<b>Bijsluiter</b>. De hyperlink naar het originele document werkt niet meer. Daarom laat Woogle de tekst zien die in dat document stond. Deze tekst kan vreemde foutieve woorden of zinnen bevatten en de opmaak kan verdwenen of veranderd zijn. Dit komt door het zwartlakken van vertrouwelijke informatie of doordat de tekst niet digitaal beschikbaar was en dus ingescand en vervolgens via OCR weer ingelezen is. Voor het originele document, neem contact op met de Woo-contactpersoon van het bestuursorgaan.<br><br>====================================================================== Pagina 1 ======================================================================

<pre>                          MEI 2003
                ADVIES RDA 2003/05
CRITERIA VOOR DODINGSMETHODEN VOOR PALING EN MEERVAL
                                   ADVIES AAN DE MINISTER VAN LANDBOUW,
                                   NATUURBEHEER EN VISSERIJ OVER TE HANTEREN
                                   CRITERIA VOOR BESTAANDE EN NIEUWE DODINGS-
                                   METHODEN VOOR PALING EN MEERVAL
</pre>

====================================================================== Einde pagina 1 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 2 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 2 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 3 ======================================================================

<pre>        SAMENSTELLING VAN DE RAAD
•   prof. dr. C.J.G. Wensing, voorzitter Raad voor Dierenaangelegenheden
•   A. Achterkamp
•   mw. drs. I. Arendzen                 bezoekadres:
•   mw. ir. A.M. Burger                  Bezuidenhoutseweg 73
•   mr. W. van de Giessen                2594 AC Den Haag
•   ir. M.J.B. Jansen
•   drs. S.B.M. Jongerius                postadres:
                                         Postbus 90428
•   J.Th. de Jongh
                                         2509 LK Den Haag
•   dr. Tj. Jorna
•   drs. R.J.T. van Lint
                                         telefoon 070 3785266
•   P.J.H.M. Loonen
                                         fax 070 3786336
•   dr. ir. H. Paul
                                         e-mail info@rda.nl
•   prof. dr. A. Pijpers
•   prof. dr. F.J. van Sluijs
                                         www.raadvoordierenaangelegenheden.nl
•   H.W.A. Swinkels
•   drs. P.A. Thijsse
•   drs. H. Verburg
•   prof. dr. J.H.M. Verheijden
•   mr. ing. C.J.J.M. Vermeeren
Secretaris: mw. dr. drs. I.D. de Wolf
</pre>

====================================================================== Einde pagina 3 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 4 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 4 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 5 ======================================================================

<pre>       INHOUDSOPGAVE
Advies . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 5
Overwegingen van de Raad . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
1. Welzijn van vissen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 9
2. Criteria voor het doden van vissen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 10
3. Huidige en nieuw te ontwikkelen dodingsmethoden . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 13
4. Datum van inwerkingtreding en geschatte kosten voor de sector . . . . . . . . . . . . . . . . 15
5. Juridische vorm . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
6. Europese dimensie . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 17
Literatuurlijst . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 19
Bijlagen
1. Adviesaanvraag en antwoord (niet aanwezig) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 23
2. Samenstelling van de werkgroep . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 24
3. Overzicht van publicaties . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 5 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 6 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 6 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 7 ======================================================================

<pre>        ADVIES
Ondanks de reeds jarenlange bestaande controver-      gelegd in artikel 3, 4 en 5 van het Besluit doden van
se of er bij vissen sprake is van een zekere mate     dieren, niet alleen op paling en meerval maar uitein-
van bewustzijn en of er bij vissen over welzijn ge-   delijk op alle vissoorten van toepassing te verkla-
sproken kan worden, is de Raad op basis van           ren. Wel adviseert hij om in de voorwaarden waar-
wetenschappelijke literatuur tot de conclusie geko-   aan dodingsmethoden dienen te voldoen op te ne-
men dat gewervelde vissen een vorm van pijn-,         men dat de vis niet alleen bewusteloos, maar ook
angst- en stressbeleving kennen en dat er in bepaal-  gevoelloos dient te zijn. Daarnaast constateert hij
de situaties sprake kan zijn van aantasting van het   dat een dodingsmethode waarbij de vis onmiddellijk
welzijn van gewervelde vissen. Deze erkenning im-     dood is, fysiologisch niet haalbaar is.
pliceert dat er in ethisch en maatschappelijk per-
spectief geen reden is gewervelde vissen een ande-    De geadviseerde criteria voor het doden van paling
re plaats te geven dan andere gewervelde dieren en    en meerval zijn in het kader op de volgende blad-
dat nagegaan dient te worden in hoeverre bestaand     zijde weergegeven. De geadviseerde criteria sluiten
beleid voor andere gewervelde diersoorten op vis-     aan bij de European Convention for the Protection of
sen van toepassing kan worden verklaard.              Animals for Slaughter en richtlijn 93/119/EG van de
                                                      Raad van de Europese Unie inzake de bescherming
De juridische basis voor het doden van dieren is      van dieren bij het slachten of doden.
gelegen in art. 43 en 44 van de Gezondheids- en
welzijnswet voor dieren en is uitgewerkt in het Be-   De Raad is van mening dat huidige en nieuw te ont-
sluit doden van dieren. De Raad heeft zich, naar      wikkelen dodingsmethoden, al dan niet voorafge-
analogie van het Besluit doden van dieren, alleen     gaan door een bedwelmingsstap, aan de beschre-
beraden over het proces van doden vanaf het mo-       ven voorwaarden voor dodingsmethoden getoetst
ment van aankomst bij de dodingsplaats.               dienen te worden door een gerenommeerd en er-
                                                      kend onderzoeksinstituut met behulp van algemeen
Omdat de Raad van mening is dat met vissen op         geaccepteerde wetenschappelijk onderbouwde me-
een zelfde wijze dient te worden omgegaan als met     thoden. Gezien de grote verschillen tussen vissoor-
andere gewervelde diersoorten, adviseert de Raad      ten, dient toetsing van dodingsmethode(n) aan de
om de criteria voor het doden van dieren, zoals vast- geadviseerde voorwaarden per vissoort plaats te
</pre>

====================================================================== Einde pagina 7 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 8 ======================================================================

