<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                       's-Gravenhage, 19 december 1995
Het verzoek om advies van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij d.d. 21
september 1995, kenmerk J. 9512629, met betrekking tot het ontwerp-Besluit ritueel slachten.
Naar aanleiding van het bovengenoemde verzoek kan de Raad voor dierenaangelegenheden U
het volgende mededelen.
In het onderhavige ontwerp-Besluit worden op een aantal plaatsen, meer dan tot nu toe bij de
invulling van de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren gebruikelijk, in algemene termen
geformuleerde doelvoorschriften gegeven. De Raad kan in algemene zin instemmen met een
accentverschuiving van middelenvoorschriften naar doelvoorschriften, maar wil daarbij
enkele kanttekeningen plaatsen.
Een eerste kanttekening betreft garanties voor een landelijk uniform toezicht op de uitvoering.
Naar de mening van de Raad vergt met name art. 4 van het ontwerp-Besluit op dit punt
aandacht. Dit artikel bepaalt dat personen die direct betrokken zijn bij de slachthandelingen
de nodige kennis en vaardigheden dienen te bezitten om deze taken humaan en doeltreffend
uit te voeren. Het spreekt vanzelf dat adequaat toezicht, met name op dit punt essentieel is.
Merkwaardig genoeg wordt er nergens in de toelichting op het ontwerp-Besluit op ingegaan
hoe aan dit toezicht invulling zal worden gegeven en op welke wijze zorg zal worden
gedragen voor een landelijk uniforme uitvoering van dit toezicht. De Raad adviseert om in de
toelichting op het ontwerp-Besluit expliciet duidelijk te maken op welke wijze aan
bovengenoemde punten invulling zal worden gegeven.
De Raad is daarbij unaniem van mening dat de personen die de halssnede toebrengen, naast
de reeds in de wet vastgelegde machtiging door de betrokken religieuze organisaties, een
schriftelijk bewijs van technische vakbekwaamheid dienen te kunnen overleggen, afgegeven
door een door de overheid erkende instantie. Deze verplichting dient in het onderhavige
Besluit te worden vastgelegd.
Het derde lid van artikel 5 van het ontwerp-Besluit blijkt op verschillende manieren te kunnen
worden geïnterpreteerd. Aanvankelijk meende de Raad erop te moeten aandringen dat bij het
islamitische offerfeest niet alleen een imam, die een gebed uitspreekt, maar ook de eigenaar
van het dier op de slachtvloer aanwezig zou mogen zijn. Vanuit het departement is echter te
kennen gegeven, dat het derde lid van artikel 5 juist ertoe zou strekken om de aanwezigheid
van de eigenaar tijdens het offerfeest mogelijk te maken, want de imam behoorde tot de
personen die bij de slachthandelingen betrokken waren. Naar de mening van de Raad dient
deze laatste interpretatie veel duidelijker tot uitdrukking te worden gebracht, zowel in de tekst
van het derde lid als in de toelichting. Wellicht is een nadere definitie van "slachthandeling"
gewenst (zie ook hieronder).
95rd323/19-12-95
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                 2
In een aantal slachthuizen wordt de mogelijkheid geboden om tijdens het islamitische
offerfeest meerdere personen op een afstand het slachtritueel te laten volgen. De Raad dringt
erop aan om dergelijke voorzieningen niet onmogelijk te maken door een te strikte
interpretatie van artikel 5, lid 3.
De Raad stelt voorts vast dat artikel 5, derde lid, niet zodanig mag worden geïnterpreteerd, dat
aan de inspecteurs van de stichting Landelijke Inspectiedienst Dierenbescherming de toegang
tot de slachtvloer wordt ontzegd. De LID dient naar de mening van de Raad steeds toegang te
hebben tot het ritueel slachten.
De Raad acht het wenselijk om duidelijk aan te geven dat het begrip "runderen" (artikel 8,
lid 2) ook kalveren omvat, terwijl ook het begrip "verdere slachthandelingen" (artikelgewijze
toelichting op artikel 8) verduidelijking behoeft.
