<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                                                     's-Gravenhage, 25 februari 1997
Het verzoek om advies van de Directeur Landbouw d.d. 6 (13) december 1996, kenmerk
DL.964645, aangaande het Plan van Aanpak 'Terugdringen routinematig toepassen van
keizersnede in de vleesveehouderij' van de Federatie Vleesveestamboeken Nederland.
Naar aanleiding van bovengenoemd verzoek kan de Raad voor dierenaangelegenheden U het
volgende mededelen.
Alvorens zijn oordeel te geven over de effectiviteit van de drie sporen, waarlangs het Plan van
Aanpak (PvA) zijn doel poogt te bereiken, wil de Raad enkele opmerkingen van algemene aard
maken.
− Onafhankelijk van het feit of men de keizersnede al dan niet als een 'lichte veterinaire
   ingreep' wil aanmerken moet het fokken van dieren wier jongen niet meer op de natuurlijke
   wijze ter wereld kunnen komen beschouwd worden als een handelwijze waaruit voor het
   moederdier ernstige welzijnsaantastingen voortkomen en waarmee de grenzen van het
   betamelijke zijn overschreden.
− De Raad onderschrijft het uitgangspunt voor het LNV-beleid, dat op korte termijn concrete
   resultaten behaald dienen te worden met het terugdringen van de routinematige toepassing
   van de keizersnede. Als geheel schiet het PvA in dit opzicht tekort.
− Het PvA beperkt zich tot het terugdringen van de routinematige toepassing van de
   keizersnede bij de vleesveerassen Belgisch Witblauwe en Verbeterd Roodbont, een
   beperking die kennelijk is ingegeven door de vraagstelling van het Ministerie van LNV (zie
   eerste alinea van de adviesaanvraag). De Raad wijst erop dat de welzijnsproblematiek van
   vleesvee van het dikbiltype zich niet beperkt tot de routinematige toepassing van de
   keizersnede noch tot de vleesveerassen Belgisch Witblauwe en Verbeterd Roodbont.
− Het aantal keizersnedes zou al behoorlijk verminderd kunnen worden door ze alleen op
   indicatie uit te voeren. Routinematig toepassen van de keizersnede (waarbij routinematig
   begrepen moet worden in de zin van automatisch, zonder onderzoek door dierenarts of
   veeverloskundige naar de noodzaak van deze ingreep) behoort naar de opvatting van de
   Raad volledig te verdwijnen. Een dergelijke routinematige uitvoering wordt door de
   KNMvD afgewezen
97rd32/25-02-97
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                 2
   en lijkt in strijd met de uitgangspunten van de Wet op de uitoefening van de
   diergeneeskunde. Gerichte voorlichting aan dierenartsen en veeverloskundigen en
   jurisprudentie van het Veterinair Tuchtcollege kunnen naar het oordeel van de Raad ertoe
   bijdragen dat de routinematige toepassing van de keizersnede in bovengenoemde zin geheel
   wordt teruggedrongen.
− Bij de adviesaanvraag was niet alleen het PvA gevoegd, maar eveneens een technische
   beoordeling van dit PvA door (een fokkerij-expert van) het Koninklijk Nederlands Rundvee
   Syndicaat. Het laatstgenoemde stuk schept meer verwarring dan helderheid. Bovendien zou
   het naar de mening van de Raad meer voor de hand hebben gelegen als er een gezamenlijk
   Plan van Aanpak van de Federatie en het Syndicaat was verschenen, waar er toch nauwe
   banden bestaan tussen beide organisaties.
Effectiviteit van de drie in het PvA voorgestelde sporen
Het eerste spoor - wetenschappelijk onderzoek dat ertoe moet leiden dat de dikbilfactor
uitsluitend na de geboorte tot expressie komt - biedt naar het oordeel van de Raad weinig
perspectief.
− Het PvA geeft zelf aan dat een dergelijke aanpak minstens tien jaar zal vergen. Er wordt
   derhalve niet voldaan aan het uitgangspunt dat op korte termijn resultaat geboekt moet
   worden.
− Naar het oordeel van de Raad is de uitkomst van dergelijk onderzoek uitermate onzeker.
− De Federatie wijst erop dat van de sector zelf geen financiële middelen voor dit onderzoek
   verwacht mogen worden.
− De dikbilfactor zelf wordt door deze aanpak niet teruggedrongen, hetgeen overigens ook
   niet door LNV gevraagd wordt.
Het tweede spoor - gerichte stierenkeuze en ontmoedigingsbeleid - geeft naar het oordeel van
de Raad onvoldoende resultaat, zeker op korte termijn.
− Het PvA geeft aan dat een reductie van 50 % in vijf jaar te realiseren is. De Raad beschouwt
   dit echter, evenals de adviesaanvraag, als een tussendoelstelling en constateert dat het PvA
   op geen enkele wijze aangeeft wat de einddoelstelling is en langs welke weg en in welke
   tijdsperiode die bereikt gaat worden. Een reductie van 50 % als einddoel, of met andere
   woorden het handhaven van 50 %, is naar het oordeel van de Raad niet acceptabel. De Raad
   acht zich op dit moment niet competent om aan te geven welk einddoel haalbaar is en
   binnen welke termijn. Reductie tot het bij andere vleesveerassen gebruikelijke percentage
   lijkt een minimum-eis, maar een verdergaande reductie tot het bij melkveerassen
   gebruikelijke percentage is uit een oogpunt van welzijn nastrevenswaardig, al kan het op
   gespannen voet staan met het instandhouden van de vleesveerassen waarop het PvA
   betrekking heeft.
− De aangegeven reductie van 50 % in vijf jaar kan ingeval van een kritischer opstelling van
   dierenartsen en veeverloskundigen ten opzichte van de toepassing van de keizersnede
   vermoedelijk met een percentage van 5 à 10 % verhoogd worden.
− Het in het PvA voorgestelde ontmoedigingsbeleid, waarbij moederdieren met (lidtekens
   van) een keizersnede zullen worden geweerd op keuringsevenementen, is naar het oordeel
   van de Raad bezwaarlijk, omdat het ook de goedwillende veehouder kan treffen, aangezien
   de noodzaak van een keizersnede niet altijd voorkomen kan worden.
97rd32/25-02-97
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                3
Het derde spoor - voorlichting - is volgens de Raad een noodzakelijk te bewandelen weg om
tot resultaten te komen. Het creëren van draagvlak bij de betrokken actoren is een voorwaarde
om gestelde doelen te bereiken, maar is slechts aanvullend van aard.
Conclusie
Het voorliggende Plan van Aanpak moet als ontoereikend worden beschouwd. Het lijkt de
Raad geen begaanbare weg om de Federatie om een verdergaand Plan van Aanpak te vragen.
De Raad heeft derhalve besloten om zelf voorstellen te ontwikkelen voor het terugdringen van
de toepassing van de keizersnede bij vleesvee. Deze voorstellen kunt U nog dit jaar tegemoet
zien.
De Voorzitter                                De Secretaris
Prof.Dr. S.G. van den Bergh                  Mr. H.G. van Waveren
97rd32/25-02-97
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>