<pre>CRITERIA WAARAAN HET DODEN VAN PALING EN MEERVAL DIENT TE VOLDOEN
Het verplaatsen, onderbrengen, fixeren, bedwelmen, slachten of doden van vissen wordt uitgevoerd door
personen die de nodige kennis en vaardigheden bezitten om de taken humaan en doeltreffend uit te voeren.
De vissen moet bij deze handelingen elke vermijdbare opwinding of pijn of elk vermijdbaar lijden worden
bespaard.
Vissen dienen te worden gedood door toepassing van een:
1. Dodingsmethode die onmiddellijk na aanvang van de dodingshandeling leidt tot de dood van de vis, of
    Dodingsmethode die zonder onaanvaardbare opwinding of pijn direct dan wel geleidelijk leidt tot be-
    wusteloosheid én gevoelloosheid, gevolgd door de dood vóórdat de bewusteloosheid én gevoel-loosheid
    zijn geweken, of
3. Bedwelmingsmethode die zonder onaanvaardbare opwinding of pijn leidt tot bewusteloosheid én ge-
    voelloosheid, gevolgd door een dodingshandeling die leidt tot de dood vóórdat de bewusteloosheid én
    gevoelloosheid zijn geweken.
Alvorens een dodings- dan wel bedwelmingsmethode voor een specifieke vissoort kan worden toegestaan,
dient een gerenommeerd en erkend onderzoeksinstituut middels algemeen geaccepteerde wetenschappelijk
onderbouwde methoden te toetsen of de beoogde dodingsmethode indien toegepast bij de beoogde vissoort
kan voldoen aan de in dit kader beschreven voorwaarden voor dodings- dan wel bedwelmingsmethoden.
vinden.                                               Omdat voor het doden van paling een welzijns-
                                                      vriendelijkere dodingsmethode naar verwachting in
Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat een    2005 voor de praktijk beschikbaar zal zijn, is de
aantal van de in Nederland gebruikelijke dodings-     Raad van mening dat de geadviseerde criteria met
methoden voor het doden van paling en meerval niet    ingang van 1 januari 2006 op paling van toepassing
voldoen aan de geadviseerde voorwaarden. De           verklaard kunnen worden. Voor meerval is nog on-
Raad is van mening dat deze dodingsmethoden op        duidelijk wanneer een welzijnsvriendelijkere do-
termijn zullen moeten worden afgewezen.               dingsmethode voor de praktijk beschikbaar zal ko-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 8 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 9 ======================================================================

<pre>men. De Raad stelt voor om de datum voor inwer-     trie te voorkomen. Bovendien acht de Raad het niet
kingtreding van de geadviseerde criteria voor meer- wenselijk als vissen uit andere landen van de Euro-
val te stellen op twee jaar nadat de technische     pese Unie, die niet conform de beschreven criteria
haalbaarheid van een welzijnsvriendelijke dodings-  gedood zijn, in Nederland terechtkomen. Het Neder-
methode is gebleken.                                landse voorzitterschap van de Europese Unie in
                                                    2004 biedt mogelijkheden om welzijnsvriendelijke
Voor andere vissoorten stelt de Raad voor nog geen  dodingsmethoden voor vissen te agenderen.
datum voor inwerkingtreding vast te stellen, maar
onderzoek naar welzijnsvriendelijke dodingsmetho-
den te stimuleren. De Raad ziet in dezen een geza-
menlijke inspanningsverplichting voor overheid én
bedrijfsleven. De Raad stelt voor om te beginnen
met het ontwikkelen van welzijnsvriendelijkere do-
dingsmethoden voor platvissen. Daarnaast is de
Raad van mening dat door de sector en de overheid
reeds kan worden begonnen met het formuleren van
een plan van aanpak en het geven van voorlichting
aan de sector.
De Raad is van mening dat hij onvoldoende des-
kundig is om te kunnen adviseren op welke wijze de
criteria voor het doden van vissen in een wettelijk
kader dienen te worden geplaatst.
Hoewel de Raad zich realiseert dat (de ontwikkeling
en implementatie van) welzijnsvriendelijkere do-
dingsmethoden voor vissen niet hoog op de Euro-
pese agenda staan, dringt hij er toch op aan om be-
leid op dit gebied in Europees verband nader uit te
werken. Dit om ondermijning van de concurrentie-
positie van de Nederlandse visverwerkende indus-
</pre>

====================================================================== Einde pagina 9 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 10 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 10 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 11 ======================================================================

<pre>        OVERWEGINGEN VAN DE RAAD
1. WELZIJN VAN VISSEN                                 angst en stress kunnen voelen. De maatschappelij-
                                                      ke druk voor een welzijnsvriendelijkere benadering
Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken dat ge-    van vissen wordt steeds groter.
wervelde dieren zoals vissen, zoogdieren en vogels
overeenkomsten in anatomie, (neuro-)fysiologie en     De Raad is van mening dat voor het bedrijfsleven
gedrag vertonen (1-9). Gewervelde vissen (hierna      veel te winnen valt met een meer welzijnsvriendelij-
kortweg ‘vissen’ genoemd) blijken het vermogen te     ke benadering van vissen. Wetenschappelijk onder-
hebben om te leren (5) en te reageren op pijnprik-    zoek heeft aangetoond dat het dodingsproces een
kels (10, 11). Hoewel wetenschappelijk nog altijd     belangrijke bron van stress is (15) en kan leiden tot
controversieel (12, 13), is de Raad voor Dierenaan-   een aantasting van het welzijn van vissen (16).
gelegenheden (hierna ‘Raad’ genoemd) op basis         Stress tijdens het dodingsproces kan resulteren in
van de eerder genoemde wetenschappelijke bevin-       een slechtere kwaliteit van het vlees (17). Een meer
dingen tot de overtuiging gekomen dat vissen een      welzijnsvriendelijke benadering van vissen komt bo-
vorm van pijn-, angst- en stressbeleving kennen en    vendien het imago van de sector ten goede. Het be-
dat er in bepaalde situaties sprake kan zijn van aan- lang van een meer welzijnsvriendelijke benadering
tasting van het welzijn van vissen.                   van en het formuleren en naleven van welzijnseisen
                                                      voor vissen wordt door het bedrijfsleven onder-
De erkenning dat welzijn ook voor vissen een rele-    schreven (18).
vant aspect is, impliceert dat hiermee in de omgang
met vissen rekening dient te worden gehouden. Ook     Hoewel de Raad zich bewust is van de grote ver-
in de Nederlandse samenleving is een verandering      schillen tussen vissoorten, is hij van mening dat nu
in het denken over vissen en het welzijn van vissen   voor diverse gewervelde vissoorten is aangetoond
waarneembaar. Marktonderzoek van NIPO (14) laat       dat zij angst, pijn en stress kunnen ervaren en er ge-
zien dat slechts één op de elf Nederlanders denkt     sproken kan worden over het welzijn van vissen,
dat vissen niks kunnen voelen, terwijl zes op de tien met deze diersoort op een zelfde wijze dient te wor-
Nederlanders denken dat vissen pijn kunnen voelen     den omgegaan als met andere gewervelde dier-
en vijf op de tien Nederlanders denken dat vissen     soorten. Omdat wetenschappelijk onderzoek heeft
</pre>

