<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                december 2002  de raad voor dierenaangelegenheden is een
            advies rda 2002/05 overlegplatform van organisaties en
                               deskundigen, dat de minister van landbouw,
                               natuurbeheer en visserij adviseert over
                               strategische vraagstukken op het gebied van
                               de gezondheid en het welzijn van gehouden
                               dieren. zij baseert zich daarbij op de meest
                               recente ontwikkelingen in de wetenschap en
                               houdt rekening met de opvattingen die leven
                               in de europese, en in het bijzonder de
                               nederlandse, samenleving.
een toetsingskader en toelatingsprocedure voor
aanwijzing van nieuwe voor productie te houden
                       vissoorten
                               advies aan de minister van landbouw,
                               natuurbeheer en visserij over een
                               te hanteren kader en procedure voor de
                               aanwijzing van vissoorten die gehouden
                               mogen worden voor productiedoeleinden
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>          samenstelling van de raad                                         1
• prof. dr. C.J.G. Wensing, voorzitter Raad voor Dierenaangelegenheden
• A. Achterkamp
• mw. drs. I. Arendzen                 bezoekadres:
• mw. ir. A.M. Burger                  Bezuidenhoutseweg 73
• mr. W. van de Giessen                2594 AC Den Haag
• ir. M.J.B. Jansen
• drs. S.B.M. Jongerius                postadres:
• J.Th. de Jongh                       Postbus 90428
• dr. Tj. Jorna                        2509 LK Den Haag
• drs. R.J.T. van Lint
• P.J.J.M. Loonen                      telefoon 070 3785266
• dr. ir. H. Paul                      fax 070 3786336
• prof. dr. A. Pijpers                 e-mail info@rda.nl
• prof. dr. F.J. van Sluijs
• H.W.A. Swinkels                      www.raadvoordierenaangelegenheden.nl
• drs. P.A. Thijsse
• drs. H. Verburg
• prof. dr. J.H.M. Verheijden
• mr. ing. C.J.J.M. Vermeeren
Secretaris: mw. dr. drs. I.D. de Wolf
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre>2</pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>inhoudsopgave                                                                                                                3
Advies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Uitwerking van het advies             . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
1. Toetsingskader . . . . . . .       . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 7
2. Toelatingsprocedure . . .          . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 14
3. Overige opmerkingen . .            . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 16
Literatuurlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Bijlagen
1. Adviesaanvraag en antwoord . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .               . . . . . . . . . . 21
2. Overzicht van conform het toetsingskader aan te leveren informatie                                 . . . . . . . . . . 25
3. Samenstelling van de werkgroep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .                 . . . . . . . . . . 26
4. Overzicht van publicaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .          . . . . . . . . . . 27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre>4</pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>         advies                                                                                              5
De Raad voor Dierenaangelegenheden heeft een           De door de Raad voorgestelde procedure voor
toetsingskader en een toelatingsprocedure opgesteld,   toelating van nieuwe vissoorten voor productie-
waarmee het mogelijk wordt nieuwe vissoorten aan       doeleinden begint met het indienen van een formeel
te wijzen die, conform het Besluit aanwijzing voor     verzoek bij de verantwoordelijke beleidsdirectie
productie te houden dieren, in Nederland voor pro-     van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
ductie gehouden mogen worden.                          Visserij voor uitbreiding van de in het Besluit aan-
                                                       wijzing voor productie te houden dieren opgenomen
Uitgangspunt voor de toelating van nieuwe vis-         vissoorten. Bij het verzoek dient een dossier met
soorten is dat, conform artikel 34 van de              informatie te worden aangeleverd waaruit moet blijken
Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, vissen        dat deze vissoort vanuit welzijnsoogpunt op een
die voor productiedoeleinden gekweekt worden           aanvaardbare wijze voor productiedoeleinden in
zowel in theorie als in de Nederlandse praktijk vanuit Nederland gehouden kan worden. Het dossier
welzijnsoogpunt op een aanvaardbare wijze              wordt op verzoek van de verantwoordelijke beleids-
gehouden moeten kunnen worden. Op initiatief van       directie door een onafhankelijke deskundigen-
de belanghebbende(n) dient dit gedocumenteerd          commissie inhoudelijk getoetst. Bestudering van de
te kunnen worden aangetoond. Het door de Raad          in het navolgende hoofdstuk beschreven uitwerking
voorgestelde toetsingskader (zie kader op de           van het toetsingskader door de deskundigen-
volgende bladzijde) sluit aan op de bepalingen in      commissie is noodzakelijk om het hier gepresen-
artikel 34 van de Gezondheids- en welzijnswet voor     teerde toetsingskader op een juiste wijze te kunnen
dieren en het Besluit aanwijzing voor productie te     gebruiken. De deskundigencommissie adviseert de
houden dieren en volgt in grote lijnen de Draft        verantwoordelijke beleidsdirectie, die vervolgens op
Recommendations Concerning Farmed Fish (9de            haar beurt de verantwoordelijke bewindspersoon
revisie) van de Raad van Europa. De Raad is van        adviseert. De beslissing over toelating van de vis-
mening dat voor een aantal parameters van het          soort wordt door deze bewindspersoon genomen,
toetsingskader aan positieve en negatieve zoö-         waarna een traject tot wijziging van de algemene
technische indicatoren (dat wil zeggen gedrags-,       maatregel van bestuur dient te worden doorlopen.
