatwerk en alertheid ten aanzien van veranderingen in
veiligheidsrisico’s gedurende een HVR-traject van belang, zodat de reclassering haar
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                     5
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
werkwijze kan aanpassen zodra de situatie verandert en veiligheidsrisico’s toe- of
afnemen.
Aanbevelingen
•   Zorg op korte termijn voor een goede, door de gehele strafrechtketen gedragen,
    definitie van de HVR-doelgroep, zodat HVR-cliënten in de keten op een eenduidige
    manier worden aangemerkt en de verwachting, inzet en aanpak daarop kunnen
    worden afgestemd.
•   Geef inzicht in het beoordelingsproces en zorg dat het proces transparant en
    eenduidig is, gebaseerd op een gevalideerd wegingsinstrument.
•   Informeer de reclassent voor zover mogelijk over de informatie die met behulp van
    het wegingskader is verzameld en over de daarop gebaseerde beslissingen.
•   Richt een degelijk informatieproces in en creëer een “informatielijn” tussen het OM
    en de reclassering. Maak het OM daarbij verantwoordelijk voor het verstrekken van
    correcte informatie aan de reclassering over aanwezige veiligheidsrisico’s.
•   Ga na wat de reclasseringswerker nog meer nodig heeft om controle en begeleiding
    in een HVR-zaak goed te kunnen uitvoeren. Daarbij kan gedacht worden aan
    aspecten als scholing, training en intervisie, maar ook aan mentale steun voor de
    medewerkers.
•   Verbeter de rechtspositie van de reclassent, door de criteria en het kader op grond
    waarvan reclassenten worden geclassificeerd als ‘hoog veiligheidsrisico’ en de
    daaruit volgende beslissingen vast te leggen in een ministeriële regeling.
•   De reclassering moet aan de voorkant in overleg met de ketenpartners kijken naar
    de uitvoerbaarheid van reclasseringsactiviteiten in HVR-zaken, zodat situaties
    worden voorkomen waarin de rechter in een later stadium moet beslissen over een
    alternatief.
•   Concretiseer de wijze waarop de anonieme unit en de multidisciplinaire aanpak
    vorm moeten krijgen in de praktijk. De reclassering moet daarbij een beroep
    kunnen doen op de ketenpartners.
•   Probeer andere oplossingen te vinden voor de HVR-doelgroep. Gedacht kan worden
    aan het creëren van (meer) reclasseringslocaties in een beveiligde setting.
•   Zorg gedurende een HVR-traject voor periodieke herbeoordeling, zodat de actuele
    situatie en de noodzaak van de genomen veiligheidsmaatregelen goed kunnen
    worden beoordeeld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                    6
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
Afkortingenlijst
art.               (wets)artikel
Bvt                Beginselenwet verpleging ter beschikking gestelden
CJIB               Centraal Justitieel Incasso Bureau
DJI                Dienst Justitiële Inrichtingen
EHRM               Europees Hof voor de Rechten van de Mens
EVRM               Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
HVR-cliënt         Hoog veiligheidsrisico cliënt
IVRK               Verdrag inzake de rechten van het kind
IJenV              Inspectie Justitie en Veiligheid
OM                 Openbaar Ministerie
OvJ                officier van justitie
Pbw                Penitentiaire beginselenwet
RN                 Reclassering Nederland
RSJ                Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming
Sr                 Wetboek van Strafrecht
Sv                 Wetboek van Strafvordering
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                7
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
1        Inleiding
1.1      Aanleiding en context
Door ontwikkelingen in de samenleving, het sanctiebeleid en de criminaliteit heeft de
reclassering haar cliëntenpopulatie de afgelopen jaren zien veranderen.1 De
reclassering meldt dat zij in toenemende mate te maken heeft met reclassenten die
ernstige veiligheidsrisico’s met zich meebrengen voor reclasseringswerkers, mede-
reclassenten of voor zichzelf. Het zou daarbij gaan om verdachten en veroordeelden
die zware misdrijven op hun naam hebben staan en/of die deel uitmaken van een
criminele organisatie, maar ook om dreigende en agressieve personen met
onvoorspelbaar gedrag. Deze personen zijn soms expliciet dreigend richting
reclasseringswerkers en soms vormen zij een veiligheidsrisico omdat zij bijvoorbeeld
het risico lopen geliquideerd te worden.2
In de afgelopen jaren zijn voor de bedoelde reclassenten verschillende aanduidingen
gebruikt. Eerst werd gesproken over een ‘verharde doelgroep’. Daarna werd binnen de
reclassering de term ‘buitencategorie-cliënten’ gehanteerd. Inmiddels is de
reclassering ook hiervan afgestapt omdat justitiële ketenpartners deze term gebruiken
voor verdachten/veroordeelden van het zwaarste kaliber. Sinds begin 2023 worden de
bedoelde reclassenten aangeduid als ‘hoog veiligheidsrisico cliënten’. Die term wordt
ook in dit advies gebruikt.
Ten aanzien van deze groep cliënten werkt de reclassering met een speciale aanpak
waarin de veiligheid van reclasseringswerkers, mede-reclassenten en de reclassent zelf
voorop staat. Een gespecialiseerd team van reclasseringswerkers werkt met deze
aanpak en deze groep cliënten.3 Vooralsnog wordt de speciale aanpak toegepast door
Reclassering Nederland en niet of nauwelijks door de andere twee
reclasseringsorganisaties: het Leger des Heils en de Stichting Verslavingsreclassering
GGZ.4
De HVR-cliënten stellen de reclassering voor een grote uitdaging. Reclasseringswerkers
die zich inzetten voor een veilige maatschappij, moeten zich ook om hun eigen
veiligheid bekommeren.5 Volgens ARBO-wetgeving dienen de reclasseringsorganisaties
als werkgever te zorgen voor de veiligheid en de gezondheid van de werknemers
inzake alle met de arbeid verbonden aspecten.6 Het waarborgen van de veiligheid van
de medewerkers en reclassenten enerzijds en de uitvoering van de
reclasseringsopdracht anderzijds is volgens de reclassering in uitzonderlijke gevallen
1
   Kamerstukken II 2021/22, 2911, nr. 339; Poort 2023.
2
   Kamerstukken II 2023, 29 270, nr. 154; Reclassering Nederland, ketenbrief 2023.
3
   Dit kwam naar voren uit de gesprekken die de RSJ in het kader van dit advies heeft gevoerd,
   maar ook uit werkbezoeken die de RSJ de afgelopen jaren aan de reclassering heeft gebracht.
4
   Als bij de andere twee reclasseringsorganisaties sprake is van een HVR-cliënt dan verwijzen zij
   deze cliënt door naar Reclassering Nederland.
5
   Poort 2023.
6
   Artikel 3 lid 1, Arbeidsomstandighedenwet.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             8
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
echter onmogelijk. In het uiterste geval komt de reclassering tot de conclusie dat zij
haar opdracht niet kan uitvoeren. De minister voor Rechtsbescherming heeft kenbaar
gemaakt de reclassering te steunen in de zoektocht naar de juiste balans tussen
enerzijds de invulling van de taak en anderzijds de bescherming van de betrokken
medewerkers.7
Het bovenstaande roept vragen op over de missie en taken van de reclassering. Wat
betekent het voor de veiligheid van de maatschappij en de re-integratie van de
justitiabele als bij de behandeling van een strafzaak slechts een beperkt advies van de
reclassering beschikbaar is, en wat betekent het voor de veiligheid als een justitiabele
zonder controle of begeleiding terugkeert in de maatschappij? Ook vindt de Afdeling
advisering van de RSJ het belangrijk te kijken naar de rechtspositionele gevolgen voor
de reclassent als reclasseringsactiviteiten uitblijven.
1.2      Vraagstelling
Dit advies is tot stand gekomen naar aanleiding van een adviesvraag van de minister
voor Rechtsbescherming over de uitvoerbaarheid van reclasseringsactiviteiten bij
reclassenten met een hoog veiligheidsrisico. In dit advies komen de volgende vragen
aan de orde:
  1. Om welke reclasseringscliënten gaat het, in termen van achtergronden,
       kenmerken en omvang?
  2. In hoeverre kan de reclassering uitvoering geven aan haar taak ten aanzien van
       de HVR-doelgroep?
  3. Wat is de rechtspositie van de reclassent en van de HVR-cliënt in het bijzonder?
  4. Als reclasseringsactiviteiten vanwege veiligheidsrisico’s niet mogelijk zijn, zijn er
       dan nog andere mogelijkheden te bedenken waardoor de reclassering toch op een
       veilige manier invulling kan geven aan haar opdracht?
1.3      Afbakening
Dit advies gaat over reclassenten die ernstige veiligheidsrisico’s met zich meebrengen
voor de veiligheid van de reclasseringswerkers, andere reclassenten en/of zichzelf.
De adviesvraag van de minister betreft zowel de volwassenreclassering als de
jeugdreclassering, maar in de praktijk valt te beluisteren dat het eigenlijk alleen gaat
om meerderjarigen. Minderjarigen die als HVR-cliënt worden geclassificeerd, worden
doorgaans bij de volwassenreclassering aangemeld.8 Dit advies richt zich daarom op
de volwassenreclassering.
7
    Kamerstukken II 2023, 29 270, nr. 154.