====================================================================== Einde pagina 11 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 12 ======================================================================

<pre>aangetoond dat het dodingsproces een belangrijke       gaan dient te worden in hoeverre bestaand beleid
bron van stress is (15) en kan leiden tot een aan-     voor andere gewervelde diersoorten op vissen van
tasting van het welzijn van vissen (16), is de Raad    toepassing kan worden verklaard.
van mening dat het ontwikkelen van beleid ten aan-
zien van het doden van vis een grote prioriteit heeft. De juridische basis voor het doden van dieren is
                                                       gelegen in art. 43 en 44 van de Gezondheids- en
De Raad heeft zich, op verzoek van de Directie Vis-    welzijnswet voor dieren (GWWD). Art. 44 van de
serij van het Ministerie van Landbouw, Natuurbe-       GWWD is uitgewerkt in het Besluit doden van die-
heer en Visserij (LNV), in haar advies geconcen-       ren. Dit Besluit is van toepassing verklaard op zoog-
treerd op criteria waaraan dodingsmethoden voor        dieren, reptielen, amfibieën en vogels, maar niet op
paling en meerval zouden moeten voldoen. De Raad       vissen. Redenen daarvoor waren de uiteenlopende
onderschrijft de keuze om te beginnen met het          opvattingen onder deskundigen omtrent de percep-
formuleren van beleid voor het doden van paling en     tie van pijn en dergelijke gevoelens bij vissen en de
meerval. Paling en meerval behoren tot de meest        door de Raad nog op te stellen uitwerking van de
voor consumptie gekweekte vissoorten in Neder-         aanbevelingen die in een rapport van het RIVO (23)
land. Bovendien is er voor deze twee vissoorten        genoemd werden. Op basis van de aanbevelingen
meer wetenschappelijke informatie met betrekking       van de Raad, die in juni 1997 beschikbaar zijn geko-
tot dodingsmethoden en eventuele aantasting van        men (24), zou vervolgens een plan van aanpak wor-
het welzijn beschikbaar dan voor andere voor con-      den opgesteld en het Besluit doden van dieren wor-
sumptie gekweekte vissoorten (19-22). Het advies       den aangepast, voor zover daartoe aanleiding zou
van de Raad is hoofdzakelijk gebaseerd op hetgeen      bestaan. Tot op heden is het Besluit nog niet op vis-
uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken. Een        sen van toepassing verklaard.
meer ethisch georiënteerde discussie over het do-
den van vis zal in 2003 door de Raad worden geor-      De Raad heeft zich, naar analogie van het Besluit
ganiseerd.                                             doden van dieren, alleen beraden over het proces
                                                       van doden vanaf het moment van aankomst bij de
2. CRITERIA VOOR HET DODEN VAN VISSEN                  dodingsplaats. De Raad onderscheidt vervolgens de
                                                       volgende stappen: transport naar de bedwelmings-
De constatering van de Raad dat met vissen op een      plaats, eventuele fixatie voor een bedwelmingsme-
zelfde wijze dient te worden omgegaan als met an-      thode wordt toegepast, initiëren van de bedwelming
dere gewervelde diersoorten, impliceert dat nage-      en het uitvoeren van een dodingsmethode.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 12 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 13 ======================================================================

<pre>Artikel 3 en 4 van het Besluit doden van dieren rege-  een vis dient te worden gedood door toepassing van
len dat het verplaatsen, onderbrengen, fixeren, be-    een:
dwelmen, slachten of doden van dieren wordt uitge-     1. Dodingsmethode die onmiddellijk na aanvang
voerd door personen die de nodige kennis en vaar-          van de dodingshandeling leidt tot de dood van
digheden bezitten om de taken humaan en doeltref-          het dier, of
fend uit te voeren en dat de dieren bij deze hande-    2. Dodingsmethode die zonder onaanvaardbare
lingen elke vermijdbare opwinding of pijn of elk ver-      opwinding of pijn leidt tot bewusteloosheid én
mijdbaar lijden moet worden bespaard.                      gevoelloosheid, gevolgd door de dood vóórdat
Omdat de Raad van mening is dat met vissen op              de bewusteloosheid én gevoelloosheid zijn ge-
een zelfde wijze dient te worden omgegaan als met          weken, of
andere gewervelde diersoorten, adviseert de Raad       3. Bedwelmingsmethode die zonder onaanvaard-
derhalve om de criteria, zoals vastgelegd in artikel 3     bare opwinding of pijn leidt tot bewusteloosheid
en 4 van het Besluit doden van dieren, niet alleen op      én gevoelloosheid, gevolgd door een dodings-
paling en meerval maar uiteindelijk op alle vissoor-       handeling die leidt tot de dood vóórdat de be-
ten van toepassing te verklaren.                           wusteloosheid én gevoelloosheid zijn geweken.
                                                       De Raad merkt ten aanzien van de eerst genoemde
Artikel 5 van het Besluit doden van dieren stelt voor- dodingsmethode op dat het fysiologisch gezien on-
waarden aan de wijze waarop de aangewezen die-         mogelijk is de dood onmiddellijk te laten intreden.
ren worden gedood. Ook in deze is de Raad van          Correcter zou zijn te spreken van een verbijzonde-
mening dat met vissen op een zelfde wijze dient te     ring van de tweede genoemde dodingsmethode, na-
worden omgegaan als met andere gewervelde dier-        melijk een dodingsmethode die onmiddellijk na aan-
soorten en adviseert hij derhalve om deze criteria     vang van de dodingshandeling leidt tot bewuste-
niet alleen op paling en meerval maar uiteindelijk op  loosheid én gevoelloosheid en de dood tot gevolg
alle vissoorten van toepassing te verklaren. Wel is    hebbende, voordat de bewusteloosheid én gevoel-
de Raad van mening dat aan de voorwaarden dient        loosheid zijn geweken.
te worden toegevoegd dat het dier niet alleen be-
wusteloos, maar ook gevoelloos dient te zijn indien    Om te kunnen toetsen of een dodings- dan wel be-
de dodingsmethode niet onmiddellijk leidt tot de       dwelmingsmethode (hierna ‘dodingsmethode’ ge-
dood van het dier of indien er sprake is van bedwel-   noemd) voldoet aan de hierboven geformuleerde
ming. De voorwaarden zoals geformuleerd in artikel     voorwaarden, is de Raad van mening dat de do-
5 van het Besluit doden van dieren luiden dan dat      dingsmethode door een gerenommeerd en erkend
</pre>