fysiologische, productie- en gezondheidsindicatoren)
dient te worden gerefereerd om aan te tonen dat de
vissoort vanuit welzijnsoogpunt op een aanvaardbare
wijze voor productiedoeleinden in Nederland kan
worden gehouden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>6 toetsingskader voor aanwijzing van nieuwe voor productie te houden vissoorten
  Informatie dient te worden verstrekt op de volgende punten:
  1. Biologische karakteristieken van de vissoort
  2. Algemene informatie met betrekking tot de kweek van de betreffende vissoort
  3. Specifieke welzijnseisen met betrekking tot de kweek van de betreffende vissoort
     • Het (de) kweeksyste(e)m(en) dat (die) voor de betreffende vissoort gebruikt zal (zullen) worden
     • Specifieke huisvestingseisen
     • Wijze waarop in nieuw uitgangsmateriaal zal worden voorzien
     • Vereiste waterkwaliteit, te weten: zuurstofgehalte, ammoniakgehalte, koolstofdioxidegehalte, zuurgraad,
       temperatuur, saliniteit, waterdoorstroming, gehalte zwevende deeltjes, nitriet- en nitraatgehalte en andere factoren
     • Voer, voedermethodieken en voeronthouding
     • Bezettingsgraad
     • Specifieke behandelingsmethode(n)
     • Dodingsmethode(n)
     • Biotechnologische handeling(en)
     • Wenselijkheid van polycultuur
     • Speciale uitrusting
     • Voorkómen van ziekten
  4. Ervaringen van elders met het kweken van de betreffende vissoort.
  Uit de informatie dient te blijken:
  1. Dat op geen van bovengenoemde punten onaanvaardbare welzijnsproblemen optreden bij de kweek van de
     betreffende vissoort. Dit dient te worden aangetoond met behulp van de volgende positieve en negatieve
     zoötechnische parameters:
     • Normaal en afwijkend gedrag
     • (zelf-) Beschadigend gedrag
     • Eetlust
     • Voortplanting
     • Groei
     • Mortaliteit
     • Vóórkomen van ziekten
     • Vóórkomen van deformaties
  2. Op welke wijze op bovengenoemde punten in de praktijk invulling zal worden gegeven aan het managen van de
     kweek van de betreffende vissoort.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>        uitwerking van het advies                                                                          7
De Nederlandse viskweek is een jonge, zich snel      Recommendations Concerning Farmed Fish (9de
ontwikkelende bedrijfstak. De wereldvraag naar vis   revisie) van de Raad van Europa (4). Wel heeft de
is groeiende en de Nederlandse viskweek heeft in     Raad deze Draft Recommendations op een aantal
potentie goede groeikansen (1). Er is toenemende     punten uitgebreid.
belangstelling voor het telen van nieuwe vis-
soorten, hetgeen met het oog op teruglopende vis-    Om te kunnen toetsen of een nieuwe vissoort vanuit
bestanden in zee en een grotere diversificatie in    welzijnsoogpunt op een aanvaardbare wijze voor
het aanbod commercieel gezien interessant kan        productiedoeleinden in Nederland kan worden
zijn (2). Een aantal van de commercieel interes-     gehouden, is de Raad van mening dat informatie
sante vissoorten mag op dit moment echter niet in    gebaseerd op wetenschappelijke kennis (met ver-
Nederland worden gekweekt omdat deze vis-            melding van referenties) én ervaring dient te worden
soorten niet zijn opgenomen in het Besluit aan-      verstrekt over de volgende parameters:
wijzing voor productie te houden dieren (3). De Raad 1. Biologische karakteristieken van de vissoort
voor Dierenaangelegenheden (hierna: Raad) heeft      2. Algemene informatie met betrekking tot de
zich gebogen over de vraag hoe een toetsings-           kweek van de betreffende vissoort
kader en toelatingsprocedure voor uitbreiding van    3. Specifieke welzijnseisen met betrekking tot de
de bijlage bij het Besluit aanwijzing voor productie    kweek van de betreffende vissoort
te houden dieren er uit dient te zien.               4. Ervaringen elders met het kweken van de
                                                        betreffende vissoort
1. toetsingskader
                                                     Door per parameter aan te geven:
De Raad is van mening dat het uitgangspunt voor      1. Waarom op het betreffende punt geen onaccep-
de toelating van nieuwe vissoorten moet zijn dat,        tabele welzijnsproblemen zullen optreden bij de
conform artikel 34 van de Gezondheids- en                kweek van de betreffende vissoort; en
welzijnswet voor dieren (hierna: GWWD), vissen       2. Op welke wijze op het betreffende punt in de prak-
die voor productiedoeleinden gekweekt worden             tijk invulling zal worden gegeven aan het managen
zowel in theorie als in de Nederlandse praktijk          van de kweek van de betreffende vissoort
vanuit welzijnsoogpunt op een aanvaardbare wijze     dient inzichtelijk te worden gemaakt dat het houden
gehouden moeten kunnen worden. Het door de           van de beoogde vissoort voor productiedoeleinden
Raad voorgestelde toetsingskader sluit derhalve      vanuit welzijnsoogpunt op aanvaardbare wijze in
aan op de bepalingen in artikel 34 van de GWWD       Nederland kan plaatsvinden.
en het Besluit aanwijzing voor productie te houden   Conform de Draft Recommendations Concerning
dieren. Het toetsingskader volgt tevens de Draft     Farmed Fish (9de revisie) van de Raad van Europa
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre>8 (4) betekent dit op hoofdlijnen dat:                 Hiervoor kan gebruik gemaakt worden van hetgeen
  1. Gebruik wordt gemaakt van kweekmethoden           in de literatuur is beschreven en van ervaring met
      die aansluiten bij de biologische karakteristie- de kweek van deze vissoort elders.