8
    Dit kwam naar voren uit de gesprekken die de RSJ in het kader van dit advies heeft gevoerd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             9
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
1.3.1 Taken reclassering
De reclassering kent vier hoofdtaken, te weten advies, toezicht, taakstraf en
gedragsinterventies, en is actief in alle fasen van het strafproces.9 Deze taken zijn
vastgelegd in de Reclasseringsregeling.10 In de praktijk werkt de reclassering vrijwel
uitsluitend in opdracht van het Openbaar Ministerie (OM), de rechtspraak of de Dienst
Justitiële Inrichtingen (DJI).11 Zo kan de reclassering de officier van justitie (OvJ) en
de rechter adviseren over mogelijke interventies of over het toekennen van vrijheden,
is de reclassering verantwoordelijk voor de tenuitvoerlegging van taakstraffen en voor
het toezicht op verdachten of veroordeelden. Reclasseringstoezicht doet zich voor bij
de naleving van (bijzondere) voorwaarden die opgelegd zijn als onderdeel van een
(gedeeltelijk) voorwaardelijke straf of maatregel, bij schorsing van de voorlopige
hechtenis, voorwaardelijke veroordeling of bij een voorwaardelijke invrijheidstelling
(v.i.).12
1.4      Werkwijze
Ten behoeve van dit advies heeft materiaalverzameling plaatsgevonden waarbij
verschillende bronnen zijn geraadpleegd, zoals wetenschappelijke artikelen,
onderzoeksrapporten, beleidsdocumenten en wetteksten. Daarnaast zijn gesprekken
gevoerd met deskundigen die vanuit hun professie te maken hebben met HVR-cliënten
en/of daar een visie op hebben.13
9
   In dit advies hanteren we de algemene term ‘taakstraf’: voor volwassenen betekent dat een
   werkstraf, voor jeugdigen een werkstraf en/of leerstraf.
10
   Art. 8 Reclasseringsregeling 1995.
11
   Op grond van de Reclasseringsregeling 1995 kan de reclassering ook op eigen initiatief of op
   verzoek van betrokkenen (zoals gemeenten) activiteiten uitvoeren.
12
   WODC 2020. Voor een meer uitgebreide beschrijving van wat een toezicht inhoudt, zie
   www.reclassering.nl.
13
   Zie de lijst van geraadpleegde deskundigen en geraadpleegde stukken.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                           10
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
2         Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
   Kernpunten:
   •   Er is geen eenduidige definitie van HVR-cliënten. De RSJ acht het van belang
       dat HVR-cliënten in de keten op een eenduidige manier worden gedefinieerd,
       zodat de verwachting, inzet en aanpak daarop kunnen worden afgestemd.
   •   De RSJ wijst op de noodzaak tot verbetering en doorontwikkeling van het
       beoordelings- en informatieproces waarmee de reclassering bepaalt of een
       cliënt tot de HVR-doelgroep behoort. Zo moet de uitwisseling van risico-
       informatie tussen OM en reclassering hierover sterk verbeterd worden en moet
       het beoordelingsproces transparant en eenduidig zijn, gebaseerd op een
       gevalideerd wegingsinstrument.
In dit hoofdstuk worden de eerste twee vragen beantwoord. In paragraaf 2.1 wordt in
kaart gebracht om welke reclassenten het gaat in termen van achtergronden,
kenmerken en omvang. Vervolgens wordt in paragraaf 2.2 stilgestaan bij het
wegingskader waarmee de reclassering vaststelt of en in welke mate sprake is van
veiligheidsrisico’s, waarna in paragraaf 2.3 wordt ingegaan op de consequenties
hiervan voor de inzet van reclasseringsactiviteiten bij HVR-cliënten.
In paragraaf 2.4 stelt de RSJ een aantal vragen over het gebruik van het
wegingskader. De slotparagraaf 2.5 bevat conclusies en aanbevelingen.
2.1       Achtergronden, kenmerken en omvang
2.1.1 Achtergronden en kenmerken
Er is geen eenduidige definitie van HVR-cliënten. Dat is problematisch vanwege de
rechtspositionele gevolgen voor de als HVR-aangeduide reclassent. Het moet volgens
de RSJ duidelijk zijn over wie het gaat in termen van achtergronden en kenmerken.
Hoewel een eenduidige definitie ontbreekt, vloeit uit de daarover gevoerde gesprekken
voort dat twee typen te onderscheiden zijn:14
a) Het eerste type betreft cliënten die een gevaar vormen vanwege hun (mogelijke)
      betrokkenheid bij activiteiten in de georganiseerde misdaad. Risico’s kunnen
      voortkomen uit directe bedreigingen van cliënten naar reclasseringswerkers. Ook
      kan het veiligheidsrisico vanuit de omgeving van de cliënt komen, in plaats vanuit
      de cliënt zelf. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een cliënt op een liquidatielijst
      staat; in die situatie is niet alleen de cliënt zelf in gevaar, maar mogelijk ook
      reclasseringswerkers en mede-reclassenten.
b) Het tweede type betreft cliënten met ernstige psychische en/of psychiatrische
      problematiek. In het door Reclassering Nederland ontwikkelde wegingskader
      worden de indicatoren voor dit type cliënten als volgt geformuleerd:
      “Onberekenbaarheid in houding en handelingen vanuit onderliggende psychiatrie,
      gepleegde instrumentele levensdelicten (marteling/foltering, liquidatie), afwezige
14
    Dit is naar voren gekomen uit de gesprekken die in het kader van dit adviestraject zijn
    gevoerd. Zie hierover ook informatie over het door Reclassering Nederland ontwikkelde
    ‘wegingskader’ (dit wordt later in dit hoofdstuk besproken). Zie ook van Beek e.a. 2023.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                          11
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
     gewetensfunctie, verhoogde krenkbaarheid, risico’s nemen met eigen en
     andermans veiligheid.” Deze cliënten kunnen door de onvoorspelbaarheid van hun
     gedrag ernstige veiligheidsrisico’s met zich meebrengen.
In de praktijk wordt uiteenlopend gedacht over het indelen van cliënten met ernstige
psychische problematiek onder de HVR-cliënten. Sommige reclasseringswerkers
beschouwen deze cliënten als een gevaar, maar tegelijkertijd valt ook te beluisteren
dat de aard van de problematiek van deze reclassenten zodanig afwijkt van die van de
HVR-cliënten die betrokken zijn bij de georganiseerde misdaad, dat zij volgens een
enkele respondent niet tot de categorie HVR-cliënt behoren.15 Met name de
verslavingsreclassering heeft ervaring met cliënten met psychische problematiek en
weet daar goed mee om te gaan, zo wordt gesteld. Van Beek e.a. constateren in een
recent onderzoek naar de aanpak van Reclassering Nederland met betrekking tot HVR-
cliënten dat veel reclasseringswerkers deze cliënten niet zo gauw als HVR-cliënt
beschouwen omdat “een aanzienlijk percentage van het totaal aantal reclassenten”
met ernstige psychische problemen kampt.16 Echter, de auteurs suggereren dat onder
deze cliënten wel degelijk HVR-cliënten te vinden zijn; symptomen als geweld, dreiging
met fysieke agressie of impulsiviteit en gebrekkige gewetensfunctie zouden hierop
wijzen.17
De jeugdreclassering wordt soms ook geconfronteerd met veiligheidsproblemen, maar
die worden over het algemeen veroorzaakt door ouders die zich dreigend gedragen in
de richting van medewerkers van de gecertificeerde instellingen en niet zozeer door de
minderjarigen zelf.18 Gesprekspartners brengen naar voren dat zij bij minderjarigen
die ernstig crimineel gedrag vertonen vaak nog pedagogische mogelijkheden zien en
gedragsverandering denken te kunnen bewerkstelligen. Minderjarigen die ernstige
feiten gepleegd hebben en betrokken zijn bij de georganiseerde misdaad, zijn vaak al
bijna meerderjarig en worden bij de volwassenreclassering ondergebracht. Hoewel de
volwassenreclassering deze zaken uitvoert, is het van belang dat de zorgplicht die
bestaat ten aanzien van minderjarigen in acht wordt genomen.19
2.1.2 Omvang
Sinds begin 2022 registreert de Reclassering Nederland met hoeveel HVR-cliënten zij
te maken krijgt.20 Hieronder worden de cijfers van het aantal HVR-cliënten over het
15
   Dit is naar voren gekomen uit de gesprekken die in het kader van dit adviestraject zijn
   gevoerd.
16
   Van Beek e.a. 2023, p. 37.
17
   Van Beek e.a. 2023, p. 37.
18
   Dit is naar voren gekomen uit de gesprekken die in het kader van dit adviestraject zijn
   gevoerd.
19
   Art. 40 lid 4 IVRK.
20
   Op welke wijze de reclassering bepaalt of iemand tot de HVR-doelgroep behoort, komt in de
   volgende paragraaf aan de orde.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                              12
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
jaar 2023 weergegeven. De cijfers zijn uitgesplitst naar de reclasseringstaken advies,
toezicht en taakstraf en betreffen het aantal afgeronde opdrachten in 2023.21
Tabel 1: Aantal HVR-cliënten bij de drie reclasseringsorganisaties, in absolute
aantallen en in relatie tot het totaal aantal reclasseringscliënten, weergegeven per
reclasseringstaak; periode: 2023
  Reclasseringstaak                                    Totaal                  HVR-cliënten
                                                                          aantal            %
                                                       49.709              721              1,4
  Advies
                                                       13.352              212              1,6
  Toezicht
                                                       32.580              161              0,5
  Taakstraf
Bron: Reclassering Nederland
Om deze cijfers in perspectief te plaatsen: jaarlijks heeft de reclassering ten aanzien
van de bovengenoemde reclasseringstaken te maken met tienduizenden cliënten. In
vergelijking daarmee zijn de hierboven genoemde aantallen HVR-cliënten beperkt te
noemen. Dat maakt de impact op de reclassering echter niet minder groot.