====================================================================== Einde pagina 13 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 14 ======================================================================

<pre>onderzoeksinstituut dient te worden onderzocht vol-    deze vissoort(en) plaats te vinden alvorens eventu-
gens algemeen geaccepteerde wetenschappelijk           ele toelating van deze methode voor deze vis-
onderbouwde methoden. Een voorbeeld van een er-        soort(en) kan plaatsvinden.
kende methode is de combinatie van gedragsob-
servaties, elektro-encefalogram (EEG) metingen in      De Raad merkt op dat het belangrijk is dat de do-
combinatie met somatosensory evoked responses          dingsmethode maatschappelijk geaccepteerd wordt,
(SERs) en elektrocardiogram (ECG) metingen. Ge-        toepasbaar moet zijn binnen de bedrijfsprocessen
dragsobservaties leveren informatie op over aan-       en controleerbaar moet zijn voor de daartoe be-
tasting van het welzijn, maar deze informatie is on-   voegde instanties. Na toepassing van de dodings-
voldoende om te kunnen vaststellen of een vis be-      methode dient het product verkoopbaar te zijn
wusteloos én gevoelloos is. EEG metingen in com-       (d.w.z. goede kwaliteit van het visvlees en indien ge-
binatie met SERs dienen inzicht te geven in het al     wenst intactheid van de vis). Eveneens van belang
dan niet bewusteloos en gevoelloos zijn van de vis.    is dat de dodingsmethode zowel voor kleinere als
ECG metingen kunnen aanwijzingen geven over het        voor grotere aantallen vissen moet kunnen worden
optreden van stress en geven informatie over het in-   toegepast, zodat de dodingsmethode zowel voor
treden van de dood. De Raad adviseert om niet vast     kleinere als voor grotere bedrijven bruikbaar is.
te leggen welke algemeen geaccepteerde weten-
schappelijk onderbouwde methode(n) dien(t)(en) te      Door het op paling en meerval en uiteindelijk op alle
worden gebruikt om dodingsmethoden te toetsen,         vissoorten van toepassing verklaren van de criteria
omdat ontwikkelingen in de wetenschap kunnen re-       in artikel 3 en 4 van het Besluit doden van dieren en
sulteren in nieuwe inzichten en nieuwe toetsings-      de met de term ‘gevoelloosheid’ uitgebreide voor-
methoden.                                              waarden zoals geformuleerd in artikel 5 van het
                                                       Besluit doden van dieren (zie kader op de volgende
Omdat de Raad zich bewust is van de grote ver-         bladzijde) wordt aangesloten bij de European Con-
schillen die tussen vissoorten bestaan, is zij van me- vention for the Protection of Animals for Slaughter
ning dat de toetsingsresultaten van een dodingsme-     (25) en richtlijn 93/119/EG van de Raad van de
thode voor een bepaalde vissoort niet zonder meer      Europese Unie (26). Richtlijn 93/119/EG van de
gegeneraliseerd kunnen worden naar andere vis-         Raad van de Europese Unie (26) stelt namelijk dat
soorten. Indien beoogd wordt dezelfde dodingsme-       “dieren tijdens het slachten of doden alle vermijd-
thode ook voor (een) andere vissoort(en) te gebrui-    bare pijn of vermijdbaar lijden moet worden be-
ken, dient toetsing van de dodingsmethode voor         spaard.”
</pre>

====================================================================== Einde pagina 14 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 15 ======================================================================

<pre>CRITERIA WAARAAN HET DODEN VAN PALING EN MEERVAL DIENT TE VOLDOEN
Het verplaatsen, onderbrengen, fixeren, bedwelmen, slachten of doden van vissen wordt uitgevoerd door
personen die de nodige kennis en vaardigheden bezitten om de taken humaan en doeltreffend uit te voeren.
De vissen moet bij deze handelingen elke vermijdbare opwinding of pijn of elk vermijdbaar lijden worden
bespaard.
Vissen dienen te worden gedood door toepassing van een:
1. Dodingsmethode die onmiddellijk na aanvang van de dodingshandeling leidt tot de dood van de vis, of
2. Dodingsmethode die zonder onaanvaardbare opwinding of pijn direct dan wel geleidelijk leidt tot be-
    wusteloosheid én gevoelloosheid, gevolgd door de dood vóórdat de bewusteloosheid én gevoel-loosheid
    zijn geweken, of
3. Bedwelmingsmethode die zonder onaanvaardbare opwinding of pijn leidt tot bewusteloosheid én ge-
    voelloosheid, gevolgd door een dodingshandeling die leidt tot de dood vóórdat de bewusteloosheid én
    gevoelloosheid zijn geweken.
Alvorens een dodings- dan wel bedwelmingsmethode voor een specifieke vissoort kan worden toegestaan,
dient een gerenommeerd en erkend onderzoeksinstituut middels algemeen geaccepteerde wetenschappelijk
onderbouwde methoden te toetsen of de beoogde dodingsmethode indien toegepast bij de beoogde vissoort
kan voldoen aan de in dit kader beschreven voorwaarden voor dodings- dan wel bedwelmingsmethoden.
3. HUIDIGE EN NIEUW TE ONTWIKKELEN                    vissoorten, per vissoort zal moeten worden onder-
    DODINGSMETHODEN                                   zocht welke dodingsmethode(n) voldoe(t)(n) aan de
                                                      voorwaarden waaraan dodingsmethoden voor vis-
Zoals reeds in hoofdstuk 2 van de ‘Overwegingen       sen dienen te voldoen (zie bovenstaand kader). Do-
van de Raad’ werd genoemd, is de Raad van me-         dingsmethoden die niet voldoen aan deze voor-
ning dat, als gevolg van de grote verschillen tussen  waarden dienen niet langer te worden toegestaan
</pre>