      ken van de vissoort
  2. Kweek plaatsvindt in een kweeksysteem waarin      Fysiologische indicatoren zoals hartslag, cortisol-,
      een geschikt milieu voor de dieren kan worden    glucose- en lactaatconcentratie en concentratie
      gegarandeerd.                                    elektrolyten in bloed of plasma kunnen indien
                                                       beschikbaar worden vermeld. Echter, omdat
  Voor een aantal gespecificeerde parameters vindt     wetenschappelijke referentiekaders voor deze fysio-
  de Raad het noodzakelijk dat met behulp van          logische indicatoren veelal ontbreken, is de Raad
  zowel positieve als negatieve zoötechnische indi-    van mening dat zoötechnische indicatoren gezien
  catoren (dat wil zeggen gedrags-, fysiologische,     de huidige stand van de wetenschap de meest
  productie- en gezondheidsindicatoren) wordt aan-     bruikbare indicatoren vormen om te kunnen komen
  getoond dat de vissoort in Nederland vanuit wel-     tot een inschatting van het welzijn van de kweek-
  zijnsoogpunt op een aanvaardbare wijze voor          vissen.
  productiedoeleinden kan worden gehouden. De te
  hanteren zoötechnische indicatoren zijn:             De Raad realiseert zich dat het zeer waarschijnlijk
  1. Normaal en afwijkend gedrag (aandachts-           niet mogelijk is om voor alle daartoe aangewezen
      punten: het voorkomen van stereotiep gedrag,     onderdelen van het dossier uitspraken te doen
      het kunnen tonen van normaal gedrag en het       over alle zoötechnische indicatoren. De Raad is
      kunnen hebben van het normale bioritme)          van mening dat dit ook niet noodzakelijk, en in een
  2. (zelf-) Beschadigend gedrag (aandachtspunten:     aantal gevallen niet relevant, is om te kunnen
      verwondingen en kannibalisme)                    komen tot een correcte indruk van het welzijn van
  3. Eetlust (aandachtspunten: voeropname en ver-      de vissoort onder Nederlandse kweekcondities.
      schil in eetlust tussen individuen)              Wel dient aangegeven te worden waarom op
  4. Voortplanting (aandachtspunten: mogelijkheid      bepaalde punten geen informatie kan worden
      tot en succes van voortplanting in kweek-        verstrekt en of ondanks het ontbreken van deze
      systemen)                                        informatie een voldoende onderbouwde uitspraak
  5. Groei (aandachtspunten: groei en gewichts-        kan worden gedaan over het welzijn van vissen in
      toename)                                         kweeksystemen. Het dossier dient een goed
  6. Mortaliteit (aandachtspunten: mortaliteit in de   oordeel over de volledigheid en juistheid van de
      opkweekfase en mortaliteit in de afmestfase)     informatie mogelijk te maken.
  7. Vóórkomen van ziekten (aandachtspunt:             In de navolgende subparagrafen van dit hoofdstuk
      ziekte-incidentie)                               zal per parameter worden aangegeven welke infor-
  8. Vóórkomen van deformaties (aandachtspunten:       matie dient te worden verstrekt. Een schematisch
      incidentie en oorzaak van deformaties)           overzicht hiervan is opgenomen in bijlage 2.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>     1.1. Biologische karakteristieken van de                1.2. Algemene informatie met betrekking tot        9
          vissoort                                                de kweek van de vissoort
Bij het beschrijven van de biologische karakteristieken  Er dient te worden ingegaan op algemene eisen
van de vissoort dient inzicht te worden verschaft in     die aan het kweken van vissen moeten worden
de soortspecifieke eigenschappen van de vissoort         gesteld. Aandachtspunten die aan bod dienen te
en zijn natuurlijke leefomgeving. Ingegaan dient te      komen zijn onder andere de deskundigheid (kennis
worden op vragen omtrent het natuurlijk gedrag           én ervaring) van het personeel dat op de viskwekerij
van de vissoort, bijvoorbeeld of de vissoort territori-  werkt; de supervisie en de inspectie op kwekerijen; de
aal is, solitair of in scholen leeft, of de vissoort een bassins, het gebouw en de apparatuur die gebruikt
zout- of zoetwatervissoort of anderszins is, waar de     zullen worden voor de kweek; operatieve ingrepen;
vissoort leeft (verspreidingsgebied), welke water-       en de wijze waarop (nood-)slacht van vissen zal
temperaturen de vissoort prefereert, wat de vissoort     worden uitgevoerd. Een beschrijving volstaat.
van nature eet, welke kenmerken het natuurlijke
voortplantings- en fourageergedrag heeft etc. Voor           1.3. Specifieke welzijnseisen met be-
de beoordeling of een vissoort vanuit welzijns-                   trekking tot de kweek van de vissoort
oogpunt op een aanvaardbare wijze voor productie-
doeleinden gehouden kan worden, dient men zich           Hier dient puntsgewijs te worden ingegaan op de
er echter bewust van te zijn dat de condities in een     specifieke welzijnseisen die aan de kweek van de
kweeksysteem niet vergelijkbaar zijn met de              betreffende vissoort verbonden zijn.
condities waaronder de vissoort in het wild leeft.
Ten dele kan hieraan tegemoet worden gekomen,                1.3.1. Het kweeksysteem dat voor de vis-
maar het creëren van een aan de natuurlijke leef-                   soort gebruikt zal worden
omgeving van de vissoort (denk hierbij bijvoorbeeld      Beschreven dient te worden op welke wijze de vis-
aan de aanwezigheid van predatoren) identieke            soort gekweekt zal gaan worden. Aandachtspunten
leefomgeving in kweeksystemen is niet haalbaar           waarop ingegaan dient te worden zijn het te gebruiken
en ook niet noodzakelijk. In hun natuurlijke habitat     kweeksysteem zelf (bijvoorbeeld een recirculatie-
hebben vissen specifieke elementen in hun omge-          systeem of doorstroomsysteem), of de beoogde
ving nodig of moeten zij specifieke gedragingen          temperatuurrange in dit systeem kan worden ge-
kunnen vertonen, die voor de ontwikkeling tot            realiseerd, de bezettingsdichtheden in het systeem
volwassen individuen nodig zijn. In gevangenschap        en de productiviteit die naar verwachting met het
nu gaat het niet om het nabouwen van die habitat         systeem kan worden gerealiseerd. Uit de beschrijving
maar wel om die elementen en/of gedragsmogelijk-         dient te blijken dat op basis van de huidige in-
heden in te brengen die noodzakelijk zijn om het         zichten mag worden verwacht dat de vissen vanuit
welzijn van de vissen te garanderen.                     welzijnsoogpunt op een aanvaardbare wijze voor
                                                         productiedoeleinden gehouden kunnen worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>10     1.3.2. Specifieke huisvestingseisen                 zowel voor de kweekdieren als voor het broed te
   Hier dient te worden ingegaan op specifieke huis-       worden uitgewerkt, waarbij met name de mortaliteit
   vestingseisen die de betreffende vissoort stelt.        als belangrijke parameter geldt.