2.2      Het beoordelingsproces in HVR-zaken
2.2.1 Wegingskader en inwinnen van risico-informatie
HVR-zaken worden bij Reclassering Nederland uitgevoerd door 40 speciaal getrainde
medewerkers: HVR-specialisten.22 Deze HVR-specialisten werken samen in een
landelijke expertgroep en regionale teams. Als reclasseringswerkers – met behulp van
een ontwikkeld screeningsformulier – signaleren dat een reclassent mogelijk tot de
HVR-doelgroep behoort, melden zij dit bij de HVR-specialisten.23 De specialisten
bepalen vervolgens het dreigingsniveau, de reclasseringsinzet en de te nemen
veiligheidsmaatregelen. Dit gebeurt met behulp van een wegingskader dat de
reclassering hiervoor heeft ontwikkeld. Het wegingskader maakt het mogelijk te
differentiëren naar drie dreigingsniveaus: paars, rood en oranje. Bij paars is de
dreiging het sterkst, bij oranje het minst sterk.
In het beoordelingsproces wint de reclassering risico-informatie in bij ketenpartners en
bij de cliënt en diens sociale netwerk. Het wegingskader biedt indicatoren voor de
indeling van cliënten in dreigingsniveaus. Enkele voorbeelden van indicatoren zijn:
‘(vermoedens van) liquidatiegevaar’, ‘in bezit van vuurwapens’ en ‘positie binnen
criminele organisatie of netwerk’. Op grond van de verzamelde risico-informatie vormt
21
   Het aantal opdrachten is niet gelijk aan het aantal unieke cliënten, de reclassering kan voor
   één cliënt meerdere opdrachten krijgen.
22
   Van Beek e.a. 2023, p. 8.
23
   Zaken komen binnen bij alle reclasseringswerkers, na een eerste screening worden zaken
   doorgestuurd naar de HVR-specialisten.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                            13
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
de reclassering aan de hand van het wegingskader een beeld van het dreigingsniveau,
bijbehorende handelingsrichtlijnen en de in te zetten veiligheidsmaatregelen. 24
Uit de gesprekken die de RSJ in het kader van dit advies heeft gevoerd, komt naar
voren dat de reclassering de afgelopen jaren veel heeft geïnvesteerd in de HVR-
werkwijze en dat nog steeds wordt gewerkt aan verbetering daarvan.25 Eén van de
genoemde verbeterpunten heeft betrekking op het borgen van eenduidigheid in de
uitvoering van de HVR-werkwijze. De landelijke expertgroep en de regionaal
gespecialiseerde HVR-teams moeten zorgen voor eenduidigheid en voor uitwisseling
van kennis en ervaring. Desondanks blijken er in de praktijk verschillen te bestaan
tussen de reclasseringsregio’s in interpretatie en beoordeling van HVR-zaken. De
reclassering zou meer kunnen inzetten op training en scholing van (nieuwe)
reclasseringswerkers, maar ook op het nog beter voorlichten en activeren van ervaren
reclasseringswerkers.26 Dit met het oog op de bedoelde borging van eenduidige
beoordeling en uitvoering. Ook zou de reclassering volgens de RSJ doorlopend
aandacht moeten besteden aan mentale steun voor haar medewerkers, gelet op de
impact die HVR-zaken op haar medewerkers kunnen hebben.
2.2.2 Knelpunt in de praktijk: inwinnen van risico-informatie
Een knelpunt in de praktijk is – aldus de reclassering – het verkrijgen van risico-
informatie van de ketenpartners. Dit verloopt soms zeer moeizaam. De reclassering is
vaak afhankelijk van lokale en individuele contacten waardoor dit proces erg
kwetsbaar is.27 Informatie-uitwisseling tussen ketenpartners is cruciaal in het geval
van HVR-cliënten.28 Bij het vermoeden dat een cliënt een veiligheidsrisico met zich
meebrengt, heeft de reclassering risico-informatie nodig om het dreigingsniveau te
kunnen bepalen. De reclassering geeft te kennen haar werk niet naar behoren te
kunnen uitvoeren als zij niet over risico-informatie kan beschikken.29 Beperkte
informatievoorziening kan grote gevolgen hebben: het kan enerzijds leiden tot
onveilige situaties voor reclasseringswerkers en reclassenten bij de uitvoering van een
toezicht of taakstraf, maar anderzijds ook tot foute beoordeling van een cliënt wanneer
een onderbouwing berust op vermoedens of achterhaalde informatie.30
Het verkrijgen van de hier bedoelde risico-informatie moet niet afhankelijk zijn van de
bereidwilligheid van lokale individuele contacten. De RSJ is van mening dat een
degelijk informatieproces moet worden ingericht en wil benadrukken dat de
reclassering binnen de keten gezien moet worden als een vanzelfsprekende partner
om risico-informatie mee te delen. De RSJ ziet hierin een verantwoordelijkheid
24
   Reclassering Nederland, Wegingskader.
25
   Dit blijkt ook uit van Beek e.a. 2023.
26
   Van Beek e.a. 2023.
27
   Reclassering Nederland, ketenbrief 2023.
28
   IJenV 2023.
29
   Reclassering Nederland, ketenbrief 2023.
30
   Dit wordt door enkele respondenten, die de RSJ in het kader van dit advies heeft gesproken,
   benoemd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             14
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
weggelegd voor het OM. Het OM zou de gespecialiseerde HVR-teams moeten
informeren over de aanwezigheid van veiligheidsrisico’s. De onlangs ontwikkelde
aanpak waarin het OM, de DJI en de politie risico-informatie en risicoanalyses met
elkaar delen om voortgezet crimineel handelen in detentie tegen te gaan, kan hierbij
mogelijk helpend zijn.31
Het probleem dat informatiedeling niet wenselijk of niet mogelijk is vanwege een
lopend strafrechtelijk onderzoek, kan ondervangen worden door het OM te vragen in
een concreet geval slechts het signaal af te geven dat – en in welke mate – sprake is
van veiligheidsrisico’s. De inhoudelijke informatie waarop dat is gebaseerd hoeft dan
niet te worden vrijgegeven. Zowel de reclassering als later ook de rechter moeten
vertrouwen op het oordeel van het OM.
2.3      Consequenties van de HVR-beoordeling voor reclasseringsactiviteiten
Na toepassing van het wegingskader heeft de reclassering een beeld van het
dreigingsniveau, de reclasseringsinzet en veiligheidsmaatregelen die geïndiceerd zijn.
Op grond hiervan bekijkt de reclassering welke mogelijkheden er zijn voor het
uitvoeren van reclasseringsactiviteiten zonder dat de veiligheid van
reclasseringswerkers, mede-reclassenten of de reclassent zelf in gevaar komt.
Dan zijn er drie mogelijke uitkomsten:
i) Uitvoering van reclasseringsactiviteiten met beperkte veiligheidsmaatregelen;
ii) Uitvoering van reclasseringsactiviteiten met veiligheidsmaatregelen of
iii) geen reclasseringsactiviteiten.
ad i) Uitvoering van reclasseringsactiviteiten met beperkte veiligheidsmaatregelen
In de praktijk kan de reclassering een groot deel van de cliënten met een
veiligheidsrisico wél begeleiden, eventueel met behulp van veiligheidsmaatregelen.32
Over het algemeen betreft dit de HVR-cliënten binnen de oranje dreigingscategorie.33
ad ii) Uitvoering van reclasseringsactiviteiten met veiligheidsmaatregelen
De tweede optie is dat de reclassering wel activiteiten uitvoert maar daarbij
veiligheidsmaatregelen inzet. Deze maatregelen zijn gericht op de veiligheid van
reclasseringswerkers, mede-reclassenten en de reclassent zelf. Voorbeelden hiervan
zijn: afgeschermd adviseren34, werken in duo’s van reclasseringswerkers en met
cliënten afspreken op beveiligde locaties. Het accent van de begeleiding bij een
toezicht ligt dan op controle. Uitvoering van reclasseringsactiviteiten waarbij de inzet
voornamelijk bestaat uit controle doet volgens de RSJ onvoldoende recht aan de
essentie van het reclasseringswerk dat immers is gericht op gedragsverandering en
31
    Binnen deze aanpak delen de drie ketenpartners informatie uit opsporingsonderzoeken en
    informatie over gedrag en communicatie van gedetineerden met elkaar. Zie Openbaar
    Ministerie, ‘Deel info over gevaarlijke gevangenen’, 29 maart 2024.
32
    Reclassering Nederland, ketenbrief 2023.
33
    Reclassering Nederland, Wegingskader.
34
    Dit houdt in dat de identiteit van de reclasseringswerker niet bij de cliënt en in de keten
    bekend wordt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               15
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
het begeleiden van de reclassent bij zijn resocialisatie.35 Deze vorm van
reclasseringsinzet komt voor binnen de dreigingscategorie rood en bij de lichtere
gevallen van de paarse categorie.36
ad iii) Geen reclasseringsactiviteiten
Komt de reclassering tot de conclusie dat zij de veiligheid van betrokkenen niet kan
waarborgen, dan geeft zij de opdracht terug. Dit gebeurt alleen in de ernstigste
gevallen binnen de paarse dreigingscategorie. De tenuitvoerlegging van een taakstraf
is volgens het wegingskader niet mogelijk wanneer de cliënt in de paarse óf rode
categorie valt. En wanneer de cliënt in de oranje categorie valt is de tenuitvoerlegging
van de taakstraf alleen mogelijk bij gecontroleerde projecten in een beveiligde setting,
maar deze projecten zijn er in de praktijk weinig.37 Dit impliceert dat de taakstraf
volgens het wegingskader voor veel HVR-cliënten geen optie is.38 Echter, het totaal
van voorbeelden van HVR-zaken waarin de reclassering de opdracht niet kon uitvoeren
is vooralsnog op twee handen te tellen.39
De cijfers van het aantal HVR-cliënten per dreigingsniveau (oranje, rood, paars), over
het jaar 2023, zijn weergegeven in onderstaande tabel:
Tabel: Aantal HVR-cliënten bij de drie reclasseringsorganisaties, uitgesplitst naar
dreigingsniveau, weergegeven per reclasseringstaak, periode: 2023.
