<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>Het Rapport “Agroproductieparken: Perspectieven en dilemma’s” van het Innovatienetwerk
Groene Ruimte en Agrocluster van oktober 2000.
Het overleg in de Raad voor dierenaangelegenheden over dit Rapport leidde tot de volgende
overwegingen.
De Raad was aanvankelijk van plan Uw suggestie te volgen om zich in de discussie niet te
beperken tot één van de vier ontwerpen. Door de opstellers van het rapport werd echter
duidelijk gemaakt, dat inmiddels omtrent de haalbaarheid van een tweetal ontwerpen, te
weten Greenpark en Multipark, dusdanige twijfels zijn gerezen, dat deze niet langer als
realistisch beschouwd dienen te worden. Aangezien het ontwerp Agro-specialtypark
uitsluitend akkerbouw betreft, beperkt de Raad zich in deze notitie dus toch tot het vierde
concept, Deltapark.
In zijn algemeenheid wenst de Raad op te merken dat hij een aantal belangwekkende
uitgangspunten onderschrijft die bij de ontwikkeling van het concept Deltapark een rol
hebben gespeeld. Echt innovatieve plannen kunnen slechts ontwikkeld worden en hun beslag
krijgen, indien er in een zo breed mogelijk kader en met loslating van bestaande concepten en
meningen gekeken wordt naar de toekomst. In dat opzicht acht de Raad het ontwerp geslaagd.
Ook onderschrijft de Raad dat het in de toekomst van steeds groter belang zal zijn om
transportlijnen te verkorten en om kringlopen die in en rondom de veehouderij bestaan te
sluiten, teneinde te voorkomen dat bepaalde onderdelen van een kringloop zich gaan ophopen
of verloren gaan, danwel anderszins voor problemen gaan zorgen.
De uitkomsten van de voorstudie naar het Deltapark acht de Raad echter minder geslaagd. Het
zijn met name
• de grootschaligheid van het project,
• de veronachtzaming van het eigene van de dierhouderij (het is geen industrie),
• het ontbreken van een economische analyse,
• het zich niet bekommeren om het ontbreken van een maatschappelijk draagvlak voor
   industriële agroproductie en
• het onvoldoende rekening houden met de mogelijkheid dat grote veterinaire problemen
   optreden,
die ervoor zorgen dat met dit rapport een fout signaal wordt afgegeven. Er dient voor gewaakt
te worden dat de thans gepubliceerde ideeën een eigen leven gaan leiden en dat het geschetste
beeld een eigen beleid gaat genereren. Daarvoor ontbreekt er te veel aan.
Als voorbeeld kan worden genoemd het volledig ontbreken van een analyse van de gevolgen
voor de gezondheid en het welzijn van de dieren die in het Deltapark gehouden zullen
worden.
01rd22/01-03-01
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre>                                                 2
Zo wordt betreffende het welzijn van de dieren de indruk gewekt dat dit net zo goed gemaakt
kan worden als men maar wil en dat eventuele problemen wel langs technische weg opgelost
kunnen worden. De Raad betwijfelt ten zeerste of in het Deltapark een hoger welzijnsniveau
zal worden gerealiseerd dan in de gangbare veehouderij. Wat zou de betreffende veehouders
daartoe bewegen? Bovendien wordt er een totaal andere houderij van dieren geïntroduceerd.
Deze is fabrieksmatig, waarbij werknemers in ploegendienst naar hun werk gaan en zich
allicht minder verantwoordelijk voor de dieren zullen voelen dan de veehouder, die aan zijn
bedrijf gebonden is en 24 uur per dag de verantwoordelijkheid voor zijn dieren draagt. Eén
van de gevolgen daarvan zal zijn dat de “zorg” voor de dieren vermindert. Deze zorg is echter
van wezenlijk belang voor het welzijn van de dieren. Tot zijn spijt heeft de Raad moeten
constateren dat ook het welzijn van de mensen die in Deltapark moeten werken buiten beeld
blijft.
Voor wat betreft de gezondheidsaspecten is de Raad van mening dat door de grootschalige
opzet enorme risico’s worden genomen. Door het stellen van allerlei randvoorwaarden kan
dat grotere risico verminderd worden, maar over deze randvoorwaarden wordt in de
voorstudie niet gesproken. Zo wordt er niets gezegd omtrent:
• het scheiden van secties en de mensen die er werken,
• ventilatiesystemen,
• het plaatsen van bepaalde filters tussen secties,
• het opstellen van gezondheidsprotocollen,
• het aanstellen van veiligheidsfunctionarissen en
• het feit dat bij een ernstige ziekte-uitbraak toch het hele Deltapark geruimd zal moeten
    worden.
De Raad heeft zich er over verbaasd dat op geen enkele manier de economische realiteit van
het Deltapark is onderzocht. Het park kan immers niet van de grond komen als de productie-
kosten zelfs maar enkele procenten hoger liggen dan in de gangbare productiesystemen.
Verder wordt niet duidelijk gemaakt hoe een, met name in de pluimveewereld, belangrijk
veterinair systeem (het “all in - all out” systeem) uitgevoerd kan worden binnen de
grootschaligheid van het Deltapark. Een dergelijk systeem speelt bijvoorbeeld een belangrijke
rol bij de bestrijding van salmonellosis bij slachtkippen.
Ook wordt in het Rapport voorbij gegaan aan de overige risico’s die door de grootschaligheid
worden opgeroepen. Welke rampen moeten verwacht worden, niet alleen bij ziekteuitbraken,
maar bijvoorbeeld bij brand of bij uitval van elektriciteit, water of ventilatie? Er wordt met
geen woord gerept over de beheersing van dergelijke risico’s.
Voorts wenst de Raad op te merken dat ze graag had gezien dat ook ethische aspecten een rol
hadden gespeeld bij de voorstudie naar het Deltapark. Het blijft bijvoorbeeld onduidelijk wat
wordt bedoeld met de “normatieve afwegingen” die op pagina 36 van het Rapport worden
genoemd. Zonder nadere invulling blijft dat een lege term. Het zou moeten gaan om de
normen hoe een beschaafde samenleving met zijn dieren wil omgaan.
Doorslaggevend voor de beoordeling van het ontwerp acht de Raad echter het totaal
ontbreken van een maatschappelijk draagvlak voor dit soort grootschalige industriële
agroproductie-complexen. Het project is volledig opgezet vanuit de aanbodzijde. Het beeld
01rd22/01-03-01
</pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>                                               3
van te ver doorgeschoten bulkproductie, dat er door wordt opgeroepen, kan de Nederlandse
veehouderij niet gebruiken, omdat het imago van kwaliteitsproductie er door geschaad wordt
en het maatschappelijk draagvlak er door zal afkalven.
Alle aspecten grondig overwegend, komt de Raad tot de conclusie dat thans al moet worden
vastgesteld dat de weg naar het Deltapark niet de weg is, die ingeslagen dient te worden naar
de toekomst van de Nederlandse veehouderij. Anderen zullen wellicht aandringen op nader
onderzoek naar allerlei aspecten van het ontwerp-Deltapark, maar naar de mening van de
Raad kunnen de voor dit nadere onderzoek benodigde middelen beter benut worden voor
andersoortig onderzoek,
Den Haag, 27 februari 2001
01rd22/01-03-01
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>