====================================================================== Einde pagina 15 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 16 ======================================================================

<pre>indien een meer welzijnsvriendelijk alternatief com-  waarden te kunnen voldoen en is derhalve volgens
mercieel verkrijgbaar is.                             de Raad eveneens niet langer acceptabel.
Indien een welzijnsvriendelijk alternatief nog niet   Dodingsmethoden, zoals de injectie van lucht in de
commercieel verkrijgbaar is, maar wel kan worden      hersenen middels een naaldschietmasker en het ge-
overzien wanneer deze beschikbaar komt, kan een       bruik van stroom in combinatie met verdrijving van
datum voor inwerkingtreding worden vastgesteld        zuurstof uit het water, kunnen wel aan de geadvi-
(zie ook hoofdstuk 4 van de ‘Overwegingen van de      seerde voorwaarden voldoen. Onderzoek bij de pa-
Raad’).                                               ling heeft uitgewezen dat het gebruik van stroom in
                                                      combinatie met verdrijving van zuurstof uit het water
In Nederland vindt reeds onderzoek aan dodings-       in de praktijk waarschijnlijk het eenvoudigst is toe te
methoden voor paling en meerval (zie hierna) plaats   passen. Of dit ook voor de meerval geldt is nog niet
(19-22). Voor andere vissoorten die met het oog op    duidelijk.
de consumptie worden gehouden vindt in Nederland      De Raad merkt op dat dodingsmethoden die in ge-
minder onderzoek aan dodingsmethoden plaats. De       val van meerval en paling niet voldoen aan de gead-
Raad stelt voor om met betrekking tot deze            viseerde voorwaarden als gevolg van de grote ver-
vissoorten te beginnen met het ontwikkelen van        schillen tussen vissoorten mogelijk wel voor andere
welzijnsvriendelijke dodingsmethoden voor plat-       vissoorten kunnen worden toegepast. De Raad is er
vissen. Hiertoe dient een opdracht aan Nederlandse    derhalve nu geen voorstander van om bepaalde do-
onderzoeksinstituten te worden verstrekt. Dit is con- dingsmethoden voor alle vissoorten te verbieden.
form het advies van de Raad van 24 juni 1997.
                                                      De Raad is van mening dat alvorens een nieuw ont-
Voor paling en meerval zijn een aantal dodingsme-     wikkelde dodingsmethode mag worden toegepast
thoden getoetst op de in hoofdstuk 2 geadviseerde     voor het doden van commercieel gehouden vis,
voorwaarden. Dodingsmethoden zoals directe ver-       eerst door een gerenommeerd en erkend instituut
bloeding zonder voorafgaande bedwelming en on-        dient te worden aangetoond dat de beoogde me-
derkoeling blijken niet aan de geadviseerde voor-     thode aan de voorgestelde voorwaarden voor do-
waarden te kunnen voldoen en dienen derhalve vol-     ding voldoet. Als de dodingsmethode in het buiten-
gens de Raad te worden afgewezen. Ook het doden       land is ontwikkeld en reeds door een gerenommeerd
van paling met behulp van zoutbaden (een in Neder-    en erkend buitenlands instituut is getoetst op de
land gangbare methode, die in Duitsland reeds ver-    voorgestelde voorwaarden, dient dit onderzoek door
boden is (27)) blijkt niet aan de geadviseerde voor-  een gerenommeerd en erkend Nederlands instituut
</pre>

====================================================================== Einde pagina 16 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 17 ======================================================================

<pre>te worden beoordeeld alvorens eventuele toelating      seert derhalve om de voorgestelde criteria met in-
kan plaatsvinden. Heeft een dergelijke toetsing nog    gang van 1 januari 2006 op paling van toepassing te
niet plaatsgevonden, dan adviseert de Raad deze        verklaren. Het belangrijkste knelpunt voor de datum
toetsing te laten uitvoeren door een gerenommeerd      van inwerkingtreding is of er in 2003 voldoende fi-
en erkend Nederlands instituut.                        nanciering voor het verder ontwikkelen van een pro-
                                                       totype beschikbaar komt. Indien er voldoende finan-
4. DATUM VAN INWERKINGTREDING EN GE-                   ciering gevonden kan worden, lijkt het haalbaar om
                                                       binnen 2 jaar een welzijnsvriendelijkere alternatieve
     SCHATTE KOSTEN VOOR DE SECTOR
                                                       dodingsmethode op de markt te zetten (28).
De Raad is van mening dat de geadviseerde criteria
voor het doden van vissen (zie hoofdstuk 2 van         In Duitsland is reeds apparatuur voor het doden van
‘Overwegingen van de Raad’) pas voor een vissoort      paling commercieel verkrijgbaar. Deze apparatuur
in werking kunnen treden als er voor deze vissoort     varieert in kostprijs van € 1.660,- voor de verwerking
een aanvaardbare dodingsmethode ontwikkeld is          van batches van 50 kg tot € 6.700,- voor de verwer-
die ook commercieel verkrijgbaar is. Indien een wel-   king van batches tussen de 250 en 500 kg. Welis-
zijnsvriendelijk alternatief nog niet commercieel ver- waar voldoet deze apparatuur niet aan de in dit ad-
krijgbaar is, maar wel kan worden overzien wanneer     vies voorgestelde voorwaarden en is er een zwaar-
deze beschikbaar komt, kan reeds een datum voor        dere voeding en stikstof nodig (29), maar het lijkt on-
inwerkingtreding worden vastgesteld. Door geen da-     waarschijnlijk dat deze adaptaties de kostprijs van
tum te bepalen waarop de geadviseerde criteria op      de apparatuur aanzienlijk zullen verhogen.
alle vissoorten van toepassing zullen worden, be-      Door een Nederlandse ondernemer is de benodigde
staat het risico dat onvoldoende wordt geïnvesteerd    investering voor de welzijnsvriendelijkere dodings-
in het ontwikkelen van welzijnsvriendelijkere do-      methode voor paling voor een klein bedrijf geschat
dingsmethoden. Ontwikkeling van alternatieve me-       op ongeveer € 50.000,- en voor een groot bedrijf op
thoden zou dan kunnen worden afgedwongen door          een bedrag tussen de € 200.000,- en € 300.000,-.
toch reeds een datum van inwerkingtreding aan te       Dit betekent een stijging van de prijs per kilo
kondigen.                                              verwerkte paling met ongeveer € 0,10 tot maximaal
                                                       € 0,25. De sector verwacht dat de stijging in de
Voor het doden van paling is een aanvaardbare do-      kostprijs niet kan worden doorberekend aan de con-
dingsmethode ontwikkeld die waarschijnlijk in 2005     sument (28). Echter, kijkend naar de gegevens uit
commercieel verkrijgbaar zal worden. De Raad advi-     Duitsland lijkt de geschatte investering en daarmee
</pre>

