<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                          Staatssecretaris voor Sociale Zaken en
                                          Werkgelegenheid,
                                          De heer H.A.L. van Hoof
                                          Postbus 90801
                                          2509 LV Den Haag
Datum                       Uw kenmerk                 Ons kenmerk
1 mei 2006                  W&B/SFI/06/30647           Rfv 2006-0000136956
Inlichtingen bij            Doorkiesnummer
Mr. G.A van Nijendaal       070 - 426 7232
Bijlagen
0
Onderwerp
Financieringssystematiek Wet werk en bijstand
(W-deel)
Geachte heer Van Hoof,
Bij brief van 11 april 2006 vraagt u advies aan de Raad voor de financiële
verhoudingen (Rfv) over het verdeelmodel voor het werkdeel van de Wet
werk en bijstand (WWB). U vraagt de Raad tevens het oordeel van de
Raad over de verdeelmodellen voor het inkomensdeel van de Wet werk en
bijstand (WWB) en het vaststellingmoment voor het WWB-budget. Dit is
in een apart advies behandeld.
Samenvatting
De Raad ziet geen aanleiding het huidige vrij eenvoudige verdeelmodel
voor de reïntegratiemiddelen te herzien. De veronderstelling dat de
omvang van de groep uitkeringsgerechtigden een goede indicator is voor
de totale omvang van de gehele doelgroep acht de Raad nog steeds
plausibel. Een verdeling gebaseerd op specifieke groepen die een grote
afstand tot de arbeidsmarkt hebben, levert gelet op de gewenste beleids- en
bestedingsvrijheid van gemeenten geen enkel soulaas. Het is ondoelmatig
en zal gepaard gaan met administratieve lasten, hetgeen haaks staat op het
streven van het kabinet om deze lastendruk te verminderen .Door de
verdeling te blijven baseren op actuele gegevens zal de verdeling ook
blijven aansluiten bij de behoefte.
Fluwelen Burgwal 56 Telefoon 070-4267540
Postbus 20011         Telefax 070-4267625
2500 EA‘s-Gravenhage E-mail rob-rfv@minbzk.nl
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>1.
Inleiding
Op basis van de WWB ontvangen gemeenten een budget waarmee
reïntegratietrajecten voor de gemeentelijke doelgroep kunnen worden
ingekocht, het werkdeel. De gemeentelijke doelgroep bestaat uit
bijstandsgerechtigden, mensen met een gesubsidieerde baan, Anw’ers en
werkzoekenden zonder uitkering (nuggers). De middelen in het werkdeel
zijn geoormerkt: gemeenten moeten deze middelen uitgeven aan
reïntegratie van hun doelgroep. Wel mag een gemeente een eventueel
overschot (tot een bepaalde hoogte) meenemen naar een volgend jaar of
een eventueel tekort (ook tot een bepaalde hoogte) ten laste brengen van
het volgende (of vorige) jaar.
De middelen van het werkdeel worden vanaf 2006 ook via een
verdeelmodel over de gemeenten verdeeld. De middelen worden verdeeld
op grond van het aantal bijstandsgerechtigden dat een gemeente heeft. Om
te corrigeren voor een verschil in moeilijkheid om de gemeentelijke
doelgroep te begeleiden naar werk zijn daarnaast kenmerken van de lokale
arbeidsmarkt opgenomen in het verdeelmodel. Gemeenten met een ruime
lokale arbeidsmarkt hebben waarschijnlijk meer middelen nodig om een
bijstandsgerechtigde naar een baan te begeleiden dan gemeenten met een
krappe arbeidsmarkt. Bij de behandeling van het verdeelmodel in de
Tweede Kamer kwam de vraag naar voren of dit verdeelmodel wel
voldoende rekening houdt met probleemcumulatie. Dat wil zeggen:
compenseert het verdeelmodel wel in voldoende mate voor een verschil in
samenstelling van de gemeentelijke bijstandspopulatie? Daarbij kan
worden gedacht aan een verschil in mensen zonder startkwalificatie,
mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, mensen met een
taalachterstand, verslaafden, dak- en thuislozen, arbeidsgehandicapten en
nuggers. In het rapport ‘Uit de bakken aan de bak’ van het
onderzoeksbureau SEO wordt ingegaan op deze vraag.
3.
Commentaar
De reïntegratiemiddelen worden verdeeld naar gemeentelijke behoefte. De
behoefte van gemeenten is bepaald door te kijken naar de besteding van
reïntegratiemiddelen door gemeenten. Bekeken is of bij het bepalen van de
gemeentelijke behoefte het nuttig is rekening te houden met
probleemgroepen.