 Reclasseringstaak                    Totaal aantal HVR-  Aantal HVR-cliënten per dreigingsniveau
                                            cliënten
                                             Totaal      Oranje         Rood           Paars
 Advies                              721                 193            499            29
 Toezicht                            212                 107            103            2
 Taakstraf                           161                 90             70             1
Bron: Reclassering Nederland
2.4      Vragen en bedenkingen bij het beoordelingsproces in HVR-zaken
Het wegingskader is ontwikkeld om te bepalen of in zaken sprake is van een hoog
veiligheidsrisico, hoe ernstig de dreiging is en in hoeverre het mogelijk is enige vorm
van reclasseringsactiviteiten te ontplooien, al dan niet met gelijktijdige inzet van
veiligheidsmaatregelen. Aangezien het beoordelingsproces en de daaruit volgende
35
   Reclassering Nederland, visie 2022-2024; Gesprekken die in het kader van dit advies zijn
   gevoerd.
36
   Dit kwam naar voren uit de gesprekken die in het kader van dit adviestraject zijn gevoerd.
37
   Van Beek e.a. 2023.
38
   Reclassering Nederland, Wegingskader; Van Beek e.a. 2023.
39
   Dit is naar voren gekomen uit de gesprekken die in het kader van dit adviestraject zijn
   gevoerd.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        16
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
beslissingen vergaande gevolgen kunnen hebben voor zowel de reclassering als de
reclassent, is een juiste beoordeling aan de hand van het wegingskader van groot
belang. De RSJ heeft mede daarom een aantal vragen en bedenkingen bij het
wegingskader in zijn huidige vorm:
-   Het is de RSJ niet duidelijk welke onderbouwing er bestaat voor de samenstelling
    van het wegingskader en of het eenduidig en valide is.
-   Het is de RSJ niet duidelijk hoe de toepassing van het wegingskader er in de
    praktijk uitziet, hoe indicatoren worden gewogen, hoeveel beoordelaars er per
    casus betrokken zijn en wat de expertise van de beoordelaars is. Evenmin is
    duidelijk hoe de gradaties van ernst binnen de drie dreigingsniveaus worden
    bepaald.
-   De RSJ vraagt zich af in hoeverre het wegingskader aansluit bij de verschillende
    reclasseringstaken. Voor de toezicht- en adviestaken lijkt het kader handvatten te
    bieden, maar het lijkt minder goed aan te sluiten bij de tenuitvoerlegging van de
    taakstraf.
-   Evenmin is bekend of de informatie die met behulp van het wegingskader is
    verzameld en de manier waarop de weging heeft plaatsgevonden, wordt gedeeld
    met de betrokkene en met ketenpartners.
2.5     Conclusies en aanbevelingen
Conclusies
Er is geen eenduidige definitie van HVR-cliënten, maar uit de gevoerde gesprekken
vloeit voort dat er twee typen te onderscheiden zijn. In de praktijk wordt over deze
twee typen echter uiteenlopend gedacht: cliënten met psychische problematiek
worden vaak niet als HVR-cliënt beschouwd, omdat de aard van de problematiek van
deze cliënten afwijkt van de ‘overduidelijke’ HVR-cliënt die (mogelijk) betrokken is bij
de georganiseerde misdaad.
Van het totaal aantal cliënten dat de reclassering jaarlijks begeleidt, is het aantal HVR-
cliënten slechts een fractie. Hoewel het aantal voorbeelden waarin de reclassering de
opdracht – wegens ernstige veiligheidsrisico’s - niet kon uitvoeren op twee handen te
tellen is, maakt dat de gevolgen voor de betrokken reclasseringswerkers en de
organisatie in haar geheel niet minder groot.
De RSJ is van mening dat het informatie- en beoordelingsproces in HVR-zaken
doorontwikkeling en verbetering behoeft. Zo mag de beschikbaarheid van risico-
informatie niet afhankelijk zijn van lokale en individuele contacten en moet het
beoordelingsproces transparant en eenduidig zijn, gebaseerd op een gevalideerd
wegingsinstrument. De reclassering moet meer inzicht verschaffen in de
totstandkoming en het gebruik van het wegingskader en de consequenties hiervan
voor de reclassent. De informatie die met behulp van het wegingskader is verzameld
moet – voor zover mogelijk - ook inzichtelijk zijn voor de reclassent zelf.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                     17
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
Aanbevelingen
•   Zorg op korte termijn voor een goede, door de gehele strafrechtketen gedragen,
    definitie van de HVR-doelgroep, zodat de verwachting, inzet en aanpak in de keten
    daarop kunnen worden afgestemd.
•   Geef inzicht in het beoordelingsproces en zorg dat het proces transparant en
    eenduidig is, gebaseerd op een gevalideerd wegingsinstrument.
•   Informeer de reclassent voor zover mogelijk over de informatie die met behulp van
    het wegingskader is verzameld en over de daarop gebaseerde beslissingen.
•   Richt een degelijk informatieproces in en creëer een “informatielijn” tussen het OM
    en de reclassering. Maak het OM daarbij verantwoordelijk voor het verstrekken van
    correcte informatie aan de reclassering over aanwezige veiligheidsrisico’s.
•   Ga na wat de reclasseringswerker nog meer nodig heeft om controle en begeleiding
    in een HVR-zaak goed te kunnen uitvoeren. Daarbij kan gedacht worden aan
    aspecten als scholing, training en intervisie, maar ook aan mentale steun voor de
    medewerkers.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                               18
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
3         Rechtspositie reclassent
   Kernpunten:
   •   De rechtspositie van de reclassent is niet optimaal geregeld en dat geldt temeer
       voor cliënten met een hoog veiligheidsrisico. Het is voor de reclassent moeilijk te
       achterhalen wat hij van de reclassering mag verwachten, hij kan aan bestaande
       wet- en regelgeving niet direct aanspraken ontlenen en heeft weinig
       mogelijkheden om bezwaar te maken tegen reclasseringsbeslissingen.
   •   De RSJ vindt het belangrijk de rechtspositie van de reclassent te verbeteren door
       de criteria en het kader op grond waarvan reclassenten worden geclassificeerd
       als ‘hoog veiligheidsrisico’ vast te leggen in een ministeriële regeling.
   •   Er bestaat geen recht op reclassering als zodanig, maar de RSJ ziet
       aanknopingspunten voor een positieve verplichting tot reclasseren.
Dit hoofdstuk gaat in op de derde vraag: wat is de rechtspositie van de reclassent en
van de HVR-cliënt in het bijzonder? Daarbij bekijkt de RSJ of er een recht op
reclassering bestaat door na te gaan wat er in Nederlandse en Europese wet- en
regelgeving te vinden is over de aanspraak op reclassering. Ook kijkt de RSJ naar
argumenten voor het bestaan van een recht op reclassering en/of een positieve
verplichting tot reclasseren, en gaat de RSJ in op wat het uitblijven van
reclasseringsactiviteiten betekent voor de reclassent en – mogelijk – anderen.
3.1       Recht op reclassering
3.1.1 Wet- en regelgeving
De problematiek rondom reclassenten met een hoog veiligheidsrisico laat zien dat de
rechtspositie van reclassenten in het algemeen niet expliciet geregeld is.40 Dit vormt
met name een knelpunt voor de HVR-cliënt, omdat de beslissingen van de reclassering
nu juist voor deze groep vergaande gevolgen kunnen hebben. Om die reden vindt de
RSJ dat de criteria en het kader op grond waarvan HVR-cliënten worden geclassificeerd
als ‘hoog veiligheidsrisico’ en de daaruit volgende beslissingen moeten worden
vastgelegd in regelgeving.
De grondslag voor het reclasseringswerk en het kader waarbinnen dit plaatsvindt, ligt
vast in wet- en regelgeving van verschillend niveau.41 Deze wetten en regelingen
bevatten echter geen bepalingen waaraan de reclassent direct rechten of aanspraken
kan ontlenen.42 Wel vloeit uit deze wetten en regelingen een dubbele plicht voort:
enerzijds een plicht voor de reclassering om in opdracht van de bevoegde autoriteiten
reclasseringsactiviteiten uit te voeren en anderzijds een plicht voor de reclassent om in
het kader van een straf of maatregel aan reclasseringsactiviteiten mee te werken.43
40
    Dit heeft de RSJ ook vastgesteld in een eerder advies, zie RSJ 2013.
41
    Art. 8 Reclasseringsregeling 1995, art. 9 lid 2 Privacyreglement Cliëntgegevens RN.
42
    RSJ 2013.
43
    Art. 8 Reclasseringsregeling 1995; Zie ook de artikelen 63, 80, 147, 167, 177, 310, 6:2:11,
    6:3:6, 6:3:12, 6:3:14, 6:6:10, 6:6:18 en 6:6:23b Sv, de artikelen 14, 38, 77 Sr, de artikelen
    4, 18a, 18b, 43 Pbw en artikel 51 Bvt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      19
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
Als de reclassering een opdracht onuitvoerbaar acht of de reclassent weigert aan
reclasseringsactiviteiten mee te werken, worden de consequenties daarvan niet door
de reclassering maar door de rechter of de OvJ bepaald. Dit versterkt de positie van de
reclassent. Echter, anders dan bij een vrijheidsbenemende sanctie, waar de interne
rechtspositie van de justitiabele geregeld is in beginselenwetten, is de interne
rechtspositie van degene die een vrijheidsbeperkende sanctie moet ondergaan – zoals
een taakstraf of het naleven van bijzondere voorwaarden – veel minder expliciet
geregeld.44 Reclassenten, ketenpartners en toezichthouders die op zoek zijn naar wat
zij van de reclassering mogen verwachten, zullen daartoe een veelheid aan bronnen
moeten raadplegen en/of zijn voor informatie aangewezen op folders, websites en
(mondelinge) informatie van de reclassering.45 Dit is eens temeer problematisch voor
HVR-cliënten, omdat reclasseringsbeslissingen voor hen vergaande gevolgen kunnen
hebben.
