<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                               Ministerie van Binnenlandse Zaken en
                                                               Koninkrijksrelaties
 Raad voor het Openbaar Bestuur                                                              DGBRW    / BFR
                                                                                             BZK
T.a.v. drs. H. Polman, voorzitter
 Postbus 20011                                                                              Contactpersoon
 2500 EA Den Haag                                                                           marieile.oosterhout@minbzk.n
                                                                                            Kenmerk
                                                                                            20 19-0000502704
                                                                                            Uw kenmerk
 Datum        6 november 2019
 Betreft      Adviesaanvraag herijking uitkeringsstelsel
Geachte heet Polman,
Als ministet van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heb ik samen met de
staatssecretaris van Financiën (hierna: fondsbeheerders) een traject in gang gezet
om per 2021 te komen tot een heroverweging van de financiële verhoudingen. Als
onderdeel van deze heroverweging, waarover ik de Tweede Kamer op 6juli 2018
heb geïnformeerd, werken de fondsbeheerders aan een herziening van het
uitkeringsstelsel:1 ‘Het uitkeringsstelsel moet het mogelijk maken om een
arrangement in te richten dat past bij het karakter van de financiële middelen die
het Rijk verstrekt aan medeoverheden. De recente decentralisaties hebben laten
zien dat het huidige stelsel voldoende ruimte biedt om nieuwe geidstromen richting
medeoverheden in te richten. Tegelijkertijd blijkt echter dat de inrichting van deze
nieuwe geldstromen op grond van het stelsel ook leidt tot onduidelijkheden over de
verantwoordelijkheden, informatie-uitwisseling en de gewenste mate van
verantwoording.’
Met uw secretariaat is op 30juli jI. gesproken over een aantal vraagstukken die
onderdeel zijn van bovengenoemde traject. Als reactie hierop heeft uw raad laten
weten de knelpunten van het huidige stelsel van uitkeringen te erkennen. Uw Raad
is van oordeel dat de tijdspanne weinig ruimte laat voor een fundamentele
overdekking van het uitkeringsstelsel. Wel stelt uw Raad vast dat het op basis van,
en in lijn met eerdere adviezen (o.a. stelselverantwoordelijkheid, beleidsvrijheid),
mogelijk is te komen tot een aantal richtinggevende uitspraken over het
uitkeringsstelsel. Het gaat dan met name om de informatie en
verantwoordingsverplichting en de bekostiging van gemeenschappelijke opgaven
op (regionaal) niveau. Een dergelijk advies zal dus niet zo zeer een concrete
beoordeling inhouden van de nu voorliggende voorstellen als wel een ordening van
de overwegingen die volgens de Raad in acht moeten worden genomen bij de
inrichting van het uitkeringsstelsel.
1 Tweede Kamer, vergadejaar 2017-2018, Kamerstuk 34775 B, nr. 18
                                                                                            Pagina 1 van 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                                                  DGBRW / EFR
                                                                                  BZK
                                                                                  Datum
                                                                                  6 november 2019
                                                                                  Kenmerk
De fondsbeheerders gaan graag in op het aanbod van de raad om een aantal          2019-0000 502704
richtinggevende uitspraken te doen over het uitkeringsstelsel waarbij rekening
gehouden kan worden in het traject rondom de aanpassing van het
uitkeringsstelsel.
Een toelichting over de huidige denkrichting van de fondsbeheerders is opgenomen
in de bijlage bij deze brief, In afstemming met uw secretariaat verzoek ik u
vriendelijk uw advies aan mij te doen toekomen. Ik ontvang uw advies bij voorkeur
in november 2019.
Hoogachtend,
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
namens deze,
Mevrouw drs. A. Kroeskamp,
Directeur Bestuur, Financiën en Regio’s
                                                                                  Pagina 2 van 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                                                             DGBRW    / BFR
                                                                                             BZK
                                                                                             Datum
                                                                                             6 november 2019
                                                                                             Kenmerk
 Bijlage: Denkrichting fondsbeheerders                                                       2019-0000502704
Het huidige uitkeringsstelsel kent op dit moment twee hoofdvormen. De ene
hoofdvorm is de verstrekking van beleids- en bestedingsvrije middelen via het
gemeente- en provinciefonds via de algemene, integratie- en/of decentralisatie-
uitkering (al dan niet voor taken die bij wet zijn gevorderd: medebewind). De
andere hoofdvorm is de verstrekking onder voorwaarden, als specifieke uitkering
of verzameluitkering via de departementale begrotingen. Het volgende figuur
geeft dit schematisch weet.