====================================================================== Einde pagina 17 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 18 ======================================================================

<pre>de verwachte verhoging van de prijs per kilogram     technische haalbaarheidsstudie zal op korte termijn
verwerkte paling een grove overschatting.            worden afgerond.
De Raad is zich er van bewust dat de kosten van
deze alternatieve, welzijnsvriendelijkere dodingsme- Voor andere vissoorten stelt de Raad voor nog geen
thode voor kleinere visverwerkers mogelijk moeilijk  datum voor inwerkingtreding van de geadviseerde
op te brengen zijn. De Raad vindt het daarom be-     criteria vast te stellen, maar onderzoek naar wel-
langrijk reeds in een vroeg stadium te onderzoeken   zijnsvriendelijke dodingsmethoden te stimuleren. De
op welke wijze de alternatieve dodingsmethode voor   Raad ziet in dezen een gezamenlijke inspannings-
deze kleinere visverwerkers haalbaar kan worden      verplichting voor overheid én bedrijfsleven. Conform
gemaakt. Twee mogelijkheden die naar mening van      haar advies van 24 juni 1997 stelt de Raad voor om
de Raad onderzocht dienen te worden zijn:            te beginnen met het ontwikkelen van welzijnsvrien-
1. De aanwezigheid van een apparaat voor het uit-    delijke dodingsmethoden voor platvissen. Hiertoe
     voeren van de welzijnsvriendelijke dodingsme-   dient een opdracht aan Nederlandse onderzoeksin-
     thode dat door verschillende visverwerkers op   stituten te worden verstrekt. Een plan van aanpak
     de visafslag gebruikt kan worden, en            met prioritering, opgesteld door de sector en de
2. De inrichting van een aantal geografisch ge-      overheid tezamen, dient verdere richting te geven
     spreide gezamenlijke slachterijen die over een  aan de stapsgewijze invoering van het beleid ten
     voor de welzijnsvriendelijke dodingsmethode ge- aanzien van het doden van vissen. De Raad is van
     schikt apparaat beschikken.                     mening dat een stapsgewijze aanpak belangrijk is
Het Ministerie van LNV heeft aangegeven voorne-      voor het kunnen opdoen van ervaring met en het
mens te zijn dit haalbaarheidsonderzoek uit te zet-  kunnen verwerken van de ervaring in het beoogde
ten.                                                 beleid.
Voor meerval wordt eveneens aan welzijnsvriende-     Naast het in een vroeg stadium in gang zetten van
lijke dodingsmethoden gewerkt, maar het is nog niet  een proces waarin met de sector gesproken wordt
duidelijk wanneer een dergelijke methode op de       over het op termijn van toepassing verklaren van de
markt beschikbaar zal komen. De Raad stelt voor      geadviseerde criteria op andere vissoorten dan
om de datum voor inwerkingtreding van de geadvi-     paling en meerval en de eigen verantwoordelijkheid
seerde criteria voor meerval te stellen op twee jaar van de sector in dezen, vindt de Raad het belangrijk
nadat de technische haalbaarheid van een welzijns-   dat er een voorlichtingstraject wordt ingezet om bin-
vriendelijke dodingsmethode is gebleken. Deze        nen de sector bewustwording van en draagvlak te
</pre>

====================================================================== Einde pagina 18 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 19 ======================================================================

<pre>creëren voor wet- en regelgeving en/of andere         De Nederlandse productie van meerval ligt op onge-
maatregelen op het gebied van het doden van vis-      veer 2.500 ton per jaar. Ongeveer 85% van het ver-
sen. De Raad ziet ook hier een taak weggelegd voor    werkte product wordt naar het buitenland geëxpor-
het Ministerie van LNV en het Productschap Vis.       teerd. Vooral Duitsland is een grote afnemer (30).
                                                      Mede met het oog op de im- en export van paling en
5. JURIDISCHE VORM                                    meerval, dringt de Raad er op aan om beleid op het
                                                      gebied van het doden van vissen in Europees ver-
De Raad is van mening dat zij onvoldoende des-        band nader uit te werken. Ook binnen de Europese
kundig is om te kunnen adviseren op welke wijze de    Unie ontstaat meer belangstelling voor (de ontwik-
criteria, zoals beschreven in hoofdstuk 2 van ‘Over-  keling en implementatie van) welzijnsvriendelijke do-
wegingen van de Raad’, in een wettelijk kader die-    dingsmethoden voor vissen. Het Scientific Commit-
nen te worden geplaatst. Wel dringt zij er op aan om  tee Animal Health and Welfare heeft van de Euro-
na te gaan of het Besluit doden van dieren mét de     pese Commissie het verzoek gekregen advies uit te
toevoeging van gevoelloosheid van toepassing kan      brengen omtrent mogelijke verbeteringen inzake het
dan wel moet worden verklaard op het doden van        doden van dieren. Onlangs is aan dit verzoek toe-
vissen. De criteria, zoals beschreven in hoofdstuk 2, gevoegd om ook te kijken naar het doden van vis-
dienen niet alleen op paling en meerval maar in prin- sen. Het advies van deze Scientific Committee wordt
cipe op alle vissoorten van toepassing te worden      in 2003 verwacht (31). Voor dit specifieke on-
verklaard; de datum van inwerkingtreding dient per    derwerp kan tijdens het Nederlandse voorzitter-
vissoort te worden geregeld.                          schap van de Europese Unie in 2004 extra aandacht
                                                      worden gevraagd.
6. EUROPESE DIMENSIE
                                                      De Raad is van mening dat indien Nederland in de-
In Nederland wordt jaarlijks ongeveer 10.000 ton pa-  zen solistisch opereert, dit kan leiden tot een moei-
ling verwerkt. Iets meer dan de helft daarvan wordt   lijke concurrentiepositie van de Nederlandse visver-
geïmporteerd, waarvan een gedeelte levend. Een        werkende industrie. Het risico bestaat bovendien dat
gedeelte van het verwerkte product wordt afgezet op   de Nederlandse visverwerkende industrie haar
de binnenlandse markt, de rest wordt naar het bui-    werkzaamheden verplaatst naar het buitenland om-
tenland geëxporteerd (30).                            dat zij daar niet conform de geadviseerde criteria
</pre>