3.1.2 Aanspraak op reclasseringsactiviteiten en klachtenregeling
Als een HVR-cliënt het niet eens is met de inhoud van een reclasseringsadvies en/of de
daarin opgenomen conclusie dat hij wegens veiligheidsrisico’s niet in aanmerking komt
voor een toezicht of een taakstraf, kan hij daar weinig tegen doen. De algemene
beklagmogelijkheid voor reclassenten is beperkt.
De huidige klachtenregeling van de reclassering biedt reclassenten de mogelijkheid
een klacht in te dienen bij een onafhankelijke klachtencommissie over het uitvoeren of
nalaten van reclasseringsactiviteiten.46 Bij behandeling van de klacht kijkt de
klachtencommissie naar de bejegening (en soms naar het proces).47 De onafhankelijke
klachtencommissie kan een klacht gegrond, ongegrond, of niet-ontvankelijk verklaren,
maar kan de reclassering niet opdragen een nieuwe beslissing te nemen, de beslissing
te schorsen of klager een compensatie toe te kennen.48 Daarnaast kan de
onafhankelijke klachtencommissie pas worden ingeschakeld nadat de interne
klachtenprocedure is afgerond.49 Dit leidt ertoe dat behandeling van de klacht vaak
pas (te) laat plaatsvindt en de uitspraak voor klager in de meeste gevallen een kwestie
is van achteraf erkenning of gelijk krijgen. Om als reclassent invloed op een
reclasseringsbeslissing te hebben of een wijziging te bewerkstelligen, is de
klachtenregeling onvoldoende.50
Tegelijkertijd benadrukt de RSJ dat de besluitvorming over de (on)uitvoerbaarheid van
reclasseringsactiviteiten niet bij de reclassering maar bij de rechter of de OvJ ligt.
Als de reclassent het niet eens is met het advies om geen reclasseringsactiviteiten uit
te voeren in verband met veiligheidsrisico’s, dan is er voor hem nog de mogelijkheid
44
   Boone 2009.
45
   RSJ 2013.
46
   Reclasseringsregeling 1995; Reclassering Nederland, Interne klachtenregeling 2012.
47
   Zie art. 1d Reglement van orde van de landelijke Klachtencommissie Reclassering 2012.
48
   Reglement van orde van de landelijke Klachtencommissie Reclassering 2012; RSJ 2013.
49
   Reclassering Nederland, Interne klachtenregeling 2012.
50
   Bethlehem 2023; RSJ 2013.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                  20
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
dat (op zitting) kenbaar te maken aan de rechter of de OvJ. De rechter of de OvJ
besluit vervolgens – met in achtneming van het reclasseringsadvies – over de
(on)uitvoerbaarheid van reclasseringsactiviteiten en dat besluit is formeelrechtelijk
gezien bindend.
3.1.3 De toepassing van het resocialisatiebeginsel
Hoewel de reclassent in het algemeen, dus ook de HVR-doelgroep, het daadwerkelijk
uitvoeren van reclasseringsactiviteiten niet kan afdwingen, zijn in de Europese
regelgeving wel minimumwaarborgen geformuleerd, waaraan de tenuitvoerlegging van
vrijheidsbeperkende sancties moet voldoen.51 Onder andere wordt in deze regelgeving
het resocialisatiebeginsel van toepassing verklaard.52 Op nationaal niveau wordt in
artikel 6:1:3 van het Wetboek van Strafvordering geformuleerd dat bij de
tenuitvoerlegging van strafrechtelijke sancties rekening moet worden gehouden met
onder meer de resocialisatie van de veroordeelde.
Uit Nederlandse en Europese wet- en regelgeving volgt geen ‘recht’ op resocialisatie
als zodanig. Echter, in jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de
Mens (EHRM) is een ontwikkeling waar te nemen waarbij het EHRM in toenemende
mate belang hecht aan de resocialisatie van gedetineerden.53 De uitleg die het EHRM
aan het resocialisatiedoel heeft gegeven is met name tot ontwikkeling gekomen in de
context van de levenslange gevangenisstraf en artikel 3 Europees Verdrag voor de
Rechten van de Mens (EVRM).54 In meer recente uitspraken is die uitleg verbreed: het
EHRM maakt daarin duidelijk dat er voor staten een positieve verplichting bestaat tot
resocialisatie van alle (ex-)gedetineerden.55 Het voorkomen van recidive, het
bevorderen van individuele verantwoordelijkheid en de sociale re-integratie vormen
belangrijke aspecten hiervan.56 Volgens het EHRM is de positieve verplichting voor
staten een inspanningsverplichting. Dat wil zeggen dat staten zich moeten inspannen
voor een (goede) resocialisatie van alle (ex-)gedetineerden, maar dat het resultaat
niet gegarandeerd hoeft te worden.
3.1.4 Betekent een positieve verplichting tot resocialisatie ook een positieve
        verplichting tot reclasseren?
Een positieve verplichting tot resocialisatie houdt niet noodzakelijkerwijs in dat staten
ook een positieve verplichting tot reclasseren hebben, maar die lijn zou hier naar het
oordeel van de RSJ wel kunnen worden doorgetrokken.57 In de eerste plaats omdat
51
   European Probation Rules; European Rules on community sanctions and measures.
52
   Recommendation no. (92) 16, Straatsburg 1992; Boone 2009.
53
   Krabbe & Meijer 2023, p. 13.
54
   Art. 3 EVRM verbiedt foltering, onmenselijke of vernederende behandeling en onmenselijke of
   vernederende bestraffing.
55
   EHRM 26 april 2016, nr. 10511/10 (Murray/Nederland), par. 101, 102 (waarin het Hof spreekt
   over ‘a convicted person’) en 103 (‘convicted persons, including life prisoners’); Zie ook Krabbe
   & Meijer 2023, p. 11.
56
   Krabbe & Meijer 2023, p. 13.
57
   De positieve verplichting betreft hier dan ook een inspanningsverplichting voor de staat en
   geen resultaatsverplichting.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                      21
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
reclasseringsactiviteiten onlosmakelijk zijn verbonden met resocialisatie. Vanaf haar
oprichting in het begin van de negentiende eeuw staat het begeleiden en resocialiseren
van de verdachte of veroordeelde centraal in het reclasseringswerk.58 Resocialisatie
wordt bevorderd door gedragsinterventies, het bijbrengen van empathie voor het
slachtoffer en ‘gewoon’ door op de wettelijke regels te wijzen: activiteiten die veelal
door de reclassering worden uitgevoerd.59 Ook uit de missie en visie van de
reclassering is het verband tussen reclasseringsactiviteiten en resocialisatie af te
leiden.60 Centraal in de missie en visie van Reclassering Nederland staat ‘het
aanmoedigen van reclassenten om hun gedrag te veranderen en hen te steunen om
weer volwaardig en verantwoord deel te nemen aan de (online) samenleving’.61
In de tweede plaats wordt ook in Europese regelgeving een onlosmakelijk verband
tussen reclasseringsactiviteiten en resocialisatie vastgesteld. Zo stellen de European
Probation Rules onder andere dat reclasseringsorganisaties moeten streven naar een
succesvolle sociale integratie van verdachten of veroordeelden.62 Volgens deze
regelgeving omvat het reclasseringswerk daartoe een scala aan activiteiten zoals
controle, begeleiding en hulp, die zijn gericht op een veilige samenleving en sociale
inclusie van verdachten of veroordeelden. Deze activiteiten vormen belangrijke
aspecten van de positieve verplichting tot resocialisatie (zoals uitgelegd in paragraaf
3.1.3) en zijn van toepassing op alle justitiabelen, dus inclusief de HVR-doelgroep.
3.2      Gevolgen van het uitblijven van reclasseringsactiviteiten
De aanwezigheid van ernstige veiligheidsrisico’s kan ertoe leiden dat de reclassering
de veiligheid van medewerkers bij de uitvoering van haar taken onvoldoende kan
borgen en de opdracht om die reden als ‘mislukt’ terug meldt. Dit is voor de reclassent
ongunstig, met name wanneer hij wil meewerken aan een toezicht of een taakstraf,
maar de uitvoering niet mogelijk is vanwege ernstige veiligheidsrisico’s.
3.2.1 Gevolgen in het licht van verschillende modaliteiten
Schorsing voorlopige hechtenis
Bij schorsing van de voorlopige hechtenis kan de rechter de reclassering de opdracht
geven toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden.63 Als de
reclassering het toezicht onuitvoerbaar acht, meldt de reclassering het toezicht als
‘mislukt’ bij het OM en kan het OM een vordering opheffing schorsing van de
voorlopige hechtenis indienen bij de rechter. De rechter moet dan beslissen over het
vervolg. Als de cliënt de voorwaarden (herhaaldelijk) heeft geschonden, is opheffing
58
   Bijlsma e.a. 2022, p. 179.
59
   RSJ 2017.
60
   Reclassering Nederland, visie 2022-2024; Verslavingsreclassering GGZ, Missie & visie;
61
   Reclassering Nederland, visie 2022-2024.
62
   Art. 1 European Probation Rules: Recommendation CM/Rec(2010)1.