   Denk hierbij bijvoorbeeld aan schuil- en rust-
   mogelijkheden, bodemmaterialen en andere vormen             1.3.4. Vereiste waterkwaliteit
   van omgevingsverrijking. De specifieke huisvestings-    Het meten en sturen van de waterkwaliteit is cruciaal
   eisen en de wijze waarop dit gemanaged zal gaan         voor een gezonde en een vanuit welzijnsoogpunt
   worden, dienen te worden beschreven. Indien de          acceptabele viskweek. Dit dient dan ook een
   huisvesting van de ouderdieren, bijvoorbeeld als        belangrijk onderdeel te zijn van het dagelijkse
   gevolg van aspecten die met de voortplanting te         management van dergelijke systemen. Op ver-
   maken hebben, afwijkt van de huisvesting van de         schillende aspecten van de waterkwaliteit dient
   mestdieren, dient dit ook beschreven te worden.         naar de mening van de Raad specifiek te worden
   Met behulp van zoötechnische indicatoren dient te       ingegaan. De Raad realiseert zich echter dat een
   worden aangetoond dat de vissen vanuit welzijns-        aantal van de verschillende aspecten van water-
   oogpunt op de beschreven wijze op een aan-              kwaliteit zeer nauw samenhangen (denk aan
   vaardbare wijze voor productiedoeleinden kunnen         ammoniak-zuurstof-kooldioxide en doorstroming-
   worden gehouden.                                        zuurstof) en dat het belangrijk is niet alleen naar de
                                                           verschillende aspecten afzonderlijk, maar ook naar
       1.3.3. Wijze waarop in nieuw uitgangs-              ‘het plaatje als geheel’ te kijken.
               materiaal zal worden voorzien
   Hier dient te worden beschreven op welke wijze          Zuurstofgehalte
   nieuw uitgangsmateriaal zal worden verkregen. Kan de    Aangegeven dient te worden wat het minimale
   vissoort zich in gevangenschap voortplanten of is wild- zuurstofgehalte van het water dient te zijn, wat het
   vang nodig? Hoe worden de dieren in gevangenschap       optimale zuurstofgehalte van het water is en op
   tot voortplanting gebracht? De biotechnologische        welke wijze het zuurstofgehalte van het water kan
   handelingen die hierbij worden gebruikt, alsmede        worden gemanaged. Met behulp van in de litera-
   het gebruik van hormonen dienen te worden               tuur beschreven en/of uit de praktijk gebleken uit-
   beschreven. Wat is de mortaliteit in de opkweek-        komsten van zoötechnische indicatoren bij dit
   fase? Welke problemen kunnen zich tijdens deze          minimale zuurstofgehalte dient te worden aan-
   opkweekfase voordoen en hoe kunnen deze                 getoond dat het op basis van de huidige inzichten
   problemen voorkomen worden? Uit de beschrijving         aannemelijk is dat de vissen vanuit welzijns-
   en zoötechnische indicatoren dient te blijken dat op    oogpunt op een aanvaardbare wijze voor productie-
   basis van de huidige inzichten er van mag worden        doeleinden kunnen worden gehouden.
   uitgegaan dat de vissen vanuit welzijnsoogpunt op
   een aanvaardbare wijze voor productiedoeleinden         Ammoniakgehalte
   gehouden kunnen worden. Deze parameter dient            Aangeven dient te worden wat het gehalte aan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>ammoniak maximaal mag bedragen en op welke                 range blijft, de vissen vanuit welzijnsoogpunt op     11
wijze dit zal worden gemanaged. Het in acht                aanvaardbare wijze voor productiedoeleinden kunnen
nemen van een veiligheidsmarge is hierbij aan-             worden gehouden. Hierbij kan gebruik worden
bevelenswaardig. Met behulp van de onderschei-             gemaakt van hetgeen in de literatuur is beschreven
den zoötechnische indicatoren dient te worden              en/of in de praktijk is gebleken.
aangetoond dat indien het ammoniakgehalte de
maximaal toelaatbare waarde niet overschrijdt, de          Temperatuur
vissen vanuit welzijnsoogpunt op aanvaardbare              Aangegeven dient te worden binnen welke range
wijze voor productiedoeleinden kunnen worden               de temperatuur van het water dient te liggen, wat
gehouden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt               de optimale waarde is en op welke wijze de tempe-
van hetgeen in de literatuur is beschreven en/of in        ratuur zal worden gemanaged. Met behulp van de
de praktijk is gebleken. De ammoniakconcentratie           onderscheiden zoötechnische indicatoren dient te
kan worden berekend uit de geteste ammonium-               worden aangetoond dat indien de temperatuur
concentratie in combinatie met de zuurgraad.               binnen deze range blijft, de vissen vanuit welzijns-
                                                           oogpunt op een aanvaardbare wijze voor productie-
Koolstofdioxidegehalte                                     doeleinden kunnen worden gehouden. Hierbij kan
Aangegeven dient te worden wat het gehalte aan             gebruik worden gemaakt van hetgeen in de litera-
koolstofdioxide in het water maximaal mag bedragen         tuur is beschreven en/of in de praktijk is gebleken.
