<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                 De Minister van Binnenlandse Zaken en
                                                 de Staatssecretaris van Binnenlandse
                                                 Zaken,
                                                 mevrouw A.G.M. van de Vondervoort
Bijlagen                  Uw kenmerk             Ons kenmerk           Datum
--                                               12.30/001/004         11 juli 1997
Inlichtingen bij          Dossier/volgnummer     Doorkiesnummer
W.M.C. van Zaalen                                (070)3027224
Onderwerp
Financiële verhouding stadsprovincie
 De Raad voor de financiële verhoudingen heeft kennis genomen van de
 wetsontwerpen inzake de instelling van de provincie Rotterdam. De raad heeft deze
 wetsontwerpen aan een oordeel onderworpen, waarbij hij zich heeft beperkt tot de
 financiële verhoudingsaspecten. Bij zijn oordeelsvorming heeft hij vooral gelet op de
 eventuele afwijkingen ten opzichte van het vorige wetsontwerp en heeft hij ook
 aandacht besteed aan de visie die de Raad voor de gemeentefinanciën toentertijd over
 dit onderwerp heeft uitgesproken.
 Bij de vergelijking met het oude ontwerp hebben twee afwijkingen de aandacht van de
 raad getrokken. In de eerste plaats wordt het mogelijk dat de provincie, analoog aan
 de systematiek van het Provincie- en Gemeentefonds, aan de gemeenten tijdelijke
 uitkeringen gaat verstrekken (artikel 3.4.1). De raad beschouwt deze aanvulling als
 een logische en nuttige uitbreiding van het verdeelstelsel.
De tweede wijziging betreft de relatie tussen het Rijk, de provincie en de gemeenten.
In het oude wetsontwerp zou na vijf jaar enige bepalingen komen te vervallen.
Het gaat hierbij om de goedkeuring van het inhoudingsbesluit (artikel nieuw 3.2.4) en
om de bepaling dat bij wijziging van het uitkeringsbesluit over een bepaald
uitkeringsjaar de som van de uitkeringsbases constant moet blijven (artikel nieuw 3.2.3,
lid 4). Deze wijzigingen liggen naar de mening van de raad in het verlengde van de
ontwikkelingen vanaf het eerste voorontwerp van de oude wet, zoals de verplichte
instelling van een adviesraad en de bepaling dat het uitkerings- en inhoudingssysteem
moet zijn gebaseerd op verschillen in kosten en belastingpotentie. De thans
aangebrachte wijzigingen vergroten de rechtszekerheid van de gemeenten en beperkt
de handelingsvrijheid van de provincie.
De raad kan zich in de thans aangebrachte wijzigingen vinden, maar hij is wel van
mening dat een verdere afzwakking van de positie van de provincie in de financiële
verhouding binnen de stadsprovincie afbreuk zal doen aan het creëren van een sterk en
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>slagvaardig regionaal bestuur. De keuze voor het model waarin de provincie op grond
van de Financiële-Verhoudingswet de aan het gebied toekomende algemene uitkeringen
uit zowel het Provincie- als uit het Gemeentefonds ontvangt en het totaal verdeelt over
de inliggende gemeenten en zich zelf, onderschrijft de raad volledig.
De raad heeft ook stil gestaan bij de vraag die ook tijdens de voorbereiding van het
vorige wetsontwerp aan de orde is geweest, namelijk of de stadsprovincie in
aanmerking kan komen voor artikel 12. Uit de door de raad geraadpleegde stukken
bliek: dat hier verschillende overwegingen een rol spelen.
Tegen openstelling van artikel 12 pleiten onder andere, dat het op gespannen voet staat
met het streven om de kracht en eigen verantwoordelijkheid van het openbaar bestuur in
de regio Rotterdam te doen toenemen, dat het een afwijking vormt ten opzichte van de
positie van De andere provincies - die immers ook geen artikel 12 kennen -, dat
vanwege de onvergelijkbaarheid met gemeenten de artikel 12-procedure moeilijk
toepasbaar is en tot slot dat een eventueel beroep van de provincie op artikel 12 een te
grote aanslag zou kunnen vormen op de algemene uitkering van de andere gemeenten.
De raad heeft ook kennis genomen van de toen gevoerde discussie over de eventuele
gevolgen van het uitsluiten van artikel 12 voor de positie van de provincie Rotterdam
op de kapitaalmarkt. De raad is niet in staat over het laatste een oordeel te geven. Hij
conformeert zich in deze aan het advies van de toenmalige Raad voor de
gemeentefinanciën van 24 februari 1994, nr. Rgf 01.10/006.005, waarin die raad vanuit
een positieve grondhouding jegens het voorstel om de provincie van artikel 12 uit te
sluiten, de aanbeveling deed een nader analyse te maken van de eventuele effecten van
die uitsluiting.
Het is de raad niet bekend of zo'n analyse heeft plaatsgevonden en wat de conclusies
daarvan zijn geweest. Mocht het nodig zijn maatregelen te treffen dan adviseert de Raad
u, die niet in eerste instantie in de artikel 12-sfeer te zoeken, maar in andere
maatregelen die passen binnen de bestaande bestuurlijke en financiële verhoudingen
tussen het Rijk en de andere overheden. Hierbij denkt de raad met name aan een
rolopvatting bij het uitoefenen van het toezicht op de stadsprovincie, die gericht is op
een vroegtijdige onderkenning van mogelijke knelpunten en het treffen van
maatregelen, voorzover die binnen de wettelijke mogelijkheden van het Rijk liggen.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Tot slot verzoekt de raad u hem op de hoogte te houden van de verdere uitwerking van
het verdeelmodel dat voor de provincie Rotterdam wordt ontwikkeld en over de wijze
waarop de provincie Rotterdam in de dan bestaande financiële verhoudingen
Rijk/provincies en Rijk/gemeenten wordt ingepast.
De Raad voor de financiële verhoudingen
w g. mw. ir. J.M. Leemhuis-Stout, voorzitter
w.g. drs. W.M.C. van Zaalen, secretaris
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>