63
   OM Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis onder
   voorwaarden (2020A009).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             22
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
van de schorsing een logisch gevolg, maar niet wanneer de oorzaak van het niet
kunnen uitvoeren van de voorwaarden buiten de cliënt ligt.64
Voorwaardelijke straf of maatregel
Bij een voorwaardelijke straf of maatregel kan de rechter de reclassering eveneens de
opdracht geven toezicht te houden op de naleving van de bijzondere voorwaarden. 65
De reclassering meldt het toezicht als ‘mislukt’ als zij concludeert dat het toezicht
onuitvoerbaar is. Het OM kan vervolgens een vordering tot tenuitvoerlegging indienen
bij de rechter waarna de rechter moet beslissen over het vervolg.66 Ook hier geldt dat
tenuitvoerlegging van de straf een logisch gevolg is wanneer de cliënt de voorwaarden
(herhaaldelijk) heeft geschonden, maar niet wanneer de oorzaak van het niet kunnen
uitvoeren van de voorwaarden buiten de cliënt ligt. De rechter kan besluiten de
voorwaarden te wijzigen, maar dat zou betekenen dat de cliënt – zonder dat hij daar
zelf enig aandeel in heeft (gehad) – andere voorwaarden opgelegd krijgt dan de
rechter eerder passend en noodzakelijk vond.67
Taakstraf
Als de rechter of het OM een taakstraf oplegt, voert de reclassering een intakegesprek
met de cliënt. Wanneer de reclassering (ernstige) veiligheidsrisico’s constateert, kan
dit ertoe leiden dat de reclassering de taakstraf als ‘mislukt’ terug meldt bij het CJIB.
Het CJIB stuurt dan een ‘verzoek vervolgbeslissing’ naar het OM, waarna het OM
beoordeelt of vervangende hechtenis is aangewezen.68 Om de vervangende hechtenis
te kunnen executeren moet sprake zijn van verwijtbaarheid: het niet aanvangen en/of
mislukken van de taakstraf moet voor een belangrijk deel te wijten zijn aan de
taakgestrafte.69 Hiervan is geen sprake als de taakgestrafte wil meewerken, maar de
aanwezigheid van veiligheidsrisico’s in zijn omgeving de reden is van het niet
aanvangen en/of mislukken van de taakstraf. De rechter beslist dan over het vervolg.
Voorwaardelijke invrijheidstelling
In het geval van een v.i. adviseert de reclassering de Centrale Voorziening
voorwaardelijke invrijheidstelling (CVv.i.) onder meer over de geschiktheid van cliënt
voor v.i., de aanwezige risico’s en of deze beperkt en beheerst kunnen worden door
bijzondere voorwaarden aan de v.i. te verbinden.70 Als er ernstige veiligheidsrisico’s
64
   Bijvoorbeeld wanneer veiligheidsrisico’s uit de omgeving van cliënt komen.
65
   OM Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis onder
   voorwaarden (2020A009).
66
   Art. 84 Sv; OM Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis
   onder voorwaarden (2020A009).
67
   Art. 81 lid 1 en art. 6:6:21 lid 1 Sv.
68
   Als de taakstraf via een strafbeschikking is opgelegd door de OvJ dan zal deze eerst voor de
   rechter komen alvorens deze wordt omgezet naar vervangende hechtenis. Als de taakstraf
   door de rechter is opgelegd, dan kan de OvJ de vervangende hechtenis direct bevelen. Maar
   als er in dat laatste geval een bezwaarschrift tegen vervangende hechtenis wordt ingediend,
   dan komt het alsnog voor de rechter. Zie ook: RSJ 2021.
69
   OM Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging (2020A007).
70
   De CVv.i. is een onderdeel van het OM; OM Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling
   (2021A001).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                            23
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
aanwezig zijn, adviseert de reclassering geen bijzondere voorwaarden waarop zij
toezicht moet houden.71 In veel gevallen verbindt de CVv.i. echter wel bijzondere
voorwaarden aan de v.i. om het recidiverisico te beperken.
Pas als risico’s voor de samenleving niet te ondervangen zijn met algemene en
bijzondere voorwaarde(n), kan dat grond zijn om geen v.i. te verlenen.72
Veiligheidsrisico’s die de reclassering beschrijft in haar advies, zijn niet in alle gevallen
voldoende onderbouwd en/of actueel om af te kunnen zien van (bijzondere
voorwaarden bij) een v.i.73 Het ontbreken van actuele risico-informatie vormt hier een
knelpunt. De CVv.i. gaat in dat geval met de reclassering in gesprek om te kijken wat
er mogelijk is.
Volledigheidshalve kan verder nog worden genoemd dat zich in het kader van de
gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel (hierna: GVM-maatregel) de
situatie kan voordoen dat de reclassering ook na de v.i.-fase nog langdurig toezicht
moet houden op een cliënt.74 In dat geval wordt aan het einde van de straf en/of
maatregel door het OM besloten of het OM al dan niet de tenuitvoerlegging van de
GVM-maatregel zal vorderen bij de rechter.75 Tenuitvoerlegging van de GVM-maatregel
kan ertoe leiden dat de reclassering na het aflopen van de straf en/of maatregel
langdurig toezicht moet houden op de naleving van de door de rechter bij de GVM-
maatregel opgelegde voorwaarden. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten voor
een periode van twee, drie, vier of vijf jaren en de termijn van de GVM-maatregel kan
telkens op vordering van het OM worden verlengd.76 De reclassering adviseert de
rechter over de wenselijkheid van een GVM-maatregel en kan de (on)uitvoerbaarheid
in verband met (ernstige) veiligheidsrisico’s daarbij betrekken.77 Echter, als de rechter
de tenuitvoerlegging van de GVM-maatregel beveelt, moet de reclassering het toezicht
uitvoeren.
3.2.2 Rechtspositionele gevolgen
Zoals hierboven uitgewerkt, heeft het uitblijven van reclasseringsactiviteiten gevolgen
voor de reclassent. Zo heeft de interne weging en besluitvorming van de reclassering
direct consequenties voor de reclassent wanneer dit leidt tot het niet uitvoeren van de
opdracht. Het is daarbij onduidelijk of de manier waarop de interne weging heeft
plaatsgevonden inzichtelijk is voor de reclassent. Het niet uitvoeren van de
reclasseringsopdracht heeft daarnaast ook gevolgen voor de (tenuitvoerlegging van
71
   Dit kwam naar voren uit de gesprekken die de RSJ in het kader van dit advies heeft gevoerd.
72
   OM Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling (2021A001).
73
   Dit komt naar voren uit de gesprekken die de RSJ in het kader van dit advies heeft gevoerd.
74
   Art. 6:6:23b Sv. In art. 38z Sr wordt uiteengezet in welke gevallen de rechter een GVM-
   maatregel kan opleggen. Met betrekking tot justitiabelen die voor de invoering van de GVM-
   maatregel veroordeeld zijn maar die wel voor de GVM-maatregel in aanmerking zouden
   komen, heeft de rechter de mogelijkheid de proeftijd bij een v.i. telkens met twee jaren te
   verlengen, zie art. 6:1:18 Sv.
75
   De rechter moet vervolgens tenuitvoerlegging van de GVM bevelen. Deze toezichtmaatregel
   verloopt daarmee via een unieke tweetrapsraket, die in het strafrecht verder niet voorkomt.
   Zie WODC 2023.
76
   Art. 6:6:23c Sv.
77
   Art. 6:6:23a Sv.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                       24
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
de) sanctie en de aard en duur daarvan zoals door de rechter of de OvJ is opgelegd.
Als de reclassering de opdracht retourneert, kan het niet uitvoeren van de straf en/of
wijziging van het vonnis het gevolg zijn. Dit is om twee redenen onwenselijk: 1) er zijn
voor de reclassent weinig mogelijkheden iets te doen tegen het uitblijven van
reclasseringsactiviteiten wegens ernstige veiligheidsrisico’s en 2) het vonnis ligt vast
en kan niet zomaar worden gewijzigd. Wijziging van het vonnis is volgens de RSJ
onwenselijk wanneer de oorzaak van het niet kunnen uitvoeren van die straf niet bij de
reclassent ligt. De reclassering moet volgens de RSJ haar werkwijze zodanig
aanpassen - (eventueel) in samenwerking met ketenpartners - dat enige vorm van
toezicht en controle op een veilige manier geboden kan worden. De mogelijkheden
hiervoor komen in hoofdstuk 4 aan bod.
3.3     Conclusies en aanbevelingen
Conclusies
De problematiek rondom reclassenten met een hoog veiligheidsrisico laat zien dat de
rechtspositie van reclassenten in het algemeen niet expliciet geregeld is. Dit vormt niet
in de laatste plaats een knelpunt voor de HVR-doelgroep, omdat de besluitvorming van
de reclassering vergaande gevolgen kan hebben voor deze groep cliënten en er voor
hen weinig mogelijkheden zijn daar iets tegen te doen. De HVR-cliënt kan wel een
klacht indienen bij een onafhankelijke klachtencommissie, maar de bevoegdheden van
de klachtencommissie zijn beperkt en de uitspraak volgt vaak (te) laat waardoor de
uitspraak voor klager in de meeste gevallen een kwestie is van achteraf erkenning of
gelijk krijgen.
De RSJ constateert dat er geen recht op reclassering als zodanig bestaat, maar ziet
wel aanknopingspunten voor het bestaan van een positieve verplichting tot
reclasseren. Deze positieve verplichting met bijbehorende verantwoordelijkheid voor
de staat om recidive zo veel mogelijk te voorkomen en sociale re-integratie van
verdachten en veroordeelden te bevorderen, geldt voor alle justitiabelen en dus ook
voor de HVR-doelgroep.
