<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Aan de voorzitter van de
vaste commissie voor Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij,
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG
26-11-97                                          RDA/97416/SB            29-11-02
Kamerstuk 25 748, Nr. 1                           070-3785246
Zeer geachte heer Blauw,
Bij schrijven van 26 november jl. heeft de Vaste Commissie voor Landbouw,
Natuurbeheer en Visserij een reactie gevraagd aan de Raad voor dierenaangelegenheden
over het Besluit houdende wijziging van het Varkensbesluit (25 748, Nr. 1).
De Raad heeft grote waardering voor dit initiatief van de Vaste Commissie. De meeste
leden betreuren het namelijk in hoge mate dat het Ministerie het betreffende Besluit niet
voor overleg aan de Raad heeft voorgelegd, zoals verwacht had mogen worden. Dat had
tot aanzienlijke verbetering van het Besluit kunnen leiden, met name op de hieronder
nader uitgewerkte punten.
Door de zeer korte termijn waarop om een reactie werd gevraagd, was het onmogelijk
om het Besluit in de plenaire Raad aan de orde te stellen. Na overleg met Uw griffier is
toen besloten om dit te doen in een reeds vastgestelde bijeenkomst van de Afdeling
welzijnsvraagstukken van de Raad op 2 december jl.
De Afdeling bleek unaniem voorstander van de drie kernpunten van het
Wijzigingsbesluit: groepshuisvesting, stabiele groepen en vergroting van het
beschikbare vloeroppervlak per varken. Zij is ervan overtuigd dat deze drie kernpunten
het welzijn van de varkens ten goede komen, mits deze punten op de juiste wijze
worden ingevuld. Zoals deze kernpunten nu in het Besluit worden geregeld, beogen zij
in principe een verbetering van het welzijn, maar een aanzienlijk aantal leden is van
mening dat er een groot risico is dat ze daar in de praktijk niet toe leiden. In dit kader
werden de volgende punten genoemd:
97rd303
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                       2
a) Het Besluit vermeldt geen maximale groepsgrootte. De vermeerderaars zullen de
   groepen gespeende biggen zo groot mogelijk maken, omdat deze later alleen nog
   maar gesplitst mogen worden. Zeer grote groepen gespeende biggen (>200) moeten
   niet in het belang van gezondheid en welzijn worden geacht, bijvoorbeeld door meer
   preventief medicijngebruik en minder individuele zorg.
b) Het voorgestelde moment voor de vorming van stabiele groepen (binnen een week
   na het spenen) achten een aantal leden uiterst ongelukkig gekozen. Beter ware het
   volgens hen om de gespeende biggen in tomen bij elkaar te houden en de stabiele
   groepen pas te vormen aan het begin van de mestperiode.
c) De Nota van Toelichting vermeldt in § 4.2: “De splitsing van een groep veroorzaakt
   geen onaanvaardbare welzijnsproblemen.” Dit moge correct zijn bij at-random
   splitsing van een groep, in de praktijk zal een varkenshouder geneigd zijn om de
   zwaardere varkens bij elkaar te plaatsen en de lichtere bij elkaar, en dat kan volgens
   een aantal leden tot grote stress en welzijnsproblemen aanleiding geven.
d) Het percentage van het vloeroppervlak dat dicht moet zijn, wordt verhoogd van 40 %
   naar 60 %, terwijl al het verrichte onderzoek er op wijst dat 40 % waarschijnlijk in
   de meeste gevallen optimaal is. Hogere percentages dichte vloer leiden tot meer
   hokbevuiling, hetgeen slecht geacht moet worden voor gezondheid en welzijn.
Hierboven hebben wij alleen aandacht geschonken aan het welzijn van de varkens.
Betoogd werd dat de maatregelen, zoals in het Besluit geformuleerd, risico’s inhouden
dat zij in de praktijk niet tot de beoogde verhoging van het dierenwelzijn zullen leiden.
De Raad staat echter altijd op het standpunt dat welzijn niet als geïsoleerd aspect
beschouwd mag worden, maar afgewogen moet worden tegen andere relevante
aspecten. In dit kader moet het volgende worden opgemerkt:
1. Vergroting van het percentage dichte vloer is nadelig voor het milieu.
2. Vergroting van het beschikbare vloeroppervlak per varken tot waarden die ver boven
   de Europese normen liggen, ondermijnt vergaand de concurrentiepositie van de
   Nederlandse varkenshouderij.
Gesteld voor de uiteindelijke vraag of dit Besluit door de Kamer al dan niet
geaccepteerd moet worden, liepen de meningen in de Afdeling uiteen.
Een deel van de leden was van mening dat het Besluit aanvaard moest worden, al was
het maar omdat vertraging voorkomen moet worden. De drie kernpunten verdienen
steun en moeten nu snel worden doorgevoerd. De bovengesignaleerde tekortkomingen
kunnen snel verbeterd worden. De vertegenwoordigers van de Dierenbescherming
gaven daarbij uitdrukkelijk te kennen dat de welzijnsverbeteringen in het Besluit hun
nog niet ver genoeg gaan en dat zij bijvoorbeeld ook voor een verplichte verstrekking
van stro zullen blijven pleiten, maar niettemin spraken zij zich uit vóór aanvaarding van
het Besluit.
97rd303
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                   3
Een ander deel van de leden van de Afdeling was van mening dat het Besluit in zijn
huidige vorm onaanvaardbaar is. Als men het Varkensbesluit wil wijzigen, dan moet het
wel goed gebeuren. De in principe goede uitgangspunten van het Wijzigingsbesluit
kunnen in de praktijk stranden. De praktijk zal immers geneigd zijn de marges op te
zoeken. Er is dus veel meer overleg nodig, ook om de acceptatie te vergroten.
Bovendien zal de concurrentiepositie veiliggesteld moeten worden, in het belang van
een duurzame varkenshouderij.
De politieke keuze tussen deze beide standpunten vertrouwen wij gaarne toe aan de
leden der Staten-Generaal.
De Voorzitter                                    De Secretaris
Prof.Dr. S.G. van den Bergh                      Mr. H.G. van Waveren
97rd303
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>