====================================================================== Einde pagina 19 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 20 ======================================================================

<pre>(zie hoofdstuk 2 van ‘Overwegingen van de Raad’)        De Raad acht het tenslotte wenselijk dat voor on-
hoeft te werken. Daarnaast bestaat het risico dat vis   derzoek naar meer welzijnsvriendelijke dodingsme-
uit andere landen van de Europese Unie, die niet        thoden voor vissen samengewerkt wordt met ande-
conform de beschreven criteria gedood is, in Neder-     re Europese onderzoeksinstituten. Hiertoe dient niet
land terechtkomt, hetgeen de Raad niet wenselijk        alleen door de Nederlandse overheid maar ook door
acht. Een stevige inbreng van de Nederlandse over-      de Europese Unie geld beschikbaar gesteld te wor-
heid in Brussel is daarom zeer gewenst.                 den.
De Raad wil graag wijzen op de mogelijkheid om
voor het agenderen van meer welzijnsvriendelijke
dodingsmethoden voor vissen samen te werken met
andere Europese landen die ongeveer even ver of
zelfs verder zijn met het formuleren en implemente-
ren van dierenwelzijnsbeleid. Denk hierbij bijvoor-
beeld aan Duitsland, waar reeds voor het bedwel-
men van paling wetgeving in werking is getreden en
waar wetgeving voor andere vissoorten in discussie
is.
De Dierenbescherming is van mening dat eventueel
achterblijven van Europese regelgeving op het ge-
bied van meer welzijnsvriendelijke dodingsmetho-
den voor vissen geen excuus mag zijn om in Neder-
land de ontwikkelingen op dit punt stil te laten staan.
Het Productschap Vis onderschrijft de mening van
de Dierenbescherming maar plaatst de kanttekenin-
gen dat uniformiteit in wet- en regelgeving binnen de
Europese Unie wel wenselijk is en dat niet vooruit
gelopen dient te worden op lopend wetenschappelijk
onderzoek.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 20 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 21 ======================================================================

<pre>       LITERATUURLIJST
1. Chervova, L.S. (1996). Pain sensitivity and behaviour of fishes. J. Ichthyol. 37 (1), 98-102.
2. Kestin, S.C. (1994). Pain and stress in fish. Royal Society for the Prevention of Cruelty to Animals,
   Verenigd Koninkrijk.
3. Mathews, G. en Wickelgren, W.O. (1978). Trigeminal sensory neurons of the sea lamprey. J. Comp.
   Physiol. 123, 329-333.
4. Neuman, I.S.A. (1991). Welfare of fish in aquaculture. ISBN 90-74005-01-2. Universiteit Utrecht,
   Nederland.
5. Overmier, J.B. en Hollis, K.L. (1990). Fish in the think tank: learning, memory and integrated behaviour. In:
   Neurobiology of comparative cognition (eds. R.P. Kesner en D.S. Olson). Hillsdale Erlbaum Associates,
   New York, USA, 205-236.
6. Spruijt, B.M. (1999). Do fish have feelings; a sensitive subject (in Dutch). In: Welfare of fish (eds. A.P.J.
   Raat and R. van den Bos). Tilburg University Press, Tilburg, Nederland, 91-98.
7. Verheijen, F.J. en Flight, W.F.G. (1997). Decapitation and brining: experimental tests show that after these
   commercial methods for slaughtering of eel, Anguilla anguilla, L., death is not instantaneous. Aquaculture
   Res. 28, 361-366.
8. Wendelaar Bonga, S. (1997). The stress response in fish. Physiol. Rev. 77 (3), 592-625.
9. Wiepkema, P.R. (1997). The emotional vertebrate. In: Animal consciousness and animal ethics (eds. M.
   Dol, S. Kasanmoentalib, S. Lijmbach, E. Rivas en R. van den Bos). Van Gorcum & Comp B.V., Assen,
   Nederland, 93-102.
</pre>

====================================================================== Einde pagina 21 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 22 ======================================================================

<pre>10. Lambooij, E., Van de Vis, J.W., Kloosterboer, R.J., en Pieterse, C. (2002). Welfare aspects of live chilling
    and freezing of eel (Anguilla anguilla, L.): neural and behavioural assessment. Accepted for publication in
    Aquaculture.
11. Van de Vis, J.W., Lambooij, E., Kloosterboer, R.J., Morzel, M., Gerritzen, M.A. en Pieterse, C. (2002).
    Criteria for assessment of slaughter methods of eel (Anguilla anguilla) and African catfish (Clarias
    gariepinus). Mondelinge presentatie op de 32e West European Fish Technologists’ Association Meeting,
    Ierland, mei 2002.
12. Rose, J.D. (2002). The neurobehavioral nature of fishes and the question of awareness and pain. Reviews
    in Fisheries Science 10 (1), 1-38.
13. Kestin, S.C. (1993). Pain and stress in fish. Report for the RSPCA, 1-36.
14. NIPO (2002). Wat vinden Nederlanders van hengelen? B-1249, NIPO Amsterdam, Nederland.
15. Thomas, P.M., Pankhurst, N.W., en Bremner, H.A. (1999). The effect of stress and exercise on post-
    mortem biochemistry of Atlantic salmon and rainbow trout. J. Fish Biol. 54, 1177-1196.
16. Van de Vis, J.W., Oehlenschläger, J., Kuhlmann, H., Münker, W., Robb, D.F.H., en Schelvis-Smit, A.A.M.
    (2001). Commercial and experimental slaughter of eel (Anguilla anguilla, L): effect on quality and welfare.
    In: Farmed fish quality. Fishing New Books, Oxford, Verenigd Koninkrijk, 234-248.
17. Robb, D.H.F., en Kestin, S.C. (2002). Methods used to kill fish: field observations and literature reviewed.
    Animal Welfare 11, 269-282.
18. Productschap Vis (2001). Beleidsnota viskweek. Productschap Vis, Rijswijk, Nederland.
19. Lambooij, E., Van de Vis, J.W., Kloosterboer, R.J., en Pieterse, C. (2002). Evaluation of head-only and
    head-to-tail electrical stunning of farmed eels (Anguilla anguilla, L) for the development of a humane
    slaughter method. Aquaculture Res. 33, 323-331.
                                                         22
</pre>