De conclusie is dat dit voor de meeste probleemgroepen niet nodig is,
omdat wanneer wel rekening wordt gehouden met de probleemgroepen dit
geen of nauwelijks effect heeft op de bepaling van de gemeentelijke
behoefte aan reïntegratiemiddelen en dus het gemeentelijke budget. Dit
                                      2
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>komt doordat de kosten van reïntegratietrajecten voor de probleemgroep
niet verschillen van de kosten van een gemiddeld traject of omdat het
aandeel van de probleemgroep zeer klein is.
Het huidige vrij simpele verdeelmodel voldoet dan ook naar de opvatting
van de Raad. De veronderstelling dat de omvang van de groep
uitkeringsontvangers een goede indicator is voor de totale omvang van de
gehele doelgroep acht de Raad nog steeds plausibel. Bovendien wordt via
de arbeidsmarktkenmerken gecompenseerd voor de zwaarte van
noodzakelijke trajecten, waardoor gemeenten die meer behoefte hebben
aan gesubsidieerde arbeid daarvoor ook gecompenseerd worden. Het
model kent weinig extra administratieve lasten. Het doet ook recht aan de
beleidsvrijheid die gemeenten hebben bij de inzet van
reïntegratiemiddelen.
Belangrijk bijkomend argument voor de Raad is dit model de
prikkelwerking van de WWB ondersteunt door niet teveel mensen onnodig
op gesubsidieerde arbeid te zetten maar vooral te kijken naar de kans op
regulier werk.
Dat gemeenten met het oog op de te behalen voordeel bij het inkomensdeel
vooral zullen inzetten op kansrijke groepen is binnen de gegeven beleids-
en bestedingsvrijheid een gegeven. Indien de wens bestaat om specifieke
groepen te bedienen, volstaat het niet om alleen de verdeling aan te passen.
Daarvoor zouden ook bestedingsvoorschriften en een aparte
verantwoording in het leven moeten worden geroepen. Een dergelijke
aanpak is echter in strijd is met de gewenste sanering van specifieke
middelen en met de wens om de beleids- en bestedingsvrijheid van
gemeenten te vergroten. Daarenboven acht Raad een specifieke benadering
ook ondoelmatig.
Voor groepen met een taalachterstand geldt dit in mindere mate. Maar de
Raad is van mening dat het inlopen van taalachterstand onderdeel uitmaakt
van een bredere aanpak die niet alleen gericht is op toetreding tot de
arbeidsmarkt. Daarvoor zijn ook andere geldstromen beschikbaar. De extra
kosten leiden dus niet tot een extra behoefte bij gemeente aan
reïntegratiemiddelen.
De echte successen van de reïntegratietrajecten blijven in dit stadium
beperkt tot die groepen die een relatief kleine afstand tot de arbeidsmarkt
hebben. De WBB is pas sinds 2004 werkzaam. Als gevolg van de
invoering van de WWB vertoont de ontwikkeling van de aantallen
uitkeringsontvangers nog een grillig verloop over de gemeenten. Bij de
aanpak van de reïntegratie zijn gemeenten begonnen met die groepen die
relatief gemakkelijk bemiddelbaar zijn, geleidelijk aan zullen echter ook
de meer weerbarstige groepen aan bod komen. Groepen die meer
                                       3
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>maatwerk nodig hebben. De mogelijke effecten van deze aanpak verwacht
de Raad pas over een paar jaar te zien. Het is daarom beter het systeem
rust te geven en een periode van vijf jaar te nemen alvorens eventueel
wijzigingen aan te brengen. De Raad verwacht dat als gevolg van deze
ontwikkelingen de verdeling als het ware automatisch de gemeenten met
groepen uitkeringsontvangers met een relatief grote afstand tot de
arbeidsmarkt beter gaat bedienen. Rust in het systeem bevordert een meer
systematische aanpak. Te zijner tijd zou een nieuwe behoeftemeting op
basis van reële kosten kunnen worden gehouden, waarbij ook rekening
dient te worden gehouden met kosteneffectiviteit, om te bekijken of het
verdeelmodel moet worden aangepast.
Vooralsnog is de Raad is van mening dat er onvoldoende aanleiding is het
model aan te passen. Aanpassing van het verdeelmodel om zodoende met
probleemgroepen rekening te houden leidt niet tot een objectieve
verbetering van het model. Bovendien ontstaan er forse herverdeeleffecten
ten opzichte van de huidige verdeling waarvoor een goede inhoudelijke
verklaring ontbreekt. De Raad ziet dan ook geen aanleiding om af te
wijken ten aanzien van de eerder ingezette lijn.
De Raad voor de financiële verhoudingen,
Mr. M.A.P. van Haersma Buma, voorzitter
Drs. C.J.M Breed, secretaris
                                      4
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>