<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                              's-Gravenhage, 19 december 1995
Naar aanleiding van overleg dat is gevoerd in zijn Afdeling gezondheidsvraagstukken meent
de Raad voor dierenaangelegenheden aan de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en
Visserij het volgende ongevraagde advies te moeten uitbrengen over de, door de EU
voorgeschreven, draaiboeken voor de bestrijding van besmettelijke dierziekten. Dit advies
heeft met name betrekking op situaties waarbij naar de mening van de Raad in het kader van
bovengenoemde draaiboeken tot noodvaccinatie zou moeten worden overgegaan.
De Raad wil daarbij voorop stellen dat het principe van een non-vaccinatie beleid ten aanzien
van preventieve vaccinaties, zoals dat momenteel al bestaat inzake mond- en klauwzeer en
klassieke varkenspest, gehandhaafd moet blijven. Ook is de Raad van mening dat bij een
onverhoopte uitbraak van een besmettelijke politionele dierziekte het huidige beleid dat is
gericht op "stamping-out" gehandhaafd dient te blijven. Er kunnen zich naar de mening van
de Raad echter situaties voordoen waarbij, naast "stamping-out", noodvaccinaties
noodzakelijk zijn. Dit blijkt onder andere uit het feit dat naar aanleiding van de uitbraken van
klassieke varkenspest in Duitsland en België in de afgelopen jaren, momenteel in opdracht
van de Europese Commissie onderzoek wordt verricht naar de gevolgen van het toepassen
van noodvaccinaties.
De Raad adviseert om in Nederland scenariostudies te laten verrichten naar het toepassen van
noodvaccinaties. Op basis van deze studies zou in de bovengenoemde draaiboeken moeten
worden vastgelegd onder welke omstandigheden noodvaccinaties onvermijdelijk worden
geacht.
De Raad adviseert om zo spoedig mogelijk ook met de Europese Commissie van gedachten te
wisselen over de omstandigheden waaronder Nederland zich gedwongen zal voelen tot
noodvaccinatie over te gaan. De ervaring met Duitsland en België leert dat het tijdens een
uitbraak bijzonder moeilijk is om communautair tot een weloverwogen standpunt te komen.
De Raad realiseert zich dat de economische en handelspolitieke gevolgen van een
noodvaccinatie buitengewoon ernstig zijn. Het besluit om dit middel in te zetten dient dan ook
weloverwogen te worden genomen. Daarbij zijn vele factoren, zoals onder andere de aard van
de ziekte, de aantallen voor de ziekte gevoelige dieren in het getroffen gebied, de wijze van
verspreiding van de ziekte, de ingeschatte economische en handelspolitieke gevolgen, het
verloop van de epidemie en de fase waarin deze bij ontdekking verkeert, van belang. In de
bovengenoemde scenariostudies zullen deze en alle andere relevante factoren meegenomen
dienen te worden.
95rd365/19-12-95
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                2
De Raad wil in verband met het bovenstaande met name zijn zorg kenbaar maken omtrent een
onverhoopte uitbraak van mond- en klauwzeer. Gezien de epidemiologie van deze ziekte zou
het naar de mening van de Raad noodzakelijk kunnen zijn al in een zeer vroeg stadium -
mogelijk zelfs bij het vaststellen van de eerste besmetting - over te gaan tot noodvaccinatie.
Op een dergelijk moment bestaat geen tijd meer voor langdurig beraad. Besluitvorming, over
wanneer hoe te handelen, dient naar de mening van de Raad reeds nu plaats te vinden, voordat
er sprake is van een onverhoopte uitbraak.
Tenslotte wil de Raad in dit kader wijzen op het belang van de ontwikkeling van
markervaccins voor de bovenbedoelde ziekten. Gezien het te voorziene kortstondige beperkte
gebruik van deze vaccins tijdens een uitroeiingscampagne of noodvaccinatie is het niet te
verwachten dat deze commercieel zullen worden ontwikkeld. Wel zijn markervaccins een
voorwaarde om met zekerheid vast te kunnen stellen of het veldvirus bij een
bestrijdingscampagne, waarbij van noodvaccinaties gebruik is gemaakt, is geëlimineerd. De
Raad adviseert dan ook om de ontwikkeling van markervaccins voor de bovenbedoelde
dierziekten, nationaal en in EU-verband, te bevorderen.
De Voorzitter                                       De Secretaris
Prof.Dr. S.G. van den Bergh                         Dr. M.H. de Jong
95rd365/19-12-95
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>