en op welke wijze dit zal worden gemanaged. Het in
acht nemen van een veiligheidsmarge is hierbij aanbe-      Saliniteit
velenswaardig. Met behulp van de onderscheiden zoö-        Aangegeven dient te worden binnen welke range
technische indicatoren dient te worden aangetoond          de saliniteit van het water dient te liggen, wat de
dat indien het koolstofdioxidegehalte de maximaal          optimale waarde is en op welke wijze de saliniteit
toelaatbare waarde niet overschrijdt, de vissen van-       zal worden gemanaged. Indien relevant kan dit per
uit welzijnsoogpunt op aanvaardbare wijze voor pro-        levensstadium worden aangegeven. Met behulp
ductiedoeleinden kunnen worden gehouden. Hierbij           van de onderscheiden zoötechnische indicatoren
kan gebruik worden gemaakt van hetgeen in de               dient te worden aangetoond dat indien de saliniteit
literatuur is beschreven en/of in de praktijk is gebleken. binnen deze range blijft, de vissen vanuit welzijns-
                                                           oogpunt op een aanvaardbare wijze voor productie-
Zuurgraad                                                  doeleinden kunnen worden gehouden. Hierbij kan
Aangegeven dient te worden binnen welke range              gebruik worden gemaakt van hetgeen in de litera-
de zuurgraad van het water dient te liggen, wat de         tuur is beschreven en/of in de praktijk is gebleken.
optimale waarde is en op welke wijze de zuurgraad
zal worden gemanaged. Met behulp van de onder-             Waterdoorstroming
scheiden zoötechnische indicatoren dient te worden         Aangegeven dient te worden binnen welke range
aangetoond dat indien de zuurgraad binnen deze             de waterdoorstroming dient te liggen, wat de optimale
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>12 waarde is en op welke wijze de waterdoorstroming     water. Dit aspect is voor recirculatiesystemen van
   zal worden gemanaged. Met behulp van de onder-       belang omdat hier als gevolg van nitrificatie een
   scheiden zoötechnische indicatoren dient te wor-     aantal stikstofmetabolieten ontstaat en vissen voor te
   den aangetoond dat indien de waterdoorstroming       hoge concentraties van deze stikstofmetabolieten
   binnen deze range blijft, de vissen vanuit welzijns- gevoelig zijn. Aangegeven dient te worden wat het
   oogpunt op een aanvaardbare wijze voor productie-    maximale nitriet- en nitraatgehalte in het water mag
   doeleinden kunnen worden gehouden. Hierbij kan       zijn en op welke wijze dit zal worden gemanaged.
   gebruik worden gemaakt van hetgeen in de litera-     Het in acht nemen van een veiligheidsmarge is
   tuur is beschreven en/of in de praktijk is gebleken. hierbij aanbevelenswaardig. Met behulp van de
                                                        onderscheiden zoötechnische indicatoren dient te
   Gehalte zwevende deeltjes                            worden aangetoond dat indien het gehalte aan
   In aanvulling op de Draft Recommendations            nitriet en nitraat het maximum niet overschrijdt, de
   Concerning Farmed Fish (9de revisie) is de Raad      vissen vanuit welzijnsoogpunt op een aanvaardbare
   van mening dat in het dossier ook dient te worden    wijze voor productiedoeleinden kunnen worden
   ingegaan op de concentratie zwevende deeltjes in     gehouden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt
   het water. Een te hoge concentratie aan zwevende     van hetgeen in de literatuur is beschreven en/of in
   deeltjes kan een nadelig effect op de kieuwen van    de praktijk is gebleken.
   vissen hebben. Aangegeven dient te worden wat
   het maximale gehalte aan zwevende deeltjes in het    Andere factoren
   water mag zijn en op welke wijze dit zal worden      Aangegeven dient te worden of, en zo ja welke,
   gemanaged. Het in acht nemen van een veilig-         andere factoren met betrekking tot de water-
   heidsmarge is hierbij aanbevelenswaardig. Met        kwaliteit relevant zijn en welke onder- dan wel
   behulp van de onderscheiden zoötechnische indi-      bovengrens of range voor deze factor gehanteerd
   catoren dient te worden aangetoond dat indien het    dient te worden. Indien relevant dient tevens te
   gehalte aan zwevende deeltjes het maximum niet       worden aangegeven wat de optimale waarde voor
   overschrijdt, de vissen vanuit welzijnsoogpunt op    deze factor is. Daarnaast dient inzicht te worden
   een aanvaardbare wijze voor productiedoeleinden      gegeven in de wijze waarop deze factor gemanaged
   gehouden kunnen worden. Hierbij kan gebruik worden   zal worden. Aangetoond dient te worden, bij
   gemaakt van hetgeen in de literatuur is beschreven   voorkeur middels zoötechnische indicatoren, dat,
   en/of in de praktijk is gebleken.                    indien de factor binnen de gestelde grenzen blijft, de
                                                        vissen vanuit welzijnsoogpunt op een aanvaardbare
   Nitriet- en nitraatgehalte                           wijze voor productiedoeleinden gehouden kunnen
   In aanvulling op de Draft Recommendations            worden. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van
   Concerning Farmed Fish (9de revisie), is de Raad     hetgeen in de literatuur is beschreven en/of in de
   van mening dat in het dossier ook ingegaan dient     praktijk is gebleken.