                       Algemene uitkering (AU)
                                                                   Algemene middelen met
                      Integratie uitkering (IU)                    voor gemeenten en
     -v                                                            provincies beleids- en
                                                                   bestedingsvrijheid
      >
                       Decentralisatie-uitkering CDU)
     -Q
      0)
      0)
                      Verzameluitkering (VU)
                                                                   Door Rijk genormerkte
                                                                   middelen met
                                                                   verantwoording
                     Specifieke uitkering (SPUK)
Figuur 1: Schematische weergave verschillende uitkeringstypen in uitkeringsstelsel 2008.
De voorkeursvolgorde van veel beleids- en bestedingsvrijheid tot geoormerkte middelen
verloopt van links naar rechts. De algemene uitkering is de voorkeursvariant, varianten van
specifieke uitkeringen worden alleen toegepast als dit bijzonder aangewezen is.
Op dit stelsel is kritiek, omdat de verschillende uitkeringsvormen soms weinig
onderscheidend zijn, op papier of in de wijze waarop ze worden toegepast. Eerder
dit jaar heeft de Algemene Rekenkamer geconstateerd dat het Rijk op een
onrechtmatige wijze gebruik maakte van het instrument decentralisatie-uitkering.
De huidige Financiële verhoudingswet schrijft immers voor dat decentralisatie-
uitkeringen beleids- en bestedingsvrij moeten worden uitgekeerd. Daarop hebben
de fondsbeheerders aangegeven de kaders voor het uitkeringsstelsel in de
Financiële-verhoudingswet wet te willen wijzigen. Wetswijziging is nodig omdat de
huidige wettelijke kaders van het uitkeringsstelsel knellen op drie punten. In
willekeurige volgorde:
Expliciteren mogelijkheden voor informatie-uitwisseling bij
decentralisatie-uitkering
Via de decentralisatie-uitkering worden middelen door het Rijk zonder nadere
voorwaarden aan gemeenten en provincies toebedeeld. Tegelijkertijd moeten
vakministers de Tweede Kamer periodiek informeren over de doelmatigheid en de
                                                                                            Pagina 3 van 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>                                                                                                        DGBRW / BFR
                                                                                                        BZK
                                                                                                        Datum
                                                                                                        6 november 2019
 doeltreffendheid van het beleid.2 Hiervoor is beleidsinformatie onontbeerlijk.
 Beleidsinformatie is gedefinieerd als de informatie die noodzakelijk is voor het                       1100502704
 evalueren van beleid of het ontwikkelen van nieuw beleid.
 De fondsbeheerders willen de mogelijkheid expliciteren om beleidsinformatie op te
 kunnen vragen bij de toekenning van een decentralisatie-uitkering, zonder dat dit
 een voorwaarde is voor de toekenning van de decentralisatie-uitkering.
 Verhelderen mogelijkheden voor vergroting efficiency bij specifieke
 uitkering
 De FVW bevat geen bepalingen over het terugvorderen van niet-bestede middelen
 of over het type informatie dat wordt gebruikt om de uitkering vast te kunnen
 stellen. Deze bepalingen kunnen worden opgenomen in de materiewet- en
 regelgeving die als voorwaarde geldt voor het instellen van een specifieke
 uitkering. In relatie tot de bepalingen in de Comptabiliteitswet kan de ruimte die
 de FVW hiervoor laat, worden gelezen als dat iedere euro die niet is besteed voor
 het doel waarvoor de uitkering is verstrekt, ook teruggevorderd moet worden.
 Een verplichte terugvordering bij alle specifieke uitkeringen is echter niet de
 bedoeling van de FVW omdat dit de efficiency van de uitvoering van beleid
 inperkt. De fondsbeheerders willen de ruimte in arrangementen expliciteren door
 het introduceren van een variant van de specifieke uitkering waarbij overgebleven
 middelen ter vrije besteding komen van de gemeente of provincie als een
 gemeente of provincie de beoogde prestaties heeft geleverd voor een bedrag dat
 lager is dan hetgeen werd uitgekeerd. Of een eventueel efficiencyvoordeel
 behouden mag blijven is een keuze die beleidsverantwoordelijke minister per
situatie maakt. Deze keuze zal moeten blijken uit de wet- en regelgeving
waarmee de specifieke uitkering wordt ingesteld.
