<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Het Verslag van de Europese Commissie over de ervaringen van de lidstaten sinds de
tenuitvoerlegging van Richtlijn 95/29/EG inzake de bescherming van dieren tijdens het
vervoer.
Omtrent dit verslag heeft de Raad voor dierenaangelegenheden het volgende overwogen.
De Commissie heeft in een helder en bondig Verslag een ontluisterend beeld gegeven van
toestanden in het (met name lange-afstands-) dierenvervoer, die onwaardig zijn voor een
fatsoenlijke Europese samenleving. Toestanden die vijf jaar na het totstandkomen van de
regelgeving nog voorkomen, omdat de lidstaten aan de controle op de naleving van die
regelgeving slechts een lage prioriteit toekennen.
Ook naar Nederland wijst de beschuldigende vinger van de Commissie. Zo wordt op pagina
11 (§ 2.5) gesteld dat onze bevoegde autoriteiten regelmatig reisschema’s goedkeuren die niet
voldoen aan de eisen van de Richtlijn. Het Nederlandse inspectieverslag over 1998 blijkt veel
te laat te zijn ingeleverd (pagina 21), terwijl uit Tabel 6 (pagina 25) blijkt dat de Eurogroup
on Animal Welfare bij volgacties van Nederlandse vrachtwagens verschillende afwijkingen
van de Richtlijn heeft geconstateerd.
De Raad is van oordeel dat de in Hoofdstuk 3 door de Commissie voorgestelde maatregelen
een adequate reactie vormen op de geconstateerde afwijkingen van de Richtlijn en dat deze
maatregelen zullen bijdragen aan een verbetering van het welzijn van dieren tijdens hun
vervoer.
Helaas moet de Raad constateren, dat aan het voornaamste geconstateerde euvel (de lage
prioriteit die de lidstaten aan de tenuitvoerlegging van de gestelde regels toekennen) in directe
zin weinig wordt verbeterd. Gehoopt mag worden dat de voorgestelde maatregelen (met name
de verheldering van definities en de harmonisatie van nationale documenten en maatregelen)
indirect wel tot verbetering daarvan zullen leiden. Anderszins mag van de Commissie
verwacht worden dat zij de naleving van de verbeterde regelgeving ook stringenter zal
afdwingen.
Ook moet helaas geconstateerd worden dat een aantal lidstaten de handhaving van de
betreffende regelgeving nogal selectief uitvoert, daartoe geïnspireerd door nationale
(economische) belangen. Tegenover het geconstateerde “gebrek aan actieve rechtshandhaving
door de veterinaire autoriteiten aan de Italiaanse grens” (pagina 10) staan de ervaringen van
veel Nederlandse transporteurs.
01rd21/24-04-01
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                2
Bij § 2.4 wenst de Raad op te merken dat weliswaar in 1998 aanvullende eisen zijn
vastgesteld voor wegvoertuigen die worden gebruikt voor het vervoer van dieren bij reizen
van meer dan acht uur, maar dat de basis-uitrustingseisen voor de vervoersmiddelen nimmer
zijn vastgesteld.
Bij § 3.2 zou de Raad willen aanbevelen dat de vervoerder ook verplicht wordt het
geharmoniseerde certificaat op de vrachtauto bij zich te hebben.
Bij § 3.8 wenst de Raad aan te tekenen dat extensief gehouden paarden, zoals die welke uit de
landen van midden- en Oost-Europa in de EU worden geïmporteerd, in feite volkomen
ongeschikt zijn voor transport.
De op pagina’s 18 en 19 voorgestelde initiatieven op de langere termijn geven de Raad
aanleiding tot de volgende opmerkingen:
• In zijn advies van 8 juli 1999 aan de Directie Landbouw van het Ministerie van LNV
   betreffende de inrichtingseisen voor zeeschepen welke worden gebruikt voor het vervoer
   van vee, heeft de Raad reeds aangegeven dat nadere regels gesteld dienen te worden aan
   het dierenvervoer dat plaats vindt in vrachtwagens of treinwagons die op schepen
   gestationeerd worden. Daarbij is tevens aangegeven op welke gebieden die maatregelen
   liggen en hoe zij er ongeveer uit zouden moeten zien.
• De Commissie stelt, dat moet worden nagedacht over de vraag of verdere verbetering
   nodig is van de regelgeving om de opleiding te verbeteren van verschillende categorieën
   personeel die betrokken zijn bij het dierenvervoer. Naar de mening van de Raad hoeft daar
   niet lang over te worden nagedacht: opleiding van dat personeel is dringend gewenst. De
   training van dat personeel heeft in verschillende kwaliteitsregelingen in Nederland
   gelukkig al zijn beslag gekregen.
• Maatregelen om te stimuleren dat dieren dichter bij de plaats van herkomst worden
   geslacht, waardoor het lange-afstands-transport van levende dieren kan worden
   uitgebannen, zouden door de Raad worden toegejuicht, wanneer althans kan worden
   gegarandeerd dat alle lidstaten zich er aan zullen houden. Voor Nederland is door de
   Europese transportregelgeving de varkensmarkt in Zuid-Italië verloren gegaan aan
   concurrenten die het minder nauw nemen met de gestelde regels.
Den Haag, 24 april 2001
01rd21/24-04-01
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>