   te worden op het nitriet- en nitraatgehalte van het
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>     1.3.5. Voer, voedermethodieken en                bezettingsgraad is. Afhankelijk van de vissoort kan  13
            voeronthouding                            dit worden aangegeven per m2 of per m3. De vanuit
Aangegeven dient te worden of er voor de vissoort     welzijnsoogpunt acceptabele bezettingsgraad is
geschikt en attractief voer commercieel verkrijgbaar  mede afhankelijk van het natuurlijk gedrag. De
is. Daarnaast dient te worden ingegaan op de wijze    eenheid waarvoor gekozen dient te worden is
waarop de vissen gevoerd zullen worden (continu       afhankelijk van de levenswijze van de vissoort:
of op een paar momenten per dag, verspreiding         voor bodembewoners is de bezettingsgraad per m2
van het voer over het bassin of aanbieden van voer    zinvoller dan per m3, voor andere vissoorten kan het
op één plaats in het bassin, wijze waarop er voor     omgekeerde gelden. De beschrijving van de beoogde
wordt gezorgd dat elke individuele vis aan voer kan   bezettingsgraad en de wijze waarop dit gemana-
komen etc.) en of er problemen verwacht kunnen        ged zal gaan worden, dient te worden onderbouwd
worden bij de eventuele overschakeling van levend     met behulp van zoötechnische indicatoren. Uit de
voer op kunstmatig voer. Tevens dient te worden       beschrijving dient te blijken dat bij de beoogde
aangegeven wanneer, hoe lang en bij welke water-      bezettingsgraad de vissen vanuit welzijnsoogpunt op
temperatuur voeronthouding zal worden toegepast       een aanvaardbare wijze voor productiedoeleinden
(bijvoorbeeld in geval van het sorteren en het        gehouden kunnen worden.
slachten van de vissen) en op welke wijze eventu-
ele stress zal worden beperkt. In verband met de          1.3.7. Specifieke behandelingsmethode(n)
gewenning van vissen aan een vaste voedertijd en      Uit te voeren specifieke behandelingsmethoden,
het gegeven dat in de meeste gevallen de darmen       zoals het sorteren op grootte, maatregelen ten
binnen 72 uur leeg zijn (bij hogere watertemperaturen behoeve van ziektepreventie en transport, en de
gaat dit sneller), kan in de meeste gevallen worden   frequentie waarmee deze handelingen zullen plaats-
volstaan met een maximale duur van voeronthouding     vinden, dienen hier beschreven te worden.
van 72 uur. De beschrijving van eisen met betrekking  Aangetoond dient te worden dat ondanks deze
tot het voer, de voerdermethodiek(en) en voer-        behandelingsmethoden de vissen vanuit welzijns-
onthouding en de wijze waarop dit gemanaged zal       oogpunt op een aanvaardbare wijze voor productie-
gaan worden, moet zodanig zijn dat duidelijk wordt    doeleinden gehouden kunnen worden.
dat de vissen vanuit welzijnsoogpunt op een aan-
vaardbare wijze voor productiedoeleinden ge-              1.3.8. Dodingsmethode(n)
houden kunnen worden. Deze beschrijving dient         Beschreven dient te worden op welke wijze de vissen
gepaard te gaan met een onderbouwing met              zullen worden gedood. Het doden van de vissen
behulp van zoötechnische indicatoren.                 dient te geschieden conform het nog in te dienen
                                                      voorstel voor een AMvB ‘Doden van vissen’.
     1.3.6. Bezettingsgraad
Aangegeven dient te worden welke bezettings-              1.3.9. Biotechnologische handeling(en)
graad gehanteerd zal worden en wat de optimale        Specifieke biotechnologische handelingen, zoals
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>14 genetische modificatie, geslachtsverandering en             1.4. Ervaringen van elders met het kweken
   triploïdie, en de effecten van de toepassing van                 van de betreffende vissoort
   deze handelingen op het welzijn van de vissen dienen,
   indien relevant, hier beschreven te worden. Eén en      Ervaring die elders is opgedaan met het kweken
   ander dient te gebeuren conform het Ingrepen-           van de betreffende vissoort leert ons onder welke
   besluit en/of het Besluit voortplantingstechnieken.     condities de kweek kan plaatsvinden en in hoeverre
                                                           vanuit welzijnsoogpunt viskweek voor productie-
        1.3.10. Wenselijkheid tot polycultuur              doeleinden op een aanvaardbare wijze kan plaats-
   Aangegeven dient te worden of gestreefd wordt           vinden. De Nederlandse kweker kan met dergelijke
   naar polycultuur. Indien relevant dient te worden       informatie zijn voordeel doen en geattendeerd worden
   aangetoond dat de vissen in polycultuur vanuit          op aspecten van de kweek waar zich mogelijk
   welzijnsoogpunt op een aanvaardbare wijze voor          problemen kunnen voordoen. Een beschrijving van
   productiedoeleinden gehouden kunnen worden.             de ervaringen elders en de inschatting of de situatie
   Een beschrijving volstaat.                              in Nederland vergelijkbaar is, of dat er zich speci-
                                                           fieke situaties kunnen voordoen die het houden
        1.3.11. Speciale uitrusting                        van bepaalde vissoorten in Nederland minder
   Indien relevant dient te worden ingegaan op de          geschikt maken, volstaat.
   vereiste speciale uitrusting die noodzakelijk is om de
   vissoort in Nederland te kunnen kweken. Hierbij kan
   worden gedacht aan apparatuur waarmee de water-         2. toelatingsprocedure
   kwaliteit of aspecten daarvan (continu) gemeten en
   bewaakt kunnen worden, voorzieningen om technische      De door de Raad geadviseerde toelatingsprocedure
   storingen op te kunnen vangen, een alarmsysteem         begint met het formele verzoek tot uitbreiding van
   dat de belangrijkste functies in het bedrijf bewaakt en de in de Bijlage van het Besluit aanwijzing voor
   de beschikbaarheid van personeel zodat op snelle        productie te houden dieren opgenomen vissoorten
   en adequate wijze op technische storingen ge-           door degene die een in Nederland nieuwe vissoort
   reageerd kan worden. Een beschrijving volstaat.         voor productiedoeleinden wil gaan kweken. Het
                                                           verzoek dient te worden ingediend bij de verant-
        1.3.12. Voorkómen van ziekten                      woordelijke beleidsdirectie van het Ministerie van
   De Raad adviseert om, in aanvulling op de Draft         Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Bij het verzoek
   Recommendations Concerning Farmed Fish (9de             dient een dossier met informatie, zoals beschreven
   revisie), ziekte-incidentie als parameter waarover      in het kader in hoofdstuk 1, te worden aangeleverd.