Introductie nieuw uitkeringstype voor gezamenlijke opgaven
 De uitkering gezamenlijke opgaven (UGO) is bedoeld voor situaties waarin
samenbestuur door het Rijk en andere overheden nodig is om tot
maatwerkoplossingen te komen voor maatschappelijke opgaven. Voor een
optimale aanpak van dit soort maatwerkoplossingen is samenwerking op basis
van een interbestuurlijke coalitie noodzakelijk, die gezamenlijk de benodigde
aanpak ontwikkelt voor de betreffende opgave. Een coalitie kan ontstaan op een
geografische schaal zoals bijvoorbeeld ‘de regio’, maar dat laatste is niet
noodzakelijk. Samen kunnen de betrokken overheden tot oplossingen komen die
hun individuele mogelijkheden overstijgen.
De UGO maakt onderdeel uit van het gemeente- en provinciefonds. Omdat er
geen (nieuwe) rechtspersoon wordt opgericht, wordt de verantwoording over de
relevante bestedingen afgelegd door het College van B&W aan de gemeenteraad,
door het College van GS aan Provinciale Staten en door de minister aan de
Tweede Kamer. De informatie die benodigd is voor het afleggen van de
verantwoording wordt verankerd in een samenwerkingsdocument (zie verderop).
De bevoegdheden van de betrokken rekenkamers ondergaan als een gevolg van
dit wetsontwerp geen wijziging.
Het sturingsprincipe van samenbestuur is nieuw in de Financiële-verhoudingswet.
De uitkering gezamenlijke opgaven onderscheidt zich hiermee van de algemene
2
  Vakministers hebben deze verantwoordelijkheid op grond van art.4.2 comptabiliteitswet. Het belang dat
dit kabinet hecht aan het invullen van deze verantwoordelijk blijkt o.a. uit de in het Regeerakkoord
aangekondigde operatie Inzicht in Kwaliteit (Kamerstukken 2017/18, 31 865, nr. 118 (Kamerbrief FIN:
Operatie Inzicht in Kwaliteit, 6juli 2018)).
                                                                                                        Pagina 4 van 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>                                                                                    DGBRW    / BFR
                                                                                    BZK
                                                                                    Datum
                                                                                    6 november 2019
uitkering, de decentralisatie-uitkering en de specifieke uitkering. Deze
uitkeringstypen gaan uit van het sturingsprincipe van ‘je gaat erover of niet’.     20100005027O4
De UGO zal primair toegepast worden in situaties waarin binnen het
uitkeringsstelsel 2008 de decentralisatie-uitkering met afspraken werd gebruikt
om een gezamenlijke, interbestuurlijke opgave vanuit het Rijk (mede-) te
bekostigen. De UGO is niet bedoeld om middelen die via de algemene uitkering
worden verdeeld in de toekomst via een UGO te financieren. Om het gebruik van
de UGO af te bakenen tot situaties waarin echt sprake is van samenbestuur willen
de fondsbeheerders wettelijke criteria opnemen. Op dit moment zijn deze criteria
als volgt verwoord:
     a.  Het gaat om samenbestuur door het Rijk en minimaal één andere
         overheid voor het realiseren van maatwerkoplossingen voor
         maatschappelijke opgaven;
     b.  De betrokken overheden maken afspraken over de invulling van het
         samenbestuur en leggen deze vast in een samenwerkingsdocument; en
     c.  Het samenbestuur is democratisch gelegitimeerd.
Deze drie criteria worden hieronder kort toegelicht.
Samenbestuur door het Rijk en minimaal één andere overheid voor het realiseren
van maatwerkoplossingen voor maatschappelijke opgaven
Samenbestuur komt voor in veel soorten en maten en tussen veel verschillende
coalities van overheden en andere publiek of private partners. In al deze coalities
werken de betrokken overheden samen om maatwerkoplossingen te realiseren
voor maatschappelijke opgaven, die hun individuele mogelijkheden overstijgen.
Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de Regio- en de Woon Deals. In die
gevallen dat het Rijk geen actieve inbreng heeft, zal voor een andere bekostiging
gekozen worden.
