<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Verslag van het overleg in de Raad voor dierenaangelegenheden over het Rapport
“Antimicrobiële groeibevorderaars” van de Gezondheidsraad
Het overleg vond plaats op 1 oktober 1998 in aanwezigheid van vertegenwoordigers van de
Nederlandse Vereniging van Mengvoederfabrikanten (FNM), de Vereniging van Nederlandse
fabrikanten van voedertoevoegingen (Nefato), het Productschap Diervoeder en de Vereniging
van Fabrikanten en importeurs van diergeneesmiddelen in Nederland (FIDIN).
Algemeen was men van mening dat het belang van de volksgezondheid in zijn algemeenheid
uitstijgt boven financieel-economische belangen van welke aard ook. Het is dit uitgangspunt
dat centraal heeft gestaan in het overleg dat binnen de Raad over het Rapport is gevoerd.
Met betrekking tot het gebruik van antimicrobiële middelen als groeibevorderaar was de
algemene mening dat deze te veelvuldig gebruikt worden in de Nederlandse veehouderij en
men onderschreef de mening van de Gezondheidsraad dat dit gebruik dient te verminderen.
De discussie in de Raad ging met name over de mate waarin dat gebruik diende te
verminderen en de wijze waarop dat gerealiseerd zou kunnen worden. Met betrekking tot dat
laatste was men het erover eens dat de discussie met betrekking tot een vermindering van die
antimicrobiële middelen met name gevoerd dient te worden op Europees niveau. Indien blijkt
dat het, om bepaalde doelstellingen te realiseren, nodig is regelgeving af te kondigen, dan zou
deze regelgeving binnen alle Lid-Staten van Europese Unie afgekondigd dienen te worden.
Dat heeft als voordelen:
 dat een verdere concurrentieverslechtering van de Nederlandse veehouderij voorkomen
   wordt;
 dat er geen import van voer met antimicrobiële middelen als groeibevorderaar uit andere
   Lid-Staten meer mogelijk is en dat risico-zoekend gedrag van veehouders op die manier
   bemoeilijkt wordt;
 dat niet alleen geprobeerd wordt resistentie-ontwikkeling binnen de grenzen van Nederland
   tegen te gaan, maar ook binnen de grenzen van de gehele Europese Unie;
 dat voorkomen wordt dat een verzoek van de Nederlandse regering om een bepaalde
   antimicrobiële stof als veevoederadditief te verbieden eventueel niet wordt gehonoreerd,
   omdat onvoldoende aangetoond kan worden dat er resistentie-ontwikkeling optreedt, dat
   een gevaar op kan leveren voor de volksgezondheid.
De leden van de Raad zijn zich bewust van het feit dat procedures om binnen het verband van
de Europese Unie tot maatregelen te komen soms langdurig kunnen zijn en dat er, gelet op het
feit dat in het Rapport voor de beeïndiging van het gebruik van antimicrobiële
groeibevorderaar een termijn van drie jaar wordt genoemd, de behoefte bij de Nederlandse
overheid kan ontstaan om zelfstandig en eenzijdig tot de afkondiging van maatregelen te
komen. Indien
98rd189/01-10-98
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                 2
die situatie zich voordoet, dienen handhaafbaarheid en effectiviteit van die maatregelen
centraal te staan. Dit uitgangspunt leidt tot de volgende conclusies:
 per werkzame stof dient bekeken dienen te worden hoe deze het beste als antimicrobiële
   groeibevorderaar uit het voer geweerd kan worden. Het is namelijk van het grootste belang
   dat risico-zoekend gedrag bij de veehouder bij voorbaat tegengegaan wordt;
 indien er verbodsbepalingen als instrument ingezet worden, dient er in ieder geval een
   vervoederingverbod van een bepaalde stof te worden ingesteld. Zo kan zoveel mogelijk
   voorkomen worden dat voer afkomstig van buitenlandse producenten op welke wijze dan
   ook aan de dieren in Nederland gevoerd wordt.
Alhoewel het rapport is geschreven voor die antimicrobiële middelen die met name als
groeibevorderaar door het voer van dieren worden gemengd, was men van mening dat niet uit
het oog moet worden verloren dat dergelijke stoffen ook andere effecten hebben. Misschien
dat door die “andere” effecten de extra groei bij de dieren juist gerealiseerd wordt. De
antimicrobiële middelen voorkomen bijvoorbeeld allerlei subklinische aandoeningen, ze
optimaliseren het milieu in de darm, zodat voorkomen wordt dat pathogene kiemen
gemakkelijk aanslaan, en ze voorkomen bepaalde effecten die het gevolg kunnen zijn van een
weerstandsvermindering. Vooral bij jonge dieren (m.n. rond de speenleeftijd) kan een
verwijdering van bepaalde antimicrobiële middelen uit het voer voor problemen zorgen. De
weg waarlangs en het tempo waarin maatregelen getroffen worden om bepaalde
antimicrobiële stoffen uit diervoeders te weren, dienen dan ook met de nodige waarborgen
omgeven te worden. Er moet voorkomen worden dat allerlei gezondheids- en
welzijnsproblemen bij de dieren ontstaan.