Gevolgen van het uitblijven van reclasseringsactiviteiten zijn ingrijpend voor de
reclassent. Met name wanneer het leidt tot het niet uitvoeren van de straf en/of
wijziging van het vonnis, en de reclassent in een uiterst geval bijvoorbeeld
vervangende hechtenis moet ondergaan. Gelet op deze gevolgen acht de RSJ het van
belang dat er aan de voorkant – bij de oplegging van een taakstraf of toezicht door de
rechter (of de OvJ) – overleg plaatsvindt tussen de ketenpartners zodat duidelijk wordt
of en hoe de taakstraf of het toezicht kan worden uitgevoerd.
Aanbevelingen
•     Verbeter de rechtspositie van de reclassent, door de criteria en het kader op
      grond waarvan reclassenten worden geclassificeerd als ‘hoog veiligheidsrisico’ en
      de daaruit volgende beslissingen vast te leggen in een ministeriële regeling.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                               25
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
•     De reclassering moet aan de voorkant in overleg met de ketenpartners kijken
      naar de uitvoerbaarheid van reclasseringsactiviteiten in HVR-zaken, zodat
      situaties worden voorkomen waarin de rechter in een later stadium moet
      beslissen over een alternatief.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                                26
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
4        Aanvullende mogelijkheden voor de uitvoering van
         reclasseringswerk in hoog veiligheidsrisico zaken
   Kernpunten:
   De RSJ is van mening dat ook in HVR-zaken enige vorm van toezicht en controle
   geboden moet kunnen worden en dat de reclassering daartoe aanvullende
   mogelijkheden moet krijgen. De RSJ acht het van belang dat de voorgestelde
   mogelijkheden (anoniem en/of multidisciplinair werken) concreter vorm krijgen en
   adviseert de reclassering om te proberen een andere oplossing te vinden voor de
   tenuitvoerlegging van de taakstraf. Tot slot acht de RSJ het van belang dat er in
   HVR-zaken periodiek een herbeoordeling van de (actuele) veiligheidsrisico’s
   plaatsvindt, zodat de reclassering haar werkwijze kan aanpassen zodra de situatie
   verandert en veiligheidsrisico’s toe- of afnemen.
In dit hoofdstuk gaat de RSJ in op de vierde vraag: welke aanvullende mogelijkheden
zijn er nog om HVR-cliënten op een veilige manier te begeleiden in het geval de
huidige werkwijze en veiligheidsmaatregelen die de reclassering kan treffen niet
voldoende zijn?78 In dit hoofdstuk komen twee aanvullende mogelijkheden aan bod die
de reclassering overweegt.
4.1      Aanvulling anoniem werken
Bij een beperkte groep binnen de totale groep HVR-cliënten acht de reclassering het
nodig om anoniem te werken.79 Op dit moment kan de reclassering enkel in het kader
van de adviestaak anoniem werken. De taakstraf leent zich daar niet voor, maar de
toezichtstaak wel.80
Anoniem werken heeft de reclassering gedefinieerd als ‘de manier van werken waarbij
de reclasseringswerker niet met zijn/haar ‘echte gegevens’ bij de reclassent en in de
keten bekend wordt’ en noemt zij ook wel ‘afgeschermd werken’.81 De RSJ heeft
begrepen dat momenteel – in overleg met het ministerie van Justitie en Veiligheid –
wordt nagedacht over de ontwikkeling van een anonieme unit.82 Een anonieme unit
moet het mogelijk maken dat de reclassering zowel in het kader van advies als in het
kader van toezicht volledig anoniem kan werken.
Hoewel het vormgeven van een anonieme unit als noodzakelijk wordt gezien, leidt het
binnen de reclassering ook tot fundamentele discussies. Een aantal
reclasseringswerkers dat de RSJ in het kader van dit advies heeft gesproken, stelt dat
78
    Met ‘huidige werkwijze en veiligheidsmaatregelen’ doelt de RSJ op de maatregelen, zoals
    werken in duo’s of met cliënten afspreken op beveiligde locaties, die in hoofdstuk 2 van dit
    advies zijn besproken.
79
    Reclassering Nederland, ketenbrief 2023.
80
    Het uitvoeren van een taakstraf in een HVR-zaak is per definitie moeilijk, omdat een taakstraf
    wordt uitgevoerd op een (externe) locatie en de aanwezige risico’s mogelijk ook gevolgen
    hebben voor de veiligheid van mede-reclassenten en reclasseringswerkers.
81
    Reclassering Nederland, ketenbrief 2023.
82
    Reclassering Nederland, ketenbrief 2023.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                             27
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
anoniem werken niet past bij de essentie van het reclasseringswerk. Het in contact
staan met reclassenten en reclassenten hulp en steun kunnen bieden, is volgens hen
een essentieel onderdeel van het werk. Anderzijds zien medewerkers ook dat anoniem
werken – en het toezicht beperken tot controlemomenten – in uitzonderlijke gevallen
de enige mogelijkheid is om nog uitvoering te kunnen geven aan de opdracht. 83 De
andere optie is namelijk geen advies of toezicht en dat is volgens medewerkers
mogelijk nog onwenselijker, zowel voor de reclassent als voor de veiligheid van de
maatschappij.84
4.2     Multidisciplinair werken
Gezien de aard, het karakter en het risico dat uitgaat van HVR-cliënten, moet de
reclassering met ketenpartners binnen het justitiedomein (zoals politie en DJI)
samenwerken. Uit de gesprekken die de RSJ in het kader van dit advies heeft gevoerd,
komt naar voren dat de reclassering mogelijkheden ziet in een multidisciplinaire
aanpak waarbij iedere ketenpartner bijdraagt aan de begeleiding en controle van HVR-
cliënten.85
Voordat een gezamenlijke aanpak mogelijk is, is het volgens de RSJ allereerst van
belang dat verdachten/veroordeelden die door één van de ketenpartners als ‘hoog
veiligheidsrisico’ worden aangemerkt, ook door andere ketenpartners als zodanig
worden herkend.86 Hieruit volgt het belang van goede informatie-uitwisseling. Zoals
eerder in dit advies is genoemd, kwam uit de gevoerde gesprekken naar voren dat de
informatiedeling niet optimaal verloopt.
Naast het belang van informatie-uitwisseling, is het verstandig te kijken naar aspecten
van het reclasseringswerk waarbij de reclassering – in het geval van ernstige
veiligheidsrisico’s – ondersteuning kan gebruiken. Controletaken zouden in
uitzonderlijke gevallen bijvoorbeeld met ondersteuning van de politie kunnen worden
uitgevoerd. Op dit moment wordt de politie ook al ingezet bij de controle van bepaalde
bijzondere voorwaarden, zoals een contactverbod of locatieverbod.87 Daarnaast heeft
de politie meer middelen ter beschikking om de veiligheid van de eigen medewerkers
te waarborgen. Volgens de reclassering kan een team, bestaande uit bijvoorbeeld een
reclasseringswerker en een politieagent, waarbij de politieagent een deel van de
controletaak op zich neemt, mogelijk een oplossing bieden in zaken waar ernstige
veiligheidsrisico’s spelen.88
83
   Dit kwam naar voren uit de gesprekken die de RSJ in het kader van dit advies heeft gevoerd.
84
   Dit kwam naar voren uit de gesprekken die de RSJ in het kader van dit advies heeft gevoerd.
85
   Reclassering Nederland, ‘Veilig werken met hoog veiligheidsrisico cliënten’, 2023.
86
   Dit wordt ook genoemd in: Reclassering Nederland, ketenbrief 2023.
87
   OM Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis onder
   voorwaarden (2020A009); WODC 2020.
88
   Ook DJI wordt genoemd als een mogelijke samenwerkingspartner, omdat DJI een goede
   informatiepositie heeft en beschikt over een getraind team (Dienst Vervoer en Ondersteuning)
   dat in uitzonderlijke gevallen ingezet zou kunnen worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                     28
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
De RSJ ziet het nut van een multidisciplinaire aanpak waarbij de politie in
uitzonderlijke gevallen ondersteuning biedt bij het uitvoeren van de controletaak, maar
vindt dat een multidisciplinaire aanpak in elk geval niet mag leiden tot het wegnemen
van verantwoordelijkheid bij de reclassering. Toezicht en controle zijn immers
onderdeel van haar takenpakket.89 Daarnaast kwam uit de gesprekken die in het kader
van dit advies zijn gevoerd naar voren, dat veiligheidsrisico’s gedurende een traject
kunnen veranderen. Als risico’s afnemen, ontstaat voor de reclassering weer ruimte –
om naast controle – ook in te zetten op resocialisatie. In verband hiermee is het van
belang dat de reclassering, ook in (extreme) HVR-zaken, de verantwoordelijkheid heeft
en blijft kijken naar de mogelijkheden, ook als de opdracht in eerste instantie maar
heel beperkt kan worden ingevuld. De RSJ heeft nog wel vragen over hoe een
multidisciplinaire aanpak concreet zou moeten worden vormgegeven. Nadere
verdieping en uitwerking van deze aanpak acht de RSJ dan ook van belang.
4.3     Conclusies en aanbevelingen
Conclusies
Om cliënten met een hoog veiligheidsrisico in de zwaarste categorie toch te kunnen
begeleiden, overweegt de reclassering – in overleg met het ministerie van Justitie en
Veiligheid – een anonieme unit die ervoor moet zorgen dat zowel advies als toezicht in
de toekomst volledig anoniem kan worden uitgevoerd. Daarnaast wordt nagedacht
over een multidisciplinaire aanpak waarbij een team, bestaande uit bijvoorbeeld een
reclasseringswerker en een politieagent, mogelijk een oplossing kan bieden in de HVR-
zaken.