De betrokken overheden maken afspraken over de invulling van het
samenbestuur en leggen deze vast in een samenwerkingsdocument
Bij samenbestuur werkt iedere betrokken overheid vanuit een eigen (nationaal,
regionaal, lokaal) belang en vanuit eigen mogelijkheden, aan een gezamenlijk
vastgesteld doel. Voor het Rijk gaat het samenbestuur verder dan het beschikbaar
stellen van financiële middelen, bijvoorbeeld door actieve deelname aan een
project-/stuurgroep. Door de andere betrokken overheden kan de bijdrage ook in
velerlei vorm geleverd worden, bijvoorbeeld door de inzet van expertise en
menskracht.
Afspraken over de invulling van het samenbestuur zijn maatwerk en worden per
samenwerking gemaakt en vastgelegd in een samenwerkingsdocument. De
betrokken overheden leggen minimaal afspraken vast over:
     -   Doel(en) van de samenwerking;
     -   Beoogde resultaten van de samenwerking;
     —   De eigen bijdragen en inzet van de betrokken overheden;
     —   De wijze waarop wordt omgegaan met tekorten of overschotten;
     —   De aanpak om de gezamenlijke opgave op te lossen; en
     —   Het sturingsmodel (de manier van besluitvorming, (bij)sturing,
         monitoring, informatie-uitwisseling en verantwoording).
De wijze waarop de betrokken overheden invulling geven aan deze minimale
eisen in het samenwerkingsdocument is aan de overheden zelf en is voorwerp van
                                                                                    Pagina 5 van 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>                                                                                                         DGBRW   / BFR
                                                                                                         BZK
                                                                                                         Datum
                                                                                                         6 november 2019
onderling overleg. Hierdoor is er geen sprake van volledige beleids- en
bestedingsvrijheid voor gemeenten en provincies (zoals bij de algemene                                   2019-0000502704
uitkering). Tegelijkertijd is er ook geen sprake van eenzijdig door het Rijk
opgelegde opdracht aan de medeoverheden (zoals bij de specifieke uitkering).
Samenwerking is democratisch gelegitimeerd
Het samenbesturen is geen standaardsituatie en vraagt daarom om een expliciet
besluit tot deelname van de vertegenwoordigende organen van de betrokken
gemeenten en provincies. In het samenbestuur blijven de provinciale staten en
gemeenteraden zelf verantwoordelijk voor de inbreng van de eigen middelen; er
is bij de samenwerking geen sprake van het oprichten van een rechtspersoon
waarbij verantwoordelijkheden overgaan naar een ander orgaan. Dit betekent dus
ook dat in een situatie waarin het Rijk samenbestuur aangaat met tien gemeenten
en twee provincies, alle dertien overheden (inclusief het Rijk) moeten instemmen
met het samenbestuur. Door in te stemmen met het samenwerkingsdocument
stellen de betrokken overheden de eigen inbreng in het samenbestuur vast en,
indien van toepassing, ook de inzet van de rijksbijdrage indien zij die ontvangen.
De instemming van de Tweede Kamer bij het aangaan van het samenbestuur
wordt geborgd via een beleidsbrief door de beleidsverantwoordelijke vakminister
aan de Tweede Kamer, voorafgaand aan het samenbestuur.
Schets uitkeringsstelsel 2021
Naast bovenstaande wijzigingen zijn in het uitkeringsstelsel 2021 twee
uitkeringstypen niet meer nodig: de integratie-uitkering en de verzameluitkering.
Om de helderheid van het stelsel te bevorderen zijn de fondsbeheerders
voornemens deze uitkeringstypen te schrappen. Daarmee wordt met dit
wetsvoorstel invulling gegeven aan een toezegging uit 2015 om bij de
eerstvolgende wijziging van de FVW deze twee uitkeringstypen te schrappen.3
In figuur 2 wordt de nieuwe situatie, het uitkeringsstelsel 2021, grafisch
weergegeven.
                Sturingsfilosofie: ‘Je gaat erover of niet’      Sturingsfilosofie: ‘Samenbestuur’
                      Algemene uitkering (Au)
                     Decentralisatie-uitkering (Du),                  Uitkering gezamenlijke opgaven (UGO)
                     met verheldering voor beleidsinformatie
                   Specifieke uitkering (SPUK),
                    met verheldenng van mogelijkheid
                   voor behouden van efficiency-voordeel
Figuur 2: Schematische weergave verschillende uitkeringstypen in uitkeringsstelsel         2021.
 Kamerstukken 2014/15, 34 000 B, nr. 24 (Kamerbrief BZK: onderhoudsrapport Specifieke uitkeringen
2015, 13 mei 2015).
                                                                                                        Pagina 6 van 6
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>