   informatie dient te worden verstrekt, op te nemen.      De verantwoordelijke beleidsdirectie vraagt een
   Ingegaan dient te worden op alle management-            onafhankelijke deskundigencommissie het dossier
   opties voor reductie van de ziekte-incidentie bij       inhoudelijk te beoordelen en aan te geven of op
   deze vissoort. Een beschrijving volstaat.               basis van de aangeleverde informatie en de huidige
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>toetsingskader voor toelating van nieuwe vissoorten voor productiedoeleinden                                              15
Informatie dient te worden verstrekt op de volgende punten:
1. Biologische karakteristieken van de vissoort
2. Algemene informatie met betrekking tot de kweek van de betreffende vissoort
3. Specifieke welzijnseisen met betrekking tot de kweek van de betreffende vissoort
   • Het (de) kweeksyste(e)m(en) dat (die) voor de betreffende vissoort gebruikt zal (zullen) worden
   • Specifieke huisvestingseisen
   • Wijze waarop in nieuw uitgangsmateriaal zal worden voorzien
   • Vereiste waterkwaliteit, te weten: zuurstofgehalte, ammoniumgehalte, koolstofdioxidegehalte, zuurgraad,
     temperatuur, saliniteit, waterdoorstroming, gehalte zwevende deeltjes, nitriet- en nitraatgehalte en andere factoren
   • Voer, voedermethodieken en voeronthouding
   • Bezettingsgraad
   • Specifieke behandelingsmethode(n)
   • Dodingsmethode(n)
   • Biotechnologische handeling(en)
   • Wenselijkheid van polycultuur
   • Speciale uitrusting
   • Voorkómen van ziekten
4. Ervaringen van elders met het kweken van de betreffende vissoort
Uit de informatie dient te blijken:
1. Dat op geen van bovengenoemde punten onaanvaardbare welzijnsproblemen optreden bij de kweek van de
    betreffende vissoort. Dit dient te worden aangetoond met behulp van de volgende positieve en negatieve zoötech-
    nische parameters:
   • Normaal en afwijkend gedrag
   • (zelf-) Beschadigend gedrag
   • Eetlust
   • Voortplanting
   • Groei
   • Mortaliteit
   • Vóórkomen van ziekten
   • Vóórkomen van deformaties
2. Op welke wijze op bovengenoemde punten in de praktijk invulling zal worden gegeven aan het managen van de
    kweek van de betreffende vissoort.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>16 (wetenschappelijke) inzichten voldoende aan-          ontwikkeling van de Nederlandse viskwekerij hebben.
   nemelijk kan worden gemaakt dat de kweek van de       Bovendien brengt dit het risico met zich mee dat
   betreffende vissoort vanuit welzijnsoogpunt op een    Nederland zijn vooraanstaande positie in het
   aanvaarbare wijze in Nederland kan plaatsvinden.      onderzoek op dit gebied verliest.
   De Raad realiseert zich dat de gevraagde informatie   De Raad is van mening dat onderzoek naar welzijns-
   (vrijwel) nooit volledig kan worden aangeleverd en    aspecten binnen de viskwekerij dient te worden
   is van mening dat de deskundigencommissie moet        gestimuleerd door zowel de sector als door de
   beoordelen of de gegevens voldoende zijn en           overheid. Op deze wijze kan meer inzicht worden
   voldoende onderbouwd. Indien het dossier te           verkregen in het welzijn van vissen in kweeksystemen
   onvolledig is aangeleverd, kan de verantwoordelijke   en kan beter worden onderbouwd welke vissoorten
   beleidsdirectie vragen om aanvullende informatie.     wel en welke niet geschikt zijn om als productiedier
   Na advisering door de deskundigencommissie            in Nederland te houden. Uitwisseling van kennis met
   omtrent de toelating van de vissoort voor productie-  buitenlandse onderzoeksinstituten dient eveneens
   doeleinden, adviseert de verantwoordelijke beleids-   te worden gestimuleerd.
   directie de verantwoordelijke bewindspersoon van      De Raad wil benadrukken dat niet alleen het voor-
   Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. Indien de         kómen van welzijnsproblemen (een negatieve
   bewindspersoon besluit de vissoort voor productie-    benadering) bij kweekvissen aandacht behoeft,
   doeleinden toe te laten, dient een traject tot        maar dat ook het bevorderen van het welzijn van
   wijziging van het Besluit aanwijzing voor productie   de kweekvissen (een positieve benadering) een
   te houden dieren te worden doorlopen. Het is de       belangrijk aandachtspunt binnen de viskweeksector
   vraag welke rol (de leden van) de Raad in dit traject en het onderzoek naar welzijnsaspecten binnen de
   zou(den) moeten spelen.                               viskwekerij dient te zijn. Door zowel negatieve àls
   De verantwoordelijke beleidsdirectie kan het          positieve zoötechnische parameters te gebruiken,
   conceptbesluit of de strekking daarvan voorafgaand    wordt bij bovenstaande aangesloten. Indien uit-
   aan de indiening in de Ministerraad met de sector     sluitend wordt gekeken naar (het ontbreken van)
   bespreken.                                            negatieve welzijnsindicatoren, bestaat de mogelijk-
                                                         heid dat signalen, waaruit een verminderd of
   3. overige opmerkingen                                suboptimaal welzijn van de vissen blijkt, worden
                                                         gemist. Bovendien kan het bevorderen van het
   De Raad merkt op dat het wenselijk, en volgens        welzijn van kweekvissen resulteren in een meer-
   het Productschap Vis zelfs noodzakelijk, is dat tot   waarde van het product, waardoor de concurrentie-
   harmonisatie van het Europese visbeleid wordt         positie van de viskweeksector versterkt wordt, en
   gekomen. Indien regels voor de introductie van        in een lagere ziekte-incidentie.