Bovenstaande ontwikkelingen kunnen een oplossing bieden voor de adviestaak en de
toezichtstaak, maar niet voor de taakstraf. Het uitvoeren van een taakstraf is op dit
moment in HVR-zaken niet goed mogelijk (zie hiervoor paragraaf 2.2.2) en ook de in
dit hoofdstuk besproken ‘aanvullende mogelijkheden’ lijken niet direct op de taakstraf
toepasbaar. De RSJ is van mening dat de reclassering moet proberen een andere
oplossing te vinden voor de tenuitvoerlegging van taakstraffen in HVR-zaken. Gedacht
kan worden aan het creëren van (meer) reclasseringslocaties in een beveiligde setting,
bijvoorbeeld op een kazerneterrein.
De RSJ wil benadrukken dat het ontwikkelen van aanvullende mogelijkheden die ertoe
leiden dat de reclassering haar activiteiten – weliswaar beperkt en/of in samenwerking
met ketenpartners – kan uitvoeren, begrijpelijk en nodig is. De RSJ is van mening dat
ook in het geval van de HVR-doelgroep enige vorm van toezicht en controle geboden
moet kunnen worden. Wel acht de RSJ maatwerk en alertheid ten aanzien van
veranderingen in veiligheidsrisico’s gedurende een HVR-traject van belang. Zodra de
situatie verandert en veiligheidsrisico’s toe- of afnemen, moet de reclassering haar
werkwijze daarop aanpassen.
89
   Artikel 8 Reclasseringsregeling 1995.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                    29
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
Aanbevelingen
     •   Concretiseer de wijze waarop de anonieme unit en de multidisciplinaire aanpak
         vorm moeten krijgen in de praktijk. De reclassering moet daarbij een beroep
         kunnen doen op de ketenpartners.
     •   Probeer andere oplossingen te vinden voor de HVR-doelgroep. Gedacht kan
         worden aan het creëren van (meer) reclasseringslocaties in een beveiligde
         setting.
     •   Zorg gedurende een HVR-traject voor periodieke herbeoordeling, zodat de
         actuele situatie en de noodzaak van de genomen veiligheidsmaatregelen goed
         kunnen worden beoordeeld.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        30
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
Bijlage I Lijst van geraadpleegde stukken
Literatuurlijst
Bethlehem 2023
G. Bethlehem, Het succes van de klachtenregeling?, Sancties 2023/82.
Boone 2009
M. Boone, Grenzen aan toezicht, minimumwaarborgen voor de uitvoering van
bijzondere voorwaarden, Proces 2009/88.
Bijlsma e.a. 2022
J. Bijlsma, S. Franken en P. van Kampen, ‘Altijd een komma, nooit een punt?
Reclassering, toezicht en resocialisatie’, in: De repressieve samenleving. Vanuit civiel-,
bestuurs- en strafrechtelijk perspectief (preadviezen Handelingen Nederlandse
Juristen-Vereniging), 2022.
IJenV 2023
IJenV, Samenwerken aan een nieuwe start, Den Haag: IJenV 2023.
Krabbe & Meijer 2023
M.J.M. Krabbe & S. Meijer, ‘Resocialisatie en mentale gezondheid, over het
toenemende belang van resocialisatie en geestelijke gezondheidszorg met betrekking
tot gedetineerden in de rechtspraak van het EHRM’, Delikt en Delinkwent 2023/12.
Meijer 2015
S. Meijer, ‘De opmars en evolutie van het resocialisatiebegrip’, Delikt en Delinkwent
2015/65.
Meijer 2022
S. Meijer, In al haar facetten. Over de betekenis van resocialisatie, Nijmegen:
Radboud Universiteit 2022.
Poort 2023
R. Poort, Tweehonderd jaar reclassering in Nederland, lessen uit het verleden en
uitdagingen voor de toekomst, Sancties 2023/79.
RSJ 2013
RSJ, Advies reclasseringsrecht. Den Haag: Raad voor Strafrechtstoepassing en
Jeugdbescherming 2013.
RSJ 2017
RSJ, Advies reclassering in een veranderende omgeving. Den Haag: Raad voor
Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming 2017.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 31 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                 31
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
RSJ 2021
RSJ, Advies korte detenties nader bekeken. Den Haag: Raad voor
Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming 2021.
Van Beek e.a. 2023
G. van Beek e.a., Evaluatie van de aanpak van reclassenten die een hoog
veiligheidsrisico vormen binnen Reclassering Nederland, Utrecht: Hogeschool Utrecht
2023.
WODC 2020
WODC, Recidive tijdens en na reclasseringstoezicht, Den Haag: WODC 2020.
WODC 2023
WODC, De gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel in 2021,
Den Haag: WODC 2023.
Kamerstukken, (internationale) regelgeving en beleidsstukken
Kamerstukken II 2021/22, 2911, nr. 339.
Kamerstukken II 2023, 29 270, nr. 154.
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).
European Probation Rules: Recommendation CM/Rec (2010)1.
European Rules on community sanctions and measures: Recommendation no. (92)16.
Verdrag inzake de rechten van het kind.
MvT Wet herziening tenuitvoerlegging strafrechtelijke beslissingen.
OM, Aanwijzing voorwaardelijke straffen en schorsing van voorlopige hechtenis onder
voorwaarden, 2020.
OM, Aanwijzing kader voor tenuitvoerlegging, 2020.
OM, Aanwijzing voorwaardelijke invrijheidstelling, 2021.
Wetboek van Strafvordering.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 31 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 32 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                    32
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
Wetboek van Strafrecht.
Reclasseringsregeling 1995.
Reclassering Nederland, Wegingskader (niet gepubliceerd).
Reclassering Nederland, Leeswijzer wegingskader (niet gepubliceerd).
Reclassering Nederland, Interne klachtenregeling 2012.
Reclassering Nederland, Privacyreglement Cliëntgegevens, 2022.
Reclassering Nederland, Reclasseren dichtbij reclassanten en midden in de
samenleving, visie 2022-2024.
Reclassering Nederland, Ketenbrief ‘Veilig werken met hoog veiligheidsrisico cliënten,
2023’ (niet gepubliceerd).
Klachtencommissie Reclassering, Reglement van orde van de landelijke
klachtencommissie 2012.
Verslavingsreclassering GGZ, Missie & visie, te vinden op www.svg.nl (laatst
geraadpleegd op 14 april 2024).
Jurisprudentie
EHRM 26 april 2016, nr. 10511/10 (Murray/Nederland).
Overig
Openbaar Ministerie, ‘Deel info over gevaarlijke gevangenen’, 29 maart 2024, te
vinden op: www.openbaarministerie.nl (laatst geraadpleegd op 3 mei 2024).
</pre>

====================================================================== Einde pagina 32 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 33 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                        33
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
Bijlage II Gegevens respondenten
 Mr. dr. J.R. (Johan) Bac                      Algemeen directeur, Reclassering
                                               Nederland
 Dr. J.M.H. (Jacqueline)                       Lector Werken in Justitieel Kader,
 Bosker                                        Hogeschool Utrecht
 Mr. M.M. (Mariëtte)                           Advocaat-generaal/afdelingshoofd Legal
 Brunsveld                                     Office Executie ressortsparket, Openbaar
                                               Ministerie
 Mr. drs. S.J.M. (Saskia)                      Directeur Stichting Verslavingsreclassering
 Capello-Lindner                               GGZ
 J. (Hans) Dingemanse                          Directeur Reclassering, Leger des Heils
                                               Jeugdbescherming & Reclassering
 Mr. S. (Samir) Djebali                        Senior rechter, Rechtbank Amsterdam
 A. (Alexandra) Doukakis                       Reclasseringswerker Gebiedsteam A’dam
                                               Zuidoost & Diemen, Reclassering
                                               Nederland
 Mr. L.C. (Linda)                              Senior officier van justitie Parket-
 Dubbelman
                                               Generaal/ programmadirectie Jeugd,
                                               huiselijk geweld, kindermishandeling,
                                               zeden, verplichte en forensische zorg,
                                               Openbaar Ministerie
 Mr. C.H. (Nelleke) Heijink                    Commissiesecretaris Legal Office Executie
                                               ressortsparket, Openbaar Ministerie
 M. (Marjan) Hooijer                           Reclasseringswerker Toezichtunit 5,
                                               Reclassering Nederland
</pre>

====================================================================== Einde pagina 33 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 34 ======================================================================

<pre>Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming                                    34
Reclassenten met een hoog veiligheidsrisico
 Bc. P.M. (Petra) de Jong                      Unitmanager Advies & Toezichtunit 1,
                                               Reclassering Nederland
 C. (Cynthia) Klein                            Unitmanager Advies & Toezichtunit 2
                                               Noord-West, Reclassering Nederland
 Mr. A. (Anja) Kooij                           Advocaat-generaal, Centrale Voorziening
                                               voorwaardelijke invrijheidstelling,
                                               Openbaar Ministerie
 B. (Bianca) Poldervaart                       Strategisch adviseur Beleid, Landelijke
                                               staforganisatie Raad voor de
                                               kinderbescherming
 C.S. (Cynthia) Pruis                          Adviseur Advies & toezichtunit 8 Noord-
                                               West, Reclassering Nederland
 Mr. S.T. (Bas) de Ruijter                     Senior secretaris, Centrale Voorziening
                                               voorwaardelijke invrijheidstelling,
                                               Openbaar Ministerie
 I. (Ingmar) van Tilburg                       Reclasseringswerker Adviesunit 1 Zuid-
                                               West, Reclassering Nederland
 M.C. (Monique) Veldhuis                       Adviseur beleid jeugdcriminaliteit,
 MSc                                           Jeugdzorg Nederland
 J. (Jessica) Westerik                         Directeur Uitvoering & Ontwikkeling,
                                               Reclassering Nederland
 M.J.G. (Melanie) Wilmink                      Unitmanager Advies & Toezichtunit 7
                                               Regio Oost, Reclassering Nederland
</pre>

====================================================================== Einde pagina 34 =================================================================

<br><br>