<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre> Parameters voor het inachtnemen van
dierenwelzijn in huisvestingsonderzoek
                in de veehouderij
   In opdracht van de Raad voor dierenaangelegenheden
                        Den Haag
                       Februari 1997
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>Leden van de Werkgroep criteria dierenwelzijn:
Ir. E.A.M. Bokkers               Auteur van dit rapport
Ing. H. Hendriks                 Informatie en Kennis Centrum Landbouw te Ede
Drs.Mr. H. Lommers               Raad voor dierenaangelegenheden te Den Haag (voorzitter)
Dr.Ir. J.H.M. Metz               Instituut voor Milieu- en Agritechniek te Wageningen
Prof.Dr.Ir. M.J.M. Tielen        Faculteit der Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht
                                 Stichting Gezondheidsdienst voor Dieren in Nederland te Boxtel
Prof.Dr. P.R. Wiepkema           Emeritus hoogleraar Ethologie, Landbouwuniversiteit Wageningen
Met dank aan Dr. W.G.P. Schouten van de Vakgroep Veehouderij, Landbouwuniversiteit
Wageningen, Drs. M. Bracke van het Instituut voor Milieu- en Agritechniek te Wageningen en Dr. G.
de Jonge van het Praktijkonderzoek Pluimveehouderij te Beekbergen voor geleverde adviezen.
In opdracht van:
Raad voor dierenaangelegenheden
Werkgroep criteria dierenwelzijn
Schenkweg 60
Postbus 90428
2509 LK Den Haag
Tel. 070-3793266
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>Leeswijzer
In de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren (GWWD) is een scheiding aangebracht tussen de
bepalingen betreffende de gezondheid en die betreffende het welzijn van dieren. Ook binnen de Raad
voor dierenaangelegenheden is een dergelijke scheiding aangebracht door de instelling van een
Afdeling gezondheidsvraagstukken en een Afdeling welzijnsvraagstukken.
Door de beide gebieden (gezondheid en welzijn) gescheiden te behandelen is het de vraag of de
regelgeving op het gebied van de gezondheid en die op het gebied van het welzijn van dieren
voldoende met elkaar geïntegreerd kunnen worden. Daar komt bij dat ook het beleid op de beide
gebieden, althans tot voor kort, onafhankelijk van elkaar werd ontwikkeld.
Bij de relatie tussen milieu en welzijn doet zich dezelfde problematiek in versterkte mate voor. De
milieu- en de welzijnsregelgeving staan geheel los van elkaar. Het milieu- en het welzijnsbeleid
worden onafhankelijk van elkaar ontwikkeld. In de praktijk blijkt dat in veel gevallen de ontwikkeling
van milieuvriendelijke houderijsystemen ten koste van het welzijn dreigt te gaan. Ook op de gebieden
van milieu en welzijn blijken de doelstellingen niet altijd parallel te lopen.
Op grond van het voorgaande kunnen er problemen ontstaan met betrekking tot de afstemming
tussen de regelgeving op het gebied van de gezondheid van dieren of het milieu en die op het gebied
van het welzijn van dieren. Het zal niet eenvoudig zijn om deze afstemming op korte termijn te
verbeteren. Wellicht dat een eerste poging kan worden ondernomen door onderzoeksprogramma's
die zich richten op gezondheids- of milieu-onderzoek dan wel op de ontwikkeling van
milieuvriendelijke huisvestingssystemen voor gehouden dieren te toetsen op de gevolgen voor het
welzijn. Bij allerlei onderzoeksprogramma's en bij de ontwikkeling van nieuwe huisvestingssystemen
wordt in veel gevallen namelijk geen of slechts zijdelings aandacht besteed aan de gevolgen voor het
welzijn. Als voorbeelden kunnen genoemd worden:
− het onderzoeksprogramma "Integrale structuur voor vrijwaring van infectieziekten bij varkens (ISV-
    varken)" van mei 1995, waarin de aandacht vooral gericht wordt op de gezondheidsaspecten van
    de in Nederland gehouden varkens om in Nederland een toonaangevend niveau van
    diergezondheid te bewerkstelligen
− het onderzoek betreffende binnenhuisvesting van eenden, groenlabel-stallen en groepskooien
    voor vleeskuikenouderdieren, waarbij het vooral gaat om milieu-aspecten zoals ammoniakemissie.
Door welzijnsaspecten in het onderzoek mee te nemen kan hopelijk voorkomen worden dat achteraf
blijkt dat de toepassing van de onderzoeksresultaten leidt tot een dierhouderij die
welzijnsonvriendelijk en maatschappelijk minder aanvaardbaar is. Om te kunnen beoordelen of in een
bepaald onderzoeksvoorstel, met name naar huisvestingssystemen, voldoende rekening is gehouden
met welzijnsaspecten, zou dat voorstel beoordeeld moeten worden aan de hand van een aantal
parameters. In het onderhavige rapport worden dergelijke parameters voor de verschillende
diersoorten aangegeven. Niet alle diersoorten die bedrijfsmatig in Nederland worden gehouden,
worden in het rapport behandeld. Dat bepaalde diersoorten niet opgenomen zijn, betekent niet dat er
met betrekking tot de huisvesting van die diersoorten geen welzijnsproblemen zouden zijn.
Na de eerste drie hoofdstukken, waarin mogelijke oorzaken van aangetast welzijn en indicatoren voor
die welzijnsaantasting worden behandeld, volgen hoofdstukken gewijd aan de afzonderlijke
diersoorten. In de praktijk zal het zo gaan dat voor onderzoekers die zich gericht met de ontwikkeling
van huisvestingssystemen voor een bepaalde diersoort bezighouden, slechts het hoofdstuk dat
betrekking heeft op die diersoort van belang is. Het rapport is voor de onderzoeker dus minder "dik"
dan het lijkt.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>Met betrekking tot de parameters is onderscheid gemaakt tussen onvoorwaardelijke parameters, die
in elk onderzoek geregistreerd moeten worden, en voorwaardelijke parameters, die alleen
geregistreerd moeten worden indien het betreffende onderzoek gevolgen heeft of kan hebben op het
welzijnsaspect van deze parameters.
Nadat de relevante parameters met betrekking tot de verschillende diersoorten zijn gegeven, wordt in
hoofdstuk 17 een poging gedaan om tot een waardering van die parameters te komen. In hoofdstuk
17 is gekozen voor algemeen geldende uitgangspunten, die betrekking hebben op een ideaalbeeld.
Voor deze algemene bewoordingen is gekozen, omdat het (nog) niet goed mogelijk is
welzijnsparameters te kwantificeren, zoals bijvoorbeeld de lichaamstemperatuur van een dier. Als
onderzoekers met de parameters uit dit rapport bij hun onderzoek rekening gaan houden, hoopt de
werkgroep dat, werkendeweg, de meetbaarheid van de parameters zal verbeteren.
Met name met betrekking tot dat laatste punt worden onderzoekers en andere gebruikers van dit
rapport dan ook verzocht aan te geven op welke wijze het rapport dan wel de genoemde lijsten met
parameters verbeterd kunnen worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>