   nieuwe vissoorten voor productiedoeleinden in         De Raad merkt op dat wildvang om te kunnen voor-
   Nederland strenger zijn dan elders binnen de          zien in nieuw uitgangsmateriaal (zie § 1.3.3.) voor
   Europese Unie, kan dit nadelige gevolgen voor de      de Dierenbescherming onacceptabel is. De Dieren-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>bescherming is van mening dat, gezien het klaar-     17
blijkelijke onvermogen van de vissoort om zich in
gevangenschap voort te planten, de vissoort niet
geschikt is om te houden. Tevens is de Dieren-
bescherming van mening dat, als vissoort niet kan
worden gedood conform hetgeen in § 1.3.8. is
beschreven, deze soort niet voor productiedoeleinden
gehouden zou mogen worden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>18</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>       literatuurlijst                                                                           19
1. Directie Visserij. (2000). Beleidsverkenning aquacultuur – eindrapport. Den Haag:
   Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij.
2. Brief van Directie Visserij, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij van 10-04-2002
   aan Raad voor Dierenaangelegenheden (kenmerk: VISS/02/2833).
3. Besluit aanwijzing voor productie te houden dieren.
4. Raad van Europa (2002). Standing committee of the European Convention for the protection of
   animals kept for farming purposes (T-AP) – Draft recommendations concerning farmed fish
   (9th revision). Strasbourg, Frankrijk, 27-31 mei 2002.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>20</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>       bijlagen               21
1. adviesaanvraag en antwoord
zie pagina’s 22 t/m 23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>22</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>23</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>24</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>2. overzicht van conform het toetsingskader aan te leveren informatie                                                     25
1. Biologische karakteristieken van de vissoort: B 1
2. Algemene informatie met betrekking tot de kweek van de betreffende vissoort: B
3. Specifieke welzijnseisen met betrekking tot de kweek van de betreffende vissoort
     • Het (de) kweeksyste(e)m(en) dat (die) voor de betreffende vissoort gebruikt zal (zullen) worden: B
     • Specifieke huisvestingseisen: B, Z
     • De wijze waarop in nieuw uitgangsmateriaal zal worden voorzien: B, Z
     • De vereiste waterkwaliteit
       Zuurstofgehalte: B, Z
       Ammoniumgehalte: B, Z
       Koolstofdioxidegehalte: B, Z
       Zuurgraad: B, Z
       Temperatuur: B, Z
       Saliniteit: B, Z
       Waterdoorstroming: B, Z
       Gehalte zwevende deeltjes: B, Z
       Nitriet- en nitraatgehalte: B, Z
       Andere factoren: B (Z)
     • Voer, voedermethodieken en voeronthouding: B, Z
     • Bezettingsgraad: B, Z
     • Specifieke behandelingsmethode(n): B
     • Dodingsmethode(n): AMvB
     • Biotechnologische handeling(en): Besluit
     • Wenselijkheid van polycultuur: B
     • Speciale uitrusting: B
     • Voorkómen van ziekten: B
4 Ervaringen van elders met het kweken van de betreffende vissoort: B
1
  B: beschrijving volstaat; Z: beschrijving van zoötechnische indicatoren vereist; AMvB: conform AMvB ‘doden van vissen’;
  Besluit: conform Ingrepenbesluit en/of Besluit voortplantingstechnieken
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre>26 3. samenstelling van de werkgroep
   In de werkgroep ‘een toetsingskader en toelatingsprocedure voor aanwijzing van nieuwe voor productie te
   houden vissoorten’ participeerden:
        • Universiteit Utrecht: dr. R. van den Bos
        • Wageningen Universiteit & Research: prof. dr. J.A.J. Verreth
        • RIVO: ir. A. Kamstra
        • ID-Lelystad: mevr. dr. ir. O.L.M. Haenen
        • Productschap Vis: W. van Eijk
        • Nevevi: W. van Eijk
        • Dierenbescherming: mevr. ir. M. de Jong-Timmerman
   Namens de Directie Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij woonde
   ir. F.G.E. van den Berg de vergaderingen van de werkgroep bij. Namens de Directies Juridische Zaken en
   Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij waren respectievelijk mevr. mr.
   M.C. van Heezik en mevr. ir. S. van den Brink bij de werkgroep betrokken.
   De werkgroep werd voorgezeten door mevr. dr. drs. I.D. de Wolf, secretaris van de Raad voor
   Dierenaangelegenheden.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 29 ======================================================================

<pre>4. overzicht van publicaties                                                                        27
Onderstaand overzicht betreft uitsluitend publicaties van de Raad in 2002. Een overzicht van oudere
door de Raad uitgebrachte publicaties kan worden opgevraagd bij het secretariaat van de Raad.
RDA 2002/01   Minimum welzijnseisen tijdens bestrijdingscampagnes
RDA 2002/02   Fokken met recreatiedieren
RDA 2002/03   Fokken met recreatiedieren
RDA 2002/04   Advies aan de Directeur Landbouw van het Ministerie van LNV inzake het plan van
              aanpak van CatFancy voor de bestrijding van erfelijke gebreken bij katten
RDA 2002/05 Een toetsingskader en toelatingsprocedure voor aanwijzing van nieuwe voor productie te
              houden vissoorten
</pre>

====================================================================== Einde pagina 29 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 30 ======================================================================

<pre>RAAD VOOR DIERENAANGELEGENHEDEN
</pre>

====================================================================== Einde pagina 30 =================================================================

<br><br>