Voorts wordt in de toelichting op de artikelen 8 en 9 een aantal malen gesteld dat de
voorgeschreven wachttijd moet bewerkstelligen dat geen verdere slachthandelingen worden
verricht voordat het verbloeden is geëindigd. Naar de mening van de Raad moet de
onderstreepte zinsnede luiden "voordat het bewustzijn en de pijngewaarwording zijn
weggevallen."
In artikel 11 van het Vleeskeuringsbesluit (dat echter bij het inwerkingtreden van het
onderhavige besluit komt te vervallen) is rugligging van ritueel te slachten dieren
voorgeschreven. Het ontwerp-Besluit geeft geen aanwijzingen over de positie waarin de
dieren moeten worden gefixeerd. Teneinde tegemoet te komen aan bezwaren (zowel op
religieuze gronden als uit overwegingen van dierenwelzijn) tegen de thans gebruikelijke
rugligging (die door de vertegenwoordigers van de Dierenbescherming onaanvaardbaar wordt
geacht), dringt de Raad erop aan op korte termijn te onderzoeken of zijligging (inclusief het
mechanisch kantelen over 90 graden) verplicht kan worden voorgeschreven voor alle
onbedwelmd te slachten dieren. In dat onderzoek zal niet alleen het ongerief van de ligging,
maar ook de effectiviteit van halssnede en verbloeding betrokken moeten worden. Tevens
dient nagegaan te worden of zijligging aanvaardbaar is voor de betrokken religieuze
groeperingen.
Art. 9, lid 2, verwijst voor de behandeling van de dieren bij het verbloeden naar bijlage D bij
richtlijn 93/119/EG. De bepalingen in bijlage D verwijzen echter uitdrukkelijk naar het
verbloeden van bedwelmde dieren. Kenmerk van ritueel slachten is dat de dieren in veel
gevallen juist niet mogen worden bedwelmd. De Raad adviseert om duidelijk te maken dat de
bepalingen van bijlage D alleen worden voorgeschreven voor zover ze eveneens van
toepassing kunnen zijn op het verbloeden van onbedwelmde dieren; hetzij door art. 9, lid 2, te
wijzigen, hetzij door hier in de toelichting nadrukkelijk op te wijzen.
Voorts adviseert de Raad om de laatste zin van de eerste alinea op pagina 2 van de
toelichting, waar het gaat om de vermindering van het aantal afgekeurde dieren, te
verhelderen. Ten minste zou moeten blijken dat het hier gaat om op rituele gronden
afgekeurde dieren.
95rd323/19-12-95
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                              3
De Raad heeft met instemming kennis genomen van het door de overheid geïnitieerde overleg
met de betreffende religieuze groeperingen over een vervolgbeleid op een aantal in deze
ontwerp-AMvB geregelde zaken:
a) de in de vorige paragraaf reeds genoemde volumevermindering;
b) de mogelijkheid van reversibele bedwelming van dieren die volgens de islamitische ritus
   geslacht worden.
De Raad wijst op het belang van het spoedig tot stand komen van een dergelijk vervolgbeleid,
waarin hij ook de labeling opgenomen zou willen zien van vlees dat afkomstig is van
onbedwelmd geslachte dieren.
Tenslotte wil de Raad aandacht vragen voor het feit dat artikel 2 van het ontwerp-Besluit de
werkingssfeer daarvan beperkt tot het onbedwelmd slachten. Daarmee valt de "reversibele"
bedwelming buiten de werkingssfeer. Artikel 13, lid 2, van richtlijn 93/119/EG bepaalt dat de
in de EG toegestane methoden van bedwelming binnenkort nader zullen worden vastgelegd.
Combinatie van beide bovengenoemde bepalingen maakt dat het onduidelijk is op welke
wijze in de toekomst het "reversibel" bedwelmd slachten zal worden geregeld.
De voorzitter                                              De secretaris
Prof. dr. S.G. van den Bergh                               Dr. M.H. de Jong
95rd323/19-12-95
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>