====================================================================== Einde pagina 22 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 23 ======================================================================

<pre>20. Lambooij, E., Van de Vis, J.W., Kloosterboer, R.J., en Pieterse, C. (2002). Welfare aspects of live chilling
    and freezing of farmed eels (Anguilla anguilla, L): neurological and behavioural assessment. Aquaculture
    210, 159-169.
21. Lambooij, E., Van de Vis, J.W., Kuhlmann, H., Münkner, W., Oehlenschläger, J., Kloosterboer, R.J., en
    Pieterse, C. (2002). A feasable method for humane slaughter of eel (Anguilla anguilla, L.): electrical
    stunning in fresh water prior to gutting. Aquaculture Res. 33, 643-652.
22. Van de Vis, H., Kestin, S., Robb, D., Oehlenschläger, J., Lambooij, B., Münkner, W., Kuhlmann, H.,
    Kloosterboer, K., Tejada, M., Huidobro, A., Otterå, H., Roth, B., Sørensen, N.K., Akse, L., Byrne, H., en
    Nesvadba, P. (2002). Is humane slaughter of fish possible for industry? Accepted for publication in
    Aquaculture Research.
23. Van de Vis, J.W., en Kestin, S.C. (1996). Doden van vissen: literatuurstudie en praktijkobservaties. RIVO-
    DLO; nr. C037/96.
24. RDA (1997). Brief d.d. 24-6-1997.
25. Raad van Europa (1979). European convention for the protection of animals for slaughter. Strasbourg,
    Frankrijk, 10 oktober 1979.
26. Raad van de Europese Unie (1993). Richtlijn 93/119/EG van de Raad van 22 december 1993 inzake de
    bescherming van dieren bij het slachten of doden.
27. Bundesgesetzblatt (1993). Neufassung des Tierschutzgesetzes. Teil I Z 5702 A, Nr. 7: 254-267.
28. Mondelinge toelichting van de heer Van Rijsingen van Royaal BV te Helmond d.d. 6-12-2002.
29. E-mail van de heer Van de Vis van het RIVO te IJmuiden.
30. Mondelinge en schriftelijke toelichting van de heer Van Eijk van het Productschap Vis te Rijswijk.
                                                        23
</pre>

====================================================================== Einde pagina 23 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 24 ======================================================================

<pre>31. Schriftelijke mededeling van de heer De Kok van Directie Visserij van het Ministerie van Landbouw,
    Natuurbeheer en Visserij te Den Haag.
                                                 24
</pre>

====================================================================== Einde pagina 24 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 25 ======================================================================

<pre>BIJLAGEN
1. ADVIESAANVRAAG EN ANTWOORD
Zie pagina's 24 t/m 26
                              25
</pre>

====================================================================== Einde pagina 25 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 26 ======================================================================

<pre>2.       SAMENSTELLING VAN DE WERKGROEP
In de werkgroep ‘criteria voor dodingsmethoden voor paling en meerval’ participeerden:
•      RIVO: dr. J.W. van de Vis
•      ID-Leystad: dr. E. Lambooij
•      Productschap Vis: W. van Eijk
•      Nevevi: W. van Eijk
•      Vertegenwoordiger visverwerkende sector: drs. E.W. Liewes
•      Dierenbescherming: mevr. ir. M. de Jong-Timmerman
Namens de Directie Visserij van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij woonde mr. A.L. de
Kok de vergaderingen van de werkgroep bij. Namens de Directie Juridische Zaken van het Ministerie van
Landbouw, Natuurbeheer en Visserij was mevr. mr. M.C. van Heezik bij de werkgroep betrokken.
De werkgroep werd voorgezeten door mevr. dr. drs. I.D. de Wolf, secretaris van de Raad voor
Dierenaangelegenheden.
                                                    26
</pre>

====================================================================== Einde pagina 26 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 27 ======================================================================

<pre>3. OVERZICHT VAN PUBLICATIES
Onderstaand overzicht betreft de publicaties van de Raad vanaf 2002. Een overzicht van eerdere door de
Raad uitgebrachte adviezen kan worden opgevraagd bij het secretariaat van de Raad of is te vinden op
www.raadvoordierenaangelegenheden.nl.
PUBLICATIES IN 2003:
RDA 2003/01       Advies omtrent dierziekten en zoönosen, waarvoor hobbymatig gehouden dieren vatbaar
                  zijn en als drager kunnen fungeren, die een bedreiging kunnen vormen voor de gezond-
                  heid van mensen en bedrijfsmatig gehouden dieren en die in het kader van grote bestrij-
                  dingscampagnes relevant zijn
RDA 2003/02       Wet- en regelgeving omtrent hobbydieren
RDA 2003/03       Mogelijke dierenwelzijnproblemen in de paardenhouderij
RDA 2003/04       Zorgen voor je paard
RDA 2003/05       Criteria voor dodingsmethoden voor paling en meerval
PUBLICATIES IN 2002:
RDA 2002/01       Minimum welzijnseisen tijdens bestrijdingscampagnes
RDA 2002/02       Fokken met recreatiedieren (1)
RDA 2002/03       Fokken met recreatiedieren (2)
RDA 2002/04       Advies aan de Directeur Landbouw van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en
                  Visserij inzake een plan van aanpak voor de bestrijding van aangeboren afwijkingen bij
                  katten
RDA 2002/05       Een toetsingskader en toelatingsprocedure voor aanwijzing van nieuwe voor productie te
                  houden vissoorten
                                                    27
</pre>

====================================================================== Einde pagina 27 =================================================================

<br><br>====================================================================== Pagina 28 ======================================================================

<pre></pre>

====================================================================== Einde pagina 28 =================================================================

<br><br>