De gezondheidsproblemen dienen echter niet alleen voorkomen te worden geredeneerd
vanuit het belang van het dier. Bij ondoordachte besluitvorming met betrekking tot het
tegengaan van antimicrobiële stoffen in het voer van dieren kan het gebeuren dat stoffen die
niet meer als groeibevorderaar gebruikt worden in versterkte mate in de curatieve sfeer
voorgeschreven gaan worden, omdat er meer dieren ziek zijn geworden. De netto winst van
bepaalde maatregelen zou dan weleens gering tot nihil kunnen zijn. Voorkomen dient dus te
worden dat dezelfde middelen op een andere wijze in dezelfde hoeveelheden in de
dierpopulatie terechtkomen. Daarom dienen maatregelen in dit kader ook met de nodige
voorzichtigheid genomen te worden. Verder is het, indien bepaalde antimicrobiële stoffen als
groeibevorderaar verboden gaan worden, nodig dat met name de dierenartsen voldoende
voorgelicht worden (desnoods via bijscholing) en dat er regelmatig bekeken wordt hoe het
met het “voorschrijfgedrag” van dierenartsen staat. Het wordt dan mogelijk tijdig te
evalueren en zonodig aanpassingen door te voeren.
Maar niet alleen dient voorkomen te worden dat dezelfde middelen via een andere wijze in de
dierpopulatie terecht komen, ook dient voorkomen te worden dat er andere middelen als
groeibevorderaars gebruikt gaan worden die schadelijk kunnen zijn voor de volksgezondheid
en/of het milieu. Gedacht kan dan bijvoorbeeld worden aan de elementen koper en zink.
Ervaringen uit Denemarken en Zweden laten zien dat bij de primaire sector de neiging
98rd189/01-10-98
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                                  3
bestaat deze elementen, bij een verbod op antimicrobiële middelen, als vervangingsmiddelen
te gaan gebruiken.
De vertegenwoordigers van het bedrijfsleven gaven te kennen dat zij tegen eenzijdige nationale
maatregelen zijn. Nederland mag geen concurrentie-achterstand oplopen. Men realiseert zich
echter dat een reductie van het gebruik van antimicrobiële groeibevorderaars (AMGB's) nodig en
mogelijk is en wil in de komende maanden onderzoeken waar die reductie al direct tot stand kan
worden gebracht. Vooralsnog zal het gebruik bij jonge dieren noodzakelijk blijven, maar het
streven is er op gericht om binnen drie jaar al het gebruik van AMGB's te beëindigen.
De Consumentenbond wil het gebruik van de zes in het Rapport genoemde stoffen zo snel moge-
lijk verbieden en daarbij niet wachten op Europese maatregelen. Het volksgezondheidsbelang
vereist dat risico's worden uitgebannen, ook als die nog niet volledig zijn bewezen.
De Dierenbescherming pleit al jaren voor een afbouw van het gebruik van AMGB's. Dit moet
echter verantwoord gebeuren: de gezondheid van de dieren mag er niet op achteruit gaan.
Alternatieven zullen op dat punt zorgvuldig moeten worden getoetst. Daarnaast zal aandacht
besteed moeten worden aan de aanpassing van het management van de veehouder.
De vertegenwoordiger van de Stichting Gezondheidszorg voor Dieren was van mening dat op
basis van de gegevens in het Rapport de relatie tussen het gebruik van AMGB's en de toenemen-
de resistentie onder de bevolking bewezen moet worden geacht. Hij waarschuwde echter dat
alternatieven nog onvoldoende onderzocht zijn en dat de risico's van het gebruik van AMGB's
dus nog onvoldoende kunnen worden afgewogen tegen de risico's van de toepassing van
alternatieven. Het gaat daarbij vooral om gezondheidsrisico's voor mens (toename van het aantal
zoönotisch pathogene bacteriën, bijvoorbeeld bij gespeende biggen) en dier (biggensterfte neemt
toe met 50%).
De Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde streeft naar een algehele ban
van AMGB's, een standpunt dat ook reeds is ingenomen door de Europese (FVE) en mondiale
(WVA) beroepsorganisaties. Zij realiseert zich echter dat dat niet van de éne dag op de andere
zal kunnen gebeuren. De KNMvD kent al jaren een antibiotica-beleid. Bestaande formularia
voor antibiotica per diersoort worden regelmatig aangepast. Dierenartsen zullen met goede
argumenten moeten komen om van de formularia af te wijken en deze argumenten kunnen
eventueel tuchtrechtelijk worden getoetst.
De vertegenwoordigster van de FIDIN verklaarde zich oneens met de conclusies van het
Rapport. Er ontbreekt te veel kennis om tot zulke verstrekkende maatregelen te adviseren.
‘s-Gravenhage, 1 oktober 1998
98rd189/01-10-98
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>